De apenrots in communicatieland


bavianen

De meeste communicatieprofessionals zijn geen partij voor de echte macht in organisaties. Communicatiemensen zijn aardig en vriendelijk. De ‘echte macht’ heeft geen boodschap aan begripvolle communicatie. En zoek je statuur door enerzijds de harde jongen te spelen, val je op je gezicht omdat het communicatievak een feminien vak is.

In de top van organisaties zie je steeds dezelfde twee begrippen. Macht en erkenning. Zelfverrijking, bonussen, vriendjespolitiek, ‘ik verdien wat jij verdient’-gedrag en machtsbejag. De kredietcrisis en recessie van afgelopen 8 jaar zijn slechts een afgeleide van wat er echt aan de hand is. En wat in het groot gebeurt, gebeurt ook in het klein. Als de CEO rechtsaf zegt gaan de meeste werknemers nog steeds rechtsaf. En rond de (bestuurlijke) macht is een sterke hofhouding aanwezig. Maar er is hoop. De masculiene elite, die in de ivoren toren zit, is zich bewust van het harde feit dat hun machtsbasis afbrokkelt. Klassieke macht wordt niet meer gepikt. De mondialisering van informatie via internet en het hogere westerse opleidingsniveau versnelt de kanteling en kentering van machtssystemen. Het dominante machtssysteem valt uit elkaar en dat gebeurt als gebruikelijk schoksgewijs. Je ziet het overal. De rots brokkelt af en achter de façade ontstaat een nieuwe wereld. 

Repelsteeltjesgedrag

Een zekere mate van narcisme en ego is voor een leider volkomen natuurlijk en gezond. Maar als het doorslaat in eigenwaan, opgeblazenheid en negeren van het fatsoenlijke is dat ernstiger. Dat leidt in veel gevallen tot de val van de machthebber. Het is gevaarlijk terrein geworden, rond de stoelpoten van de torens van de macht. Brutussen lopen overal rond. Een van de redenen dat de top de neiging blijft houden om niet transparant te opereren. Maar daar uiteindelijk niet in zal slagen. ‘Ik weet wat jij niet weet,’ wist Repelsteeltje in het gelijknamig sprookje te vertellen. De moraal van verhaal is echter dat ook Repelsteeltje zijn machtsbasis kwijtraakte door zelfoverschatting en goede onderzoeksjournalistiek.

In Nederland heeft Eric Smit van Follow the Money daar goede diensten aan bewezen door de woekerpolis-onderzoeken.

Wat je ziet dat die paar topcommunicatieprofessionals vaak een juridische of bedrijfskundige achtergrond hebben. Dat is niet zomaar. Ze kennen de machtsstructuren door en door. Want de echte macht heeft geen boodschap aan begripvol. Het is kiezen of delen. Je kunt je met hart en ziel storten op het schrijven van persberichten, de bedrijfskrant of het nieuwe logo, maar wil je echt meespelen dan zal je je eigen feminiene principes moeten loslaten en onderdeel moeten worden van de elite. Of kan het anders?

Legerlaarzen of glazen muiltjes?

Menig communicatiemanager laat zich te snel voor de kar spannen van de machthebber. Grote stappen, snel thuis. Door de modder van de macht. Dat moet ook wel want binnen organisaties worden continu coalities gesmeed die hiermee te maken hebben. Over de verdeling van macht, de rollen hierin. Samenwerkingsverbanden tussen collega’s zijn ook overlevingsstrategieën om doelen te bereiken. Om hogerop te komen. Je volgende baas te vlooien en te likken. Je baan te houden. Machtscoalities zijn de sociale netwerken op het werk. Je ziet het in de bedrijfskantine. Team bij Team, baas bij baas, Jan Hagel bij Jan Hagel. Maar ook dit zal veranderen. En hierin zie ik steevast een rol voor de nieuwe communicatievakman en -manager. Deze verandering heeft te maken met een groter wordend mondiaal verlangen naar transparantie en reflectie – ik noem dat de kracht van de glazen muiltjes. Ik denk wel eens: Was een communicatiemanager nu maar een manager van de communicatie in plaats van de uitzending. Bezig met de ontwikkeling van de dialoog. Verticaal, horizontaal en diagonaal. Maar vooral tussen werkvloer en top.

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand

Het is natuurlijk allang niet meer ‘u vraagt, wij draaien’. Een communicatiemanager kan serieus de machtige ondernemingselite de spiegel voorhouden en kritisch zijn. Communicatiemanagers hebben de sleutels voor de oplossing namelijk allang in handen. Ze houden zich echt niet meer bezig met procedures, standaarden en publicaties. Ik weet, de macht op het monopolie van zulke communicatiemiddelen is aantrekkelijk en verslavend. In werkelijkheid is dit onnodig. Je kunt niet vechten om een roos te laten bloeien of een embryo te laten groeien. De dingen gebeuren gewoon in hun eigen ritme. Communicatie is het uitwisselen van informatie, kennis, overtuigingen, gevoelens en visie waarmee een organisatie kan groeien. Een communicatiemanager moet die zaken faciliteren. Water geven. Een goed communicatiemanager beseft wat er juist niet gezegd wordt. Kijkt naar de ruimte tussen de zinnen, naar de onderstroom. Aan kennis en vaardigheid over deze dingen bestaat een enorme behoefte. Naar nieuwe invalshoeken en perspectieven. Naar stimulerende en inspirerende verbindingen en het kunnen laten stromen van je organisatie. Naar weglaten en loslaten. De communicatiemanager kan overstappen van weten naar begrijpen, van voorschrijven naar beschrijven, naar voorleven. Veel communicatiespecialisten opereren op een veel lager bewustzijnsniveau dan de organisatie en de wereld van ze mag verwachten. Dus sta op en kom uit je comfortzone.

