Categorieën
De Nieuwe Samenleving

De Troon


Vanaf nu schrijf en fotografeer ik voor de Almeerse glossy Lifestyle Almere de TROON. Een rubriek waarin ik relatief onbekende, maar prachtige Almeerders portretteer. De spraakmakers die ongezien worden. De bouwers aan de stad die vooral cement inzetten inplaats van stenen. Mensen die juist niet voor het voetlicht willen komen, maar dat eigenlijk wel verdienen. Ik heb deze overgenomen van fotograaf en kroniekschrijver Bart Buijs. In zijn geweldige, bijna niet te evenaren voetspoor ga ik nu verder. Waarom? Omdat ook ik van Almere en haar inwoners hou. Ken jij een waardige troonopvolger uit de mooie groeistad Almere voor deze rubriek, neem dan contact met me op. Wie weet kunnen we haar of hem op de troon zetten. Mail me naar info@kanteldenker.nl met in de titel KROON. hashtag#almerehashtag#trotshashtag#inwoner

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Mayim schrijft met mijn hulp over Almere


‘Als ik samen over de uitdagingen in het leven van onze dochter Mayim een verhaal schrijf, wordt het me elke keer weer te veel. Dan zet ik mijn angst voor haar toekomst op papier en dat wil ik niet. En toch doe ik het. Elke maand interview ik haar, nu al een paar jaar, over haar leven en gebeurtenissen voor een autobiografische roman. Zij is de IK-figuur in het boek. Het volledige boek komt in 2022 uit. Dit is een van de eerste hoofdstukken.’

Ik ontwerp ook wel eens een stad op mijn iPad met het computerspelletje SimCity.

Almere is een nieuwe stad en pas veertig jaar geleden ontwikkeld en ze hebben meteen rekening gehouden met rolstoelers. Er zijn geen drempels en er zijn brede stoepen en winkelstraten. Je kunt gewoon met je rolstoel de bus in en ook alle winkels zijn toegankelijk. In Amsterdam, als we in de binnenstad gaan winkelen, staan er altijd van die paaltjes in de weg of er zijn helemaal geen stoepen.

Het stadshart waar de winkelstraten zijn van Almere is nieuw. Het is gebouwd op een heuvel, een enorme Teletubby-heuvel van meer dan tien meter hoog. Je kunt met de lift naar het hoogste punt van de heuvel en dan moeiteloos met je rolstoel naar beneden rijden, langs alle winkelende mensen met zware boodschappentassen. Je kunt natuurlijk ook met de fiets of een skateboard naar beneden, maar als je dat doet krijg je gedonder met de stadswachten. Mijn broer heeft zelfs een bekeuring gekregen toen hij naar beneden racete met zijn fiets.

Mij bekeuren ze niet, want rolstoelen mogen op de stoep in het stadshart.

Weet je wat een leuk gebouw is in het centrum van Almere, het Stofzuigergebouw, een geelzwart gebouw dat via dikke ondergrondse leidingen alle openbare vuilnisbakken in het centrum leeg zuigt. Ik vraag me weleens af of ze ook vogeltjes opzuigen die op het randje van de vuilnisbak zitten, dat zal toch niet?

Wij wonen in een heel aparte wijk naast het centrum van Almere die de naam Filmwijk heeft, het ligt naast een groot meer dat het Weerwater heet, dat speciaal is uitgegraven naast het nieuwe stadshart, zomers gaan wij er zwemmen, er zijn strandjes en parken in Almere, het grootste is een soort Vondelpark … maar met weinig mensen die je van de sokken lopen. We laten er altijd onze hond uit. Onze wijk is opgebouwd uit experimentele huizen. Het was onderdeel van een grote bouwexpositie in 1992. In een van die huizen wonen wij. Ons huis is ontworpen door de Amsterdamse architect, Sjoerd Soeters. Tot twee-en-halve meter is het opgemetseld van rood baksteen, de bovenverdiepingen lijken op een vliegtuighangar en zijn van lichtblauw geverfd hout. Het dak is van aluminium en groen geverfd, het lijkt uit de verte van koper. Als er stortbuien op ons huis vallen dan kun je elkaar niet meer verstaan en moeten we wachten tot de bui overwaait, maar om bij in te slapen is het heel fijn.

Beschrijving: Macintosh HD:Users:marcelkolder:Desktop:foto's:DAOK-KfXsAIT6_4.jpg
Ons huis.

Het dak lekt al vanaf het moment dat het huis gebouwd is, zegt mama, en als het regent weten we precies waar de druppels uit het plafond vallen. Dat hoort bij het experiment van onze woning zegt papa dan. Er staan bij ons op de overloop altijd 10 emmertjes klaar om de regeldruppels in op te vangen. We hebben een kruis gezet waar ze moeten komen te staan. Zoals laatst bij de westerstorm.

Onze straat in de Filmwijk is genoemd naar een beroemde acteur: James Stewart. Ik ken hem niet, ik ken wel Leonardo di Caprio, maar daar is geen straat naar vernoemd. Dat komt omdat hij nog niet dood is, zegt mama, een stomme reden vind ik zelf, waarom moet je eerste dood zijn voordat je een straat wordt.

In Almere Buiten heb je de Stripheldenbuurt, bijvoorbeeld het Tom Poespad en de kapitein Walruslaan. Een vriendje van mij woont in de Popeyestraat. Papa verzamelt stripboeken die we samen lezen omdat ik zo moeilijk de pagina kan omslaan met mijn spastische handjes. Hij verzamelt die voor zijn grafisch werk, hij ontwerpt logo’s en maakt illustraties in tijdschriften of kranten, hij maakt zelfs korte strips. Maar schrijven kan hij als de beste, en nu samen met mij.

Wíj hadden eigenlijk in de Stripheldenbuurt moeten wonen. We zijn zelf een soort stripheldenbuurt, met al die beeldjes van stripfiguren in ons huis. Op papa’s werktafel staat een grote wit en rood beschilderde maanraket uit het Kuifje-album, maar dan zonder de punt. Die punt is er tien jaar geleden af gebroken toen Machiel, mijn broer, de raket wilde laten vliegen in onze vide. Papa is er nog steeds een beetje boos over.

In de kamer van Machiel hangt een originele, kolossale filmposter uit de tachtiger jaren van ‘La Suprise de Cesar’ van Asterix en Obelix. De twee helden rijden in een tweespan lachend langs het Colosseum voor een getergde Ceasar. Papa zegt dat hij er altijd vrolijk van wordt.

Hij voelt zich ook als Obelix, want hij is echt superdik hoor. Ik noem hem kamerolifant. Hij heeft ook een strip in de krant van Almere gehad over zijn werk als kanteldenker, maar dat vertel ik in het volgende verhaal.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Oostkavels revisited


2731.jpg

De gemeente Almere moet deze maquette nog hebben. Een prachtig fjordengebied naast het stadshart. Jammer dat we het niet konden uitvoeren vanwege de crisis in 2008. En nu. Maakt het weer een kans Loes Ypma?
Samen met toparchitect en dondersteen Sjoerd Soeters sprak ik mijn stadscolumn uit voor een grote groep inwoners en specialisten over deze OostKavels. Voor de serieuzen onder ons: Het was grappig bedoeld. Sjoerd heeft ons huis ontworpen. Op 13 januari 2007. Dat is lang geleden. Zou de gemeente nog overwegen dit opnieuw aan te besteden?

‘Het heen en weer schieten van verlies naar verlangen, en van verlangen naar verlies, zijn de congestieve ingrediënten van Almere’s identiteit. Het is een rat race waarin Almeerders opgesloten lijken. Waarbij de melancholie van hun verleden, van het oude land, verknoopt raakt met postmoderniteiten en individualisme. Het collectief reïncarneert continu het stedelijk landschap van oud- naar nieuw land. Het zichtbaar gemis van een roemrijk verleden en civilisatie hebben Almere bijzonder vatbaar gemaakt voor de wijze waarop men zich in de stad nestelt. Haar identiteit vorm geeft. Middenstandsfamilies en haar vooroordelen staan centraal in de meningsvorming rondom de ontwikkeling van de stad en haar stadshart. De exclusieve locus van Filmwijk en Stadshart en de zichtbare verbintenis als design-twins creëert dromen, mogelijkheden en angsten. Een sterk besef van verandering toont dat de architectonische twee-eenheid in en vlak naast het stadshart via nieuw-creatie van het oostkavelgebied zich op de grens van een omvangrijke transformatie beweegt die haar in veel verschillende richtingen kan stuwen. Ik kijk naar de Oostkavels. En droom dat de kavels een mooi meanderend gebied zijn, met water, pleintjes, eilandjes in het weerwater, verbindingen, bruggen naar verwachtingen, met een variëteit aan kleurrijke en veelsoortige gebouwen. Almeerse fjorden. Stadsbestuur, laat u inspireren door de Almeerse mens en haar liefde voor de weidse natuur. Door Antoni Gaudi of door Le Corbusier en Frank Lloyd Wright. Maak betere pleinen en parken, integreer stadshart, stadspark en stadswijk met organische vormen. Vergeet de Berlijnse Muur en het staccato aan eenvormigheid. Kies voor Hundertwasser of Himmelblau. In een holistisch geheel. Kies nadrukkelijk niet voor de ego-trips van individuen. Kies uiteindelijk voor samen met de bewoners ontwerpen en bouwen. Het gaat immers niet enkel om meer, maar vooral om anders.’ Laatst zag ik de eerste ontwerpen. De gemeente Almere heeft geluisterd. Ik ben gerustgesteld. De dialoog is op gang. Chapeau.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Ik heb iets met lelijke eendjes


Ik heb iets met lelijke eendjes. Misschien is dat de reden dat ik in Almere ben gaan wonen. Als Vondelparkbuurtbewoner met een voorliefde voor het excentrieke bleek de über-architectonische Filmwijk waar we neerstreken het beste wat ons overkwam.

