De zoektocht van de gelovige naar eeuwige schoonheid in architectuur


Top-10-Iconic-Pieces-of-Architecture-in-LA3
Guggenheim Museum in Bilbao, Spanje
Sommige gebouwen bezitten een allure die zo schoon is, dat je er vol verbijstering en ongeloof naar blijft kijken. Objecten waar je absoluut mee op de foto wil, of die je in ieder geval als miniatuur mee naar huis wil nemen om met je partner liefkozend naar te kijken, pronkend in je trofeeënkast, naast al die andere wonderlijke herinneringen.

Historisch belang van het icoon

Het zijn vaak fameuze historische objecten met een verhaal, die grootstedelijke iconen. Iedereen kent ze: De scheve toren van Pisa en het prachtige Colosseum. Maar er zijn ook iconen van de moderne tijd. De ultramoderne golvende metalen structuren van het Guggenheim in Bilbao en de ronde kurkentrekker van Guggenheim in New York. Ook in deze moderne tijd worden constant ‘wannabee’ ‘iconen’ toegevoegd in grote en kleinere steden. Of ze nu slagen als ‘icoon’ of niet. Waar komt toch die wens vandaan om deze megalieten te scheppen?

Ik doe een poging te ontdekken wanneer een gebouw onderdeel is van de ‘schone kunsten’ en wordt omarmd door het volk als ‘Ikonisch’. Over het historische aspect is de lezer het wel met me eens, maar er is meer. Schoonheid bij architectuur is ook te vinden in de harmonie van het gebouw. De proportie, de geometrie, het materiaal, de context waar het gebouw is ingebed èn het streven naar volmaaktheid. Dit alles moet kloppen. Dat is precies waarom de grootsheid van sommige gebouwen niet van de grond komt. Gebouwen bedacht door stadsbesturen die enkel tot doel hebben wolkenkrabber of ‘skyscrapers’ te zijn in de ‘ratrace’ van groot, groter, grootst. Maar nooit groots zijn.

Door het icoon te ontmoeten ontstaat wederkerigheid

Er is nog iets wat iconisch maakt. En dat is de in de tijd ontstane levendigheid in en rondom deze monumenten. Omgekeerd zou je kunnen stellen dat de juiste iconische architectuur levendigheid en reuring toevoegt aan een stad. Het is blijkbaar wederkerig. Misschien is dat een van de redenen waarom steden toparchitecten vragen om een stadse icoon van allure. Want het klopt, als bezoeker wil je graag bij het icoon zijn, misschien wel horen (gezien de vele selfies die worden geschoten). Horen bij de Eifeltoren, de Sagrada Familia of de Tai Mahal. Je wil het icoon aanraken, in bezit nemen of ondergaan. Soms is dat het object zelf soms vanwege het magnifieke uitzicht op de top, de Eifeltoren, het Platonium in Brussel of de Euromast in Rotterdam. Je voelt je dan even God, bovenop de wereld.

Het is de ‘content’ die het hem doet

Voor een kathedraal, museum of beursgebouw is de inhoud de magneet voor de bezoeker. De kathedraal toont mystiek en mysterie, het museum de unieke collectie, en het beursgebouw, de handel. Het is de drie-eenheid die in geen stad zal ontbreken. In de lijn van de inhoud kan de iconie zijn best doen. Vorm volgt functie. Zoals nu de nijvere handel in de Markthal te Rotterdam, duidelijk ontworpen als ‘commerciële’ triomfboog, en het Rotterdamse Centraal station, met een overweldigende en uitnodigende toegangspoort die verleidt naar de krochten van het stedelijke vervoersmausoleum.

Mystiek toevoegen aan de stad

kunstlinie2
De Almeerse Stadsschouwburg
Een architectonisch Icoon kan zeker de juiste mystiek toevoegen aan een stad. Als ik kijk naarAlmere, de stad waar ik nu woon, is die mystiek te vinden in de sereniteit van de binnenkant van het stadstheater, gebouwd door een jonge Japanse architecte van het bureau Sanaa. Als ik in dat theater ben, denk ik vaak aan de kwaliteiten van de kerk die door Corbusier in Ronchamps in Frankrijk is gebouwd. Een gebouw waar de ingetogenheid van de buitenkant, de binnenkant juist zo mooi maakt. Als een plek waar visioenen kunnen ontstaan, of tenminste een visionair idee.

142-RONCHAMP-the-architecture-of-wonder-and-listening-to-infinity
De kerk van Corbusier in Ronchamps
De kosmos naar de aarde halen

Mag ik stellen dat het ware iconische gebouw het universum aanraakt. Dat kan letterlijk zo zijn bij kathedralen, maar ik voel dat ook bij andere iconen. Het lijkt wel zo dat je via het gebouw, de kosmos ervaart. Het gebouw is dan de handtekening van het goddelijke, door de mens gecreëerd. En het citeert daarmee de mythen en legendes die we al sinds mensenheugenis meedragen. Tenslotte kan het ook een eeuwig leven voor de ontwerper creëren? En wie wil geen fan zijn van het eeuwige leven?

Als er iets goddelijks bestaat dan bestaat er ook een contrair beeld: De lelijkheid. Ook gebouwen kunnen leven op de rand van goed en kwaad. Er is ook veel wrede schoonheid te vinden in de architectuur, gebouwen in disharmonie met de omgeving. Gebouwen die angst aanjagen. Soms om een statement te maken, vaak om denkbeelden te kantelen en te willen vernieuwen. Outsider Architecture, als het ware. Verstoten door de elite.

De rol van lelijkheid in iconische architectuur

Er is immer het gevaar van echte lelijkheid bij nieuw te ontworpen ‘iconen’. Decadentisme en wellustigheid zijn voor architecten als de duivel voor de deuren van het paradijs. Je hoort de slang sissen: Steeds maar hoger, steeds maar ‘gladder’, steeds maar bevalliger (lees commerciëler). En dan ontstaat een gebouw dat de gewone mens zoveel angst inboezemt dat zij aanstoot neemt aan het ‘gedrocht’. Sommige moderne iconen lopen langs de rand van de hel en vallen in ongenade en krijgen met een moderne beeldenstorm te maken. Extravagantisme blijft in onze nuchtere Hollandse cultuur een gevaarlijk spel, terwijl Oezbeken of Turken die grandeur graag omarmen. Ook kan hetzelfde icoon afstoten of aantrekken. Centre Pompidou is zo een voorbeeld, bij sommige Parijzenaren zie je de afschuw op hun gezicht bij het moderne gedrocht, anderen vinden het juist het toppunt van architectonische moed.