Grijp de uitnodiging aan

Ervaar het nieuwe en onbekende. Weinigen zien het onbekende als een uitnodiging. Zien vooral de chaos. Missen de waarden achter de gedrevenheid. Maar het onbekende bevat de sleutels tot een nieuwe werkelijkheid. Waarom is er steeds die behoefte aan beheersing, geld, macht, strijd en dingen vasthouden? Het is ons lot om een oneindig aantal rollen te spelen, maar die rollen zijn niet jezelf. Het zou jammer zijn dat we dat pas ontdekken aan het eind van onze loopbaan. Tijd voor een kanteling.

Waarom je steeds weer in de verhalen van de politiek tuint


63e728454305e0bd296d183d3181f2ab

Politici hebben de neiging om negatieve boodschappen voor zich te houden. Niets menselijks is hen daarin vreemd.
De natuurlijke reactie is vaak dat aan alles een positieve draai wordt gegeven. Het verhaal van de hoop: ‘Het is verschrikkelijk wat is gebeurd, nogmaals sorry, we hebben onze les geleerd, en gaan ons gedrag verbeteren.’ Andersom kun je ook het verhaal van de angst prediken: ‘Sorry, maar we konden niets anders dan de grenzen sluiten voor de Islam, anders verliezen we onze identiteit’.

Verlies- of winstframing bij voorlichtingscampagnes

Wat is verlies- of winstframing? In voorlichtingscampagnes is verliesframing duidelijk te herkennen. Negatieve informatie bij persuasieve teksten helpt de vervelende boodschap te ‘verkopen’. Het Ministerie van VWS probeert de roker met negatieve boodschappen en met het schrikbeeld van ziekte en dood van zijn verslaving af te brengen. Foto’s van ‘zwartgeblakerde’ longen moet mensen bewust laten worden van de nadelige gevolgen.

Deze methode noemen we verliesframing, precies het tegenovergestelde van winstframing. Zou hier winstframing worden toegepast om de roker van zijn verslaving af te helpen dan zou dat neerkomen op het communiceren van fysieke en psychische voordelen van het niet-roken: ‘Veel meer lucht’, ‘het eten smaakt beter’ en ‘je bent anderen niet tot last’. Toch gebruikt VWS bewust geen positieve fraseringen, omdat dat minder aandacht trekt en dus minder effect heeft.

Verliesframing in het politieke speelveld

In het politieke speelveld zie je dat beide communicatietechnieken steeds vaker worden ingezet. Donald Trump, maar ook de Nederlandse politicus Geert Wilders en Marianne Thieme kiezen duidelijk voor verliesframing. Verlies weegt zwaarder. Bij de eerste twee gaat het over verlies van je ‘land’ aan boeven en criminelen uit Mexico of door een tsunami van vluchtelingen vanuit de Islamitische landen. Bij verliesframing wordt de hyperbool niet geschuwd.

Bij Thieme gaat het over het ‘redden’ van onze planeet. Ze schreef samen met Ewald Engelen het boek‘De kanarie in de kolenmijn’ een meeslepend verhaal met als voornaamste boodschap: ‘We moeten onze planeet op orde zien te krijgen voor het te laat is’. Een eco-centrische visie, noemt Thieme dat.

Winstframing is een andere keuze

Framing is de wijze waarop informatie in een tekst wordt geformuleerd. Bij winstframing worden de resultaten van het gewenste gedrag of de voordelen ervan benadrukt. ‘Als u uw lenzen dagelijks reinigt, gaan ze langer mee’. Verliesframing zou dezelfde boodschap anders formuleren: ‘Als u uw lenzen niet dagelijks reinigt, gaan ze minder lang mee en uw ogen kunnen gaan ontsteken’.

Koopmotieven of -gedrag worden beïnvloed door de manier waarop iets wordt neergezet. Men koopt liever een bieflapje waar op de verpakking staat dat het voor 75 procent uit mager vlees bestaat dan een lapje dat 25 procent vet bevat. Als bij een ramp wordt gesproken over het aantal overlevenden, dan wordt dat als minder verschrikkelijk gezien dan wanneer het aantal sterfgevallen van diezelfde ramp wordt vermeld. Hoewel de inhoud van de boodschap hetzelfde blijft, is de perceptie anders.

Ook de politiek gebruikt winstframing. Je ziet dat bij Obama en in Nederland bij Jesse Klaver. Beiden gaan het woord angst en verlies zoveel mogelijk uit de weg in hun politieke boodschappen en tonen liever hun dromen dan angstbeelden. Ook Martin Luther King deed dat op zijn manier. Niet dat Martin Luther King, Obama en Jesse Klaver geen realisten waren/zijn, maar omdat dit hun strategie is mensen te laten kiezen voor hun beelden. Een keuze voor ‘goed’ in plaats van ‘kwaad’.

Verliesframing is pijnlijk

Hoe komt het nu dat de boodschap ‘vanuit verlies inpakken’ beter schijnt te werken? Dat komt voornamelijk omdat de beleving anders is als je iets verliest.

In de krant van 7 september jongstleden staat dat Samson en Pechtold erover eens zijn dan Nederland bang is en in een identiteitscrisis zit. Duidelijk een frame vanuit angst. En zo een boodschap, of het nu waar is of niet, dat doet pijn.

