Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Flevoland. Een oceaan van kansen.


Zuidelijk Flevoland, de blauwe oceaan van Nederland

De jongste polder Flevoland is letterlijk gemaakt en ontworpen om te produceren. Sinds de eerste akkerbouwers en tuinders zich in deze polder vestigden, ruim een halve eeuw geleden, hebben deze sectoren zich ruim ontwikkeld. Het nieuwe land onderscheidt zich duidelijk van het oude land.De overmaat aan ruimte, de bodemkwaliteit en de waterhuishouding is subliem ontworpen. Flevoland wordt in het buitenland de ‘green valley’ van Europa genoemd.Als polderverzamelaar toon ik graag, naast een bot van een dwergnijlpaard, een dier dat 10.000 jaar geleden tussen onze meanderende Eem leefde, een van mijn dierbaarste polderbezittingen; het boek ‘De economische beteekenis van de drooglegging der Zuiderzee’ uit 1901. Daarin staat: ‘De Twaalfde Provincie geeft het land kracht, het Volk brood, dat is de Vrucht van de Onderneming. De onderneming moet een zaak des Volks zijn, ze moet een ‘national cry’ worden, gerealiseerd door eene Krachtige Regering, gesteund door den wil eener wakkere, van eigen kracht bewuste Natie. Niet om te moraliseren maar om de urgentie van het droogleggen te beantwoorden.’De polderhoofdstad werd Lelystad. Een hommage aan ingenieur Cornelis Lely die de eeuwenoude droogleggingsideeën werkelijkheid maakte. Almere werd door zijn ligging en woonuitvalbasis tegen de wens van de bestuurders van weleer en tegen de verwachtingen in de grootste stad. Ze is nu al de zesde stad van Nederland met ongeveer 200.000 inwoners. Ongeveer de helft van het aantal inwoners van Flevoland.

Kritiek op Flevoland

Soms lijkt het of Nederland zich geen raad weet met de jongste provincie. Terwijl de maakbaarheid van het jonge land en de jongste steden van Europa zo fascinerend is. Na ruim een halve eeuw produceren voor Nederland, en niet alleen agrarisch, maar ook tienduizenden woningen voor een prettige prijs, hebben veel mensen kritiek op het jonge land en haar steden. Volgens hoogleraar dr. Gerard Marlet is Almere bijvoorbeeld een geografische Blunder. Almere ligt te ver weg van Amsterdam om te profiteren van haar aantrekkelijkheid en heeft zelf te weinig te bieden aan de creatieve klasse en aan de hogere klasse.

Wetenschappers als Marlet kijken vanuit het paradigma van het oude land, de oude stad. Wat niet voldoet, scoort laag op de ‘lijstjes’ van relatief succes. Marlet leeft met het idee dat je nieuw land en nieuwe steden ergens mee kan vergelijken. Hij ziet slechts het gebrek aan oude panden, oude structuren, gebrek aan gevestigde cultuur en oude bewezen structuren. Daarmee gaat hij voorbij aan de kwaliteiten van de onvergelijkbare ruimtelijke groene omgeving en de suburbane stad in Flevoland. Flevoland heeft in verhouding de meeste natuur en bossen. De Oostvaarderplassen op steenworpafstand van Almere en Lelystad zijn een aaneengeschakeld natuurlijkgebied van tientallen kilometers lang met een unieke populatie. Tijdens de vogeltrek bevolken de meest zeldzame dieren het gebied, de vogelaars daargelaten.

Landschapsarchitecten

Steden in Flevoland hebben een hoge kwaliteit van veel groen, water en veel woning voor minder geld. Het waren de Flevolandse landschapsarchitecten die ooit de steden ontwierpen. Dat is iets om trots op te zijn. Voor de recent overleden Teun Koolhaas was het ontwerpen van deze woonomgeving een verwezenlijking van een ideaal. Hij zei: ‘Vroeger trok de adel de stad uit, stichtte landgoederen. En nu krijgen wij (… als landschapsarchitecten) de kans om een landgoed voor een kwart miljoen mensen aan te leggen.’

Ik weet als bewoner van Almere dat deze stad de hoogste economische groei van Nederland kent. En welke andere stad heeft 42 kilometer kustzone en 32 stadsstrandjes. Het aantal hoger opgeleiden is Almere is sterker gegroeid dan in andere steden. Wat Almere kenmerkt is een ongekende ambitie om de stad van de zeebodem op te bouwen tot een volwassen, unieke en fijne stad. Almere en ook de andere steden in de polder volgen slechts een andere route dan hoogleraar Marlet voor hogen heeft.

De afgelopen decennia hebben groene kennisinstellingen zich gevestigd in de polder. Agrarische hogescholen en andere instituten. Met de groei van de wereldbevolking en stijgende voedselprijzen, kan Nederland zich prijzen zoveel agrarische ruimte te hebben. Maar ook ruimte voor migratie, en experimenten.

Flevoland krijgt de wereldtentoonstelling de Floriade. Met als titel ‘Growing Green Cities’. Ik geloof in dat project. Het idee van de compacte tuinstad zou inspiratie moeten zijn voor de rest van de wereld. In 1898 definieerde de beroemde socioloog Ebenezer Howard het ideaal van de Garden City. Een soort Yin Yang tussen stad en land: ‘Town and country must be married, and out of this joyous union will spring an new hope, a new life, a new civilization.’ Met dit verhaal ben ik het eens. Met nog wat meer functiemenging en stedelijke chaos in de trant van de filosofie van Jane Jacobs toevoegen – dan ben ik volmaakt gelukkig in Flevoland. Punt.

Marcel Kolder, Kanteldenker van beroep

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Beste Jesse,


IMG_5162

Eh. Jesse.

Ik begin wat te twijfelen aan de oprechtheid van jouw mailbericht over Zihni. Welke communicatieprofessional heeft je hierbij geholpen vraag ik me dan af?

Mijn twijfel? Ik weet niet waar dat precies aan ligt. Wellicht omdat er vooral wordt gewezen naar de ander en niet naar jezelf. En dat deze onmin juist na de verkiezingen boven water komt. Precies één dag na het uitreiken van de prachtige petitie over het leenstelsel voor studenten. Mijn zoon is Zihni ontzettend dankbaar.

Dwarsliggen voor een leenstelsel dat niet naar behoren werkt. Een goede actie, waar Zihni juist voor vocht en ik begrijp nu, ook tegen de partijdiscipline en waar hij nu blijkbaar op wordt afgerekend als dwarsdenker.

Jouw verklaring stemt me ontevreden en creëert nu meer wantrouwen dan vertrouwen. Dit gebeurde wel vaker in de politiek, echter viel dat bij GroenLinks in een aantal gevallen nog te begrijpen en uit te leggen.

De inzet van de petitie lijkt me nu een soort damagecontrol dan dat het gekomen is uit het hart van GroenLinks. Want al jaren is hier binnen de partij al discussie over.

Weet je Jesse. Op de man spelen is niet mijn ding. Maar omdat jij dit ’en public’ doet, doe ik dat nu ook. Hoop wel op een beter verhaal later deze week dan de ‘karaktermoord’ die nu is gepleegd op Zihni in het berichtje dat je alle GroenLinks-leden zojuist hebt gestuurd.

Een tip voor de volgende keer, de fundamenten van vertrouwen: wees in je boodschap eerlijk, feitelijk, verifieerbaar, transparant, tijdig en begrijpelijk.

By the way, ik heb op Zihni gestemd de laatste keer. Een creatieve dwarsdenker. Blijf ze omarmen. Hou ze vast. Je wordt er zelf namelijk beter van.

