Het oog kan zichzelf niet zien


IMG_0964.jpg

Bloemlezing Marcel Kolder: SensesLab, Almeerderstrand, 27 september 2019

Als we op een alledaagse manier naar de dingen in de wereld kijken gebeurt er weinig. Maar als we dat ogenschijnlijk gewone goed observeren, naar de schaduw van het geluid luisteren, ons verbazen over de magie van kleur, kijken naar de onderkant van een blad, ruiken aan onbekende geuren of contact maken met de ander in onszelf, dan openbaart zich via onze expeditie een nieuwe wereld. (Artikel gaat verder onder de foto)

IMG_3532.JPG

Labyrinth of the senses.

Het doolhof van onze zintuigen. Daar gaat ons nieuwe project over. Een initiatief van Mira Ticheler en mijzelf. Al vanaf 2010 loop ik met het plan om een modernistisch museaal parklandschap te beginnen in onze groeistad Almere. Mira Ticheler speelde ook al een tijdje met dezelfde gedachte, nog voor dat we elkaar kenden, en ontwierp een beelden- en geurroute door de stad.

Toeval bestaat niet en we vonden elkaar in 2015. Zo ontstond het gesamtkunstwerk Labyrinth of the Senses, als ons gezamenlijk kindje, en het kindje van vele kunstenaars en creatieven die hieraan meewerkten afgelopen half jaar. Zintuigen verbinden aan spel, natuur en aan wetenschap. Met kunst als verbindend middel. Laagdrempelige aaibare en humorvolle kunst zoals je nu zo goed ziet in museum Voorlinden in Wassenaar. (Artikel gaat verder onder de foto)

IMG_3507.JPG

Waarom zintuigen?

Als we naar het woord zintuigen kijken valt dat uiteen in twee delen. Allereerst het deel ZIN. Op zichzelf al een prachtig woord met veel betekenissen en nog meer associaties. In spreektaal hebben we het over ‘ergens zin in hebben’. Dan spreken we over begeerte, ergens trek in hebben. ZIN kan ook iets anders betekenen dan onze directe lust willen stillen. Dan spreken we met elkaar over de zin van het leven: Ons bestaansrecht als levend wezen in onze wonderlijke wereld vol prachtige natuur, in evenwicht met elkaar. Die vorm van ZIN heeft associaties met fascinatie, geboeidheid en zelfs in economische termen, iets van waarde, iets van nut. Ons project heeft absoluut zin, het Labyrinth of the Senses is ook iets van een tuig, een werktuig om ons verhaal te vertellen. (Artikel gaat verder onder de foto)

C19CE1CB-FD54-43A4-A49D-01A62E600178.jpg

Zintuig, ons werktuig.

In de fysiologie, de kennis van ons lichaam, koppelen we ZIN aan het woord TUIG. En dan wordt ZIN opeens een soort van gereedschap van ons lijf. Het Organum Senses in het Latijn. Het orgaan dat een organisme, of dat nu een dier of plant is, in staat stelt bepaalde prikkels waar te nemen. Ieder afzonderlijk zintuig geeft toegang tot een bepaald deel van de fysieke werkelijkheid. En de optelsom van al die zintuigen laat je alle aspecten van de wereld om je heen beleven, de wereld waar je je in beweegt, in leeft en overleeft. Zo is er reukzin, kijkzin, hoorzin, tastzin of smaakzin. Dat gaat met chemoreceptoren, fotoreceptoren, thermoreceptoren, spierspoeltjes of mechanoreceptoren. Ik kan daar uren over oreren. Ik zal dat niet doen. (Artikel gaat verder onder de foto)

2019 09-27_Onthulling LotS-7709.jpg

Zijn er ook andere zintuigen?

