Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief veranderprocessen

Blauw, groen en rood.


Ellsworth Kelly’s “Red Blue Green.” 1963, Oil on Canvas.
Ellsworth Kelly’s “Red Blue Green.” 1963, Oil on Canvas.

Bomen en groen in een wijk of buurt zorgen ervoor dat je minder gestresst wordt en gezonder, aldus bijzonder hoogleraar Agnes van den Berg. Planologen spreken vaak in de termen rood, groen en blauw. Daarmee bedoelen ze bebouwing, groen en water. Een stedebouwkundig principe is deze elementen in gelijke mate in steden te verdelen. Gelijkwaardig als het ware, met de nadruk op waardig. Dit schilderij van Ellsworth Kelly dat dit ook doet hangt in het stedelijk museum. Ik woonde in de wijk daarachter, en ging bijna elke week even kijken. Ik kwam tot rust. Hij is een van mijn favoriete schilders. Hij is een minimalist. Dit schilderij is meer dan mans hoog en de kleuren zijn overweldigend. Als ik er naar kijk word ik intens gelukkig. Niet toevallig lijkt dit op een stadsplattegrond. Schilderijen van Bart van der Leck op Mondriaan hebben dat ook.

Groen en blauw zijn zijn in veel dichtbebouwde oudere steden ver te zoeken. Terwijl wetenschappelijke studies laten zien dat wij inwoners fysiek en psychisch gezonder zijn als er natuur om je heen is. De beleving wordt versterkt door de herhalende natuurlijk vormentaal die zorgen voor een positieve brein reactie. Groen in een stad toevoegen is niet zo moeilijk. Je ziet tiny forests opduiken, keukentuinen verschijnen en vegetatie op daken.

“I have worked to free shape from its ground, and then to work the shape so that it has a definite relationship to the space around it,” legde Kelly eens uit bij dit schilderij. “So that it has a clarity and a measure within itself of its parts (angles, curves, edges and mass); and so that, with color and tonality, the shape finds its own space and always demands its freedom and separateness.”

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom veranderprocessen Zorgkantelen

Plekmaken als sociale innovatie


Het ontwikkelen van inclusieve, gezonde en veerkrachtige steden is misschien wel de grootste uitdaging voor de mensheid van vandaag. Een belangrijk deel van de oplossing voor een veerkrachtige stad ligt in het hart van stad: de openbare ruimtes. Gezonde openbare ruimten zijn de springplank voor revitaliserende gemeenschappen.

High-line-new-york-01.jpg
High lane New York

Ontmoetingsplekken scheppen waar mensen met plezier leven. Als je steden ontwikkelt voor auto’s en verkeer, dan krijg je ook veel auto’s en verkeer. Plan je steden voor mensen dan ontstaan er plekken voor spelende kinderen, wandelende voetgangers, rolstoelers en fietsers. Er ontstaan pleinen, speelse doorkijkjes en parken waar je met elkaar kunt verpozen. Maak tevens wat ruimte voor lokale helden met hun kleine winkeltjes, met hun verwenproducten, gezond eten, en let dan eens op wat er gebeurt. Misschien gaan bewoners zomaar op die leuke plek dingen organiseren. En is er geen ruimte in de straat verander je een andere plek in een groen feestje. Maak bijvoorbeeld bereikbare daktuinen of maak van je overbodige metrolijn in plaats van een ‘sidewalk’ een ‘green upwalk in the sky’.

z_artikel_en_18_5_DSC6035_1200x800.jpg

Stoep-maken, plein-maken en park-maken. Plekmaken doe je waar mensen wonen. Voor hun deur of op plekken waar zij samenkomen. Door een ‘overbodige’ straat af te sluiten kun je een nieuwe groene speelplek creëren. Een schommel of een kiosk met lekker eten maken van je omgetoverde straat snel een ontmoetingsplek. Ontmoetingsplekken ontstaan meestal waar bussen, trams en andere voertuigen samen komen of elkaar kruisen. Maar pleinen kunnen zoveel meer zijn. Het kunnen (mini)parken worden. We kunnen delen transformeren in pluktuinen met verse groente en fruit. Jawel, dat kan, zomaar midden in de stad. De omringende panden kun je open gevels geven met veel glas. Versieren met verticale of hangende tuinen. Verzin bijvoorbeeld een tijdelijk stoep- of fietscafé. Betrek mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Zo blur je het lommerrijke levendige plein de omringende huizen of winkels in.

City-Hall-Green-Roof-1024x678.jpg

Gebouwen die de plek als ontmoetingsplek markeren. Je kunt ook gebouwen of paviljoens ontwerpen die ontmoetingsplekken ondersteunen. Een groen paviljoen, een overdekte marktplaats. Zorg voor een plek waar je lekker overdag in het gras kan liggen, installeer mooi houten straatmeubilair. En laat die plek beheren door bloemrijke mensen uit de buurt: De ‘community’. Daar kunnen workshops plaatsvinden rondom de uitdagingen in de stad. Over voldoende gezond eten, onderwijs, sport of cultuur. En maak met elkaar de agenda voor die plek, het park of de hangende tuin. Organiseer festivals, een bloemenmarkt, kookwedstrijden, een kunstmarkt en maak een rolschaatsroute of fietsparcours. En overorganiseer het niet. Doe het quick and dirty. Dat gaat sneller. Start met een tafel en organiseer een schaakwedstrijd. Doen is namelijk al meer dan niets doen met elkaar. Met dat duidelijke doel voor ogen. Dat het beter zal gaan met de mensen en de buurt. Dat het een prettige plek wordt, een veilige plek, een ontmoetingsplek waar iedereen aan kan mee doen.

Kijk eens op de website van zo een plekmaker: http://www.yeswedo.nu

Of download dit rapport van de UN over placemaking and the future of cities:

https://www.pps.org/wp-content/uploads/2015/02/Placemaking-and-the-Future-of-Cities.pdf

city-6.jpg

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen

Kooplust X


Het gaat weer beter met de economie. Dus voor allen nu: Kooplustalarm, voor je het weet ben je arm. Zeker als je van appels houdt. De appel met de X dan wel te verstaan.

Een bekende theorie is dat mensen in hun handelen niet alleen worden gedreven door wat ze zelf zijn, maar ook wat ze hebben. Je hebt je geest, je lichaam, je principes, je familie, je vrienden, je opleiding, je baan, et cetera. Maar het gaat verder dan het immateriële: ik heb een huis, ik heb deze boeken, ik heb deze auto en deze merkkleding. Een andere theorie stelt een sterke zelfvervollediging voor. Die behelst dat individuen hun omgeving specifieke eigenschappen van zichzelf willen tonen en zich pas compleet voelen als die eigenschappen door de ander in de groep worden herkend en erkend. Daarvoor gebruiken ze symbolen en rituelen die aansluiten bij de strategie van de premium brands. Met branding kun je dus alle kanten op. En laat dat nu precies zijn waar premium brands op zinspelen. Rij Volkwagen Beetle en je bent flowerpower, ga naar de driving experience van Landrover en je bent een globetrotter.

