I am what I am


“Het moment dat het voor mij duidelijk werd dat het allemaal anders zou kunnen, was het moment dat Mayim, onze dochter in 2004 op haar zesde jaar via haar spraakcomputer vertelde: ‘Papa, ik heb je vandaag niet meer nodig, ik kan nu alles zelf, met mijn nieuwe elektrische rolstoel en mijn spraakcomputer. Ik ben niet meer gehandicapt.’ En dat terwijl ze, in mijn ogen, ernstig beperkt was. Vanuit haar optiek naar dingen leren kijken was mijn kantelmoment. Al op haar zesde koos ze bewust voor eigen regie over haar doen en laten.

Acht jaar later – in 2012 – keek ik samen met haar de openingsceremonie van de Paralympics, waar Shirley Bassey zong’ I am what I am’. Tegelijkertijd werd een luchtgevulde kopie van het beroemde marmeren beeld van een gehandicapte vrouw van beeldhouwer Marc Quinn opgeblazen tot reuzenformaat. Het originele beeld staat in London op Trafalgar Square en toont het prachtige volumineuze en naakte lichaam van een trotse vrouw zonder armen en misvormde benen, maar wel zwanger van een baby. Bij de plaatsing was er in het puriteinse Engeland natuurlijk veel commotie omheen: Dit kan toch niet! Riepen de kranten de burgers na. Precies wat Quinn wilde bereiken de opinie kantelen met het beeld in het hart van de stad. Mayim vond het super en vroeg honderduit over al die sporters zonder armen of benen.

Vanaf 2016 zit Mayim op rolstoelhockey. E-hockey. Ze is een fantastische keeper.

Oostkavels revisited


2731.jpg

De gemeente Almere moet deze maquette nog hebben. Een prachtig fjordengebied naast het stadshart. Jammer dat we het niet konden uitvoeren vanwege de crisis in 2008. En nu. Maakt het weer een kans Loes Ypma?
Samen met toparchitect en dondersteen Sjoerd Soeters sprak ik mijn stadscolumn uit voor een grote groep inwoners en specialisten over deze OostKavels. Voor de serieuzen onder ons: Het was grappig bedoeld. Sjoerd heeft ons huis ontworpen. Op 13 januari 2007. Dat is lang geleden. Zou de gemeente nog overwegen dit opnieuw aan te besteden?

‘Het heen en weer schieten van verlies naar verlangen, en van verlangen naar verlies, zijn de congestieve ingrediënten van Almere’s identiteit. Het is een rat race waarin Almeerders opgesloten lijken. Waarbij de melancholie van hun verleden, van het oude land, verknoopt raakt met postmoderniteiten en individualisme. Het collectief reïncarneert continu het stedelijk landschap van oud- naar nieuw land. Het zichtbaar gemis van een roemrijk verleden en civilisatie hebben Almere bijzonder vatbaar gemaakt voor de wijze waarop men zich in de stad nestelt. Haar identiteit vorm geeft. Middenstandsfamilies en haar vooroordelen staan centraal in de meningsvorming rondom de ontwikkeling van de stad en haar stadshart. De exclusieve locus van Filmwijk en Stadshart en de zichtbare verbintenis als design-twins creëert dromen, mogelijkheden en angsten. Een sterk besef van verandering toont dat de architectonische twee-eenheid in en vlak naast het stadshart via nieuw-creatie van het oostkavelgebied zich op de grens van een omvangrijke transformatie beweegt die haar in veel verschillende richtingen kan stuwen. Ik kijk naar de Oostkavels. En droom dat de kavels een mooi meanderend gebied zijn, met water, pleintjes, eilandjes in het weerwater, verbindingen, bruggen naar verwachtingen, met een variëteit aan kleurrijke en veelsoortige gebouwen. Almeerse fjorden. Stadsbestuur, laat u inspireren door de Almeerse mens en haar liefde voor de weidse natuur. Door Antoni Gaudi of door Le Corbusier en Frank Lloyd Wright. Maak betere pleinen en parken, integreer stadshart, stadspark en stadswijk met organische vormen. Vergeet de Berlijnse Muur en het staccato aan eenvormigheid. Kies voor Hundertwasser of Himmelblau. In een holistisch geheel. Kies nadrukkelijk niet voor de ego-trips van individuen. Kies uiteindelijk voor samen met de bewoners ontwerpen en bouwen. Het gaat immers niet enkel om meer, maar vooral om anders.’ Laatst zag ik de eerste ontwerpen. De gemeente Almere heeft geluisterd. Ik ben gerustgesteld. De dialoog is op gang. Chapeau.