Zat. Sommige dieren of planten hebben zintuigen die mensen niet hebben. Ze kunnen bijvoorbeeld ultraviolet licht zien. Dat zijn insekten of inktvissen. Kijken in het donker noemen we dat. Of neem echolocatie. Vleermuizen en tandwalvissen als dolfijnen en Orca’s werken daar mee. En wat vind je van Magnetoreceptoren? Deze receptoren zijn in staat veranderingen in het magnetisch veld van de wereld te detecteren om de richting en geografische breedte te bepalen. Een intern kompas als een soort Google Maps in je hoofd. Het magneetzintuig is aangetoond bij vogels, vissen, insecten slakken en platwormen. Bij duiven is een plekje in de schedel gevonden met een grote dichtheid aan zenuwen met daarin biologisch magnetiet. Mensen hebben een gelijksoortige regio met magnetiet in het zeefbeen van de neus bij sommigen meer en bij sommigen minder. Er is ook enig bewijs voor magneetzin bij de mens. Dat verklaart waarom sommige mensen altijd de weg kwijt raken en anderen niet. De meest vreemde is wel het orgaan van Jacobson. Die vind je in de gespleten tong van slangen, hagedissen en de duivel. Daar kun je de geur (de feronomen) oppikken van soortgenoten. Misschien dat daarom verliefde stelletjes soms hun tong gebruiken om mee te kussen, maar dat is natuurlijk niet wetenschappelijk bewezen. Nu is er nog een ander onbesproken zintuig. ‘Het zesde zintuig’ dat zou verantwoordelijk zijn voor zaken als telepathie en intuïtie. Sommigen menen dat dit de Pijnappelklier is in je hersenen. Die klier zou de zetel van je ziel zijn. (Artikel gaat verder onder de foto)

 

IMG_3527.JPG

Terug naar ons gezichtsvermogen. En het verhaal over ons project Labyrinth of the Senses

Je ziet pas echt, als je bewust kijkt en nadenkt over wat je wilt zien. Dat noemen we waarneming. We denken na over welke kleur we zien, wat voor vorm, en beweging en stellen ons voor wat het is wat we zien. Dat bewust waarnemen zet je hersenen en organen aan het werk.

Het geheim ligt niet in de manier van naar dingen kijken, maar hoe diep je wil kijken en ervaren. Onbeperkt in tijd en plaats. Vergelijk dat is met je dromen, waar alles mogelijk is, zoals vliegen als een vogel en tijdreizen van de ene naar de andere plek in een paar tienden van seconden. Het beeld wat je ziet is weliswaar bewust, maar aan de waarnemingen moet betekenis gegeven worden door de andere hersengedeeltes, met name wat het object is en wat ermee te doen. Zonder deze betekenisgeving is de wereld rondom ons als een soort abstracte kunst zonder enige zin of verband. (Artikel gaat verder onder de foto)

2019 09-01 CitySenses_proef_en_dinner-6842.jpg

Verbinding met de natuur. De ecologie.

Met ons project willen we je opnieuw in verbinding brengen met de natuur. Verbanden opnieuw leggen. Zonder vooroordelen. Zoals een kind kijkt, vol verwondering naar de onderkant van een blad, of ruikt aan een onbekende geur en dat probeert te begrijpen. Wij creëren als kunstenaars, performers en wetenschappers van ons labyrint een wereld waar je kunt vrij kunt binnenstappen. Gewoon, omdat het er al is. Zoekers verdwalen nooit, want de natuur wenkt hen altijd. Onze zintuigen wijzen de weg. We krijgen serieus al die sleutels om de weg te vinden voortdurend aangereikt. Het zijn geen toevalligheden. Vogels in een zwerm botsen niet tegen elkaar, scholen vissen zwemmen met duizenden in een prachtige vorm door de wereldzeeën.

En als je zoekt, begin dan in je hart.

kaartje-lots.jpg

foto’s: Mira Ticheler, Erwin Budding, Marcel Kolder.

Voor straf geen mayo


Toen ik tegen zessen uit Den Haag thuiskwam in onze suburbane dwaalstad belde mijn vrouw Michelle mij dat ze onze gehandicapte dochter Mayim kwijt was geraakt in Almere Centrum.

Dat was vlak na een bezoek aan het revalidatiecentrum Merem, waar Mayim haar therapie krijgt.

Wat gebeurde er?