Ondanks het blijvende lekkende dak van onze experimentele woning (we hebben al 25 jaar op vaste plekken gekleurde emmertjes staan om de druppels op te vangen) genieten we van ons huis. Verder is het erg gezellig als het regent. Want onder een aluminium dak heb je het gevoel dat je altijd kampeervakantie hebt. Ons huis staat in allerlei architectuurgidsen. Besef, ook ikonen kunnen lekken.

FullSizeRender
Ons huis, Modern Acropolisme van Sjoerd Soeters.

Ik heb iets met lelijke eendjes. Misschien is dat de reden dat ik in allerhande initiatieven het beste wil voor mijn stad en Flevoland. Of het culturele initiatieven zijn, een duurzame energiecoöperatie of mijn ambassadeurschap voor mensen met een beperking, want serieus, ons platland is ideaal voor rolstoelers, geen bergen en dalen, enkel een koopheuvel in Almere (als gekanteld antwoord op de Rotterdamse koopgoot).

Ik heb iets met lelijke eendjes, want ik weet dat ze uiteindelijk veranderen in een mooie zwaan. Daarom woon en werk ik in deze provincie. En creëer ik met liefde een hart voor stad en land. Ons Flevoland.

Architect Sjoerd Soeters bouwde als student Modern Acropolisme in 1984. Tien jaar later kwam het tot onze droomvilla op een heuvel in Almere.

Bij toeval vond ik dit oude filmpje. Ingesproken, nog toevalliger door de vader van onze buurman Robert Bloemendal. Philip Bloemendal, de producent van het Polygoon Bioscoop Journaal.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Groenlinks Nieuwe Rijkdom Toekomstkantelen veranderprocessen

Hoge eiken vangen veel wind, maar niet als de gemeente ze kapt



Vele tientallen 25-jaar oude zomereiken langs de Ingrid Bergmanstraat in de Filmwijk worden in 2017 gekapt als het aan de gemeente en een aantal bewoners ligt.

Een deel van de bewoners aan het begin van de straat klaagde over het feit dat de bomen bruine smet tegen hun hagelwitte huizen achterlaat en dat ze te dicht bij de huizen staan. De gemeente gaat aan dat verzoek voldoen en vervangt alle eiken in de lange straat ze door de kleine bolpluim. Boompjes die maximaal 30 jaar kunnen leven.

Ik kan me voorstellen dat sommige bewoners ernstig in de stress raken van zomereiken-smet op hun auto’s en wit-gestucte muren. En ze hebben gelijk, ze staan wel erg dicht tegen hun gevels en gouden koetsen aan.

Goed, ik woon tenslotte niet in dat deel van de straat, het speelt zich meer dan honderdvijftig meter verder af van ons huis. Wij wonen in het laatste deel van de straat, het deel waar de zomereiken volop ruimte hebben en ze totaal geen last zijn voor de bewoners van de aanpalende huizen. De bomen staan namelijk bij de achtertuinen van iconisch gevormde huizen (jonge monumenten).

De gemeenteambtenaar snapt de waarde van de eiken niet

Deze laatste rij van 14 eiken gaat de gemeente dus ook kappen. En dat is onredelijk volgens de bewoners van deze rij aanpalende huizen. Deze huizen hebben ruime dakterrassen waar de aanwezige volgroeide zomereiken juist voor een groen levendig uitzicht zorgen én – even belangrijk – de koude noordoostenwind tegenhouden. En bij zomerse hitte verkoelen bomen wijken met 5 graden. En dan hebben we het nog niet over CO2-reductie en opvang van roet en vooral nachtelijk lawaai van de snelweg. De eiken mogen hier tot in eeuwen der eeuwen (dat kunnen eiken toevallig) blijven staan wat ons betreft.

Een gesprek volgt. Omdat het straatbeeld in het laatste deel anders is (er zijn geen voorgevels en enkel achtertuinen en terrassen) komt de gemeente de bewoners tegemoet. Ze hebben 4 bomen aangewezen die mogen blijven staat. En twee daarvan zijn kromme erg magere bomen. Waarom deze? Niemand snapt het. En het is een te magere oplossing voor de bewoners. Ook omdat de door de gemeente uitgekozen bomen juist niet naast de dakterrassen staan.

Frappant detail is dat de bewoners van dit deel van de straat niet betrokken waren bij de eerste enquête van de gemeente en een half jaar later pas hoorde van de kapplannen (achtertuinen hebben geen brievenbussen voor enquêteformulieren van de gemeente).

Laat ze gewoon staan, dat is veel beter voor iedereen.

Ons voorstel. Laat de bomen gewoon staan, en dun ze (om en om) uit op het moment dat ze elkaar in de weg zitten. Over een jaar of tien bijvoorbeeld. De bomen hoeven nu niet weg. Ze voegen waarde toe aan de straat, stad, en aan de woonbeleving van bewoners van de aanpalende woningen. Niemand heeft er last van. En er is al flinke reuring. Sommige bewoners leggen nu, met tegenzin, het bijltje er bij neer. Ze willen geen ruzie met de gemeente. Anderen willen vechten voor het behoud van de eik: actiegroep Red de Eik in de Filmwijk staat gereed. De kettingen om ons aan de bomen te ketenen liggen klaar, de blaasbuizen en propjesschieters van de kinderen worden gevuld met pijlen en propjes. Met hand en tand (voor sommigen een kunstgebit) gaan we ons verdedigen. De gemeentelijke ombudsman krijgt deze brief.

Alles van waarde in deze snelgroeiende en snel vergetende stad is weerloos. De stad als hakselmachine van groen erfgoed. Dat zien we vaker. Totdat de burger opstaat.

Categorieën
Almere2018 Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen

De zoektocht van de gelovige naar eeuwige schoonheid in architectuur


Top-10-Iconic-Pieces-of-Architecture-in-LA3
Guggenheim Museum in Bilbao, Spanje
Sommige gebouwen bezitten een allure die zo schoon is, dat je er vol verbijstering en ongeloof naar blijft kijken. Objecten waar je absoluut mee op de foto wil, of die je in ieder geval als miniatuur mee naar huis wil nemen om met je partner liefkozend naar te kijken, pronkend in je trofeeënkast, naast al die andere wonderlijke herinneringen.

Historisch belang van het icoon

Het zijn vaak fameuze historische objecten met een verhaal, die grootstedelijke iconen. Iedereen kent ze: De scheve toren van Pisa en het prachtige Colosseum. Maar er zijn ook iconen van de moderne tijd. De ultramoderne golvende metalen structuren van het Guggenheim in Bilbao en de ronde kurkentrekker van Guggenheim in New York. Ook in deze moderne tijd worden constant ‘wannabee’ ‘iconen’ toegevoegd in grote en kleinere steden. Of ze nu slagen als ‘icoon’ of niet. Waar komt toch die wens vandaan om deze megalieten te scheppen?

Ik doe een poging te ontdekken wanneer een gebouw onderdeel is van de ‘schone kunsten’ en wordt omarmd door het volk als ‘Ikonisch’. Over het historische aspect is de lezer het wel met me eens, maar er is meer. Schoonheid bij architectuur is ook te vinden in de harmonie van het gebouw. De proportie, de geometrie, het materiaal, de context waar het gebouw is ingebed èn het streven naar volmaaktheid. Dit alles moet kloppen. Dat is precies waarom de grootsheid van sommige gebouwen niet van de grond komt. Gebouwen bedacht door stadsbesturen die enkel tot doel hebben wolkenkrabber of ‘skyscrapers’ te zijn in de ‘ratrace’ van groot, groter, grootst. Maar nooit groots zijn.

Door het icoon te ontmoeten ontstaat wederkerigheid

Er is nog iets wat iconisch maakt. En dat is de in de tijd ontstane levendigheid in en rondom deze monumenten. Omgekeerd zou je kunnen stellen dat de juiste iconische architectuur levendigheid en reuring toevoegt aan een stad. Het is blijkbaar wederkerig. Misschien is dat een van de redenen waarom steden toparchitecten vragen om een stadse icoon van allure. Want het klopt, als bezoeker wil je graag bij het icoon zijn, misschien wel horen (gezien de vele selfies die worden geschoten). Horen bij de Eifeltoren, de Sagrada Familia of de Tai Mahal. Je wil het icoon aanraken, in bezit nemen of ondergaan. Soms is dat het object zelf soms vanwege het magnifieke uitzicht op de top, de Eifeltoren, het Platonium in Brussel of de Euromast in Rotterdam. Je voelt je dan even God, bovenop de wereld.

Het is de ‘content’ die het hem doet

Voor een kathedraal, museum of beursgebouw is de inhoud de magneet voor de bezoeker. De kathedraal toont mystiek en mysterie, het museum de unieke collectie, en het beursgebouw, de handel. Het is de drie-eenheid die in geen stad zal ontbreken. In de lijn van de inhoud kan de iconie zijn best doen. Vorm volgt functie. Zoals nu de nijvere handel in de Markthal te Rotterdam, duidelijk ontworpen als ‘commerciële’ triomfboog, en het Rotterdamse Centraal station, met een overweldigende en uitnodigende toegangspoort die verleidt naar de krochten van het stedelijke vervoersmausoleum.

Mystiek toevoegen aan de stad

kunstlinie2
De Almeerse Stadsschouwburg
Een architectonisch Icoon kan zeker de juiste mystiek toevoegen aan een stad. Als ik kijk naarAlmere, de stad waar ik nu woon, is die mystiek te vinden in de sereniteit van de binnenkant van het stadstheater, gebouwd door een jonge Japanse architecte van het bureau Sanaa. Als ik in dat theater ben, denk ik vaak aan de kwaliteiten van de kerk die door Corbusier in Ronchamps in Frankrijk is gebouwd. Een gebouw waar de ingetogenheid van de buitenkant, de binnenkant juist zo mooi maakt. Als een plek waar visioenen kunnen ontstaan, of tenminste een visionair idee.

