Mag er een vijfpuntsschaal bij het komende referendum?


kanteldenken

Denken en handelen vanuit burgerperspectief is voor de politiek nog steeds geen ingeslepen gewoonte. Volgens politici hebben de kiezers zo hun eigen ‘burgerlogica’: ze denken voornamelijk binnen de beperking van hun eigen ‘backyard’. Op hun beurt denken kiezers, ook degenen die best geïnteresseerd zijn in de samenleving en in de Haagse politiek, dat de politiek wel bereikbaar is, maar selectief luistert en vooral hun eigen belang beschermt.

 Wel eens op een hoorzitting geweest? Of een inspraakavond? Bij heikele projecten ziet de toeschouwer meestal een soort boksring. Burgers en gemeente of dies meer zetten meteen de hakken in het zand. Achter de tafel van de ‘overheid’ zitten vaak meer juridische adviseurs dan andere ambtenaren. Alles wijst er op: men is klaar voor het gevecht. Er wordt met woorden gemept. Met argumenten geslagen, met drogredenen en non-argumenten gebokst. Dit is exemplarisch voor veel debatten en ook het laatste referendum over Oekraïne.

De nuance raakt dan zoek De nuance raakt snel zoek en men is wars van zelfspot. Relativeren en humor was bij het laatste referendum ver te zoeken in Nederland. Ik merkte dat toen ik tweette: Wil het Nee-kamp mij ontvolgen op twitter: Het hek was van de dam. Alsof ik de koningin beledigd had. Ik was een landverrader. Ik breng graag de nuance aan in het verkiezingsland met een idee.

Een vijfpuntsschaal tussen’ ja graag’, ‘ja, met de volgende aanpassingen’, ‘maakt me niet uit’, ‘nee, tenzij er deze zaken veranderen’ en ‘nee, liever niet’ zou echt beter zijn op het digitale referendumformulier.

Een vijfpuntschaal op het formulier is radicaal anders en biedt wél nieuwe mogelijkheden. De nuance komt weer terug. En daarmee kun je een vindtocht starten naar de ‘nieuwe dialoog tussen burger en politicus. Dat start bij het serieus nemen van de burger. De burger niet meer marginaliseren maar verantwoordelijk maken voor zaken die dicht bij de burger liggen. De burger als regisseur van zijn eigen leven, zijn eigen stad, zijn eigen land en zijn eigen Europa. Gelukkige burgers maken gelukkige politici, is mijn stellige overtuiging.

Burgers zijn oprecht geïnteresseerd Door te blijven denken dat burgers ongeïnteresseerd zijn en slechts uit zijn op hun eigen belang, versterken politici (en ambtenaren) de afstand tot de burger. Terwijl dit op onjuistheid berust. Veel burgers zijn juist zeer geïnteresseerd in de samenleving. Er zijn enorm veel vrijwilligers, mantelzorgers en cultureel en politiek geïnteresseerde burgers.

Ruimte voor innovatiespeelplaatsen. Innovatie zoals de invoering van een Likertschaal en wat meer verbeeldingskracht zorgen voor een sterke versnelling voor het proces van oprechte burgerverantwoordelijkheid. Politici kunnen wat vaker los proberen te laten en ruimte geven voor initiatief, waardering van ideeën en tolerantie voor mislukking. Moet je zien hoe de wereld dan weer kantelt. Het wordt dan weer leuk in Den Haag en in menige raadszaal.

 

 

De wereld vergaat, behalve Almere. Logisch toch?


Afgelopen week werd met veel bombarie het nieuwste boek ‘Weerwater’ van Renate Dorrestein in onze Stadsschouwburg gepresenteerd. Het boek is nu al een bestseller. Almere blijkt in het verhaal als enige stad in de wereld over te blijven na het vergaan van de wereld. Een tipje van de sluier, de overlevenden zijn voornamelijk Almeerse vrouwen en een paar mannelijke gevangenen uit de penitentiaire inrichting ‘Almere Binnen’. Hoe bizar kan een verhaal beginnen. Ik ga niet verklappen hoe het verhaal loopt. Dan koop je maar het boek bij Stumpel of Bruna. In ieder geval is dit boek een aangename aanvulling op ‘De Weerwatermannen’ van Suske en Wiske.

Weerwater-omslag-jpg-202x300Renate was twee jaar lang onze ‘writer in residence’ en mocht bij diverse mensen thuis wonen om een goede indruk van de stad te krijgen. Haar vooringenomen mening over Almere is flink gekanteld na diverse ontmoetingen met bewoners. Onze stad is dan ook een heel andere genre. Buitenstaanders kijken voornamelijk naar de gebreken van onze stad. Het gebrek aan oude (grachten)panden, gevestigde cultuur en het aandeel creatieven. Daarmee gaat hij voorbij aan de kwaliteiten van onze onvergelijkbare stad. Een stad met een hoge kwaliteit van groen, water, veel woning voor minder geld.

Net als in het verhaal van Renate slaagt Almere er juist al jaren in om het anders te doen. Vanuit een totaal ander idee is een stad neergezet die zich continu zal vernieuwen omdat hier de ruimte voor is. Op basis van een spraakmakend polycentraal ontwerp. Met in elke stadsdeel gezondheidcentra’s, uitgaanscentra. Een stad met gescheiden busbanen en een hart van architectonisch topniveau. Nieuwe stadsmonumenten. De slogan van Apple ‘Think Different’ is eigenlijk ook een eerbetoon aan de lef van de Almeerse ontwerpers en de pioniersgeest van de huidige bevolking. In de blauwe oceaan van Almere is geen concurrentie met andere steden. Want Almere kent geen concurrenten. Almere is een onontgonnen gebied, op veel terreinen, waar alles nog mogelijk is.

