Mag er een beetje meer Aikido in de communicatie?


be694f2a0aeb9fd81cc9c492d0a91e0c

Hup, laat ze het zelf opknappen, die bovenbazen, al dat gedoe met al die schandalen. Leer ze als slimme communicado gewoon Aikido. En blijf zelf weg uit de verbetenheid in de (sub)top. Je hoeft je broodheer bij schandalen echt niet meer te beschermen tegen de boze buitenwereld. Trek op moment van crisis niet alles meer uit de kast om de reputatie van je organisatie te ‘redden’. En stop meteen met al die schuldbelijdenissen. Die ‘Mea culpa’s’, daar koopt niemand meer iets voor.

Ik zal niet uitputtend zijn, ik noem de actuele feiten. De NS met stiekeme aanbestedingsspionage, Volkswagen met stiekeme dieselchips en onze Groningse gasbel met geheime afspraken tussen politiek bestuurders en aandeelhouders. En het volk is niet gek. Een slimme onderneemster verkoopt in Groningen al broodjes ‘Gasbel’. En weet je, er zit stinkkaas op. Mijn advies, wordt als voorlichter geen oplichter. Verdedigen of vluchten is de basale reflex van de bovenbazen en hun lijfeigenen. Aanvallen trouwens ook. Kijk maar naar Geert Wilders die rechter of parlement aanvalt door er ‘nep’ voor te zetten. Er is een vierde weg.

Natuurlijk, het is begrijpelijk dat je liever niet praat over de incompetenties van je baas, of politieke leider. Het is leuker om te oreren over de ambities, groei en kansen van de club in diskrediet. Maar besef wel dat je daarmee het rookgordijn voor falend leiderschap in stand houdt. De rol van de communicatieman en -vrouw is vandaag de dag volledig gekanteld en het ambacht heeft niet méér kennis en vaardigheden nodig, ze heeft Aikido nodig.

‘Aikido is een verdedigingssport waarin de energie van de ander het uitgangspunt is. Door optimaal gebruik te maken van de energie van de ander wordt ruimte gecreëerd, de aanval afgewend en geneutraliseerd. Aikido maakt gebruik van natuurlijke bewegingen vanuit rust en balans. Je leert om met innerlijke rust en balans flexibel in te spelen op je omgeving.’

Omarm de schaduwkant van het vak

Als je graag de regelneef speelt, het stappenplan voor de gewenste identiteit van je bedrijf in een kekke Prezi zet, graag mega-klanten-events organiseert en precies weet hoe je een veranderproces moet orkestreren, met alle ins and outs, dan kun je beter stoppen dit verhaal te lezen. Dan snap je niet hoe het vak echt in elkaar zit. Communicatie-vakkundige zijn is behalve een ambacht uitoefenen, tegenwoordig vooral werken aan andere ‘mindsets’, met je bovenbazen, je tussenbazen en vooral met je onderbaasjes: alle medewerkers. Waar je de bovenbazen leert hun zekerheden los te laten, leer je tegelijkertijd de onderbazen onzekerheden te omarmen. En dat verlangt een andere rol én ander curriculum van de vakkundige communicatiespecialist.

Waarom leer je niets van schaduwkanten op de communicatieopleiding

Je schaduwkant kennen is de enige kant die echt van belang is, weten oude indianen. Het wijst je op je onvolledigheid. De omgang met falen maakt tot wie je bent. Dat omgaan met de schaduwkanten van bedrijf en leider, daar liggen de kwaliteiten waar de vakkundige adviseur aan kan werken. Je schaduwdeel is onderdeel van je totale werkelijkheid. Omhels die kant en je wordt een sterker adviseur. Laat je organisatie de eigen schaduw omhelzen en het wordt een eerlijker bedrijf.

‘Handelen in harmonie met je eigen karakter, je innerlijke kwaliteit inzetten. Ieder mens is uniek. Ieder mens heeft specifieke kwaliteiten. Aikido helpt om die eigenheid te ervaren en in te zetten. Je leert te bewegen vanuit eigen kracht, niet vanuit strijd met de ander.’