Daarnaast blijft altijd de vraag of alle iconische gebouwen voor altijd icoon blijven. Zijn zij voor eeuwig louterend of over honderd jaar gewoon kitsch? Geven ze over 250 jaar nog de juiste prikkels of juist raakt men overprikkeld? Gaan we blijvend van deze gebouwen houden, of blijven ze voor altijd een doorn in het oog totdat sloop volgt? Wordt het simpel andermans lelijkheid en andermans belediging.

De natuur kent geen lelijkheid

Waarom creëren wij als mens soms heel lelijke gebouwen? De natuur kent namelijk geen lelijkheid. Is dat dan juist het unieke van de mens, dat wij en de hemel en de hel kunnen creëren? Misschien hebben lelijke dingen ook een functie? Het lelijke draagt dan bij tot de ordening van wat wij mensen vinden. Tot het besef wat mooi en lelijk is.

Als ik opnieuw een uitstapje maak naar de omgeving van het stadshart van Almere zijn de huizenblokken van een angstaanjagende jaren ’80 allure: Saai en burgerlijk. Naast het architectonisch nieuw en wellicht iconische stadshart ontworpen door het bureau van Rem Koolhaas steekt het jaren ’80 deel af als de martelaar en boeteling van de stad. Het nieuwe stadshart lijkt daarmee onze burgerlijke inborst te willen bevrijden, een hemel op aarde te bieden. Het is niet zomaar op een gecreëerde heuvel of terp gebouwd.

Toch vraag ik me af. Als we dat megalomane en wellicht wel iconische Almeerse stadshart midden in Parijs zetten, doet het dan nog wel zijn iconische ding, zoals dat het doet in mijn slaapstad Almere? Is de context belangrijker dan het gebouw? Is de plek en het gevecht met de omgeving belangrijker dan de wens de hemel aan te raken? En wil de Almeerder zich wel optrekken aan de gruwelen van de moderniteit en het surrealisme dat het stadshart is. Kunnen we als stadsbewoner de positieve kitsch en gecreëerde magie van dit centrum waarderen of blijven het lege skeletten zonder inhoud. Zonder mystiek en magie. Zinderingwekkend. En als we dan toch enige verhevenheid ervaren in de constellatie van gebouwen in het moderne stadshart. Durven we dan als plattelanders de reis te starten van trash via camp, naar wellicht de schone kunsten.

Dat zeker te weten, dat merken we wel we over 125 jaar.

Marcel Kolder, Almeerder en metaforist

 

 

Advertenties

In Almere zuigen ze vogeltjes op


*Onze dochter Mayim is 17 jaar oud en is ernstig gehandicapt. Hieronder een kort stukje uit haar roman, die we samen schrijven (hoofdstuk 12b).

1268606_ZB_01_FB.EPS

Als ze zeggen dat Almere een saaie stad is, dan wordt papa boos. En verder zegt papa: ‘Almere saai? Hoezo? Amstelveen is veel saaier. Almere is nota bene de derde architectuurstad van Nederland na Rotterdam en Amsterdam.’

Ik ontwerp ook wel eens een stad op mijn iPad met het computerspelletje SimCity. Almere is een nieuwe stad en pas dertig jaar geleden ontwikkeld en ze hebben meteen rekening gehouden met rolstoelers. Er zijn geen drempels en er zijn brede stoepen en winkelstraten. Je kunt gewoon met je rolstoel de bus in en ook alle winkels zijn toegankelijk. In Amsterdam, als we in de binnenstad gaan winkelen, staan er altijd van die paaltjes in de weg of er zijn helemaal geen stoepen.

Het stadshart waar de winkelstraten zijn van Almere is nieuw. Het is gebouwd op een heuvel, een enorme Teletubby-heuvel van meer dan tien meter hoog. Je kunt met de lift naar het hoogste punt van de heuvel en dan moeiteloos met je rolstoel naar beneden rijden, langs alle winkelende mensen met zware boodschappentassen. Je kunt natuurlijk ook met de fiets of een skateboard naar beneden, maar als je dat doet krijg je gedonder met de stadswachten. Mijn broer heeft zelfs een bekeuring gekregen toen hij naar beneden racete met zijn fiets. Mij bekeuren ze niet, want rolstoelen mogen op de stoep in het stadshart.

Weet je wat een leuk gebouw is in het centrum van Almere, het Stofzuigergebouw, een geelzwart gebouw dat via dikke ondergrondse leidingen alle openbare vuilnisbakken in het centrum leeg zuigt. Ik vraag me weleens af of ze ook vogeltjes opzuigen die op het randje van de vuilnisbak zitten, dat zal toch niet?

Almere kan aan zijn puberteit ontsnappen door los te laten


AAEAAQAAAAAAAASYAAAAJGMxZDEyMjI1LTc0ZWEtNDExZi1iOWYwLWFmNWNmNzkyNmJmMwAlmere worstelt sinds de ontstaansgeschiedenis in 1976 met de gevolgen van haar snelle groei en identiteit. Van pionieren en met de voeten letterlijk in de klei is deze stad gegroeid naar de 7e stad van Nederland. De newtown heeft zelfs de ambitie om 5e stad van ons land te worden. Deze snelle groei is miraculeus maar kent ook zijn groeipijnen. Vooral tijdens de huidige crisis en vooral op het sociaal-culturele vlak.

Almere ontwikkelt snel en tijd voor reflectie lijkt er amper. Hierdoor zijn de kleren doorlopend te klein voor het lijf. Kijkend naar de behoefte van de stad loopt zij continu achter bij de parallelle ontwikkeling van sociaal-culturele voorzieningen. De Sociale Atlas Nederlandse Gemeenten 2012 vertelt dat Almere qua cultureel voorzieningsniveau op de 49ste plaats staat van de 50 grootste steden. Dit voorspelt niet veel goeds als er te weinig geld en aandacht gaat naar de natuurlijke bindmiddelen van een stad: de cultuur. De ‘cultureel verwende’ en voor de ontwikkeling van newtowns in Europa juist zo belangrijke middenstandselite verdwijnt momenteel naar oudsteden die wel deze bindingsfactoren te bieden hebben. Almere zou zo maar opeens het getto van de Randstad kunnen worden. Her en der zijn in Europa daar voorbeelden van te zien. De ontwikkeling in het oosten van Duitsland waar in de DDR-tijd enkel aandacht was voor goedkope eenvormige wijken met hoogbouw. Veel kansrijke en jonge ex-Oostduitsers keren deze steden de rug toe. Men kan gerust stellen dat bijna alle na-oorlogse wijken op de woonkwaliteitladders in Nederland vrij laag scoren. Met als exponenten Amsterdam Osdorp en Bijlmermeer. De banlieues rondom Parijs hebben vergelijkbare problematiek. Monotone woonsteden met dito woongebouwen zonder ‘hart’ worden wel gekscherend ‘bedroomtowns’ genoemd. Het is evident dat de in sneltreintempo door bestuurders en stedenbouwkundigen gemaakte nieuwe steden een achterstand oplopen op het culturele vlak. Een sociale structuur en een herkenbare stadsidentiteit ontwikkelt zich pas nadien. Meer nieuwe steden in Europa worstelen met dit fenomeen. In Nederland zoeken vinexlocaties Leidsche Rijn en IJburg houvast aan de stad waar ze bij horen en halen hun ‘sociale en culturele identiteit’ weg bij de oudstad in de buurt.

