Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Ik geloof in chaotische steden, net als Jane Jacobs


De starre regelgeving en de macht van projectontwikkelaars zorgde ervoor dat in de jaren na de oorlog de stadsontwikkelaars functiemenging verafschuwde. Daarmee bedoel ik het mengen van wonen, werken, winkelen en recreëren. Het moest allemaal strak, gescheiden en modernistisch. Met als voorbeeld de Franse voorsteden en de troosteloze Bijlmermeer. De banlieues van nu.

Levendige stadsbuurten worden nog steeds bedreigd door planners die geïnspireerd zijn door stedenbouwkundige Ebenezer Howard en Le Corbusier, die functies van wonen, werken en verkeer zoveel mogelijk wilden scheiden. De visieloze jaren ‘70/’80 en de crisis erna heeft tot schrik van veel inwoners meer koude monotone stadsplanning opgeleverd dan gewenst met enkel ruimte voor ‘goedkope’ woonblokken, recht-toe-recht-aan straten met monotoon voortuinterreur en trieste kantorenparken.

In mijn vindtocht naar ingrediënten voor ‘place making’ (het maken van fijne stadse plekken) en voor mijn project ‘De Gelukkige stad’ is functiemenging bijna een magisch woord. ‘Intricate mingling of different uses of places is not a form of chaos’, zegt Jane Jacobs (1961, grondlegster van dit denken en schrijfster van ‘The Death and Life of Great American Cities’), maar een hoog ontwikkelde vorm van ordening. ‘Mingling’ op het gebied van wonen, werken, winkelen en recreëren zorgt voor levendiger plekken in de stad, voor een veiliger omgeving, en meer sociaal toezicht en duurzamer ruimtegebruik.

In oude centra van dorpen en steden is functiemenging simpelweg organisch gegroeid en veelal succesvol. Het zijn gebieden die niet planmatig tot stand zijn gekomen. Je ziet een liefdevolle aaneenschakeling van functies die kloppen. Een volwassen functiemenging dus. Het oer van de stad.

De monogame stad verpaupert snel

Ik woon in een new town aan het IJsselmeer waar bijna alle functies zijn gescheiden. Ebenezer Howard wordt tot de dag van vandaag geprezen door de stadsmakers. Deze stedenbouwers zijn nog steeds zeer modernistisch van opvatting over scheiding van wonen, werken en beleven. De nieuwstad heeft vijf woonkernen (ze noemen het polynucleair), zonder warme onderlinge verbinding en met een schaalgrootte die niet past bij een stadse belevenis of zelfs dorpse belevenis. Het voelt als een mislukte tuinstad. Een gedachte-oefening die niet heeft gewerkt. Er is een uiteraard een stadshart met voldoende monolieten van top-architecten die als stedebouwkundige erecties de aandacht vragen. En bekijk je ze als losstaand object best wel aardig. Dagelijks komen er nog Japanners fotograferen. Op dezelfde wijze als ze dezelfde hoogstandjes, vaak van dezelfde mensen in Düsseldorf op de digitale fotokaart vastleggen. Selfietowns noem ik ze. Met gemaakte ikonen, die eigenlijk geen ikonen meer zijn. Gekochte zelfbeelden van een gemaakte identiteit.

 Selfietowns noem ik ze. Die stadscentra zonder hart.

myth-1

In mijn woonstad is de functiescheiding tot in het extreme doorgevoerd. Er is een geavanceerd wegenstelsel bestaande uit gescheiden fietsroutes, gescheiden busroutes, gescheiden autowegen en zelfs voor het afval een ondergronds gescheiden routering. Als een soort superstofzuiger met kilometers lange buizen wordt het afval automatisch naar de ‘Stofzuigerzak’ gedirigeert. Een groot gebouw naast het stadscentrum, een nieuwstadse opgeruimde tuinstad-uitvinding.

Al deze functiescheidingen zorgen ervoor dat toevallig stadse (of dorpse) ontmoetingen veelal uitblijven. En in een forensenstad is dat dubbel de dood in de pot (dubbelsaai). En als je elkaar ontmoet vind je in de plinten van de polygone kernen geen of veel te weinig uitspanningen om een goed gesprek te voeren. Een monogame stad met een opeenstapeling van monoculturen met weinig cohesie. We hebben ook de meeste (echt)scheidingen in Nederland, begreep ik van een ambtenaar.

“…that the sight of people attracts still other people, is something that city planners and city architectural designers seem to find incomprehensible. They operate on the premise that city people seek the sight of emptiness, obvious order and quiet.”

Jane Jacobs

Ik verlang naar een polyamorfe stad in plaats iets polynucleairs 

Buurten worden achterstandswijken als mensen hun verbinding met de stad verliezen en zich geen onderdeel meer voelen van hun gemeenschap, hun dorp, hun stad. Ze zijn niet meer trots op hun wijk, hun park. Terwijl dat zo makkelijk te voorkomen is door wat banken neer te zetten, een kiosk waar mensen kunnen samenkomen of een stadsmoestuin. En die verbetering moet eigenlijk helemaal niet door de gemeente worden uitgevoerd. Maar door de bewoners zelf. Niet door geld in de wijk te pompen. Maar de inzet van de inwoners, door de wijkbewoners zelf.

We worden vaak verteld dat de ‘gewone man’ geen kracht heeft om de wijk naar een volgend niveau te brengen. Maar breng ze maar eens samen, laat ze maar eens praten over wat ze anders in de wijk willen. Dan worden het net Rotterdammers. Met opgestroopte mouwen wordt de klus geklaard. Onder eigen regie en autonomie.

“Cities have the capability of providing something for everybody, only because, and only when, they are created by everybody.”

Jane Jacobs

De gelukkige stad

Als liefhebber van de ideeën van Jane Jacobs (1961), een van de meest invloedrijke denkers over stedelijke ontwikkeling, snap ik niet dat we in Nederland ons hebben laten leiden door de monotonie van stedebouwkundige ontwikkeling. Vierkant denken inplaats van rond, zei ik weleens in een college op een cultureel café in Almere. Een vierkant plein doet andere dingen met bezoekers (we hebben zo een saai vierkant marktplein en stadhuisplein) dat een rond plein. Onze haven is rond. En de gezelligheid torent daar omhoog.

In cirkels denken inplaats van vierkante, zei ik weleens in een college op een cultureel café in Almere.

Jane Jacobs ziet de stad als ecosysteem, met dynamische levende materie.Als geen ander geloofde ze dat stedelijke elementen pas tot hun recht komen als ze gemixt zijn. Organisch, spontaan en onopgeruimd. Untidy, zoals ze zelf stelt. De ‘intermingling’ van stedelijke gebruikers zijn cruciaal voor economische en urbane ontwikkeling. Een hoge densiteit van functiemenging zoals je ziet in oude organisch gegroeide steden is haar ideaalbeeld. Anders dan de modernisten die denken in groot en efficiënt, kiest zij voor een model waar je lokaal kleine bedrijven ondersteunt en de creatieve impulsen van stedelijke entrepreneurs omarmt. Misschien wel een beetje polyamoreus.

Nothing could be less true. The presences of great numbers of people gathered together in cities should not only be frankly accepted as a physical fact – they should also be enjoyed as an asset and their presence celebrated.”

Jane Jacobs

Oude ideeën kunnen nieuwe gebouwen gebruiken, zegt Jane Jacobs in haar boek uit 1961. Laten we die dan samen met inwoners ontwerpen.

Old ideas can sometimes use new buildings.

Categorieën
Almere2018 Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Toekomstkantelen

Almere kan aan zijn puberteit ontsnappen door los te laten


AAEAAQAAAAAAAASYAAAAJGMxZDEyMjI1LTc0ZWEtNDExZi1iOWYwLWFmNWNmNzkyNmJmMwAlmere worstelt sinds de ontstaansgeschiedenis in 1976 met de gevolgen van haar snelle groei en identiteit. Van pionieren en met de voeten letterlijk in de klei is deze stad gegroeid naar de 7e stad van Nederland. De newtown heeft zelfs de ambitie om 5e stad van ons land te worden. Deze snelle groei is miraculeus maar kent ook zijn groeipijnen. Vooral tijdens de huidige crisis en vooral op het sociaal-culturele vlak.

Almere ontwikkelt snel en tijd voor reflectie lijkt er amper. Hierdoor zijn de kleren doorlopend te klein voor het lijf. Kijkend naar de behoefte van de stad loopt zij continu achter bij de parallelle ontwikkeling van sociaal-culturele voorzieningen. De Sociale Atlas Nederlandse Gemeenten 2012 vertelt dat Almere qua cultureel voorzieningsniveau op de 49ste plaats staat van de 50 grootste steden. Dit voorspelt niet veel goeds als er te weinig geld en aandacht gaat naar de natuurlijke bindmiddelen van een stad: de cultuur. De ‘cultureel verwende’ en voor de ontwikkeling van newtowns in Europa juist zo belangrijke middenstandselite verdwijnt momenteel naar oudsteden die wel deze bindingsfactoren te bieden hebben. Almere zou zo maar opeens het getto van de Randstad kunnen worden. Her en der zijn in Europa daar voorbeelden van te zien. De ontwikkeling in het oosten van Duitsland waar in de DDR-tijd enkel aandacht was voor goedkope eenvormige wijken met hoogbouw. Veel kansrijke en jonge ex-Oostduitsers keren deze steden de rug toe. Men kan gerust stellen dat bijna alle na-oorlogse wijken op de woonkwaliteitladders in Nederland vrij laag scoren. Met als exponenten Amsterdam Osdorp en Bijlmermeer. De banlieues rondom Parijs hebben vergelijkbare problematiek. Monotone woonsteden met dito woongebouwen zonder ‘hart’ worden wel gekscherend ‘bedroomtowns’ genoemd. Het is evident dat de in sneltreintempo door bestuurders en stedenbouwkundigen gemaakte nieuwe steden een achterstand oplopen op het culturele vlak. Een sociale structuur en een herkenbare stadsidentiteit ontwikkelt zich pas nadien. Meer nieuwe steden in Europa worstelen met dit fenomeen. In Nederland zoeken vinexlocaties Leidsche Rijn en IJburg houvast aan de stad waar ze bij horen en halen hun ‘sociale en culturele identiteit’ weg bij de oudstad in de buurt.

Almere wil een echte stad zijn
In het begin van deze eeuw vroeg het toenmalig stadsbestuur zich af of de stad na 27 jaar moest breken met het suburbane karakter van de stad. Dat werd bevestigd door een leefstijlenonderzoek van het bureau Motivaction, waaruit bleek dat Almeerders veel moderner en minder tradioneel waren dan verwacht. De diversiteit aan leefstijlen is opvallend aan Almere. De conclusie die werd getrokken was dat er meer stedelijkheid moest komen. Ook andere conclusies waren interessant. Meer studenten in de stad en meer diversiteit. Met de komst van de hogescholen de afgelopen jaren is er een goede stap gezet.

Vanaf dat bewuste moment vonden er een meerdere interventies plaats die vooral te maken hadden op de sociaal-culturele kant van stad. Er kwam een ontwikkeling op gang rond zingeving en een de zoektocht naar de (culturele) identiteit van modelstad Almere. De aanstelling in 2007 van de bijzonder hoogleraar sociologie Arnold Reijndorp die op de Han Lammersleerstoel mocht plaats nam, kan worden gezien als een serieuze poging van het stadsbestuur om aan de zachte kant van de stad te werken.