Dochterlief was boos omdat ze geen oorbellen mocht kopen en reed met haar elektrieken rolstoel kwaad op hoge snelheid de aanpalende winkelstraten door. Michelle hield dat uiteraard niet bij, want de dagen daarvoor had ze een zware chemobehandeling gehad tegen kanker.

Ik zag dochter al in zeven sloten tegelijk rijden, dus sprong ik op mijn oude fiets richting het stadshart om mee te helpen zoeken. Als oud-padvinder, na deze ongewenste dropping, bedacht ik voor mezelf een soort schaarbeweging tussen de locatie van mijn vrouw en mij. Het centrum heeft tenslotte ook een schuingesneden orthogonaal stratenplan. We vonden haar niet.

Na een kwartier belde Michelle dat het stadhuis haar had gebeld dat ze terecht was. Iemand had haar daar naar toe gebracht. Fijn.

Een bekende Almeerse dochter dus.

Mayim kreeg een standje in bijzijn van de bewakers van het gemeentelijk huis en kreeg zojuist thuis voor straf geen mayonaise op haar andijviestamp.

Dat is echt de allerzwaarste straf voor haar.

Untidy als deugd bij Placemaking


Ik realiseer me dat een stad een ecosysteem is, met dynamische levende materie. Laten we die levende materie dan ook eigenaar van de stad maken. Als geen ander geloof ik dat een stad pas tot zijn recht komen als alles en iedereen gemixt is. Als het leven zelf. Organisch, spontaan en onopgeruimd. Untidy, op zijn keurig Engels.

De ‘intermingling’ van alle stedelijke gebruikers zijn cruciaal voor economische, ecologische en stadse ontwikkeling. En dan kies ik graag voor een model waar je kleine lokale groene bedrijven ondersteunt en creatieve impulsen van stedelijke entrepreneurs omarmt.

Ik heb een aantal paviljoentjes ontwikkeld. Voor kunstenaars en voor kleine ondernemers met een groot verhaal. Klein is het nieuwe groot tenslotte. Er staat nu zo een ateliertje op het Almere Strand. Een soort Artist in Residence voor CitySenses en StrandLab.

Zie ook: https://draoidh820419461.wordpress.com/de-stadskiosk-opnieuw-uitgevonden/

Groene Lintje


De mensheid lijdt al duizenden jaren aan het rupsjenooitgenoeg-gen: Het ‘Alfamannensyndroom’. Ondanks dit gedrag om steeds meer spullen te willen, steeds rijker te willen worden, steeds meer te eisen van ons ecosysteem, zie ik dat ons reeds ingestorte systeem nog steeds de ruimte biedt voor oplossingen voor overlevingskansen  van onze species en dat die kansen plots groter worden.

Er is een groeiende meerderheid jonge mensen die de retoriek van moloche klassieke partijen, die het liberaal gedachtegoed willens en wetens misgebruiken voor eigen gewin, verafschuwen.

In het overleven is de mensheid wellicht niet de enige soort. Dus zullen nieuwe bewegingen de oude wereld kantelen naar een nieuwe toekomst. Waar circulaire economie en fossielvrije energie mainstream wordt. Hoe deze oude wereld van graaiers ook terug probeert te slaan, er is een enorme kanteling gaande. Ik merk dat bij onze kinderen.

Ook van de woelmuizensoort, de lemmingen, is uiteindelijk bewezen dat ze zich niet massaal van een klif storten.

Naast Greta Thunberg kreeg een 11-jarig Nederlands meisje het groene duurzaamheidslintje van duurzaamheidscoryfee Ruud Koonstra op de dag van de duurzaamheid in de Tweede Kamer. In Zeist startte ze een actie om plastic te verzamelen. De voorgaande jaren was deze prijs vooral aan oudere heren en dames. Ditmaal aan diverse tieners en zegt genoeg over de transitie die gaande is. Ik was erbij en genoot.

Kroatische bodybuilders, een Zwitsers zakmes en een plateaulift


Op een prachtige Kroatische camping, na 1.500 kilometer stug doorkachelen, staan we met een prachtige meterslange camper in vol ornaat. Vakantie! De camper heeft een hydraulische plateaulift, een toegankelijke deur van een meter breed, een elektrisch hooglaagbed en tilliftsysteem in het plafond.