De poster kun je bij mijn communicatiebureau http://www.draoidh.nl ophalen. Ik leg er eentje voor je klaar.

Met vriendelijke groet

Marcel Kolder

P.S. Met pijn in mijn hart verleng ik mijn lidmaatschap van GroenLinks niet meer.*

* Dit blog schreef ik dinsdagavond vlak na de mail van Jesse aan mij. Heb hem dit ook geschreven. Die boodschap van Jesse over Zihni heeft mij een besluit doen nemen over mijn lidmaatschap van GroenLinks. Ik wens geen onderdeel te zijn van een partij waar op de man wordt gespeeld. Van die politiek keer ik mij af. Verder blijf ik DWARS, GroenLinkse Jongeren van harte financieel steunen en ontvang ik met plezier het wetenschappelijk blad van Bureau De Helling .

IMG_6122.jpg


Beste Marcel,

Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen: ik heb slecht nieuws. Zihni Özdil vertrekt uit de fractie. Vanavond is de gehele Tweede Kamerfractie tot de conclusie gekomen dat er sprake is van een niet meer te herstellen vertrouwensbreuk tussen Zihni en de fractie.

Er is iets grondig misgegaan en dat vinden we enorm spijtig. Zihni is een creatief denker, iemand met veel talent, maar als Kamerlid kwam hij in de knoop. We hebben ons uiterste best gedaan hem te ondersteunen en voor de fractie te behouden. Dat is niet gelukt en daar balen wij van.

Ik snap dat dit bericht jullie rauw op het dak valt. We hebben lang geprobeerd met Zihni afspraken te maken over verbetering van zijn functioneren. Vanavond hebben we als fractie de conclusie moeten trekken dat het zo gaat niet langer gaat.

Zihni neemt afscheid van de fractie en heeft aangegeven dat zijn zetel aan GroenLinks behoort.

Ik wil benadrukken dat er niet een inhoudelijk meningsverschil speelde. We hebben lang geprobeerd met Zihni afspraken te maken over het verbeteren van zijn functioneren. Maar hij bleef afspraken keer op keer schenden, schond de onderlinge vertrouwelijkheid en vertoonde ontoelaatbaar gedrag waardoor collega’s zich niet meer veilig voelden. Deze week bleek dat Zihni heimelijk een intern gesprek met een collega heeft opgenomen.

Iedereen binnen GroenLinks staat het vrij een discussie te openen of een afwijkend standpunt in te nemen. Maar aan het eind van de dag werken we als fractie als een hecht team. Samen knokken we iedere dag opnieuw keihard voor onze idealen. Daarbij moeten we op elkaar kunnen steunen en elkaar kunnen vertrouwen.

Dit was een pijnlijke avond, maar wij blijven strijdbaar voor onze club en voor onze idealen.

Groet,

Jesse

———–

Reacties:

Blijkbaar mag de ene wel op de man spelen en de ander niet.

En de VAR werd helaas niet geraadpleegd.

Jammer, ik heb een vriend minder.

Ik weet niet wat ik van Zihni moet denken. Maar met de strekking van je brief aan Jesse ben ik het zeker eens; ik schrok van de toon van de brief die Jesse aansloeg. Maar voor het opzeggen van mijn lidmaatschap vind ik het nog te vroeg. Ik hoop namelijk dat jouw brief te denken geeft.

Jammer Marcel Kolder: één, weliswaar grote, fout en de partij deugt niet meer…. . Groenlinks is meer dan haar partijleider.

Zihni is nu juist een type dat politieke verschillen tussen mensen weet weg te nemen en kan verbinden. Het grootste talent van GroenLinks hebben ze keihard de deur gewezen door karaktermoord op hem te plegen.

Ik kan je reactie alleen respecteren, voor mijzelf voel ik meer voor een verantwoording bij het volgende congres.

De kanteling begint als we het huidige systeem negeren en parallel een werkend alternatief neerzetten.

De pot verwijt de ketel Marcel, erg ongenuanceerd.

Mijn idee, ik heb ook opgezegd. Dit gaat te ver.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Een kantelgedachte: ‘Mag er weer een kloof tussen burger en politiek?’


Set van 4 op 29-01-18 om 18.02 (compilatie)

Een beetje kloof tussen burger en politicus is helemaal niet erg. Een land besturen doe je nu eenmaal op hoofdlijnen.

Het scheelt een hoop stress voor de overwerkte politicus door niet meer te snel en overal op in te gaan. Op elk akkefietje, zijspoortje en elke boze burgervraag. Maar natuurlijk is oplettendheid geboden voor de gekozen politici. Het blijft goed als ze wantoestanden opmerken en de grote lijn zien vanuit hun torens. Maar let op, hou je dan wel aan een aantal simpele regels. Zeker als je met een oplossing komt voor, ik zal maar zeggen, de toestand in Groningen rond de aardbevingen of welk andere complexe transitie. Vertel de waarheid, tijdig en begrijpelijk. Moffel geen zaken weg die jouw integriteit in twijfel doet trekken, of waarvan jij denkt dat het onbelangrijk zal zijn. Tot zover mijn eenvoudige tip aan de Haagse bestuurders.

Geen politieke spelletjes

Burgers nemen nemen afstand omdat ze de politieke spelletjes en bedrog zat zijn. Ze voelen dat er wordt gemanipuleerd, en dat beloftes niet worden nagekomen. Burgers willen van nature al eigenlijk helemaal geen politiek en al zeker geen gedoe. Ze willen oplossingen en, als politicus kun je het amper voorstellen, daarbij willen burgers best helpen. Gezamenlijk oplossingen zoeken, maar lukt dat niet … dan doen ze het gewoonweg zonder politiek of overheid. Dat zie je bij het ontstaan van broodfondsen en coöperaties.

Oogkleppen

Natuurlijk. Het is in deze tijd dat burgers allang zelf maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Je ziet het overal. Van energiecoöperaties tot ouderinitiatieven rondom zorg.

Een kantelgedachte voor de overheid. Laat los. Ga eens op flinke afstand staan en kijk hoe prachtig slimme burgers mooie stadse projecten voor elkaar krijgen. Blijf maar eens een tijdje in de eigen achterkamertjes. Afstand creëren tussen politiek en burger. Lijkt me prachtig. Maar de oogkleppen zou ik dan eerder aan de burger schenken.

“Cities have the capability of providing something for everybody, only because, and only when, they are created by everybody.”

Jane Jacobs

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Ik geloof in chaotische steden, net als Jane Jacobs


De starre regelgeving en de macht van projectontwikkelaars zorgde ervoor dat in de jaren na de oorlog de stadsontwikkelaars functiemenging verafschuwde. Daarmee bedoel ik het mengen van wonen, werken, winkelen en recreëren. Het moest allemaal strak, gescheiden en modernistisch. Met als voorbeeld de Franse voorsteden en de troosteloze Bijlmermeer. De banlieues van nu.

Levendige stadsbuurten worden nog steeds bedreigd door planners die geïnspireerd zijn door stedenbouwkundige Ebenezer Howard en Le Corbusier, die functies van wonen, werken en verkeer zoveel mogelijk wilden scheiden. De visieloze jaren ‘70/’80 en de crisis erna heeft tot schrik van veel inwoners meer koude monotone stadsplanning opgeleverd dan gewenst met enkel ruimte voor ‘goedkope’ woonblokken, recht-toe-recht-aan straten met monotoon voortuinterreur en trieste kantorenparken.