De oogkleppen van de populist


64e4756be4d69ea85f662855c057a48ff6103af97b87dbeab6a3020ad8e7a2a1.jpg
Wat meer oogkleppen zou de politiek goed doen. Niet te snel overal op in gaan, denk je weleens. Maar er zijn politici die teveel oogkleppen hebben, of eigenlijk geblinddoekt door Nederland lopen. 
 
Ik merk dat burgerinvloed bij populisten een illusie is. Populisten M/V laten zich niet (bij)sturen. die hebben hun eigen doelen, waarden, ego’s, denkbeelden en frustraties. En die ego’s zoeken lotgenoten op, partijgenoten, ja-knikkers en de blauwe jasjes in de tweede laag (ik hoop dat u toevallig geen blauw jasje aan heeft, een bruin jasje is beter). Het is een vorm van half-vraagsturing. De populist ziet zichzelf als verlengstuk van de burger. Keer op keer hoor je dezelfde groef in de plaat: ‘We spreken de taal van het volk. We zijn het volk.’ Vraag je om inhoud krijg je steevast in het schimmige debat: ‘Ach, het is toch een beetje brood en spelen.’ Het is een schijnbare steun van de populist. Om bang van te worden. Want de geschiedenis wijst uit dat veel beloften niet worden nagekomen. Een buitenlands voorbeeld? Nu Berlusconi weer in the picture is? Hij zou na de aardbeving alle dorpen binnen korte tijd herbouwen? En ga zo maar door.
 
In ons kikkerland lopen ook een aantal Berlusconi’s en Berluscona’s rond. Een binnenlands voorbeeld? Ik kijk wel uit. U kent ze. Benoem ik ze, dan krijg ik al die ja-knikkers achter me aan. En al die slijmjurken en slijmjasjes. De nieuwe populist, ik noem hem voor het gemak Judas (omdat de definitie ‘de man die het bloed onder de nagels van zijn opponenten vandaan haalt’ zo een lang woord is dat ik dit mijn lezers niet kan aandoen). Van nieuw populisme is sprake als er een probleem op tafel ligt waarover de Judus niet op een onafhankelijke basis en beargumenteerde manier een beslissing over wil nemen. Ze kunnen het namelijk wel. Maar ja, dan ben je geen nieuwe populist meer. Lekker judassen. zo leuk. En dat is het probleem.
 
De nieuwe populistische politiek mist gezamenlijkheid. Het samen oplossen, het samen doen. Het is immers makkelijker iedereen te schofferen dan te kijken naar wat de beste oplossing is voor het probleem. Wat me verder opvalt is dat de judassen of de jodokussen (eigenlijk ook wel een goed naam) dingen beloven die ze niet op kunnen oplossen, omdat ze die helemaal niet willen oplossen. Het is verkiezingsretoriek. Gebaseerd op angst. Angst voor de burger. En daardoor de burger angst aanpratend. Een vicieuze cirkel. De joviale populist heeft allang afgedaan. Het spel wordt allang niet meer joviaal gespeeld. Ze hebben angst voor de eigen politieke carriëre omdat ze door de judas wordt ingehaald.
 
Een goed politicus dient de burger serieus te nemen, wetend wat de sentimenten zijn, maar zich niet populistisch gedragen. Het pluche van de oude joviale populist verslijt langzaam. Het pluche van de Judas is van diepzwart leer. Burgers willen maar al te graag afstand van deze judas-politiek. Maar ze worden gemanipuleerd. Burgers willen van nature al eigenlijk helemaal geen politiek en al zeker geen populisme. Ze willen oplossingen en daarbij helpen. Gezamenlijk oplossingen zoeken, desnoods zonder de politiek.
 
De nieuwe populist wordt gelukkig vanzelf een oude populist. En het zwart leer wordt vanzelf pluche. Kijk naar Berlusconi. De tijd lost het op. De tijdskromme gaat steeds sneller voor deze oude rakker. Nu helpt een facelift nog even, en zijn hondjes als afleidingsmanouvre.
 
Ergo. Het wordt tijd dat burgers zelf maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Hernieuwd burgerschap. Maar dan op de voorwaarden van de burger. Met de politiek op flinke afstand. Tenzij er een politiek opstaat dat echt wil gaan samenbouwen. Anders blijven ze maar in hun eigen achterkamertjes. In hun eigen verdonkhoekjes. Ik ben klaar met het gejudas. Afstand creëren tussen politiek en burger lijkt me perfect. Maar de oogkleppen zou ik eerder aan de burger schenken.

