Corporaat opschudder dus


vullingen-van-hoofdkussens

‘Ik ken je vooral als hulptroeper en ideeënman’, zei een buurtgenoot gisteravond tegen me toen ik de hond uitliet. Fijn, zo een imago. De stortvloed aan ideeën die ik genereer voor mijn klanten, projecten van anderen, voor mijn gezin (pap, hou nou eens op met die ongein), op mijn werk (Marcel, kom op, daar hebben we geen genoeg tijd voor), in een stroom die ook nooit schijnt op te drogen, ja, dat ben ik dus. Eureka-ervaringen creëren en dwarrelende denkbeelden vangen.

Het is een heel prettig mankement aan mijn persoonlijkheid. Opschudden, kantelen, inspireren, aanpakken, samen hemelbestormen, en het stuk vervullen tussen droom en daad, dat ligt me wel. Maar zijn niet enkel mijn eigen ideeën. Vaak help ik juist de ideeën van anderen verrijken. Aard van het beestje. Een soort van instant incubator. Een snelkookpan, een corporaat opschudder. Hoe ik dat doe? Ligt het aan mijn voelsprieten, mijn brede lurven of is het simpelweg subliminaal gestuurd? Is het misschien een prettige ziekte? Heb ik mijn kind-zijn nooit verlaten of pak ik gewoon de vonken uit de wereld en verzamel leuke fijne nieuwsgierige mensen om me heen. Ik ben er nog niet achter.

Okay. Vaak schuren mijn aanvullingen of ideeën met de mainstream. Kun je de helft weer weggooien. Maar ja, zeg zelf, mainstream is zo ontzettend mainstream. En de wereld is zoveel mooier te maken. Ik creëer met zoveel liefde keerpunten voor bedrijven, organisaties, en voor mijn buurtgenoten. En het maakt niet uit vanuit welke rol, als de woorden ‘mens’, ‘duurzaam’, ‘groei’ en ‘samen’ maar in het script staan. Gebruik me als verteller, maker, verbinder of bedenker. One size fits all. De eeuwige rode draad in mijn leven. En ik besef me nu dat ik dat al 50 jaar doe. Vanaf de kleuterschool eigenlijk, maar dat is dat andere verhaal.

Maar natuurlijk gaat het niet enkel over mijn ideeën. Ik help juist de ideeën van anderen verrijken. Dan heb ik de rol van ‘Verzamelaar van wonderlijke ideeën’.

Er is geen links of rechts volgens mijn dochter


mayimkitten

Onze dochter Mayim heeft cerebrale parese, of eigenlijk iets wat er op lijkt, ze heeft namelijk corticale dysplasie – even uitleggen – niet alle hersencellen van haar cortex zitten op de juiste plek. De routebeschrijving bij haar reis van ei-cellige naar embryo ontbreekt. Die dingen schijnen standaard in je DNA te zitten zag ze laatst op Discovery. En ja, door die verdwaalde cellen heeft ze wat handicaps.

Dat betekent voor Mayim dat ze geen links of rechts kent. Gevaarlijk in het verkeer? Nee, dat niet, alles valt te automatiseren. Rechts heeft meestal voorrang, en soms links ook, op haar elektrische rolstoel zit een sticker met een rode en groene pijl. En links voorrang? Dat is in Engeland, Australië, Zuid-Afrika en Japan.

Voor mijn dochter bestaat er naar mijn weten ook geen links of rechts in de politiek. Mayim snapt sowieso niet waar de politiek echt over gaat als ze naar het journaal kijkt. Niet omdat het te moeilijk is, maar gewoon omdat ze niet snapt waar politici zich, naar elkaar toe, druk over maken. Oplossingen voor problemen zijn in haar ogen simpel.

Als iemand geen eten heeft of geen huis om in te wonen dan geef je diegene toch te eten en een bed om in te slapen. Als diegene dan graag voor je wil werken, dan vraag je toch aan hem om voor je te werken (ik ben ondernemer, dat snapt ze heel goed). Ze heeft ook vaak de prachtigste oplossingen voor uitdagingen waar volwassenen niet uitkomen. Als er een aardbeving ontstaat door het laten leeglopen van de gasbel, dan pomp je de bel toch gewoon weer op – ik vraag me af of dat zou kunnen.

Die blonde meneer die zo een raar mondje heeft.