Als je 100 euro verliest, weegt dat echt zwaarder dan dat je 100 euro wint in een loterij. Mensen nemen ook veel liever meteen hun winst dan uitstellen. De marketingtactiek ‘koop-nu-betaal-later’ is hier een sterk voorbeeld van. Het uitstellen van verlies verklaart ook waarom het zo moeilijk is om van een voedselverslaving af te komen. De negatieve effecten (verlies) – hart en vaatklachten of dikke darmkanker krijgen – komen pas op latere leeftijd.

Zo ook bij het opbouwen van een pensioen. Dat verklaart ook precies waarom jongeren de goedkoopste zorgverzekering kiezen en solidariteit wat minder van belang is.

Persuasieve communicatie

Kijken we naar reclameboodschappen dan zie we dat verzekeringsbedrijven ‘verlies’ (medisch, schade veroorzaken aan derden, et cetera) in hun boodschap al veel langer gebruiken. Misschien waarderen daarom zoveel mensen de commercials van Centraal Beheer. ‘Even Apeldoorn bellen’ staat garant voor verlies of angst, maar gelukkig overkomt het altijd iemand anders, zodat we er hartelijk om kunnen lachen.

Het komt wel goed

Vele onderzoeken hebben uitgewezen dan mensen geloven in het goede en van nature solidair zijn met de groep. Mensen geloven ook ‘dat alles goed komt’. Dat heet ‘positive bias’. Mensen verwachten in overweldigende mate dat er goede dingen in hun leven plaatsvinden, in sterke tegenstelling tot neutrale of negatieve zaken. Dat verklaart het succes van ‘feel good movies’.

Daarom krijgt negatieve informatie meer aandacht dan aan positieve informatie. Het gevolg is wel dat negatieve boodschappen meer gewicht krijgen in besluitvormingsprocessen dan positief geformuleerde boodschappen. Zo verschuift het mensbeeld onder invloed van de geframede angstbeelden langzaam naar het negatieve.

verliesframing

Het boek van Marianne Thieme en Ewald Engelen of de bekende film van Al Gore over het einde van de wereld is hier een goed voorbeeld van. Na het wereldwijd verschijnen ervan werd de film als kapstok gebruikt om milieumaatregelen te initiëren. 

Wanneer zet men verlies- of winstframing in?

Eerst moet je nadenken of het moreel is om framing als manipulatief communicatiemiddel in te zetten? Kijk vooral naar je persoonlijke waarden. En als je dan toch besluit dit wel te doen, om bijvoorbeeld een bepaald gedrag te veranderen in een eerste fase (detectie van de problematiek) dan heeft verliesframing meer effect dan winstframing. Dus aan het begin van een campagne of boodschap is de eerste klap is een daalder waard. Wil je daarentegen een preventieve functie toekennen aan bepaald gedrag, dan is winstframing meer overtuigend. Herstellend gedrag lijkt eenzelfde voordeel te hebben. Als de doelgroep zich dus al bewust is van het verlies, is het nodeloos en contraproductief om daarna nog over verlies te praten.

Reconnect communicatievak met nut en noodzaak


5thloslogo

Ten eerste: De vakbeoefenaar lijkt steeds meer losgezongen van een goede basis. Van stevige vakkennis en goed onderzoek naar de nieuwe werkelijkheid van het vak (de wereld gaat sneller dan de ontwikkelingen in het vakgebied). En hiermee het gemis aan het allerbelangrijkst voor een opleiding: Een‘body of knowledge’.

 

Ten tweede: Communicatie is losgezongen van de realiteit, van de vraag in de markt naar vakmensen op het brede terrein van communicatie. Of eigenlijk het gemis aan die vraag. Is de discipline wellicht zo breed geworden dat we het zicht op het vak en de markt kwijt zijn geraakt? We zijn ons bewust van de duizenden werkeloze communicatiespecialisten, ZZP’ers en anderszins en beseffen dat er jaarlijks honderden nieuwe communicatiestudenten in een markt stromen die er niet meer op wacht.

1. Onderbenutting van de communicatiediscipline

Fysici zoeken nooit naar het compromis, maar naar foute veronderstellingen, naar verkeerde overtuigingen en naar averechts werkende maatregelen. Naar de knelpunten en kantelpunten van een systeem.

Je kunt constant proberen de ‘waste’ van het vakgebied te reduceren, maar je kunt ook proberen de ‘flow’ te organiseren. En dat is een andere manier van denken.

Ik kan wat dat betreft best ‘rücksichtslos’ een analyse loslaten op ons vak. We onderbenutten het huidig systeem en de eindproducten (de studenten) hebben geen ‘fit’ met de markt. Het is dus van belang de schakels in het systeem te kennen. Want alleen dan kun je de performance en output van het onderwijs verhogen. Het is jammer dat de HBO’s en WO-opleidingen de kwaliteit missen om onderwijs en markt als geheel te zien. Als een samenspel van verschillende processen en ketens. En daarbij ook de samenhang tussen de diverse disciplines die het ‘vak’ behelzen: Marketingcommunicatie, communicatie, journalistiek, organisatie-communicatie, en alles wat je hierbij nog kan bedenken. Soms ben je journalist, dan ben organisatieadviseur, soms strateeg, dan weer social media-expert, soms onderzoeker, dan webbouwer, soms … dan … soms.