Uiteraard heeft Almere nog geen kans gezien te groeien en ontwikkelen zoals veel oude steden in Europa. Ondanks de planmatige en zorgvuldige stedenbouwkundige ontwikkeling werd in het door ingenieurs bestierde Flevoland meer gefocust op de harde component: plannen, ontwerpen en bouwen als oplossing. De bouw van een kostbare popzaal in 2004 zorgde niet voor de broodnodige culturele injectie. De zaal ging binnen een jaar failliet en er zit nu een casino in. De keuze voor het neerzetten van een ‘gebouw’, als harde interventie, zorgde niet voor de gewenste aanwas van culturele activiteiten. Langs de lijn van de vorm blijven dit holle ruimten in een cultureel nog in te vullen stad. De interventie zou meer effect hebben als ze langs de lijn van de inhoud gericht is. Het inkopen van bijvoorbeeld een volwassen symphonieorkest is niet de oplossing. Het ligt meer in de lijn van nieuwe broedplaatsen voor jonge kunstenaars in de rafelranden rond de stad. Echter bij gebrek aan oude pakhuizen en loodsen zal een newtown hier creatiever mee moeten omspringen.

Een van de initiatieven die de zoektocht naar zingeving en identiteit ondersteunen is de oprichting van de stichting Historisch Almere. Deze stichting is opgericht om de belangstelling voor Almere te stimuleren. Elk jaar vindt er de Hazelnootlezing plaats. Hazelnoten hebben voor Almere een bijzondere historische betekenis. Enkele verkoolde hazelnootdoppen tonen aan dat Almere een zeer oude geschiedenis heeft. Archeologen hebben bij boringen in Almere Buiten, op grote diepte van circa 9 meter onder de oppervlakte, verkoolde hazelnootdoppen gevonden die met vuursteen zijn bewerkt. Deze kleine vondsten van 8.000 jaar voor Christus duiden op menselijk leven: de eerste Almeerders! Het geeft een historische dimensie aan de stadsidentiteit. Cultureel erfgoed van allure, dat is wat Almere naast een hoop lef op stedebouwkundig gebied, blijkbaar ook heeft. In de bodem van Almere zit een schatkist met sporen uit het eerste landschapsgebruik van jagers-verzamelaars in Europa. Het historisch erfgoed van Almere is in die zin startpunt van haar geschiedenis. En niet alleen pijlpunten en hazelnoten, ook de vele ongeschonden en rijk gevulde scheepswrakken uit de gouden eeuw en later voegen een nieuw perspectief toe aan de geschiedenis van de jonge stad.

De stad Almere was het Nederlands antwoord op welvaartsgroei
Alle steden zijn een hybride van natuurlijke processen (in de zin dat ze zich grotendeels onttrekken aan menselijke beïnvloeding) en cultuuruitingen. In de zin dat zij een rechtstreeks gevolg zijn van welbewuste menselijke beslissingen en handelingen’.
Na-oorlogse nieuwe steden ondergaan met enige regelmaat veranderingen naar een volgend ‘format’: de groei van pioniersstad naar een adolescent en volwassen stad. Almere bijvoorbeeld heeft al veel interessante transformaties gekend. Daarbij is te denken aan milieutransformaties (van zee tot land), kolonisatieprocessen in het nieuwe land (van planten, dieren en mensen), ontwikkelingsstadia (van massaal en monofunctioneel tot kleinschalig en gedifferentieerd) en methoden (planmatig topdown en spontaan bottom up). Elke groeiende newtown zal na een tijd vanzelf transformeren tot een city. Wat betekent dat de oude bevolkingsgroep (de middenstandselite) wordt geconfronteerd met nieuwe groepen. In Almere is deze instroom de laatste 15 jaar flink toegenomen. De nieuwkomers zijn verschillend aan de pioniers die voornamelijk uit Amsterdam kwamen. Almere wil ook voor zijn nieuwe bewoners aantrekkelijk blijven. Aantrekkelijk voor jongeren, voor allochtonen (op dit moment is dat 28% van de Almeerse bevolking), maar ook voor mensen met een hoger inkomen en dito eisen aan een stad. Opvallend in Almere, maar ook andere nieuwe steden is de enorme stroom opwaarts in de (woon)carrièreladder van haar bewoners. De interne migratie in Almere was groot. Met een gemiddelde van eens in de vier jaar kiest een Almeerder voor verhuizing naar een nieuwe wijk, een groter huis, met achterlating van de oude buurt. Waar verpaupering op de loer licht.

Modelstad Almere als Madurodam van modern Nederland
Nieuwe steden zoals Almere zijn in de tweede helft van de vorige eeuw ontwikkeld om in de behoefte van goed en ruim wonen te voorzien. En dat volgens de toentertijd nieuwste stedenbouwkundige inzichten. Hierdoor zijn wijken en steden ontstaan die voornamelijk monofunctioneel waren: er wordt gegeten en geslapen. Werk en uitgaansleven vindt plaats in de ‘grote stad’ in de buurt. Veel nieuw ontwikkelde steden en wijken herkennen dit probleem en proberen zo goed en kwaad als het kan de stap naar een ‘diverse en volledige’ stad te maken.

De transformatie naar een volledige stad gaat verder. De komende tientallen jaren komen er in Almere minimaal 60.000 woningen bij. Crisis of niet. Vertaald in inwonersaantallen zijn dat 150.000 mensen die bij de nu al 200.000 bewoners kunnen worden gevoegd. Deze taakstelling zorgt er voor dat in Almere voldoende aandacht is voor het stenen stapelen en voor internationale prijsvragen op het gebied van architectuur en stedenbouw. In de afgelopen decennia is er weinig aandacht geweest voor het culturele element in de groeistad: het cement dat mensen bindt. Feit is dat Almeerders zich daarom blijven identificeren met de plaats waar ze vandaag komen, maar niet met Almere zelf. Trots zijn op Almere is nog geen gemeengoed onder de nieuwe bewoners.

Identiteitscrisis Almere?
Waarom is het vinden van een sterke identiteit voor een nieuwe stad zo complex? Ligt het aan het feit dat de openbare ruimte van jonge steden te ‘nieuw’ is en daarmee de ziel nog niet ontwikkeld is? Ligt het aan het feit dat mensen over het algemeen vasthouden aan hun vertrouwde paradigma’s over hoe mooie steden er uit moeten zien? Vooral oud, authentiek en avontuurlijk. Een nieuwe stad is nu eenmaal niet ‘gezellig’. Het oudste gebouw in Almere is 35 jaar. Op het netvlies blijven beroemde pleinen zoals die van Sienna of gezellige buurten als De Jordaan staan. Op organische wijze gegroeide oudsteden blijven langer in het geheugen van bezoekers hangen. Oude pleinen zijn makkelijker te duiden dan Almeerse waaiplantsoenen. De oude kern met in het midden de obligate tripartie, de kerk, het stadhuis en handels- of beursgebouw kenmerkt de oude stad en daarmee de ge(s)laagdheid van de oude stad. Deze gebouwen zijn exponenten van religie, bestuur en handel. Handel en religie waren in die tijd de drivers voor culturele ontwikkeling door de eeuwen heen. Een nieuwe stad mist deze uitbundige exponenten. Ook ontbeert de ‘tuinachtige’ urbane stad de compactheid van de avontuurlijke grootstad. Een stad met intieme ruimtes om te flaneren, uit te gaan eten, te struinen in winkelstraten of een bezoek aan museum of theater te brengen.

De volwassen geïntegreerde stad bruist op economisch vlak
Handels- of Hanzesteden zoals Amsterdam of Zwolle zijn ontstaan in een tijd van bloeiende economieën. Stedenbouw vond plaats langs natuurlijke weg- en waterwegen, en ontwikkelden tot broedplaatsen van kunst en cultuur. Rijke handelaren zoals de De Medici’s in Firenze en of de Kröller-Mullers in Rotterdam gaven met enige regelmaat financieel-culturele injecties. Tegenwoordig zie je welstandige bedrijven zich via sponsoring van evenementen, musea of concerten aan een stad binden. Een belangrijk feit. Cultuur kan nimmer zonder handel: de derde geldstroom. Almere heeft in die zin nog niet voldoende economische ‘cultuurdrivers’. De stad zou daar in moeten investeren. Een kleine 10 jaar geleden is in Almere het nieuwe stadshart geopend. Een interventie om Almere een modern eigen hart te geven. Een miljardenproject. Met als ‘bindmiddel’ een avontuurlijke koopheuvel: handel dus. Architect Rem Koolhaas heeft met zijn Office for Metropolitan Architecture het masterplan hiervoor ontwikkeld. Geen orthogonale lijnen maar spannende doorkijkjes, trappartijen, uitgaansgelegenheden en theaters op en in een heuvel in een voor de rest platte stad. Dit nieuwe centrum is met zijn internationale en spraakmakende architectuur wellicht de eerste stap naar een moderne vorm van het creëren van een authentieke stad. Het hart vulde zich de afgelopen jaren met een prachtig theater van een Japanse toparchitecte, hotels, popzalen en een architectuurinstituut. Suburbaniteit is verbonden met huiselijkheid,’ meent Hoogleraar Arnold Reijndorp in een interview,‘Stedelijkheid met erotiek.’ Een kanttekening. Het ‘hart’ mist nog wel de sfeer die zo tekenend is voor oudere steden. Daar moet nog een en andere aan gebeuren. Sfeer creëer je door intimiteit, kiosken, stadmeubilair, kleur en gezellige pleintjes om langsheen te flaneren.

Almere loopt tegen nieuwe grenzen aan
Almere als de pioniersstad loopt tegen haar grenzen aan. De schaalgrootte nekt haar. De te ruime opzet van het stadshart. De kernen ver van elkaar afgekeerd. Als eilanden in de stedelijke woestijn. In Almere kenmerkt de crisis zich in een afnemende woning-productie, slagvaardigheid en communicatiestoornissen op het stadhuis. De stad zou met een volgende transformatie van een monofunctionele naar een gedifferentieerde stad moeten willen groeien. Een stad in al zijn facetten. Een stad waar meer gebeurt dan slechts prettig en goed wonen. Met veel meer aandacht voor de diversiteit in de stad.

Het hoger doel als leidraad voor de komende jaren
Intelligent besturen met een gezamenlijk hoger doel is bepalend voor toekomst van de nieuwe stad. Veranderen en vernieuwen naar Almere 3.0 kan enkel en alleen in het sociale systeem plaatsvinden, via een gezamenlijke hoger doel. Het stadsbestuur dient andere keuzes te maken. Om bepaalde zaken af te remmen en andere te bevorderen in het systeem van de stadsontwikkeling. Waar het op aan komt is ook vooral loslaten en niet meer alles zelf willen doen.
Moet je plat door blijven bouwen terwijl er een sociale en culturele achterstand is? Of is werkelijke reflectie of interventie mogelijk? Het cement in de integratiefase wordt gevormd door gemeenschappelijke zingeving. De Almeerse burger is niet meer volgend, zij is assertief en vol wilskracht, de nieuwstadse elite, de ondernemer, de ZP’er kunnen uitermate zelfstandig, zinvol, op het geheel gericht, handelen. Zij snappen allang wat de stad nodig heeft. Naast de technische en economische subsystemen die Almere in het verleden dreven wordt tijdens de reis naar volwassenwording van de nieuwe stad nu het sociale systeem ontwikkeld. Juist in tijden van crisis. Met een voor iedereen zichtbaar en beleefbaar hoger doel, waarin duidelijk kan worden gemaakt wat de bijdrage van de burger daarin kan zijn. Want mensen maken de stad. Een goede vraag is of het mogelijk is een ‘zoekende’ nieuwe stad via een hoger doel vorm te geven. De Almere principles geven richting, een visie en missie. Ze zijn echter nog de taal van de architect. Abstract en planmatig. Het rapport Social Cohesion in New Towns meldt: ‘No culture, no society. Culture is the spice of life. Culture as a tool for getting to know each other.’ De uitdaging in dit rapport is: ‘Getting newtown people acquainted with culture (both passively and actively) at the earliest possible age, working on a diversified small-scale cultural offering to get through to all sections of the population.’ Een doel kan bevoorbeeld zijn om Almere als creatieve stad te positioneren, daarmee nieuwe economie aan te trekken, haar hoger opgeleiden en haar middenklasse te behouden en haar culturele identiteit te vinden. Er hiervoor heb ik drie zaken geformuleerd:

1. Almere als duurzaam gebouwde jonge stad met aandacht voor blauw en groen (water, stadsparken en stadslandbouw).
2. Kleurrijk. Een stadsbazar: Intercultureel, divers en creatief.
3. Komt dat zien, het wonder van de maakbare stad met andere ikonen, kom naar de stad die besloten heeft organisch verder te groeien samen met haar inwoners.