Mag het een beetje meer Aikido in de opleiding tot adviseur is de titel. Akido leert je bewegen vanuit de eigen kracht. Als je als adviseur rondom de macht vertoeft, merk je dat er snel wordt gehecht aan abstracte concepten en cijfermatigheden. Je wordt erin meegesleept en vergeet de bron. Wat oude indianen goed begrepen, is dat de natuur geen ego kent. De wereld van het ego is tijdsgebonden en vluchtig. Kijk naar de natuur, die is zoveel efficiënter. Een zaadje levert amper inspanning om boom te worden. De natuur kent de wil om leiding te nemen. Herkent de wetmatigheid van moeiteloos leven. Egoloos, dus moeiteloos. In de moderne wereld is de neiging groot om veel tijd door te brengen met denken, overwegen, praten, beslissen, piekeren en brainstormen. Allemaal “hoofd” activiteiten. Aikido helpt om de balans tussen lichaam en geest te herstellen en alertheid te ontwikkelen. Het zijn niet-literaire middelen die als doel hebben iets teweeg te brengen in de bedrijfssociale context. Je bent eerder ontregelaar dan regelaar. Je kunst wordt bestaande interactiepatronen op losse schroeven te zetten. Je bent de contrastvloeistof binnenin.

Wordt eens een druïde, bard of nar

De Germaanse koningen hadden druïdes in dienst. Ook Ceasar had er behoefte aan, heb ik me laten vertellen. En dat was niet zomaar. De druïde leert de leider anticiperen op de vele rollen die hij moest (uit)oefenen. Door bijvoorbeeld niet weerbarstig te zijn, maar flexibel. Speel eens een bamboestengel na in de storm (eng hè) en voel de sensatie in je lichaam. Benut dat in een volgende crisis. Het is de flow van leiderschap. De Tai-Chi van je levensenergie – of wordt het nu erg Oosters. Maar als je tot hier in de tekst bent gekomen, heb je in ieder geval doorzettingsvermogen getoond. Door de theorie van Aikido leer jij, je baas en je organisatie in alle rust naar het veranderend landschap kijken. Van de zomer en herfst naar de kille winter. Standvastig in visie en waarden. Als een boom uitkijkend over de glooiingen van de verandering. Het stuur losjes in handen, prioriterend, actief en gemotiveerd. Meesturend met de onderstroom.

En neem als communicado de rol aan die je past op dat moment. Die van de wijze druïde, de spiegelende nar of de verhalende bard. Echte adviseurs worden gedreven door een innerlijke verplichting om zaken beter te doen, zinvoller, of wat je het ook wil noemen. En gebruik daarbij je zesde zintuig, die innerlijke drijfveer is je kompas. Vertrouw er maar op.

‘Door training ontstaat een innerlijke kracht, een stevigheid die onwankelbaar is. Tegelijkertijd biedt Aikido elk moment de keuze: wegstappen, meebewegen of doorzetten. Steeds is de weg waarlangs flexibel, de kern waaruit solide.’

Marcel Kolder is kanteldenker en eigenaar van Draoidh bv – een ander communicatiebureau

Een triest kafkaïesk verhaal van een zorggezin in problemen


Ik krijg regelmatig, omdat ik over de zorg rondom mijn gehandicapte dochter schrijf, veel reacties en verhalen van andere lotgenoten.

Mijn hart stond stil toen ik deze trieste brief vanmiddag kreeg van Anne Vernooijs uit Amersfoort.

Beste Marcel,

Ik lees regelmatig je blogs. Dit is mijn verhaal.

Mijn dochter, een jonge vrouw van 19 heeft een erfelijke bindweefselaandoening HMS/EDS.
Vorig jaar juni werd zij naar de neuroloog verwezen, omdat vanaf begin 2013 het lopen steeds moeizamer ging. In juli 2013 lukte het lopen zonder hulpmiddelen helemaal niet meer en hebben we krukken aangeschaft bij de thuiszorgwinkel. Enkele weken later lukte het lopen met krukken ook niet meer en hebben we via, via een rolstoel te leen gekregen.