Dochterlief kan probleemloos naast me met haar rolstoel op de passagiersplaats staan in de ruime cabine, zodat ze naar buiten kan kijken als volleerd copiloot … of als ze geen zin heeft, lekker lui achterin. Alles is wegklapbaar, opklapbaar en inklapbaar. Ruimte te over en ingenieus ontworpen als een Zwitsers zakmes.

De plateaulift schuift netjes onder uit de camper, klapt open en gaat met een afstandsbediening omhoog of naar beneden. Hij bergt zich na gebruik ook weer op. Met dank aan de hydraulische goddelijke kennis van mechanica kan dochterlief met haar elektrische rolstoel de camper in of uit zweven.

En daar gaat dit verhaal over. Of eigenlijk stopt het verhaal halverwege.

Het slimme plateau blijft plots onwrikbaar vast steken tussen in en uit en onder en boven. Gelukkig zonder dochter erop. Die staat buiten in het gras te wachten op haar verticaal transport.

Onwrikbaar is bij deze lift onwrikbaar. Vast tussen klep B en C.

Wat nu? Mijn vrouw kijkt op het mechanisme en ziet het noodnummer van het liftsysteemonderhoudsbedrijf. Vierentwintig uur bereikbaar. Ik bel (het is negen uur ’s avonds) en krijg meteen Marco aan de lijn: “We gaan proberen te helpen meneer, maar u weet, des te zuidelijker in Europa, des te langer het gaat duren. Reken maar op een nachtje buiten slapen,’ grapt hij.

Dat was in mijn ogen gelukkig geen probleem, want het is hier ’s nachts ruim 27 graden. Tegelijkertijd bel ik op zijn advies de verhuurder. Want wellicht kent hij het probleem beter.

‘Met Roel!’

Ik leg Roel de verticale vastloper uit.

Stap voor stap nemen we de werking van het hydraulisch systeem door. Het wezenlijke achter druk en geen druk. Ik leer de druk eraf te halen. En weer druk toe te voegen. De schuifplank handmatig pompend met een losse hevel weer op niveau te krijgen en draai het tevens het hydraulisch lek dicht. Want olie wil je niet hebben op de kiezels van de aan de Adriatische zee gelegen camping bij Zadar.

De resterende olie zit gelukkig gevangen op mijn twaalf hoofdharen en als een soort zwarte gel loopt het nu mijn nek in.

Roel gaat verder met zijn instructie.

‘En nu moet u met drie of vier man met alle kracht die er is de plank eruit trekken. En dat is niet makkelijk is mijn ervaring,’ zegt hij met een lichte ironie in zijn stem. Ik snap hem wel.

Waar haal ik die vandaan, denk ik, en dan valt mijn oog op een sportschool op het tentencomplex. ‘Bodybuilding Croatia’ flikkert het felle neon me tegemoet.

‘A man has to do what a man has to do’, weet ik uit een oude cowboyfilm, en ik stuur mijn vrouw linea recta die kant op. Ze komt snel terug met een stel bonkige kerels.

Met man en macht, aangevoerd door mijn vrouw, trekken ze niet de plank, maar eerst de camper dwars over straat. Dat is niet de bedoeling, echter door de druk van de hydrauliek af te halen komt er beweging in de plaat … totdat hij er helemaal uit is.

Ik pomp de uitgeschoven plaat handmatig naar boven en laat de druk ontsnappen ontsnappen. Het gaat goed.

Ik schakel het elektrische systeem aan, en warempel. Hij werkt weer. Op en neer, en weer op en neer, en nog een keer.

De breed geschapen heren kijken trots naar de plaat, naar onze dochter, naar elkaar en daarna als bijna afgesproken van links naar rechts over de vrijwel lege camping. Maar niemand juicht. Totdat dochter Mayim begint te klappen en zegt: ‘Klap voor jezelf.’ Hun al brede kaken krijgen een nog bredere lach en al klappend lopen ze terug naar hun leslokaal.

