Categorieën
Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen Zorgkantelen

Yimmekke


Toen Mayim op anderhalf jarige leeftijd in de MRI-scanner van het Academisch Medisch Centrum lag, werd ons medegedeeld dat ze waarschijnlijk niet veel meer kon. Zwaar verstandelijk gehandicapt. Zwaar lichamelijk gehandicapt. Dat werd de boodschap.

Mayim is net twaalf geworden. Ze Youtubed en speelt games als een echte puber. Heeft stapels energie. Sinds kort Twittert ze onder pseudoniem op haar eigen Ipad. Ze rolt met haar elektrische rolstoel, haar monstercar, door de Albert Heijn en haalt met zichtbaar plezier onze boodschappen. We hoeven alleen nog maar af te rekenen. Vandaag op het menu een halve kilo paaseieren en kaasfondue. Heerlijk.

We hebben Mayim immer uitgedaagd. Ze werd zindelijk op haar 8de, ging lezen op haar 9de en twittert nu stoer op haar 12de. Sinds kort is het ‘aan’ met Matthijn. Haar eerste vriendje. Matthijn weet het nog niet. Maar hoort dat morgenochtend. Mayim heeft al een briefje getypt. Haar woord- en taalbegrip is zoals die van een twaalfjarige. Geen groot verschil met andere kinderen. Rekenen gaat wat moeizamer. Maar tenslotte zijn rekenmachines niet voor niets uitgevonden. Ze weet bijvoorbeeld precies waar Antarctica ligt. En IJsland. En maakt zich zorgen om de oorlog in Libië. Mayim is een superkind, zoals ze nu is. En dat vertellen we haar dan ook heel vaak.

Het heeft heel veel tijd gekost om te komen waar we zijn. Een zorgintensief kind thuis kost veel energie. Met een zeer zorgintensief kind ben je de hele dag aan het managen. Als ze thuis is, is er geen minuut tijd voor jezelf. Een goedbetaalde baan in het bedrijfsleven zit er niet in, want je moet altijd paraat staan. Voor ziekenhuisbezoek, voor als ze ziek is, voor therapie, de continue verbouwing van je huis, bijlessen en de administratieve rompslomp die bij dit alles komt. De zorg rondom Mayim gaat door, ook ’s nachts. Het stopt nooit. Een zorgintensief kind kun je niet laten oppassen door een buurmeisje. Gelukkig zijn mijn supervrouw en ik zelfstandig ondernemer. We kunnen heel veel zelf regelen. En hebben fijne mensen om ons heen die ons helpen. Het PGB-budget helpt ons hierbij. We zouden niet weten wat we moeten doen zonder. Het zal echter nooit wennen. Dat je kind niet naar een reguliere school gaat. En meer artsen en specialisten ziet dan menig kind op haar leeftijd. Vorige maand is er een ernstige hartkwaal geconstateerd. Dat betekent nog meer zorg. Maar wat een rijkdom geeft ze ons elke dag. Onze meid. Ons @Yimmekke. Gewoon, door er te zijn.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Nederland is integer land!


De Nederlandse pers lijkt er dol op: onoirbaar handelen van ambtenaren en hogere functionarissen aan de kaak stellen. ‘Nederland bananenrepubliek’ koppen sommige kranten met enige regelmaat. Vooral rond de verkiezingen. Over bestuurders bijvoorbeeld, die de Balkenende-norm ver overschrijden.

Mijn mening: Het valt best wel mee in Nederland. Het is juist een mooie Nederlandse traditie om zaken snel aan de kaak te stellen. Dankzij alerte reacties van pers en politiek staat dit land op nummer zeven op de lijst van integerste landen ter wereld. Topinkomens in de semi-overheidssector zijn uit de gevarenzones, daar is de gelegenheid tot frauderen redelijk geminimaliseerd, de prikkel of motivatie is verminderd en de rationalisatie ontkracht. Met dat laatste bedoelen we de rechtvaardiging van zelfverrijking. Bijvoorbeeld dat een hogere beloning op zijn plaats zou zijn en dat iets ‘stelen’ deel uitmaakt van de secundaire voorwaarden. Het was dus zaak om verleidingen weg te nemen. Preventief in plaats van repressief beleid levert meer op. Dat is door de negatieve pers gelukt.

Veel organisaties voeren integriteitsbeleid in vanwege de angst voor reputatieschade of eventuele claims van derden. Die drijfveer is vrij reactief. Het zou beter zijn als het integriteitsbeleid deel uit zou maken van een MVO-strategie. Binnen de drie facetten van MVO – people, planet and profit – is integer handelen van nature de aanjager van deze processen. Zo zal de overtuiging ‘ik wil geen slechte baas/medewerker zijn’ verschuiven naar ‘ik ben een goede baas/medewerker’.

Dilemma?
Wat doe je als parkeerambtenaar als een hoogzwangere vrouw tien minuten te laat bij haar auto arriveert. Bekeur je haar? En wat doe je als ze drie kwartier te laat komt? Of wat doe je als de bestuurder een vriend van je is en je weet dat hij het financieel moeilijk heeft? Dit is typisch het grijze gebied. Organisaties die oprecht nadenken over een beter integriteitsbesef doen er goed aan om daar samen met de medewerkers over na te denken. Er is geen goed of slecht, er is alleen het beoordelingsvermogen van de ambtenaar. Handelt die naar de regels of de geest van de wet? Sessies met (semi-) ambtenaren leiden meestal tot nieuwe bedrijfscodes. Een corruptievrije organisatie bestaat niet. De les is dat een integere organisatie is gefundeerd op wegnemen van verleidingen, gebieden waar makkelijk gefraudeerd kan worden scherp in de gaten houden, medewerkers hun eigen codes laten wegen in hun eigen praktijk. Verder is voorbeeldgedrag van managers even belangrijk als investeren in fraudepreventie. Alertheid op fraudesignalen zou een automatisme moeten worden. Risicoanalyses en waarborgen moeten worden ingebouwd en bovendien moet een vertrouwenspersoon zorgen dat meldingen niet meteen in de categorie ‘klokkenluider’ vallen. Want een klokkenluider meldt zich pas als reguliere oplossingen niet meer mogelijk zijn. In organisaties waar misstanden correct en professioneel kunnen worden gemeld, is de cultuur integer.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Lol in de Almeerse file


