Plekmaken als sociale innovatie


Het ontwikkelen van inclusieve, gezonde en veerkrachtige steden is misschien wel de grootste uitdaging voor de mensheid van vandaag. Een belangrijk deel van de oplossing voor een veerkrachtige stad ligt in het hart van stad: de openbare ruimtes. Gezonde openbare ruimten zijn de springplank voor revitaliserende gemeenschappen.

High-line-new-york-01.jpg

Ontmoetingsplekken scheppen waar mensen met plezier leven. Als je steden ontwikkelt voor auto’s en verkeer, dan krijg je ook veel auto’s en verkeer. Plan je steden voor mensen dan ontstaan er plekken voor spelende kinderen, wandelende voetgangers, rolstoelers en fietsers. Er ontstaan pleinen, speelse doorkijkjes en parken waar je met elkaar kunt verpozen. Maak tevens wat ruimte voor lokale helden met hun kleine winkeltjes, met hun verwenproducten, gezond eten, en let dan eens op wat er gebeurt. Misschien gaan bewoners zomaar op die leuke plek dingen organiseren. En is er geen ruimte in de straat verander je een andere plek in een groen feestje. Maak bijvoorbeeld bereikbare daktuinen of maak van je overbodige metrolijn in plaats van een ‘sidewalk’ een ‘green upwalk in the sky’.

z_artikel_en_18_5_DSC6035_1200x800.jpg

Stoep-maken, plein-maken en park-maken. Plekmaken doe je waar mensen wonen. Voor hun deur of op plekken waar zij samenkomen. Door een ‘overbodige’ straat af te sluiten kun je een nieuwe groene speelplek creëren. Een schommel of een kiosk met lekker eten maken van je omgetoverde straat snel een ontmoetingsplek. Ontmoetingsplekken ontstaan meestal waar bussen, trams en andere voertuigen samen komen of elkaar kruisen. Maar pleinen kunnen zoveel meer zijn. Het kunnen (mini)parken worden. We kunnen delen transformeren in pluktuinen met verse groente en fruit. Jawel, dat kan, zomaar midden in de stad. De omringende panden kun je open gevels geven met veel glas. Versieren met verticale of hangende tuinen. Verzin bijvoorbeeld een tijdelijk stoep- of fietscafé. Betrek mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Zo blur je het lommerrijke levendige plein de omringende huizen of winkels in.

City-Hall-Green-Roof-1024x678.jpg

Gebouwen die de plek als ontmoetingsplek markeren. Je kunt ook gebouwen of paviljoens ontwerpen die ontmoetingsplekken ondersteunen. Een groen paviljoen, een overdekte marktplaats. Zorg voor een plek waar je lekker overdag in het gras kan liggen, installeer mooi houten straatmeubilair. En laat die plek beheren door bloemrijke mensen uit de buurt: De ‘community’. Daar kunnen workshops plaatsvinden rondom de uitdagingen in de stad. Over voldoende gezond eten, onderwijs, sport of cultuur. En maak met elkaar de agenda voor die plek, het park of de hangende tuin. Organiseer festivals, een bloemenmarkt, kookwedstrijden, een kunstmarkt en maak een rolschaatsroute of fietsparcours. En overorganiseer het niet. Doe het quick and dirty. Dat gaat sneller. Start met een tafel en organiseer een schaakwedstrijd. Doen is namelijk al meer dan niets doen met elkaar. Met dat duidelijke doel voor ogen. Dat het beter zal gaan met de mensen en de buurt. Dat het een prettige plek wordt, een veilige plek, een ontmoetingsplek waar iedereen aan kan mee doen.

Kijk eens op de website van zo een plekmaker: http://www.yeswedo.nu

Of download dit rapport van de UN over placemaking and the future of cities:

https://www.pps.org/wp-content/uploads/2015/02/Placemaking-and-the-Future-of-Cities.pdf

city-6.jpg

Advertenties

Ik heb iets met lelijke eendjes


Ik heb iets met lelijke eendjes. Misschien is dat de reden dat ik in Almere ben gaan wonen. Als Vondelparkbuurtbewoner met een voorliefde voor het excentrieke bleek de über-architectonische Filmwijk waar we neerstreken het beste wat ons overkwam.