142-RONCHAMP-the-architecture-of-wonder-and-listening-to-infinity
De kerk van Corbusier in Ronchamps
De kosmos naar de aarde halen

Mag ik stellen dat het ware iconische gebouw het universum aanraakt. Dat kan letterlijk zo zijn bij kathedralen, maar ik voel dat ook bij andere iconen. Het lijkt wel zo dat je via het gebouw, de kosmos ervaart. Het gebouw is dan de handtekening van het goddelijke, door de mens gecreëerd. En het citeert daarmee de mythen en legendes die we al sinds mensenheugenis meedragen. Tenslotte kan het ook een eeuwig leven voor de ontwerper creëren? En wie wil geen fan zijn van het eeuwige leven?

Als er iets goddelijks bestaat dan bestaat er ook een contrair beeld: De lelijkheid. Ook gebouwen kunnen leven op de rand van goed en kwaad. Er is ook veel wrede schoonheid te vinden in de architectuur, gebouwen in disharmonie met de omgeving. Gebouwen die angst aanjagen. Soms om een statement te maken, vaak om denkbeelden te kantelen en te willen vernieuwen. Outsider Architecture, als het ware. Verstoten door de elite.

De rol van lelijkheid in iconische architectuur

Er is immer het gevaar van echte lelijkheid bij nieuw te ontworpen ‘iconen’. Decadentisme en wellustigheid zijn voor architecten als de duivel voor de deuren van het paradijs. Je hoort de slang sissen: Steeds maar hoger, steeds maar ‘gladder’, steeds maar bevalliger (lees commerciëler). En dan ontstaat een gebouw dat de gewone mens zoveel angst inboezemt dat zij aanstoot neemt aan het ‘gedrocht’. Sommige moderne iconen lopen langs de rand van de hel en vallen in ongenade en krijgen met een moderne beeldenstorm te maken. Extravagantisme blijft in onze nuchtere Hollandse cultuur een gevaarlijk spel, terwijl Oezbeken of Turken die grandeur graag omarmen. Ook kan hetzelfde icoon afstoten of aantrekken. Centre Pompidou is zo een voorbeeld, bij sommige Parijzenaren zie je de afschuw op hun gezicht bij het moderne gedrocht, anderen vinden het juist het toppunt van architectonische moed.

Daarnaast blijft altijd de vraag of alle iconische gebouwen voor altijd icoon blijven. Zijn zij voor eeuwig louterend of over honderd jaar gewoon kitsch? Geven ze over 250 jaar nog de juiste prikkels of juist raakt men overprikkeld? Gaan we blijvend van deze gebouwen houden, of blijven ze voor altijd een doorn in het oog totdat sloop volgt? Wordt het simpel andermans lelijkheid en andermans belediging.

De natuur kent geen lelijkheid

Waarom creëren wij als mens soms heel lelijke gebouwen? De natuur kent namelijk geen lelijkheid. Is dat dan juist het unieke van de mens, dat wij en de hemel en de hel kunnen creëren? Misschien hebben lelijke dingen ook een functie? Het lelijke draagt dan bij tot de ordening van wat wij mensen vinden. Tot het besef wat mooi en lelijk is.

Als ik opnieuw een uitstapje maak naar de omgeving van het stadshart van Almere zijn de huizenblokken van een angstaanjagende jaren ’80 allure: Saai en burgerlijk. Naast het architectonisch nieuw en wellicht iconische stadshart ontworpen door het bureau van Rem Koolhaas steekt het jaren ’80 deel af als de martelaar en boeteling van de stad. Het nieuwe stadshart lijkt daarmee onze burgerlijke inborst te willen bevrijden, een hemel op aarde te bieden. Het is niet zomaar op een gecreëerde heuvel of terp gebouwd.

Toch vraag ik me af. Als we dat megalomane en wellicht wel iconische Almeerse stadshart midden in Parijs zetten, doet het dan nog wel zijn iconische ding, zoals dat het doet in mijn slaapstad Almere? Is de context belangrijker dan het gebouw? Is de plek en het gevecht met de omgeving belangrijker dan de wens de hemel aan te raken? En wil de Almeerder zich wel optrekken aan de gruwelen van de moderniteit en het surrealisme dat het stadshart is. Kunnen we als stadsbewoner de positieve kitsch en gecreëerde magie van dit centrum waarderen of blijven het lege skeletten zonder inhoud. Zonder mystiek en magie. Zinderingwekkend. En als we dan toch enige verhevenheid ervaren in de constellatie van gebouwen in het moderne stadshart. Durven we dan als plattelanders de reis te starten van trash via camp, naar wellicht de schone kunsten.

Dat zeker te weten, dat merken we wel we over 125 jaar.

Marcel Kolder, Almeerder en metaforist

 

 

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen Zorgkantelen

Ongelukkig in een instelling


Met veel plezier logeerde afgelopen week een spastisch vriendinnetje van onze dochter bij ons in huis. Ze woont in een instelling. Ze logeert vaak bij ons en dat komt door onze dochter, want die vergelijkt instellingen steevast met de kindertehuizen uit horrorboeken van Roald Dahl.

En je hoort al denken. Twee rolstoelers verzorgen, dat is dubbelmantelzorgen, dubbel tillen en dubbel hard werken. Dat klopt, dat hebben we er voor over. We duwen dan de rolstoelen door dierentuinen, dolfinaria en binnensteden. We smikkelen pannenkoeken, lachen om al die mensen die ons nastaren en vallen om twee uur ’s nachts na uren verzorgen, met zijn allen uitgeput in slaap.

Vriendin is niet erg gelukkig met de plek waar ze woont. Nu weet ik dat ze best goed verzorgd wordt door haar begeleiders, maar zonder familie en met een paar vrienden, is haar leven op een groep jongeren met een ernstige beperking niet het leven dat zij kiest.

Mijn vrouw ging eergisteren door haar rug en haar hernia speelt op. Balen. Ik heb nu een dag last van mijn versleten knieën. Maar we zijn geen zeurpieten. Over een maand nodigen we het ‘dinnetje’ weer uit. En blijven kantelen. Want als deze logeerpartijen stoppen, dan stopt ook de lol, de pret, en het leven.

dierentuinen

 

Categorieën
Almere2018 Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief veranderprocessen

In Almere zuigen ze vogeltjes op


*Onze dochter Mayim is 17 jaar oud en is ernstig gehandicapt. Hieronder een kort stukje uit haar roman, die we samen schrijven (hoofdstuk 12b).

1268606_ZB_01_FB.EPS

Als ze zeggen dat Almere een saaie stad is, dan wordt papa boos. En verder zegt papa: ‘Almere saai? Hoezo? Amstelveen is veel saaier. Almere is nota bene de derde architectuurstad van Nederland na Rotterdam en Amsterdam.’

Ik ontwerp ook wel eens een stad op mijn iPad met het computerspelletje SimCity. Almere is een nieuwe stad en pas dertig jaar geleden ontwikkeld en ze hebben meteen rekening gehouden met rolstoelers. Er zijn geen drempels en er zijn brede stoepen en winkelstraten. Je kunt gewoon met je rolstoel de bus in en ook alle winkels zijn toegankelijk. In Amsterdam, als we in de binnenstad gaan winkelen, staan er altijd van die paaltjes in de weg of er zijn helemaal geen stoepen.

Het stadshart waar de winkelstraten zijn van Almere is nieuw. Het is gebouwd op een heuvel, een enorme Teletubby-heuvel van meer dan tien meter hoog. Je kunt met de lift naar het hoogste punt van de heuvel en dan moeiteloos met je rolstoel naar beneden rijden, langs alle winkelende mensen met zware boodschappentassen. Je kunt natuurlijk ook met de fiets of een skateboard naar beneden, maar als je dat doet krijg je gedonder met de stadswachten. Mijn broer heeft zelfs een bekeuring gekregen toen hij naar beneden racete met zijn fiets. Mij bekeuren ze niet, want rolstoelen mogen op de stoep in het stadshart.

Weet je wat een leuk gebouw is in het centrum van Almere, het Stofzuigergebouw, een geelzwart gebouw dat via dikke ondergrondse leidingen alle openbare vuilnisbakken in het centrum leeg zuigt. Ik vraag me weleens af of ze ook vogeltjes opzuigen die op het randje van de vuilnisbak zitten, dat zal toch niet?

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Zorgkantelen

En dan komt er niemand op je verjaardag


Ik schrijf samen met mijn lieve dochter Mayim een boek. Ze is gehandicapt en heeft wellicht hierdoor weinig vrienden of vriendinnen. Op haar verjaardagsfeestje had ze dertig mensen persoonlijk uitgenodigd (waaronder vijftien kinderen). Met moeite heeft ze een halve dag besteed om een mooie uitnodiging in elkaar te plakken. Die heb ik voor haar gescand en in dertigvoud geprint.

Behalve een lief klasgenootje van haar vorige school, kwamen slechts een neef en nicht, een halve oom en tante. Daar zaten we dan met taart, cake, hartige hapjes (zelfgemaakt) en dertig vrijkaartjes voor een museum.

Dat is wrang om te zien als vader. Ik durfde er toen niet over te schrijven. Het lijkt zo zielig. Het nare gevoel blijft. Dat is ook de angst voor haar toekomst en de ‘kring’ van vrienden die ze zo hard nodig heeft en die kring is er niet, en zal waarschijnlijk nooit komen. Het neveneffect van een handicap en anders zijn is een zeer beperkt sociaal netwerk. Een rolstoel of anderzins is snel voor de ander de handicap om geen contact te zoeken. En niet alleen bij Mayim, het blijkt overal voor te komen.