Almere. Winter. De wekker gaat. Het is half zeven. Iets te vroeg voor me. Moeizaam stap ik uit mijn elektrisch verstelbare bed. De ochtendrituelen zijn bekend. Ontbijt, goed tandenpoetsen, ook weer elektrisch – het gemak dient tenslotte de mens – en alle familieleden een lieve kus geven.

De pendelbus voor de stadforens staat om zeven uur klaar. Er wacht een rit van meestal anderhalf uur. Het is een leuke ploeg authentieke figuren waar ik mee reis. We hebben ontzettend veel lol in de bus. Gelukkig zit bij iedereen wel een draadje los. De haakjes en oogjes zijn te tellen. De stemming zit er meestal vroeg in. De bus rijdt schuddenbuikend naar de plaats van bestemming. Hemelsbreed nog geen 10 kilometer van Almere. Maar het lijkt vaak een retourtje Maastricht. Je raakt er aan gewend. Aan de rit naar het Gooi. We zijn meestal met zijn zessen. Je raakt ook aan elkaar verknocht. Jaar in jaar uit met elkaar in diezelfde pendelbus. Soms wel tien jaar achtereen. Je moet wel. Na een dag hard werken gaat de rit weer op huis aan. Het is meestal een vermoeiende dag, met veel lichamelijk werk. Nu rijdt het wat vlotter, meestal geen file. Binnen een uur is iedereen thuis. Geen schuddenbuiken op de weg terug. Maar lekker ronken.

Dit was de situatie in Almere 3 jaar geleden. We hadden liever in die jaren in onze woonplaats Almere naar school gegaan. De mytylschool voor kinderen met een lichamelijke beperking over de brug naar Hilversum was echter de enige mogelijkheid voor kinderen met een lichamelijke handicap. Met de hulp van mijn vader rekende ik toen uit dat ik – voordat ik mijn diploma haalde – de komende tien jaar nog minstens 5000 uur in het busje moest reizen. Van A naar … Als de files niet langer werden, tenminste. Aan mijn lichamelijke handicap valt weinig te doen. Ik ben nu 12 jaar, spastisch, en heb nog een heel leven voor de boeg. Ik begreep toen niet waarom er in Almere geen school voor gehandicapte kinderen bestond. Net als geen goede ontsluiting naar het oude land. Door je ouders gewoon naar school worden gebracht. In de buurt. Daar zou niet alleen ik, maar daar zouden ook 120 andere Almeerse forensjes een stuk gelukkiger van worden.

Gelukkig is nu de situatie veranderd. Na een lange strijd van mijn lieve pappie samen met tientallen andere ouders is 3 jaar geleden de eerste knoop doorgehakt en is de zomer daarna het ministerie van onderwijs omgegaan. Almere kreeg een officiële mytylschool. In vijf minuten ben ik nu op school. Heerlijk. Dankzij mijn pappie. Die ook mij heeft geholpen met dit stukje schrijven. Want dat gaat met mijn handicap niet zo makkelijk.

Maar nu moet ik naar de middelbare school. Een school voor lichamelijk gehandicapten. En die is er niet in Almere. Dus gaan mijn ouders weer aan de slag. Want anders sta ik volgend jaar weer in de file. Elke dag. Samen met tientallen andere lichamelijk gehandicapte kinderen.

Categorieën
Almere2018 Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Hink, stap, schaalsprong: middle class revisited


Het heen en weer schieten van verlies naar verlangen, en van verlangen naar verlies, zijn de congestieve ingrediënten van Almere’s identiteit. Het is een rat race waarin Almeerders opgesloten lijken. Opgesloten op hun eiland. Waarbij de melancholie van hun verleden, van het oude land, verknoopt raakt met postmoderniteiten en individualisme.

Wat nu. Het collectief reïncarneert continu het stedelijk landschap van oud- naar nieuw land. Het zichtbaar gemis van een roemrijk verleden en civilisatie hebben Almere bijzonder vatbaar gemaakt voor de wijze waarop men zich in de stad nestelt. Haar identiteit vorm geeft. Middenstandsfamilies en haar vooroordelen staan centraal in de meningsvorming rondom de ontwikkeling van de stad en haar uitbreidingen. De exclusieve locus van Almere en de zichtbare verbintenis als dubbelstad met de metropool Amsterdam creëert dromen, mogelijkheden en angsten. Een sterk besef van verandering toont dat de twee-eenheid en het verlangen naar een nieuwe verbinding tussen Amsterdam en Almere zich op de grens van een omvangrijke transformatie beweegt die haar in veel verschillende richtingen kan stuwen. Ik kijk naar Almere Poort en naar IJburg. Naar het IJland ertussen. De verbinding tussen de siamese tweeling.

