Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Mijn sollicatie voor de straatnaamgevingscommissie Almere


Gewaardeerde Ine,


Ik schrijf een boek over Almere, samen met onze ernstig gehandicapte dochter Mayim. Dit korte hoofdstuk dat ik bijvoeg (ik vermoed dat het hoofdstuk negentien is) gaat niet toevallig over de Almeerse straten en wijken. Stad en ons gezin zijn een soort twee-eenheid. Yin en Yang, haat en liefde, vuur en water. Mayim betekent vruchtbaar water. En laat mijn naam nu vuur zijn. De God Mars is tenslotte een oorlogsgod. 
Zie dit korte verhaal als een intrinsieke motivatiebrief om onderdeel te zijn van de geschiedenis van de nieuwe stad. De wijken en straten prachtige namen te kunnen geven. Samen, met elkaar.

Dit hoofdstuk hebben we een paar maanden geleden ingestuurd voor een Almeerse prijsvraag. We wonnen. 
U vroeg wat voorbeelden. Er nog zoveel kansen voor prachtige namen voor wijken, lanen en stegen. Mijn eerste voorstel zou zijn een buurt waar de liefde wordt beschreven (uiteraard ook bedreven, maar daar gaan we gelukkig niet over), een buurt waar alle namen volledig zelfverzonnen fantasienamen zijn door de burgers die er gaan wonen. Ik heb sowieso een hele serie liggen. In de toekomstige diversiteitswijk zou ik alle vreemde schepsels in de wereld willen noemen en roemen, en dat is er ook nog de tijdreizigerswijk. Waar beroemde tijdreizigers worden genoemd via hun reizen door het universum. Het stratenplan zou dan wel wormholes en zwarte gaten moeten bevatten. 

Met bereidwillige groet,

Marcel Kolder

Leonardo DiCaprio is nog geen straat

‘Als ik samen over de uitdagingen in het leven van onze dochter Mayim een verhaal schrijf, wordt het me elke keer weer te veel. Dan zet ik mijn angst voor haar toekomst op papier en dat wil ik niet. En toch doe ik het. Elke maand interview ik haar, nu al een paar jaar, over haar leven en gebeurtenissen. Het volledige boek komt in 2022 uit. Dit is een van de eerste hoofdstukken. Mayim is de IK-figuur in dit verhaaltje.’

Ik ontwerp ook wel eens een stad op mijn iPad met het computerspelletje SimCity. Almere is een nieuwe stad en pas veertig jaar geleden ontwikkeld en ze hebben meteen rekening gehouden met rolstoelers. Er zijn geen drempels en er zijn brede stoepen en winkelstraten. Je kunt gewoon met je rolstoel de bus in en ook alle winkels zijn toegankelijk. In Amsterdam, als we in de binnenstad gaan winkelen, staan er altijd van die paaltjes in de weg of er zijn helemaal geen stoepen.

Een enorme Teletubby-heuvel van meer dan tien meter hoog

Het stadshart waar de winkelstraten zijn van Almere is nieuw. Het is gebouwd op een heuvel, een enorme Teletubby-heuvel van meer dan tien meter hoog. Je kunt met de lift naar het hoogste punt van de heuvel en dan moeiteloos met je rolstoel naar beneden rijden, langs alle winkelende mensen met zware boodschappentassen. Je kunt natuurlijk ook met de fiets of een skateboard naar beneden, maar als je dat doet krijg je gedonder met de stadswachten. Mijn broer heeft zelfs een bekeuring gekregen toen hij naar beneden racete met zijn fiets.

(c) Phelim Hoey voor Avanti

Mij bekeuren ze niet, want rolstoelen mogen op de stoep in het stadshart. Weet je wat een leuk gebouw is in het centrum van Almere, het Stofzuigergebouw, een geelzwart gebouw dat via dikke ondergrondse leidingen alle openbare vuilnisbakken in het centrum leeg zuigt. Ik vraag me weleens af of ze ook vogeltjes opzuigen die op het randje van de vuilnisbak zitten, dat zal toch niet?

Als er stortbuien op ons huis vallen dan kun je elkaar niet meer verstaan

Wij wonen in een heel aparte wijk naast het centrum van Almere die de naam Filmwijk heeft, het ligt naast een groot meer dat het Weerwater heet, zomers gaan wij er zwemmen, dat speciaal is uitgegraven naast het nieuwe stadshart, er zijn strandjes en parken, het grootste is een soort Vondelpark. We laten er altijd onze hond uit. Onze wijk is opgebouwd uit experimentele huizen. Het was onderdeel van een grote bouwexpositie in 1992. In een van die huizen wonen wij. Ons huis is ontworpen door de Amsterdamse architect, Sjoerd Soeters. Tot twee-en-halve meter is het opgemetseld van rood baksteen, de bovenverdiepingen lijken op een vliegtuighangar en zijn van lichtblauw geverfd hout. Het dak is van aluminium en groen geverfd, het lijkt uit de verte van koper. Als er stortbuien op ons huis vallen dan kun je elkaar niet meer verstaan en moeten we wachten tot de bui overwaait, maar om bij in te slapen is het heel fijn.

Het dak lekt al vanaf het moment dat het huis gebouwd is, zegt mama, en als het regent weten we precies waar de druppels uit het plafond vallen. Dat hoort bij het experiment van onze woning zegt papa dan. Er staan bij ons op de overloop altijd 10 emmertjes klaar om de regeldruppels in op te vangen. We hebben een kruis gezet waar ze moeten komen te staan. Zoals laatst bij de westerstorm.

(c) Phelim Hoey voor Avanti

Onze straat in de Filmwijk is genoemd naar een beroemde acteur: James Stewart. Ik ken hem niet, ik ken wel Leonardo DiCaprio, maar daar is geen straat naar vernoemd. Dat komt omdat hij nog niet dood is, zegt mama, een stomme reden vind ik zelf, waarom moet je eerst dood zijn voordat je een straat wordt.

In Almere Buiten heb je de Stripheldenbuurt, bijvoorbeeld het Tom Poespad en de kapitein Walruslaan. Een vriendje van mij woont in de Popeyestraat. Papa verzamelt stripboeken die we samen lezen omdat ik zo moeilijk de pagina kan omslaan met mijn spastische handjes. Hij verzamelt die voor zijn grafisch werk, hij ontwerpt logo’s en maakt illustraties in tijdschriften of kranten, hij maakt zelfs korte strips. Maar schrijven kan hij als de beste, en nu samen met mij.

We zijn zelf een soort stripheldenbuurt

Wíj hadden eigenlijk in de Stripheldenbuurt moeten wonen. We zijn zelf een soort stripheldenbuurt, met al die beeldjes van stripfiguren in ons huis. Op papa’s werktafel staat een grote wit en rood beschilderde maanraket uit het Kuifje-album, maar dan zonder de punt. Die punt is er tien jaar geleden af gebroken toen Machiel, mijn broer, de raket wilde laten vliegen in onze vide. Papa is er nog steeds een beetje boos over. In de kamer van Machiel hangt een originele, kolossale filmposter uit de tachtiger jaren van ‘La Suprise de Cesar’ van Asterix en Obelix. De twee helden rijden in een tweespan lachend langs het Colosseum voor een getergde Ceasar. Papa zegt dat hij er altijd vrolijk van wordt. Hij voelt zich ook als Obelix, want hij is echt superdik hoor. Ik noem hem kamerolifant. Hij heeft ook een strip in de krant van Almere gehad over zijn werk als kanteldenker, maar dat vertel ik in het volgende verhaal.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s