Ik schreef zojuist met haar in haar roman. Het boek komt over twee jaar uit. Ze kijkt er gekanteld naar.

‘Ik hou van schrijven, niet alleen op de computer, maar echt schrijven met een pen, het is een lekker gevoel met een pen over het papier gaan, die beweging maken, naar boven en naar onderen. Mijn vader zegt dat ik voor een “spast” goede hoofd-hand-coördinatie heb, maar daar gaat het nu niet over, het gaan over dingen bedenken en opschrijven, creatief schrijven heet dat, bijvoorbeeld een gedichtje of heel kleine verhaaltjes die ik fantaseer. Eigenlijk fantaseer ik heel veel, papa zei dat een keer hardop, en toen zuchtte hij even, ja ik leef ook een beetje in een fantasiewereld. Kunstenaars vertellen wel eens in een interview dat ze al heel vroeg in hun leven een fantasiewereld maakten voor zichzelf, dus schrijvers ook, en misschien ben ik al een schrijver aan het worden. Misschien is het wel een soort mediteren ook, ik noem dat zelf “hummen”. Nou ja, het is gewoon een lekker gevoel waar ik blij van wordt.’

‘Dus je moet niet denken, omdat ik nou eenmaal niet veel vriendinnetjes heb, zielig hè, maar niet heus, dat ik vlucht in mijn “fantasiewereld”, dat zou ik ook doen al had ik wel tien vriendinnetjes. Dan zou ik ook fantaseren, en schrijven, en lekker “hummen”.’

Naschrift: Dit blog heeft veel veroorzaakt. Het is opnieuw op diverse site gepubliceerd en heeft geleid tot een televisieoptreden bij Humberto Tans Late Night. Hier een link naar een artikel bij de Telegraaf en het TV optreden:

Telegraaf Vrouw artikel

Optreden bij Umberto Tan in RTL late night van Mayim

SONY DSC
Verjaardag Mayim

 

 

Categorieën
Almere2018 Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Toekomstkantelen

Almere kan aan zijn puberteit ontsnappen door los te laten


AAEAAQAAAAAAAASYAAAAJGMxZDEyMjI1LTc0ZWEtNDExZi1iOWYwLWFmNWNmNzkyNmJmMwAlmere worstelt sinds de ontstaansgeschiedenis in 1976 met de gevolgen van haar snelle groei en identiteit. Van pionieren en met de voeten letterlijk in de klei is deze stad gegroeid naar de 7e stad van Nederland. De newtown heeft zelfs de ambitie om 5e stad van ons land te worden. Deze snelle groei is miraculeus maar kent ook zijn groeipijnen. Vooral tijdens de huidige crisis en vooral op het sociaal-culturele vlak.

Almere ontwikkelt snel en tijd voor reflectie lijkt er amper. Hierdoor zijn de kleren doorlopend te klein voor het lijf. Kijkend naar de behoefte van de stad loopt zij continu achter bij de parallelle ontwikkeling van sociaal-culturele voorzieningen. De Sociale Atlas Nederlandse Gemeenten 2012 vertelt dat Almere qua cultureel voorzieningsniveau op de 49ste plaats staat van de 50 grootste steden. Dit voorspelt niet veel goeds als er te weinig geld en aandacht gaat naar de natuurlijke bindmiddelen van een stad: de cultuur. De ‘cultureel verwende’ en voor de ontwikkeling van newtowns in Europa juist zo belangrijke middenstandselite verdwijnt momenteel naar oudsteden die wel deze bindingsfactoren te bieden hebben. Almere zou zo maar opeens het getto van de Randstad kunnen worden. Her en der zijn in Europa daar voorbeelden van te zien. De ontwikkeling in het oosten van Duitsland waar in de DDR-tijd enkel aandacht was voor goedkope eenvormige wijken met hoogbouw. Veel kansrijke en jonge ex-Oostduitsers keren deze steden de rug toe. Men kan gerust stellen dat bijna alle na-oorlogse wijken op de woonkwaliteitladders in Nederland vrij laag scoren. Met als exponenten Amsterdam Osdorp en Bijlmermeer. De banlieues rondom Parijs hebben vergelijkbare problematiek. Monotone woonsteden met dito woongebouwen zonder ‘hart’ worden wel gekscherend ‘bedroomtowns’ genoemd. Het is evident dat de in sneltreintempo door bestuurders en stedenbouwkundigen gemaakte nieuwe steden een achterstand oplopen op het culturele vlak. Een sociale structuur en een herkenbare stadsidentiteit ontwikkelt zich pas nadien. Meer nieuwe steden in Europa worstelen met dit fenomeen. In Nederland zoeken vinexlocaties Leidsche Rijn en IJburg houvast aan de stad waar ze bij horen en halen hun ‘sociale en culturele identiteit’ weg bij de oudstad in de buurt.

Almere wil een echte stad zijn
In het begin van deze eeuw vroeg het toenmalig stadsbestuur zich af of de stad na 27 jaar moest breken met het suburbane karakter van de stad. Dat werd bevestigd door een leefstijlenonderzoek van het bureau Motivaction, waaruit bleek dat Almeerders veel moderner en minder tradioneel waren dan verwacht. De diversiteit aan leefstijlen is opvallend aan Almere. De conclusie die werd getrokken was dat er meer stedelijkheid moest komen. Ook andere conclusies waren interessant. Meer studenten in de stad en meer diversiteit. Met de komst van de hogescholen de afgelopen jaren is er een goede stap gezet.

Vanaf dat bewuste moment vonden er een meerdere interventies plaats die vooral te maken hadden op de sociaal-culturele kant van stad. Er kwam een ontwikkeling op gang rond zingeving en een de zoektocht naar de (culturele) identiteit van modelstad Almere. De aanstelling in 2007 van de bijzonder hoogleraar sociologie Arnold Reijndorp die op de Han Lammersleerstoel mocht plaats nam, kan worden gezien als een serieuze poging van het stadsbestuur om aan de zachte kant van de stad te werken.

Uiteraard heeft Almere nog geen kans gezien te groeien en ontwikkelen zoals veel oude steden in Europa. Ondanks de planmatige en zorgvuldige stedenbouwkundige ontwikkeling werd in het door ingenieurs bestierde Flevoland meer gefocust op de harde component: plannen, ontwerpen en bouwen als oplossing. De bouw van een kostbare popzaal in 2004 zorgde niet voor de broodnodige culturele injectie. De zaal ging binnen een jaar failliet en er zit nu een casino in. De keuze voor het neerzetten van een ‘gebouw’, als harde interventie, zorgde niet voor de gewenste aanwas van culturele activiteiten. Langs de lijn van de vorm blijven dit holle ruimten in een cultureel nog in te vullen stad. De interventie zou meer effect hebben als ze langs de lijn van de inhoud gericht is. Het inkopen van bijvoorbeeld een volwassen symphonieorkest is niet de oplossing. Het ligt meer in de lijn van nieuwe broedplaatsen voor jonge kunstenaars in de rafelranden rond de stad. Echter bij gebrek aan oude pakhuizen en loodsen zal een newtown hier creatiever mee moeten omspringen.

Een van de initiatieven die de zoektocht naar zingeving en identiteit ondersteunen is de oprichting van de stichting Historisch Almere. Deze stichting is opgericht om de belangstelling voor Almere te stimuleren. Elk jaar vindt er de Hazelnootlezing plaats. Hazelnoten hebben voor Almere een bijzondere historische betekenis. Enkele verkoolde hazelnootdoppen tonen aan dat Almere een zeer oude geschiedenis heeft. Archeologen hebben bij boringen in Almere Buiten, op grote diepte van circa 9 meter onder de oppervlakte, verkoolde hazelnootdoppen gevonden die met vuursteen zijn bewerkt. Deze kleine vondsten van 8.000 jaar voor Christus duiden op menselijk leven: de eerste Almeerders! Het geeft een historische dimensie aan de stadsidentiteit. Cultureel erfgoed van allure, dat is wat Almere naast een hoop lef op stedebouwkundig gebied, blijkbaar ook heeft. In de bodem van Almere zit een schatkist met sporen uit het eerste landschapsgebruik van jagers-verzamelaars in Europa. Het historisch erfgoed van Almere is in die zin startpunt van haar geschiedenis. En niet alleen pijlpunten en hazelnoten, ook de vele ongeschonden en rijk gevulde scheepswrakken uit de gouden eeuw en later voegen een nieuw perspectief toe aan de geschiedenis van de jonge stad.

De stad Almere was het Nederlands antwoord op welvaartsgroei
Alle steden zijn een hybride van natuurlijke processen (in de zin dat ze zich grotendeels onttrekken aan menselijke beïnvloeding) en cultuuruitingen. In de zin dat zij een rechtstreeks gevolg zijn van welbewuste menselijke beslissingen en handelingen’.
Na-oorlogse nieuwe steden ondergaan met enige regelmaat veranderingen naar een volgend ‘format’: de groei van pioniersstad naar een adolescent en volwassen stad. Almere bijvoorbeeld heeft al veel interessante transformaties gekend. Daarbij is te denken aan milieutransformaties (van zee tot land), kolonisatieprocessen in het nieuwe land (van planten, dieren en mensen), ontwikkelingsstadia (van massaal en monofunctioneel tot kleinschalig en gedifferentieerd) en methoden (planmatig topdown en spontaan bottom up). Elke groeiende newtown zal na een tijd vanzelf transformeren tot een city. Wat betekent dat de oude bevolkingsgroep (de middenstandselite) wordt geconfronteerd met nieuwe groepen. In Almere is deze instroom de laatste 15 jaar flink toegenomen. De nieuwkomers zijn verschillend aan de pioniers die voornamelijk uit Amsterdam kwamen. Almere wil ook voor zijn nieuwe bewoners aantrekkelijk blijven. Aantrekkelijk voor jongeren, voor allochtonen (op dit moment is dat 28% van de Almeerse bevolking), maar ook voor mensen met een hoger inkomen en dito eisen aan een stad. Opvallend in Almere, maar ook andere nieuwe steden is de enorme stroom opwaarts in de (woon)carrièreladder van haar bewoners. De interne migratie in Almere was groot. Met een gemiddelde van eens in de vier jaar kiest een Almeerder voor verhuizing naar een nieuwe wijk, een groter huis, met achterlating van de oude buurt. Waar verpaupering op de loer licht.