Almere wil een echte stad zijn
In het begin van deze eeuw vroeg het toenmalig stadsbestuur zich af of de stad na 27 jaar moest breken met het suburbane karakter van de stad. Dat werd bevestigd door een leefstijlenonderzoek van het bureau Motivaction, waaruit bleek dat Almeerders veel moderner en minder tradioneel waren dan verwacht. De diversiteit aan leefstijlen is opvallend aan Almere. De conclusie die werd getrokken was dat er meer stedelijkheid moest komen. Ook andere conclusies waren interessant. Meer studenten in de stad en meer diversiteit. Met de komst van de hogescholen de afgelopen jaren is er een goede stap gezet.

Vanaf dat bewuste moment vonden er een meerdere interventies plaats die vooral te maken hadden op de sociaal-culturele kant van stad. Er kwam een ontwikkeling op gang rond zingeving en een de zoektocht naar de (culturele) identiteit van modelstad Almere. De aanstelling in 2007 van de bijzonder hoogleraar sociologie Arnold Reijndorp die op de Han Lammersleerstoel mocht plaats nam, kan worden gezien als een serieuze poging van het stadsbestuur om aan de zachte kant van de stad te werken.

Uiteraard heeft Almere nog geen kans gezien te groeien en ontwikkelen zoals veel oude steden in Europa. Ondanks de planmatige en zorgvuldige stedenbouwkundige ontwikkeling werd in het door ingenieurs bestierde Flevoland meer gefocust op de harde component: plannen, ontwerpen en bouwen als oplossing. De bouw van een kostbare popzaal in 2004 zorgde niet voor de broodnodige culturele injectie. De zaal ging binnen een jaar failliet en er zit nu een casino in. De keuze voor het neerzetten van een ‘gebouw’, als harde interventie, zorgde niet voor de gewenste aanwas van culturele activiteiten. Langs de lijn van de vorm blijven dit holle ruimten in een cultureel nog in te vullen stad. De interventie zou meer effect hebben als ze langs de lijn van de inhoud gericht is. Het inkopen van bijvoorbeeld een volwassen symphonieorkest is niet de oplossing. Het ligt meer in de lijn van nieuwe broedplaatsen voor jonge kunstenaars in de rafelranden rond de stad. Echter bij gebrek aan oude pakhuizen en loodsen zal een newtown hier creatiever mee moeten omspringen.

Een van de initiatieven die de zoektocht naar zingeving en identiteit ondersteunen is de oprichting van de stichting Historisch Almere. Deze stichting is opgericht om de belangstelling voor Almere te stimuleren. Elk jaar vindt er de Hazelnootlezing plaats. Hazelnoten hebben voor Almere een bijzondere historische betekenis. Enkele verkoolde hazelnootdoppen tonen aan dat Almere een zeer oude geschiedenis heeft. Archeologen hebben bij boringen in Almere Buiten, op grote diepte van circa 9 meter onder de oppervlakte, verkoolde hazelnootdoppen gevonden die met vuursteen zijn bewerkt. Deze kleine vondsten van 8.000 jaar voor Christus duiden op menselijk leven: de eerste Almeerders! Het geeft een historische dimensie aan de stadsidentiteit. Cultureel erfgoed van allure, dat is wat Almere naast een hoop lef op stedebouwkundig gebied, blijkbaar ook heeft. In de bodem van Almere zit een schatkist met sporen uit het eerste landschapsgebruik van jagers-verzamelaars in Europa. Het historisch erfgoed van Almere is in die zin startpunt van haar geschiedenis. En niet alleen pijlpunten en hazelnoten, ook de vele ongeschonden en rijk gevulde scheepswrakken uit de gouden eeuw en later voegen een nieuw perspectief toe aan de geschiedenis van de jonge stad.

De stad Almere was het Nederlands antwoord op welvaartsgroei
Alle steden zijn een hybride van natuurlijke processen (in de zin dat ze zich grotendeels onttrekken aan menselijke beïnvloeding) en cultuuruitingen. In de zin dat zij een rechtstreeks gevolg zijn van welbewuste menselijke beslissingen en handelingen’.
Na-oorlogse nieuwe steden ondergaan met enige regelmaat veranderingen naar een volgend ‘format’: de groei van pioniersstad naar een adolescent en volwassen stad. Almere bijvoorbeeld heeft al veel interessante transformaties gekend. Daarbij is te denken aan milieutransformaties (van zee tot land), kolonisatieprocessen in het nieuwe land (van planten, dieren en mensen), ontwikkelingsstadia (van massaal en monofunctioneel tot kleinschalig en gedifferentieerd) en methoden (planmatig topdown en spontaan bottom up). Elke groeiende newtown zal na een tijd vanzelf transformeren tot een city. Wat betekent dat de oude bevolkingsgroep (de middenstandselite) wordt geconfronteerd met nieuwe groepen. In Almere is deze instroom de laatste 15 jaar flink toegenomen. De nieuwkomers zijn verschillend aan de pioniers die voornamelijk uit Amsterdam kwamen. Almere wil ook voor zijn nieuwe bewoners aantrekkelijk blijven. Aantrekkelijk voor jongeren, voor allochtonen (op dit moment is dat 28% van de Almeerse bevolking), maar ook voor mensen met een hoger inkomen en dito eisen aan een stad. Opvallend in Almere, maar ook andere nieuwe steden is de enorme stroom opwaarts in de (woon)carrièreladder van haar bewoners. De interne migratie in Almere was groot. Met een gemiddelde van eens in de vier jaar kiest een Almeerder voor verhuizing naar een nieuwe wijk, een groter huis, met achterlating van de oude buurt. Waar verpaupering op de loer licht.