Ondanks het blijvende lekkende dak van onze experimentele woning (we hebben al 25 jaar op vaste plekken gekleurde emmertjes staan om de druppels op te vangen) genieten we van ons huis. Verder is het erg gezellig als het regent. Want onder een aluminium dak heb je het gevoel dat je altijd kampeervakantie hebt. Ons huis staat in allerlei architectuurgidsen. Besef, ook ikonen kunnen lekken.

FullSizeRender
Ons huis, Modern Acropolisme van Sjoerd Soeters.

Ik heb iets met lelijke eendjes. Misschien is dat de reden dat ik in allerhande initiatieven het beste wil voor mijn stad en Flevoland. Of het culturele initiatieven zijn, een duurzame energiecoöperatie of mijn ambassadeurschap voor mensen met een beperking, want serieus, ons platland is ideaal voor rolstoelers, geen bergen en dalen, enkel een koopheuvel in Almere (als gekanteld antwoord op de Rotterdamse koopgoot).

Ik heb iets met lelijke eendjes, want ik weet dat ze uiteindelijk veranderen in een mooie zwaan. Daarom woon en werk ik in deze provincie. En creëer ik met liefde een hart voor stad en land. Ons Flevoland.

Architect Sjoerd Soeters bouwde als student Modern Acropolisme in 1984. Tien jaar later kwam het tot onze droomvilla op een heuvel in Almere.

Bij toeval vond ik dit oude filmpje. Ingesproken, nog toevalliger door de vader van onze buurman Robert Bloemendal. Philip Bloemendal, de producent van het Polygoon Bioscoop Journaal.

Kooplust X


Het gaat weer beter met de economie. Dus voor allen nu: Kooplustalarm, voor je het weet ben je arm. Zeker als je van appels houdt. De appel met de X dan wel te verstaan.

Een bekende theorie is dat mensen in hun handelen niet alleen worden gedreven door wat ze zelf zijn, maar ook wat ze hebben. Je hebt je geest, je lichaam, je principes, je familie, je vrienden, je opleiding, je baan, et cetera. Maar het gaat verder dan het immateriële: ik heb een huis, ik heb deze boeken, ik heb deze auto en deze merkkleding. Een andere theorie stelt een sterke zelfvervollediging voor. Die behelst dat individuen hun omgeving specifieke eigenschappen van zichzelf willen tonen en zich pas compleet voelen als die eigenschappen door de ander in de groep worden herkend en erkend. Daarvoor gebruiken ze symbolen en rituelen die aansluiten bij de strategie van de premium brands. Met branding kun je dus alle kanten op. En laat dat nu precies zijn waar premium brands op zinspelen. Rij Volkwagen Beetle en je bent flowerpower, ga naar de driving experience van Landrover en je bent een globetrotter.

We blijven kindkopers. Burgers die shoppen tot een culturele norm hebben verheven. Het feit dat volwassen mannen computerspelletjes spelen die eigenlijk bedoeld zijn voor pubers zegt volgens wetenschapper Benjamin Barber voldoende. In Engeland heten deze mensen kidults of twisters. In Duitsland nesthockers, in Italië mammoni’s en in India zippies. Waar in de koopgoot in het hart van de stad alleen nog aandacht is voor de ultieme bevrediging van de koopdrift, vergeten mensen dat er ook andere zaken in het leven zijn. Onze zapeconomie biedt weinig ruimte meer voor verdieping. Vroeger was winkelen slechts een van de activiteiten op de agora van ons drukke leven. Nu consumentisme ons leven conditioneert, worden we nog meer slachtoffer van de premium brands. Nou ja, slachtoffer? Als kuddedier vinden we dit misschien wel heel prettig. We halen onze identiteit blijkbaar uit wat we hebben in plaats van wat we zijn.

Ik heb mezelf beloofd niet meer in de verleiders van de premium brands te trappen. Ik heb tenslotte al een onverslijtbare Landrover en iPhone 4s (for Steve). Die iPhone X die laat ik aan me voorbij gaan. De laatste tijd veel spullen weggedaan. Ook dat is een trend. Ontspullen. Want niet alles past in een tiny house. Hoe zullen we die groep noemen? De Less is More Generation?