We blijven kindkopers. Burgers die shoppen tot een culturele norm hebben verheven. Het feit dat volwassen mannen computerspelletjes spelen die eigenlijk bedoeld zijn voor pubers zegt volgens wetenschapper Benjamin Barber voldoende. In Engeland heten deze mensen kidults of twisters. In Duitsland nesthockers, in Italië mammoni’s en in India zippies. Waar in de koopgoot in het hart van de stad alleen nog aandacht is voor de ultieme bevrediging van de koopdrift, vergeten mensen dat er ook andere zaken in het leven zijn. Onze zapeconomie biedt weinig ruimte meer voor verdieping. Vroeger was winkelen slechts een van de activiteiten op de agora van ons drukke leven. Nu consumentisme ons leven conditioneert, worden we nog meer slachtoffer van de premium brands. Nou ja, slachtoffer? Als kuddedier vinden we dit misschien wel heel prettig. We halen onze identiteit blijkbaar uit wat we hebben in plaats van wat we zijn.

Ik heb mezelf beloofd niet meer in de verleiders van de premium brands te trappen. Ik heb tenslotte al een onverslijtbare Landrover en iPhone 4s (for Steve). Die iPhone X die laat ik aan me voorbij gaan. De laatste tijd veel spullen weggedaan. Ook dat is een trend. Ontspullen. Want niet alles past in een tiny house. Hoe zullen we die groep noemen? De Less is More Generation?

Screen-Shot-2017-09-12-at-21.07.03.png

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

We gaan geen aapjes kijken in Apenheul


Een tip. Ga niet op een zonnige zondag in het najaar met twee kinderen in elektrische rolstoel naar Apenheul. Je komt namelijk niet bij de apen, en de apen niet bij jou, tweette ik afgelopen zondag, samen met een foto van twee meiden achter een dikke rij mannen met hun eigen vooruitgeschoven kinderen die hun plek verdedigden.

Ik weet niet wat er precies gebeurt in de hersencellen van bezoekers als zij een kaartje betalen om apen te zien en zich daarna door de mensenmassa een weg banen richting hun geliefde diertjes. Het gros wordt bij grote drukte een soort van roofdieren die nietsontziend voor rolstoelen dringen, andere kinderen en ouderen. En als je er wat van zegt je toeschreeuwen: “Moet je maar niet op een zondag naar een dierentuin gaan, je kunt ook door-de-weeks met je handicap”.

Er is wat aan de hand in de samenleving. Ik merk al een paar jaar dat er een onderlaag is die hand-in-hand lijkt te gaan met de dikke-ikke mentaliteit van sommige graaiers aan de top. Ouders die ‘eigen kinderen eerst’ als motto lijken te hebben. Het manifesteert zich niet alleen langs de lijnen van het sportveld.

Ik wist even niet wat ik daar terplekke aan kon doen als begeleider van twee ernstig gehandicapte jongeren in een rolstoel die zich met moeite een weg konden banen door de hysterische massa.

Na een klein half uur wachten kwam een ouder echtpaar naar ons toe en vertelde dat een vriend van hen een plaatsje aan de zijkant van het Oran Oetang-gebouw voor ons hadden vrijgehouden. Let wel, een ouder echtpaar van rond de tachtig.

De tweet veroorzaakte een stortvloed aan reacties. Fijne reacties. De meest fijne was van Apenheul zelf. We mochten nog een keer op hun kosten komen. Op een rustige dag. In het gesprek met een medewerker opperde ik of wellicht een bord met daarop een aapje in een rolstoel (en een grappig op de grond geschilderd rolstoelvak) zou helpen. Het voorstel ligt nu bij de directie. Ik ben benieuwd of dat gaat lukken. Ik voel wel voor zo een kanteling naar een nog toegankelijker toegankelijk Apenheul.

IMG_0383

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Wees niet bang


Het lijkt zwartgalliger in de wereld te worden. En toch is het niet zo. Er zijn (even voor het gemak) twee groepen in (laten we Amerika nemen) de wereld. De kansarmen en de kansrijken. Ook in Westerse landen. Beide groepen praten over andere zaken op een andere toonhoogte. Ze begrijpen elkaar niet omdat hun wereldbeelden anders zijn. Ze bestaan beiden uit heel aardige mensen die het beste voorhebben met de buurt en de wereld waar ze in wonen. Maar waar de ene groep moeite heeft kansen te zien, een baan te vinden, of zijn mening te kunnen ventileren, kan de andere groep dat juist wel, ziet overal kansen, reizen de halve wereld over en zijn gek op verandering.
De PVV versus D66 lijkt het wel. En die twee werelden drijven steeds verder van elkaar af. Dat is mede door de polarisering die haar echoput vindt in de media. Negatieve zaken/mensbeelden trekken meer kijkcijfers dan positief nieuws. Terwijl er natuurlijk onnoemelijk veel meer positieve en mooie dingen gebeuren. Politiek gaat immer over problemen, dat is inherent aan het vak. Zeker in de door de media aangedikte donkere tijden. Negatief nieuws verkoopt. Maar zeg nu zelf. Als ik door de Stedenwijk loop in mijn stad Almere (een prachtwijk volgens de ‘elite’), of door de Filmwijk (wat elitairder in de ogen van de ‘stedewijkers’) in het centrum. Dan zie ik daar zie ik nog steeds fijne mensen die samen met elkaar dingen oplossen, hun kinderen naar school brengen of op straat aan hun auto sleutelen of tuin mooi maken, daar gaat het niet over kansarm of kansrijk. Dat is 98 procent (even een te grove inschatting) van de bevolking hier, en ik extrapoleer dat graag naar de hele mensheid. En ja, dan heb je aan beide kanten van de streep een kleine procent die je kan omschrijven als diepteleurgestelde en mischien wel boze mensen en een mensontziende witteboorden elite. Maar echt. Dat is een zeer beperkt deel.
Dus … leef je leven, vertrouw op elkaar en kijk naar de positieve zaken in het leven, en niet wat de media je vertelt. En natuurlijk moeten we de grote problemen oppakken in de wereld. De gezondheidsongelijkheid, de plastic soep, de continue oorlogen in het midden-oosten door de klimaatverandering. En dat is voor een deel de verantwoordelijkheid van de politiek. Buitenlandse politiek. Hier in Nederland, ruim ik met de buren mijn straat regelmatig op, doe ik fijn vrijwilligerswerk bij diverse stichtingen en bezoek of en toe een eenzame oudere vrouw. Want verandering ben je zelf. Het begint allemaal met de eerste stap. Hoe klein dan ook. 

1497512_988563964491363_877273632240249549_n.jpg

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief veranderprocessen

Wat vindt ons krokodillenbrein van fastfood?


Vooral in binnensteden zie je de enorme snackwinkelinvasie. En niet alleen de bekende ketens. Amsterdam is niet de enige plek waar we overdonderd worden door deze hype. Bij mij om de hoek in Almere verschenen in een korte tijd wat ijssalons. De hippe foodtrucks op allerhande festivals doen daar vrolijk aan mee. Fastfood is ook makkelijk eten, simpel te bewaren. Gefrituurd en ultra bewerkt voedsel gaat nu eenmaal lang mee. Maar niet zo gezond. De negatieve kanten van de te zoute, te vette ongezonde hap vergeten we vaak, omdat de verleiding erg slim gaat.