Stinkende wonden wegsnijden

Gemakkelijke oplossingen zijn er niet voor de overdosis aan kenniswerkers in Nederland. Een ‘cold turkey’ kan helpen. We kunnen de helft van de opleidingen sluiten, we kunnen een numerus fixus instellen, we kunnen de lat flink hoger leggen en de toelatingseisen verzwaren, en daarmee de kwaliteit van het communicatie-onderwijs, de docenten en daarmee het niveau van de studenten naar een excellent niveau brengen. We kunnen het vak internationaler of breder insteken (met verplichte vakken als Engels en business administration). We kunnen alle communicatie-achtige opleidingen laten integreren. Zat opties. Maar de belangrijkste vraag blijft. Een vak zal moeten aansluiten bij de huidige en toekomstige vraag. Van buiten naar binnen denken heet dat. Wat wil de (toekomstige) markt van het vak? Stop dus snel met de navelstaarderij. Met het creëren van communicatieclubjes en ouwe jongens krentenbroodje die elkaar de leukste (lees financieel de meest lucratieve) communicatieklussen toeschuiven.

Hoe het vak opnieuw te koppelen met de realiteit en de arbeidsmarkt van de toekomst?

Het opnieuw koppelen van de communicatie-arbeider met de vraag uit de markt heeft de hoogste prioriteit. Hiervoor kan een gekantelde beroepsorganisatie een hulpsysteem zijn bij vernieuwing. Als een omgekeerde piramide. Georganiseerd door een collectief van beroepsbeoefenaren, bottom-up i.p.v. top-down. Een beroepsorganisatie die verder gaat dan enkel een lobby- en kennisclub, zoals de huidige beroepsvereniging, pleegt te zijn. Daarbij gaat het niet over een beetje vitaliseren en optimaliseren, maar over heroriënteren en transformeren. Naar een nieuw model.

Raamwerk voor de transitie naar een nieuwe organisatievorm

Laten we starten met de zoektocht naar een raamwerk voor het beter organiseren van onze beroepsgroep. Daarbij zouden als eerste de waardesystemen gekanteld moeten worden, de systemen die door de huidige beroepsvereniging en overheid in stand worden gehouden. Kenmerkend is dat dit systeem uitgaat van beheersing, controle, stabiliteit, macht en belangen bij elkaar brengen. Het is een ondoordringbaar machtscomplex, een soort clan, waar behalve weinig aandacht is voor de ander, vooral de status van de beroepsbeoefenaar geldt (uiteraard is dit ietwat zwart/wit gesteld). De prikkels zijn niet intern gedreven maar liggen meer in het verlengde van egoïsme en zelfzuchtigheid. Dit deel van de beroepsgroep is opgericht om zichzelf te beschermen (en vooral het ‘werk’ en ‘klanten’) en is het zicht op de wereld kwijt.

We kunnen dit huidige ‘stabiele’ systeem kantelen door er gewoon een betere, organisatie naast te zetten. Eentje die past bij de flow van de moderne tijd. Daardoor wordt de veerkracht van het vastgeroeste systeem steeds minder en dat systeem daardoor steeds fragieler. Het oude systeem zal dan niet meer weten welke kant het uit moet. Uiteindelijk is een kleine verstoring voldoende om de omslag naar een nieuwe ‘toestand’ te bewerkstelligen. De fatale verstoring. Je ziet dat overal al gebeuren.

2. We gaan naar een fluïde en symbiotisch systeem (als je al van systeem kan spreken)

Wat zou die andere wereld van ons vak kunnen worden? De communicatiespecialist is zich allang bewust van nieuwe invalshoeken en de eigen tekortkomingen en bestaansonzekerheden. Op diverse plekken zie je dat er, mede door de mogelijkheid om virtueel samen te werken (part-ups), gezamenlijke leersituaties ontstaan. Er ontstaan zelforganisaties die regionaal of per vakdiscipline zijn geclusterd. Soms spontaan vanuit de chaos van de huidige diffuse wereld, maar meestal vanuit eigen energie en de natuurlijke weg. Deze zelforganisaties kunnen met elkaar blokkades wegnemen, de huidige dynamiek zien en uitgaan van de wil en wens van betekenis geven aan je vak, je baan en je leven. De nieuwe beroepsvereniging zou een fluïde organisatie kunnen worden die overal in Nederland groepen ondersteunt met collectieve ambities.

Netwerkorganisaties in stilte verbonden met het geheel. Strevend naar maatschappelijke waarde. Zelforganisaties die met elkaar coöperaties vormen rondom thema’s en beroepszekerheden. Vanuit een meesturend midden. Dat midden voornamelijk faciliterend. Het zijn deels pragmatische organisaties die constant afstemming vinden tussen persoonlijke en collectieve ambitie van de vakmens. Waar de binnenwereld met de buitenwereld in evenwicht zijn.

Kunnen we wel naar een symbiotisch systeem?

Kenmerken zijn afhankelijkheid, delen functioneren alsof ze één zijn. Het biedt wederzijdse voordelen. Zoals de vliegenzwam onder de berk, de heremietkreeft in de schelp, software testers met hun ontwikkelaars. Grote ondernemingen die gaan samenwerken met game-changers.

In dat laatste zie je vormen van co-creatie, ook wat betreft de zekerheden die fluïde netwerksystemen ook nodig hebben, gericht op diverse vormen van innovaties (ook sociale), en de opkomst van zelforganisatie bouwen rondom issues in plaats van disciplines, gericht op doorbraken en behoefte naar professionele ontwikkeling.

Wat we met elkaar kunnen creëren zijn leefvormen die overeenstemmen met de basisprincipes van de groep, waar ratio even belangrijk is als intuïtie. Het hogere doel omarmd wordt. Dat vergt een ander denken over de toekomst van de wereld en de rol van het vak communicatie.

Ik heb onderstaand symbool bedacht. Ik ben een beelddenker. Het gaat uit van de vier elementen. Ergens wil je het proces van de kanteling, en wat blijft vastleggen in een beeld. Zie het als een constante beweging. Een beweging met als basis van het symbiotisch principe, en wat is er niet mooier dan deze elementen die al eeuwen door kunstenaars is verbeeld: vuur, wind, water, aarde.

commbatprocessen.jpg

Die kanteling die ik voorzie heeft dus vier processen waaruit vier elementen (subsystemen ontstaan).