Modelstad Almere als Madurodam van modern Nederland
Nieuwe steden zoals Almere zijn in de tweede helft van de vorige eeuw ontwikkeld om in de behoefte van goed en ruim wonen te voorzien. En dat volgens de toentertijd nieuwste stedenbouwkundige inzichten. Hierdoor zijn wijken en steden ontstaan die voornamelijk monofunctioneel waren: er wordt gegeten en geslapen. Werk en uitgaansleven vindt plaats in de ‘grote stad’ in de buurt. Veel nieuw ontwikkelde steden en wijken herkennen dit probleem en proberen zo goed en kwaad als het kan de stap naar een ‘diverse en volledige’ stad te maken.

De transformatie naar een volledige stad gaat verder. De komende tientallen jaren komen er in Almere minimaal 60.000 woningen bij. Crisis of niet. Vertaald in inwonersaantallen zijn dat 150.000 mensen die bij de nu al 200.000 bewoners kunnen worden gevoegd. Deze taakstelling zorgt er voor dat in Almere voldoende aandacht is voor het stenen stapelen en voor internationale prijsvragen op het gebied van architectuur en stedenbouw. In de afgelopen decennia is er weinig aandacht geweest voor het culturele element in de groeistad: het cement dat mensen bindt. Feit is dat Almeerders zich daarom blijven identificeren met de plaats waar ze vandaag komen, maar niet met Almere zelf. Trots zijn op Almere is nog geen gemeengoed onder de nieuwe bewoners.

Identiteitscrisis Almere?
Waarom is het vinden van een sterke identiteit voor een nieuwe stad zo complex? Ligt het aan het feit dat de openbare ruimte van jonge steden te ‘nieuw’ is en daarmee de ziel nog niet ontwikkeld is? Ligt het aan het feit dat mensen over het algemeen vasthouden aan hun vertrouwde paradigma’s over hoe mooie steden er uit moeten zien? Vooral oud, authentiek en avontuurlijk. Een nieuwe stad is nu eenmaal niet ‘gezellig’. Het oudste gebouw in Almere is 35 jaar. Op het netvlies blijven beroemde pleinen zoals die van Sienna of gezellige buurten als De Jordaan staan. Op organische wijze gegroeide oudsteden blijven langer in het geheugen van bezoekers hangen. Oude pleinen zijn makkelijker te duiden dan Almeerse waaiplantsoenen. De oude kern met in het midden de obligate tripartie, de kerk, het stadhuis en handels- of beursgebouw kenmerkt de oude stad en daarmee de ge(s)laagdheid van de oude stad. Deze gebouwen zijn exponenten van religie, bestuur en handel. Handel en religie waren in die tijd de drivers voor culturele ontwikkeling door de eeuwen heen. Een nieuwe stad mist deze uitbundige exponenten. Ook ontbeert de ‘tuinachtige’ urbane stad de compactheid van de avontuurlijke grootstad. Een stad met intieme ruimtes om te flaneren, uit te gaan eten, te struinen in winkelstraten of een bezoek aan museum of theater te brengen.

De volwassen geïntegreerde stad bruist op economisch vlak
Handels- of Hanzesteden zoals Amsterdam of Zwolle zijn ontstaan in een tijd van bloeiende economieën. Stedenbouw vond plaats langs natuurlijke weg- en waterwegen, en ontwikkelden tot broedplaatsen van kunst en cultuur. Rijke handelaren zoals de De Medici’s in Firenze en of de Kröller-Mullers in Rotterdam gaven met enige regelmaat financieel-culturele injecties. Tegenwoordig zie je welstandige bedrijven zich via sponsoring van evenementen, musea of concerten aan een stad binden. Een belangrijk feit. Cultuur kan nimmer zonder handel: de derde geldstroom. Almere heeft in die zin nog niet voldoende economische ‘cultuurdrivers’. De stad zou daar in moeten investeren. Een kleine 10 jaar geleden is in Almere het nieuwe stadshart geopend. Een interventie om Almere een modern eigen hart te geven. Een miljardenproject. Met als ‘bindmiddel’ een avontuurlijke koopheuvel: handel dus. Architect Rem Koolhaas heeft met zijn Office for Metropolitan Architecture het masterplan hiervoor ontwikkeld. Geen orthogonale lijnen maar spannende doorkijkjes, trappartijen, uitgaansgelegenheden en theaters op en in een heuvel in een voor de rest platte stad. Dit nieuwe centrum is met zijn internationale en spraakmakende architectuur wellicht de eerste stap naar een moderne vorm van het creëren van een authentieke stad. Het hart vulde zich de afgelopen jaren met een prachtig theater van een Japanse toparchitecte, hotels, popzalen en een architectuurinstituut. Suburbaniteit is verbonden met huiselijkheid,’ meent Hoogleraar Arnold Reijndorp in een interview,‘Stedelijkheid met erotiek.’ Een kanttekening. Het ‘hart’ mist nog wel de sfeer die zo tekenend is voor oudere steden. Daar moet nog een en andere aan gebeuren. Sfeer creëer je door intimiteit, kiosken, stadmeubilair, kleur en gezellige pleintjes om langsheen te flaneren.

Almere loopt tegen nieuwe grenzen aan
Almere als de pioniersstad loopt tegen haar grenzen aan. De schaalgrootte nekt haar. De te ruime opzet van het stadshart. De kernen ver van elkaar afgekeerd. Als eilanden in de stedelijke woestijn. In Almere kenmerkt de crisis zich in een afnemende woning-productie, slagvaardigheid en communicatiestoornissen op het stadhuis. De stad zou met een volgende transformatie van een monofunctionele naar een gedifferentieerde stad moeten willen groeien. Een stad in al zijn facetten. Een stad waar meer gebeurt dan slechts prettig en goed wonen. Met veel meer aandacht voor de diversiteit in de stad.