Krokodillenbrein houdt van vies

Natuurlijk, fastfood adverteert ook met frisse salades naast je ‘Tasty Burger’. Maar groenten is toch iets minder ‘Tasty’ volgens ons krokodillenbrein. Ons brein vindt zout, zoet en vet megalekker. Een dan ook vooral de geuren van dat, meestal gebakken, voedsel. Die geuren gaan rechtstreeks onze hersenstam binnen, en enkel door onze neus dicht te knijpen kunnen we de verleiding weerstand bieden. Kunnen ruiken is ook het enige zintuig wat we niet kunnen ‘afsluiten’ van de wereld om ons heen. We kunnen kijken, en niet zien, we kunnen horen, en niet luisteren, we kunnen likken, en niet proeven. Geur dringt door, duikt als enige meteen je krokodillenbrein in, gaat naar je hersenstam. Altijd. En dat weten de marketeers, de fastfoodketens, en de bakker op de hoek als geen ander.

Gezond eten moet weer leuk

Bijna iedereen probeert gezond te eten, maar op de een of andere manier lukt het de fastfoodketens ook om in ziekenhuizen en scholen hun winkeltjes te openen. Juist op plekken waar gezond eten essentieel is. Daarom is het goed dat ik samenwerk met het bedrijf Yes We Do! Een bedrijf dat een alternatief wil bieden. Een gezonde snack. Een lekkere snack. Vers uit de regio. Een bezorgdienst en pick-up point. Lekkere biologische koffie voor weinig. Hiervoor willen ze de duurzame kiosken die ik produceer inzetten. En het liefst in wijken waar gezond biologische eten belangrijk is. Als een heerlijk alternatief. Voor normale prijzen.

60 procent van de Nederlander heeft in 2040 een chronische ziekte

Ik vond onderstaand bericht in een van mijn krantenknipsels. Ons grootste probleem is niet hoeveelheid voedsel, maar de kwaliteit van ons voedsel. Zeker nu ik ook lees (RIVM 2017) dat in 2040 meer dan zestig procent van de Nederland een chronische kwaal heeft (vooral obesitas en suikerziekte). En ik vind daar wat van.

The European Environment Agency over de kwaliteit van leven in steden (2012): 

Over the past decade, urban quality of life has substantially improved, but, yet, in society at large, ground is being lost, serious health problems are arising from air pollution, the number of obese people is increasing and major economics, environmental and social impact are foreseen as a consequence of climate change. The problems are serious, and we are on the brink of a potentially irreversible change. While our current way of life provides us with quality, at at the same time it is putting our future at risk. A change to sustainable life styles, which nonetheless provide all necessary happiness, is required.’

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Groenlinks Jesse Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Gestemd op …


Mijn dochter schrijft samen met mijn ondersteuning een boek. Hier het laatste hoofdstukje. Mayim Kolder is de IK-persoon.

Woensdag 18 maart, de dag om te stemmen. Meteen als ik uit school kom wil ik naar het stembureau.

‘Opschieten,’ roep ik naar de rest van de familie. ‘Stemmen!’
Over de hoge drempel van de voordeur van stembureau zijn twee planken neergelegd als een soort van invalidenoprit, maar dan wel heel schuin. Ik druk op knop nummer 4 van het bedieningskastje van mijn rolstoel, dat van heel snel, maak een spurt en ‘jump’ over de drempel, vlieg een paar centimeter omhoog en land vlak voor een oude man. Hij kijkt alsof hij een vogelverschrikker naspeelt.
‘Sorry,’ zeg ik tegen hem.
‘Ach, kind,’ zegt hij. ‘Als iedereen zo enthousiast is, komt het wel goed met de verkiezingen.’
Vier tafeltjes zie ik bij binnenkomst, waarachter drie mannen zitten en mijn buurvrouw.
Ik heb mijn paspoort en oproepkaart al op mijn werkblad liggen. Voor mijn buurvrouw ben ik blijkbaar nog altijd dat kleine meisje. Ze zegt: ‘Oh, ik wist niet dat je al 18 bent.’ Ja, als ik geen 18 was kwam ik toch niet stemmen, laat maar, ze is wel lief en het is mooi weer.
Nu komt de controle van de mensen achter de tafeltjes, de eerste pakt mijn paspoort en noemt mijn naam, zodat de tweede op rij iets kan afvinken. Hij geeft de derde op rij opdracht het stembiljet aan mij te overhandigen. Wat de vierde doet dat blijkt later. Hij is de stembusbewaker, je moet het biljet er netjes opgevouwen in doen.
‘Die vierde meneer,’ fluistert pappa. ‘Is raadslid voor de PVV in Almere.’
‘Dag Mayim,’ zegt hij tegen me.
Wat moet ik doen, het is echt niet mijn partij, moet ik nou naar hem lachen of een shagrijnige kop trekken.
Ik ben nog over die man aan het nadenken, als ik al bij het laatste stemhokje ben aangekomen, speciaal voor rolstoelers. Het heeft een lage lessenaar.
Maar omdat mijn rolstoel een eigen werkblad heeft op dezelfde hoogte pas ik er niet onder. Dan maar ervoor. Mama vouwt mijn stembiljet open, we wisten al dat het veel te groot was, dus vouwt ze het op een manier dat mijn partij boven ligt. Ik heb thuis vertelt waar ik op ga stemmen.
Ik steek mijn hand uit voor het rode potlood, maar het zit vast aan een te korte ketting om de afstand te kunnen overbruggen van twee lessenaars. Hallo, kan ik zeker nog niet stemmen.
‘Wacht nou maar …’ zegt mijn moeder … ‘Ik draai het schroefje van het kettinkje wel los … alsjeblieft, hier is je rode potlood.’

STEMMEN!!!

Het stembiljet wordt door mijn moeder keurig in achten teruggevouwen en ze legt het op mijn werkblad. Ze heeft trouwens nog even een onderonsje met de PVV-man, want ze denkt dat hij het niet kan waarderen dat het potlood met ketting is gesloopt. Ten overvloede zegt ze ook nog: ‘De potloden zitten ook niet goed vast,’ en duwt het rode potlood en het losse kettinkje in zijn handen.

De PVV-man biedt aan, mijn stembiljet in de stembus te doen. Ik schud mijn hoofd.
‘Bedankt, dat doe ik zelf wel, dat is toch juist de lol,’ zeg ik tegen hem.
Mijn rolstoel laat ik tergend langzaam omhoog gaan. En ik kantel hem een beetje, zodat ik precies op de goede hoogte naast de stembus sta. Met soort van volleerde beweging, met mijn minst spastische arm, die niet ver omhoog kan, werp ik het biljet … ernaast.
‘Shit!’ zeg ik tegen de PVV-man. ‘Ik wou even stoer doen.’
Hij raapt het stembiljet op en legt het op mijn plateau. ‘Alsjeblieft,’ zegt hij.
Nog een keer, en nu lukt het. Het stembiljet zit in de bus. Gaaf.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

De kracht van een ‘sustainable story’


Een houdbaar verhaal als antwoord op een nieuwe organisatie-identiteit

Bij het vertellen in een kleine kring van een boeiend of goed verhaal ontstaat een onderlinge verbondenheid tussen de luisteraars. Deze verbondenheid ontstaat vanzelf. Zeker als je een speld kunt horen vallen. Een verhaal biedt overzichtelijk in een complexe versnipperde samenleving.