Onafhankelijkheid, is dat niet wat iedereen tegenwoordig wil. Almere blijkt al lang een vrijstaat in Nederland. Gemeente, bewoners en instellingen hebben de stad in zeer korte tijd gebouwd. Een mirakel volgens vele buitenlanders. En het verhaal gaat verder met de Floriade straks, in 2022. Almere heeft gekeken naar het succes van Apple, van Cirque du soleil, van Viagra. Out of the box. Want de bokaal waarin de oude steden zich bevinden, daar past de Almeerse burger niet in.

Almere wil zo graag een echte stad zijn


Almere worstelt sinds de ontstaansgeschiedenis in 1976 met de gevolgen van haar snelle groei en identiteit. Van pionieren en met de voeten letterlijk in de klei is deze stad gegroeid naar de 7e stad van Nederland. De newtown heeft zelfs de ambitie om 5e stad van ons land te worden. Deze snelle groei is miraculeus maar kent ook zijn groeipijnen. Vooral tijdens de huidige crisis en vooral op het sociaal-culturele vlak.

Almere ontwikkelt snel en tijd voor reflectie lijkt er amper. Hierdoor zijn de kleren doorlopend te klein voor het lijf. Kijkend naar de behoefte van de stad loopt zij continu achter bij de parallelle ontwikkeling van sociaal-culturele voorzieningen. De Sociale Atlas Nederlandse Gemeenten 2012 vertelt dat Almere qua cultureel voorzieningsniveau op de 49ste plaats staat van de 50 grootste steden. Dit voorspelt niet veel goeds als er te weinig geld en aandacht gaat naar de natuurlijke bindmiddelen van een stad: de cultuur. De ‘cultureel verwende’ en voor de ontwikkeling van newtowns in Europa juist zo belangrijke middenstandselite verdwijnt momenteel naar oudsteden die wel deze bindingsfactoren te bieden hebben. Almere zou zo maar opeens het getto van de Randstad kunnen worden. Her en der zijn in Europa daar voorbeelden van te zien. De ontwikkeling in het oosten van Duitsland waar in de DDR-tijd enkel aandacht was voor goedkope eenvormige wijken met hoogbouw. Veel kansrijke en jonge ex-Oostduitsers keren deze steden de rug toe. Men kan gerust stellen dat bijna alle na-oorlogse wijken op de woonkwaliteitladders in Nederland vrij laag scoren. Met als exponenten Amsterdam Osdorp en Bijlmermeer. De banlieues rondom Parijs hebben vergelijkbare problematiek. Monotone woonsteden met dito woongebouwen zonder ‘hart’ worden wel gekscherend ‘bedroomtowns’ genoemd. Het is evident dat de in sneltreintempo door bestuurders en stedenbouwkundigen gemaakte nieuwe steden een achterstand oplopen op het culturele vlak. Een sociale structuur en een herkenbare stadsidentiteit ontwikkelt zich pas nadien. Meer nieuwe steden in Europa worstelen met dit fenomeen. In Nederland zoeken vinexlocaties Leidsche Rijn en IJburg houvast aan de stad waar ze bij horen en halen hun ‘sociale en culturele identiteit’ weg bij de oudstad in de buurt.

Almere wil een echte stad zijn
In het begin van deze eeuw vroeg het toenmalig stadsbestuur zich af of de stad na 27 jaar moest breken met het suburbane karakter van de stad. Dat werd bevestigd door een leefstijlenonderzoek van het bureau Motivaction, waaruit bleek dat Almeerders veel moderner en minder tradioneel waren dan verwacht. De diversiteit aan leefstijlen is opvallend aan Almere. De conclusie die werd getrokken was dat er meer stedelijkheid moest komen. Ook andere conclusies waren interessant. Meer studenten in de stad en meer diversiteit. Met de komst van de hogescholen de afgelopen jaren is er een goede stap gezet.

Vanaf dat bewuste moment vonden er een meerdere interventies plaats die vooral te maken hadden op de sociaal-culturele kant van stad. Er kwam een ontwikkeling op gang rond zingeving en een de zoektocht naar de (culturele) identiteit van modelstad Almere. De aanstelling in 2007 van de bijzonder hoogleraar sociologie Arnold Reijndorp die op de Han Lammersleerstoel mocht plaats nam, kan worden gezien als een serieuze poging van het stadsbestuur om aan de zachte kant van de stad te werken.

Uiteraard heeft Almere nog geen kans gezien te groeien en ontwikkelen zoals veel oude steden in Europa. Ondanks de planmatige en zorgvuldige stedenbouwkundige ontwikkeling werd in het door ingenieurs bestierde Flevoland meer gefocust op de harde component: plannen, ontwerpen en bouwen als oplossing. De bouw van een kostbare popzaal in 2004 zorgde niet voor de broodnodige culturele injectie. De zaal ging binnen een jaar failliet en er zit nu een casino in. De keuze voor het neerzetten van een ‘gebouw’, als harde interventie, zorgde niet voor de gewenste aanwas van culturele activiteiten. Langs de lijn van de vorm blijven dit holle ruimten in een cultureel nog in te vullen stad. De interventie zou meer effect hebben als ze langs de lijn van de inhoud gericht is. Het inkopen van bijvoorbeeld een volwassen symphonieorkest is niet de oplossing. Het ligt meer in de lijn van nieuwe broedplaatsen voor jonge kunstenaars in de rafelranden rond de stad. Echter bij gebrek aan oude pakhuizen en loodsen zal een newtown hier creatiever mee moeten omspringen.