In mijn vindtocht naar ingrediënten voor ‘place making’ (het maken van fijne stadse plekken) en voor mijn project ‘De Gelukkige stad’ is functiemenging bijna een magisch woord. ‘Intricate mingling of different uses of places is not a form of chaos’, zegt Jane Jacobs (1961, grondlegster van dit denken en schrijfster van ‘The Death and Life of Great American Cities’), maar een hoog ontwikkelde vorm van ordening. ‘Mingling’ op het gebied van wonen, werken, winkelen en recreëren zorgt voor levendiger plekken in de stad, voor een veiliger omgeving, en meer sociaal toezicht en duurzamer ruimtegebruik.

In oude centra van dorpen en steden is functiemenging simpelweg organisch gegroeid en veelal succesvol. Het zijn gebieden die niet planmatig tot stand zijn gekomen. Je ziet een liefdevolle aaneenschakeling van functies die kloppen. Een volwassen functiemenging dus. Het oer van de stad.

De monogame stad verpaupert snel

Ik woon in een new town aan het IJsselmeer waar bijna alle functies zijn gescheiden. Ebenezer Howard wordt tot de dag van vandaag geprezen door de stadsmakers. Deze stedenbouwers zijn nog steeds zeer modernistisch van opvatting over scheiding van wonen, werken en beleven. De nieuwstad heeft vijf woonkernen (ze noemen het polynucleair), zonder warme onderlinge verbinding en met een schaalgrootte die niet past bij een stadse belevenis of zelfs dorpse belevenis. Het voelt als een mislukte tuinstad. Een gedachte-oefening die niet heeft gewerkt. Er is een uiteraard een stadshart met voldoende monolieten van top-architecten die als stedebouwkundige erecties de aandacht vragen. En bekijk je ze als losstaand object best wel aardig. Dagelijks komen er nog Japanners fotograferen. Op dezelfde wijze als ze dezelfde hoogstandjes, vaak van dezelfde mensen in Düsseldorf op de digitale fotokaart vastleggen. Selfietowns noem ik ze. Met gemaakte ikonen, die eigenlijk geen ikonen meer zijn. Gekochte zelfbeelden van een gemaakte identiteit.

 Selfietowns noem ik ze. Die stadscentra zonder hart.

myth-1

In mijn woonstad is de functiescheiding tot in het extreme doorgevoerd. Er is een geavanceerd wegenstelsel bestaande uit gescheiden fietsroutes, gescheiden busroutes, gescheiden autowegen en zelfs voor het afval een ondergronds gescheiden routering. Als een soort superstofzuiger met kilometers lange buizen wordt het afval automatisch naar de ‘Stofzuigerzak’ gedirigeert. Een groot gebouw naast het stadscentrum, een nieuwstadse opgeruimde tuinstad-uitvinding.

Al deze functiescheidingen zorgen ervoor dat toevallig stadse (of dorpse) ontmoetingen veelal uitblijven. En in een forensenstad is dat dubbel de dood in de pot (dubbelsaai). En als je elkaar ontmoet vind je in de plinten van de polygone kernen geen of veel te weinig uitspanningen om een goed gesprek te voeren. Een monogame stad met een opeenstapeling van monoculturen met weinig cohesie. We hebben ook de meeste (echt)scheidingen in Nederland, begreep ik van een ambtenaar.

“…that the sight of people attracts still other people, is something that city planners and city architectural designers seem to find incomprehensible. They operate on the premise that city people seek the sight of emptiness, obvious order and quiet.”

Jane Jacobs

Ik verlang naar een polyamorfe stad in plaats iets polynucleairs 

Buurten worden achterstandswijken als mensen hun verbinding met de stad verliezen en zich geen onderdeel meer voelen van hun gemeenschap, hun dorp, hun stad. Ze zijn niet meer trots op hun wijk, hun park. Terwijl dat zo makkelijk te voorkomen is door wat banken neer te zetten, een kiosk waar mensen kunnen samenkomen of een stadsmoestuin. En die verbetering moet eigenlijk helemaal niet door de gemeente worden uitgevoerd. Maar door de bewoners zelf. Niet door geld in de wijk te pompen. Maar de inzet van de inwoners, door de wijkbewoners zelf.

We worden vaak verteld dat de ‘gewone man’ geen kracht heeft om de wijk naar een volgend niveau te brengen. Maar breng ze maar eens samen, laat ze maar eens praten over wat ze anders in de wijk willen. Dan worden het net Rotterdammers. Met opgestroopte mouwen wordt de klus geklaard. Onder eigen regie en autonomie.

“Cities have the capability of providing something for everybody, only because, and only when, they are created by everybody.”

Jane Jacobs

De gelukkige stad

Als liefhebber van de ideeën van Jane Jacobs (1961), een van de meest invloedrijke denkers over stedelijke ontwikkeling, snap ik niet dat we in Nederland ons hebben laten leiden door de monotonie van stedebouwkundige ontwikkeling. Vierkant denken inplaats van rond, zei ik weleens in een college op een cultureel café in Almere. Een vierkant plein doet andere dingen met bezoekers (we hebben zo een saai vierkant marktplein en stadhuisplein) dat een rond plein. Onze haven is rond. En de gezelligheid torent daar omhoog.

In cirkels denken inplaats van vierkante, zei ik weleens in een college op een cultureel café in Almere.

Jane Jacobs ziet de stad als ecosysteem, met dynamische levende materie.Als geen ander geloofde ze dat stedelijke elementen pas tot hun recht komen als ze gemixt zijn. Organisch, spontaan en onopgeruimd. Untidy, zoals ze zelf stelt. De ‘intermingling’ van stedelijke gebruikers zijn cruciaal voor economische en urbane ontwikkeling. Een hoge densiteit van functiemenging zoals je ziet in oude organisch gegroeide steden is haar ideaalbeeld. Anders dan de modernisten die denken in groot en efficiënt, kiest zij voor een model waar je lokaal kleine bedrijven ondersteunt en de creatieve impulsen van stedelijke entrepreneurs omarmt. Misschien wel een beetje polyamoreus.

Nothing could be less true. The presences of great numbers of people gathered together in cities should not only be frankly accepted as a physical fact – they should also be enjoyed as an asset and their presence celebrated.”

Jane Jacobs

Oude ideeën kunnen nieuwe gebouwen gebruiken, zegt Jane Jacobs in haar boek uit 1961. Laten we die dan samen met inwoners ontwerpen.

Old ideas can sometimes use new buildings.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Parkeren met een handicap: regels zijn in elke stad anders


Ik kreeg de mogelijkheid om een interview te geven aan het Parool. Journalist David Hielkema van het Parool tekende het op
<>
Gehandicapt en spontaan een dagje met de auto naar Amsterdam? Dat betekent veel administratieve rompslomp. ‘Het voelt als straf. Alsof we boeven zijn.’

Naar weinig dingen kijkt Mayim Kolder zo erg uit als naar haar rolstoelhockey. Elke zaterdag weer in Amsterdam-Noord. Vanuit Almere brengen haar ouders haar elke week, waarna ze daarna vaak nog de stad ingaan. “Museum, bioscoop of naar de familie,” zegt vader Marcel Kolder.

Door de meervoudige handicap van Mayim heeft ze een gehandicaptenparkeerkaart toegekend gekregen. Zij mag parkeren op plekken die dicht bij haar bestemming liggen. Vaak, zeker in drukke gebieden, zijn hier speciale gehandicaptenparkeerplaatsen voor gereserveerd.

Gemeenten in Nederland stellen hun eigen regels vast voor wat wel en niet mag met een gehandicaptenkaart. Soms is het parkeren gratis, soms geldt een tijdslimiet en soms mag op de stoep worden geparkeerd.