Droomstad en werkstad.
Tweeling met een droom dat de buitendijkse plek in het vertroebelde meer een mooi meanderend gebied wordt, cradle 2 cradle, duurzaam, met water, pleintjes, eilandjes in de oude Zuiderzee, met verbindingen, bruggen naar verwachtingen, met een variëteit aan kleurrijke en veelsoortige gebouwen. Almeerse fjorden. Amsterdamse fjorden. Stadsbestuur, Landsbestuur, Provinciebestuur laat u inspireren door de Almeerse mens en haar liefde voor de weidse natuur. Door Antoni Gaudi of door Le Corbusier en Frank Lloyd Wright. Maak betere pleinen en parken, integreer natuur en cultuur met organische vormen. Vergeet de Berlijnse Muur en het staccato aan eenvormigheid. Kies voor Hundertwasser of Himmelblau. In een holistisch geheel. Kies nadrukkelijk niet voor de ego-trips van individuen. Kies uiteindelijk voor samen met de bewoners van Almere en Amsterdam voor ontwerpen van menselijke maat met allure. Het gaat immers niet enkel om meer, maar vooral om anders. De dialoog is op gang.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Taalproblemen tussen overheid en burger


Burgers zijn uitermate geïnteresseerd in de samenleving. Er zijn enorm veel vrijwilligers, mantelzorgers, cultureel en politiek geïnteresseerde burgers. Wat politiek Den Haag of de plaatselijke politiek doet wordt op de voet gevolgd. Maar dezelfde burgers hebben veelal geen idee hoe ze met diezelfde overheid in dialoog kunnen gaan op een andere wijze dan eens in de zoveel jaar het rode stempotlood gebruiken. En de overheid schijnt dezelfde uitdaging te hebben. Een tijdje geleden is het boekwerk ‘Hellup, een burgerinitiatief’ verschenen, gemaakt door Binnenlandse Zaken (Inaxis) om het gemeentebestuur te laten zien dat het best mogelijk is om burgerparticipatie en interactieve beleidsvorming gezamenlijk in te richten. En toch blijft het contact tussen overheid en burger moeizaam verlopen.

Vast staat dat burgers over het algemeen geen probleem hebben om zich aan te passen om ‘mee te doen’ met het ‘maken van een stad’. Maar de taal van de overheid is niet de taal van de burger. Of je nu de taal van de architect gebruikt of de simpelheid van de jip-en-janneketaal. Beiden slaan de plank volledig mis als de burger niet serieus genomen wordt. En Jip en Janneke taal is een diskwalificatie van de intelligentie van de gemiddelde burger. Het is een schijnoplossing van een dieper liggend probleem.

What’s in a name?
Dit dieper liggende probleem is een probleem van alle tijden. Sinds het onstaan van bureaucratia is de overheid moeilijk in staat om een dialoog aan te gaan met hun onderdanen. Samen voor oplossingen te zorgen. Uitdagingen aan te gaan. De afstand is, en blijft te groot. Dat ligt ook aan taal. Een voorbeeld is bijvoorbeeld de ‘oproepingskaart’. De officiële naam voor uitnodigingen voor referenda. De naam van deze kaart is n.l. ‘zenderdominant’. Anders zou het kaartje gewoon ‘kieskaart’ of ‘stemkaart’ heten. De oproepingskaart is een van de vele relikwieën van overheidsprojecten en hun naamgeving. Overheidstaal is te complex, nietszeggend, bestaan uit werktitels of afkortingen van projecten en gaan te veel uit van de zender en niet de ontvanger. Daarbij ontstaan vrij vlot in de volksmond gebezigde ‘troetelnamen’ rondom de grote projecten. Bijvoorbeeld Melkertbanen, RekeningRijden en Zalmsnip. We herinneren ons de spitsstrook, tariefrijden en het wel en wee van Tineke Tolpoort. In een van mijn workshops mocht men andere namen bedenken voor rekeningrijden. Dat werden in eerste instantie namen die uitgingen van een negatief beeld: ‘filetarief’ en ‘stageld’. Later werden het positieve namen: rijtarief, ANWB-tarief, Weggeld en Spitsstrooktarief. Dat is burgerlogica in optima forma.

Wat ligt aan het basis van de problematiek?
Goede duidelijke taal alleen helpt natuurlijk niet alleen, maar het is een begin. De eenloket- of burgerloketgedachte kreeg de laatste jaren een opmars. Maak één voordeur voor de burger en dan is het duidelijk. Maar het veranderde niets aan het onderliggend probleem. De afdelingen en ‘hokjes’ daarachter veranderden meestal niet mee.
Zwerfafval in de stad valt onder verschillende ambtelijke petten. Voor de burger behoort het simpelweg tot één domein: rotzooi. Zaken benoemen met inzicht in de logica van de burger zorgt bij de burger voor meer vertrouwen in de overheid. Maar regel dan ook de achterkant. Voor een betere burgerrechtelijke dienstverlening en goed toegankelijke informatie.

Een paar voorbeelden van hoe het niet goed gaat in overheidsland:
Burgers/bedrijven moeten langs verschillende loketten. Deze loketten staan bovendien verspreid over het gebouw opgesteld.
Burgers/bedrijven weten nooit zeker of ze alle relevante aspecten (producten, diensten, alternatieven) hebben geregeld. Ze moeten hun eigen vraag grotendeels zelf vertalen in diensten.
Het werken is inefficiënt. Elk loket heeft zijn bemensing. Er zijn medewerkers die bureau-, balie-, en telefoonwerkzaamheden moeten combineren. Het resultaat is: rijen aan de balie, slechte telefonische bereikbaarheid, lange doorlooptijden van een product.
Door een gebrek aan procesmatig werken is er weinig inzicht in de afhandelstatus van een productaanvraag. Deze onduidelijkheid bestaat er voor de burger én de ambtenaar.