Begin September heeft mijn dochter contact opgenomen met de WMO, omdat haar woonsituatie met een rolstoel en diverse beperkingen erg lastig werd. Zij woonde in een zogeheten ‘Spacebox” voor wie dit fenomeen niet kent: dit zijn op elkaar gestapelde containers die omgebouwd zijn tot zelfstandige woonunits voor studenten. Gelukkig woonde zij in één van de onderste spaceboxen, waardoor ze slechts één metalen trap te overbruggen had. Maar de spacebox bestaat uit een ruimte van 16 m² waarin zowel een badkamer/toilet als een keuken en woon/slaapkamer gesitueerd zijn. Hierin kun je je dus niet voortbewegen in een rolstoel, dat moest ze kruipend doen, daarbij kon ze ook niet meer zonder vallen de douche in en uit en niet meer zelf koken.

In het gesprek met de WMO werd vastgesteld dat er ernstige beperkingen in de mobiliteit zijn en dat de huidige woonsituatie niet adequaat is. We schrijven dan dus september 2013! Van September tot december 2013 heeft mijn dochter zich zo goed en kwaad als het ging proberen te redden in deze situatie, waarbij ze haar rolstoel de trap af moest gooien als er geen hulp was van medestudenten, zich op haar billen zelf de trap op en af moest zien te krijgen, en kruipen haar woning doorging, voor haar eten, vuilnis en was afhankelijk was van de hulp van andere studenten (er was één algemene wasruimte helemaal aan de andere kant van het spacebox complex). Ook vervuilde haar woning, doordat ze zelf niet meer in staat was het schoon te maken.

In de tussentijd zocht zij op advies van de WMO contact met een fysiotherapeut en een ergotherapeut, die volgens de WMO bij zouden kunnen dragen aan een aanvraag voor een andere woning en een rolstoel.  De fysiotherapeut  en ergotherapeut constateerden beiden dat de leenrolstoel niet geschikt was voor het lijf en de beperkingen die mijn dochter heeft en zelfs mogelijk voor meer klachten kon gaan zorgen. Daarbij werd door de ergotherapeut ook vastgesteld dat de woonsituatie niet houdbaar meer was en werd een rapport opgesteld met een pakket van eisen naar de WMO. De fysiotherapeut stelde ernstige hypermobiliteit vast in meerdere gewrichten en dat leidde tot een verwijzing naar een in EDS gespecialiseerde reumatoloog die in januari de diagnose HMS/EDS-hypermobiliteitstype vaststelde.

In december lukte het mijn dochter niet meer om haar huis in te komen, er te functioneren of de rolstoel iedere keer die trap op en af te krijgen. Ze miste door de pijn en uitputting die dit opleverde ook steeds vaker colleges en lessen op haar opleiding en moest noodgedwongen stoppen met haar stage. Uit nood is zij toen met haar 4 cavia’s bij mij komen logeren. En dan bedoel ik ook letterlijk logeren, want er is hier geen kamer voor haar in huis, dus slaapt ze op een stretcher in de woonkamer. Dit levert ook voor mij (zelf rolstoel gebonden) veel problemen op, omdat ik mij niet meer met mijn elektrische rolstoel door het huis kan bewegen doordat het helemaal vol staat.

In januari was het rapport van de ergotherapeut en fysiotherapeut af en werd er een officiële aanvraag bij de WMO gedaan. Een aanvraag voor een eigen rolstoel en een andere aangepaste woning. Ook heeft mijn dochter daar nog zelf een brief aan toegevoegd om duidelijk te maken dat ze dusdanig was achteruit gegaan dat ze niet meer in staat was om haar studentenwoning in te komen of daar te functioneren en dat ze nu tijdelijk bij mij op een stretcher in de woonkamer moest verblijven.

Op 6 maart werd er door de WMO een urgentie afgegeven voor een aangepaste of aan te passen woning.  Op dat moment lag mijn dochter volledig plat op bed met een hernia, zeer waarschijnlijk ontstaan door de slechte houding in de leenrolstoel en de overbelasting die daaraan vooraf was gegaan.