“Elke keer moeten we opnieuw kijken wat het parkeerbeleid van een gemeente is,” zegt Marcel. Eén regel is wel landelijk vastgelegd: iedereen met een gehandicaptenparkeerkaart mag gratis parkeren op een invalidenplek.

Alle ad­mi­ni­stra­tie­ve rompslomp voor mijn dochter? Zo’n 200 uur per jaar

Marcel Kolder, vader van Mayim (20)

In Amsterdam moet iemand zich daar wel eerst apart via een registratiesysteem voor aanmelden. Dit is in 2011 besloten, nadat de kaart veelvuldig uit auto’s werd gestolen en de fraude steeds groter werd. De kaart ligt nu niet meer onder de ruit, maar wordt digitaal via het kenteken gescand.

Nieuwe regels
Per 1 maart zijn daar nog eens nieuwe regels bijgekomen. Gehandicapte bezoekers krijgen een parkeervergunning met ‘vast kenteken’ of ‘wisselend kenteken’. Vast kenteken betekent dat de kaart op één auto geregistreerd staat. Dat kan alleen als de houder ook de bestuurder is. Maar voor Mayim, die zelf geen auto op haar naam heeft, geldt de wisselende variant. Bij elk bezoek aan Amsterdam moet zij zich apart telefonisch of online aanmelden.

“Het voelt als straf. Alsof we boeven zijn die zich elke keer moeten melden,” zegt Marcel. “De ambtenaar die dit bedacht heeft is niet kwaadwillend, maar het zijn nog meer regels.” Hij doelt op de ‘200 uur per jaar’ die hij al kwijt is aan ‘administratieve rompslomp’ rondom zijn dochter. “Uren die ik ook kan besteden aan de zorg of ons sociale leven. We moeten af en toe naar het ziekenhuis, de VU of het AMC. Als we daar blijven slapen, moeten we ons de volgende dag weer registreren. Elke 24 uur,” gaat Marcel verder. De ‘spontaniteit’ gaat ervan af en het voelt het alsof de gemeente meekijkt.

Kiezen tussen twee kwaden
Het tegengaan van fraude is de voornaamste reden, bevestigt de woordvoerder van wethouder Sharon Dijksma (PvdA, Verkeer en Vervoer). De gemeente laat ook weten dat het opslaan van de gegevens niet in strijd is met de privacywet, omdat het in lijn is met de Gemeentewet en het gemeentelijk parkeerbeleid.

“Het is kiezen tussen twee kwaden,” zegt beleidsmedewerker Cliëntenbelang Amsterdam Bart Weggeman (49). “Het voorkomt wat fraude. Maar voor veel mensen levert het gedoe op. Het zou goed zijn als het wisselende kenteken alsnog gekoppeld kan worden aan een auto waardoor ze zich niet elke keer moeten aanmelden.”

Volgens Weggeman ligt het probleem buiten Amsterdam. “Eigenlijk zou elke Europese gehandicaptenparkeerkaart gedigitaliseerd moeten worden, waardoor het in heel Nederland gelijk wordt. Dan verdwijnen ook alle illegale kaarten en kan er kritisch gekeken worden naar elke kaarthouder.”

Voor Marcel zit er weinig op: elke keer als ze naar Amsterdam komen, zullen ze zich moeten aanmelden. “Mayim gaat met zoveel plezier naar hockey. Zelfs als we ons honderd keer per jaar moeten aanmelden, doen we dat natuurlijk. Het is alleen weer extra gedoe.”

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Engelen komen via social media


IMG_4205We hebben met onze dochter de polikliniek vaak bezocht deze maanden. Mayim, onze dochter, die al zoveel struikelblokken en hinderpalen in haar leven heeft, stoeit met veel epileptische aanvallen en een opvallend gebrek aan rode bloedplaatjes. We hebben met zijn allen vertrouwen in een goede behandeling, maar toch, die vermoeidheid sluipt dan ook ons mantelzorgleven binnen. We worden als gezin wat stiller op social media. Een van de redenen dat ik wat minder blog.

Aan de andere kant vindt Mayim het nog steeds prachtig om elk weekend met haar vader naar e-hockey te gaan in Amsterdam-Noord. Ze gaat met plezier naar haar ‘werk’ in het dierentuintje in ons Almere en houdt van musea en exposities. Laatst reed ik samen met Mayim met onze aangepaste bus naar een wel heel wonderlijke expositie over ‘dis-ability’. De organisatie had haar best gedaan om de doorgaans ontoegankelijke broedplaats Lely in Amsterdam-West zo toegankelijk mogelijk te maken. Hele rolstoelstellages waren er aangelegd. Er was geen personenlift. Gelukkig paste ze op de millimeter in de kleine goederenlift (verboden voor personen). Het was een high-tech expositie over uitvindingen om struikelblokken en hinderpalen bij beperkingen weg te nemen. Als een moderne Da Vinci rolden we langs de attributen. Een bril voor blinden. Een waarmee je kon voelen of iemand boos keek of glimlachte. Een apparaat waarmee je braille kon lezen zonder te voelen. Een plek waar je muziek kon luisteren door op een futuristisch ogende watersofa te gaan liggen dat meetrilde.

Op de terugweg van het uitje – in onze ‘low-tech’ aangepaste bus – kwamen we hard in aanvaring met een andere auto. Veel blik- en verdere schade, wij gelukkig heel. De reparatie zal vier weken in beslag nemen. Wat een gemis. E-hockey is uiteraard bereikbaar met openbaar vervoer, maar kost meer dan drie uur reizen. Mayim’s werk kost meer dan twee uur reizen, terwijl het hemelsbreed nog geen tien kilometer is. Gelukkig is de polikliniek op loopafstand.

Gefrustreerd twitterde ik over de botsing. Over het gemis aan vrijheid als je niet meer onbezorgd in je eigen bus kunt stappen. Tegelijkertijd begreep ik meer dan anders de frustratie van velen zonder eigen vervoer en de beperkingen van onze maatschappij.

Binnen een half uur na mijn tweet reageerde Jeroen uit Breda: ‘Volgende week dinsdag kom ik je wel onze aangepaste bus brengen, dan ben ik in de buurt, en kan Mayim weer meedoen met van alles.’

Engelen bestaan dus, ook op social media. Het zijn mensen die andere mensen met een hulpvraag zomaar helpen. Zonder iets terug te verlangen. Vandaag reed ik in de leenbus met Mayim naar rolstoelhockey. Ze had het gelukkig maar een keertje hoeven overslaan. En keepte weer even fanatiek als vanouds. Komende week gaan we samen naar haar dierentuintje. Haar leven met de vrijheid van een aangepaste bus is bijna volmaakt.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Koopkracht


Met het woord koopkracht is iets geks aan de hand. Er is met dat begrip een foute connotatie ontstaan in in relatie met ons financiële systeem. Alsof verbetering van inkomen direct gerelateerd zou zijn aan meer kunnen of zelfs moeten consumeren.

Die relatie met consumeren worden door het CBS en het kabinet in stand gehouden. Door die ‘meetlat’ aan consumeren te koppelen ontstaan in mijn opinie sneller ontevreden burgers als het om weinig koopkracht gaat. Want 1,3 procent meer koopkracht is natuurlijk voor velen peanuts (een paar tientjes). Schijngroei dus. Zeker als het bij alle andere welzijnsindicatoren minder gaat.

Ik zou liever onderwerpen als verbeteringen in onze maatschappij benoemen. 10 procent meer huizen gerepareerd in Groningen dan vorig jaar bijvoorbeeld. Of meer tijd voor de kinderen in de klas. Geen files en goede treinverbindingen. Dat is echte groei.