Not in my backyard?
Wel eens op een hoorzitting geweest? Of een inspraakavond tussen buurt en overheid? Bij heikele projecten ziet de toeschouwer aan de zijlijn meestal een soort boksring. Burger en publieksdienst zetten de hakken in het zand. Achter de tafel van de overheid zitten vaak meer juridische adviseurs dan andere ambtenaren. Klaar voor het gevecht. Er wordt met woorden gemept. Met argumenten geslagen, met drogredenen en non-argumenten gebokst. Dit is exemplarisch voor veel debatten. Ambtenaren zijn vaak wars van zelfspot. Want ze beoefenen een serieus vak. Wat meer relativeren en humor is uit den boze. Het kan echt anders. Door onder meer uit te gaan van burgerlogica, door de burger centraal te zetten en samen de juiste oplossing te vinden. Door wederzijds respect en duurzaam innovatief & creatief denken te ontwikkelen. Wat kan helpen is af en toe af te stappen van het idee van een debat en een dialoog te starten. Of een gezamenlijk project. Hoe spannend ook.

Investeer in experimenteren
Soms is het makkelijker om helemaal opnieuw te beginnen, dan te proberen om wat al bestaat te veranderen. De overheid zal meer ervaring met co-creatie met de samenleving opdoen als ze bewust kiest voor een leersituatie en meer experimenten. Die ervaringen moeten systematisch gemonitored en gebenchmarkt worden. Daarmee kan de overheid de verdere/bredere toepassing van vraagsturing professionaliseren. Er is op dit moment bij de overheid weinig tot geen sprake van systematisch leren van ervaringen met co-creatie met burgers, maatschappelijke partners en bedrijfsleven. Concluderend zouden de volgende punten leidraad kunnen zijn:
Hoe gaan zoveel mogeljik overheidsmedewerkers het zinvol vinden om hun eigen creërend vermogen in te zetten voor hun eigen organisatie en stad?
Hoe gaan burgers en ambtenaren zich verbonden voelen met het nieuwe denken rondom samenwerken in maatschappelijke projecten?
Hoe krijgen ambtenaren en burgers het gevoel dat ze serieus genomen worden? Vooral als inwoners van een stad met goede ideeën komen.
Hoe gaan zoveel mogelijk ambtenaren in de eigen organisatie verantwoordelijkheid nemen voor dit veranderingsproces?
Hoe wordt de visie van enkelen een visie van velen?

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Burgerlijk (on)gehoorzaam en PGB?


Het volgen van de burgerlogica rondom bezuinigingsvoorstellen als #PGB (persoonsgebonden budget) of #wajong voor rijk en gemeente is radicaal anders en biedt wél nieuwe mogelijkheden voor vernieuwing in de relatie overheid en burger. Het rijk, de gemeente, de politiek zouden moeten proberen een vindtocht te starten naar de ‘nieuwe dialoog tussen burger, politiek en ambtenaar’. Over gezamenlijke verantwoordelijkheid en daarmee de collectieve flow vinden binnen de organisatie. Dat start bij het serieus nemen van de burger. Zodat de burger ook de overheid weer gaat vertrouwen.

‘Een beetje kloof tussen burger en politicus is niet erg. Zelfs zeer gewenst.’ Dit vertelde Minister Nicolai twee kabinetten geleden. Voor de duidelijkheid: dat verhaal ging over het fenomeen dat de politiek op meer afstand van de burger wilde opereren. Oogkleppen zou de politiek niet misstaan. Door niet te snel op elke burgervraag of opinie in gaan.

Afstand creëren tussen politiek en burger is goed. Maar de oogkleppen zou ik eerder aan de burger schenken. Want worden burgers soms niet allemaal gek van de politiek. Vrijheden als PGB dreigen afgeschaft te raken, steeds meer verantwoordelijkheden worden afgepakt. Van elk te breed uitgemeten bezuinigingsverhaal in kabinet of raadzaal. Ik voel meer voor hernieuwd burgerschap. En ditmaal op de voorwaarden van de burger. Met de politiek op flinke afstand. Kan dat (nog) niet, dan mag de burger best eisen stellen aan de samenwerking. Ook over de invulling van PGB of WMO. Graag zelfs.

Burgerverantwoordelijkheid lijkt het toverwoord?
Wat me bij het kabinet en bij gemeenten opvalt is dat burgers worden gemarginaliseerd als instrument van de nieuwe politiek. Met de komende bezuinigingen als leitmotiv. De burger moet meer verantwoordelijkheid nemen is het devies. Excuse me, dan ziet de politiek werkelijk niet echt wat burgers allemaal al betekenen voor de maatschappij. Het is overduidelijk een ernstige diskwalificatie van mantelzorgers, verenigingen, burgerdenktanks, maatschappelijk ondernemers, et cetera. Burgers wegzetten als maatschappelijk werkvee is te makkelijk. Ook als onbetrouwbaar volk, onverantwoordelijk stemvee. Het is daarmee ook herkenbare verkiezingsretoriek. Want opeens zijn de burgers niet meer aan zet. Met de PGB-bezuinigingen als meest trieste vorm. Terug naar de regenteske middeleeuwen.
Voor veel burgers reden om zich nog meer af te keren van de overheid.

Hoe anders?
Het is belangrijk om op een taakvolwassen wijze met de burger samen te werken. De burger niet meer marginaliseren als instrument van de maatschappij, maar de burger verantwoordelijk durven maken voor zaken die vroeger bij de politiek, of dichterbij, bij de gemeente liggen. De burger is namelijk allang regisseur van zijn eigen leven. Gaan volwassen met PGB-budgetten om. Gelukkige burgers maken gelukkige ambtenaren is mijn stellige overtuiging. Inspiratievernietigende regels, richtlijnen, formulieren en het woud van bureaucratie bederven het plezier als burgers initiatieven nemen, of maatschappelijk willen ondernemen. Bij burgers swingt het, maar waar swingt het nog binnen de overheid? Burgers, verenigingen en bedrijven delen nog collectieve ambities over de maatschappij? Het is eigenlijk helemaal niet zo moeilijk om de verantwoordelijkheid weer bij de burger terug te leggen. Samen met de burger swingen. Want de passie voor de eigen omgeving, de toekomst van wijk, stad en land ligt er namelijk al. Het burgerschap vertegenwoordigt een bestaand maatschappelijk kapitaal. Zonde om het alleen maar te hebben over het gesomber over de onvrede van burgers met de overheid.