Een van de initiatieven die de zoektocht naar zingeving en identiteit ondersteunen is de oprichting van de stichting Historisch Almere. Deze stichting is opgericht om de belangstelling voor Almere te stimuleren. Elk jaar vindt er de Hazelnootlezing plaats. Hazelnoten hebben voor Almere een bijzondere historische betekenis. Enkele verkoolde hazelnootdoppen tonen aan dat Almere een zeer oude geschiedenis heeft. Archeologen hebben bij boringen in Almere Buiten, op grote diepte van circa 9 meter onder de oppervlakte, verkoolde hazelnootdoppen gevonden die met vuursteen zijn bewerkt. Deze kleine vondsten van 8.000 jaar voor Christus duiden op menselijk leven: de eerste Almeerders! Het geeft een historische dimensie aan de stadsidentiteit. Cultureel erfgoed van allure, dat is wat Almere naast een hoop lef op stedebouwkundig gebied, blijkbaar ook heeft. In de bodem van Almere zit een schatkist met sporen uit het eerste landschapsgebruik van jagers-verzamelaars in Europa. Het historisch erfgoed van Almere is in die zin startpunt van haar geschiedenis. En niet alleen pijlpunten en hazelnoten, ook de vele ongeschonden en rijk gevulde scheepswrakken uit de gouden eeuw en later voegen een nieuw perspectief toe aan de geschiedenis van de jonge stad.

De stad Almere was het Nederlands antwoord op welvaartsgroei
Alle steden zijn een hybride van natuurlijke processen (in de zin dat ze zich grotendeels onttrekken aan menselijke beïnvloeding) en cultuuruitingen. In de zin dat zij een rechtstreeks gevolg zijn van welbewuste menselijke beslissingen en handelingen’.
Na-oorlogse nieuwe steden ondergaan met enige regelmaat veranderingen naar een volgend ‘format’: de groei van pioniersstad naar een adolescent en volwassen stad. Almere bijvoorbeeld heeft al veel interessante transformaties gekend. Daarbij is te denken aan milieutransformaties (van zee tot land), kolonisatieprocessen in het nieuwe land (van planten, dieren en mensen), ontwikkelingsstadia (van massaal en monofunctioneel tot kleinschalig en gedifferentieerd) en methoden (planmatig topdown en spontaan bottom up). Elke groeiende newtown zal na een tijd vanzelf transformeren tot een city. Wat betekent dat de oude bevolkingsgroep (de middenstandselite) wordt geconfronteerd met nieuwe groepen. In Almere is deze instroom de laatste 15 jaar flink toegenomen. De nieuwkomers zijn verschillend aan de pioniers die voornamelijk uit Amsterdam kwamen. Almere wil ook voor zijn nieuwe bewoners aantrekkelijk blijven. Aantrekkelijk voor jongeren, voor allochtonen (op dit moment is dat 28% van de Almeerse bevolking), maar ook voor mensen met een hoger inkomen en dito eisen aan een stad. Opvallend in Almere, maar ook andere nieuwe steden is de enorme stroom opwaarts in de (woon)carrièreladder van haar bewoners. De interne migratie in Almere was groot. Met een gemiddelde van eens in de vier jaar kiest een Almeerder voor verhuizing naar een nieuwe wijk, een groter huis, met achterlating van de oude buurt. Waar verpaupering op de loer licht.

Modelstad Almere als Madurodam van modern Nederland
Nieuwe steden zoals Almere zijn in de tweede helft van de vorige eeuw ontwikkeld om in de behoefte van goed en ruim wonen te voorzien. En dat volgens de toentertijd nieuwste stedenbouwkundige inzichten. Hierdoor zijn wijken en steden ontstaan die voornamelijk monofunctioneel waren: er wordt gegeten en geslapen. Werk en uitgaansleven vindt plaats in de ‘grote stad’ in de buurt. Veel nieuw ontwikkelde steden en wijken herkennen dit probleem en proberen zo goed en kwaad als het kan de stap naar een ‘diverse en volledige’ stad te maken.

De transformatie naar een volledige stad gaat verder. De komende jaren komen er in Almere 60.000 woningen bij. Crisis of niet. Vertaald in inwonersaantallen zijn dat 150.000 mensen die bij de nu al 200.000 bewoners kunnen worden gevoegd. Deze taakstelling zorgt er voor dat in Almere voldoende aandacht is voor het stenen stapelen en voor internationale prijsvragen op het gebied van architectuur en stedenbouw. In de afgelopen decennia is er weinig aandacht geweest voor het culturele element in de groeistad: het cement dat mensen bindt. Feit is dat Almeerders zich daarom blijven identificeren met de plaats waar ze vandaag komen, maar niet met Almere zelf. Trots zijn op Almere is nog geen gemeengoed onder de nieuwe bewoners.

Identiteitscrisis Almere?
Waarom is het vinden van een sterke identiteit voor een nieuwe stad zo complex? Ligt het aan het feit dat de openbare ruimte van jonge steden te ‘nieuw’ is en daarmee de ziel nog niet ontwikkeld is? Ligt het aan het feit dat mensen over het algemeen vasthouden aan hun vertrouwde paradigma’s over hoe mooie steden er uit moeten zien? Vooral oud, authentiek en avontuurlijk. Een nieuwe stad is nu eenmaal niet ‘gezellig’. Het oudste gebouw in Almere is 35 jaar. Op het netvlies blijven beroemde pleinen zoals die van Sienna of gezellige buurten als De Jordaan staan. Op organische wijze gegroeide oudsteden blijven langer in het geheugen van bezoekers hangen. Oude pleinen zijn makkelijker te duiden dan Almeerse waaiplantsoenen. De oude kern met in het midden de obligate tripartie, de kerk, het stadhuis en handels- of beursgebouw kenmerkt de oude stad en daarmee de ge(s)laagdheid van de oude stad. Deze gebouwen zijn exponenten van religie, bestuur en handel. Handel en religie waren in die tijd de drivers voor culturele ontwikkeling door de eeuwen heen. Een nieuwe stad mist deze uitbundige exponenten. Ook ontbeert de ‘tuinachtige’ urbane stad de compactheid van de avontuurlijke grootstad. Een stad met intieme ruimtes om te flaneren, uit te gaan eten, te struinen in winkelstraten of een bezoek aan museum of theater te brengen.