Het vuur, de vonk > inspireren

Ten eerste zal de nieuwe orde (zo noem ik het voor het gemak) zich moeten richten op het aanwakkeren van het vuur en zorgen dat een aantal experts/specialisten/studenten/et cetera het (symbiotisch) idee – het hogere gezamenlijke doel – omarmen: de vonk laten ontbranden, of in het Engels ‘sparkle’. Ontsteken van de vlam als het ware. Zonder die vlam, begin je niets. Die vlam is bijvoorbeeld de stichting CommBat, die constant aanjager is van symbiotische vernieuwing in het vak.

Lucht, de wind > samenwerken

Daarna is het belangrijk om te kijken of dat symbiotisch denken (deel van het geheel willen zijn) past bij de groepen die we voor ogen hebben. We zien natuurlijk die sociale verandering in het maatschappelijk veld, maar willen, of kunnen die partijen de meerwaarde zien van coöperatief werken. En dit naast proces ook de plek waar de coöperatie zijn plek heeft. Hiervoor heb ik het symbool lucht, of eigenlijk ‘de wind’ bedacht, circulair zoals je ziet. In een kring bewegen. Wellicht de kringloop van de circulaire economie.

Water, de stroming > Leren.

Een nieuwe orde is niets zonder dat de wereld die ook ziet, ook buiten de disciplines, de politiek, de bedrijven, de diverse groepen in de wereld. Die bandbreedte die je wil, zal bereikt worden als ook de Umwelt begrijpt, als je begrijpt waar je staat en wat je wilt, en vice versa. Anders sta je als ‘beroepsgroep’ in de kou. Je bent onderdeel van de hele ‘wereldorde’. Ik noem dat water, of stroming (Flow). Hier ontstaat de echte vernieuwing, het leren. De leerinstituten vinden hier hun plek.

Aarde, het ploegen: body of knowledge

Er moet hard worden gewerkt aan een goed fundament. Dat doe je met instituten en beroepsbeoefenaars. De basis als de aarde, waar alles groeit.

Tenslotte. Dit model is als een soort perpetuum mobile. Elk element heeft weer dezelfde vier elementen in zich. Elk proces kent zijn subsysteem. Voor mij is het een hulpvorm waar ik elke keer weer op teruggrijp. De vonk, de coöperatie, het leren en het doen. Uit het doen ontstaat een nieuwe vonk, and so on.

We leiden jongeren op voor vakken uit de vorige eeuw, en dat is verschrikkelijk


picasso-guernica

‘Pap,’ zei mijn studerende zoon vorige week zaterdag tegen me. ‘Was het in jouw tijd ook zo dat er geen werk voor je was toen je je bul ontving?’

Hij studeert psychologie, hij is slim en heeft geen moeite mooie cijfers neer te zetten, maar is de laatste tijd onrustig in zijn hoofd. Net als zijn medestudenten, nu ze in het tweede jaar zitten. Hoe dat komt? Ze kunnen geen stageplekken vinden. Worden afgescheept. Er zijn geen banen. Ze merken dat ze door hun school zijn verleid tot het volgen van een mooie studie, maar ervaren nu een toekomst die wellicht vastloopt in de tragedie van werkeloosheid.

De vakken van de toekomst zijn niet die nu worden gegeven

Ieder onderwijsinstituut weet – en elke politicus weet dat ook – dat er in Nederland meer dan voldoende psychologen rondlopen. Toch nemen ze studenten aan en vullen ze hun opleidingen (en hun inkomen) met enthousiaste jongeren. Terwijl ze beter zouden moeten weten. Zo is dat ook met andere vakken als sociologie en communicatie (ik weet uit mijn kringen dat er vele duizenden werkeloze commmunicatiekundige mensen rondlopen). Ik maak me zorgen, samen met mijn zoon en vele anderen, over waar we onze jeugd voor aan het opleiden zijn.

Nog een paar quotes van zoonlief om erin te komen, want de discussie ging over meer zaken: “Wat ik nu moet leren is soms zo onzinnig pap. Het is net of psychologie jaren heeft stilgestaan. En op tentamens worden we enkel afgerekend op kennis oplepelen, kennis die we straks waarschijnlijk helemaal niet nodig hebben’ en ‘… het is net alsof docenten enkel maar uit boekjes van de uitgever voordragen, en geen eigen ideeën hebben …’ en ‘ …we zitten in een harnas waar we niet meer zelf mogen denken, fouten maken, op je bek gaan en daarvan leren. Hoorcolleges kun je net zo goed thuis volgen, in de zaal zitten voegt niks extra’s toe …’

De docent van nu staat aan de lopende band

Niet toevallig was ik vijf dagen daarna op een debatavond over ‘Bildung’ in De Nieuwe Bibliotheek van Almere. Er was een hoogleraar Talentontwikkeling uit Twente bij, iemand van de Bildungsakademie en een dame van Windesheim Flevoland. De avond startte met een aantal stevige statements.

  • Door de door het rijk vastgestelde einddoelen en de hierdoor ontstane curriculumdwang is het onderwijs zo vastgelopen en geïnstitutionaliseerd dat er voornamelijk maatschappij-ongevoelige kennisrobots van de opleiding komen.
  • De docent heeft het gevoel een productiemedewerker aan de lopende band te zijn om de perfecte student af te leveren, wat dat ook moge zijn.
  • Onze kinderen worden opgeleid voor de vakken van 20 jaar geleden.
  • Door de systeemdwang, de strenge financiering kan of wil niemand meer ingrijpen.