Inhoudelijke dimensie

Een ‘sustainable story’ over hoe je als bedrijf in de wereld staat bijvoorbeeld. Dat kan een organisatie veel inzichtelijker maken dan je via een-dimensionele ‘reclame’ doet. Een goed verhaal gaat over waarom je de dingen doet zoals je ze doet’. Het geeft een inhoudelijk fundament aan de organisatie. Waar zij voor staat en gaat. Waar zij zich voor wil inspannen. En natuurlijk voor andere zaken dan alleen financiële winst of aandeelhouderswaarde. De wereld een beetje mooier te maken voor elkaar bijvoorbeeld. Met de sustainable Development goals. Daarmee geeft zij aan hoe ze de wereld ziet, hoe zij de wereld verrijkt, als antwoord op de onoverzichtelijkheid.

Relationele dimensie

Het verhaal verbindt verleden, heden en de toekomst van de organisatie met de dynamiek van de omgeving. De scheiding tussen koper en verkoper bestaat niet meer. Beide zijn als het ware geblend. Als een soort twee-eenheid. Je identificeert je met elkaar. Dat ziende, nodigt de organisatie mensen uit die zich verbonden/aangetrokken voelen, om te participeren, te adviseren over producten of diensten (of weg te blijven). Door het verhaal positioneert de organisatie zichzelf nadrukkelijk naar anderen.

Emotionele dimensie

Aan de eigen medewerkers biedt het herkenning, identificatie en betekenis. Vult het ook het emotionele inleven in organisaties en haar medewerkers. Als het goed is zijn de medewerkers ook onderdeel van het verhaal. En daarmee biedt het ankerpunten voor de eigen identiteit.

Basis voor communicatie en gedrag

Met een goed verhaal kunnen bruggen worden geslagen tussen de organisatie en de wereld. Door daarbij belangrijke organisatiewaarden en de waarden van je ‘doelgroep’ te matchen kun je gedrag en symboliek zo afstemmen dat er naast ‘likability’ ook ‘unity’ ontstaat tussen jouw organisatie en je klanten. In eendracht bouw je dan samen aan je product, schep je samen wellicht nieuwe producten, waardoor klanten nog meer betrokken zijn en daarmee meer dan enkel ambassadeur van het product worden. Een krachtige band.

U kunt me bellen om hier eens over te praten als u enthousiast bent over deze filosofie.

FullSizeRender.jpg

 

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Jesse

Voor Ancilla, Jesse en Thierry.


 

juglans_major_twig

Een leider leert van het veranderend landschap en de jaargetijden. De overgang van de zomer, de herfst naar de kille winter. Het politiek landschap verandert, maar de natuur behoudt zijn eigen waarden. De oude boom blijft standvastig in zijn visie en waarden, uitkijkend over de glooiingen van de verandering. Stevig geworteld, prioriterend, actief en gemotiveerd. De volgende transitie verwelkomend. De jonge twijg beweegt mee, is flexibel en danst op de wind. Samen zijn ze een. En onschuld is onze natuurlijke toestand. Van de jonge boom èn oude boom. Al worden ze onbedoeld soms overwoekerd door de complexiteit van het veranderend landschap.

Omarm transities

Transformaties zijn identiek aan de golfbewegingen van de natuur. Soms zul je je blad of huid moeten verliezen om naar een volgende fase te gaan. Dankzij de winter weten we wat de lente is. Dankzij de pop zien we de vlinder. De politieke macht raakt vaak gehecht aan ingeslepen denkbeelden en vergeten de bron. Blijf bij wat je drijft. Een zaadje levert amper inspanning om boom te worden. De natuur kent de wil om leiding te nemen. Herken de wetmatigheid van moeiteloos leven.

In de natuur is geen oorsprong en er is geen einde. De ecologische wet van leiderschap ligt in het feit dat er geen verlies of dood bestaat. Dus ook geen angst voor verlies van bezit. Het verdwijnen van verouderde denkbeelden is de compost voor de geboorte van andere. De oude koning in ons is misschien allang dood, maar de nieuwe staat al te popelen. Op de resten van de oude stad wordt namelijk de nieuwe gebouwd. Richt je energie op de toekomst.

Blijf jong van geest

De jonge boom anticipeert op vele rollen die hij tegenkomt. Niet weerbarstig maar flexibel als een bamboestengel. Stevig geworteld doorstaat het kunstig de zwaarste stormen en hij voelt zeker tijdens een storm de sensatie in zijn lichaam: de levensenergie. Op sterke en zwakke momenten.

Omarm je zwakte, weersta je angst en wees trots op wie je bent. De omgang met je incompetenties maakt tot wie je bent. Je schaduwdeel is onderdeel van je totale werkelijkheid. Omhels die kant en je wordt een sterker leider. Blijf als een kind. Transparant in doen en laten. Authentiek en waarachtig. Weet dat de schaduw van de zon slechts op je onvolledigheid wijst.

Wees overtuigd dat je wordt gedreven door een innerlijke verplichting. De innerlijke drijfveer is kompas en je tweede natuur. Vertrouw erop. Twijfel niet bij keuzes. Het ecologisch schilderstuk kent enkel groei. Het is de flow van leiderschap.

Groeten van een oude boom, krom, maar standvastig.

 

Categorieën
Cultuurkantelen Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Geen zorgen, waarden zijn wortelvast


c885d735-5435-4c65-a511-80ebc6e1c120.jpg

Het gerammel van Mark Rutte aan de hellepoort van ultrarechts via een paginagrote ‘Rot op’-advertentie en de angstzaaierij van ‘broken record’ Geert Wilders vanuit Koblenz met zijn ‘Nieuw Europa’. Hoezo nieuw Europa? Terug naar de middeleeuwen lijkt het.

Politici willen blijkbaar tornen aan onze gezamenlijke waarden door ze kwetsbaar te laten zijn. Onze waarden zijn wortelvast. Al heel lang. Dus trap niet in de frames van bange politici.

Ik vond bij toeval op internet onderstaande ‘gemeenschappelijk waarden’ van ons land. Okay, het rijtje stamt uit 2011, maar de wetenschap leert dat je identiteit lang hetzelfde blijft. Ik zie deze waarden als een soort diepgeworteld baken, dat aangeeft hoe wij willen dat ons land is, of in ieder geval zal moeten zijn. Een waardenvol wenslijstje van alle Nederlanders dat zorgt voor houvast. Ze staan voor de mores van ons land. Een het grappige is. Geen enkele partij heeft recht op het uitdragen van dit lijstje, want het is van ons allemaal. Dus Rutte, en partijgenoten, handel ernaar. ‘Walk the talk’, want ons land, dat zijn wij.