Screen-Shot-2017-09-12-at-21.07.03.png

Hoofdstuk 19 uit het boek van Mayim: epilepsie


November is epilepsie awarenessmaand. Reden om dit opnieuw te vertellen.

Kanteldenker

SONY DSC

Ik schrijf samen met mijn gehandicapte dochter een roman. Nu al 78 volle A-4tjes. Ongeveer 37.000 woorden. We besloten te gaan schrijven om haar verhaal aan de wereld te vertellen. Steevast elke 3de zondag in de maand maken we een hoofdstukje. Tenminste, ik interview haar een uurtje, en dan schrijf ik een paar pagina’s. Dat doe ik nu bijna twee jaar. En het zal nog wel twee jaar duren voordat het af is.

Het is geschreven vanuit haar perspectief. Mayim is de ‘IK-figuur’.

19. Corticaal gedoe 

In het filmpje dat pap laatst van me maakte voor een poëziefestival zie je dat ik goed kan praten. Je moet weten dat ik tot mijn achtste helemaal niet kon praten, nou ja, het was een sóórt van praten, maar voor vreemden onverstaanbaar. Dat kwam natuurlijk door mijn spastische mond en tong. Ik moest op spraakles, ik wilde het ook wel; ik moest oefenen, ook met papa en…

View original post 389 woorden meer

De schuld van uitputting


De immens groeiende schulden van de wereld (en haar burgers) aan de kredietverschaffers en banken zorgen ervoor dat we als maatschappij gevangen zitten in het economisch gedrocht van ongebreidelde groei en uitputting van de aarde. De huidige generatie zit vastgeketend aan de schuldenberg van voorgaande generaties. We moeten hierdoor bovenmaats groeien en weer schulden aangaan vanwege deze schuldenexplosie. Om dit te doorbreken zullen we de wereld moeten ontwortelen van de schuldeisers en de huidige en toekomstige generaties zuiveren van de druk op steeds maar willen groeien. Die ontworteling is complex, maar is de enige oplossing om naar een meer kredietlozere maatschappij te gaan. Met meer lokale valuta, ruilhandel en zonder de inmenging van kredietverschaffers wiens enige natte droom is rente te vangen en winst te maken. De vele triljarden dollars aan schuld zijn een gigantische maatschappelijk probleem geworden. Alle verhoudingen tussen financieel systeem, sociaal-geografie, politiek, en menselijkheid zijn meer dan zoek door deze mega-schuldenlast. We moeten serieus gaan stoppen met schulden aangaan, maar ook met onze hebzucht naar meer … en weer terug naar de menselijke maat. Maken en kopen wat je nodig hebt, en meer niet. Wegstapppen van het consumentisme en de statuskoopzucht. En een transitie starten richting een ander schuldenloos of bankenloos systeem, wellicht onbekend terrein voor huidige economen, maar de enige oplossing om Grow and Greed te stoppen. Mag ik op de resetknop drukken?

We gaan geen aapjes kijken in Apenheul


Een tip. Ga niet op een zonnige zondag in het najaar met twee kinderen in elektrische rolstoel naar Apenheul. Je komt namelijk niet bij de apen, en de apen niet bij jou, tweette ik afgelopen zondag, samen met een foto van twee meiden achter een dikke rij mannen met hun eigen vooruitgeschoven kinderen die hun plek verdedigden.

Ik weet niet wat er precies gebeurt in de hersencellen van bezoekers als zij een kaartje betalen om apen te zien en zich daarna door de mensenmassa een weg banen richting hun geliefde diertjes. Het gros wordt bij grote drukte een soort van roofdieren die nietsontziend voor rolstoelen dringen, andere kinderen en ouderen. En als je er wat van zegt je toeschreeuwen: “Moet je maar niet op een zondag naar een dierentuin gaan, je kunt ook door-de-weeks met je handicap”.