De Amerikaanse Hoogleraar Richard Florida heeft onderzocht wat een stad nodig heeft om te groeien naar een volwassen stad. Hij stelt dat een stad de 3 T’s moet bezitten. Deze T’s staan voor talent, tolerantie en technologie.
Het idee achter de 3 T’s is dat de één niet zonder de ander kan. Een stad zonder talent zal nooit een creatieve stad zijn en kan geen tolerantie bewaren. Een andere indicator voor een creatieve stad kan zijn de economische groei, het aantal creatieve bedrijven die in de stad gevestigd zijn. Florida’s onderzoek bracht naar voren dat bedrijven zich tegenwoordig daar vestigen waar het talent zit en niet meer andersom. En het talent had Pittsburgh – waar hij onderzoek deed – massaal de rug toegekeerd, omdat de stad verzuimd had een stedelijk klimaat te creëren dat aantrekkelijk was voor de creatieve klasse. “It’s not companies, but places that provide a pool of talent”, aldus Florida. De kern van stedelijke concurrentie ligt in een attractiestrategie van de juiste talenten. Met andere woorden: wie honing van topkwaliteit wil produceren, creëert eerst een veld waar duizend bloemen bloeien. Dan komen de bijen.

De volwassen stad beschikt over:

• een goed en breed aanbod van kunst en cultuur
• goed onderwijs op meerdere levels en talenten
• een circulaire economie en de mogelijkheden om de stad verder te ontwikkelen naar een groene en bewuste stad
• culturele ondernemers in een stad
• een goed vestigingsklimaat voor creatieven, middelgrote technische of anderzins maakbedrijven
• een creatieve of innovatieve klasse op allerlei vlak; deze groep trekt grotere bedrijven aan

Tenslotte: vertrouw op particulier initiatief. Ondernemende initiatiefrijke mensen geven kleur aan de stad. Voorkom dus lastige regelgeving die hun ambities in de weg staan. Burgers en overheid komen te vaak tegenover elkaar te staan. Laat los, laat gaan. De burgers kunnen het wel. En wellicht beter. Laat de ruimtelijke ontwikkeling los, help veelbelovende initiatieven in het zadel. Ontzorg je inwoners. De kansen voor de komende jaren zijn de broedplaatsen die her en der ontstaan, de Floriade 2022 en bijvoorbeeld de start van een nieuw project rondom bewustwording en reflectie in 2018: CitySenses. CitySenses!

Zie ook.

https://degelukkigestad.wordpress.com/2015/10/23/de-gelukkige-stad/

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Versleten organisaties kantelen


upsidedown

In de zakeneconomie van het afgelopen decennium leek de onverzadigbare drang naar aandeelhouderswaarde, economische groei en harde resultaten belangrijker dan aandacht voor de individuele medewerker. In een welhaast bodemloze put van verlangen stonden meer efficiëntie, meer klanten, meer omzet op de voorgrond en dus op de agenda van menig manager. Het gaspedaal werd steeds verder ingedrukt.

Het resultaat van dit alles is dat veel medewerkers hun spreekwoordelijke kont tegen de krib gooiden. De boog kan immers niet altijd gespannen staan. Er ontstaat tegengas. Door elke keer weer dat schepje er bovenop zitten veel medewerkers tegen een mentale uitputting aan en haken talentvolle mensen af. Veel ingesleten en onbewuste belemmeringen verhinderen zodoende de daadwerkelijke benutting van inspiratie, kennis en kunde binnen organisaties. Verstandige medewerkers vertrekken en beginnen vol energie eigen bedrijfjes of stappen naar de ‘concurrent’.

Het individu binnen de context

Binnen vastgelopen organisaties zitten veel teams, managers en medewerkers in een mentale dip. Dit is meestal geen plichtsverzuim of de kantjes eraf lopen, maar het kan heel goed zijn dat na jarenlange ‘veranderslagen’ en gerichtheid op verbeteren van systemen en beheersing, de motivatie ontbreekt. Dat er bijvoorbeeld weinig gedeelde visie op het werk is, omdat de reflex van bezinning op ‘waarom’ je dit werk doet, verdwenen is. En de ‘Why’ is zo enorm belangrijk voor je intrinsieke motivatie. Daardoor zijn er onvoldoende “triggers’ om het werk, dat maar blijft liggen, af te krijgen. Klachtenafhandeling, herstellen van fouten en vergaderingen domineren vervolgens de dagelijkse praktijk.

Verstarrend patroon

Terwijl de druk vanuit organisaties om te blijven presteren steeds meer toeneemt, verandert langzaam de attitude van de medewerker. Het werk komt steeds minder op de eerste plaats. Het jarenlange vechten tegen stroperigheid en belemmeringen moedigt me first gedrag aan en zorgt ervoor dat medewerkers voor zichzelf kiezen in plaats voor de werkkring. Veel managers sluiten de ogen voor het probleem. Het blijft onbespreekbaar. Deels omdat het zo moeilijk te doorbreken is. Deels omdat ze het soms zien als hun eigen falen. Soms weten ze gewoon niet wat ze er mee aan moeten. Bovendien is het lastig te bepalen wat dan de aspecten zijn waarop gestuurd moet worden om het te veranderen! Bij medewerkers treedt steeds meer een gevoel van gelatenheid op. Van het enthousiasme waarmee ze de baan zijn gestart is weinig meer over. Niet zelden verdwijnt de energie van medewerkers buiten de organisatie. Naar de plaatselijke toneelvereniging of de voetbalclub. Zingeving wordt steeds meer buiten de werksfeer ingevuld.

De cijfers

Inmiddels zijn we er achter dat het probleem op grote schaal voorkomt. Een gemiddeld MKB-bedrijf met 100 medewerkers levert al snel veel miljoenen euro per jaar in. En dan hebben we het nog niet over het verlies van kwaliteit van je product of dienstverlening. Al met al een enorme potentie die niet uit de verf komt door een opeenstapeling van verstoringen. Hans Visser heeft daar onderzoek naar gedaan als organisatievitalisator. Hij noemt de faal- en consequentiekosten 3 tot 4 maar zo groot als ziekteverzuim. Mentaal verzuim zorgt voor zand in de bedrijfsmotor en duwt hele afdelingen in een negatieve spiraal. Doodzonde dus.

De vrijheid om te kantelen

Het kantelen van versleten organisaties is mogelijk. Kantelen start bij de top en daarna via de lemige laag van het middlemanagement. Daar zal de pure focus op doelmatigheid, efficiency, controle, regelzucht en kosten/baten moeten worden losgelaten.

De organisatie kan daarna groeien naar een mensgerichter model in plaats het oude systeemgerichte model. Creëer een cultuur waar vertrouwen in elkaar voorop staat in plaats van afgunst, geef elkaar ruimte om te ontwikkelen, heb keuzevrijheid bij de indeling van werk en taken en als belangrijkste, heb opnieuw  aandacht voor elkaars talent in plaats voor sec de winstcijfers en aandeelhouderswaarde.

Veel medewerkers zijn ‘klaar’ met de oude systemen en willen zaken anders organiseren, vaak kleiner en mensgerichter. Een steeds grotere groep doet dat ook. Ze omarmen daarmee de broodnodige kanteling naar anders, en wellicht naar beter.

Verwelkom rebellen in je organisatie

En gelukkig, een steeds groter percentage in het bedrijfsleven en overheid durft anders te denken, anders te doen. Dat zijn de koplopers en de winnaars van nu. Verwelkom als organisatie andersdenkenden in je organisatie, oproerlingen, dwarsdenkers. Cultiveer gezonder rebellie. Openstaan voor vernieuwing helpt de innerlijke groei van je organisatie.

Categorieën
Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

De angst voor de toekomst van mijn dochter?


IMG_1198

Ik schrijf aan een roman, nu al bijna een jaar over het leven van mijn dochter. Het is geen zielig verhaal of verhaal voor lotgenoten. Het wordt een literair roman. Tenminste dat hoop ik, want wat dat betreft blijf je afhankelijk van het oordeel van literair recensenten na publicatie. Ik schrijf het op basis van de input die mijn dochter mij regelmatig geeft, en mijn en mijn vrouw’s observaties van de afgelopen 14 jaar. Bij het schrijven word ik gecoached door een bekende schrijfster.

Ik ben op de helft van het verhaal en schrijf het samen met mijn dochter. Zij is meervoudig gehandicapt, en dat maakt het proces niet makkelijk. Ik vertel haar elke twee weken wat ik heb geschreven, over wat we hebben meegemaakt, en waarom ik dat op die manier zo beschrijf. En zij vertelt mij of dat zo is, of het klopt, of dat het klinkklare nonsens is. Het is haar verhaal, en het moet dicht bij haar leven en haar persoon blijven staan. Hoe inlevend ik ook probeer te zijn … zij kan een andere voorstelling hebben van wat in haar wereld gebeurt.
Als je over de problemen van je dochtertje een roman schrijft wordt het soms te veel: De angst voor haar toekomst op papier. Want tot nu toe gaat de roman over haar huidige leven. Maar het tweede deel gaat over haar toekomst. En dat wordt het moeilijkste deel. Dat gaat over als wij haar niet meer full-time kunnen verzorgen en haar moeten loslaten. Dat is fictie en de harde realiteit.
Ik wil jullie een serieuze vraag stellen. Wat willen jullie graag weten als je een roman leest over een 14-jarig meisje, dat ernstig spastisch en vergroeid is, een ernstig hartprobleem heeft, epileptisch en licht verstandelijk gehandicapt. Dat laatste niet qua taal, met wel op het terrein van dat ‘stomme’ rekenen.
Misschien helpt het jullie als ik de eerste regels van onze roman op deze blog publiceer. Dan zien jullie de vorm. Jullie reacties helpen. Het is een soort crowdsourcen.
Want een schrijversdip over het deel van het boek wat gaat over haar leven de komende 14 jaar, daar zitten ik en mijn dochter niet op te wachten, want dit verhaal wordt zeker de moeite waard, daar zijn we samen van overtuigd.

Reacties kunnen jullie sturen naar Kolder@draoidh.nl Namens ons samen alvast hartelijk bedankt.

De ontdekking

‘En als ik nou gewoon een ruwe diamant blijf. Wat is daar mis mee. Ik ben nu eenmaal geen perfect geslepen steen.’

De dag dat mijn leven van koers zou veranderen was ongeveer zeven maanden voor mijn geboorte. Op vierentwintig juni negentienachtennegentig. Ik wist uiteraard allang wat er aan de hand was, mijn ouders nog niet.
En juist op mijn mamma’s verjaardag zei ze tegen mijn pappa: ‘Marcel, ik voel haar niet bewegen’.
‘Natuurlijk voel je haar nog niet bewegen, je bent net 3 maanden zwanger schat, over een maand is het anders,’ weerstreefde hij.
‘Luister Marcel, bij de zwangerschap van onze zoon Machiel had ik niet zo een raar voorgevoel. Ik ben angstig. Als we terug zijn van vakantie wil ik meteen een echo.’
‘Je maakt je zorgen om niets, Michelle, meisjes zijn nu eenmaal verschillend van jongens. Kleine vrouwtjes bewegen van nature minder.’