Je begrijpt uit deze stellingen dat vrije intellectuele burgers niet meer op de hogescholen en universiteiten worden gecreëerd, omdat het een soort kennisgevangenissen zijn geworden.

Onderwijs moet gekanteld: spieken mag weer

Er ontspon zich een spontane dialoog tussen het publiek en de welgeleerde koppen aan de forumtafel. ‘Laten we stoppen met toetsen,’ werd er geopperd en meteen omarmd door het publiek. Want waarom enkel cijfers geven voor reproductie, terwijl analyse, verbinden, samenwerken veel belangrijkere talenten zijn om te laten groeien. Verdere kantelingen kwamen snel: Laten we dan meteen ook studenten samenwerken bij hun examens, dan hoeven ze ook niet te spieken, want in het bedrijfsleven werk je ook samen met je collegae om de beste oplossing te bedenken. Laten we de examens gewoon met open boeken doen, en met gebruikmaking van internet, want dat doen we in ons werkzaam leven toch ook. Kennis is overal haalbaar en vindbaar. Onzin om enkel op te sommen wat je hebt geleerd. Zorg voor basiskennis en vaardigheden en ga bezig met ‘Bildung’!

We moeten weer veel tijd inrichten voor zelfontwikkeling

Wat mist in het huidig onderwijs, althans volgens de forumleden, is ‘Bildung’. Er is geen goed Nederlands woord voor. Zelfontwikkeling of zelfontplooiing wellicht. Het is in ieder geval verdraaid existentialistisch, denken en vragen stellen vanuit het vrije mens-zijn. Het ontwikkelen van het vermogen om zelfstandig en kritisch te denken. Verbanden kunnen leggen, bewust zijn van maatschappelijke discussies, ontwikkelen van sensitiviteit, van de verwondering, creativiteit. Hou je bezig met ontwerpen, talentontwikkeling. Ga op zoek naar wetenschappelijk geletterdheid, naar kunstzinnig geletterdheid en maatschappelijk verantwoordingsbesef. Ga verbindingen buiten de grenzen van het vakmatige leggen om in de 21ste eeuw je weg te kunnen vinden in een wereld die steeds meer informatie en kennis beschikbaar heeft. Daar moet tijd voor worden ingeruimd.

Brede basis en meer generalistische opleidingen nodig

En daarvoor hebben we andere opleidingen nodig. Want er gebeuren zoveel zaken op de snijvlakken van alle vakken. Waarom sec les geven in scheikunde, biologie, of natuurkunde als alles met alles te maken heeft? Verbindt de grote vakken met ‘Bildung’ en kantel naar beter, want nu we niet meer weten waarvoor we opleiden, moeten we die curricula ook loslaten. Breder opleiden, bredere docenten aantrekken, en de passie weer laten terugkomen in het onderwijs. Waar leerlingen en docenten zich vrij voelen om andere zaken in te brengen dan waar de boekjes en syllabi over schrijven. Zodat er weer echt gezocht wordt naar vernieuwing, naar anders, naar weten, naar zingeving. In een context waar studenten en leerlingen zich weer vrij voelen, zodat ze kunnen excelleren, experimenteren en reflecteren, als een totaal mens. Je kunnen bewegen als Alice in Wonderland. Je verwonderen over muziek of kunst. En de context van schilderijen van Picasso’s Guernica of Goja’s El tres de mayo de 1808 te leren begrijpen door te kijken, en continu vragen te stellen. En niet als product van de lopende band de perfecte kennisrobot te willen zijn.

Mag er een beetje meer Aikido in de communicatie?


be694f2a0aeb9fd81cc9c492d0a91e0c

Hup, laat ze het zelf opknappen, die bovenbazen, al dat gedoe met al die schandalen. Leer ze als slimme communicado gewoon Aikido. En blijf zelf weg uit de verbetenheid in de (sub)top. Je hoeft je broodheer bij schandalen echt niet meer te beschermen tegen de boze buitenwereld. Trek op moment van crisis niet alles meer uit de kast om de reputatie van je organisatie te ‘redden’. En stop meteen met al die schuldbelijdenissen. Die ‘Mea culpa’s’, daar koopt niemand meer iets voor.

Ik zal niet uitputtend zijn, ik noem de actuele feiten. De NS met stiekeme aanbestedingsspionage, Volkswagen met stiekeme dieselchips en onze Groningse gasbel met geheime afspraken tussen politiek bestuurders en aandeelhouders. En het volk is niet gek. Een slimme onderneemster verkoopt in Groningen al broodjes ‘Gasbel’. En weet je, er zit stinkkaas op. Mijn advies, wordt als voorlichter geen oplichter. Verdedigen of vluchten is de basale reflex van de bovenbazen en hun lijfeigenen. Aanvallen trouwens ook. Kijk maar naar Geert Wilders die rechter of parlement aanvalt door er ‘nep’ voor te zetten. Er is een vierde weg.

Natuurlijk, het is begrijpelijk dat je liever niet praat over de incompetenties van je baas, of politieke leider. Het is leuker om te oreren over de ambities, groei en kansen van de club in diskrediet. Maar besef wel dat je daarmee het rookgordijn voor falend leiderschap in stand houdt. De rol van de communicatieman en -vrouw is vandaag de dag volledig gekanteld en het ambacht heeft niet méér kennis en vaardigheden nodig, ze heeft Aikido nodig.