Het hoger doel als leidraad voor de komende jaren
Intelligent besturen met een gezamenlijk hoger doel is bepalend voor toekomst van de nieuwe stad. Veranderen en vernieuwen naar Almere 3.0 kan enkel en alleen in het sociale systeem plaatsvinden, via een gezamenlijke hoger doel. Het stadsbestuur dient andere keuzes te maken. Om bepaalde zaken af te remmen en andere te bevorderen in het systeem van de stadsontwikkeling. Waar het op aan komt is ook vooral loslaten en niet meer alles zelf willen doen.
Moet je plat door blijven bouwen terwijl er een sociale en culturele achterstand is? Of is werkelijke reflectie of interventie mogelijk? Het cement in de integratiefase wordt gevormd door gemeenschappelijke zingeving. De Almeerse burger is niet meer volgend, zij is assertief en vol wilskracht, de nieuwstadse elite, de ondernemer, de ZP’er kunnen uitermate zelfstandig, zinvol, op het geheel gericht, handelen. Zij snappen allang wat de stad nodig heeft. Naast de technische en economische subsystemen die Almere in het verleden dreven wordt tijdens de reis naar volwassenwording van de nieuwe stad nu het sociale systeem ontwikkeld. Juist in tijden van crisis. Met een voor iedereen zichtbaar en beleefbaar hoger doel, waarin duidelijk kan worden gemaakt wat de bijdrage van de burger daarin kan zijn. Want mensen maken de stad. Een goede vraag is of het mogelijk is een ‘zoekende’ nieuwe stad via een hoger doel vorm te geven. De Almere principles geven richting, een visie en missie. Ze zijn echter nog de taal van de architect. Abstract en planmatig. Het rapport Social Cohesion in New Towns meldt: ‘No culture, no society. Culture is the spice of life. Culture as a tool for getting to know each other.’ De uitdaging in dit rapport is: ‘Getting newtown people acquainted with culture (both passively and actively) at the earliest possible age, working on a diversified small-scale cultural offering to get through to all sections of the population.’ Een doel kan bevoorbeeld zijn om Almere als creatieve stad te positioneren, daarmee nieuwe economie aan te trekken, haar hoger opgeleiden en haar middenklasse te behouden en haar culturele identiteit te vinden. Er hiervoor heb ik drie zaken geformuleerd:

1. Almere als duurzaam gebouwde jonge stad met aandacht voor blauw en groen (water, stadsparken en stadslandbouw).
2. Kleurrijk. Een stadsbazar: Intercultureel, divers en creatief.
3. Komt dat zien, het wonder van de maakbare stad met andere ikonen, kom naar de stad die besloten heeft organisch verder te groeien samen met haar inwoners.

De Amerikaanse Hoogleraar Richard Florida heeft onderzocht wat een stad nodig heeft om te groeien naar een volwassen stad. Hij stelt dat een stad de 3 T’s moet bezitten. Deze T’s staan voor talent, tolerantie en technologie.
Het idee achter de 3 T’s is dat de één niet zonder de ander kan. Een stad zonder talent zal nooit een creatieve stad zijn en kan geen tolerantie bewaren. Een andere indicator voor een creatieve stad kan zijn de economische groei, het aantal creatieve bedrijven die in de stad gevestigd zijn. Florida’s onderzoek bracht naar voren dat bedrijven zich tegenwoordig daar vestigen waar het talent zit en niet meer andersom. En het talent had Pittsburgh – waar hij onderzoek deed – massaal de rug toegekeerd, omdat de stad verzuimd had een stedelijk klimaat te creëren dat aantrekkelijk was voor de creatieve klasse. “It’s not companies, but places that provide a pool of talent”, aldus Florida. De kern van stedelijke concurrentie ligt in een attractiestrategie van de juiste talenten. Met andere woorden: wie honing van topkwaliteit wil produceren, creëert eerst een veld waar duizend bloemen bloeien. Dan komen de bijen.

De volwassen stad beschikt over:

• een goed en breed aanbod van kunst en cultuur
• goed onderwijs op meerdere levels en talenten
• een circulaire economie en de mogelijkheden om de stad verder te ontwikkelen naar een groene en bewuste stad
• culturele ondernemers in een stad
• een goed vestigingsklimaat voor creatieven, middelgrote technische of anderzins maakbedrijven
• een creatieve of innovatieve klasse op allerlei vlak; deze groep trekt grotere bedrijven aan

Tenslotte: vertrouw op particulier initiatief. Ondernemende initiatiefrijke mensen geven kleur aan de stad. Voorkom dus lastige regelgeving die hun ambities in de weg staan. Burgers en overheid komen te vaak tegenover elkaar te staan. Laat los, laat gaan. De burgers kunnen het wel. En wellicht beter. Laat de ruimtelijke ontwikkeling los, help veelbelovende initiatieven in het zadel. Ontzorg je inwoners. De kansen voor de komende jaren zijn de broedplaatsen die her en der ontstaan, , de Floriade 2022 en bijvoorbeeld een ‘international new town festival’ in 2018, om te vieren dat we een trotse stad zijn. Verder is het goed om de al bestaande iconen van de stad te omarmen.

(Niet toevallig is mijn eigen woonhuis hiervoor genomineerd ;-). Moderne Acropolisme, van Sjoerd Soeters. U mag nog stemmen: Stem hier op Moderne Acropolisme)

AAEAAQAAAAAAAARjAAAAJDliYmY3YTU3LTFiY2YtNDZhNC04NzExLTllZjRlMzlhYmNmOA

Van monogame stad naar polyamoreuze stad


De starre regelgeving en de macht van projectontwikkelaars zorgde ervoor dat in de jaren na de oorlog de stadsontwikkelaars functiemenging verafschuwde. Daarmee bedoel ik het mengen van wonen, werken, winkelen en recreëren. Het moest allemaal strak, gescheiden en modernistisch. Met als voorbeeld de Franse voorsteden en de troosteloze Bijlmermeer. De banlieues van de stadsvernieuwing toen.

Levendige stadsbuurten worden nog steeds bedreigd door planners die geïnspireerd zijn door stedenbouwkundige Ebenezer Howard en Le Corbusier, die functies van wonen, werken en verkeer zoveel mogelijk wilden scheiden. De visieloze jaren ‘70/’80 en de crisis erna heeft tot schrik van veel inwoners meer koude monotone stadsplanning opgeleverd dan gewenst met enkel ruimte voor ‘goedkope’ woonblokken, recht-toe-recht-aan straten met monotoon voortuinterreur en trieste kantorenparken.

In mijn vindtocht naar ingrediënten voor ‘place making’ (het maken van fijne stadse plekken) en voor mijn project ‘De Gelukkige stad’ is functiemenging bijna een magisch woord. ‘Intricate mingling of different uses of places is not a form of chaos’, zegt Jane Jacobs (1961, grondlegster van dit denken en schrijfster van ‘The Death and Life of Great American Cities’), maar een hoog ontwikkelde vorm van ordening. ‘Mingling’ op het gebied van wonen, werken, winkelen en recreëren zorgt voor levendiger plekken in de stad, voor een veiliger omgeving, en meer sociaal toezicht en duurzamer ruimtegebruik.