Modelstad Almere als Madurodam van modern Nederland
Nieuwe steden zoals Almere zijn in de tweede helft van de vorige eeuw ontwikkeld om in de behoefte van goed en ruim wonen te voorzien. En dat volgens de toentertijd nieuwste stedenbouwkundige inzichten. Hierdoor zijn wijken en steden ontstaan die voornamelijk monofunctioneel waren: er wordt gegeten en geslapen. Werk en uitgaansleven vindt plaats in de ‘grote stad’ in de buurt. Veel nieuw ontwikkelde steden en wijken herkennen dit probleem en proberen zo goed en kwaad als het kan de stap naar een ‘diverse en volledige’ stad te maken.

De transformatie naar een volledige stad gaat verder. De komende tientallen jaren komen er in Almere minimaal 60.000 woningen bij. Crisis of niet. Vertaald in inwonersaantallen zijn dat 150.000 mensen die bij de nu al 200.000 bewoners kunnen worden gevoegd. Deze taakstelling zorgt er voor dat in Almere voldoende aandacht is voor het stenen stapelen en voor internationale prijsvragen op het gebied van architectuur en stedenbouw. In de afgelopen decennia is er weinig aandacht geweest voor het culturele element in de groeistad: het cement dat mensen bindt. Feit is dat Almeerders zich daarom blijven identificeren met de plaats waar ze vandaag komen, maar niet met Almere zelf. Trots zijn op Almere is nog geen gemeengoed onder de nieuwe bewoners.

Identiteitscrisis Almere?
Waarom is het vinden van een sterke identiteit voor een nieuwe stad zo complex? Ligt het aan het feit dat de openbare ruimte van jonge steden te ‘nieuw’ is en daarmee de ziel nog niet ontwikkeld is? Ligt het aan het feit dat mensen over het algemeen vasthouden aan hun vertrouwde paradigma’s over hoe mooie steden er uit moeten zien? Vooral oud, authentiek en avontuurlijk. Een nieuwe stad is nu eenmaal niet ‘gezellig’. Het oudste gebouw in Almere is 35 jaar. Op het netvlies blijven beroemde pleinen zoals die van Sienna of gezellige buurten als De Jordaan staan. Op organische wijze gegroeide oudsteden blijven langer in het geheugen van bezoekers hangen. Oude pleinen zijn makkelijker te duiden dan Almeerse waaiplantsoenen. De oude kern met in het midden de obligate tripartie, de kerk, het stadhuis en handels- of beursgebouw kenmerkt de oude stad en daarmee de ge(s)laagdheid van de oude stad. Deze gebouwen zijn exponenten van religie, bestuur en handel. Handel en religie waren in die tijd de drivers voor culturele ontwikkeling door de eeuwen heen. Een nieuwe stad mist deze uitbundige exponenten. Ook ontbeert de ‘tuinachtige’ urbane stad de compactheid van de avontuurlijke grootstad. Een stad met intieme ruimtes om te flaneren, uit te gaan eten, te struinen in winkelstraten of een bezoek aan museum of theater te brengen.

De volwassen geïntegreerde stad bruist op economisch vlak
Handels- of Hanzesteden zoals Amsterdam of Zwolle zijn ontstaan in een tijd van bloeiende economieën. Stedenbouw vond plaats langs natuurlijke weg- en waterwegen, en ontwikkelden tot broedplaatsen van kunst en cultuur. Rijke handelaren zoals de De Medici’s in Firenze en of de Kröller-Mullers in Rotterdam gaven met enige regelmaat financieel-culturele injecties. Tegenwoordig zie je welstandige bedrijven zich via sponsoring van evenementen, musea of concerten aan een stad binden. Een belangrijk feit. Cultuur kan nimmer zonder handel: de derde geldstroom. Almere heeft in die zin nog niet voldoende economische ‘cultuurdrivers’. De stad zou daar in moeten investeren. Een kleine 10 jaar geleden is in Almere het nieuwe stadshart geopend. Een interventie om Almere een modern eigen hart te geven. Een miljardenproject. Met als ‘bindmiddel’ een avontuurlijke koopheuvel: handel dus. Architect Rem Koolhaas heeft met zijn Office for Metropolitan Architecture het masterplan hiervoor ontwikkeld. Geen orthogonale lijnen maar spannende doorkijkjes, trappartijen, uitgaansgelegenheden en theaters op en in een heuvel in een voor de rest platte stad. Dit nieuwe centrum is met zijn internationale en spraakmakende architectuur wellicht de eerste stap naar een moderne vorm van het creëren van een authentieke stad. Het hart vulde zich de afgelopen jaren met een prachtig theater van een Japanse toparchitecte, hotels, popzalen en een architectuurinstituut. Suburbaniteit is verbonden met huiselijkheid,’ meent Hoogleraar Arnold Reijndorp in een interview,‘Stedelijkheid met erotiek.’ Een kanttekening. Het ‘hart’ mist nog wel de sfeer die zo tekenend is voor oudere steden. Daar moet nog een en andere aan gebeuren. Sfeer creëer je door intimiteit, kiosken, stadmeubilair, kleur en gezellige pleintjes om langsheen te flaneren.

Almere loopt tegen nieuwe grenzen aan
Almere als de pioniersstad loopt tegen haar grenzen aan. De schaalgrootte nekt haar. De te ruime opzet van het stadshart. De kernen ver van elkaar afgekeerd. Als eilanden in de stedelijke woestijn. In Almere kenmerkt de crisis zich in een afnemende woning-productie, slagvaardigheid en communicatiestoornissen op het stadhuis. De stad zou met een volgende transformatie van een monofunctionele naar een gedifferentieerde stad moeten willen groeien. Een stad in al zijn facetten. Een stad waar meer gebeurt dan slechts prettig en goed wonen. Met veel meer aandacht voor de diversiteit in de stad.

Het hoger doel als leidraad voor de komende jaren
Intelligent besturen met een gezamenlijk hoger doel is bepalend voor toekomst van de nieuwe stad. Veranderen en vernieuwen naar Almere 3.0 kan enkel en alleen in het sociale systeem plaatsvinden, via een gezamenlijke hoger doel. Het stadsbestuur dient andere keuzes te maken. Om bepaalde zaken af te remmen en andere te bevorderen in het systeem van de stadsontwikkeling. Waar het op aan komt is ook vooral loslaten en niet meer alles zelf willen doen.
Moet je plat door blijven bouwen terwijl er een sociale en culturele achterstand is? Of is werkelijke reflectie of interventie mogelijk? Het cement in de integratiefase wordt gevormd door gemeenschappelijke zingeving. De Almeerse burger is niet meer volgend, zij is assertief en vol wilskracht, de nieuwstadse elite, de ondernemer, de ZP’er kunnen uitermate zelfstandig, zinvol, op het geheel gericht, handelen. Zij snappen allang wat de stad nodig heeft. Naast de technische en economische subsystemen die Almere in het verleden dreven wordt tijdens de reis naar volwassenwording van de nieuwe stad nu het sociale systeem ontwikkeld. Juist in tijden van crisis. Met een voor iedereen zichtbaar en beleefbaar hoger doel, waarin duidelijk kan worden gemaakt wat de bijdrage van de burger daarin kan zijn. Want mensen maken de stad. Een goede vraag is of het mogelijk is een ‘zoekende’ nieuwe stad via een hoger doel vorm te geven. De Almere principles geven richting, een visie en missie. Ze zijn echter nog de taal van de architect. Abstract en planmatig. Het rapport Social Cohesion in New Towns meldt: ‘No culture, no society. Culture is the spice of life. Culture as a tool for getting to know each other.’ De uitdaging in dit rapport is: ‘Getting newtown people acquainted with culture (both passively and actively) at the earliest possible age, working on a diversified small-scale cultural offering to get through to all sections of the population.’ Een doel kan bevoorbeeld zijn om Almere als creatieve stad te positioneren, daarmee nieuwe economie aan te trekken, haar hoger opgeleiden en haar middenklasse te behouden en haar culturele identiteit te vinden. Er hiervoor heb ik drie zaken geformuleerd:

1. Almere als duurzaam gebouwde jonge stad met aandacht voor blauw en groen (water, stadsparken en stadslandbouw).
2. Kleurrijk. Een stadsbazar: Intercultureel, divers en creatief.
3. Komt dat zien, het wonder van de maakbare stad met andere ikonen, kom naar de stad die besloten heeft organisch verder te groeien samen met haar inwoners.

De Amerikaanse Hoogleraar Richard Florida heeft onderzocht wat een stad nodig heeft om te groeien naar een volwassen stad. Hij stelt dat een stad de 3 T’s moet bezitten. Deze T’s staan voor talent, tolerantie en technologie.
Het idee achter de 3 T’s is dat de één niet zonder de ander kan. Een stad zonder talent zal nooit een creatieve stad zijn en kan geen tolerantie bewaren. Een andere indicator voor een creatieve stad kan zijn de economische groei, het aantal creatieve bedrijven die in de stad gevestigd zijn. Florida’s onderzoek bracht naar voren dat bedrijven zich tegenwoordig daar vestigen waar het talent zit en niet meer andersom. En het talent had Pittsburgh – waar hij onderzoek deed – massaal de rug toegekeerd, omdat de stad verzuimd had een stedelijk klimaat te creëren dat aantrekkelijk was voor de creatieve klasse. “It’s not companies, but places that provide a pool of talent”, aldus Florida. De kern van stedelijke concurrentie ligt in een attractiestrategie van de juiste talenten. Met andere woorden: wie honing van topkwaliteit wil produceren, creëert eerst een veld waar duizend bloemen bloeien. Dan komen de bijen.