Een grote brede glimlach naar Kafka


linedry.jpg

Vandaag verscheen er een grote brede glimlach op het gezicht van onze dochter. De postbode leverde de microfoonstandaard af die we gisteren via een muzieksite hadden besteld. Nu kan ze haar onhandige spastische handjes tenminste gebruiken voor de dingen waar ze goed in is. Op haar keyboard spelen en songteksten opzoeken. Op de flexibele standaard past haar iPad mini en microfoon. De hele middag zong het gezin in koor op de muziek van Justin Bieber en Justin Timberlake.

Nu vraag u zich af wat natte handdoeken en een microfoonstatief met elkaar te maken hebben? Nou alles! Ze zijn namelijk hulpmiddelen voor onze dochter. We hebben anderhalve jaar geleden een elektrische verstelbare douchestoel aangevraagd bij de gemeente. U snapt wel … onze rolstoelafhankelijk dochter kan zichzelf niet douchen, noch rechtop zitten of zichzelf wassen. Voor de niet-ingewijden onder ons, een verstelbare douchestoel is een standaard WMO-voorziening.

De douchebeurten hebben we tijdens die lange wachttijd opgevangen met een PGB-hulp die meehielp onze dochter elke week op een kampeerstoel van een bekend merk te zetten, te bekleden met zes rolletjes handdoeken, zodat ze niet opzij schuift of er vanaf valt en vast te houden, zodat wij haar kon verzorgen. Anderhalf uur werk per douchebeurt, maar dankbaar werk. Ik heb uitgerekend hoeveel ik die extra hulp heb betaald vanuit het pgb-budget van onze dochter. Niet doorvertellen hoor. Je raad het al, we hadden daar de douchestoel van kunnen financiëren.

Tja, die wachttijd op een voorziening. Laat ik het zo zeggen: Kafka is ons zorggezin niet zo goed gezind. We vragen ons maar ook niet meer af waarom het een muzieksite het wel lukt binnen een dag met een oplossing – statief – voor een probleem te komen, en de gemeentelijke apparatsjik door de eigen doolhoven de weg naar ons gezin wel erg moeilijk vindt.

Toen Welzorg de douchestoel leverde, verscheen dezelfde brede glimlach bij onze dochter op haar gezicht als op het moment dat het statief voor haar microfoon en iPadje bij haar werd afgeleverd. Haar wereld is gelukkig niet zo complex. Misschien is dat de les die ik graag aan Kafka meegeef. De emotionele eindwaarde blijft hetzelfde. Bij onze dochter dan, en een beetje bij haar ouders. Met of zonder complexiteit.

Referenda gedoe


Referenda en de wens van het volk. We kunnen daarvan leren. Na één referendum over een beladen onderwerp vind ik nu stoppen tegennatuurlijk.

Start met lokale referenda. Bouw op naar regionale. Leer met elkaar hoe referenda te interpreteren. Rome is ook niet in een dag gebouwd.

Ergo. Denk nog eens na over de kansen die referenda bieden voor vertrouwen van de burgers in de politiek. Door het afschaffen verwijder je juist de meningen van het volk van het speelveld. Dat is niet slim.

De grotere abstracte onderwerpen kunnen als én politiek én de burger geleerd hebben van eerdere referenda over onderwerpen die minder impact hebben en minder kunnen worden misbruikt voor andere doelen. Dus beter detailleren op inhoud. Neem de Brexit-referendum en haar complicaties op allerlei terreinen waarvan veel niet te voorspellen waren. Ook macro-economisch. Dit moet je niet op zo een wijze willen agenderen bij de burger. Doe dat stapsgewijs. Op onderdelen uit het hele spectrum. En kom dan tot het grotere geheel.

De hele of #halbe waarheid


IMG_2896.jpg
Dit is geen doofpot.

Politici hebben de neiging om negatieve boodschappen voor zich te houden. Niets menselijks is hen daarin vreemd.  Je ziet het bij de premier, die de leugen van zijn VVD-minister Zijlstra al weken (en wellicht al veel langer) wist en verstopte in zijn torentje.

Tevens wordt deze pertinente leugen in de uren na ontboezeming door de premier en de coalitie weggeredeneerd of zelfs weggedrogeerd met een zweem van zoete woorden. Het slechte wordt ontkent, verstopt en definitief als leugentje om bestwil in de nissen van de wandelgangen verborgen: ‘Het is verschrikkelijk wat is gebeurd, hij heeft zijn les toch geleerd, hij gaat zeker zijn gedrag verbeteren.’ In de ogen van zijn makkers in het kwaad is Zijlstra het slachtoffer en Rusland de boosdoener.