Het woord koopkracht is een woord uit oud economisch rupsje-nooit-genoeg denken. Zullen we een ander woord invoeren? Wat dacht je van een maatschappelijke veerkracht index.

De MVi. Perfect passend bij het streven naar een fijne wereld voor iedereen. Ik leef zoveel liever in een veerkrachtige maatschappij, met springplanken en vangnetten. Met meer kansen en meer liefde.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Saai Zuid


Ik vond een tekstje uit mijn tienertijd. Naast een stapel gedichten en schrijfsel die ik in de schoolkrant schreef van het Lyceum. Ik denk dat ik een jaar of 14 was. Het was, denk ik, een schrijfopdracht voor het vak Nederlands. Uit 1972. Ik typte het zojuist over van een handgeschreven velletje papier.

IMG_2890

Amsterdam Zuid

De deur achter je dicht. Een tape van de Beatles op. En dan je huiswerk voorbereiden. Daar zit je dan, op je zolderkamer van drie bij drie. Vorige jaar mocht ik naar boven, naar dat bergkamertje, want onze verdieping werd te klein.

Mijn ouders en broertjes wonen op twee hoog. De natte sneeuw klettert tegen mijn raampje dat uitkijkt op de lange brede straat. Het deert me niet, omdat het elektrische kacheltje vlak naast me staat, gericht op mijn voeten.

Ik besef me dat ik een van de weinigen scholieren ben die kunnen werken aan school zonder lawaai en gedoe om zich heen, serieus, als ik al mijn vrienden hoor.

Je zult maar op een bijzettafeltje in de huiskamer moeten werken. Met naast je een uit het Parool hardop lezende vader, op shopafstand in dezelfde kamer je jongste zusje die Toppop aan heeft staan. Met van die schreeuwerige filmpjes van popgroepen die niet werkelijk zongen maar nazongen wat ze op de studio tape hoorde. Ondertussen de rest van de familie aan de eettafel naast de keuken, en die elkaar in de haren vliegen als ware het een spelletje mens-erger-je-niet.

Ik heb zojuist dus vastgesteld hoe gelukkig ik ben met deze situatie, in mijn doodstille zolderkamertje in Amsterdam Zuid. Wat kan ik over de buurt zeggen? Er zijn weinig buurthuizen, het is een stoffige en duffe, saaie buurt. Er wonen bijna geen kinderen, alleen bergen oude van dagen.

Elk gebouw stamt hier uit de tijd van de glorie van voor de tweede wereldoorlog. Ook mijn buren stammen uit die tijd. Zij wonen in hun gigantische huizen aan de Goudkust en het Minervaplein. Zij vergaan langzaam in hun eigen kolossaliteit. Ik zie een kind uit mijn raam op straat spelen. En ik weet dat hij hier niet woont. Hij is op visite bij zijn oma. Hij zal wel naar buiten zijn gestuurd door zijn ouders, van … ga maar buiten spelen in de sneeuw, oma wordt onrustig van je. Hij zal wel denken, bah natte sneeuw.

In de verte zie ik de bekende oude mannetjes lopen, voorzichtig stap voor stap over de gladheid van sneeuw en stoep. Ze hebben lange baarden en vlechten in hun haar. Verderop zie ik een student met zijn vriendin naar zijn eigen zolderkamertje klimmen via het portiek en stenen trappen achter de openingen in de muur van het gebouw. Soms zwaaien we naar elkaar. Ik heb nog geen vriendin. Verder zie ik in de sneeuw gele vlekken en kleine hondendrolletjes naast de reusachtige platanen in mijn straat. Ja … de sfeer is vergeeld in deze buurt. Alsof een schilder een soort oker heeft laten sneeuwen over de stoepen van de stad. In mijn kamertje van drie bij drie meter gooi ik me maar op mijn huiswerk, met het geluid van Yellow Submarine door de boxen van mijn Grundig recorder.

 

 

 

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Klimaatspijbelaars bestaan niet


IMG_3097

Klimaatspijbelaars bestaan niet. Mag ik dat uitleggen? Klimaatspijbelen is het politieke frame om jongeren in een negatief daglicht te zetten. Spijbelen kent in de systeemwereld enkel negatieve connotaties. Gelukkig kantelt de term klimaatspijbelaar nu naar klimaatjongere (youth4climate). Klimaatspijbelaar wordt in mijn ogen een geuzennaam en staat garant voor de disruptieve burger van de toekomst.

Deze inleiding brengt me naar de bijeenkomst ‘Burgermacht en Burgerkracht’ afgelopen week in het Veiligheidsmuseum PIT in Almere. Ik zocht hiervoor een aantal prominente sprekers bij elkaar, waaronder dr. Steven de Waal. Zijn taak was de veranderende wereld van de communicatie tegen het licht te houden van burgermacht en politieke onmacht om met disruptieve bewegingen om te gaan. De zaal zat vol communicatiespecialisten en voorlichters in dit speelveld van verwarring. Want niets lijkt tegenwoordig nog tastbaar, voorspelbaar, controleerbaar of maakbaar. De politiek blijft polderen, hevig op zoek naar andere how-to’s, en de wijze adviseurs naar nieuwe overlevingstechnieken.

Mark Rutte tweette op 8 februari naar de klimaatspijbelaars: ‘Ik sta, als jullie dat willen, met Eric Wiebes, altijd open voor een gesprek. Wel buiten schooltijd ;-). Klimaatverandering raakt ons allemaal, maar de jongere generaties krijgen te maken met de gevolgen. Uitnodiging volgt’.

IMG_3149

Wat is er aan de hand? Vier aspecten vertelt Steven de Waal.

  • er is een fundamenteel nieuw medialandschap (namelijk dat van de burger als geloofwaardige amateurjournalist). Hij noemt dat de derde civiele revolutie dankzij de digitale technologie en dat disrupteert de huidige zekerheden enorm
  • er is opeens een permanente publieke tribune (die de maatschappij en politiek in de gaten houdt)
  • er is echte burgermacht (polderpaternalisme en burgerparticipatie zijn achterhaald)
  • het bestuur moet naar een nieuw publiek leiderschap toe (en dat kunnen ze niet)
  • zelforganisatie van onderop is makkelijker, sneller en omvattender.

Net als Macron dit met de Gele Hesjes wil, wil Mark Rutte graag met de leiders van de klimaatjongeren praten. Echter Gele Hesjes en klimaatjongeren opereren als een zwerm en zijn niet te vangen. Zwermen zijn niet hetzelfde georganiseerd als de oude systeemwereld (zoals de werkgevers- en werknemersorganisaties). Zwermen hoeven geen leiders. Vogels die naar het warme zuiden vliegen, wisselen vrij onwillekeurig met elkaar de koppositie en zwermen ontspannen in gezamenlijkheid in co-creatie, op een wijze dat hen op dat moment uitkomt, steevast richting hun doel. Als het ware met hun zesde zintuig. Ze sturen op connectie en richting. Zo ook de jongeren. En daarbij komt ook dat zwermende jongeren eigenlijk niet zo van formeel gezag houden. Dat oude-mannen-grapje van Rutte in zijn tweet (Wel buiten schooltijd ;-)), daar hebben ze een broertje dood aan. Ergo:

  • ze hebben een hekel aan paternalisme (Ik zal het jou, onvolwassen kind, nog eens uitleggen waarom je niet mag spijbelen)
  • ze hebben een hekel aan formeel gezag
  • gaan uit van hun eigen waarden en houden niet van deals, uitruil en polderen.

