Loslaten of vasthouden


IMG_8324
Mayim Kolder

Onze dochter is al een tijdje achttien jaar. U weet wellicht uit een andere bron of blog dat ze ernstig gehandicapt is. En we weten dat ergens tussen haar eenentwintigste en vijfentwintigste jaar een moment komt dat we een plek voor haar moeten hebben gecreëerd in de boze buitenwereld om te wonen en te worden verzorgd. Zonder de constante hulp van haar papa en mama die nu opletten of ze met haar elektrische rolstoel niet onder een bus komt, of dat ze per ongeluk het gas aan laat staan. Nou dat laatste gelukkig niet, want we koken bewust elektrisch.

Als we straks echt oud zijn kunnen we haar niet meer verzorgen zoals nu, 24 uur per dag. Van verschonen tot aan eten geven. Ons lijf staat dat dan niet meer toe. U kent dat wel. Hernia’s, kapotte knieën, en dies meer door vele jaren overbelasting met tillen, bukken, verkeerd draaien en niet goed kunnen slapen door de nachtelijke kanteldiensten. Ondanks de tillift en het hooglaagbed. We nemen het onze dochter niet kwalijk, tuurlijk niet.

Nu zien we vaak vervelende berichten (fakenews of niet) over hoe slecht instellingen met ernstig gehandicapten omgaan. Geen aandacht, niet douchen, niet verschonen. Twee luiers per dag. Elke maand lezen we wel weer een stuk in de krant. Selectieve aandacht, en onze filterbubble wellicht. We zijn er erg gevoelig voor dit moment. Vorige week waren de Focus-woningen aan de beurt. Een verzorgingsrommeltje van jewelste lazen we. Op zo een moment willen ons kind nooit meer loslaten. Met zo een ‘voorland’. Maar het kan toch niet waar zijn dat het overal zo slecht gaat.

We hebben een droom. Het zou zo mooi zijn als bij ons in de stad (we hebben 200.000 inwoners) een soort van buurtje uit de grond kan worden gestampt, als een soort mengvorm van wonen, werken, zorg. Inclusief, met van alles door elkaar (ook kaboutertjes die de afwas doen). Met aanpalende kangaroo-woningen, waar wij dan vlak bij onze dochter kunnen wonen, met kleine buurtwinkeltjes, een gezellige kiosk, een muziektent, bungalows, twee onder-een-kappers, appartementen, een stadsschuur, vertier en gezelligheid. Als een vestingstadje in een grote stad. Waar mensen graag komen, om te wonen, of om te helpen. Met een weelderig parkje rondom en een vijver middenin. Maar ook weelderige zorg voor een normale prijs. Een naam heb ik al. Vifort. Vivre en Fort samengesteld: Beschermd leven. Maar ben bang dat het een sprookje blijft. Want Nederland zijn de kosten voor zorg enorm hoog, we kijken allemaal telkens weer naar geld, niet naar geluk. Of heeft iemand toevallig een ander verhaal? Zodat ons vasthouden kan veranderen in loslaten.

Advertenties

ING: Vallen doe je diep. Ook door de mand.


Het achteraf oppoetsen van je bedrijf heeft geen zin, tenzij je tweedehands auto’s verkoopt. Dan helpt wegpoetsen wellicht. Mijn stellige mening is dat organisaties op termijn toch wel hun ware aard tonen. Dat bleek wel weer afgelopen week bij de ING toen de bonuslust weer boven tafel kwam. 

Zelf heb ik besloten niet meer met de ING te bankieren. Zelfs om een tijdje niet meer voor de ING werk te verrichten. Ik stuur ze wel door naar andere bureaus. Ja, klopt, sommigen vinden dat stom. En ja, dat doet mij financieel veel pijn. Want ze betaalden goed. Ik kan het werk hard gebruiken. Een paar maanden geleden mocht ik een boekje voor het tweede echelon aldaar ontwerpen. Dat ging over responsible leadership, duurzaamheid en transparantie. Mandela werd daarin gequoted. Heeft niet geholpen dus.

Voor de bühne
Het toneelspel en de mea culpa’s ben ik een beetje zat. Sorry is voor de bühne. Er verandert echter niets. Er vielen de laatste maanden meer organisaties door de mand. Niet alleen het spraakmakende debacle rond de ING afgelopen weken, het zijn meerdere dominostenen die omvallen, met als eerste steen de DSB-Bank. Rijk, rijker, rijkst.