Mijn les. Waardeer bodybuilders om wat ze zijn. En vertrouw niet op plots intrekkende, wegklappende plateauliften. Die kunnen je aardig wat spierpijn en hoofdpijn opleveren. Tenslotte waardeer je vrouw. Want zonder haar stel je echt niks voor, naast die kranige bodybuilders.

Zeshonderd plantensoorten vernietigd


DSC08939.jpgBijna 600 plantensoorten zijn de afgelopen 250 jaar in het wild uitgestorven, blijkt uit een nieuw groot onderzoek. Wetenschappers maken zich zorgen en zeggen dat de gevolgen van het uitsterven van plantensoorten worden onderschat.

Ik las vanmorgen bovenstaand bericht op de site van de NOS dat de afgelopen twee eeuwen honderden, en misschien wel duizenden soorten zijn uitgestorven door menselijk toedoen. Uitgestorven is eigenlijk een veel te passief woord. Alsof het ons zomaar overkomt. Wat mij betreft mag het wat duidelijker. Het is in veel gevallen vernietigen of gewoon moord. Want hoelang weten we al dat de mens, jij en ik, verantwoordelijk zijn voor dit drama. En als voedselketens verdwijnen, wat we allang weten over bij de kapwoede in het oerwoud in Borneo, verdwijnen ook andere soorten en uiteindelijk wijzelf.

Wat doen we eraan?

Nog veel te weinig in mijn ogen, maar vooral in de ogen van wetenschappers. Ik denk dat de mens zijn gedrag pas verandert als de nood hoog is. Te hoog. En dan is de weg terug bijna ondoenlijk. Want uitgestorven blijft uitgestorven. Oplossingen? Het vertrouwen in politieke oplossingen ben ik al een tijdje kwijt. Nu komt het er echt op aan dat wij, de burgers en ondernemers, de handen uit de mouwen steken. De verandering komt van onszelf. Op alle terreinen. Minderen of stoppen met vlees als voedsel, echte groene energie afnemen, minder spullen kopen en langer van wat je hebt gebruiken en niet met elke meegaan. Tenzij dat een vega-trend is of een andere trend die dit allemaal weer gaat terugkantelen. Geniet van wat je hebt en niet wat je nog meer kan hebben, en vergeet niet te genieten van die prachtige natuur, goedkoper dan een dagje pretpark. Kom weer in connectie met je oorsprong en laat iedereen inzien dat jij maar ook alle anderen een wezenlijk radertje bent in een kwetsbare ecologie. En weest bewust dat enkel jij de oplossing bent voor jouw toekomst. Jij dus, jouw buurvrouw en de straat waar je woont.

Flevoland. Een oceaan van kansen.


Zuidelijk Flevoland, de blauwe oceaan van Nederland

De jongste polder Flevoland is letterlijk gemaakt en ontworpen om te produceren. Sinds de eerste akkerbouwers en tuinders zich in deze polder vestigden, ruim een halve eeuw geleden, hebben deze sectoren zich ruim ontwikkeld. Het nieuwe land onderscheidt zich duidelijk van het oude land.De overmaat aan ruimte, de bodemkwaliteit en de waterhuishouding is subliem ontworpen. Flevoland wordt in het buitenland de ‘green valley’ van Europa genoemd.Als polderverzamelaar toon ik graag, naast een bot van een dwergnijlpaard, een dier dat 10.000 jaar geleden tussen onze meanderende Eem leefde, een van mijn dierbaarste polderbezittingen; het boek ‘De economische beteekenis van de drooglegging der Zuiderzee’ uit 1901. Daarin staat: ‘De Twaalfde Provincie geeft het land kracht, het Volk brood, dat is de Vrucht van de Onderneming. De onderneming moet een zaak des Volks zijn, ze moet een ‘national cry’ worden, gerealiseerd door eene Krachtige Regering, gesteund door den wil eener wakkere, van eigen kracht bewuste Natie. Niet om te moraliseren maar om de urgentie van het droogleggen te beantwoorden.’De polderhoofdstad werd Lelystad. Een hommage aan ingenieur Cornelis Lely die de eeuwenoude droogleggingsideeën werkelijkheid maakte. Almere werd door zijn ligging en woonuitvalbasis tegen de wens van de bestuurders van weleer en tegen de verwachtingen in de grootste stad. Ze is nu al de zesde stad van Nederland met ongeveer 200.000 inwoners. Ongeveer de helft van het aantal inwoners van Flevoland.