De volwassen geïntegreerde stad bruist op economisch vlak
Handels- of Hanzesteden zoals Amsterdam of Zwolle zijn ontstaan in een tijd van bloeiende economieën. Stedenbouw vond plaats langs natuurlijke weg- en waterwegen, en ontwikkelden tot broedplaatsen van kunst en cultuur. Rijke handelaren zoals de De Medici’s in Firenze en of de Kröller-Mullers in Rotterdam gaven met enige regelmaat financieel-culturele injecties. Tegenwoordig zie je welstandige bedrijven zich via sponsoring van evenementen, musea of concerten aan een stad binden. Een belangrijk feit. Cultuur kan nimmer zonder handel: de derde geldstroom. Almere heeft in die zin nog niet voldoende economische ‘cultuurdrivers’. De stad zou daar in moeten investeren. Ruim 5 jaar geleden is in Almere het nieuwe stadshart geopend. Een interventie om Almere een modern eigen hart te geven. Een miljardenproject. Met als ‘bindmiddel’ een avontuurlijke koopheuvel: handel dus. Architect Rem Koolhaas heeft met zijn Office for Metropolitan Architecture het masterplan hiervoor ontwikkeld. Geen orthogonale lijnen maar spannende doorkijkjes, trappartijen, uitgaansgelegenheden en theaters op en in een heuvel in een voor de rest platte stad. Dit nieuwe centrum is met zijn internationale en spraakmakende architectuur wellicht de eerste stap naar een moderne vorm van het creëren van een authentieke stad. Het hart vulde zich de afgelopen jaren met een prachtig theater van een Japanse toparchitecte, hotels, popzalen en een architectuurinstituut. Suburbaniteit is verbonden met huiselijkheid,’ meent Hoogleraar Arnold Reijndorp in een interview,‘Stedelijkheid met erotiek.’ Een kanttekening. Het ‘hart’ mist nog wel de sfeer die zo tekenend is voor oudere steden. Daar moet nog een en andere aan gebeuren. Sfeer creëer je door intimiteit, kiosken, stadmeubilair, kleur en gezellige pleintjes om langsheen te flaneren.

Almere loopt tegen nieuwe grenzen aan
Almere als de pioniersstad loopt tegen haar grenzen aan. De schaalgrootte nekt haar. De te ruime opzet van het stadshart. De kernen ver van elkaar afgekeerd. Als eilanden in de stedelijke woestijn. In Almere kenmerkt de crisis zich in een afnemende woning-productie, slagvaardigheid en communicatiestoornissen op het stadhuis. De stad zou met een volgende transformatie van een monofunctionele naar een gedifferentieerde stad moeten willen groeien. Een stad in al zijn facetten. Een stad waar meer gebeurt dan slechts prettig en goed wonen. Met veel meer aandacht voor de diversiteit in de stad.

Het hoger doel als leidraad voor de komende jaren
Intelligent besturen met een gezamenlijk hoger doel is bepalend voor toekomst van de nieuwe stad. Veranderen en vernieuwen naar Almere 3.0 kan enkel en alleen in het sociale systeem plaatsvinden, via een gezamenlijke hoger doel. Het stadsbestuur dient andere keuzes te maken. Om bepaalde zaken af te remmen en andere te bevorderen in het systeem van de stadsontwikkeling. Waar het op aan komt is ook vooral loslaten.
Moet je plat door blijven bouwen terwijl er een sociale en culturele achterstand is? Of is werkelijke reflectie of interventie mogelijk? Het cement in de integratiefase wordt gevormd door gemeenschappelijke zingeving. De Almeerse burger is niet meer volgend, zij is assertief en vol wilskracht, de nieuwstadse elite, de ondernemer, de ZP’er kunnen uitermate zelfstandig, zinvol, op het geheel gericht, handelen. Zij snappen allang wat de stad nodig heeft. Naast de technische en economische subsystemen die Almere in het verleden dreven wordt tijdens de reis naar volwassenwording van de nieuwe stad nu het sociale systeem ontwikkeld. Juist in tijden van crisis. Met een voor iedereen zichtbaar en beleefbaar hoger doel, waarin duidelijk kan worden gemaakt wat de bijdrage van de burger daarin kan zijn. Want mensen maken de stad. Een goede vraag is of het mogelijk is een ‘zoekende’ nieuwe stad via een hoger doel vorm te geven. De Almere principles geven richting, een visie en missie. Ze zijn echter nog de taal van de architect. Abstract en planmatig. Het rapport Social Cohesion in New Towns meldt: ‘No culture, no society. Culture is the spice of life. Culture as a tool for getting to know each other.’ De uitdaging in dit rapport is: ‘Getting newtown people acquainted with culture (both passively and actively) at the earliest possible age, working on a diversified small-scale cultural offering to get through to all sections of the population.’ Een doel kan bevoorbeeld zijn om Almere als creatieve stad te positioneren, daarmee nieuwe economie aan te trekken, haar hoger opgeleiden en haar middenklasse te behouden en haar culturele identiteit te vinden. Er hiervoor heb ik drie zaken geformuleerd:

1. Almere als duurzaam gebouwde jonge stad met aandacht voor blauw en groen (water en stadsparken)
2. Kleurrijk. Een stadsbazar: Intercultureel, divers en creatief
3. Komt dat zien, het wonder van de maakbare stad naar de stad die organisch verder zal moeten groeien

De Amerikaanse Hoogleraar Richard Florida heeft onderzocht wat een stad nodig heeft om te groeien naar een volwassen stad. Hij stelt dat een stad de 3 T’s moet bezitten. Deze T’s staan voor talent, tolerantie en technologie.
Het idee achter de 3 T’s is dat de één niet zonder de ander kan. Een stad zonder talent zal nooit een creatieve stad zijn en kan geen tolerantie bewaren. Een andere indicator voor een creatieve stad kan zijn de economische groei, het aantal creatieve bedrijven die in de stad gevestigd zijn. Florida’s onderzoek bracht naar voren dat bedrijven zich tegenwoordig daar vestigen waar het talent zit en niet meer andersom. En het talent had Pittsburgh – waar hij onderzoek deed – massaal de rug toegekeerd, omdat de stad verzuimd had een stedelijk klimaat te creëren dat aantrekkelijk was voor de creatieve klasse. “It’s not companies, but places that provide a pool of talent”, aldus Florida. De kern van stedelijke concurrentie ligt in een attractiestrategie van de juiste talenten. Met andere woorden: wie honing van topkwaliteit wil produceren, creëert eerst een veld waar duizend bloemen bloeien. Dan komen de bijen.