Er is wat aan de hand in de samenleving. Ik merk al een paar jaar dat er een onderlaag is die hand-in-hand lijkt te gaan met de dikke-ikke mentaliteit van sommige graaiers aan de top. Ouders die ‘eigen kinderen eerst’ als motto lijken te hebben. Het manifesteert zich niet alleen langs de lijnen van het sportveld.

Ik wist even niet wat ik daar terplekke aan kon doen als begeleider van twee ernstig gehandicapte jongeren in een rolstoel die zich met moeite een weg konden banen door de hysterische massa.

Na een klein half uur wachten kwam een ouder echtpaar naar ons toe en vertelde dat een vriend van hen een plaatsje aan de zijkant van het Oran Oetang-gebouw voor ons hadden vrijgehouden. Let wel, een ouder echtpaar van rond de tachtig.

De tweet veroorzaakte een stortvloed aan reacties. Fijne reacties. De meest fijne was van Apenheul zelf. We mochten nog een keer op hun kosten komen. Op een rustige dag. In het gesprek met een medewerker opperde ik of wellicht een bord met daarop een aapje in een rolstoel (en een grappig op de grond geschilderd rolstoelvak) zou helpen. Het voorstel ligt nu bij de directie. Ik ben benieuwd of dat gaat lukken. Ik voel wel voor zo een kanteling naar een nog toegankelijker toegankelijk Apenheul.

IMG_0383

Wees niet bang


Het lijkt zwartgalliger in de wereld te worden. En toch is het niet zo. Er zijn (even voor het gemak) twee groepen in (laten we Amerika nemen) de wereld. De kansarmen en de kansrijken. Ook in Westerse landen. Beide groepen praten over andere zaken op een andere toonhoogte. Ze begrijpen elkaar niet omdat hun wereldbeelden anders zijn. Ze bestaan beiden uit heel aardige mensen die het beste voorhebben met de buurt en de wereld waar ze in wonen. Maar waar de ene groep moeite heeft kansen te zien, een baan te vinden, of zijn mening te kunnen ventileren, kan de andere groep dat juist wel, ziet overal kansen, reizen de halve wereld over en zijn gek op verandering.
De PVV versus D66 lijkt het wel. En die twee werelden drijven steeds verder van elkaar af. Dat is mede door de polarisering die haar echoput vindt in de media. Negatieve zaken/mensbeelden trekken meer kijkcijfers dan positief nieuws. Terwijl er natuurlijk onnoemelijk veel meer positieve en mooie dingen gebeuren. Politiek gaat immer over problemen, dat is inherent aan het vak. Zeker in de door de media aangedikte donkere tijden. Negatief nieuws verkoopt. Maar zeg nu zelf. Als ik door de Stedenwijk loop in mijn stad Almere (een prachtwijk volgens de ‘elite’), of door de Filmwijk (wat elitairder in de ogen van de ‘stedewijkers’) in het centrum. Dan zie ik daar zie ik nog steeds fijne mensen die samen met elkaar dingen oplossen, hun kinderen naar school brengen of op straat aan hun auto sleutelen of tuin mooi maken, daar gaat het niet over kansarm of kansrijk. Dat is 98 procent (even een te grove inschatting) van de bevolking hier, en ik extrapoleer dat graag naar de hele mensheid. En ja, dan heb je aan beide kanten van de streep een kleine procent die je kan omschrijven als diepteleurgestelde en mischien wel boze mensen en een mensontziende witteboorden elite. Maar echt. Dat is een zeer beperkt deel.
Dus … leef je leven, vertrouw op elkaar en kijk naar de positieve zaken in het leven, en niet wat de media je vertelt. En natuurlijk moeten we de grote problemen oppakken in de wereld. De gezondheidsongelijkheid, de plastic soep, de continue oorlogen in het midden-oosten door de klimaatverandering. En dat is voor een deel de verantwoordelijkheid van de politiek. Buitenlandse politiek. Hier in Nederland, ruim ik met de buren mijn straat regelmatig op, doe ik fijn vrijwilligerswerk bij diverse stichtingen en bezoek of en toe een eenzame oudere vrouw. Want verandering ben je zelf. Het begint allemaal met de eerste stap. Hoe klein dan ook. 

1497512_988563964491363_877273632240249549_n.jpg