Burgerlogica is geen wetenschap
Tip: Wat kan helpen is in dialoog te gaan, en daarna vooral faciliterend te zijn. Durf los te laten, maak nieuwe systemen en omarm chaos, voer geen regie. Dat pikken burgers niet meer. Ook de gehandicapten niet.
Ook onder burgers heb je dromers, denkers en doeners. Strategen, inhoudskundigen en klussers. Echt hoor, het komt wel goed. Handelen volgens burgerlogica is het geven van beslissende invloed aan burgers binnen de daarvoor vastgestelde kaders, zodat zij bij publieke diensten en producten in hun eigen situatie daadwerkelijk meer keuzevrijheid hebben en (daarmee) een grotere tevredenheid. Maar laat de burgers met de ideeën hiervoor komen.

Zo zijn er positieve effecten voor:
• de burger: meer keuze, meer maatwerk, meer beloning voor eigen verantwoordelijkheid;
• de ambtenaar: meer ruimte voor zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en ondernemerschap;
• de overheid: een ondersteunende overheid die met duidelijke randvoorwaarden kan en mag loslaten.

Ook burgers voelen zich verantwoordelijk voor de bezuinigingsopgaaf. Dus kom eens in gesprek met ze. Je zult verrast staan.

Categorieën
Cultuurkantelen Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen Uncategorized veranderprocessen

We zijn toe aan grote nationale projecten


‘Nederland op drift? Nederland gaat al een flinke tijd gebukt onder vele negatieve issues binnen de samenleving. Het land heeft het gevoel zijn identiteit kwijt te zijn. Het bestraffende vingertje van de burger wijst steevast naar het gemis aan politieke daadkracht.

Volgens internationaal onderzoek van de Britse landenmarketeer Simon Anholt bestaat in het buitenland nog altijd het beeld van een liberaal, betrouwbaar en tolerant Nederland. Deze heldere merkwaarden maken al jaren deel uit van de Nederlandse cultuur. Met ons ‘publieke merk’ in het buitenland is niets mis. Maar met de branding van de Hollandse merkwaarden naar onze eigen bevolking is het ergens tijdens de rit na de dood van Fortuin fout gegaan.’

Ondanks de nodige politieke beloften hebben burgers nog steeds het gevoel dat besluiten vanuit een ivoren toren worden genomen. Mijn advies aan de politiek en haar woordvoerders is simpel: Walk the talk. Stroop de mouwen op, sluit de gelederen en begin bij uzelf. Verandering begint bij het eigen gedrag. Dan komt de rest vanzelf.’

Kijken we naar praktijk en theorie, dan weten we dat mensen door een subjectieve bril kijken. Veel politieke zaken zijn extreem uitvergroot terwijl ze eigenlijk heel klein zijn. Dat heb je in tijden van onzekerheid. Navelstaren is dan niet vreemd. Het is ook een beetje de aard van het volk, dat gemis aan realiteitszin. Ik zie echter grote kansen als we onze ogen richten op de internal branding van onze merkwaarden. Het is dan niet zo ingewikkeld meer om weer trots te worden op Nederland.’

Er is een soort bindingsprobleem tussen de burger en de koers van het land, de stad, de wijk. We missen met zijn allen binding met het merk Nederland en de burger lijkt hierdoor onverschillig. In mijn ogen is het onmacht. We zijn met zijn allen de regie kwijt. In het bedrijfsleven praten we regelmatig over doelen, missies, het betrekken van medewerkers en alle neuzen dezelfde kant op. De politiek zie ik dat niet doen. Waarom waren we wel trots op onze deltawerken en op de wederopbouw na de wereldoorlog. Nederland heeft een nieuw ‘Deltaplan’ nodig. Een project dat meer kabinetten omvat. Ik kan me voorstellen dat het kabinet zich snel buigt over een missie waarin Nederland weer dat gevoel terugkrijgt dat het meespeelt in de wereld. Iets wat er toe doet.

Die kans zit bijvoorbeeld in de integrale gebiedsontwikkeling bij Almere en Amsterdam. De schaalsprong noemen we dat sinds kort. De mogelijkheid om een integrale slag kunnen maken om Almere en Amsterdam in economisch opzicht een tweelingstad te maken. Een krachtig economisch en ecologisch middelpunt van het land. Een nieuw speerpunt voor heel Nederland. Rondom een schoon IJmeer, met bijvoorbeeld een fantastisch mooie IJmeerverbinding. Daarvoor moeten wel flinke investeringen komen. Investeringen in de toekomst. Voor onze kinds kinderen. Tevens zijn ook nog andere zaken van belang. Uiteindelijk willen we ook nog in 2028 een Olympische spelen naar Nederland halen. En wil Almere Europese Hoofdstad van Europa worden in 2018 en kans maken op de Floriade in 2022. Mooie projecten, wellicht vergelijkbaar met de gedachte achter de inpoldering, de Deltawerken. Trotse zaken, van mensen die weten wat pionieren en ondernemen inhoud. Laten we als Nederlanders achter dit werkstuk gaan staan. Want we kunnen het in Almere niet alleen, we willen het, maar het Nederlands volk hebben we hierbij nodig. We zijn, met de aanstaande groei van de economie toe aan een hernieuwde cultuursprong. Om zo onze identiteit weer terug te vinden.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

De CEO weet het ook niet meer


Vijandelijke overnames, de grote uitverkoop, het afsplitsen van lucratieve onderdelen, massaal ontslag of het gemis aan transparantie over de hoge beloningen aan de top. Voor de krantenlezer lijken deze zaken vaak op het knip- en plakwerk uit de tijd van de kleuterschool. Maar het gevoel van een hoog cowboygehalte in de top van sommige bedrijven leeft ook bij veel managers.