Ik merk dat mamma zachtjes met haar hand over haar buik wrijft. Het voelt fijn. Het voorgevoel van haar klopt trouwens wel. Maar sommige dingen kun je beter nog niet weten. Het is mijn geheim. Ik zou van alles tegen haar willen zeggen. Ook wat er werkelijk aan de hand is. Maar de tijd is nog niet rijp. Ze gaat het binnenkort vanzelf ontdekken.
….

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Almere wil zo graag een echte stad zijn


Almere worstelt sinds de ontstaansgeschiedenis in 1976 met de gevolgen van haar snelle groei en identiteit. Van pionieren en met de voeten letterlijk in de klei is deze stad gegroeid naar de 7e stad van Nederland. De newtown heeft zelfs de ambitie om 5e stad van ons land te worden. Deze snelle groei is miraculeus maar kent ook zijn groeipijnen. Vooral tijdens de huidige crisis en vooral op het sociaal-culturele vlak.

Almere ontwikkelt snel en tijd voor reflectie lijkt er amper. Hierdoor zijn de kleren doorlopend te klein voor het lijf. Kijkend naar de behoefte van de stad loopt zij continu achter bij de parallelle ontwikkeling van sociaal-culturele voorzieningen. De Sociale Atlas Nederlandse Gemeenten 2012 vertelt dat Almere qua cultureel voorzieningsniveau op de 49ste plaats staat van de 50 grootste steden. Dit voorspelt niet veel goeds als er te weinig geld en aandacht gaat naar de natuurlijke bindmiddelen van een stad: de cultuur. De ‘cultureel verwende’ en voor de ontwikkeling van newtowns in Europa juist zo belangrijke middenstandselite verdwijnt momenteel naar oudsteden die wel deze bindingsfactoren te bieden hebben. Almere zou zo maar opeens het getto van de Randstad kunnen worden. Her en der zijn in Europa daar voorbeelden van te zien. De ontwikkeling in het oosten van Duitsland waar in de DDR-tijd enkel aandacht was voor goedkope eenvormige wijken met hoogbouw. Veel kansrijke en jonge ex-Oostduitsers keren deze steden de rug toe. Men kan gerust stellen dat bijna alle na-oorlogse wijken op de woonkwaliteitladders in Nederland vrij laag scoren. Met als exponenten Amsterdam Osdorp en Bijlmermeer. De banlieues rondom Parijs hebben vergelijkbare problematiek. Monotone woonsteden met dito woongebouwen zonder ‘hart’ worden wel gekscherend ‘bedroomtowns’ genoemd. Het is evident dat de in sneltreintempo door bestuurders en stedenbouwkundigen gemaakte nieuwe steden een achterstand oplopen op het culturele vlak. Een sociale structuur en een herkenbare stadsidentiteit ontwikkelt zich pas nadien. Meer nieuwe steden in Europa worstelen met dit fenomeen. In Nederland zoeken vinexlocaties Leidsche Rijn en IJburg houvast aan de stad waar ze bij horen en halen hun ‘sociale en culturele identiteit’ weg bij de oudstad in de buurt.

Almere wil een echte stad zijn
In het begin van deze eeuw vroeg het toenmalig stadsbestuur zich af of de stad na 27 jaar moest breken met het suburbane karakter van de stad. Dat werd bevestigd door een leefstijlenonderzoek van het bureau Motivaction, waaruit bleek dat Almeerders veel moderner en minder tradioneel waren dan verwacht. De diversiteit aan leefstijlen is opvallend aan Almere. De conclusie die werd getrokken was dat er meer stedelijkheid moest komen. Ook andere conclusies waren interessant. Meer studenten in de stad en meer diversiteit. Met de komst van de hogescholen de afgelopen jaren is er een goede stap gezet.

Vanaf dat bewuste moment vonden er een meerdere interventies plaats die vooral te maken hadden op de sociaal-culturele kant van stad. Er kwam een ontwikkeling op gang rond zingeving en een de zoektocht naar de (culturele) identiteit van modelstad Almere. De aanstelling in 2007 van de bijzonder hoogleraar sociologie Arnold Reijndorp die op de Han Lammersleerstoel mocht plaats nam, kan worden gezien als een serieuze poging van het stadsbestuur om aan de zachte kant van de stad te werken.

Uiteraard heeft Almere nog geen kans gezien te groeien en ontwikkelen zoals veel oude steden in Europa. Ondanks de planmatige en zorgvuldige stedenbouwkundige ontwikkeling werd in het door ingenieurs bestierde Flevoland meer gefocust op de harde component: plannen, ontwerpen en bouwen als oplossing. De bouw van een kostbare popzaal in 2004 zorgde niet voor de broodnodige culturele injectie. De zaal ging binnen een jaar failliet en er zit nu een casino in. De keuze voor het neerzetten van een ‘gebouw’, als harde interventie, zorgde niet voor de gewenste aanwas van culturele activiteiten. Langs de lijn van de vorm blijven dit holle ruimten in een cultureel nog in te vullen stad. De interventie zou meer effect hebben als ze langs de lijn van de inhoud gericht is. Het inkopen van bijvoorbeeld een volwassen symphonieorkest is niet de oplossing. Het ligt meer in de lijn van nieuwe broedplaatsen voor jonge kunstenaars in de rafelranden rond de stad. Echter bij gebrek aan oude pakhuizen en loodsen zal een newtown hier creatiever mee moeten omspringen.

Een van de initiatieven die de zoektocht naar zingeving en identiteit ondersteunen is de oprichting van de stichting Historisch Almere. Deze stichting is opgericht om de belangstelling voor Almere te stimuleren. Elk jaar vindt er de Hazelnootlezing plaats. Hazelnoten hebben voor Almere een bijzondere historische betekenis. Enkele verkoolde hazelnootdoppen tonen aan dat Almere een zeer oude geschiedenis heeft. Archeologen hebben bij boringen in Almere Buiten, op grote diepte van circa 9 meter onder de oppervlakte, verkoolde hazelnootdoppen gevonden die met vuursteen zijn bewerkt. Deze kleine vondsten van 8.000 jaar voor Christus duiden op menselijk leven: de eerste Almeerders! Het geeft een historische dimensie aan de stadsidentiteit. Cultureel erfgoed van allure, dat is wat Almere naast een hoop lef op stedebouwkundig gebied, blijkbaar ook heeft. In de bodem van Almere zit een schatkist met sporen uit het eerste landschapsgebruik van jagers-verzamelaars in Europa. Het historisch erfgoed van Almere is in die zin startpunt van haar geschiedenis. En niet alleen pijlpunten en hazelnoten, ook de vele ongeschonden en rijk gevulde scheepswrakken uit de gouden eeuw en later voegen een nieuw perspectief toe aan de geschiedenis van de jonge stad.

De stad Almere was het Nederlands antwoord op welvaartsgroei
Alle steden zijn een hybride van natuurlijke processen (in de zin dat ze zich grotendeels onttrekken aan menselijke beïnvloeding) en cultuuruitingen. In de zin dat zij een rechtstreeks gevolg zijn van welbewuste menselijke beslissingen en handelingen’.
Na-oorlogse nieuwe steden ondergaan met enige regelmaat veranderingen naar een volgend ‘format’: de groei van pioniersstad naar een adolescent en volwassen stad. Almere bijvoorbeeld heeft al veel interessante transformaties gekend. Daarbij is te denken aan milieutransformaties (van zee tot land), kolonisatieprocessen in het nieuwe land (van planten, dieren en mensen), ontwikkelingsstadia (van massaal en monofunctioneel tot kleinschalig en gedifferentieerd) en methoden (planmatig topdown en spontaan bottom up). Elke groeiende newtown zal na een tijd vanzelf transformeren tot een city. Wat betekent dat de oude bevolkingsgroep (de middenstandselite) wordt geconfronteerd met nieuwe groepen. In Almere is deze instroom de laatste 15 jaar flink toegenomen. De nieuwkomers zijn verschillend aan de pioniers die voornamelijk uit Amsterdam kwamen. Almere wil ook voor zijn nieuwe bewoners aantrekkelijk blijven. Aantrekkelijk voor jongeren, voor allochtonen (op dit moment is dat 28% van de Almeerse bevolking), maar ook voor mensen met een hoger inkomen en dito eisen aan een stad. Opvallend in Almere, maar ook andere nieuwe steden is de enorme stroom opwaarts in de (woon)carrièreladder van haar bewoners. De interne migratie in Almere was groot. Met een gemiddelde van eens in de vier jaar kiest een Almeerder voor verhuizing naar een nieuwe wijk, een groter huis, met achterlating van de oude buurt. Waar verpaupering op de loer licht.

Modelstad Almere als Madurodam van modern Nederland
Nieuwe steden zoals Almere zijn in de tweede helft van de vorige eeuw ontwikkeld om in de behoefte van goed en ruim wonen te voorzien. En dat volgens de toentertijd nieuwste stedenbouwkundige inzichten. Hierdoor zijn wijken en steden ontstaan die voornamelijk monofunctioneel waren: er wordt gegeten en geslapen. Werk en uitgaansleven vindt plaats in de ‘grote stad’ in de buurt. Veel nieuw ontwikkelde steden en wijken herkennen dit probleem en proberen zo goed en kwaad als het kan de stap naar een ‘diverse en volledige’ stad te maken.

De transformatie naar een volledige stad gaat verder. De komende jaren komen er in Almere 60.000 woningen bij. Crisis of niet. Vertaald in inwonersaantallen zijn dat 150.000 mensen die bij de nu al 200.000 bewoners kunnen worden gevoegd. Deze taakstelling zorgt er voor dat in Almere voldoende aandacht is voor het stenen stapelen en voor internationale prijsvragen op het gebied van architectuur en stedenbouw. In de afgelopen decennia is er weinig aandacht geweest voor het culturele element in de groeistad: het cement dat mensen bindt. Feit is dat Almeerders zich daarom blijven identificeren met de plaats waar ze vandaag komen, maar niet met Almere zelf. Trots zijn op Almere is nog geen gemeengoed onder de nieuwe bewoners.

Identiteitscrisis Almere?
Waarom is het vinden van een sterke identiteit voor een nieuwe stad zo complex? Ligt het aan het feit dat de openbare ruimte van jonge steden te ‘nieuw’ is en daarmee de ziel nog niet ontwikkeld is? Ligt het aan het feit dat mensen over het algemeen vasthouden aan hun vertrouwde paradigma’s over hoe mooie steden er uit moeten zien? Vooral oud, authentiek en avontuurlijk. Een nieuwe stad is nu eenmaal niet ‘gezellig’. Het oudste gebouw in Almere is 35 jaar. Op het netvlies blijven beroemde pleinen zoals die van Sienna of gezellige buurten als De Jordaan staan. Op organische wijze gegroeide oudsteden blijven langer in het geheugen van bezoekers hangen. Oude pleinen zijn makkelijker te duiden dan Almeerse waaiplantsoenen. De oude kern met in het midden de obligate tripartie, de kerk, het stadhuis en handels- of beursgebouw kenmerkt de oude stad en daarmee de ge(s)laagdheid van de oude stad. Deze gebouwen zijn exponenten van religie, bestuur en handel. Handel en religie waren in die tijd de drivers voor culturele ontwikkeling door de eeuwen heen. Een nieuwe stad mist deze uitbundige exponenten. Ook ontbeert de ‘tuinachtige’ urbane stad de compactheid van de avontuurlijke grootstad. Een stad met intieme ruimtes om te flaneren, uit te gaan eten, te struinen in winkelstraten of een bezoek aan museum of theater te brengen.