De creatieve stad beschikt over:

• een goed en breed aanbod van kunst en cultuur
• goed onderwijs en talent
• Cradle to Cradle-technologie, circulaire economie en de mogelijkheden om de stad verder te ontwikkelen naar een groene stad
• culturele ondernemers in een stad
• een goed vestigingsklimaat voor creatieven, middelgrote technische of anderzins maakbedrijven
• tenslotte een creatieve of innovatieve klasse op allerlei vlak; deze groep trekt grotere bedrijven aan

Tenslotte zijn kansen voor de komende jaren de broedplaatsen die her en der ontstaan, de Floriade 2022 en het International new town festival in 2018, om te vieren dat we een trotse stad zijn.

De shock-doctrine van het kabinet. Is er wel respect voor het land, het milieu en ons?


Ik zie een nieuwe vorm van respectloosheid van het nieuwe kabinet naar burgers. De regering is momenteel hard met ‘zure’ bezuinigingen naar de zwakkeren in onze samenleving. Bijvoorbeeld als het gaat om waarom het Persoongebonden Budget (PGB) moet worden afgeschaft. Met drogredeneringen als: ‘We kunnen het niet meer met zijn allen opbrengen’ of bijvoorbeeld ‘de samenleving is de kosten van onze verzorgingsstaat zat’. Dit is het constante staccato van dit kabinet. Er worden zelfs gemeenplaatsen gebruikt als profiteurs en fraudeurs om hun standpunten rondom het afschaffen van de PGB over de bühne te brengen. Maar niet alleen dat. Het is de combinatie met het ‘zoet’ voor de rijksten dat pijn doet. De duurste benzineslurpers als de Audi quattro of Range Rover worden onder dit kabinet bijna 40.000 tot 50.000 euro goedkoper, en je mag er nog harder mee rijden, met die 6 cilinders, zelfs 134 km per uur. De kleine groene auto’s worden duurder. Griekenland wordt gered en de snelwegen worden verbreed. Maar de Wajongers worden gepakt. De sociale werkplaatsen overbodig. Het passend onderwijs voor gehandicapten, daar kan flink het mes in. Dat verkoop je toch niet meer aan je volk. De kloof tussen burger en kabinet wordt groter en groter. De schok is te groot.

Respect
Als we het woord respect bekijken heeft dit heeft alles te maken met de manier waarop je naar de ander kijkt. Het woord respect komt in veel talen voor en betekent letterlijk “omkijken naar” maar wordt meestal vertaald met “eerbiedigen” of, wat zwakker uitgedrukt, “iemand in zijn waarde laten”. Respect kun je definiëren als het spanningsveld tussen betrokken zijn (“liefde”) en de juiste afstand houden (“vrijheid”). Een liberaal begrip. Een sociaal liberaal begrip. Tevens is dat voor het kabinet meen ik een complex begrip. Ik leg het voor Mark Rutte en zijn collega graag nog eens uit. Respect voor de samenleving zou moeten leiden tot een gezonde balans, die het resultaat is van gelijke tegenkrachten: liefde en vrijheid. Binden en loslaten.

De boksring in de tweede kamer
Als toeschouwer van het handelen van huidig kabinet zie ik ik een soort boksring. Premier en staatsecretaris zetten de hakken in het zand. De oppositie zit klaar. Er wordt met woorden gemept. Met argumenten geslagen, met drogredenen en non-argumenten gebokst. Dit is exemplarisch voor veel debatten momenteel. Echter via de boksring werkt het in ieder geval niet. De dialoog lijkt beter. Op de een of andere manier is de burger geleerd om te zwijgen als het over beleidsvorming gaat, om afstand te bewaren. Aan sommigen van ons werd nooit gevraagd onze ideeën en meningen te uiten. Op school en tijdens ons volwassen leven hebben we geleerd stil te zijn, opdat anderen ons kunnen vertellen wat we moeten denken. Door deze ervaringen zijn we gaan aarzelen het woord te nemen en zijn we soms bang voor elkaar geworden. Veel mensen verlangen ernaar opnieuw met elkaar in gesprek te raken. Ook met de regering. Maar die geeft niet thuis. We verlangen vurig naar een kans om te spreken. Om mee te denken. We snappen best dat er bezuinigd moet worden. Maar laten we er samen over praten. Ik schreef vorige week een brief naar VVD-Tweede-Kamerlid Tamara Venrooy om met haar in dialoog te komen. Over andere oplossingen voor het PGB. Ik kreeg het partijstandpunt van de VVD als standaard antwoord. Een afspraak is er niet van gekomen.

Het is een geweldige ‘Shock’
In het boek ‘Shock Doctrine’ van Naomi Klein wordt verteld dat een crisis vaakt misbruikt wordt voor verandering. Ze noemt de val van de Berlijnse Muur, de orkaan die New Orleans onder water zette, de omslag in Zuid-Afrika als voorbeelden. Ze stelt dat in een crisissituatie de veranderingsbereidheid bij de bevolking het grootst is. In de vele voorbeelden die Klein noemt is dat veelal ten nadele van de bevolking, en wordt met succes een rechtse kapitalistische structuur ingevoerd. Door dit boek snap ik meer de beweegredenen van dit kabinet en hoe het rampenkapitalisme blijkbaar werkt.