Volgend jaar mag ze voor het eerst stemmen. Ze wordt in december 18 jaar, en ze weet heel goed waar ze niet op gaat stemmen. Op die enge blonde meneer, en dan bedoelt ze die schreeuwerd uit Amerika. Die zo een raar mondje heeft.

Ze wil vooral op mensen stemmen met leuke ideeën en niet op boze of chagrijnige mensen. En natuurlijk moet er in haar ogen gestemd worden voor alle dieren, en voor de bibliotheek. Voor een mooie wereld en waar je buiten fijn met elkaar kan spelen. Of stemmen voor een leukere leraar voor de klas, want deze is niet leuk. Voor een salaris waar je ook mee op vakantie kan, ook als je gehandicapt bent. En dat je met de rolstoel overal naar toe kan.

Als je stemt, dan stem je, als het aan haar ligt, voor geluk voor alle mensen in de wereld, en uiteraard voor gezondheid en niet voor handicaps … die handicaps zijn maar lastig.

Eh … ik durf het bijna niet te vragen. Zijn er politieke partijen die geloven in haar dromen en haar dromen kunnen waarmaken? Die een wereld kunnen creëren die haar hoop geeft en de wereld wat vrolijker wordt en niet zo chagrijnig. En kunnen die partijen dan ook samenwerken om dat voor elkaar te krijgen en niet zo schreeuwen tegen elkaar.

(Nabrander: Ze vindt ook dat als je niet gaat stemmen volgend jaar, dan mag je de eerstvolgende keer voor straf niet meer stemmen. En als je wel gaat stemmen, dan krijg je een beloning, dan mag je een keertje twee keer stemmen.)

Ik wil geen Porsche meer


Bezit levert onder jongere generaties allang geen status meer. Door het hoge welvaartsniveau is het hebben van een Porsche of tweede huis ‘mainstream’ geworden of in bepaalde groepen zelfs not done. Wat dan? Wat verschaft dan nog status? Dat is simpel, dat zijn niet-materiële zaken.

Op de hoogste plaats het ‘bezit’ van karakter. We bewonderen mensen om hun karakter en worden bewonderd om ons karakter. Belangrijke ‘rolmodellen’ zijn bijvoorbeeld Mandela en de Dalai Lama. Maar naast dat karakter geldt tegenwoordig vooral ‘inhoud’. Wat heb je te bieden. Wat geef je weg aan anderen. Tips, advies, vriendschap. Wees een metgezel. Dat geldt in de virtuele twitterwereld nog meer. Het is een geefwereld. Het merendeel van de jongere generaties (18 – 35 jaar) vindt status door gedrag, authenticiteit en prestatie belangrijker dan door het hebben van een baan, huis of mooie auto. Inhoud is belangrijker dan vorm. Wijsheid veel belangrijker dan bekendheid.

Iemand heeft het ‘voor elkaar’ als die persoon ‘Gelukkig is met zijn leven’. Als je je dromen hebt waargemaakt en lekker in je vel zit. Wat is de top tien?

Waaraan ontlenen we ‘status’?

1. Karakter (89%)
2. Kennis
3. Levenstijl
4. Prestaties
5. Talent & Creativiteit
6. Baan
7. Sociale kringen
8. Spiritualiteit
9. Uiterlijk/schoonheid
10. Bezit (12%)

Ik zag laatst een Amerikaanse dvd met een fantastische dialoog. The life of David Gate door Alan Parker (2003). Drie keer teruggespoeld en de tekst overgetypt. Een dialoog tussen Kevin Spacy and Kate Winslett. Ga er even voor zitten … : ‘Do you fantasize? Do you want more? A bigger house, a higher salary, a new car, even a new relation. What’s the reality. The moment you have a big car, you want a bigger one. When you have a nice relation, you fantasize about another. Living by your wants never makes you happy. It’s not it that you want, but the fantasy that you want. That’s the real thing. The hunt is sweeter than the kill. Strive to live by your ideas. Measure not what you attained, but to savour those small moments of integrity, compassion, rationality, even self sacrifice. By valuing the lives of others you can measure your own life.’

Maar koop geen porsche. Wordt er verliefd op, maar schaf hem niet aan. Dus mensen. Wees gelukkig. Verkoop de boot. Wordt verliefd en maak je immateriële wensen waar. Jouw deel wordt dan respect. Jaag je droom achterna.