‘Aikido is een verdedigingssport waarin de energie van de ander het uitgangspunt is. Door optimaal gebruik te maken van de energie van de ander wordt ruimte gecreëerd, de aanval afgewend en geneutraliseerd. Aikido maakt gebruik van natuurlijke bewegingen vanuit rust en balans. Je leert om met innerlijke rust en balans flexibel in te spelen op je omgeving.’

Omarm de schaduwkant van het vak

Als je graag de regelneef speelt, het stappenplan voor de gewenste identiteit van je bedrijf in een kekke Prezi zet, graag mega-klanten-events organiseert en precies weet hoe je een veranderproces moet orkestreren, met alle ins and outs, dan kun je beter stoppen dit verhaal te lezen. Dan snap je niet hoe het vak echt in elkaar zit. Communicatie-vakkundige zijn is behalve een ambacht uitoefenen, tegenwoordig vooral werken aan andere ‘mindsets’, met je bovenbazen, je tussenbazen en vooral met je onderbaasjes: alle medewerkers. Waar je de bovenbazen leert hun zekerheden los te laten, leer je tegelijkertijd de onderbazen onzekerheden te omarmen. En dat verlangt een andere rol én ander curriculum van de vakkundige communicatiespecialist.

Waarom leer je niets van schaduwkanten op de communicatieopleiding

Je schaduwkant kennen is de enige kant die echt van belang is, weten oude indianen. Het wijst je op je onvolledigheid. De omgang met falen maakt tot wie je bent. Dat omgaan met de schaduwkanten van bedrijf en leider, daar liggen de kwaliteiten waar de vakkundige adviseur aan kan werken. Je schaduwdeel is onderdeel van je totale werkelijkheid. Omhels die kant en je wordt een sterker adviseur. Laat je organisatie de eigen schaduw omhelzen en het wordt een eerlijker bedrijf.

‘Handelen in harmonie met je eigen karakter, je innerlijke kwaliteit inzetten. Ieder mens is uniek. Ieder mens heeft specifieke kwaliteiten. Aikido helpt om die eigenheid te ervaren en in te zetten. Je leert te bewegen vanuit eigen kracht, niet vanuit strijd met de ander.’

Mag het een beetje meer Aikido in de opleiding tot adviseur is de titel. Akido leert je bewegen vanuit de eigen kracht. Als je als adviseur rondom de macht vertoeft, merk je dat er snel wordt gehecht aan abstracte concepten en cijfermatigheden. Je wordt erin meegesleept en vergeet de bron. Wat oude indianen goed begrepen, is dat de natuur geen ego kent. De wereld van het ego is tijdsgebonden en vluchtig. Kijk naar de natuur, die is zoveel efficiënter. Een zaadje levert amper inspanning om boom te worden. De natuur kent de wil om leiding te nemen. Herkent de wetmatigheid van moeiteloos leven. Egoloos, dus moeiteloos. In de moderne wereld is de neiging groot om veel tijd door te brengen met denken, overwegen, praten, beslissen, piekeren en brainstormen. Allemaal “hoofd” activiteiten. Aikido helpt om de balans tussen lichaam en geest te herstellen en alertheid te ontwikkelen. Het zijn niet-literaire middelen die als doel hebben iets teweeg te brengen in de bedrijfssociale context. Je bent eerder ontregelaar dan regelaar. Je kunst wordt bestaande interactiepatronen op losse schroeven te zetten. Je bent de contrastvloeistof binnenin.

Wordt eens een druïde, bard of nar

De Germaanse koningen hadden druïdes in dienst. Ook Ceasar had er behoefte aan, heb ik me laten vertellen. En dat was niet zomaar. De druïde leert de leider anticiperen op de vele rollen die hij moest (uit)oefenen. Door bijvoorbeeld niet weerbarstig te zijn, maar flexibel. Speel eens een bamboestengel na in de storm (eng hè) en voel de sensatie in je lichaam. Benut dat in een volgende crisis. Het is de flow van leiderschap. De Tai-Chi van je levensenergie – of wordt het nu erg Oosters. Maar als je tot hier in de tekst bent gekomen, heb je in ieder geval doorzettingsvermogen getoond. Door de theorie van Aikido leer jij, je baas en je organisatie in alle rust naar het veranderend landschap kijken. Van de zomer en herfst naar de kille winter. Standvastig in visie en waarden. Als een boom uitkijkend over de glooiingen van de verandering. Het stuur losjes in handen, prioriterend, actief en gemotiveerd. Meesturend met de onderstroom.

En neem als communicado de rol aan die je past op dat moment. Die van de wijze druïde, de spiegelende nar of de verhalende bard. Echte adviseurs worden gedreven door een innerlijke verplichting om zaken beter te doen, zinvoller, of wat je het ook wil noemen. En gebruik daarbij je zesde zintuig, die innerlijke drijfveer is je kompas. Vertrouw er maar op.

‘Door training ontstaat een innerlijke kracht, een stevigheid die onwankelbaar is. Tegelijkertijd biedt Aikido elk moment de keuze: wegstappen, meebewegen of doorzetten. Steeds is de weg waarlangs flexibel, de kern waaruit solide.’

Marcel Kolder is kanteldenker en eigenaar van Draoidh bv – een ander communicatiebureau

Eindelijk weer de regie over onze hulpverleners


blogboek
Afstemming tussen leerkracht, therapeut en ouders komt vaak in de knel als je kind extra ondersteuning nodig heeft of een complexe zorgvraag heeft. Ik heb de afgelopen jaren een hoop frustratie in blogs van me afgeschreven als er weer eens wat fout ging tussen het team hulpverleners, de school en onze wensen. We hadden werkelijk het gevoel dat we de regie kwijt waren over de zorg rondom ons kind.