Mag ik een oplossing aandragen?
In deze tijd van crisis is het toverwoord ‘vertrouwen’. Vreemd dat dat inzicht er blijkbaar nog niet is bij dit kabinet. En ik hoop dat het kabinet de komende debatten over bijvoorbeeld het PGB, passend onderwijs en de wajong, en vooral naar het waarom van de regelingen, tot inzicht komt en dat er weer balans kan worden aangebracht in de manier waarop we met elkaar om gaan. Vertrouwen is gebaseerd op integriteit, op het feit dat je van binnen uit weet wat goed en niet goed is. Bezuinigen op de zwakkeren is niet goed. Uiteindelijk ben je zelf verantwoordelijk hoe je met je zelf, anderen en de wereld om gaat. ‘There is enough for everybody’s need, not enough for everybody’s greed’ zei Gandhi. De crisis biedt kansen. Kansen op herstel van het zoeken naar wat goed is en wat fout. Van zoeken naar grenzen en nieuwe wegen, gebaseerd op wederzijds respect en vertrouwen, in dialoog met voorstanders van verschillende visies en belangen. Vertrouwen komt echter niet zo maar, het is het gevolg van een proces dat zichtbaar dient te zijn. Vertrouwen volgt vanuit betrouwbaarheid. En betrouwbaarheid is het gevolg van de mate van consistentie in je afspraken en handelingen, dus in je gedrag. Dat betekent niet meer zo maar iets beloven over nimmer en nooit meer het PGB afschaffen en dat een half jaar later wel willen doen. Het goede nieuws is dat als vertrouwen toeneemt, de snelheid van samenwerking en de kosten van controle afnemen (en bureaucratie). Wie van rechts, midden of links toont het leiderschap dat voor deze verandering nodig is?

Naschrift
Mijn werk en vrijwilligerswerk gaat vaak over het bereiken van een ‘next level’. Heel vaak voor zorginstellingen, speciaal onderwijs en culturele instellingen. Opvallend genoeg zijn dit ook de ondergeschoven kindjes van dit kabinet. Zorg voor mensen met een uitdaging, passend onderwijs en onze cultuur past bij een hoog zelfbesef, inzicht, ontplooiing en beschaving. Ik merk dat we die zo belangrijke stukjes beschaving kwijtraken. Veel gehandicapten raken door het afschaffen van hun PGB hun eigen regie over zorg en daarmee ‘zelfrespect’ kwijt, evenals hun ontplooiingskansen (Maslov). De bezuiniging op sociale werkplaatsen en passend onderwijs vergroot de kloof nog meer. Ik maak me echt zorgen om Nederland.

Burgers in Almere snakken naar een culturele interventie


Almere kent nog een relatief zwak zelfbewustzijn van bestuur, bevolking en cultuur. Dat is ons cultureel erfgoed. Het past bij de stijl van een jonge stad. Niet precies weten wat ze wil. Maar aan de andere kant ook openstaan voor nieuwe experimenten.

Een aantal jaren geleden startte een burgerinitiatief om Almere te kandidateren voor cultureel hoofdstad van Europa in 2018. Het college van Almere ziet dat niet zitten. De stad is niet toe aan een grootschalig evenement. Kan en wil dat niet betalen. Het zij zo.

Maar een flinke schare burgers in Almere ziet dat anders. Almeerse burgers, bedrijven en maatschappelijke instellingen slaan een eigen weg in en namen dit jaar het initiatief om gezamenlijk een zogeheten bidbook schrijven om Almere officieel te kandidateren voor culturele hoofdstad van Europa in het jaar 2018. Een uitdagend en spannend idee. Waaruit moet blijken dat Almere dit wel kan financieren en organiseren. Met of zonder de gemeente als sponsor. Het is ook spannend omdat we niet zeker zijn of de gemeenteraad zich achter dit plan wil scharen voor november 2012. Het moment wanneer het bidbook moet worden ingediend in Brussel. Een intensieve lobby zal onderdeel zijn van dit proces.

Almere is er aan toe
Het lelijke eendje is namelijk allang een mooie jonge zwaan. Maar veel mensen zijn zich daar nog niet van bewust. Het bidbook Almere2018 dat nu wordt geschreven door vrijwilligers gaat over het ontwikkelen van het zelfbewustzijn van de Almeerse jonge stadsmens. Over mensen die naar het nieuwe land zijn gemigreerd en op zoek zijn naar de identiteit en cultuur van hun woonplaats. Het gaat ook over het ontwikkelen van de broze cultuur in Almere naar een standvastigere infrastructuur. Een stad waar inwoners trots op kunnen zijn. Dat is de rode draad van het Almeerse verhaal. De stad zal door dit initiatief de komende jaren een culturele leerschool worden voor bestuur en burgers. Enerzijds leert het bestuur om, anders dan in de eerste 25 jaar, om te gaan met grootschaliger burgerinitiatieven en de burger daarmee te faciliteren. Anderzijds leert de Almeerse burger meer initiatieven te nemen omdat het burgerinitiatief Almere2018 wordt beloond door het stadsbestuur en wordt gefaciliteerd. Het feit dat al meer dan vijf jaar bedrijven, maatschappelijke instellingen en burgers achter het initiatief zijn geschaard zegt voldoende over de wens van de stad om de cultuur van Almere te ontwikkelen.

Het bidbookproces
Natuurlijk wil in Brussel ook graag weten op welke culturele hoogtepunten Almere2018 gaat insteken, maar de ervaring leert dat het vooral gaat om hoofdlijnen, niet tot op het kleinste detail ingevuld. De koers van Almere2018 is verschillend van de andere kandidaatsteden in Nederland. Utrecht, Den Haag en Den Bosch hebben al min of meer concrete schetsen gepresenteerd van het programma in 2018. Wij stellen wij ons heel andere vragen. Wij zijn op zoek naar de identiteit van onze Nieuwe Stad, naar gemeenschappelijke binding in een jonge omgeving (met een gebrek aan geschiedenis, scheve verhoudingen, en een jong landschappelijke stedelijkheid) en de kansen die er mogelijk liggen als we werk maken van het verbinden van jonge modale gezinnen en jongeren aan dit culturele initiatief. Mensen maken tenslotte de stad.