Kritiek op Flevoland

Soms lijkt het of Nederland zich geen raad weet met de jongste provincie. Terwijl de maakbaarheid van het jonge land en de jongste steden van Europa zo fascinerend is. Na ruim een halve eeuw produceren voor Nederland, en niet alleen agrarisch, maar ook tienduizenden woningen voor een prettige prijs, hebben veel mensen kritiek op het jonge land en haar steden. Volgens hoogleraar dr. Gerard Marlet is Almere bijvoorbeeld een geografische Blunder. Almere ligt te ver weg van Amsterdam om te profiteren van haar aantrekkelijkheid en heeft zelf te weinig te bieden aan de creatieve klasse en aan de hogere klasse.

Wetenschappers als Marlet kijken vanuit het paradigma van het oude land, de oude stad. Wat niet voldoet, scoort laag op de ‘lijstjes’ van relatief succes. Marlet leeft met het idee dat je nieuw land en nieuwe steden ergens mee kan vergelijken. Hij ziet slechts het gebrek aan oude panden, oude structuren, gebrek aan gevestigde cultuur en oude bewezen structuren. Daarmee gaat hij voorbij aan de kwaliteiten van de onvergelijkbare ruimtelijke groene omgeving en de suburbane stad in Flevoland. Flevoland heeft in verhouding de meeste natuur en bossen. De Oostvaarderplassen op steenworpafstand van Almere en Lelystad zijn een aaneengeschakeld natuurlijkgebied van tientallen kilometers lang met een unieke populatie. Tijdens de vogeltrek bevolken de meest zeldzame dieren het gebied, de vogelaars daargelaten.

Landschapsarchitecten

Steden in Flevoland hebben een hoge kwaliteit van veel groen, water en veel woning voor minder geld. Het waren de Flevolandse landschapsarchitecten die ooit de steden ontwierpen. Dat is iets om trots op te zijn. Voor de recent overleden Teun Koolhaas was het ontwerpen van deze woonomgeving een verwezenlijking van een ideaal. Hij zei: ‘Vroeger trok de adel de stad uit, stichtte landgoederen. En nu krijgen wij (… als landschapsarchitecten) de kans om een landgoed voor een kwart miljoen mensen aan te leggen.’

Ik weet als bewoner van Almere dat deze stad de hoogste economische groei van Nederland kent. En welke andere stad heeft 42 kilometer kustzone en 32 stadsstrandjes. Het aantal hoger opgeleiden is Almere is sterker gegroeid dan in andere steden. Wat Almere kenmerkt is een ongekende ambitie om de stad van de zeebodem op te bouwen tot een volwassen, unieke en fijne stad. Almere en ook de andere steden in de polder volgen slechts een andere route dan hoogleraar Marlet voor hogen heeft.

De afgelopen decennia hebben groene kennisinstellingen zich gevestigd in de polder. Agrarische hogescholen en andere instituten. Met de groei van de wereldbevolking en stijgende voedselprijzen, kan Nederland zich prijzen zoveel agrarische ruimte te hebben. Maar ook ruimte voor migratie, en experimenten.

Flevoland krijgt de wereldtentoonstelling de Floriade. Met als titel ‘Growing Green Cities’. Ik geloof in dat project. Het idee van de compacte tuinstad zou inspiratie moeten zijn voor de rest van de wereld. In 1898 definieerde de beroemde socioloog Ebenezer Howard het ideaal van de Garden City. Een soort Yin Yang tussen stad en land: ‘Town and country must be married, and out of this joyous union will spring an new hope, a new life, a new civilization.’ Met dit verhaal ben ik het eens. Met nog wat meer functiemenging en stedelijke chaos in de trant van de filosofie van Jane Jacobs toevoegen – dan ben ik volmaakt gelukkig in Flevoland. Punt.

Marcel Kolder, Kanteldenker van beroep