Tel maar eens na. Onze meervoudig gehandicapte dochter heeft vier therapeuten, twee leerkrachten, een serie vakleerkrachten een onderwijsassistent, een revalidatiearts, een maatschappelijk werker, vier PGB-hulpen en een hulpvaardige broer in haar leven. En daarmee evenzoveel afspraken, doelen, hulp, spelprogramma, zorg en begeleiding nodig. En overal liggen briefjes, schoolschriftjes, e-mails, halve en hele afspraken met al die best belangrijke mensen in het leven van ons kind met bijbehorende behandelplannen en doelen die behaald moeten/kunnen worden. Ja, dan raak je weleens de weg kwijt, als ouder of hulpverlener, en verdwijnt het overzicht. Totdat …

De oplossing kwam als geroepen
Soms kom je als ouder van een zorgkind iets tegen waar je ontzettend warm voor loopt. Ik ben fan, supporter en gebruiker geworden van Blogboek. Blogboek is het best vergelijkbaar met facebook en Linkedin. Maar dan als besloten community: de kring hulpverleners rond je dochter. Maar met een belangrijke propositie: Je bent zelf namelijk de baas van het Blogboek, je bent in de regie.
Blogboek stroomlijnt de communicatie, de doelen die je wil halen en de overdracht van allerhande zaken rond je kind. Omdat meerdere professionals toegang hebben tot dezelfde basisinformatie kan er kennis worden gedeeld, op elkaar afgestemd en opgepakt. Samenwerken gaat beter, voortgang wordt beter bewaakt en documenten raken niet ondergesneeuwd of kwijt.

Als je kunt internetbankieren kun je blogboeken
Blogboek werkt even makkelijk als internetbankieren of facebook en wisselt veilig via je browser of iPad informatie over je kind. En Blogboek is elke uur van de dag beschikbaar met de laatste informatie. Met nieuwsberichten, het ontwikkelingsprofiel, de doelen en de metingen. Op een manier zo simpel en overzichtelijk dat bijna elke ouder dit kan oppakken. Blogboek wordt door de ouder beheerd en je nodigt professionals uit voor de delen van je Blogboek waarvoor je ze toegang geeft.
Wij hebben het gevoel dat we weer regie over de hulpverlening krijgen. En dat is erg lang geleden dat we dit gevoel hadden.

Alle ouders kunnen een account aanvragen. Blogboek is gratis voor ouders en twee hulpverleners. In ons geval betalen we 50 euro per jaar. Maar dat hebben we over voor dit mooie instrument. Een online heen-en-weer-schrift. Surf naar http://www.blogboek.com en kijk eens wat dit voor jezelf of een van je relaties kan betekenen.

Betekenisvol over je stad vertellen


Betekenisvol over je stad vertellen lukt pas als je eerst gaat zoeken naar de kenmerken die de verbindende factoren zijn om inwoners en bezoekers van je stad te koppelen aan de betekenis en de verhalen over je stad. En dat zijn niet altijd de grote verhalen.

Dit verbinden gaat verder dan de behoefte van de citymarketeer om op een stad een merk te plakken. Zoals Rotterdam Durft, I Amsterdam of Het kán in Almere. Een stads-slogan is niet meer voldoende. Als stad, gemeente of citymarketeer zul je dus eerst moeten proberen te luisteren naar de verhalen van de stad. De verhalen van burgers en ondernemers. Soms ook heel kleine verhalen.

Een stad beleef je
Een fijne stad weet zijn inwoners en bedrijven te inspireren en binden door een verbindend, samenhangend en aansprekend geheel. Oud citymarketingdenken werkt niet meer. Omdat dit met stereotyperingen werkt. Bedacht door marketeers. Stadsmerkdenken 1.0. De stadsinwoner of stadsbezoeker wil graag een immateriële boodschap van zichzelf kwijt. Een stad die bij ze past. Als verlengstuk van hun eigen identiteit. Als een handschoen. Elke woonplaats trekt mensen aan. Of het nu een nieuwe stad is, een oude stad of een dorp. Gemeentes kunnen daarop inhaken. Steden die deze mentaliteitspropositie uitstralen winnen de komende jaren. Dit nieuwe denken komt niet uit de klassieke marketing. Maar begint vanuit een idee en gedachtegoed. Omdat visie de potentie heeft om een hechte band te creëren. Inwoners en bezoekers identificeren zich zo met de stad. Het is verlengstuk van hun persoonlijke visie op hun wereld.

Luisteren
Een gouden regel is om nooit over jezelf te praten. Te zenden, maar laat mensen praten over je stad, je wijk, je parels. Praat met elkaar over thema’s die er voor de inwoners toe doen. Die doen er namelijk ook toe voor bezoekers. Dat zijn echt niet enkel de grootverhalen, de metershoge verwachtingen over tien, twintig over dertig jaar. Maar de honderden kleine verhalen. Verklein je stad en zoek de parels, de burgerinitiatieven. Vindt de kleine verenigingen, de passievolle burgers. Stel je kwetsbaar op. Luister, luister en luister. Naar je stad. Naar de kleine en soms grotere initiatieven in je stad. En vertel verder.

Maar
Knuffel je stad niet dood. Neem de verhalen niet over. Verbeter ze niet. Geef er geen waardeoordeel over. Maar vertel enkel de verhalen door. En wees als stadsbestuur, ambtenaar of citymarketeer daar bescheiden in. De verhalen zijn goed genoeg. En welke verhalen. Die komen vanzelf naar je toe. Geef slechts ruimte en laat het gaan. Laat los. En het gebeurt vanzelf. Mensen maken de stad. Daar heb je geen marketeer voor nodig.

Verhalen over Almere? Klik op het geheugen van Almere.