Volwassenwording
De jonge stad kan door te kiezen in 2012 voor kandidatering voor cultureel hoofdstad van Europa de volgende stap naar volwassenheid maken. Zodoende onstaat een nieuwe balans tussen verantwoordelijkheden van burgers en bestuur voor de gezamenlijke ontwikkeling van de stad. Die ligt niet enkel meer bij een regentesk bestuur 1.0. Deze leerschool, daarmee willen we de Brusselse jury, de gemeenteraad en het college in 2012 overtuigen. De jury in Brussel overtuig verder je door een sterk concept, met de nodige passie gebracht. Die passie is er onder de bevolking. Maar moet alleen nog wakker worden gekust. Doel is met dit project een proces te starten waarmee Almere naar een ‘next level’ van zelfrespect en –beleving wordt gebracht. Almere is er aan toe. Aan een nieuw avontuur. Een reis naar een respectvolle toekomst. Een culturele interventie op deze manier aanzetten is aansprekend en past in de lijn die Brussel het liefst ziet. Van onderop, samen met burgers en met als resultante een stad met meer culturele infrastructuur en zelfbewustzijn. En, culturele hoofdstad willen worden, is moeilijk uit te leggen aan de massa. Het blijft, tot dat bewuste jaar, voor velen een abstract concept. Dat zijn ook de lessen van de recente culturele hoofdsteden Linz, Liverpool en Ruhr. Maar achteraf zegt elke stad dat ze het jaar niet hadden willen missen.

Onze opdracht
De belangrijkste opdracht voor het projectteam Bidbook Almere2018 is om een bidbook te presenteren waardoor de stad Almere succesvol de titel binnensleept. Als je kijkt naar de eisen die de jury uit Brussel stelt aan dit bidbook, dan zie je dat men minder geïnteresseerd is in een activiteitenprogramma voor 2018, maar veel meer in de positieve gevolgen die de Culturele Hoofdstad van Europa heeft voor de ontwikkeling van onze jonge stad. Lukt het ons met onze koers een echte omwenteling te bereiken voor onze omgeving, de jongste provincie van Europa, op cultureel gebied, zal dat zeker ook op het gebied van ruimtelijke ordening, infrastructuur, economie, educatie, sport, positieve gevolgen hebben.

Taalproblemen tussen overheid en burger


Burgers zijn uitermate geïnteresseerd in de samenleving. Er zijn enorm veel vrijwilligers, mantelzorgers, cultureel en politiek geïnteresseerde burgers. Wat politiek Den Haag of de plaatselijke politiek doet wordt op de voet gevolgd. Maar dezelfde burgers hebben veelal geen idee hoe ze met diezelfde overheid in dialoog kunnen gaan op een andere wijze dan eens in de zoveel jaar het rode stempotlood gebruiken. En de overheid schijnt dezelfde uitdaging te hebben. Een tijdje geleden is het boekwerk ‘Hellup, een burgerinitiatief’ verschenen, gemaakt door Binnenlandse Zaken (Inaxis) om het gemeentebestuur te laten zien dat het best mogelijk is om burgerparticipatie en interactieve beleidsvorming gezamenlijk in te richten. En toch blijft het contact tussen overheid en burger moeizaam verlopen.

Vast staat dat burgers over het algemeen geen probleem hebben om zich aan te passen om ‘mee te doen’ met het ‘maken van een stad’. Maar de taal van de overheid is niet de taal van de burger. Of je nu de taal van de architect gebruikt of de simpelheid van de jip-en-janneketaal. Beiden slaan de plank volledig mis als de burger niet serieus genomen wordt. En Jip en Janneke taal is een diskwalificatie van de intelligentie van de gemiddelde burger. Het is een schijnoplossing van een dieper liggend probleem.

What’s in a name?
Dit dieper liggende probleem is een probleem van alle tijden. Sinds het onstaan van bureaucratia is de overheid moeilijk in staat om een dialoog aan te gaan met hun onderdanen. Samen voor oplossingen te zorgen. Uitdagingen aan te gaan. De afstand is, en blijft te groot. Dat ligt ook aan taal. Een voorbeeld is bijvoorbeeld de ‘oproepingskaart’. De officiële naam voor uitnodigingen voor referenda. De naam van deze kaart is n.l. ‘zenderdominant’. Anders zou het kaartje gewoon ‘kieskaart’ of ‘stemkaart’ heten. De oproepingskaart is een van de vele relikwieën van overheidsprojecten en hun naamgeving. Overheidstaal is te complex, nietszeggend, bestaan uit werktitels of afkortingen van projecten en gaan te veel uit van de zender en niet de ontvanger. Daarbij ontstaan vrij vlot in de volksmond gebezigde ‘troetelnamen’ rondom de grote projecten. Bijvoorbeeld Melkertbanen, RekeningRijden en Zalmsnip. We herinneren ons de spitsstrook, tariefrijden en het wel en wee van Tineke Tolpoort. In een van mijn workshops mocht men andere namen bedenken voor rekeningrijden. Dat werden in eerste instantie namen die uitgingen van een negatief beeld: ‘filetarief’ en ‘stageld’. Later werden het positieve namen: rijtarief, ANWB-tarief, Weggeld en Spitsstrooktarief. Dat is burgerlogica in optima forma.

Wat ligt aan het basis van de problematiek?
Goede duidelijke taal alleen helpt natuurlijk niet alleen, maar het is een begin. De eenloket- of burgerloketgedachte kreeg de laatste jaren een opmars. Maak één voordeur voor de burger en dan is het duidelijk. Maar het veranderde niets aan het onderliggend probleem. De afdelingen en ‘hokjes’ daarachter veranderden meestal niet mee.
Zwerfafval in de stad valt onder verschillende ambtelijke petten. Voor de burger behoort het simpelweg tot één domein: rotzooi. Zaken benoemen met inzicht in de logica van de burger zorgt bij de burger voor meer vertrouwen in de overheid. Maar regel dan ook de achterkant. Voor een betere burgerrechtelijke dienstverlening en goed toegankelijke informatie.