In oude centra van dorpen en steden is functiemenging simpelweg organisch gegroeid en veelal succesvol. Het zijn gebieden die niet planmatig tot stand zijn gekomen. Je ziet een liefdevolle aaneenschakeling van functies die kloppen. Een volwassen functiemenging dus. Het oer van de stad.

De monogame stad verpaupert snel

Ik woon in een new town aan het IJsselmeer waar bijna alle functies zijn gescheiden. Ebenezer Howard wordt tot de dag van vandaag geprezen door de stadsmakers. Deze stedenbouwers zijn nog steeds zeer modernistisch van opvatting over scheiding van wonen, werken en beleven. De nieuwstad heeft vijf woonkernen (ze noemen het polynucleair), zonder warme onderlinge verbinding en met een schaalgrootte die niet past bij een stadse belevenis of zelfs dorpse belevenis. Het voelt als een mislukte tuinstad. Een gedachte-oefening die niet heeft gewerkt. Er is een uiteraard een stadshart met voldoende monolieten van top-architecten die als stedebouwkundige erecties de aandacht vragen. En bekijk je ze als losstaand object best wel aardig. Dagelijks komen er nog Japanners fotograferen. Op dezelfde wijze als ze dezelfde hoogstandjes, vaak van dezelfde mensen in Düsseldorf op de digitale fotokaart vastleggen. Selfietowns noem ik ze. Met ikonen, die eigenlijk geen ikonen meer zijn. Gekochte zelfbeelden van een gemaakte identiteit.

 Selfietowns noem ik ze. Die stadscentra zonder hart.

In mijn stad is de functiescheiding tot in het extreme doorgevoerd. Er is een geavanceerd wegenstelsel bestaande uit gescheiden fietsroutes, gescheiden busroutes, gescheiden autowegen en zelfs voor het afval een ondergronds gescheiden routering. Als een soort superstofzuiger met kilometers lange buizen wordt het afval automatisch naar de ‘Stofzuigerzak’ gedirigeert. Een groot gebouw naast het stadscentrum, een nieuwstadse opgeruimde tuinstad-uitvinding. Ebenezer zou er een orgasme van krijgen als hij nog leefde.

Al deze functiescheidingen zorgen ervoor dat toevallige stadse (of dorpse) ontmoetingen veelal uitblijven. En in een forensenstad is dat dubbel de dood in de pot (dubbelsaai). En als je elkaar ontmoet vind je in de plinten van de polygone kernen geen of veel te weinig uitspanningen om een goed gesprek te voeren. Een monogame stad met een opeenstapeling van monoculturen met weinig cohesie. We hebben ook de meeste (echt)scheidingen in Nederland, begreep ik van een ambtenaar.

“…that the sight of people attracts still other people, is something that city planners and city architectural designers seem to find incomprehensible. They operate on the premise that city people seek the sight of emptiness, obvious order and quiet.”

Jane Jacobs

Ik verlang naar een polyamoreuze stad in plaats van iets polynucleairs 

Buurten worden achterstandswijken als mensen hun verbinding met de stad verliezen en zich geen onderdeel meer voelen van hun gemeenschap, hun dorp, hun stad. Ze zijn niet meer trots op hun wijk, hun park. Terwijl dat zo makkelijk te voorkomen is door wat banken neer te zetten, een kiosk waar mensen kunnen samenkomen of een stadsmoestuin. En die verbetering moet eigenlijk helemaal niet door de gemeente worden uitgevoerd. Maar door de bewoners zelf. Niet door geld in de wijk te pompen. Maar de inzet van de inwoners, door de wijkbewoners zelf.

We worden vaak verteld dat de ‘gewone man’ geen kracht heeft om de wijk naar een volgend niveau te brengen. Maar breng ze maar eens samen, laat ze maar eens praten over wat ze anders in de wijk willen. Dan worden het net Rotterdammers. Met opgestroopte mouwen wordt de klus geklaard. Onder eigen regie en autonomie.

“Cities have the capability of providing something for everybody, only because, and only when, they are created by everybody.”

Jane Jacobs

De gelukkige stad

Als liefhebber van de ideeën van Jane Jacobs (1961), een van de meest invloedrijke denkers over stedelijke ontwikkeling, snap ik niet dat we in Nederland ons hebben laten leiden door de monotonie van stedebouwkundige ontwikkeling. Vierkant denken inplaats van rond, zei ik weleens in een college op een cultureel café in Almere.

We moeten rond denken inplaats van vierkant, refererend aan de vierkante pleinen in de stad, vertelde ik in een college op het cultureel café in Almere.

Jane Jacobs ziet de stad als ecosysteem, met dynamische levende materie. Als geen ander geloofde ze dat stedelijke elementen pas tot hun recht komen als ze gemixt zijn. Organisch, spontaan en onopgeruimd. Untidy, zoals ze zelf stelt. De ‘intermingling’ van stedelijke gebruikers zijn cruciaal voor economische en urbane ontwikkeling. Een hoge densiteit van functiemenging zoals je ziet in oude organisch gegroeide steden is haar ideaalbeeld. Anders dan de modernisten die denken in groot en efficiënt, kiest zij voor een model waar je lokaal kleine bedrijven ondersteunt en de creatieve impulsen van stedelijke entrepreneurs omarmt.

Nothing could be less true. The presences of great numbers of people gathered together in cities should not only be frankly accepted as a physical fact – they should also be enjoyed as an asset and their presence celebrated.”

Jane Jacobs.

Ingrediënten voor placemaking

In mijn stad heb ik, samen met andere inwoners, veel geprobeerd om van het lelijke eendje Almere een mooie zwaan te maken. Met strijdmakker Ym de Roos en vele anderen waren we de drijvende krachten achter Almere2018, het eerste burgerinitiatief om Almere Culturele hoofdstad van Europa te laten worden. We kwamen tot een half bidbook, gebaseerd op het denken van ondermeer Jane Jacobs; dat mensen, inwoners, de stad konden maken. Echter, in de stad die Ebenezer Howard uitademt bleek dat een brug te ver. Een eigenwijze wethouder van Haags formaat heeft het cultureel idee met het badwater weggegooid en de Floriade omarmd. Ebenezer Howard had toen voor even gewonnen in Almere. Het ultieme tuinstaddenken met schone frisse lucht, lage huren. Functiescheiden blijft haar toekomstbeeld. In de denktrant van Howard wordt nu de Floriade gebouwd om in 2022 een paar miljoen toeristen te kunnen ontvangen. Almere, als ultieme Garden City. Mooi wellicht, best een trots project, maar zonder hart straks, vermoed ik. Ik hoop serieus dat dit epistel er nog wat aan kan veranderen. Almere, omarm Jane Jacobs. Ik wil daar best als betrokken inwoner bij helpen. Maar kijkend naar het recht-toe-recht-aan Mondriaangrid van de ontwerpers blijf ik bang dat het een lastige zaak is.