Het middenkader heeft vaak gerede twijfels over nut en noodzaak van het beleid van de top. Juist deze managementlagen in de organisatie krijgen kritische vragen van medewerkers, van mensen op straat en van de pers. En dan volgt het dilemma. Hoe volgzaam ben je dan als manager van een organisatie in extreme verandering? Als je het ermee eens bent is dat niet zo’n probleem, maar wat als dat niet zo is? Houd je als manager dan wijs je mond en geloof je in de CEO, omdat je hebt geleerd dat zwijgen goud is? Of ben je liever een klokkenluider of jokkebrok?

Veranderingsprocessen
De hedendaagse eisen over transparantie en communicatie als het om veranderingen in de organisatie gaat, vragen om een proactieve houding van de (lijn)manager. Veranderprocessen zijn processen van zin- en betekenisgeving en zijn dus bij uitstek communicatieprocessen. De top zet de grote lijn uit, het werk van een manager is een ‘every day act’. Normaal zou het boegbeeld ‘de CEO’ van het schip aanjager van communicatie rondom extreme veranderingen moeten zijn. Echter, de werkelijkheid is anders. Bij extreme veranderingen heeft de top geen tijd om alle opvarenden te informeren. Dat is geen onwil, vaak is het onmacht. Soms heeft het te maken met beursgevoelige informatie, soms weet de top het ook niet. Of de veranderingen gaan sneller dan verwacht en dan is het roeien met de riemen die de top heeft. Kijk bijvoorbeeld naar de processen bij de banksector. De hiërarchische lagen onder de leider weten zich dan geen raad met het schijnbare ‘met alle winden mee’-gedrag van de mannen en vrouwen aan het stuur. Goeroes en adviesbureaus merken dat op en zien de ene na de andere lucratieve opdracht binnenkomen. Zij moeten gaan redden wat er te redden valt. Alle hens aan dek. Uiteraard tegen betaling.

Duurzaamheid en communicatie
Proactiviteit en duurzaamheid in communicatie zijn de sleutelwoorden bij communicatie rondom extreme veranderingen. Door de communicatiefunctie bij het (lijn)management en de lagere echelons te leggen worden de dilemma’s die hiervoor zijn genoemd, voorkomen. Het is een denkrichting die verschuift van de communicatiepragmaticus naar de communicatieproactivist. De (lijn)manager niet alleen als boodschapper, maar ook als (mede)bedenker van de boodschap, als (mede)bedenker van de wijze waarop de boodschap wordt overgebracht en als (mede)beslisser van de timing van de communicatie. Voor de top van de onderneming en het hoofd van de afdeling interne communicatie is dit misschien een angstige gedachte, zij zijn bang dat hierdoor communicatiechaos op de loer ligt en dat is het laatste wat men wenst in crisis.
De angst om meer te vertrouwen op de communicatiekwaliteit van het eigen leidinggevend personeel heeft een reden. Als vanouds ligt het zwaartepunt van managementopleidingen en de vaardigheden van de manager op cognitievakken, op ‘being in control’. Maar de angst voor chaos is vaak ongegrond. Je kunt je als organisatie en p&o-afdeling beter richten op creativiteit en het oplossend vermogen van de manager zelf, dan alles als ‘verzorgingsstaf’ zelf willen doen. Daar ontbreekt ook vaak de tijd voor bij veranderingen. De investering in deze verborgen kwaliteiten van (lijn)managers zal de organisatie veel opleveren. Het wordt uiteindelijk een paradigmashift van ‘being in control’ naar ‘loslaten en vernieuwen’. Een nieuwe uitdaging voor organisaties in de 21e eeuw.

Mentale energiebronnen
Investeren in ‘duurzame communicatie door de lijn’ betekent investeren in duurzame ‘mentale energiebronnen’ in de organisatie. Deze bronnen zijn potentieel bij iedere manager aanwezig maar vaak niet toegankelijk door allerlei blokkades die in het paradigma van ‘out of’ en ‘in control’ liggen. Het opruimen van deze blokkades vergt tijd, maar leidt tot grotere betrokkenheid van managers en medewerkers bij de organisatie als geheel. De (lijn)manager krijgt meer verantwoordelijkheid en zal daardoor ook meer verantwoording op zich nemen. Er ontstaat zo langzamerhand een overtuiging dat continue verandercommunicatie noodzakelijk is en dat dit niet voorbehouden is aan de CEO en zijn verander of communicatieteam. Het wordt breed gedragen in de organisatie omdat dit door de integrale aanpak van het veranderproces in alle delen van de organisatie als zodanig beleefd wordt. Proactieve en duurzame ‘verandercommunicatie door de lijn’ levert dus een concurrentievoordeel op ten opzichte van de benchmark omdat men investeert in energiebronnen met een hoog rendement: het oplossingsvermogen van de mens. Door deze integrale aanpak wordt de informatievoorsprong, de wendbaarheid en de slagkracht van de organisatie vergroot, zodat de CEO het ook weer weet.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen Uncategorized

Kooplust



Je bent wat je hebt. Een bekende theorie is dat mensen in hun handelen niet alleen worden gedreven door wat ze zelf zijn, maar ook wat ze hebben. Je hebt je geest, je lichaam, je principes, je familie, je vrienden, je opleiding, je baan et cetera. Maar het gaat verder dan het immateriële: ik heb een huis, ik heb deze boeken, ik heb deze auto en deze merkkleding.