Hier het rijtje, niet in volgorde van belangrijkheid:

  1. Tolerantie, ruimte geven aan de ander;
  2. Gelijkwaardigheid, gelijke behandeling in diversiteit;
  3. Vrije meningsuiting, geen ‘censuur’;
  4. Gevoel van saamhorigheid en veiligheid;
  5. Solidariteit, actief bijdragen aan elkaars welbevinden;
  6. Zelfbeschikking, werk en leven zonder inmenging;
  7. Netjes met elkaar omgaan op een fijne wijze;
  8. Respect voor ‘people and planet’ en maatschappelijk ondernemen;
  9. Vrijheid van religie;
  10. Vaderlandsliefde, trots op de prestaties van Nederland.

Wat me opvalt is dat we vooral zachte waarden hebben in ons polderland. Die zachte waarden hebben we dus in de vorige eeuw opgebouwd. Daar mogen we trots op zijn. Nederland is een ‘praatland’ en sluit beter aan bij Scandinavië en Duitsland dan bij de Angelsaksische landen als Groot- Brittannië en de Verenigde Staten, dat zijn duidelijk meer ‘vechtlanden’. Exitlanden en protectionistische landen. Dat zie je bijvoorbeeld aan de handelswijze van ons leger. Ons leger nam in Afghanistan een totaal andere rol (opbouwend) dan de Engelsen en Amerikanen (afbrekend).

Feminien land?

Ik weet het zeker. De cultuur in Nederland is gebaseerd op feminiene waarden en normen. De vraag ligt nu. Blijft dit zo? Blijft Nederland dat feminiene fijne land waar we alles in dialoog met elkaar blijven oplossen. Een land waar iedereen gelijkwaardig is. Waar mensen solidair zijn en respect hebben voor elkaar. En actief bijdragen aan elkaars welbevinden. Een sociaal en vrij land. Een land waar we nog de regie hebben over onze eigen zorg, passend onderwijs en passend werk?

Kijk, de wetenschappelijke theorie over waarden en normen vertelt ons dat deze waarden niet snel aan verandering onderhevig zijn, ze zijn wortelvast. En toch? De praktijk toont mij anders. Ik zie dat de rechtse politiek graag een masculien land heeft. Met stoere machotaal door partijen die onrust zaaien rondom het verdwijnen van onze waarden door de Islam of anderzins. Geert Wilders voorop, stevig gevolgd door Jan Roos en de laatste tijd ook door Sybrand Buma, Mark Rutte en Halbe Zijlstra. En dat stemt me niet blij. Wat overblijft is wat ik afgelopen jaren zag. Rollebollende politici. Een beetje wat in Amerika rond Trump gebeurt. Ik wensons land geen masculiene cultuur toe. Dat past niet in ons handelsland. Ik vermoed dan ook dat veel Nederlanders zich zullen verzetten tegen zo een achteruitgang.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Een pint drinken en tegelijk je was doen. Het kan(telt) in Antwerpen.


460076_473209656063284_853176103_o-1500x430

Je bent student, studeert, zit op kamers en je wil niet elke week naar je moeder met een zak vuile was. Maar de meeste wasserettes, die zijn niet echt gezellig vanwege die felle TL-lampen boven de rij wasmachines.

Nou, daar komt verandering in. Je moet de Wasbar maar eens betreden in Antwerpen of Gent. Het merk is ‘brand of the year’ geworden. Je kunt je was in de rij machines duwen en meteen aanschuiven in de ‘lunchroom’ met gratis Wifi, bureaus om aan te werken of genieten van een lekkere maaltijd. Dus kom je wel eens in Vlaanderen? Dan moet je toch eens langs de Wasbar, en neem een proefwasje mee.

Functiemenging oplossing in Nederland

De ultieme mening van functies in een winkel. In Nederland zou dat ook een moeten, maar regelgeving en bestemmingsplannen houden dat tegen. Een chique kledingzaak in Amsterdam-Buitenveldert kreeg een boete omdat ze een glaasje champagne schonken voor hun rijke cliëntèle. Klacht van de plaatselijke slijterij. Functiemenging mag nu eenmaal niet in veel steden.

Kanteling in de Jan Eef

Gelukkig zie je wel een kanteling. In de Jan Evertsenstraat in Amsterdam zijn mooie pilots waar je mengvormen ziet van kledingzaken èn lunchrooms ineen. Dat zijn de eerste ‘free zones’ in Nederland. Experimenten van durfgemeenten. En dat zijn er al meer dan dertig. Zo maak je saaie leeggelopen straten en plekken weer gezellig, verrassend en een beleving.

Placemaking

Placemaking heet dat, met leuke tentjes, winkeltjes, kiosken en warenhuizen waar meer kan dan bestemt door de afdeling handhaving met hun regels uit de vorige eeuw. Zullen we de bestemmingsplannen van de Nederlandse binnensteden ook eens goed door deze moderne droogkuizerij halen? Daar worden inwoners, studenten en ik zeker en vast een stuk blijer van.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Optimisme helpt wijkontwikkeling


placemaking

Ik geloof in een veerkrachtige samenleving en kansen die we zelf kunnen creëren. Onzin. Optimisme is een morele plicht, zei wetenschapsfilosoof Karl Popper. 

De gewone man

Als je sommige politici mag geloven heeft de ‘gewone man’ geen kracht meer om de samenleving, zijn woonwijk en leven naar een volgend niveau te brengen. Persoonlijk vind ik dat onzin. Sommige buurten werden juist achterstandswijken doordat mensen de regie en daarmee de verbinding met de stad werd afgepakt. Vaak door regelgevers, handhavers, beleidsmakers en andere beterweters van de gemeente. Ik zie in diverse steden en wijken veel projecten en initiatieven ontstaan waar ik erg blij van word. Maatschappelijke initiatieven groeien als kool. Echt, breng die zogenaamde ‘gewone man’ maar eens samen, laat ze maar eens praten over wat ze anders (in de wijk) willen. Dan worden het net ‘Rotterdammers’ (tenminste, dat is de mythe). Je weet wel, van die gasten die met opgestroopte mouwen de klus klaren.

Loslaten in vertrouwen

Ik zou zeggen. Gemeente blijf af van je wijken en de initiatieven die ontspruiten. Leer eens los te laten in vertrouwen. Bewoners en ondernemers kunnen het echt zelf. Er poppen steeds meer bewonersbedrijven op, opgezet door bewoners, lokale ondernemers en met inzet van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Soms gefaciliteerd door de gemeente. Daarmee bedoel ik behalve ‘geld’, juist ook regelarme wetgeving, gemakkelijker vergunningen, regelarme bijstand en kijken naar mogelijkheden van mensen in plaats naar onmogelijkheden.