De volwassen stad beschikt over:

• een goed en breed aanbod van kunst en cultuur
• goed onderwijs op meerdere levels en talenten
• een circulaire economie en de mogelijkheden om de stad verder te ontwikkelen naar een groene en bewuste stad
• culturele ondernemers in een stad
• een goed vestigingsklimaat voor creatieven, middelgrote technische of anderzins maakbedrijven
• een creatieve of innovatieve klasse op allerlei vlak; deze groep trekt grotere bedrijven aan

Tenslotte: vertrouw op particulier initiatief. Ondernemende initiatiefrijke mensen geven kleur aan de stad. Voorkom dus lastige regelgeving die hun ambities in de weg staan. Burgers en overheid komen te vaak tegenover elkaar te staan. Laat los, laat gaan. De burgers kunnen het wel. En wellicht beter. Laat de ruimtelijke ontwikkeling los, help veelbelovende initiatieven in het zadel. Ontzorg je inwoners. De kansen voor de komende jaren zijn de broedplaatsen die her en der ontstaan, de Floriade 2022 en bijvoorbeeld de start van een nieuw project rondom bewustwording en reflectie in 2018: CitySenses. CitySenses!

Zie ook.

https://degelukkigestad.wordpress.com/2015/10/23/de-gelukkige-stad/

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Toekomstkantelen veranderprocessen

Het klootjesvolk woont in Almere


COLLAGE_1

Volgens hoogleraar dr. Gerard Marlet is Almere een geografische Blunder. Almere ligt te ver weg van Amsterdam om te profiteren van haar aantrekkelijkheid en heeft zelf te weinig te bieden aan de creatieve klasse en aan de hogere klasse.

In de visie van Marlet blijft Almere een stad van klootjesvolk. Een restpost voor mensen die geen huis kunnen kopen in de nabijheid van aantrekkelijke oude steden. Het is het toekomstig afvalputje van Nederland. Ik vind eigenlijk het omgekeerde. Kantel die gedachte maar eens.

Wetenschappers als Marlet kijken vanuit het paradigma van de oude stad. Wat niet voldoet, scoort laag op de ‘lijstjes’ van relatief succes. Marlet leeft met het idee dat je een new town ergens mee kan vergelijken. Hij ziet slechts het gebrek aan oude panden, aan gevestigde cultuur en het aandeel creatieven. Daarmee gaat hij voorbij aan de kwaliteiten van de onvergelijkbare suburbane stad.

Een jonge stad met met meer toekomst dan verleden

Een stad met een hoge kwaliteit van groen, water, veel woning voor minder geld. Almere kent de hoogste economische groei van Nederland. En welke andere stad heeft 42 kilometer kustzone, 32 stadsstrandjes. Het aantal hoger opgeleiden is Almere is sterker gegroeid dan in andere steden. Wat Almere kenmerkt is een ongekende ambitie om de stad van de zeebodem op te bouwen tot een volwassen, unieke en fijne stad. Almere volgt slechts een andere route en is pas 30 jaar oud. Jonger dan de gemiddelde Nederlander.

Blauwe zee van kansen

Mag ik een vergelijking maken met de spraakmakende ‘blue ocean’ strategie van Renée Mauborgne. De kern van stedelijk succes ligt niet altijd in rode oceanen, waarin steden als concurrenten elkaar bevechten rondom issues als recreatie, arbeidsmarkt, woonmarkt en uitgaansmarkt. Gevechten van dat kaliber kennen slechts verliezers. Almere slaagt er juist in om het anders te doen. Vanuit een totaal ander paradigma een stad neer zetten die zich continu kan vernieuwen. Met in elke stadsdeel gezondheidscentra, uitgaanscentra, met gescheiden busbanen en een hart van architectonisch topniveau.

Almere is de derde architectuurstad van Nederland. Ze heeft met haar jonge culturele sector diverse prijzen gewonnen. De slogan van Apple ‘Think Different’ is eigenlijk ook een eerbetoon aan de lef van de Almeerse ontwerpers en de pioniersgeest van de huidige bevolking. In de blauwe oceaan van Almere is geen concurrentie met andere steden.

 Growing Green Cities

Almere is een mirakel volgens vele buitenstaanders. Inwoners van Almere stonden bijvoorbeeld achter de nominatie om culturele hoofdstad van Europa te willen worden en werkten in hun eigen tijd aan een Cultureel Bidbook voor de stad. Wederom een blauwe oceaangedachte. De Floriade wordt een totaal ander soort wereldtuinbouwtentoonstelling dan in het verleden. Er wordt een verbinding gelegd met ‘Growing green cities’. Met stadslandbouw, met groene energie, watermanagement en hoe groene innovaties de stedelijke conglomeraten kunnen helpen naar een next level. Een groen level.

Almere is het Cirque du Soleil van de randstad.

Nieuwstadse burgers zijn van een ander soort elite. Niet van de ‘gevestigde’ orde. Maar een nieuw ras. Tenslotte is er geen oud èn geen nieuw geld te vinden op de Zuiderzeebodem. Maar Almere heeft wel de afgelopen jaren gekeken naar het succes van Apple, van Cirque du soleil, van Viagra. Out of the box. Constant kantelend. Want de zee waarin de oude steden zich bevinden, daar past de Almeerse burger niet bij. Het succes ligt in Almere in het steeds weer vinden van blauwe oceanen.

Een tip naar het stadsbestuur: De kunst is om niet af te drijven naar de rode oceanen. Blijven ze in de blauwe oceaan, geloven ze in de meeslepende projecten van hun eigen bewoners, de actieve pioniers van de toekomst, dan voorspel ik Almere een prachttoekomst.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Vandaag wordt in NL de apartheid opgeheven.


bouwlift

Als je lichamelijk gehandicapt bent, dan is Nederland een van de meest ontoegankelijke landen van Europa. Terwijl je dat niet zou verwachten. In Leiden is bijvoorbeeld maar één café rolstoeltoegankelijk en op maar één van de vier stations kun je met een rolstoel in en uit een trein stappen.

In Almere en omgeving zijn voor kinderen met een lichamelijke beperking, die in een elektrische rolstoel zitten, weinig stageplekken. Het is meerledig. Of er is een gebrek aan een fatsoenlijk invalidentoilet of er is geen verschoningsruimte. Het is een feit dat bedrijfsgebouwen geen lift hebben. Dan heb ik het over gebouwen met één of twee verdiepingen. De stageplek van onze dochter is bijvoorbeeld zo een onbereikbare plek. Oplossing? Een bouwlift. Ja, zo een met een plank die omhoog wordt getild door een soort heftruckmechanisme. Zo kan ze van de begane vloer naar de eerste verdieping. Veilig? Niet echt. Daarom staan wij als ouders altijd met haar op de lift, zodat ze niet opeens haar rolstoel aanzet en een verdieping naar beneden dondert. Waarom ga je als ouder akkoord met zo een voorziening? Gewoon, omdat je je dochter een normale stage gunt. En niet, zoals voorgesteld door de school, de hele dag broodkruimelen voor geiten en schapen.

Gewoon, omdat je je dochter een normale stage gunt. En niet, zoals voorgesteld door de school, de hele dag broodkruimelen voor geiten en schapen.

Aanstaande donderdag is het debat over het VN-verdrag van rechten van mensen met een beperking en wordt in de maanden daarna het verdrag geratificeerd. Eens en voor al zullen bedrijven, organisaties en wij allen rekening horen te houden met mensen met een beperking. De volgende stap is dat veel wetten in Nederland moeten worden aangepast, zodat de maatschappij mensen met een beperking eindelijk met open armen ontvangt. En daarmee niet alleen de fysieke drempels laat verdwijnen, maar ook de mentale drempels. Behandel mensen met een beperking gewoon als mensen zonder beperking. Maak het voor hen mogelijk om volledig deel te kunnen nemen in onze maatschappij. Net zoals in de U.S.A. dat al jaren geleden is gedaan. Elke horecagelegenheid is daar rolstoeltoegankelijk. Hoe dat kan? Omdat daar het in de wet is vastgelegd.

Het is absoluut nog geen gewonnen race in Nederland.

Donderdag wordt ons land hopelijk echt toegankelijk voor mensen met een beperking. Tenzij de VVD, CDA en de PVV er een stokje voor steken. Want ze twijfelen. Waarom dat? Omdat het geld kost om rekening te houden met mensen met een beperking en omdat mensen met een handicap daarom erg lastig zijn voor ondernemers en het openbaar vervoer. Dus de kans blijft groot dat de apartheid blijft bestaan.

Categorieën
Almere2018 Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Van monogame stad naar polyamoreuze stad


De starre regelgeving en de macht van projectontwikkelaars zorgde ervoor dat in de jaren na de oorlog de stadsontwikkelaars functiemenging verafschuwde. Daarmee bedoel ik het mengen van wonen, werken, winkelen en recreëren. Het moest allemaal strak, gescheiden en modernistisch. Met als voorbeeld de Franse voorsteden en de troosteloze Bijlmermeer. De banlieues van de stadsvernieuwing toen.