Reputatie? Ouddenken loslaten
Deze blog gaat eigenlijk over reputatie. Je kunt blijven poetsen achteraf, maar als de linkerhand andere dingen doet dan je met de rechter plechtig belooft red je het er niet meer mee. Hoe dan wel? Bedrijven slagen er wel in als ze constant, jaar in jaar uit, klanten klanten weten te inspireren en te binden. Een goede reputatie bouwen is een samenhangend geheel. Oud imagodenken werkt niet meer. Loslaten dus. De ingezonden brieven van de ING hebben een averechtse werking, omdat men met stereotyperingen werkt. Mensen geloven dit soort trucs niet meer. Bedacht door bestuurders die de binding met hun klanten, de burgers van Nederland allang zijn kwijtgeraakt.

Mentaliteitspropositie en focus
De nieuwe burger wil namelijk graag een immateriële boodschap zien. Vooral bij de organisaties waar zij diensten van betrekken. Mensen identificeren zich liever met een oprechte organisatie. Het is verlengstuk van hun persoonlijke visie op de (betere) wereld. Organisaties die een juiste mentaliteitspropositie aanbieden winnen de komende jaren. Kijk naar banken als ASN en Triodos. Dit nieuwe denken komt niet uit een klassieke visie op ondernemen. Maar begint vanuit een idee en gedachtegoed. Omdat visie de potentie heeft om een hechte band te creëren met klanten en leveranciers.

Medewerkers staan ook in de maatschappij
In de huidige turbulente tijd in deze economische ‘dip’ is een rotsvast vertrouwen en geloof in de eigen onderneming, de strategie, de medewerkers, de dienstverlening, de waarden en normen en merkkracht essentieel voor overleven. Werkelijk. Juist in deze roerige tijd komt de werkelijke ‘waarde’ van een onderneming naar boven. Heb je die niet of te weinig, dan zal het een moeilijke tijd blijven voor ondermeer de banken en verzekeraars. Management en medewerkers moeten nu alle zeilen bij te zetten om de storm van kritiek te trotseren. Bij authentieke organisaties lukt dat veel makkelijker. Deze ondernemingen hebben de merkwaarden als bijvoorbeeld eerlijkheid en transparantie tot in de wortels van de organisatie doorgevoerd. En deze investering levert ze geen windeieren. De beleving van het merk en haar voornaamste drijfveer – de passie achter het merk – ligt dan namelijk zo diep in deze organisaties verankerd dat zij flexibel kan inspelen op veranderende markten. Deze organisaties zijn zich bewust van het feit dat ‘mensen-diensten-leveren’. Dat de klant onderdeel is van de identiteit van het bedrijf. Ook ik was klant bij ING én leverancier. Ik ben hiermee een onderdeel van hun reputatie. Na dit artikel zijn ze daar wellicht blij mee. Want dan hebben ze iets geleerd van de echte wereld.

Interactie en voelhoorns in de maatschappij
In het proces van het leveren van klantbeloften zijn het, behalve het bestuur en haar managers, ook de medewerkers degenen die het merk maken, merkpassie uitdragen en de voelhoorns in de markt houden. Recent onderzoek laat zien dat een sterk en authentiek merk een veel grotere aantrekkingskracht heeft op mensen dan de dienstverlening sec. Factoren van belang zijn de prestaties in de branche, het gedrag van medewerkers, de bedrijfscultuur en een top topman. Medewerkers van de ING vinden dit gerommel in de pers ook niet fijn. Want in hun familie- en vriendenkring komen ze de negatieve kritiek ook keihard tegen. Het vinden van een integrale visie op de gezamenlijke passie en merkidentiteit is essentieel om medewerkers bij de onderneming te betrekken en een ‘houdbaar verhaal’ te hebben om toekomstige werknemers te werven. Deze integrale visie zorgt ervoor dat alle medewerkers gaan en blijven denken langs de lijnen van de identiteit, waar je voor staat, de passie voor het vak, de aantrekkelijkheid en het zelfonderscheid. Zij zorgt ervoor dat de (arbeids)markt heldere argumenten krijgt om kennis te maken met de organisatie. Met als doel een positieve identificatie met deze organisatie. Hoe sterker de organisatie-identificatie, des te aantrekkelijker zullen burgers, klanten, huidige werknemers en toekomstige werknemers de organisatieidentiteit en het afgeleide externe imago vinden en zullen zij contact met deze organisatie zoeken. De ING moet hier maar eens goed over nadenken.