Maatschappelijk eigenaarschap

Die initiatieven bevinden zich op veel domeinen. De meesten op sociale cohesie en beheer van de eigen omgeving. Maar ook op welzijn en zorg en lokale economie. Een project lukt als het zeggenschap over gemeentelijke middelen krijgt en eigenaarschap. Want natuurlijk hebben initiatieven als ze succesvol zijn recht op publieke middelen. Dus nogmaals, gemeente blijf van succesvolle projecten af en ondersteun voornamelijk faciliterend. Ook burgers kunnen maatschappelijk eigenaarschap hebben en kunnen partner in beleid worden.

De stad is eigendom van de inwoners

Ik besef me dat stad een ecosysteem is, met dynamische levende materie. Laten we die levende materie dan ook eigenaar van de stad maken. Als geen ander geloof ik dat een stad pas tot zijn recht komen als alles en iedereen gemixt is. Als het leven zelf. Organisch, spontaan en onopgeruimd. Untidy, op zijn keurig Engels. De ‘intermingling’ van alle stedelijke gebruikers zijn cruciaal voor economische en stadse ontwikkeling. En dan kies ik graag voor een model waar je kleine lokale bedrijven ondersteunt en creatieve impulsen van stedelijke entrepreneurs omarmt.

Er ontstaan bedrijfjes die de kleine economie omarmen

Waar de politiek nog kan spelen met onderbuik gevoelens, zie ik in de wijken andere verhalen. Ik zie dat inwoners uitdagingen aanpakken en met elkaar oplossingen bedenken. Want ondanks de grootstedelijke problemen, is in de stad ook plek voor oplossingen en experimenten. Waar landelijke regelgeving veel in de weg zit, wordt plaatselijk steeds meer gedoogd ten bate van het experiment. In Amsterdam is er een ‘Free Zone’ ontstaan waar ondernemers en burgers een, op sterven na, dode winkelstraat weer leven in hebben geblazen. De Jan van Galenstraat is nu een hippe trendy plek geworden, waar burgers zelfs winkeltjes bestieren. Het kan overal, ook in Tilburg, ook in Maastricht. Steden zitten vol dynamiek. Trends en vernieuwing ontstaat daar niet zomaar. Burgers tonen hun lef en richten burgerbedrijven op of energiecoöperaties. We zien leerwerkbedrijven en talentfabrieken ontstaan. De kleine economie wordt omarmd. Er komen nieuwe vormen van volkskeukens met buurtgenoten als ondernemers. Er ontstaan wijkmusea en verhalenhuizen. Omdenk- en Kantelcafé’s, leeszalen en buurtzorg. Want we kunnen anders, beter en leuker. Praat-clubs zijn uit en Doe-clubs zijn in. Omdenken is vooral omdoen. Waar inwoners oppakken en aanpakken. En ook dat is kanteldenken.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Toegankelijk Nederland? Me hoela!


img_1198

Ik schrijf samen met mijn ernstig gehandicapte dochter Mayim Kolder aan een familieroman. We schrijven samen vanaf het moment dat Mayim 14 is. Mayim is nu 18 jaar en de IK-persoon. Het boek is pas af als Mayim dat ook vindt. Dit hoofdstuk gaat over een toegankelijk Nederland …

Op weg naar de manifestatie oefent Marcel, mijn papa, zijn speech voor straks. Mama rijdt onze gehandicaptenbus waarin ik in mijn elektrische rolstoel naast papa zit. Papa noemt zichzelf kanteldenker. Kantelen, nou dat kan hij wel, zegt mama altijd. Maar ik weet dat ze daar heel wat anders mee bedoelt.

“Wie komen daar eigenlijk?”, vraag ik aan papa. Papa: “Nou het is niet mis hoor wat daar komt, een gezelschap van wethouders, politici en politici in spe, mensen die graag raadslid of wethouder willen worden. Je moet immers wel gezien worden en dat kan op een manifestatie van mensen met een beperking. Dat zal dus wel weer een hoop ‘bobo’-taal worden.” “Bobo-taal, wat is dat nou weer?”, vraag ik. Papa: “Bobo-taal is praten door middel van abstracties waarin de complexiteit van de wereld nog complexer wordt gemaakt. Politici en ambtenaren zijn daar keigoed in.” “Ik snap het nog steeds niet.” Papa: “Ja schat, dat is ook precies de bedoeling. En dat moet veranderen.” “Jij praat zeker nooit zo, hè pap.”Mama begint te giechelen: “Nee hè, Marcel.” Papa: “Nou ja, jullie zeggen het. Mijn speech gaat erover dat mensen met een handicap in onze maatschappij nog steeds niet volledig mee kunnen doen; werk, wonen, uitgaan, leren, noem maar op. We willen de mogelijkheden voor mensen met een beperking verbeteren.”

“Wij zijn niet beperkt, de rest is het! We worden gewoon niet gezién”, zeg ik boos. “Weet je nog die keer dat we op zo’n drukke Pinkstermarkt waren en ik met mijn elektrische rolstoel over de tenen van een mevrouw reed die voor ons liep.” Mama: “Ik zie het nog helemaal voor me, dat was zo’n hoog geblondeerde dame uit de Jordaan,die in de jaren ‘80 in Almere is gaan wonen”. “Het was haar eigen schuld hoor, want opeens draaide ze zich om en ik reed dwars over haar voet.Ik hoorde haar tenen kraken en ze schreeuwde: ‘Kijk uit trut!, zo raak ik ook nog gehandicapt.” Papa: “Ja, die elektrische rolstoel van jou, die weegt wel 180 kilo.” “Toen heb je maar zo’n Amerikaanse politiesirene op mijn rolstoel gemonteerd. Zal ik hem nu even aanzetten?” “Nee, alsjeblieft niet”, roepen mijn ouders. “Niet nu!” “Wat lief hè mama, dat papa dat ding heeft gemonteerd. ”We parkeren onze auto vlakbij de start van de manifestatie. Er is een soort van fanfare-orkestje zonder dansmariekes. De staart van het orkest wordt gevormd door een trombonist, maar dat is weer geen echte gehandicapte, hij heeft alleen maar adem te kort. Het orkest speelt een protestlied met de titel ‘Terug naar de bossen’. Zo van, bezuinig maar lekker door op de gehandicapten,  zodat ze weer terug moeten naar instituten op de Veluwe. Het orkest draagt een spandoek mee met daarop: ‘De trotse beperkten”. “Zoals ik!” zeg ik.

Dan beent papa weg, omdat hij zijn praatje moet houden voor een paar bobo’s. Eigenlijk is hij zelf ook wel een soort bobo. Papa heeft de laatste woorden van zijn speech nog niet uitgesproken en ik begin al te applaudisseren. Dat doe ik door met de rug van mijn handen tegen elkaar te slaan. Mama doet het precies zo. We lijken net twee spastische zeehondjes. We wenken papa.“Pap, ga je mee wat drinken, daar op het terras?” Papa: “Ja, ik wil een lekker koud biertje, een vaasje.”