Levendige stadsbuurten worden nog steeds bedreigd door planners die geïnspireerd zijn door stedenbouwkundige Ebenezer Howard en Le Corbusier, die functies van wonen, werken en verkeer zoveel mogelijk wilden scheiden. De visieloze jaren ‘70/’80 en de crisis erna heeft tot schrik van veel inwoners meer koude monotone stadsplanning opgeleverd dan gewenst met enkel ruimte voor ‘goedkope’ woonblokken, recht-toe-recht-aan straten met monotoon voortuinterreur en trieste kantorenparken.

In mijn vindtocht naar ingrediënten voor ‘place making’ (het maken van fijne stadse plekken) en voor mijn project ‘De Gelukkige stad’ is functiemenging bijna een magisch woord. ‘Intricate mingling of different uses of places is not a form of chaos’, zegt Jane Jacobs (1961, grondlegster van dit denken en schrijfster van ‘The Death and Life of Great American Cities’), maar een hoog ontwikkelde vorm van ordening. ‘Mingling’ op het gebied van wonen, werken, winkelen en recreëren zorgt voor levendiger plekken in de stad, voor een veiliger omgeving, en meer sociaal toezicht en duurzamer ruimtegebruik.

In oude centra van dorpen en steden is functiemenging simpelweg organisch gegroeid en veelal succesvol. Het zijn gebieden die niet planmatig tot stand zijn gekomen. Je ziet een liefdevolle aaneenschakeling van functies die kloppen. Een volwassen functiemenging dus. Het oer van de stad.

De monogame stad verpaupert snel

Ik woon in een new town aan het IJsselmeer waar bijna alle functies zijn gescheiden. Ebenezer Howard wordt tot de dag van vandaag geprezen door de stadsmakers. Deze stedenbouwers zijn nog steeds zeer modernistisch van opvatting over scheiding van wonen, werken en beleven. De nieuwstad heeft vijf woonkernen (ze noemen het polynucleair), zonder warme onderlinge verbinding en met een schaalgrootte die niet past bij een stadse belevenis of zelfs dorpse belevenis. Het voelt als een mislukte tuinstad. Een gedachte-oefening die niet heeft gewerkt. Er is een uiteraard een stadshart met voldoende monolieten van top-architecten die als stedebouwkundige erecties de aandacht vragen. En bekijk je ze als losstaand object best wel aardig. Dagelijks komen er nog Japanners fotograferen. Op dezelfde wijze als ze dezelfde hoogstandjes, vaak van dezelfde mensen in Düsseldorf op de digitale fotokaart vastleggen. Selfietowns noem ik ze. Met ikonen, die eigenlijk geen ikonen meer zijn. Gekochte zelfbeelden van een gemaakte identiteit.

 Selfietowns noem ik ze. Die stadscentra zonder hart.

In mijn stad is de functiescheiding tot in het extreme doorgevoerd. Er is een geavanceerd wegenstelsel bestaande uit gescheiden fietsroutes, gescheiden busroutes, gescheiden autowegen en zelfs voor het afval een ondergronds gescheiden routering. Als een soort superstofzuiger met kilometers lange buizen wordt het afval automatisch naar de ‘Stofzuigerzak’ gedirigeert. Een groot gebouw naast het stadscentrum, een nieuwstadse opgeruimde tuinstad-uitvinding. Ebenezer zou er een orgasme van krijgen als hij nog leefde.

Al deze functiescheidingen zorgen ervoor dat toevallige stadse (of dorpse) ontmoetingen veelal uitblijven. En in een forensenstad is dat dubbel de dood in de pot (dubbelsaai). En als je elkaar ontmoet vind je in de plinten van de polygone kernen geen of veel te weinig uitspanningen om een goed gesprek te voeren. Een monogame stad met een opeenstapeling van monoculturen met weinig cohesie. We hebben ook de meeste (echt)scheidingen in Nederland, begreep ik van een ambtenaar.

“…that the sight of people attracts still other people, is something that city planners and city architectural designers seem to find incomprehensible. They operate on the premise that city people seek the sight of emptiness, obvious order and quiet.”

Jane Jacobs

Ik verlang naar een polyamoreuze stad in plaats van iets polynucleairs 

Buurten worden achterstandswijken als mensen hun verbinding met de stad verliezen en zich geen onderdeel meer voelen van hun gemeenschap, hun dorp, hun stad. Ze zijn niet meer trots op hun wijk, hun park. Terwijl dat zo makkelijk te voorkomen is door wat banken neer te zetten, een kiosk waar mensen kunnen samenkomen of een stadsmoestuin. En die verbetering moet eigenlijk helemaal niet door de gemeente worden uitgevoerd. Maar door de bewoners zelf. Niet door geld in de wijk te pompen. Maar de inzet van de inwoners, door de wijkbewoners zelf.

We worden vaak verteld dat de ‘gewone man’ geen kracht heeft om de wijk naar een volgend niveau te brengen. Maar breng ze maar eens samen, laat ze maar eens praten over wat ze anders in de wijk willen. Dan worden het net Rotterdammers. Met opgestroopte mouwen wordt de klus geklaard. Onder eigen regie en autonomie.

“Cities have the capability of providing something for everybody, only because, and only when, they are created by everybody.”

Jane Jacobs

De gelukkige stad

Als liefhebber van de ideeën van Jane Jacobs (1961), een van de meest invloedrijke denkers over stedelijke ontwikkeling, snap ik niet dat we in Nederland ons hebben laten leiden door de monotonie van stedebouwkundige ontwikkeling. Vierkant denken inplaats van rond, zei ik weleens in een college op een cultureel café in Almere.

We moeten rond denken inplaats van vierkant, refererend aan de vierkante pleinen in de stad, vertelde ik in een college op het cultureel café in Almere.

Jane Jacobs ziet de stad als ecosysteem, met dynamische levende materie. Als geen ander geloofde ze dat stedelijke elementen pas tot hun recht komen als ze gemixt zijn. Organisch, spontaan en onopgeruimd. Untidy, zoals ze zelf stelt. De ‘intermingling’ van stedelijke gebruikers zijn cruciaal voor economische en urbane ontwikkeling. Een hoge densiteit van functiemenging zoals je ziet in oude organisch gegroeide steden is haar ideaalbeeld. Anders dan de modernisten die denken in groot en efficiënt, kiest zij voor een model waar je lokaal kleine bedrijven ondersteunt en de creatieve impulsen van stedelijke entrepreneurs omarmt.

Nothing could be less true. The presences of great numbers of people gathered together in cities should not only be frankly accepted as a physical fact – they should also be enjoyed as an asset and their presence celebrated.”

Jane Jacobs.

Ingrediënten voor placemaking

In mijn stad heb ik, samen met andere inwoners, veel geprobeerd om van het lelijke eendje Almere een mooie zwaan te maken. Met strijdmakker Ym de Roos en vele anderen waren we de drijvende krachten achter Almere2018, het eerste burgerinitiatief om Almere Culturele hoofdstad van Europa te laten worden. We kwamen tot een half bidbook, gebaseerd op het denken van ondermeer Jane Jacobs; dat mensen, inwoners, de stad konden maken. Echter, in de stad die Ebenezer Howard uitademt bleek dat een brug te ver. Een eigenwijze wethouder van Haags formaat heeft het cultureel idee met het badwater weggegooid en de Floriade omarmd. Ebenezer Howard had toen voor even gewonnen in Almere. Het ultieme tuinstaddenken met schone frisse lucht, lage huren. Functiescheiden blijft haar toekomstbeeld. In de denktrant van Howard wordt nu de Floriade gebouwd om in 2022 een paar miljoen toeristen te kunnen ontvangen. Almere, als ultieme Garden City. Mooi wellicht, best een trots project, maar zonder hart straks, vermoed ik. Ik hoop serieus dat dit epistel er nog wat aan kan veranderen. Almere, omarm Jane Jacobs. Ik wil daar best als betrokken inwoner bij helpen. Maar kijkend naar het recht-toe-recht-aan Mondriaangrid van de ontwerpers blijf ik bang dat het een lastige zaak is.

COLLAGE_1

“As in the pseudoscience of bloodletting, just so in the pseudoscience of city rebuilding and planning, years of learning and a plethora of subtle and complicated dogma have arisen on a foundation of nonsense.”

Jane Jacobs

Levendigheid terugbrengen op pleinen, straten en aan waterfronten

Momenteel vind ik mijn persoonlijk heil in het idee van ‘Placemaking’. Ik heb een groene energiecoöperatie helpen oprichten, meng me in allerhande culturele initiatieven als koploper of aanjager. Ik geloof nog steeds dat een gelukkige stad een stad is waar we het kleine kunnen waarderen. Ik vind dat de kiosk, placemaker bij uitstek, verdwenen was uit Nederland en een lange tijd uit het straatbeeld verdwenen. Ik heb die opnieuw uitgevonden, en er mijn bedrijf van gemaakt. Ik noem hem liefkozend Minimono. Bewust. Als geuzennaam om de monotone stad te helpen veranderen in een dynamischer geheel. Met slogans als: Klein wordt echt het nieuwe groot. Maxi is uit. Mini is in!

De Minimono is een mooie, duurzaam ontworpen kiosk en maakt gebruik van herwinbare materialen als geperst bamboe en innovatieve materialen als composiet in combinatie met lichtgewicht metaal. Een met een hoge aaibaarheidfactor. Een groene bijenlandingsplaats op het dak en een warm interieur. Het kleinste urbane object is hiermee terug van weggeweest. Daarmee hoop ik de gelaagdheid in de stadsbeleving weer terug te brengen, of tenminste een klein deel ervan. Want we moeten tegengaan dat binnensteden leeglopen. Binnensteden mogen weer leuk worden. Gezellig. De verpaupering tegengaan.