Neem van mij aan. Corruptievrije politiek bestaat niet

De wortels van de VVD vinden telkens weer een paar corrupte politici. Of misschien andersom. De wortels van de VVD zuigen corrupte mensen aan. En dat is erger. Meer dan bij andere partijen tel ik voor het gemak op mijn vingers na (de PVV even daargelaten) .

De VVD mist een goed integriteitsbeleid. Dat zeggen ze wel te hebben en prioriteit te geven. Maar ze lopen nu eenmaal niet makkelijk de praat: They don’t walk the talk. Een integere politieke organisatie neemt verleidingen weg, houdt gebieden waar makkelijk gelogen of gefraudeerd kan worden scherp in de gaten, en laat politici hun eigen codes wegen in de eigen praktijk. Alertheid op leugens of andersoortige signalen zou een automatisme moeten worden. Risicoanalyses en waarborgen moeten worden ingebouwd en bovendien kan een vertrouwenspersoon zorgen dat meldingen niet meteen in de categorie ‘klokkenluider’ vallen. Want een klokkenluider meldt zich pas als reguliere oplossingen niet meer mogelijk zijn. In de politieke organisaties waar misstanden correct en professioneel kunnen worden gemeld, is de cultuur integer. Bij de VVD is dat geenszins het geval meer. Van begravenisbaas tot huisjesmelker (dit is een bewuste frame). Ze worden met open armen ontvangen. Want succesvolle ondernemers passen bij de VVD. Maar waaraan ze dat succes te danken hebben wordt bijna nooit gevraagd. Doe dat eens wat vaker. En dan ook wat verder vragen naar die onverholen lust naar rijkdom, bekendheid of anderszins.

Er is natuurlijk geen panacee voor een goed integriteitsbeleid. Integer handelen zit namelijk al tussen de oren van politici in spé. Is dat er niet, dan moet je je zorgen maken over de werving van deze politici. Of wellicht nadenken waarom politici gaan liegen in de rat race naar de top. Want ook dat zie je gebeuren. 


Nog even de kwetsbare onderwerpen op bestuurlijk of politiek vlak.

  • Informatie staatsveiligheid, vertrouwelijke kennis
  • Handhaven toezicht, controle, inspectie
  • Innen,belastingen, accijnzen
  • Goederen aanschaf, beheer en gebruik goederen
  • Verlenen vergunningen
  • Uitbesteden aanbestedingen, orders, gunningen
  • Uitkeren subsidies, uitkeringen, toelagen
  • Geld declaraties, gratificaties

Disclaimer: Ik ken ook heel veel fijne, eerlijke VVD’ers.

Vliegen is als rijden op een dood paard


Als je vanuit een beperkt denkraam denkt heeft Lelystad misschien wel een luchthaven als banenmachine nodig, maar Nederland niet meer. Investeren in dit vliegveldje is zoals Engelsen dat zo mooi zeggen: ‘Penny wise pound foolish’. Het gaat voorbij aan de groene en schone transitie die we deze eeuw met zijn allen zullen moeten insteken met het besef dat vliegen op de wijze zoals we nu doen sowieso in zijn laatste fase zit en over 25 jaar overal wordt afgebouwd. Regionale vliegvelden zullen dan als eerste sluiten. Nu inzetten op en investeren in nieuwe technologie als de hyperloop zweeftreinen voor de grote afstanden en goede euroregionale sneltreinen zou veel wijzer zijn. Vliegen is als willen reizen op een dood paard. Het is oude vervuilende technologie uit de vorige eeuw. We kunnen beter. Dat bewijzen onze bedrijven en technische universiteiten al tientallen jaren.

Verder wordt er niet gekeken naar andere aspecten rondom werkgelegenheid. Zo roept Lelystad (behalve Groenlinks) dat het honderden nieuwe banen oplevert. Maar een ander recent rapport zegt: Als Lelystad Airport daadwerkelijk uitgebreid wordt, gaan er 5220 banen verloren. Ook leiden de laagvliegende toestellen tot een verlies van 233 miljoen euro aan omzet voor het toerisme in Gelderland, Overijssel en Friesland. Dat blijkt uit een onderzoek naar de economische schade voor een deel van de toerismesector in de drie provincies.

Hier de link: https://www.omroepgelderland.nl/nieuws/2305545/Uitbreiding-Lelystad-Airport-kost-5220-banen