Er komt een mevrouw aanlopen met een apparaat in haar hand. Ze stevent op me af, steekt haar hand uit en zegt dat ze een interview met me wil doen voor een radioprogramma, tenslotte ging papa’s speech ook over mij. Ik ben beperkt en hij niet. Alhoewel… Mijn vader is meteen alert en vraagt zich af voor welk programma. “Voor de landelijke radio”, zegt ze. Als ze de microfoon op mijn rolstoelblad heeft geplaatst en op een terrasstoeltje tegenover me is gaan zitten, komt ze met haar vraag: “Droom je weleens over je toekomst?” Papa: “Oh, je bedoelt dat ze op eigen benen gaat staan.” “Hoezo, op mijn eigen benen staan”, zeg ik, een beweging naar hem makend alsof ik hem wil slaan en ik begin te lachen. Tenslotte lacht iedereen. “Bemoei je er nou verder niet mee”, zeg ik tegen hem. “Dit is het allereerste officiële interview in mijn leven en dat kan ik wel alleen af. Hé pap, je wilt toch zo graag dat wij de regie over ons eigen leven hebben en dat mensen niet over, maar met ons praten. Dat zei je toch in je speech?”

De journaliste: “Zal ik dan maar mijn eerste vraag stellen: Droom je weleens over je toekomst?” “Ja mijn toekomstdroom, dromen eigenlijk. Ik wil wel tandarts worden, maar ik denk dat ik ook wel in de dierentuin in Amersfoort wil werken. We gaan er heel vaak naar toe en ik weet heel veel van de dieren, hun eten en hun gedrag. Soms is het net of ik een rondleiding doe, want ik vertel andere mensen er ook over. Dan neem ik ze mee.” “Maar”, zegt de journaliste. “Je zit in een rolstoel!”“Ja, maar daarom hoef ik toch niet verlegen te zijn, of zo. Dat ik niet zomaar met vreemde mensen durf te praten, ja dààg!” Mama: “Mayim is juist het tegenovergestelde van verlegen.”Ik maak een beweging van ‘ja mama ik kan het alleen wel af’ en ik vervolg mijn verhaal tegen de journaliste, dat ik weleens mensen in de dierentuin op sleeptouw neem vanwege hele bijzondere dingen van bepaalde dieren.“Dan zeg ik, kom eens mee naar de andere kant van de kooi, dan zie je het pas goed.” “Ik heb nog een andere vraag”, zegt de journaliste. “Waar woon je later?” “Ik woon in een huis met mijn vrienden en vriendinnen … èn mijn vriendje Jeffrey. In dat huis kan ik alles via mijn iPad bedienen, bijvoorbeeld deuren, licht en televisie. Mijn vader zegt dat dit ‘domotica’ heet. Trouwens, mijn vriendje kan dan helpen onze kinderen te verzorgen.”

De journaliste: “Nog even over zelfstandigheid voor mensen met een beperking. Hoe zit dat met jou?” Ik begin te lachen: “Wat dacht je van zelf pinnen in een winkel en niet je vader en moeder, of zo. Ik vind ook niet dat je vader en moeder, als je in een museum bent, de koptelefoon van de muur moeten halen en de knoppen voor de videofilms moeten bedienen omdat ze te hoog zitten. Dat was het geval in het PIT in Almere, een gloednieuw educatief museum over veiligheid. Dat is heel erg leuk voor kinderen en daar gaan heel veel schoolklassen naar toe. Maar ook voor vaders zijn er oude politieauto’s en brandweerauto’s. Het leukste is dat je met een simulator boeven kan vangen en branden kunt blussen. Als je tenminste de joystick te pakken krijgt, want die staat midden opeen tafel waar je met een rolstoel niet onder kan komen. Daar gaat mijn vader nog wel achteraan, die neemt zijn schroevendraaier mee en gaat alles lager zetten. Zo is hij.

We kunnen ook niet gewoon met de trein mee. Alles moet je van te voren regelen. Dan moet er zo’n op- en afrijplaat komen voor je rolstoel en er moet iemand zijn die zo’n ding neerzet voor het instappen. Als je bijvoorbeeld naar Maastricht gaat, moet daar weer een medewerker zijn die dat ding neerzet”. Mama: “Weet je nog? We zouden naar Breda gaan, naar het 50-jarig huwelijksfeest van oom André en tante Jeanette en toen we daar aankwamen was de medewerker er niet. We konden de trein niet uit met de rolstoel en werden gedwongen om te blijven zitten. Er was al een relletje geweest omdat vier medepassagiers de rolstoel uit de trein wilden tillen, maar 250 kilo til je niet zomaar. Dus de trein ging verder richting Roosendaal. Op dat relletje kwam natuurlijk de conducteur af en die had voor station Roosendaal de medewerker geregeld. Gelukkig, want anders hadden we door moeten rijden naar Antwerpen, een leuke stad, maar niet echt de bedoeling,want ons einddoel was nog steeds oom André en tante Jeanette. Wij gingen de trein uit over de plaat, maar toen moesten we nog naar Breda. Er reed gelukkig een bus met een lage instap. De rolstoel kon de bus in en twee uur later kwamen we aan op de bruiloft.” “Ja, mam, en toen waren alle bitterballen bijna op! Zet dat ook maar in uw verhaal, dat ik heel erg van bitterballen houd. En nou heb ik geen zin meer in het interview, wanneer komt het op de radio?”

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Groenlinks Positief Toekomstkantelen

Hands-on politica Linda Voortman


lindanieuwliggend.jpg
Linda Voortman is een politica, zoals ik dat graag zie. Er zijn namelijk niet zoveel politici die echt opstaan voor de meest zwakkeren in onze samenleving. Die vaker te vinden zijn tussen vluchtelingen of mensen met een handicap, dan op de grachtengordels. Linda bezit een vorm van politiek leiderschap dat zich van nature vertaalt in een hands-on mentaliteit. Ze duikt als volksvertegenwoordiger diep in de realiteit van het dagelijks leven, dat voor sommigen in Nederland gewoon de hel op aarde is, en zonder daar meteen een goed of slecht-nieuws-show van te maken.
Democratie is ondermeer bedacht om minderheden tegen meerderheden te beschermen, veel mensen denken dat het is bedacht om de meerderheid aan zijn eigen gelijk te helpen. Dat is niet zo. Twee voorbeelden: Democratie beschermt homo’s tegen homohaters en mensen met een beperking tegen bureaucratisch onbegrip. Linda weet met deze groepen de weg naar boven te vinden.
Dat soort dingen, dat pakt Linda als geen ander op. Ze vertoont in mijn ogen andere manier van politiek bedrijven, niet elitair, niet schreeuwerig, maar juist samen optrekkend.
Iedereen weet van mij dat ik me al jaren inzet voor jonge mensen die zorg nodig hebben en sta voor een groenere wereld. Omdat ik mijn idealen herken in de visie van Groenlinks, ben ik een paar jaar geleden lid geworden van GroenLinks.
Bij de komende verkiezingen gaat mijn stem niet uit naar de politiek leider, dat is te gemakkelijk, maar naar Linda Voortman. Ik kies voor de harde werker, toevallig een vrouw. Ik kies voor iemand die je nooit in de steek laat. Een drijvende kracht en steun voor mensen met een beperking, overtuigd van de kracht van eigen regie voor mensen met een beperking, steevast ambassadeur voor het persoonsgebonden budget, en gelover in een uitermate toegankelijk Nederland. Voor iedereen.
Het is ook niet onopgemerkt, haar enthousiasme werkt in de kamer als een perpetuum mobilé. Langs de lijn van de inhoud werkt smeedt ze coalities met andere powervrouwen, ook met zorg in hun portefeuille, zoals Renske Leijten en Vera Bergkamp. Ze werkt met de overtuiging dat politiek leiderschap niet uitsluitend voorbehouden is aan politieke baasjes, maar dat politiek leiderschap aan iedereen toebehoort, en vooral aan burgers die dit het hardst nodig hebben.