Een paar voorbeelden van hoe het niet goed gaat in overheidsland:
Burgers/bedrijven moeten langs verschillende loketten. Deze loketten staan bovendien verspreid over het gebouw opgesteld.
Burgers/bedrijven weten nooit zeker of ze alle relevante aspecten (producten, diensten, alternatieven) hebben geregeld. Ze moeten hun eigen vraag grotendeels zelf vertalen in diensten.
Het werken is inefficiënt. Elk loket heeft zijn bemensing. Er zijn medewerkers die bureau-, balie-, en telefoonwerkzaamheden moeten combineren. Het resultaat is: rijen aan de balie, slechte telefonische bereikbaarheid, lange doorlooptijden van een product.
Door een gebrek aan procesmatig werken is er weinig inzicht in de afhandelstatus van een productaanvraag. Deze onduidelijkheid bestaat er voor de burger én de ambtenaar.

Not in my backyard?
Wel eens op een hoorzitting geweest? Of een inspraakavond tussen buurt en overheid? Bij heikele projecten ziet de toeschouwer aan de zijlijn meestal een soort boksring. Burger en publieksdienst zetten de hakken in het zand. Achter de tafel van de overheid zitten vaak meer juridische adviseurs dan andere ambtenaren. Klaar voor het gevecht. Er wordt met woorden gemept. Met argumenten geslagen, met drogredenen en non-argumenten gebokst. Dit is exemplarisch voor veel debatten. Ambtenaren zijn vaak wars van zelfspot. Want ze beoefenen een serieus vak. Wat meer relativeren en humor is uit den boze. Het kan echt anders. Door onder meer uit te gaan van burgerlogica, door de burger centraal te zetten en samen de juiste oplossing te vinden. Door wederzijds respect en duurzaam innovatief & creatief denken te ontwikkelen. Wat kan helpen is af en toe af te stappen van het idee van een debat en een dialoog te starten. Of een gezamenlijk project. Hoe spannend ook.

Investeer in experimenteren
Soms is het makkelijker om helemaal opnieuw te beginnen, dan te proberen om wat al bestaat te veranderen. De overheid zal meer ervaring met co-creatie met de samenleving opdoen als ze bewust kiest voor een leersituatie en meer experimenten. Die ervaringen moeten systematisch gemonitored en gebenchmarkt worden. Daarmee kan de overheid de verdere/bredere toepassing van vraagsturing professionaliseren. Er is op dit moment bij de overheid weinig tot geen sprake van systematisch leren van ervaringen met co-creatie met burgers, maatschappelijke partners en bedrijfsleven. Concluderend zouden de volgende punten leidraad kunnen zijn:
Hoe gaan zoveel mogeljik overheidsmedewerkers het zinvol vinden om hun eigen creërend vermogen in te zetten voor hun eigen organisatie en stad?
Hoe gaan burgers en ambtenaren zich verbonden voelen met het nieuwe denken rondom samenwerken in maatschappelijke projecten?
Hoe krijgen ambtenaren en burgers het gevoel dat ze serieus genomen worden? Vooral als inwoners van een stad met goede ideeën komen.
Hoe gaan zoveel mogelijk ambtenaren in de eigen organisatie verantwoordelijkheid nemen voor dit veranderingsproces?
Hoe wordt de visie van enkelen een visie van velen?

Platlanders in Almere: een vrolijk verhaal


OLYMPUS DIGITAL CAMERAHet is verkiezingsavond in het stadhuis van Almere. Hordes journalisten rennen buiten achter Geert Wilders aan die uit het zwart arriveert. De polderwind blaast een akelige storm in mijn haren. Het weerwater oogt donker en diep, maar vooral weer, veel weer. Ik zie opvallende gebouwen naast het water verschijnen. 

Meervormige gestalten lopen achter de grote leider. Scharnierend langs blokkendozen met tochtige gaten als geopende kuisheidsgordels, postmoderne Berlijnse muren, ritmisch afgewisseld met torenhoge gebouwen, wanstaltige erecties en omhoog prangende borsten. Ego-vol aandacht vragend. Het blob-tijdperk beleeft een vulkanische uitbarsting. En als dat nog niet alles is. Erupties van glas, aluminium spreken van een rechthoekige samenleving. Het Almeerse platland. Lustige koopgoten en ondergrondse sloopgoten. War of the Vinex.

Ik volg de lawaaïge groep camera- en microfoondragers. De overwinningsroes van de vrijheid vindt zometeen plaats in de benedenwereld. Verboden terrein voor het reguliere volk, dat schimmenrijk van Hades. Diep in de Limburgse look-a-like mergelgrotten van glooiland. Het onderland van winkelketens en projectontwikkelaars. Rabbithill en Watership Down.  Afrekenen bij Charon. Legoworld en Horrorworld gekloond, met als resultante pretpark Vinex.

Het Wassenaar van de lage middenklasse. Thuishaven van de Platlanders. Ideaal prooivolk. Het imperium van kasteelheer Frankenstein is weer, vooral weer, veel weer. Hij bestiert zijn Teletubby-heuvel vanuit de Haagse ruïne van ideeënloosheid. Een-dimensionaal. Een laatste stuiptrekking. De architectuur in de tijdgeest van Albert Speer morft naar een ongekend beeld. Krampachtig houdt Den Haag haar kleinkind vast. Lost in Transition.

Zwetend schiet ik wakker. Een nachtmerrie? … Ja … Gelukkig, mijn fijn Almere is er nog. Stad van de onschuld, stad met kansen, stad van klein geluk, gereed voor de hink, stap, schaalsprong naar de Floriade. En we kunnen het. Onze schouders op een positieve manier onder de stad zetten. Dat weten de Almeerders allang. Leuke mensen allemaal. De laatste pioniers van delta Nederland. Stoere vrouwen en mannen, niet bang om van het lelijke eendje een mooi jonge zwaan te maken. Nu nog de enge droom verjagen. Helpt een dosis groene cultuur?

(reblogged)