Op 20 maart stond mijn dochter met haar urgentie nummer 1 voor een woning die mogelijk geschikt was en al een aangepaste keuken had. Toen we er gingen kijken bleek er een trap in de gang te zitten, waardoor de woning moeilijk toegankelijk was per rolstoel. Mijn dochter kon er nog net naar binnen, maar ik met mijn elektrische rolstoel niet. Op deze grond werd de woning door WMO consulent M.K. afgewezen met het oog op de toekomst, want misschien zou mijn dochter ooit ook in een elektrische rolstoel belanden.

Op 3 april stond mijn dochter met haar urgentie weer nummer 1 voor een woning die mogelijk geschikt te maken was. Wij zijn daar gaan kijken en waren meteen enthousiast, want de woning was volledig rolstoel toe- en doorgankelijk en er zat een vrij grote badkamer in. Deze woning werd door WMO consulent M.K. geschikt verklaard. Wel merkte zij op dat er een aparte toiletruimte in zat en dat met het oog op de toekomst dat mogelijk een probleem zou gaan vormen, omdat mijn dochter daar dan niet met overrijdbare toiletstoel op zou kunnen komen. Hierdoor kregen wij de indruk dat ze de aandoening van mijn dochter ernstiger inschatte dan wij zelf deden en ook dat ze de prognose nogal somber inzag.

Wat schetst onze verbazing: op 16 april, net nadat mijn dochter het huis definitief geaccepteerd had en een afspraak zou maken om het huurcontract te tekenen, belt WMO consulent M.K.  met de mededeling dat alle aangevraagde voorzieningen afgewezen zouden worden. Dit omdat de reumatoloog die de diagnose had gesteld, aan haar had verklaard dat bij mensen met EDS in het algemeen hulpmiddelen alleen worden geïndiceerd wanneer deze bijdragen aan de mobiliteit in plaats van deze te beperken.
Hierdoor heeft zij de conclusie getrokken dat mijn dochter geen hulpmiddelen zou moeten krijgen.  Dit is dus gebaseerd op een algemene uitspraak m.b.t.  EDS en niet specifiek toegespitst op de lichamelijke klachten en situatie van mijn dochter, die juist zonder rolstoel beperkt wordt in haar mobiliteit!
Haar advies was om maar te gaan trainen bij een revalidatiearts. Mijn dochter traint echter al sinds oktober 2013 onder begeleiding van een fysiotherapeut die heeft geconstateerd (en ook in haar rapport beschreven) dat er geen sprake is van vooruitgang, maar eerder achteruitgang door de training (overbelasting). En bekend is dat bij EDS overbelasting óók zorgt voor fysieke achteruitgang.

Vervolgens heeft WMO consulent M.K  daarna zonder overleg, eigenhandig de woningstichting gebeld en het huis alsnog afgezegd, mijn dochter was hiervan NIET op de hoogte en werd hier vandaag 17 april ineens mee geconfronteerd. WMO consulent M.K.  heeft gelijk ook maar de urgentie voor een andere woning ingetrokken!

Mijn dochter leeft dus nu op een stretcher in mijn huis, kan haar studentenwoning niet meer bewonen of betreden en had deze per 12 mei al opgezegd, omdat de andere woning haar al was toegezegd.  Kortom binnenkort is ze officieel dakloos!

Ze leent een rolstoel die absoluut niet geschikt is voor haar lijf, waardoor ze er nog meer fysieke klachten bij krijgt, maar zonder rolstoel is geen optie, omdat ze per dag max. 50 meter kan lopen  als ze verder niets anders doet dat inspanning kost en vaak alleen in meerdere etappes.

Het curieuze is verder dat het UWV op basis van precies dezelfde medische gegevens heeft bepaald dat mijn dochter ernstig beperkt is in haar mobiliteit en daardoor recht heeft op een Wajong-uitkering. Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat twee verschillende instanties met precies dezelfde gegevens zo anders beschikken?