 

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

De apenrots in communicatieland


bavianen

De meeste communicatieprofessionals zijn geen partij voor de echte macht in organisaties. Communicatiemensen zijn aardig en vriendelijk. De ‘echte macht’ heeft geen boodschap aan begripvolle communicatie. En zoek je statuur door enerzijds de harde jongen te spelen, val je op je gezicht omdat het communicatievak een feminien vak is.

In de top van organisaties zie je steeds dezelfde twee begrippen. Macht en erkenning. Zelfverrijking, bonussen, vriendjespolitiek, ‘ik verdien wat jij verdient’-gedrag en machtsbejag. De kredietcrisis en recessie van afgelopen 8 jaar zijn slechts een afgeleide van wat er echt aan de hand is. En wat in het groot gebeurt, gebeurt ook in het klein. Als de CEO rechtsaf zegt gaan de meeste werknemers nog steeds rechtsaf. En rond de (bestuurlijke) macht is een sterke hofhouding aanwezig. Maar er is hoop. De masculiene elite, die in de ivoren toren zit, is zich bewust van het harde feit dat hun machtsbasis afbrokkelt. Klassieke macht wordt niet meer gepikt. De mondialisering van informatie via internet en het hogere westerse opleidingsniveau versnelt de kanteling en kentering van machtssystemen. Het dominante machtssysteem valt uit elkaar en dat gebeurt als gebruikelijk schoksgewijs. Je ziet het overal. De rots brokkelt af en achter de façade ontstaat een nieuwe wereld. 

Repelsteeltjesgedrag

Een zekere mate van narcisme en ego is voor een leider volkomen natuurlijk en gezond. Maar als het doorslaat in eigenwaan, opgeblazenheid en negeren van het fatsoenlijke is dat ernstiger. Dat leidt in veel gevallen tot de val van de machthebber. Het is gevaarlijk terrein geworden, rond de stoelpoten van de torens van de macht. Brutussen lopen overal rond. Een van de redenen dat de top de neiging blijft houden om niet transparant te opereren. Maar daar uiteindelijk niet in zal slagen. ‘Ik weet wat jij niet weet,’ wist Repelsteeltje in het gelijknamig sprookje te vertellen. De moraal van verhaal is echter dat ook Repelsteeltje zijn machtsbasis kwijtraakte door zelfoverschatting en goede onderzoeksjournalistiek.

In Nederland heeft Eric Smit van Follow the Money daar goede diensten aan bewezen door de woekerpolis-onderzoeken.

Wat je ziet dat die paar topcommunicatieprofessionals vaak een juridische of bedrijfskundige achtergrond hebben. Dat is niet zomaar. Ze kennen de machtsstructuren door en door. Want de echte macht heeft geen boodschap aan begripvol. Het is kiezen of delen. Je kunt je met hart en ziel storten op het schrijven van persberichten, de bedrijfskrant of het nieuwe logo, maar wil je echt meespelen dan zal je je eigen feminiene principes moeten loslaten en onderdeel moeten worden van de elite. Of kan het anders?

Legerlaarzen of glazen muiltjes?

Menig communicatiemanager laat zich te snel voor de kar spannen van de machthebber. Grote stappen, snel thuis. Door de modder van de macht. Dat moet ook wel want binnen organisaties worden continu coalities gesmeed die hiermee te maken hebben. Over de verdeling van macht, de rollen hierin. Samenwerkingsverbanden tussen collega’s zijn ook overlevingsstrategieën om doelen te bereiken. Om hogerop te komen. Je volgende baas te vlooien en te likken. Je baan te houden. Machtscoalities zijn de sociale netwerken op het werk. Je ziet het in de bedrijfskantine. Team bij Team, baas bij baas, Jan Hagel bij Jan Hagel. Maar ook dit zal veranderen. En hierin zie ik steevast een rol voor de nieuwe communicatievakman en -manager. Deze verandering heeft te maken met een groter wordend mondiaal verlangen naar transparantie en reflectie – ik noem dat de kracht van de glazen muiltjes. Ik denk wel eens: Was een communicatiemanager nu maar een manager van de communicatie in plaats van de uitzending. Bezig met de ontwikkeling van de dialoog. Verticaal, horizontaal en diagonaal. Maar vooral tussen werkvloer en top.

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand

Het is natuurlijk allang niet meer ‘u vraagt, wij draaien’. Een communicatiemanager kan serieus de machtige ondernemingselite de spiegel voorhouden en kritisch zijn. Communicatiemanagers hebben de sleutels voor de oplossing namelijk allang in handen. Ze houden zich echt niet meer bezig met procedures, standaarden en publicaties. Ik weet, de macht op het monopolie van zulke communicatiemiddelen is aantrekkelijk en verslavend. In werkelijkheid is dit onnodig. Je kunt niet vechten om een roos te laten bloeien of een embryo te laten groeien. De dingen gebeuren gewoon in hun eigen ritme. Communicatie is het uitwisselen van informatie, kennis, overtuigingen, gevoelens en visie waarmee een organisatie kan groeien. Een communicatiemanager moet die zaken faciliteren. Water geven. Een goed communicatiemanager beseft wat er juist niet gezegd wordt. Kijkt naar de ruimte tussen de zinnen, naar de onderstroom. Aan kennis en vaardigheid over deze dingen bestaat een enorme behoefte. Naar nieuwe invalshoeken en perspectieven. Naar stimulerende en inspirerende verbindingen en het kunnen laten stromen van je organisatie. Naar weglaten en loslaten. De communicatiemanager kan overstappen van weten naar begrijpen, van voorschrijven naar beschrijven, naar voorleven. Veel communicatiespecialisten opereren op een veel lager bewustzijnsniveau dan de organisatie en de wereld van ze mag verwachten. Dus sta op en kom uit je comfortzone.

Grijp de uitnodiging aan

Ervaar het nieuwe en onbekende. Weinigen zien het onbekende als een uitnodiging. Zien vooral de chaos. Missen de waarden achter de gedrevenheid. Maar het onbekende bevat de sleutels tot een nieuwe werkelijkheid. Waarom is er steeds die behoefte aan beheersing, geld, macht, strijd en dingen vasthouden? Het is ons lot om een oneindig aantal rollen te spelen, maar die rollen zijn niet jezelf. Het zou jammer zijn dat we dat pas ontdekken aan het eind van onze loopbaan. Tijd voor een kanteling.