Een andere theorie stelt een sterke zelfvervollediging voor. Die behelst dat individuen hun omgeving specifieke eigenschappen van zichzelf willen tonen en zich pas compleet voelen als die eigenschappen door de ander in de groep worden herkend en erkend. Daarvoor gebruiken ze symbolen en rituelen die aansluiten bij de strategie van de premium brands. Met branding kun je dus alle kanten op. En laat dat nu precies zijn waar premium brands op zinspelen. Rij Volkwagen Beetle en je bent flowerpower, ga naar de driving experience van Landrover en je bent een globetrotter. We blijven kindkopers. Burgers die shoppen tot een culturele norm hebben verheven. Het feit dat volwassen mannen computerspelletjes spelen die eigenlijk bedoeld zijn voor pubers zegt volgens wetenschapper Barber voldoende. In Engeland heten deze mensen kidults of twisters. In Duitsland nesthockers, in Italië mammoni’s en in India zippies. Waar in de koopgoot in het hart van de stad alleen nog aandacht is voor de ultieme bevrediging van de koopdrift, vergeten mensen dat er ook andere zaken in het leven zijn. Onze zapeconomie biedt weinig ruimte meer voor verdieping. Vroeger was winkelen slechts een van de activiteiten op de agora van ons drukke leven. Nu consumentisme ons leven conditioneert, worden we nog meer slachtoffer van de premium brands. Nou ja, slachtoffer? Als kuddedier vinden we dit misschien wel heel prettig. We halen onze identiteit blijkbaar uit wat we hebben in plaats van wat we zijn.

Paradox
Maar we leven tegelijkertijd met een paradox. De paradox van de huidige beleveniseconomie: hoe gekunstelder de wereld wordt, hoe meer de consument échte dingen wil – dingen die pakkend, persoonlijk en, bovenal, authentiek zijn. Als klanten het aanbod niet ‘echt’ genoeg vinden, wordt een ondernemer al snel gebrandmerkt als niet-authentiek – als nep – en loopt de winkel het risico omzet te verliezen. Een kans voor duurzaam ondernemen lijkt me. We kunnen nu met zijn allen een slag slaan. De consument van nu zoekt authenticiteit waar en wat hij ook koopt. Als een organisatie aan deze hang naar authenticiteit en duurzaamheid weet te voldoen, heeft ze toegang tot de harten, de hoofden en de portemonnees 😉 van de klant, wat het aanbod ook is. Het gevaar is dat ook kiezen voor authenticiteit statusgedreven kan zijn. Dat slechts de elite duurzame authentieke producten kan aanschaffen. Toch zie ik kansen. Dat begint bij de Slow-Food stroom. Aandacht voor voedsel is ook aandacht voor de plek waar het vandaan komt. Voedsel uit de eigen regio is authentiek, en het hoeft niet de hele wereld over te reizen. Twee vliegen in een klap. Zelf werk ik graag aan een duurzame samenleving. Aan Green Design. Authenticiteit is voorwaarde. Doorzettingsvermogen een ‘must’. Er is nog een hoop te doen.

Categorieën
Almere2018 Cultuurkantelen

Kunst in Almere


Trots als we waren op ons nieuwe huis in de Filmwijk organiseerden mijn vrouw en ik in de lauwe nazomer van 1992 een groot feest. Een parade van creatieve én podiumkunsten. Passend bij al die unieke, fleurige en originele huizen van de BouwRai in dat jaar. Alle bewoners van ons huizenblok en vrienden en familie uit heel Nederland werden uitgenodigd. Het werd een feest dat tot in de nachtelijke uurtjes duurde.

We startten de middag met een trotse architectuurwandeling door onze wijk. In onze uitnodiging stond dat we door de mooiste wijk van Europa zouden ‘kijkwandelen’. Uit het enthousiasme van toen bleek dat ook nog te kloppen. Sommige vrienden overwogen om in onze wijk te komen wonen. Ze kregen het gevoel in het buitenland te lopen. In Florida of in Frankrijk. En het gekke is dat ik, elke keer als ik door de wijk fiets, na 27 jaar nog steeds datzelfde gevoel heb.

Tijdens de lunch en een fenomenaal klassiek (t)huisconcert met Vivaldi in de hoofdrol werd een grote auto voor onze deur getakeld. In de traditie van Keith Haring en Karel Appel zijn we met zijn allen de auto met de kwast te lijf gegaan. Het resultaat was fenomenaal. Daar konden Keith en Karel niet aan tippen.

Een uur later stonden 50 gezinnen in het Lumièrepark met zelfbeschilderde vliegers te vliegeren. Op de ‘heuvel’ was een sneldichter erg snel aan het dichten met de wat minder sportieven onder het volk. Een verhalenverteller kreeg volle aandacht tijdens de straatbarbeque. Steeds meer Filmwijkers kwamen gevraagd en ongevraagd op de activiteiten af. De enige snackbar in de buurt deed goede zaken, want de drank raakte snel op. Een hard rock band sloot de zonnige dag af. Kunst en vliegwerk was een klein succes in een jonge wijk. De wijkagent vond het wat minder. Misschien kwam dat omdat hij geen uitnodiging had gehad.

De sloperij uit Almere-Buiten heeft de beschilderde auto teruggenomen en nog jaren als reclameobject voor zijn bedrijf geplaatst. Dat kon toen in Almere.

Categorieën
Nieuwe Rijkdom Zorgkantelen

Summertime


Op het moment dat ik dit schrijf zindert Nederland al een poosje in een zomerse hittegolf. Skyradio zendt mijn favoriete liedje uit. Ik zing, zo vals als ik kan, hard mee met mijn gehandicapte dochtertje.