De volwassen geïntegreerde stad bruist op economisch vlak
Handels- of Hanzesteden zoals Amsterdam of Zwolle zijn ontstaan in een tijd van bloeiende economieën. Stedenbouw vond plaats langs natuurlijke weg- en waterwegen, en ontwikkelden tot broedplaatsen van kunst en cultuur. Rijke handelaren zoals de De Medici’s in Firenze en of de Kröller-Mullers in Rotterdam gaven met enige regelmaat financieel-culturele injecties. Tegenwoordig zie je welstandige bedrijven zich via sponsoring van evenementen, musea of concerten aan een stad binden. Een belangrijk feit. Cultuur kan nimmer zonder handel: de derde geldstroom. Almere heeft in die zin nog niet voldoende economische ‘cultuurdrivers’. De stad zou daar in moeten investeren. Ruim 5 jaar geleden is in Almere het nieuwe stadshart geopend. Een interventie om Almere een modern eigen hart te geven. Een miljardenproject. Met als ‘bindmiddel’ een avontuurlijke koopheuvel: handel dus. Architect Rem Koolhaas heeft met zijn Office for Metropolitan Architecture het masterplan hiervoor ontwikkeld. Geen orthogonale lijnen maar spannende doorkijkjes, trappartijen, uitgaansgelegenheden en theaters op en in een heuvel in een voor de rest platte stad. Dit nieuwe centrum is met zijn internationale en spraakmakende architectuur wellicht de eerste stap naar een moderne vorm van het creëren van een authentieke stad. Het hart vulde zich de afgelopen jaren met een prachtig theater van een Japanse toparchitecte, hotels, popzalen en een architectuurinstituut. Suburbaniteit is verbonden met huiselijkheid,’ meent Hoogleraar Arnold Reijndorp in een interview,‘Stedelijkheid met erotiek.’ Een kanttekening. Het ‘hart’ mist nog wel de sfeer die zo tekenend is voor oudere steden. Daar moet nog een en andere aan gebeuren. Sfeer creëer je door intimiteit, kiosken, stadmeubilair, kleur en gezellige pleintjes om langsheen te flaneren.

Almere loopt tegen nieuwe grenzen aan
Almere als de pioniersstad loopt tegen haar grenzen aan. De schaalgrootte nekt haar. De te ruime opzet van het stadshart. De kernen ver van elkaar afgekeerd. Als eilanden in de stedelijke woestijn. In Almere kenmerkt de crisis zich in een afnemende woning-productie, slagvaardigheid en communicatiestoornissen op het stadhuis. De stad zou met een volgende transformatie van een monofunctionele naar een gedifferentieerde stad moeten willen groeien. Een stad in al zijn facetten. Een stad waar meer gebeurt dan slechts prettig en goed wonen. Met veel meer aandacht voor de diversiteit in de stad.

Het hoger doel als leidraad voor de komende jaren
Intelligent besturen met een gezamenlijk hoger doel is bepalend voor toekomst van de nieuwe stad. Veranderen en vernieuwen naar Almere 3.0 kan enkel en alleen in het sociale systeem plaatsvinden, via een gezamenlijke hoger doel. Het stadsbestuur dient andere keuzes te maken. Om bepaalde zaken af te remmen en andere te bevorderen in het systeem van de stadsontwikkeling. Waar het op aan komt is ook vooral loslaten.
Moet je plat door blijven bouwen terwijl er een sociale en culturele achterstand is? Of is werkelijke reflectie of interventie mogelijk? Het cement in de integratiefase wordt gevormd door gemeenschappelijke zingeving. De Almeerse burger is niet meer volgend, zij is assertief en vol wilskracht, de nieuwstadse elite, de ondernemer, de ZP’er kunnen uitermate zelfstandig, zinvol, op het geheel gericht, handelen. Zij snappen allang wat de stad nodig heeft. Naast de technische en economische subsystemen die Almere in het verleden dreven wordt tijdens de reis naar volwassenwording van de nieuwe stad nu het sociale systeem ontwikkeld. Juist in tijden van crisis. Met een voor iedereen zichtbaar en beleefbaar hoger doel, waarin duidelijk kan worden gemaakt wat de bijdrage van de burger daarin kan zijn. Want mensen maken de stad. Een goede vraag is of het mogelijk is een ‘zoekende’ nieuwe stad via een hoger doel vorm te geven. De Almere principles geven richting, een visie en missie. Ze zijn echter nog de taal van de architect. Abstract en planmatig. Het rapport Social Cohesion in New Towns meldt: ‘No culture, no society. Culture is the spice of life. Culture as a tool for getting to know each other.’ De uitdaging in dit rapport is: ‘Getting newtown people acquainted with culture (both passively and actively) at the earliest possible age, working on a diversified small-scale cultural offering to get through to all sections of the population.’ Een doel kan bevoorbeeld zijn om Almere als creatieve stad te positioneren, daarmee nieuwe economie aan te trekken, haar hoger opgeleiden en haar middenklasse te behouden en haar culturele identiteit te vinden. Er hiervoor heb ik drie zaken geformuleerd:

1. Almere als duurzaam gebouwde jonge stad met aandacht voor blauw en groen (water en stadsparken)
2. Kleurrijk. Een stadsbazar: Intercultureel, divers en creatief
3. Komt dat zien, het wonder van de maakbare stad naar de stad die organisch verder zal moeten groeien

De Amerikaanse Hoogleraar Richard Florida heeft onderzocht wat een stad nodig heeft om te groeien naar een volwassen stad. Hij stelt dat een stad de 3 T’s moet bezitten. Deze T’s staan voor talent, tolerantie en technologie.
Het idee achter de 3 T’s is dat de één niet zonder de ander kan. Een stad zonder talent zal nooit een creatieve stad zijn en kan geen tolerantie bewaren. Een andere indicator voor een creatieve stad kan zijn de economische groei, het aantal creatieve bedrijven die in de stad gevestigd zijn. Florida’s onderzoek bracht naar voren dat bedrijven zich tegenwoordig daar vestigen waar het talent zit en niet meer andersom. En het talent had Pittsburgh – waar hij onderzoek deed – massaal de rug toegekeerd, omdat de stad verzuimd had een stedelijk klimaat te creëren dat aantrekkelijk was voor de creatieve klasse. “It’s not companies, but places that provide a pool of talent”, aldus Florida. De kern van stedelijke concurrentie ligt in een attractiestrategie van de juiste talenten. Met andere woorden: wie honing van topkwaliteit wil produceren, creëert eerst een veld waar duizend bloemen bloeien. Dan komen de bijen.

De creatieve stad beschikt over:

• een goed en breed aanbod van kunst en cultuur
• goed onderwijs en talent
• Cradle to Cradle-technologie, circulaire economie en de mogelijkheden om de stad verder te ontwikkelen naar een groene stad
• culturele ondernemers in een stad
• een goed vestigingsklimaat voor creatieven, middelgrote technische of anderzins maakbedrijven
• tenslotte een creatieve of innovatieve klasse op allerlei vlak; deze groep trekt grotere bedrijven aan

Tenslotte zijn kansen voor de komende jaren de broedplaatsen die her en der ontstaan, de Floriade 2022 en het International new town festival in 2018, om te vieren dat we een trotse stad zijn.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen

Ontboezeming: Ik ben een postmaterialist


Ik heb zojuist deelgenomen aan de Mentality-waardentest van Motivaction. Aan de hand van mijn antwoorden is bepaald welk waardenprofiel het best bij mij aansluit. En misschien ook wel welke politieke partij bij mij hoort.

Mijn profiel vertoont de meeste overeenkomsten met dat van de postmaterialist. De maatschappijkritische idealist die zichzelf wil ontplooien, zich verzet tegen sociaal onrecht en opkomt voor het milieu. Ik volg liever geen getreden paden zegt deze test, maar ga graag op zoek naar unieke oplossingen. Ik ben al jaren ‘groene’ ondernemer. Aangesloten bij MVO-Nederland. De drie P’s van People, Planet en Profit zitten al 25 jaar in mijn ondernemersgenen.

Solidariteit
Solidariteit en harmonie kenmerken mijn persoon, volgens Motivaction moet ik erbij zeggen. Ik schijn nogal kritisch te zijn ten opzichte van de hedendaagse maatschappij. Het streven naar een onderlinge verbondenheid, het nemen van verantwoordelijkheden en het werken aan sociaal-maatschappelijke verbeteringen, spelen een prominente rol in mijn leven en werk. Postmaterialisten als ik hechten er veel belang aan te kunnen leven volgens hun eigen principes en zijn sterk sociaal bewogen.

Duurzaam
Verantwoord leven is belangrijk: zonder verspilling, winstbejag en zonder aantasting van het milieu. Bij voorkeur werk ik met of bij instellingen of organisaties die een bijdrage leveren aan de maatschappelijk-economische vooruitgang of welzijn. Bij organisaties ben ik vooral bezig met de volgende stap in ontwikkelen.

Cultuur
Meer dan andere mensen toon ik interesse in kunst en cultuur (film, musea, toneel, architectuur, klassieke concerten), als in een meer ‘huiselijke’ vorm van vrijetijdsbesteding. Ik hou veel van lezen, muziek beoefenen en schrijven.

Sterk gezinsleven
Het gezinsleven is hecht (sterke onderlinge betrokkenheid), maar absoluut niet ingericht volgens traditionele patronen. Een open modern gezin met een positieve instelling en daadkracht.

En nu?
Ik heb deze test laten lezen door wat vrienden in mijn nabije kring. Ze vertelden me dat deze analyse tot op het ‘enge af’ waarheidsgetrouw is. Ik ben blijkbaar een open boek voor Motivaction in mijn directe omgeving. Ik leg me er bij neer. Ik ben een Post-Materialist …

Wikipedia zegt binnen het spectrum politieke stromingen en ideologiën het volgende over materialisten en post-materialisten:

In het dagelijks spraakgebruik heeft het begrip ‘materialisme’ een negatieve betekenis. Volgens Van Dale’s woordenboek is een materialist iemand ‘die alleen zijn geluk zoekt in laag genot’ of ‘die vooral gehecht is aan stoffelijke zaken’. In de politicologie kent het begrip ‘materialisme’ grofweg twee betekenissen. Ten eerste verwijst materialisme in de politieke theorie naar de leer dat het bewustzijn van mensen bepaald wordt door hun materiële omstandigheden (zie het ideologiebegrip van Marx, paragraaf 1). Ten tweede wordt materialisme als neutraal begrip gereserveerd voor die waarden, waarin een relatief groot gewicht wordt toegekend aan waarden als veiligheid en welvaart. Deze laatste betekenis staat centraal in de tegenstelling materialisme-postmaterialisme. Postmaterialisme verwijst dan naar waarden als zelfontplooiing, democratisering of milieubewustzijn. Postmaterialistische waarden worden nogal eens in verband gebracht met het begrip ‘links’, materialistische waarden met het begrip ‘rechts’. Toch dient een dergelijke vergelijking genuanceerd te worden. De traditionele ideologieën, zoals het conservatisme, het liberalisme, het socialisme, het calvinisme en het katholicisme, legden aanvankelijk allemáál sterk de nadruk op materiële waarden. De tegenwoordige liberale, socialistische en confessionele stromingen besteden allen aandacht aan postmaterialistische waarden. Het eerste moment waarop, de manier waarop en de mate waarin aandacht wordt besteed aan postmaterialistische waarden, verschilt echter per politieke stroming. Links besteedde eerder (vanaf halverwege de jaren zestig), met vaker niet-religieuze argumenten en in sterkere mate dan rechts aandacht aan postmaterialistische waarden. Naast de ‘verrechtsing’ van Nederland op economisch gebied, lijkt de al dan niet vermeende ‘verlinksing’ of het afnemende traditionalisme van Nederland op niet-economisch gebied in overeenstemming met onderzoek naar veranderingen in (post)materialistische waarden bij individuen. In de jaren tachtig stijgt het aantal materialisten binnen elke generatie. Maar in de jaren negentig blijkt het aantal materialisten te dalen en stijgt het aantal postmaterialisten.