Twee weken later is Greta Thunberg bij Juncker op bezoek. EC-voorzitter Jean-Claude Juncker hoeft maar één ding te doen: vriendelijk naast Greta Thunberg plaatsnemen. Maar in plaats daarvan sneert Juncker : „Ik heb als zestienjarige óók betoogd, maar ik deed dat op zaterdagen en nooit op schooldagen.”

Ergo. De politieke polderaars weten absoluut niet hoe ze moeten omgaan met moderne bewegingen in een wereld die meer digitaal en verbindend is dan de fysieke ooit was. Een wereld met meer waarheden en daardoor meer verwarring voor de oude garde die zich niet meer kan richten op een enkele waarheid, een enkel kanaal, of een enkel systeem.

Een ander voorbeeld van De Waal. Hij kent bijna geen jongvolwassene die kijkt naar de saaie uitzendingen van het NPO uit de Haagse studio alwaar journalisten ondoelmatig urenlang op het Binnenhof hengelen naar kabinetsnieuws en voornamelijk ‘geen commentaar’ te horen krijgen. Tijd en geldverspilling vinden ze. Jongeren wachten wel tot er echt nieuws is via hun eigen kanalen. Eigen kanalen die hun eigen agenda zet, verhulde zaken signaleren, hun mening vormt en direct in hun eigen kring peilt.

In de woorden van De Waal: ‘De burger had al een mening, maar nu praat hij meteen en voor iedereen hoorbaar terug, kan die mening afstemmen met zwermgedrag, kan direct peilen wie en hoeveel men het met die mening eens is en kan meer argumenten krijgen, die ook nog eens sterker zijn.’

Hoe moet dat dan? Een paar tips aan de deelnemers van deze masterclass: ‘Maak je verhaal persoonlijk, want persoonlijkheid telt zwaar bij overtuigingen. Wees consistent in je persoonlijkheid, en de reden waarom je doet wat je doet. Ga van tekst naar theater. De retoriek en ethiek wint het. Ben ik deugdzaam en te vertrouwen. Kan ik goed uitleggen. Van systeemwereld en technisch management naar leiderschap met passie en lef.’

De Waal sluit af met zijn waardering voor de stijl van Trump en de stijl van Jesse Klaver. Want, zegt hij: ‘Die twee politici hebben het begrepen, het volk wil emotie en geen nuchtere feiten, ze willen verontwaardiging, het delen van zorg. Geef het ze.’

Aan de communicatieadviseurs in de zaal de taak hun bovenbazen op deze taken te wijzen.

Een kort filmpje over deze bijeenkomst die ook ging over Veiligheid en Verwarde personen en de Floriade en Burgerparticipatie:

Burgerkracht en burgermacht

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Woelmuizen


De mensheid lijdt al duizenden jaren aan het rupsjenooitgenoeg-gen, ofwel het ‘Alfamannensyndroom’. Ondanks dit gedrag om steeds meer bezit te willen, steeds rijker te willen worden, steeds meer te eisen van ons ecosysteem, zie ik dat in het reeds ingestorte kapitalistisch systeem, nieuwe systemen ruimte bieden voor oplossingen en overlevingskansen voor onze blauwe planeet en vooral onze species en dat die kansen door een bewustzijnshift plots groter en kansrijker wordt. Er is een groeiende meerderheid jonge mensen die de retoriek van moloche klassieke partijen, die het liberaal gedachtegoed willens en wetens misgebruiken voor eigen gewin, verafschuwen en met eigen oplossingen komen.

In het overleven is de mensheid gelukkig niet de enige soort. Dus zullen nieuwe bewegingen de oude wereld kantelen naar een nieuwe toekomst. Een wereld waar circulaire economie en fossielvrije energie mainstream wordt. Hoe de oude wereld van graaiers ook terug probeert te slaan, er is een enorme kanteling gaande. Ik merk dat bij onze kinderen.

Ook van de woelmuizensoort, de lemmingen, is uiteindelijk bewezen dat ze zich niet massaal van een klif storten.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Voor het geluk. Een kerstverhaal.


DSC02280.jpg

MAYIM

Mayim betekent water in het Hebreeuws

‘Mayim,’ hoor ik nog half in slaap mijn broer roepen. ‘Wakker worden, de post bracht een brief uit Terschelling.’ Je moet weten dat ik spastisch ben en als ik ‘s nachts niet bewogen heb, ben ik helemaal stijf en reageer niet zo snel. Dat weet Machiel. Hij maakt me ’s morgens altijd aan het lachen door me in mijn zij te kietelen en dan schokken mijn stijve ledematen alle kanten op. Als ik eenmaal heb bewogen en in mijn rolstoel ben getild gaat het een stuk beter. Machiel is een fijne broer, hij helpt me met allerlei dingen, ook als ik bijvoorbeeld moet eten of drinken.

‘Okay, Machiel, lees voor.’ Ik kan die brief niet zelf openmaken, dus hij doet het voor me. Het is een brief geschreven in statige krulletters, dat zie je niet veel meer.

‘Lieve Mayim. Ik heb het afgelopen jaar jouw tweets gelezen en ik begrijp dat je liefste wens is om zeehondjes los te laten. Nu ken ik iedereen die met zeehonden te maken heeft en … ik heb een verrassing voor je, je mag ze komen loslaten in de meivakantie. Je mag dan samen met je vader, moeder en broer komen logeren in mijn huis op het duin. Lieve groet, Tina.’

‘Oh, Tina, dank je wel. Wat ben jij lief. Ik hou van je,’ roep ik naar de brief. Ik klap mijn handen van plezier. Mijn spastische handen staan altijd iets naar buiten gebogen. Het lijken wel de flappers van een zeehond, denk ik opeens.

De eerste zaterdag van mei reizen we met de hele familie naar Terschelling. Het voorjaarszonnetje schijnt, er waait een straffe wind. We zijn op pad naar de plek waar de zeehonden worden vrijgelaten. Papa duwt mijn rolstoel via een zanderig en kronkelig duinpad naar de zee. Ze noemen dit het Groene Strand, een kuststrook tegenover de zandplaat waar de meeste zeehonden op verblijven. Opeens houdt hij op met duwen.

‘Wat een rotklus,’ zegt hij. ’Ik doe het niet meer, het zand kan van mij een oplawaai krijgen.’

‘Nog een paar honderd meter, even doorzetten,’ moedig ik hem aan. Dat zeggen ze ook wel eens tegen mij, even doorzetten. Hijgend staat hij achter mijn rolstoel, hij heeft net vijfhonderd meter door het zand geploeterd, hij is twee keer gevallen. Zijn shirt is doorweekt met zweet en zit vol zand. We hebben nog een flink stuk te gaan.

‘Misschien ben je wel een beetje te dik pappa,’ zeg ik vals.

‘Hou je mond,’ zegt hij.

‘Luister, ik heb een idee, als je nu eens mijn rolstoel trekt, achterstevoren, met de grote wielen voorop.’ En zo gebeurt het. Daar gaan we weer, op weg om jonge zeehondjes vrij te laten. Ik bedenk, die waggelen en hobbelen straks op dezelfde wijze op hun pootjes, als ik nu in mijn rolstoel. Machiel en mama zijn allang op de plaats van bestemming, ze weten niets van die hele gedoe af met de rolstoel. Lopen is een stuk makkelijker.

‘Die zeehondjes zijn toch weesjes?’ vraag ik pap.

‘Ja, ze worden ook wel huilers genoemd.’

‘Zouden ze zich de zee nog kunnen herinneren?’

‘Ja, klein ding … ‘

‘Ik ben geen klein ding meer.’