Summertime and the livin’ is easy.
Fish are jumpin’ and the cotton is high.
Oh your daddy’s rich and your ma is good lookin’.
So hush little baby, don’t you cry. One of these mornings.
You’re goin’ to rise up singing.
Then you’ll spread your wings.
And you’ll take the sky.

Dit lied van Gershwin is mij uit het hart gegrepen. Het leven met een chronisch ziek kind in Almere is af en toe ‘easy’, maar wat vaker minder ‘easy’. Natuurlijk, pappie is rijk (volgens het liedje) en mammie ziet er goed uit (volgens pappie). Maar livin’ in ons gezin blijft wel een constante uitdaging. Livin’ heeft zijn lusten en lasten. Totdat ons meisje haar vleugels spreidt en de weide wereld in vliegt zullen wij haar zaken regelen. En dat baart ons steeds meer zorgen. Hoe moet dit als we er straks niet meer zijn? Er moet nu al zoveel geregeld worden rondom haar zorg. Afgelopen jaar hebben we opgeteld hoeveel tijd we kwijt zijn aan gemeentelijke/rijksbureaucratie. Zichtbare rompslomp voor ouders. Tijd die je niet aan zorg voor je dochter kan besteden. En op die route komen we meer bushaltes en omwegen tegen dan op een route die idealiter van A naar B kan gaan in één rechte lijn. Elke jaar bijvoorbeeld moeten we bijvoorbeeld aan verschillende instaties bewijzen dat onze dochter in een rolstoel zit. En dat zal echt niet veranderen. Elk jaar moeten verwijsbrieven aanvragen, indicaties regelen, PGB’s verantwoorden, overeenkomsten sluiten met hulpverleners, budgetten aanvragen, ziektekosten aftrekken, bezwaren schrijven tegen beschikkingstellingen, scholing regelen, autoaanpassingen regelen, aanvraag invalideparkeerkaart doen, bouwvergunningen aanvragen, aanpassingen in huis regelen, herhaalrecepten regelen, onderwijskaarten invullen, schoolbussen regelen, aanvragen en passingen rolstoelen e.d. doen, bijhouden van administratie, afspraken inplannen en ga zo maar doen. Een gezond gezin besteedt 24 uur aan bureaucratie. Wij 200 uur per jaar. Ik zie onze dochter al dit regelwerk zelf niet doen. Wat ik in ieder geval vanuit mijn rol als bezorgde ouder kan doen is meehelpen bureaucratische regels te schrappen. Elke regel die in de burelen van deze stad worden bedacht zal ik kritisch tegen het licht houden. Zodat de lasten niet groter worden dan de lusten. Dat men in de zorg in Almere en Nederland niet doorschiet in regelgeving. Daarom zijn we ook zo blij met die 20 uur PGB-hulp die we ontvangen. Want je tijd, die besteed je liever aan je gezin en dochter.

But till that morning.
There’s a nothin’ can harm you.
With daddy and mammy standin’ by.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Platlanders in Almere: een vrolijk verhaal


OLYMPUS DIGITAL CAMERAHet is provinciale verkiezingsavond in het stadhuis van Almere. Hordes journalisten rennen buiten achter Geert Wilders aan die uit het zwart arriveert. De polderwind blaast een akelige storm in mijn haren. Het weerwater oogt donker en diep, maar vooral weer, veel weer. Ik zie opvallende gebouwen naast het water verschijnen. 

Meervormige gestalten lopen achter de grote leider. Scharnierend langs blokkendozen met tochtige gaten als geopende kuisheidsgordels, postmoderne Berlijnse muren, ritmisch afgewisseld met torenhoge gebouwen, wanstaltige erecties en omhoog prangende borsten. Ego-vol aandacht vragend. Het blob-tijdperk beleeft een vulkanische uitbarsting. En als dat nog niet alles is. Erupties van glas, aluminium spreken van een rechthoekige samenleving. Het Almeerse platland. Lustige koopgoten en ondergrondse sloopgoten. War of the Vinex.

Ik volg de lawaaïge groep camera- en microfoondragers. De overwinningsroes van de vrijheid vindt zometeen plaats in de benedenwereld. Verboden terrein voor het reguliere volk, dat schimmenrijk van Hades. Diep in de Limburgse look-a-like mergelgrotten van glooiland. Het onderland van winkelketens en projectontwikkelaars. Rabbithill en Watership Down.  Afrekenen bij Charon. Legoworld en Horrorworld gekloond, met als resultante pretpark Vinex.

Het Wassenaar van de lage middenklasse. Thuishaven van de Platlanders. Ideaal prooivolk. Het imperium van kasteelheer Frankenstein is weer, vooral weer, veel weer. Hij bestiert zijn Teletubby-heuvel vanuit de ruïne van ideeënloosheid. Een-dimensionaal. Een laatste stuiptrekking. De architectuur in de tijdgeest van de jaren ’30 morft naar een ongekend beeld. Krampachtig houdt Den Haag haar kleinkind vast. Lost in Transition.

Zwetend schiet ik wakker. Een nachtmerrie? … Ja … Gelukkig, mijn fijn Almere is er nog. Stad van de onschuld, stad met kansen, stad van klein geluk, gereed voor de hink, stap, schaalsprong naar de Floriade. En we kunnen het. Onze schouders op een positieve manier onder de stad zetten. Dat weten de Almeerders allang. Leuke mensen allemaal. De laatste pioniers van delta Nederland. Stoere vrouwen en mannen, niet bang om van het lelijke eendje een mooi jonge zwaan te maken. Nu nog de enge droom verjagen. Helpt een dosis groene cultuur?

(reblogged)