Materialisten (nogmaals: in de neutrale, politicologische betekenis) stemmen relatief vaak op de VVD en de kleine rechtse partijen. Postmaterialisten geven hun stem vooral aan PvdA, D66 en GroenLinks. Niettemin blijken PvdA en D66 een aanzienlijk deel van de materialisten aan zich te binden. Het CDA is populairder onder materialisten dan onder gematigd materialisten. De partijkeus varieert dus nogal onder materialisten. Hetzelfde geldt voor postmaterialisten. Het onderscheid tussen materialisten en postmaterialisten betreft een nieuwe dimensie in de politiek die (nog) niet tot uitdrukking komt in de tegenstellingen tussen links en rechts of confessioneel en niet-confessioneel.

Categorieën
Almere2018 Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Cultuurbroedplaats zonder subsidie?


Ik ben trots op de stichting Cultuurspoor Nieuwland. Deze jonge stichting heeft het kunstlokaal, een ongebruikte wachtruimte onder het kale station Almere Muziekwijk, de afgelopen jaren omgetoverd tot een plek waar kinderen en volwassenen elkaar ontmoeten. Waar van alles gebeurt. Het is opgezet zonder subsidie van de gemeente. Door vrijwilligers uit de stad, de NS en Prorail. Hoe krijg je dat nu voor elkaar?

Aan de hand van de Almere principes destilleer ik het volgende.

De 7 stadscultuur principes van Almere

Principe 1 is dat je de culturele diversiteit in je stad moet koesteren. Er zijn zoveel vormen dat je het niet moet laten bij een vorm alleen. In het lokaal waren exposities met kunst van mensen met een beperking, maar ook kunst van studenten van fotoschool Statief en de Leerlingen van het Meesterwerk. Cultuur is overal te vinden. In alle lagen van de bevolking.

Principe 2 gaat over een krachtige identiteit. Een sterke identiteit of thema houdt de stad bij elkaar. Het thema van een tentoonstelling in deze veel bezochte ruimte was ‘Almere de mooiste stad van Nederland’ en een fototentoonstelling van 40 inwoners uit Almere uit 40 landen. Van Duitsland tot Ghana, van Estland tot China, van Egypte tot Argentinië.

Principe 3 is dat je in de gebouwde stad cultuur integreert. Om de verbondenheid met je omgeving te tonen. Het kunstlokaal is een fantastische uiting om aan te tonen dat cultuur en culturele ontmoetingen zomaar ergens kunnen ontstaan. Dat hoeft niet in een megalomaan nieuw gebouw. Laat cultuur als onkruid doorlopen naar verrassende plekken, onderin de benedenwereld van het stadshart. Of hier dus. Onderin een stationsgebouw. Een voorheen functieloze plek na opheffing van de NS-loketfunctie.

Principe 4 is dat het flexibel kan. Zonder vrijwilligers en de inzet van de vele vrijwilligers lukte het niet. En zonder bereidwillige sponsors als de NS en Prorail kom je er ook niet. Flexibiliteit en creativiteit ontstaan in de broedplaatsen van de stad. En dit kunstlokaal is er een van. Voor de NS ook een winpunt. Er is absoluut minder vandalisme en reizigers geven een flinke voldoende voor de verbeteringen. Buurtbewoners zijn trots op hun gezamenlijke prestatie.

Principe 5. Blijf innoveren. Je ziet dat verrassende inititatieve als dit kunstlokaal meer functionaliteit toe te voegen aan de stad en de wijk. Cultuur is niet slechts een balletvoorstelling met een strik eromheen. Cultuur zit in alle voegen en gaten van de stad.

Principe 6. Geloof in de duurzaamheid van de stedelijke cultuur die nu aan het ontstaan is. Van wieg tot wieg. Cradle to Cradle. Het hergebruik van het NS-Loket en het upgraden, up-cyclen tot expositieruimte is een van de mooiste voorbeelden van dit principe.

Principe 7 is het mooiste principe. Dat zijn de mensen zelf. Alle vrijwilligers van het KunstLokaal, de partners van de vereniging Almere2018, NS en Prorail faciliteren. Mensen maken de culturele identiteit van de stad. Juist in een nieuwe stad als Almere. Ik ben trots op iedereen die dit voor elkaar heeft gekregen.

Dank je wel

Marcel Kolder (programmaraad Cultuurspoor Nieuwland).

Voor meer informatie http://www.cultuurspoornieuwland.nl

We ontdekten een quote van wethouder Duijvestijn in het gastenboek: ‘Fantastisch hoe je met creatief ondernemerschap, vrijwilligers in de wijk dit soort initiatieven starten, chapeau’.

Categorieën
Almere2018 Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief veranderprocessen

Het doek is gevallen voor Almere 2018


Het doek is gevallen voor Almere 2018, het burgerinitiatief dat er naar streefde Almere de Culturele Hoofdstad van Europa in 2018 te maken.

De EU-commissie heeft het verzoek om een burgerinitiatief de aanmelding voor Culturele Hoofdstad te doen, afgewezen. Ook heeft de gemeente Almere zich enkele weken geleden geschaard achter het plan om Utrecht Europese Culturele Hoofdstad in 2018 te maken.
Bijna tegelijkertijd werd bekend dat Almere zich sterk wil maken om de Floriade in 2022 naar Almere te halen. Amsterdam, Utrecht en de provincie Flevoland steunt de kandidatuur van Almere voor de Floriade.

Het burgerinitiatief Almere 2018 kreeg later ook een negatief antwoord op de vraag of een burgerinitiatief de aanmelding voor Europese Culturele Hoofdstad zou mogen behandelen. De gemeente Almere moet zelf aanmelden, maar heeft een vorig jaar al besloten zich niet aan te melden. En met dit antwoord en deze omstandigheden is het burgerinitiatief Almere 2018 nu definitief verleden tijd.

Almere 2018 zal nog beslissen of de Vereniging Almere 2018 zal worden opgeheven of doorgaan met andere doelstellingen.

Zelf zal ik samen met vrienden, zakenpartners en Europese culturele verbindingen verder gaan met de ontwikkeling van de culturele economie van de stad Almere. Een aantal goede ontwikkelingen hebben plaatsgevonden. Het besef bij de Almeerse politiek en burgers dat Almere toe is aan een volgende stap is helder. In het Rijksoverleg Rraam, het vehikel dat de schaalsprong van Almere bestudeert, is sinds kort de cultuursprong ofwel Cultuur 2.0 opgenomen in de middelkorte termijndoelstellingen. Programmadirecteur Michiel Ruis neemt het gedachtegoed van Almere 2018 mee in de planvorming van de nieuwe stad. Tevens wordt door een team van enthousiaste organisaties het International New Town Festival Almere georganiseerd. De eerste editie is geplanned voor 2013. Met dit International New Town hebben we welhaast dezelfde doelstellingen. Een verrijking van de culturele economie en aantrekkelijkheid van de stad Almere. Het festival biedt een internationaal platform voor New Towns in Europa. Deze steden hebben dezelfde uitdaging als Almere. Het festivalteam heeft afgelopen vrijdag de handen ineen geslagen met verschillende steden uit Nederland. Momenteel is er overleg met het International New Town Institute om een onderzoek te doen naar culturele aanjagers – wat wel en niet werkt op dit terrein in New Towns – in de wereld.

Categorieën
Almere2018 Cultuurkantelen Nieuwe Rijkdom Positief

Canto Ostinato Estafette op vier vleugels met 16 pianisten


Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het Genootschap van Nederlandse Componisten vindt in het centrum van Almere op zondagmiddag 27 november een unieke uitvoering plaats van het Canto Ostinato van Simeon ten Holt. Zestien pianisten zullen dit muziekstuk spelen op vier vleugels voor liefhebbers en winkelend publiek. Dit gratis inloopconcert wordt uitgevoerd in Selexyz Scheltema. De grootste boekhandel van Almere.

Feestjaar Nederlandse Componisten
Overal in Nederland vinden er ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het Genootschap van Nederlandse Componisten concerten plaats. Almere levert een bijdrage met het poëtische Canto Ostinato van Simeon ten Holt. Het Canto Ostinato is door Ten Holt (1923) voor het eerst uitgevoerd in 1979. Hij vergelijkt zijn muziekstuk met het leven: Een romantische harmonie waar binnen de regels van oorzaak en gevolg gelden. Het stuk zelf verandert steeds van toonsoort. Van heel rustig naar emotioneel en altijd intrigerend.

Estafette door 16 pianisten
Het Canto Ostinato wordt gespeeld door zestien pianisten. Zij nemen het estafettestokje van elkaar over onder regie van Gerard Bouwhuis. Deze kleurrijke compositie krijgt door de uitvoering met vier vleugels en 16 pianisten een extra dimensie. Om 13.00 uur vindt het startschot plaats. Het doel is niet alleen dat er zoveel mogelijk pianisten dit muziekstuk ten uitvoer brengen, maar ook dat zij dit zo lang mogelijk spelen. Canto Ostinato leent zich door zijn gevarieerdheid bij uitstek om enkele uren te spelen, terwijl de schittering en spanning blijven bestaan.

De uitvoering vindt plaats in boekwinkel Selexys Scheltema op zondagmiddag 27 november a.s. in het stadshart van Almere. De boekhandel ligt op de parterre van de V&D aan Corridor 6.

P.S. dat mooie logo is van mijn hand 😉

Categorieën
Almere2018 Cultuurkantelen Positief Toekomstkantelen

Topschrijvers en bezoekers enthousiast over Literatuurfestival Almere


Foto: Merlijn Doomernik

Twintig bekende Nederlandse schrijvers spraken gisteren in Almere met bezoekers over hun werk en het schrijfproces. De kleinschalige setting van het nieuwe festival SchrijversBlock sprak de bezoekers enorm aan. Samen met Conny Brak mocht ik dit festival bedenken en organiseren. Zonder gemeentelijke subsidie. Ook dat kan.

Ruim tweehonderd mensen bezochten afgelopen zondag het festival. In twintig verschillende huizen rondom het Almeerse Weerwater traden onder andere Kader Abdulah, Joost Zwagerman, Ronald Giphart, Rasha Peper, Vonne van der Meer, Loes den Hollander, Christiaan Weijts, Stephan Sanders en Marja Pruis op.

Schrijver Kader Abdulah over het festival: ‘Het is goed om op deze wijze een literaire verbinding met de jonge mooie stad te creëren. Ik was blij verrast met de volle huiskamers’. Christiaans Weijts en Loes Hollander waren vooral enthousiast over de stad: ‘Hier gebeuren nieuwe dingen. Het waren mooie gesprekken vanmiddag in die spraakmakende huizen rondom dat grote stadswater.’

Bezoekers waren enthousiast, ze konden letterlijk in gesprek met hun favoriete schrijver. Een bezoeker: ‘Het voelde als een cadeautje, naar drie schrijvers kunnen, luisteren naar nieuw werk en genieten van een heerlijk kopje koffie met speculaas.’ Een andere bezoeker: ‘Het was een geweldige middag. Goed om te weten hoe een schrijfproces werkt en waar de schrijver zijn inspiratie vandaan haalt. En ook erg leuk dat overal een architectuurgids lag met informatie over de woningen waar dit allemaal plaatsvond.’