Minimono-LangeVoorhout2

Tenslotte …

Placemaking in centrumgebieden kunnen nieuwe functies geven en plekken upgraden: van sociale degradatie naar maatschappelijke ontwikkeling van de plek. Samen met groene pleinen en pleintjes kan echt de ziel weer terugkomen in de steden. Als plekken waar mensen samenkomen. Waar de ultieme functiemenging plaats kan vinden. Waar pop-up projecten, guerilla-acties en kosten-efficient ondernemen kan plaatsen. Met een dikke vinger en een glimlach naar alle vastgoedreuzen.

“Old ideas can sometimes use new buildings”

Jane Jacobs

Oude ideeën kunnen nieuwe gebouwen gebruiken, zegt Jane Jacobs in haar boek uit 1961. Met de Minimono heeft heb ik volgens mijn klanten de über onder de kiosken ‘uitgevonden’. Lichter, Sneller en Goedkoper. Aardig disruptief ook, want gemeenten moeten nog aan het idee wennen. De kiosk als korte termijn oplossing met opmerkelijke impact op de vormgeving van plekken in de stad. Een mooi vormgegeven designkiosk waar local heroes hun retail-startups kunnen beginnen, de plaatselijke kleine economie kan opbloeien, de werkgelegenheid wordt ondersteund, een samenkom-plek is ontstaan, en vooral roering wordt gecreëerd op plekken die avontuur en diversiteit kunnen gebruiken.

Inherent aan de gedachte van Jane Jacobs. Old ideas can sometimes use new buildings.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

24 April is Ridderdag en mama is er een van


SONY DSC

Onze dochter Mayim heeft zojuist een blog gepubliceerd. Hieronder haar blog:

‘Toen ik vrijdag naar school ging met mijn bus, reed mijn vader niet naar school maar naar het theater. Daar was mijn broer en heel veel familie in een heel grote zaal. Papa had voor mij geheim gehouden dat ik niet naar de koningsspelen ging maar naar iets heel veel belangrijkers wat mijn mama ook niet wist. Mijn mama werd ridder geslagen. Niet met een zwaard. Samen met tante Es van televisie. De speech zet papa onder mijn verhaaltje. En de foto. We hadden taartjes en nepchampagne en de burgemeester had 2 uur nodig voor alles speeches. Dat was erg lang en saai. Toen mama als een van de laatste aan de beurt kwam, luisterde ik wel. Samen met mijn broer en papa waren we erg blij. Ridder mama dus.’

SONY DSC

‘Michelle Rutten, u dacht dat u voor de nominatie van het bedrijf van uw man naar de Schouwburg kwam. Helaas, jullie moeten nog even tot vanavond wachten om te horen of The Minimono Company genomineerd wordt en een Flevopenning in de wacht sleept. Mevrouw Rutten, u heeft al een behoorlijke staat van dienst! Uw interesses als vrijwilliger zijn breed. Om het een beetje overzichtelijk te houden, heb ik de klussen geclusterd en samengevat.

Maatschappelijk betrokken buiten Almere:
U bent twaalf jaar voorzitter geweest van de Revalidantenraad van Meremgroep/Trappenberg. Daarvoor was u lid. Met veel doorzettingsvermogen behartigde u de belangen van de revalidanten, zeker toen de Trappenberg en de Merem Behandelcentra met elkaar fuseerden.

Cultuur:
Ook op het culturele vlak heeft u uw sporen verdiend. Zo was u betrokken bij stichting Breinstorm Zuiderzeeland. U ondersteunde diverse projecten administratief en bestuurlijk. Het belangrijkste project was het burgerinitiatief om Almere kandidaat te laten worden voor de European Capital of Culture, in het Nederlands: Culturele Hoofdstad 2018. Ook bent u regelmatig te vinden in Kunstlokaal Muziekwijk waar u als gastvrouw actief bent bij exposties en helpt bij workshops.

Maatschappelijk betrokken in Almere:
U was acht jaar lid van de WMO-raad, tot de opheffing. U was een actieve en smaakmakende deelnemer. U maakte heldere analyses en adviezen voor verbetering aan het college van burgemeester en wethouders en gemeenteraad.Bij Stichting Avanti Almere begon u als vrijwilliger, toen werd u bestuurslid en nu bent u secretaris. Avanti is het stedelijk platform diversiteit. U bent een van de drijvende krachten achter het huidige Avanti.Ook bent u vrijwilliger en bestuurslid bij de Stichting Fonds Bijzondere Noden, een noodhulpfonds dat Almeerders ondersteunt die tussen wal en schip dreigen te vallen.

In het buitenland: Jezelf inzetten voor de minder bedeelde mensen kent voor u, letterlijk en figuurlijk, geen grenzen. U bent bestuurslid voor de Weebale Foundation. Deze stichting levert een blijvende bijdrage aan de ontwikkeling van lokale gemeenschappen op het Afrikaanse continent, met name in Oeganda.

En dan weer van het buitenland naar huis, want thuis is ook veel van uw aandacht en liefde nodig. U zorgt, samen met uw echtgenoot, voor jullie ernstig meervoudig gehandicapte dochter. In de afgelopen vijf jaar hebben jullie, als gezin, vijf jongeren tijdelijk onderdak gegeven omdat ze even de weg kwijt waren. En zo gaat de lijst van uw vrijwilligerswerk door.

Kortom, mevrouw Rutten, u bent een veelzijdige vrijwilliger. Iemand met doorzettingsvermogen en een positieve terriër mentaliteit. Namens Zijne Majesteit de Koning mag ik u benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Van harte gefeliciteerd!’

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Aan de Verenigde Naties in Almere


IMG_4224‘Ik wil vrij kunnen leven, net zoals de andere kinderen in Almere,’ start Mayim Kolder (16) haar antwoord op het, in haar ogen, officiële interview dat ik afneem rondom het verdrag over de rechten van mensen met een beperking van de Verenigde Naties dat deze zomer in Nederland in werking treedt.

Op haar leeftijd heeft ze daar eigenlijk nooit over nagedacht. Mayim is spastisch, heeft een hartprobleem en is epileptisch. Ze zit in een elektrische rolstoel en moet bij alle dagelijkse handelingen fysiek worden geholpen. Ik heb haar moeten uitleggen dat het verdrag gaat over het bevorderen van de rechten van mensen met een beperking. Zodat de overheid zijn best blijft doen om haar leven te verbeteren, haar te beschermen en een fijn leven te waarborgen, omdat ze door haar handicap veel meer hindernissen zal tegenkomen dan haar stadsgenootjes. Stel dat je in een winkel wil afrekenen, vertelde ik Mayim, dan moeten ze dat niet aan jouw begeleider vragen, maar natuurlijk aan jou omdat je een eigen pinpas hebt.

Als je over tien jaar niet meer thuis woont, hoe zie je je leven?

‘Nou, dan heb ik leuk werk. Gastvrouw zijn in een dierentuin, zodat ik mensen kan rondleiden. Ik weet heel veel van dieren en verzorging. Dat doe ik dan. En een dierentuin is altijd heel toegankelijk voor rolstoelen, dus dat komt mooi uit. Maar wat ik ook belangrijk vind, is dat het normaal is voor mensen zoals ik, dat die ook gewoon naar werk kunnen zoeken en vinden. Ik vind dat ik, net zoals iedereen, gewoon een kans moet krijgen.

En waar woon je dan?

‘Ik woon in een huis met andere vrienden en vriendinnen, samen met mijn vriendje. En alles in dat huis kan ik met mijn iPad bedienen. Mijn deuren, mijn licht, mijn televisie en mijn vriendje (lacht ze). Mijn vriendje kan helpen onze kinderen te verzorgen. Maar ik weet niet of dat mijn huidige vriendje is. En ik kan het niet allemaal zelf, dus wil ik graag hulp erbij. Net als mijn PGB-hulp dat nu doet.’

Wat vind jij het belangrijkst?

‘Wat ik het aller, allerbelangrijkst vind,’ begint Mayim enthousiast op deze tweede Paasdag. ‘Dat is dat ik mijn hele leven lang kan blijven leren. Ik heb veel meer tijd nodig om te leren. Ik vind rekenen nog erg moeilijk. En ik wil dat wel goed leren. We hebben nu certificaten op school die ik ga halen, maar misschien kan ik later wel net als mijn broer de HAVO doen. Nu vind ik het te moeilijk. Ik wil ook noten leren spelen, maar dan met mijn knokkels, omdat mijn handen krom staan.’

 ‘Vrij kunnen leven, leren en werken. Mijn hele leven lang.’

Je hebt een moeilijk lichaam met veel problemen, hoe zie je dat?

‘Ik vind dat ik door al mijn lichamelijke problemen meer recht heb op hulp dan jongeren die gezond zijn. Dat ik sneller naar een ziekenhuis kan, en naar mijn eigen dokter, en dat mijn werk rekening houdt met dat ik snel moe ben en soms even moet liggen. Dat kan nu op school ook. Tussen de lessen is er een speciale kamer met een rustbed. En ik wil graag snel geholpen worden op therapie. Ik sta altijd maar te wachten.’

En je vrije tijd, hoe zie je dat?

‘Dan ga ik uit met mijn vriendje, met de taxibus. Ik kan nu niet elk restaurant in, en in sommige invalidentoiletten staan zelfs kratten en dozen. Ik was laatst in een museum en ik kon nergens bij de knoppen en koptelefoons. Dat was stom. Dat was in Almere. Ik wil ook leren paardrijden met een speciaal zadel, maar dat is te duur voor mij door die speciale dingen. Ik wil ook gewoon spontaan ergens naar toe kunnen gaan met de trein. Nu kan dit niet. Dat moet van te voren geregeld worden op de stations zodat ik in en uit kan stappen.

Laatste vraag, wat is je wens?

‘Ik hoop dat ik later veel vrienden krijg, want nu heb ik maar 2 vrienden, maar die zijn beide gehandicapt, en die kunnen me niet zo goed helpen.’