‘Okay.’

Iedereen droomt weleens weg, maar bij mij gebeurt dat vaker. Ik kijk naar de vogels in de lucht, naar de zeemeeuwen. Wat een enorme vogels zijn dat en wat een verschil met die kleine steltlopers langs de waterlijn. Ze pikken de hele tijd in het natte zand op zoek naar garnalen of schelpdieren. Papa tikt me aan.

‘He, dromer, we zijn er bijna.’ Hij noemt me vaak zijn kleine dromer, want soms raak ik even een paar minuten verdwaalt in mijn gedachten, dan weet ik niet eens meer waar ik ben, dat hoort bij mijn epilepsie.

Achter de volgende zandduin ligt ons reisdoel, het brede strand waar de zeehonden worden vrijgelaten. De vrachtwagen van de zeehondencrèche komt al aanrijden en nadert de zee tot op vijf meter. De wagen rijdt tot vlak voor ons. Op de aanhanger staan zeven grote kratten, met de namen van de zeehondjes erop. Twee mannen springen uit de auto en tillen de kratten van de aanhanger. We zijn nu zo dichtbij, dat ik tussen de spijlen door de zeehondjes kan zien, ze bewegen heen en weer. Ik zie hun neuzen snuffelen tussen de houten planken, ze ruiken het water, en ik zie hun grote verwonderde ogen. Een van de mannen staat te gebaren naar ons. ‘Kom, kom.’ Op de zijkant van elke kist is met tape een velletje papier met de naam van de dieren geplakt. In de eerste kist zit de dikste zeehond met de naam Strong. Daarna komen de anderen, en tenslotte de laatste zeehond waar het zeehondje Mayim in zit. Ja, die is naar mij vernoemd, dit is gaaf. De kisten worden langs de kustlijn opgesteld. Samen met pappa tilt een van de mannen me uit de rolstoel en zet me bovenop de kist waar het zeehondje Mayim in zit. Ik mag zelf de houten schuif aan de voorkant omhoog doen.

‘Een, twee, drie, hup Mayim, naar de zee.’ En ja hoor, na wat gehobbel door het zand plonst zij het water in, tegelijkertijd doen de mannen samen met Machiel en mama de andere kisten open, daar gaan ze, waggelend naar de branding, kopje onder, en met ze allen zwemmen ze naar de eerste zandplaat voor de kust, hun zeehondeneiland.’

‘Zeehonden zijn veel sneller in het water dan op het strand, zegt papa. ‘De lijfjes van zeehonden zijn gemaakt voor het water.’

‘En mijn lijfje, waar is dat dan voor gemaakt?’ zeg ik.

Het lijkt wel of hij geen antwoord heeft, het blijft stil.

‘Daar moet ik over nadenken,’ zegt hij tenslotte. Mama en Machiel zijn er bij komen staan.

En dan zegt Machiel out of the blue: ‘Voor het geluk.’

…………..

Naschrift voor de lezer: Ik schrijf deze verhalen samen met mijn dochter Mayim. Ze is ernstig meervoudig beperkt en zit in een rolstoel. Het zijn haar ervaringen en belevenissen. Ze vertelt me dit tijdens een soort van interview om de zoveel weken. Dit gaan langzaam en moeizaam vanwege haar handicap. Ik teken dit dan op vanuit haar perspectief. Mayim is de ik-figuur. Over een paar jaar komen deze verhalen in een roman. Voor nu schrijven we in alle rust verder. Elke maand een kort hoofdstuk.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Lotje, een kerstverhaal over bezinning


Speciaal vandaag. Voor een dag van bezinning voor velen, schreef een van de initiatiefnemers van het museaal belevingspark in oprichting, Marcel Kolder, een kort verhaal met een boodschap. Over Lotje die project [LotS] ontdekt deze zomer. Hij maakte er ook een tekening bij. Lots of leesplezier.

‘Mam?’

‘Ja Lotje, wat is er nu weer.’

‘Daar in het park, daar … achter de flat, tussen de bomen, wat is dat? Zullen we er even naar toe lopen?’

‘Ik weet het niet Lotje, een andere keer, kom mee, ik heb haast, we moeten nog boodschappen doen en langs de Bruna voor een pakketje.’

‘Ach toe, laten we kijken, gisteren stond het er niet. Het is echt een raar ding.’

‘Nee Lotje, en ik heb vanavond na tennisles ook nog ouderraad.’

‘Mag ik dan zelf gaan kijken, mam?’

‘Pas je wel op dan?”

‘Ik ben geen klein kind meer. Ik ben elf.’

‘Oké, maar neem wel je mobiel mee, voor als je iets overkomt.’

Lotje rent via de lange haag naar het park. Nu ze dichterbij komt lijkt het voorwerp te leven, het is ook groter dan Lotje eerst dacht. Het heeft de vorm van een schelp, een soort nautilus. Langs randen van het spiraal lichten kleuren verleidelijk op, precies op het ritme van het geluid dat van-binnen-uit komt, alsof het met diepe teugen ademhaalt.

Nieuwsgierig kijkt Lotje door de ronde opening naar binnen. In de ruimte ziet ze een doolhof van kleine kleurige kamers. Ze stapt naar binnen en loopt over een tapijt met voor haar onbegrijpelijk spreuken. Uit de eerste kamer komt het ritmische geluid, maar er is meer, er liggen op de grond cocons van wol, die zachtjes heen en weer bewegen … daar zou ze best in weg willen kruipen, denkt Lotje … weg van al dat gedoe de hele dag. Uit de tweede kamer ontsnapt licht, het lijkt haar te wenken: Kom hier, kom hier, hier is het fijn. Lotje opent de deur en stapt de kamer in. Een dranger sluit de deur achter haar dicht … ze heeft het niet in de gaten. Het is pikkedonker en stil. Doodstil.

‘Psssst,’ hoort Lotje. Plots ruikt ze een zoetige kaneelachtige geur, waar kent ze dat van? Het doet haar denken aan oma’s appeltaart.

‘Psssst.’ Nog een geur. Bah, dat ruikt vies, denkt Lotje, het ruikt naar de grote stad. Verward stapt ze uit de kamer: ‘Wat is hier aan de hand?’

Op de deur van de derde kamer staat met grote neonletters Next Senses. Dat maakt haar nieuwsgierig, daar gaat ze als laatste naar toe, beslist ze, ze kan nog wel een extra zintuig gebruiken. Vooral een die voorkomt dat ze weer in de verkeerde kassa-rij van de supermarkt staat.

In de naastliggende kamer staat een grote aardenwerken kruik omringd door apothekersflesjes in alle formaten. Daarop teksten als geelwortel, ginseng, oerwater en vitamijn. Aan de amfoor zit een goudgekleurd kraantje met daaronder een kristallen glas waarin het elixer druppelt. ‘Drink me’, leest Lotje. ‘Drink me en verbaas je’.

Lotje pakt het glas, zet het aan haar lippen en … ze is zo benieuwd …

Haar mobiel gaat af.

‘Ja, mam. wat is er nu weer.’

Lotje-breed

Als je nog iets kunt missen tijdens deze dagen van bezinning en lijkt je een bezoek aan Lotjes vondst leuk komende zomer? Maak het mee en kijk op:

https://www.voordekunst.nl/projecten/8126-een-schil-voor-labyrinth-of-the-senses-1

 

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Tegenslag voor ons unieke ouderinitiatief


Zetels-in-de-Tweede-Kamer-der-Staten-GeneraalHet projectteam van Nobelhof heeft 6 december gesproken met twee ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor de gronduitgifte in Nobelhorst. De grondprijs is verdubbeld. Uiteraard schrokken we daarvan. We hebben deze week een brief gestuurd naar meerdere leden van de Tweede Kamer en naar het ministerie van VWS.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

De grote chaos show


0_d40d2032-668c-44f8-8beb-551113cf22d9_1024x1024Hoe vis je de juiste communicatieprofessional uit een vijver vol vreemde eenden?