De andere schrijvers en gastgezinnen konden tijdens een ‘afterparty’ in de Nieuwe Bibliotheek met elkaar napraten. Na het succes van dit jaar hoopt ik dat SchrijversBlock volgend jaar opnieuw aan mijn keukentafel wordt georganiseerd. Ik was hiermee niet het enige gastgezin dat enthousiast was over de opkomst.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

De nieuwe apartheid in Nederland


In Nederland ontstaat een nieuwe vorm van apartheid. Apartheid is het Afrikaner woord voor “isolement”. Apartheid is een term die in gebruik kwam in de crisisjaren ‘30 en betekende het politieke beleid in het kader waarvan groepen kansarmen werden onderworpen aan gescheiden ontwikkeling.

In het toenmalige Zuid-Afrika hadden blanken meer rechten dan zwarten. In het Nederland van nu gaan groepen kansarmen dezelfde ontwikkeling tegemoet. Er ontstaat een enorme kloof tussen de ‘rendabelen’ en ‘onrendabelen’ in ons land. Kijk bijvoorbeeld naar de gevolgen voor chronisch gehandicapten en wajongers door de extreme bezuinigingen op deze doelgroep. De afbraak van het zorgstelsel en de stapeling van bezuiningsmaatregelen veroorzaken dat deze mensen langzaam uit het zicht van de maatschappij verdwijnen en verpieteren achter de geraniums. Vaak jonge mensen met veel mogelijkheden om als volwaardig lid van de maatschappij in dezelfde maatschappij te participeren. Door de afschaffing van het persoongebonden budget, de bezuinigingen op de sociale werkplaatsen, de afschaffing van de Wajong, de halvering op de tegemoetkoming in medische kosten en de bezuinigingen op het passend onderwijs zullen grote groepen jongeren en ouderen hun kansen op de arbeidsmarkt sterk zien verminderen en daardoor kansloos en onrendabel worden. Chronisch zieke mensen, gehandicapten waar vroeger hard voor is gestreden in Nederland door mensen die het land na de oorlog weer hebben opgebouwd. Zij waren trots op het eerlijke sociale stelsel. Trots op hoe dit land vormgegeven werd door solidariteit van hun bevolking. Onderdeel van de Nederlandse international identiteit. Een stevig sociaal stelsel en hoog welzijnsniveau kenmerkten de laatste 50 jaar. De halve wereld kwam kijken hoe die ‘Dutch’ hun zorgstelsel geregeld hadden. Die vrijheid, zelfstandigheid en onafhankelijkheid worden met de ‘apartsheidsplannen’ van dit kabinet ernstig bedreigd.


Er is een morele crisis in Nederland
In Zuid-Afrika werd het systeem van isolement versterkt door een reeks wetten, gesterkt door de crisis waar de wereld zich in bevond. Nederland bevindt zich ook in een crisis, maar het lijkt vooral een morele crisis. In het Afrika van toen werden sociale contacten tussen rassen verboden. Hier wordt men door de maatregelen van het kabinet gedwongen thuis te zitten of naar de bossen terug te gaan. Naar de instituten, ver weg van de maatschappij. Apartheid in een nieuwe vorm, apartheid als isoleermiddel. Een vorm die niet zo opvalt als je gezond bent en een baan hebt. Maar keihard aankomt bij de mensen die geslachtofferd worden door het huidig kabinet. Door de bezuiniging ontstaat, vergelijkbaar met het Afrika van toen, een scheiding van publieke voorzieningen en scheiding van onderwijsnormen. Toen met rasspecifieke functiecategorieën en een afremming van niet blanke participatie in de maatschappij. Nu met functiespecifieke categoriën en participatie door enkel de gezonde rendabeler mensen in onze maatschappij.
De andere parallel met Afrika is dat hoewel de uitvoering en handhaving van de apartheid werd vergezeld door een enorme onderdrukking van de oppositie door rechtse partijen en populisten, er een voortdurende verzet tegen de apartheid in Zuid-Afrika bestond. Apartheid is veroordeeld door de Internationale gemeenschap.
Na jaren van apartheid zijn mensen met een handicap onderdeel van onze maatschappij geworden. Deze gelijke kansen worden nu bedreigd door kabinet Rutte met de voorgenomen bezuinigingen op bijna alle zorgsectoren die gehandicapten, jongeren en ouderen treffen. Het verzet uit de bevolking, de belangenorganisatie en de oppositie is groot. Groter dan ooit. Maar ze wordt niet gehoord. Of misschien wel gehoord, maar er wordt niet naar geluisterd. En dat lijkt een grotere crisis dan de financiële crisis waar we inzitten.

Vrijheid van keuze
Ik hoop werkelijk dat in het Nederland van nu het moreel besef groeit om de maatregelen terug te draaien die er voor zorgen dat Nederland niet de geschiedenis ingaat als land waar een nieuwe vorm van apartheid is ontstaan, maar waar Nederland gidsland kan blijven als het gaat over vrijheid van keuze als het gaat over de eigen regie over leven en zorg. Waar het gaat om solidariteit en respect voor elkaar.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Geeft ons land zijn burgers een gevoel van geborgenheid?


Nederland kent een waarden top tien. Een aantal jaar geleden (2006) gehouden onder een representatief deel van onze bevolking. Deze waarden geven aan wat de Nederlander als goed beschouwt. De mores van het land als het ware. Misschien ook wel een belangrijk onderdeel van de Nederlandse identiteit.

Een waarde is een diepgeworteld vertrouwen die aangeeft hoe je wil dat men zich in ons land naar elkaar gedraagt. Deze waarden horen ook herkenbaar te zijn in de leiderschapsstijl van politici en topondernemers. De boegbeelden van ons land. De waarden staat voor de ethische beginselen en mores van ons land. Een opsomming.

De waarden top 10 van de Nederlandse burger

1. Veiligheid, gevoel van geborgenheid.
2. Fatsoen, netjes met elkaar omgaan.
3. Gelijkwaardigheid, gelijke behandeling in diversiteit.
4. Vrije meningsuiting, geen ‘censuur’.
5. Tolerantie, ruimte geven aan de ander.
6. Solidariteit, actief bijdragen aan elkaars welbevinden.
7. Zelfbeschikking, werk en leven zonder inmenging.
8. Respect voor ‘people and planet’, maatschappelijk ondernemen.
9. Vrijheid van religie.
10.Vaderlandsliefde, trots op de prestaties van Nederland.

Wat opvalt is dat we vooral zachte waarden hebben in ons polderland. Die zachte waarden hebben we in de vorige eeuw opgebouwd. Daar mogen we trots op zijn. Nederland is een ‘praatland’ en sluit beter aan bij Scandinavië en Duitsland dan bij de Angelsaksische landen als Groot- Brittannië en de Verenigde Staten. Dat zijn duidelijk meer ‘vechtlanden’. Dat merk je ook aan het leger. Ons leger nam in Afghanistan een totaal andere rol (opbouwen) dan de Engelsen en Amerikanen. De cultuur in Nederland is gebaseerd op feminiene waarden en normen. Dat zie je aan de top 10.

Feminien land?
De vraag ligt nu. Blijft dit zo. Blijft Nederland dat feminiene fijne land waar we alles in dialoog met elkaar blijven oplossen. Een fatsoenlijk land. Een land waar iedereen gelijkwaardig is. Zelfbeschikkingsrecht en eigen regie heeft over onderwijs, zorg en leven. Waar mensen nog solidair zijn en respect hebben voor elkaar. Actief bijdragen aan elkaars welbevinden. Een sociaal en liberaal land zijn. Waar we geen jonge Angolezen uitzetten die volledig geïntegreerd zijn. Een land op trots op te zijn.

Wordt Nederland vechtland?
Ik vraag me dat af? Is dat nog wel zo. Kijk ik door een verkeerde bril? De theorie over identiteiten, waarden en normen vertelt ons dat deze niet snel veranderen. De praktijk toont anders. Ik zie Nederland in rap tempo veranderen in een masculien land. En dat stemt me niet blij. Wat overblijft is wat ik boven schets. Een vechtland met dito leiders in het bedrijfsleven en de politiek. Ik wil dat niet en wens ik ons land ook niet toe. Of zie ik dit verkeerd? Uw reactie kunt u hier kwijt.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

The dutch crisis: An inconvenient truth


Nederland krijgt een slechtnieuwsgesprek van formaat te verwerken. Wat me opvalt is dat de negatieve informatie in de voorlichtingscampagnes van het huidige kabinet de attitudeverandering van de Nederlandse burger meer stimuleert dan de positieve informatie. Het Kabinet weet namelijk heel goed dat negatieve informatie – we noemen dat verliesframing – bij boodschappen die moeten overtuigen beter werken. ‘Het zuur’ helpt bij verandering.

Mensen geloven in het goede
Mensen hebben van nature een aversie tegen verlies, nemen liever hun winst nu en stellen verlies uit. Omdat veel bezuinigingsmaatregelen van kabinet of gemeente pas na 2014 plaatsvinden maken veel mensen zich nog weinig zorgen. Psychologen kennen al veel langer het bestaan van de positivity bias. Mensen verwachten in overweldigende mate dat er goede dingen in hun leven plaats hebben in sterke tegenstelling tot neutrale of negatieve zaken. Dat verklaart het succes van feel good movies. Waar de meeste mensen een wereld construeren waar slechts positieve zaken plaatsvinden, zal negatieve informatie eerder opvallen en botsen met hun primaire verwachtingen en zal zorgen voor ontkenning en verwarring. Ook wel de shock doctrine genoemd. Negatieve informatie is vaak hoog informatief en complex – zie Al Gore’s film uit de titel van dit stuk. Daardoor krijgt het extra gewicht in het besluitvormingsproces in de debatten erover. Voor de spindoctors van het huidige kabinet is verliesframing de toegepaste methode om de harde bezuinigingen in te voeren.

Niet zolang geleden is verliesframing gebruikt het bij de berichtgeving van TNT-post naar hun postbodes en andere medewerkers, omdat er 11.000 banen moesten verdwijnen. Door de boze buitenwereld, de concurrentie van Select Mail en Sandd. Maar, stelt TNT, door gezamenlijk wat salaris en andere emolumenten in te leveren, kunnen de ontslagen wellicht met een paar duizend werknemers worden verminderd. Vergelijkbaar met wat het Nederlandse leger nu overkomt. Verliesframing dus. Hoe dan ook krijgt Nederland nu een slechtnieuwsgesprek van formaat te verwerken. En elke burger krijgt er last van. Met dat verschil dat de zwakkeren en zieken procentueel veel meer moeten inleveren dan de sterke schouders.

Negativiteitsvertekening
Indrukken die zijn gevormd door negatieve formuleringen of een negatieve context blijken dus veel sterker dan op basis van positieve termen. Dat is de reden dat dit huidige Kabinet zo hard en onmenselijk optreedt. Naar asielzoekers als Mauro. Want pas op. Als Mauro mag blijven dan stroomt Nederland vol met immigranten en gelukszoekers uit Angola. Deze negativiteitsvertekening is de basis van verliesframing. De succesvolle techniek. Het gedrag van de burger wordt dus beïnvloed door de manier waarop iets wordt neergezet. Een voorbeeld: Vergelijk het met het kopen bij de slager. Een consument koopt liever een bieflapje dat voor 75 procent mager is dan eentje dat 25 procent vet bevat. Zo kun je spelen met boodschappen zonder de waarheid geweld aan te doen. De inhoud van de boodschap blijft dezelfde. Wordt bijvoorbeeld gesproken over het aantal overlevenden van een ramp, dan wordt dat als minder bedreigend gezien dan het aantal sterfgevallen door verdrinking bij diezelfde ramp. Bij de PGB-bezuinigingen die momenteel plaatsvinden wordt gesteld dat er veel gefraudeerd wordt. Men focust op het slechte. Het boze. Je krijgt eerder medestanders en klagers mee. Ontevreden volk. Maar als je het omdraait zou je ook kunnen zeggen dat 99 procent niet fraudeert. Dat klinkt anders. Bewust wordt dat niet gedaan om de grote massa te laten denken dat de verandering goed is.