COLLAGE_1

“As in the pseudoscience of bloodletting, just so in the pseudoscience of city rebuilding and planning, years of learning and a plethora of subtle and complicated dogma have arisen on a foundation of nonsense.”

Jane Jacobs

Levendigheid terugbrengen op pleinen, straten en aan waterfronten

Momenteel vind ik mijn persoonlijk heil in het idee van ‘Placemaking’. Ik heb een groene energiecoöperatie helpen oprichten, meng me in allerhande culturele initiatieven als koploper of aanjager. Ik geloof nog steeds dat een gelukkige stad een stad is waar we het kleine kunnen waarderen. Ik vind dat de kiosk, placemaker bij uitstek, verdwenen was uit Nederland en een lange tijd uit het straatbeeld verdwenen. Ik heb die opnieuw uitgevonden, en er mijn bedrijf van gemaakt. Ik noem hem liefkozend Minimono. Bewust. Als geuzennaam om de monotone stad te helpen veranderen in een dynamischer geheel. Met slogans als: Klein wordt echt het nieuwe groot. Maxi is uit. Mini is in!

De Minimono is een mooie, duurzaam ontworpen kiosk en maakt gebruik van herwinbare materialen als geperst bamboe en innovatieve materialen als composiet in combinatie met lichtgewicht metaal. Een met een hoge aaibaarheidfactor. Een groene bijenlandingsplaats op het dak en een warm interieur. Het kleinste urbane object is hiermee terug van weggeweest. Daarmee hoop ik de gelaagdheid in de stadsbeleving weer terug te brengen, of tenminste een klein deel ervan. Want we moeten tegengaan dat binnensteden leeglopen. Binnensteden mogen weer leuk worden. Gezellig. De verpaupering tegengaan.

Minimono-LangeVoorhout2

Tenslotte …

Placemaking in centrumgebieden kunnen nieuwe functies geven en plekken upgraden: van sociale degradatie naar maatschappelijke ontwikkeling van de plek. Samen met groene pleinen en pleintjes kan echt de ziel weer terugkomen in de steden. Als plekken waar mensen samenkomen. Waar de ultieme functiemenging plaats kan vinden. Waar pop-up projecten, guerilla-acties en kosten-efficient ondernemen kan plaatsen. Met een dikke vinger en een glimlach naar alle vastgoedreuzen.

“Old ideas can sometimes use new buildings”

Jane Jacobs

Oude ideeën kunnen nieuwe gebouwen gebruiken, zegt Jane Jacobs in haar boek uit 1961. Met de Minimono heeft heb ik volgens mijn klanten de über onder de kiosken ‘uitgevonden’. Lichter, Sneller en Goedkoper. Aardig disruptief ook, want gemeenten moeten nog aan het idee wennen. De kiosk als korte termijn oplossing met opmerkelijke impact op de vormgeving van plekken in de stad. Een mooi vormgegeven designkiosk waar local heroes hun retail-startups kunnen beginnen, de plaatselijke kleine economie kan opbloeien, de werkgelegenheid wordt ondersteund, een samenkom-plek is ontstaan, en vooral roering wordt gecreëerd op plekken die avontuur en diversiteit kunnen gebruiken.

Inherent aan de gedachte van Jane Jacobs. Old ideas can sometimes use new buildings.

De wereld vergaat, behalve Almere. Logisch toch?


Afgelopen week werd met veel bombarie het nieuwste boek ‘Weerwater’ van Renate Dorrestein in onze Stadsschouwburg gepresenteerd. Het boek is nu al een bestseller. Almere blijkt in het verhaal als enige stad in de wereld over te blijven na het vergaan van de wereld. Een tipje van de sluier, de overlevenden zijn voornamelijk Almeerse vrouwen en een paar mannelijke gevangenen uit de penitentiaire inrichting ‘Almere Binnen’. Hoe bizar kan een verhaal beginnen. Ik ga niet verklappen hoe het verhaal loopt. Dan koop je maar het boek bij Stumpel of Bruna. In ieder geval is dit boek een aangename aanvulling op ‘De Weerwatermannen’ van Suske en Wiske.

Weerwater-omslag-jpg-202x300Renate was twee jaar lang onze ‘writer in residence’ en mocht bij diverse mensen thuis wonen om een goede indruk van de stad te krijgen. Haar vooringenomen mening over Almere is flink gekanteld na diverse ontmoetingen met bewoners. Onze stad is dan ook een heel andere genre. Buitenstaanders kijken voornamelijk naar de gebreken van onze stad. Het gebrek aan oude (grachten)panden, gevestigde cultuur en het aandeel creatieven. Daarmee gaat hij voorbij aan de kwaliteiten van onze onvergelijkbare stad. Een stad met een hoge kwaliteit van groen, water, veel woning voor minder geld.

Net als in het verhaal van Renate slaagt Almere er juist al jaren in om het anders te doen. Vanuit een totaal ander idee is een stad neergezet die zich continu zal vernieuwen omdat hier de ruimte voor is. Op basis van een spraakmakend polycentraal ontwerp. Met in elke stadsdeel gezondheidcentra’s, uitgaanscentra. Een stad met gescheiden busbanen en een hart van architectonisch topniveau. Nieuwe stadsmonumenten. De slogan van Apple ‘Think Different’ is eigenlijk ook een eerbetoon aan de lef van de Almeerse ontwerpers en de pioniersgeest van de huidige bevolking. In de blauwe oceaan van Almere is geen concurrentie met andere steden. Want Almere kent geen concurrenten. Almere is een onontgonnen gebied, op veel terreinen, waar alles nog mogelijk is.

Onafhankelijkheid, is dat niet wat iedereen tegenwoordig wil. Almere blijkt al lang een vrijstaat in Nederland. Gemeente, bewoners en instellingen hebben de stad in zeer korte tijd gebouwd. Een mirakel volgens vele buitenlanders. En het verhaal gaat verder met de Floriade straks, in 2022. Almere heeft gekeken naar het succes van Apple, van Cirque du soleil, van Viagra. Out of the box. Want de bokaal waarin de oude steden zich bevinden, daar past de Almeerse burger niet in.