Beste communicatiemanager, HR-manager en crisisbaas. U weet, er vindt een grote deceptie plaats. De oude economie met hun vastgeroeste top-down structuren en communicatiemodellen zit in de winter van haar bestaan. Waar het laatste dozijn woudreuzen (lees communicatiebureaus en overheden) nog inzet op de overleden reputatie-, participatiemodellen en beroepsprofielen van rond het tweede millennium, zie je een nieuwe ploeg professionals een hernieuwde moraal creëren. Die zien in dat de participatieladder sec inzetten als instrument om de plannen van de eigen wethouder in te dekken niet meer werkt. Of weerstand hebben tegen het inzetten van op propaganda lijkende methodieken die ethisch gezien niet meer door de beugel kunnen.

Moraliteit staan nu bovenaan in ons vak

Het moreel leiderschap wordt gelukkig meer en meer omarmd. Niet in het minst aangezwengeld door een variëteit aan ‘querulanten’, klokkenluiders en onderzoeksjournalisten als Eric Smit van Follow the Money en Rob Wijnberg van de Correspondent. Eind jaren zeventig nam Europa de code van Athene aan, een morele code op het terrein van intellectuele, sociale en morele behoeften van de Europees burger en daarbij de inzet van de overheid om transparant, eerlijk, betrouwbaar, tijdig en volledigheid te zijn in de relatie met de burger. Met uiteraard de daarbij horende competenties. Ik merk een revival van deze grondwaarden in het vak en de wil van velen het moreel beter te doen dan de afgelopen 25 jaar.

Leven lang leren zorgt voor professionals die bij de tijdgeest horen

In dit decennium van transitie wordt ons ‘vak’ eindelijk goed opgeschud. Veel burgers zijn misschien niet herkenbaar als gilets jeune, maar ook zij laten zich niet meer afschepen met ‘nep’-verhalen van overheid of bedrijf. Er is ‘disruptief burgerschap’ ontstaan zegt bestuursadviseur Steven de Waal. Een zelfsturende burger die met gemak het kaf van het koren kan scheiden. Hoe? Omdat hij zijn eigen experts en expertise meeneemt (zie noot 1). Communicatieprofessionals hebben tegenwoordig andere verantwoordelijkheden en rollen in vergelijking met een paar jaar geleden. Niet enkel generalistischer, maar ook specifieker. Zoals de opmerkelijke functie van een participatiemanager die ik laatst op een vacature bij een gemeente zag langskomen. Vooral het hebben van unieke vaardigheden, expertise, organisatie-sensitiviteit wordt geprezen. Niet rechtlijnig opereren volgens het boekje, maar de situatie laten bepalen. Het huidig kabinet ziet dat ook en zet qua beleid stevig in op het programma ‘Een leven lang leren’.

Waarderen van de communicatieprofessional

Nu diverse aanpalende branches zich al en masse laten certificeren, zal ook de communicatiesector er niet aan ontkomen zich terdege te vergewissen van welke scholingsinstrumenten bij-de-tijd zijn en welke niet meer. De wildgroei in allerhande bekostigde en onbekostigde opleidingen is langzaam tot staan gebracht. Het is goed om verder te kijken en te zien wat de juiste kerncompetenties zijn in de moderne tijd. Je kunt deze sowieso al toetsen aan recent ontwikkelde branchestandaards in een nieuw communicatieregister (zie https://www.commtop.nl/certificering-communicatiebranche). Welke ZZP’er zal zich niet willen laten bijspijkeren aan de hand van gedegen kwaliteitsmaatstaven om daarna weer aan te sluiten bij de marktvraag. Een leven lang leren is een prachtig systeem waarbij je eigen regie op je carrière kan voeren.

Hoe vind je nu de juiste professional in de vijver met vreemde soorten?

De vijver van communicatiespecialisten bestaat uit honderdduizenden specialisten, die zich verstoppen bij bureaus, eenmansbedrijven, de overheid en het bedrijfsleven. De juiste experts vinden voor een tijdelijke klus of als toekomstige werknemer is nog tijdrovend. Hoe meet je de kwaliteit van deze vaklui? Wie is de beunhaas en wie die ene juiste gekwalificeerde vakvrouw?

De oplossing ligt bij de markt wordt door iedereen geroepen. Dat klopt. Het gaat absoluut over de aansluiting tussen onderwijs, vak en markt. Maar de markt zou zich wel moeten vergewissen wat kwaliteit is van deze vele vreemde eenden in een overvolle vijver. Gelukkig kan de communicatie-, HR-manager en crisisbaas nu in de vacature de branchestandaard vermelden van het register van Stichting Commtop beschikbaar is gemaakt. Zet dit en het niveau dat je wenst onderop in je vacaturetekst, als een soort Intel Inside en verder is het appeltje-eitje. Tenminste, als iedereen het dan maar doet. Toch?

Marcel Kolder is kanteldenker en eigenaar van Draoidh bv – een ander communicatiebureau

Voor meer info: Burgerkracht met Burgermacht.

(https://www.boombestuurskunde.nl/bestuurskunde/catalogus/burgerkracht-met-burgermacht-1)

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Bekende Nederlanders zijn belangrijk bij de transitie naar een inclusieve wereld


Positieve percepties over mensen met een handicap van BN’ers (politici, opinieleiders, artiesten, cabaretiers, wetenschappers, sporters, topmanagers) zorgen voor versnelling in de verandering naar een maatschappij waar mensen met een beperking kunnen meedoen.

VVD.jpgIk geef twee voorbeelden van negatieve percepties. Met als voorbeeld de campagne van de VVD. De VVD is supporter van de werkende Nederlander en verspreidt dit met de ‘Handen uit de mouwen in plaats van hand ophouden’-campagne. Veel arbeidsgehandicapten die niet kunnen werken voelen zich hierdoor tweederangs burgers. Ze zijn afhankelijk van een financiële bijdrage.

Niet alleen politici, ook cabaretiers gaan weleens de fout in. Klik op de link hieronder, en lees hoe het niet moet … .

Zaal loopt leeg bij cabaretier na grap over handicap

Enorme invloed

BN’ers hebben onbewust veel invloed op hoe de gemiddelde Nederlander denkt over iemand met een beperking. Als BN’ers op een waarderende wijze praten over en omgaan met mensen met een beperking versnelt dit de adaptatie van inclusie bij anderen. Om dit te borgen is inclusief leiderschap nodig. In woord en gedrag.

En empathie is meer dan sec geld inzamelen voor ‘invalide’ kinderen, want niet elke persoon met beperking is hulpbehoevend.

Zorg bijvoorbeeld dat kinderen met een beperking kunnen gaan sporten in dezelfde sportclub als waar anderen sporten. Zorg dat het mogelijk is dat mensen in een rolstoel wel goede plaatsen krijgen bij een concert of voorstelling in plaats van in het verdomhoekje worden geduwd. Zorg dat je eens een leuke actieve foto plaats van iemand in een rolstoel in je krant, en niet altijd het geijkte plaatje van een oudere man in een rolstoel uit de jaren vijftig. Dat soort dingen. Dat moet toch niet moeilijk zijn Mark, Twan, Glennis, Micha, Nazneen, Max en Marjan?