We hebben hier nu dus een uitzichtloze situatie: geen zicht op een andere woning, niet naar studie en stage kunnen, geen mogelijkheden om haar leven te leiden zoals andere 19-jarige studenten.

Heet dit nou participatiemaatschappij?????

Een advocaat is al ingeschakeld, bezwaar gaat al ingediend worden, maar dat kan ontzettend lang duren en die tijd en energie om de situatie vol te houden zoals hij u is, hebben wij niet. Ik ben zelf ook chronisch ziek (er is naast dat ook nog een schildklieraandoening geconstateerd onlangs waarvoor ik behandeld of geopereerd moet worden) en ik heb nog twee zonen thuis waarvan er één autistisch is en deze onduidelijke, onoverzichtelijke situatie niet aankan, met alle (gedrags-) gevolgen van dien!

Met vriendelijke groet,

Anne Vernooijs

10264067_610338012392698_436081955623919849_o

Taalproblemen tussen overheid en burger


Burgers zijn uitermate geïnteresseerd in de samenleving. Er zijn enorm veel vrijwilligers, mantelzorgers, cultureel en politiek geïnteresseerde burgers. Wat politiek Den Haag of de plaatselijke politiek doet wordt op de voet gevolgd. Maar dezelfde burgers hebben veelal geen idee hoe ze met diezelfde overheid in dialoog kunnen gaan op een andere wijze dan eens in de zoveel jaar het rode stempotlood gebruiken. En de overheid schijnt dezelfde uitdaging te hebben. Een tijdje geleden is het boekwerk ‘Hellup, een burgerinitiatief’ verschenen, gemaakt door Binnenlandse Zaken (Inaxis) om het gemeentebestuur te laten zien dat het best mogelijk is om burgerparticipatie en interactieve beleidsvorming gezamenlijk in te richten. En toch blijft het contact tussen overheid en burger moeizaam verlopen.

Vast staat dat burgers over het algemeen geen probleem hebben om zich aan te passen om ‘mee te doen’ met het ‘maken van een stad’. Maar de taal van de overheid is niet de taal van de burger. Of je nu de taal van de architect gebruikt of de simpelheid van de jip-en-janneketaal. Beiden slaan de plank volledig mis als de burger niet serieus genomen wordt. En Jip en Janneke taal is een diskwalificatie van de intelligentie van de gemiddelde burger. Het is een schijnoplossing van een dieper liggend probleem.

What’s in a name?
Dit dieper liggende probleem is een probleem van alle tijden. Sinds het onstaan van bureaucratia is de overheid moeilijk in staat om een dialoog aan te gaan met hun onderdanen. Samen voor oplossingen te zorgen. Uitdagingen aan te gaan. De afstand is, en blijft te groot. Dat ligt ook aan taal. Een voorbeeld is bijvoorbeeld de ‘oproepingskaart’. De officiële naam voor uitnodigingen voor referenda. De naam van deze kaart is n.l. ‘zenderdominant’. Anders zou het kaartje gewoon ‘kieskaart’ of ‘stemkaart’ heten. De oproepingskaart is een van de vele relikwieën van overheidsprojecten en hun naamgeving. Overheidstaal is te complex, nietszeggend, bestaan uit werktitels of afkortingen van projecten en gaan te veel uit van de zender en niet de ontvanger. Daarbij ontstaan vrij vlot in de volksmond gebezigde ‘troetelnamen’ rondom de grote projecten. Bijvoorbeeld Melkertbanen, RekeningRijden en Zalmsnip. We herinneren ons de spitsstrook, tariefrijden en het wel en wee van Tineke Tolpoort. In een van mijn workshops mocht men andere namen bedenken voor rekeningrijden. Dat werden in eerste instantie namen die uitgingen van een negatief beeld: ‘filetarief’ en ‘stageld’. Later werden het positieve namen: rijtarief, ANWB-tarief, Weggeld en Spitsstrooktarief. Dat is burgerlogica in optima forma.