Cultuurbroedplaats zonder subsidie?


Ik ben trots op de stichting Cultuurspoor Nieuwland. Deze jonge stichting heeft het kunstlokaal, een ongebruikte wachtruimte onder het kale station Almere Muziekwijk, de afgelopen jaren omgetoverd tot een plek waar kinderen en volwassenen elkaar ontmoeten. Waar van alles gebeurt. Het is opgezet zonder subsidie van de gemeente. Door vrijwilligers uit de stad, de NS en Prorail. Hoe krijg je dat nu voor elkaar?

Aan de hand van de Almere principes destilleer ik het volgende.

De 7 stadscultuur principes van Almere

Principe 1 is dat je de culturele diversiteit in je stad moet koesteren. Er zijn zoveel vormen dat je het niet moet laten bij een vorm alleen. In het lokaal waren exposities met kunst van mensen met een beperking, maar ook kunst van studenten van fotoschool Statief en de Leerlingen van het Meesterwerk. Cultuur is overal te vinden. In alle lagen van de bevolking.

Principe 2 gaat over een krachtige identiteit. Een sterke identiteit of thema houdt de stad bij elkaar. Het thema van een tentoonstelling in deze veel bezochte ruimte was ‘Almere de mooiste stad van Nederland’ en een fototentoonstelling van 40 inwoners uit Almere uit 40 landen. Van Duitsland tot Ghana, van Estland tot China, van Egypte tot Argentinië.

Principe 3 is dat je in de gebouwde stad cultuur integreert. Om de verbondenheid met je omgeving te tonen. Het kunstlokaal is een fantastische uiting om aan te tonen dat cultuur en culturele ontmoetingen zomaar ergens kunnen ontstaan. Dat hoeft niet in een megalomaan nieuw gebouw. Laat cultuur als onkruid doorlopen naar verrassende plekken, onderin de benedenwereld van het stadshart. Of hier dus. Onderin een stationsgebouw. Een voorheen functieloze plek na opheffing van de NS-loketfunctie.

Principe 4 is dat het flexibel kan. Zonder vrijwilligers en de inzet van de vele vrijwilligers lukte het niet. En zonder bereidwillige sponsors als de NS en Prorail kom je er ook niet. Flexibiliteit en creativiteit ontstaan in de broedplaatsen van de stad. En dit kunstlokaal is er een van. Voor de NS ook een winpunt. Er is absoluut minder vandalisme en reizigers geven een flinke voldoende voor de verbeteringen. Buurtbewoners zijn trots op hun gezamenlijke prestatie.

Principe 5. Blijf innoveren. Je ziet dat verrassende inititatieve als dit kunstlokaal meer functionaliteit toe te voegen aan de stad en de wijk. Cultuur is niet slechts een balletvoorstelling met een strik eromheen. Cultuur zit in alle voegen en gaten van de stad.

Principe 6. Geloof in de duurzaamheid van de stedelijke cultuur die nu aan het ontstaan is. Van wieg tot wieg. Cradle to Cradle. Het hergebruik van het NS-Loket en het upgraden, up-cyclen tot expositieruimte is een van de mooiste voorbeelden van dit principe.

Principe 7 is het mooiste principe. Dat zijn de mensen zelf. Alle vrijwilligers van het KunstLokaal, de partners van de vereniging Almere2018, NS en Prorail faciliteren. Mensen maken de culturele identiteit van de stad. Juist in een nieuwe stad als Almere. Ik ben trots op iedereen die dit voor elkaar heeft gekregen.

Dank je wel

Marcel Kolder (programmaraad Cultuurspoor Nieuwland).

Voor meer informatie http://www.cultuurspoornieuwland.nl

We ontdekten een quote van wethouder Duijvestijn in het gastenboek: ‘Fantastisch hoe je met creatief ondernemerschap, vrijwilligers in de wijk dit soort initiatieven starten, chapeau’.

Het doek is gevallen voor Almere 2018


Het doek is gevallen voor Almere 2018, het burgerinitiatief dat er naar streefde Almere de Culturele Hoofdstad van Europa in 2018 te maken.

De EU-commissie heeft het verzoek om een burgerinitiatief de aanmelding voor Culturele Hoofdstad te doen, afgewezen. Ook heeft de gemeente Almere zich enkele weken geleden geschaard achter het plan om Utrecht Europese Culturele Hoofdstad in 2018 te maken.
Bijna tegelijkertijd werd bekend dat Almere zich sterk wil maken om de Floriade in 2022 naar Almere te halen. Amsterdam, Utrecht en de provincie Flevoland steunt de kandidatuur van Almere voor de Floriade.

Het burgerinitiatief Almere 2018 kreeg later ook een negatief antwoord op de vraag of een burgerinitiatief de aanmelding voor Europese Culturele Hoofdstad zou mogen behandelen. De gemeente Almere moet zelf aanmelden, maar heeft een vorig jaar al besloten zich niet aan te melden. En met dit antwoord en deze omstandigheden is het burgerinitiatief Almere 2018 nu definitief verleden tijd.

Almere 2018 zal nog beslissen of de Vereniging Almere 2018 zal worden opgeheven of doorgaan met andere doelstellingen.

Zelf zal ik samen met vrienden, zakenpartners en Europese culturele verbindingen verder gaan met de ontwikkeling van de culturele economie van de stad Almere. Een aantal goede ontwikkelingen hebben plaatsgevonden. Het besef bij de Almeerse politiek en burgers dat Almere toe is aan een volgende stap is helder. In het Rijksoverleg Rraam, het vehikel dat de schaalsprong van Almere bestudeert, is sinds kort de cultuursprong ofwel Cultuur 2.0 opgenomen in de middelkorte termijndoelstellingen. Programmadirecteur Michiel Ruis neemt het gedachtegoed van Almere 2018 mee in de planvorming van de nieuwe stad. Tevens wordt door een team van enthousiaste organisaties het International New Town Festival Almere georganiseerd. De eerste editie is geplanned voor 2013. Met dit International New Town hebben we welhaast dezelfde doelstellingen. Een verrijking van de culturele economie en aantrekkelijkheid van de stad Almere. Het festival biedt een internationaal platform voor New Towns in Europa. Deze steden hebben dezelfde uitdaging als Almere. Het festivalteam heeft afgelopen vrijdag de handen ineen geslagen met verschillende steden uit Nederland. Momenteel is er overleg met het International New Town Institute om een onderzoek te doen naar culturele aanjagers – wat wel en niet werkt op dit terrein in New Towns – in de wereld.