Het is niet netjes
Al Gore’s film ‘An inconvenient truth’ ondersteunt onbedoeld de verliesframingstrategie die waterschap De Brabantse Delta in 2005 koos voor zijn externe communicatie. Op hun site staat onder het subkopje ‘De rekening’ de volgende tekst: ‘Als inwoner van of ondernemer in West-Brabant heeft u belang bij het werk van waterschap Brabantse Delta. U betaalt jaarlijks mee aan de kosten die het waterschap maakt, via de waterschapsbelasting. Met dit geld werkt het waterschap aan het voorkomen van overstroming, vervuiling, verdroging en uitsterven in West-Brabant.

De regering doet hetzelfde. En dat is niet netjes. Want je gebruikt communicatietechniek om je zin door te drijven. De burger betaalt nu de rekening om te voorkomen dat Griekenland failliet gaat. Om te voorkomen dat de tolerantie in Nederland verdwijnt. Om te voorkomen dat zorg onbetaalbaar wordt. Om te voorkomen dat … En dat, juist dat stemt me erg triest.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

De shock-doctrine van het kabinet. Is er wel respect voor het land, het milieu en ons?


Ik zie een nieuwe vorm van respectloosheid van het nieuwe kabinet naar burgers. De regering is momenteel hard met ‘zure’ bezuinigingen naar de zwakkeren in onze samenleving. Bijvoorbeeld als het gaat om waarom het Persoongebonden Budget (PGB) moet worden afgeschaft. Met drogredeneringen als: ‘We kunnen het niet meer met zijn allen opbrengen’ of bijvoorbeeld ‘de samenleving is de kosten van onze verzorgingsstaat zat’. Dit is het constante staccato van dit kabinet. Er worden zelfs gemeenplaatsen gebruikt als profiteurs en fraudeurs om hun standpunten rondom het afschaffen van de PGB over de bühne te brengen. Maar niet alleen dat. Het is de combinatie met het ‘zoet’ voor de rijksten dat pijn doet. De duurste benzineslurpers als de Audi quattro of Range Rover worden onder dit kabinet bijna 40.000 tot 50.000 euro goedkoper, en je mag er nog harder mee rijden, met die 6 cilinders, zelfs 134 km per uur. De kleine groene auto’s worden duurder. Griekenland wordt gered en de snelwegen worden verbreed. Maar de Wajongers worden gepakt. De sociale werkplaatsen overbodig. Het passend onderwijs voor gehandicapten, daar kan flink het mes in. Dat verkoop je toch niet meer aan je volk. De kloof tussen burger en kabinet wordt groter en groter. De schok is te groot.

Respect
Als we het woord respect bekijken heeft dit heeft alles te maken met de manier waarop je naar de ander kijkt. Het woord respect komt in veel talen voor en betekent letterlijk “omkijken naar” maar wordt meestal vertaald met “eerbiedigen” of, wat zwakker uitgedrukt, “iemand in zijn waarde laten”. Respect kun je definiëren als het spanningsveld tussen betrokken zijn (“liefde”) en de juiste afstand houden (“vrijheid”). Een liberaal begrip. Een sociaal liberaal begrip. Tevens is dat voor het kabinet meen ik een complex begrip. Ik leg het voor Mark Rutte en zijn collega graag nog eens uit. Respect voor de samenleving zou moeten leiden tot een gezonde balans, die het resultaat is van gelijke tegenkrachten: liefde en vrijheid. Binden en loslaten.

De boksring in de tweede kamer
Als toeschouwer van het handelen van huidig kabinet zie ik ik een soort boksring. Premier en staatsecretaris zetten de hakken in het zand. De oppositie zit klaar. Er wordt met woorden gemept. Met argumenten geslagen, met drogredenen en non-argumenten gebokst. Dit is exemplarisch voor veel debatten momenteel. Echter via de boksring werkt het in ieder geval niet. De dialoog lijkt beter. Op de een of andere manier is de burger geleerd om te zwijgen als het over beleidsvorming gaat, om afstand te bewaren. Aan sommigen van ons werd nooit gevraagd onze ideeën en meningen te uiten. Op school en tijdens ons volwassen leven hebben we geleerd stil te zijn, opdat anderen ons kunnen vertellen wat we moeten denken. Door deze ervaringen zijn we gaan aarzelen het woord te nemen en zijn we soms bang voor elkaar geworden. Veel mensen verlangen ernaar opnieuw met elkaar in gesprek te raken. Ook met de regering. Maar die geeft niet thuis. We verlangen vurig naar een kans om te spreken. Om mee te denken. We snappen best dat er bezuinigd moet worden. Maar laten we er samen over praten. Ik schreef vorige week een brief naar VVD-Tweede-Kamerlid Tamara Venrooy om met haar in dialoog te komen. Over andere oplossingen voor het PGB. Ik kreeg het partijstandpunt van de VVD als standaard antwoord. Een afspraak is er niet van gekomen.

Het is een geweldige ‘Shock’
In het boek ‘Shock Doctrine’ van Naomi Klein wordt verteld dat een crisis vaakt misbruikt wordt voor verandering. Ze noemt de val van de Berlijnse Muur, de orkaan die New Orleans onder water zette, de omslag in Zuid-Afrika als voorbeelden. Ze stelt dat in een crisissituatie de veranderingsbereidheid bij de bevolking het grootst is. In de vele voorbeelden die Klein noemt is dat veelal ten nadele van de bevolking, en wordt met succes een rechtse kapitalistische structuur ingevoerd. Door dit boek snap ik meer de beweegredenen van dit kabinet en hoe het rampenkapitalisme blijkbaar werkt.

Mag ik een oplossing aandragen?
In deze tijd van crisis is het toverwoord ‘vertrouwen’. Vreemd dat dat inzicht er blijkbaar nog niet is bij dit kabinet. En ik hoop dat het kabinet de komende debatten over bijvoorbeeld het PGB, passend onderwijs en de wajong, en vooral naar het waarom van de regelingen, tot inzicht komt en dat er weer balans kan worden aangebracht in de manier waarop we met elkaar om gaan. Vertrouwen is gebaseerd op integriteit, op het feit dat je van binnen uit weet wat goed en niet goed is. Bezuinigen op de zwakkeren is niet goed. Uiteindelijk ben je zelf verantwoordelijk hoe je met je zelf, anderen en de wereld om gaat. ‘There is enough for everybody’s need, not enough for everybody’s greed’ zei Gandhi. De crisis biedt kansen. Kansen op herstel van het zoeken naar wat goed is en wat fout. Van zoeken naar grenzen en nieuwe wegen, gebaseerd op wederzijds respect en vertrouwen, in dialoog met voorstanders van verschillende visies en belangen. Vertrouwen komt echter niet zo maar, het is het gevolg van een proces dat zichtbaar dient te zijn. Vertrouwen volgt vanuit betrouwbaarheid. En betrouwbaarheid is het gevolg van de mate van consistentie in je afspraken en handelingen, dus in je gedrag. Dat betekent niet meer zo maar iets beloven over nimmer en nooit meer het PGB afschaffen en dat een half jaar later wel willen doen. Het goede nieuws is dat als vertrouwen toeneemt, de snelheid van samenwerking en de kosten van controle afnemen (en bureaucratie). Wie van rechts, midden of links toont het leiderschap dat voor deze verandering nodig is?

Naschrift
Mijn werk en vrijwilligerswerk gaat vaak over het bereiken van een ‘next level’. Heel vaak voor zorginstellingen, speciaal onderwijs en culturele instellingen. Opvallend genoeg zijn dit ook de ondergeschoven kindjes van dit kabinet. Zorg voor mensen met een uitdaging, passend onderwijs en onze cultuur past bij een hoog zelfbesef, inzicht, ontplooiing en beschaving. Ik merk dat we die zo belangrijke stukjes beschaving kwijtraken. Veel gehandicapten raken door het afschaffen van hun PGB hun eigen regie over zorg en daarmee ‘zelfrespect’ kwijt, evenals hun ontplooiingskansen (Maslov). De bezuiniging op sociale werkplaatsen en passend onderwijs vergroot de kloof nog meer. Ik maak me echt zorgen om Nederland.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen Zorgkantelen

Voluit leven


Kun je geluk leren? Ik weet het niet. Is het mogelijk om weer terug te keren naar je ‘kindzijn’ om veel aangeleerde vooroordelen te kunnen loslaten. Geen ‘dat kan niet’-gedrag, maar juist: ‘leuk, we gaan het gewoon doen’-gedrag. Zou dat mogelijk zijn? Zomaar voluit leven?

Ik kijk af en toe naar de dingen vanuit de ogen van mijn kinderen, mijn dochter, mijn zoon. Zo ontdek ik elke dag weer nieuwe mogelijkheden. Kinderen, ook de onze, voelen zich vrij. De hoofdtoon van hun bestaan is – ondanks de handicaps – intens genieten van het leven. Ze beleven plezier aan het leren, hebben deugd aan elkaar en aan de dingen die ze zomaar ontdekken. Ze stralen vitaliteit en tegelijk ontspanning en innerlijke rust uit. Ze stellen zich open en ontvankelijk op voor alles wat op hen afkomt. Ze zijn spontaan en durven, misschien wel het allerbelangrijkst, zichzelf te zijn. Hun geluksgevoel is verbonden met zelfvertrouwen, een goed zelfwaardegevoel, weerbaarheid.

Volfunctioneren
Wat leer ik ervan? Ik denk simpel genieten van alles wat je meemaakt, wat je doet en je leven niet laten (af)leiden door critici. Ik weet bijna zeker dat er nog nooit een standbeeld is opgericht voor een criticus. Leef je leven alsof je kind bent. Zo ontstaan er nieuwe kansen.

Mijn kinderen zijn daarin mijn minihelden. Beiden met grote uitdagingen voor zich. Mijn dochter Mayim, gehandicapt en 12 jaar, probeert nu al een maand met haar spastische handjes het liedje ‘Vader Jacob’ op haar tweedehandse ‘grotemensenpiano’ te spelen. Met haar wilskracht gaat dat lukken. Mijn zoon Machiel, net 15, werkt heel hard om ondanks zijn migraineaanvallen, naar Havo 4 te gaan. Een zoon die echt geïnteresseerd is in hoe mensen denken. Zich ook dubbel en dwars inzet voor zijn gehandicapte zusje. Niet tegen onrecht kan en voor iedereen opkomt. Een ‘Mandela’ in de dop is (zegt de trotse vader met overdrijving). Twee minihelden dus.

De derde held
Mijn vrouw, onderneemster, met een bedrijf dat in een heel moeilijke niche-market zit. Gehandicapten aan een echte baan helpt. Mensen met problemen ondersteunt. Heel veel op haar bordje schept. Met plezier. Zij is mijn derde held. Haar droom heeft in geld meer gekost dan het oplevert. Maar als je geld weg denkt heeft het een nieuwe wereld opgeleverd. Niet met geld te betalen. Mijn helden. Geen opgeklopt schuim. Wel een beetje heroïek, maar met een menselijke maat. Gewoon met zijn allen bezig om deze wereld een stukje mooier te maken.