Wat ligt aan het basis van de problematiek?
Goede duidelijke taal alleen helpt natuurlijk niet alleen, maar het is een begin. De eenloket- of burgerloketgedachte kreeg de laatste jaren een opmars. Maak één voordeur voor de burger en dan is het duidelijk. Maar het veranderde niets aan het onderliggend probleem. De afdelingen en ‘hokjes’ daarachter veranderden meestal niet mee.
Zwerfafval in de stad valt onder verschillende ambtelijke petten. Voor de burger behoort het simpelweg tot één domein: rotzooi. Zaken benoemen met inzicht in de logica van de burger zorgt bij de burger voor meer vertrouwen in de overheid. Maar regel dan ook de achterkant. Voor een betere burgerrechtelijke dienstverlening en goed toegankelijke informatie.

Een paar voorbeelden van hoe het niet goed gaat in overheidsland:
Burgers/bedrijven moeten langs verschillende loketten. Deze loketten staan bovendien verspreid over het gebouw opgesteld.
Burgers/bedrijven weten nooit zeker of ze alle relevante aspecten (producten, diensten, alternatieven) hebben geregeld. Ze moeten hun eigen vraag grotendeels zelf vertalen in diensten.
Het werken is inefficiënt. Elk loket heeft zijn bemensing. Er zijn medewerkers die bureau-, balie-, en telefoonwerkzaamheden moeten combineren. Het resultaat is: rijen aan de balie, slechte telefonische bereikbaarheid, lange doorlooptijden van een product.
Door een gebrek aan procesmatig werken is er weinig inzicht in de afhandelstatus van een productaanvraag. Deze onduidelijkheid bestaat er voor de burger én de ambtenaar.

Not in my backyard?
Wel eens op een hoorzitting geweest? Of een inspraakavond tussen buurt en overheid? Bij heikele projecten ziet de toeschouwer aan de zijlijn meestal een soort boksring. Burger en publieksdienst zetten de hakken in het zand. Achter de tafel van de overheid zitten vaak meer juridische adviseurs dan andere ambtenaren. Klaar voor het gevecht. Er wordt met woorden gemept. Met argumenten geslagen, met drogredenen en non-argumenten gebokst. Dit is exemplarisch voor veel debatten. Ambtenaren zijn vaak wars van zelfspot. Want ze beoefenen een serieus vak. Wat meer relativeren en humor is uit den boze. Het kan echt anders. Door onder meer uit te gaan van burgerlogica, door de burger centraal te zetten en samen de juiste oplossing te vinden. Door wederzijds respect en duurzaam innovatief & creatief denken te ontwikkelen. Wat kan helpen is af en toe af te stappen van het idee van een debat en een dialoog te starten. Of een gezamenlijk project. Hoe spannend ook.

Investeer in experimenteren
Soms is het makkelijker om helemaal opnieuw te beginnen, dan te proberen om wat al bestaat te veranderen. De overheid zal meer ervaring met co-creatie met de samenleving opdoen als ze bewust kiest voor een leersituatie en meer experimenten. Die ervaringen moeten systematisch gemonitored en gebenchmarkt worden. Daarmee kan de overheid de verdere/bredere toepassing van vraagsturing professionaliseren. Er is op dit moment bij de overheid weinig tot geen sprake van systematisch leren van ervaringen met co-creatie met burgers, maatschappelijke partners en bedrijfsleven. Concluderend zouden de volgende punten leidraad kunnen zijn:
Hoe gaan zoveel mogeljik overheidsmedewerkers het zinvol vinden om hun eigen creërend vermogen in te zetten voor hun eigen organisatie en stad?
Hoe gaan burgers en ambtenaren zich verbonden voelen met het nieuwe denken rondom samenwerken in maatschappelijke projecten?
Hoe krijgen ambtenaren en burgers het gevoel dat ze serieus genomen worden? Vooral als inwoners van een stad met goede ideeën komen.
Hoe gaan zoveel mogelijk ambtenaren in de eigen organisatie verantwoordelijkheid nemen voor dit veranderingsproces?
Hoe wordt de visie van enkelen een visie van velen?