Prinsjesdag: Sorry, we worden weer de bezuiniging ingeframed.


mark-met-de-kaasschaaf

De afgelopen jaren merken we een chronische bezuinigingsdrift bij het Ministerie van Zorg. Was de bezuinigingsdrift van de notabelen in Den Haag in vroegere tijden een lichte aandoening wat met een gesprek met de patiënt op te lossen was, nu valt het op dat het schaven niet ophoudt en de hardhouten kaasplank door de kaas al te zien is. Waarom ik dat vermoed? De berichtgeving begint binnen te sijpelen. Het is eind augustus en NOS en Volkskrant melden al dat 70.000 declaraties van PGB-budgethouders niet door het SVB zijn goedgekeurd, maar dat het niet allemaal aan fraude ligt. Kijk, de eerste ‘frame’ is een serie van suggesties die komen gaan is binnen. 

Ik weet zeker, mensen die zorg behoeven krijgen op prinsjesdag wederom een slecht-nieuwsgesprek van formaat te verwerken. Op de toekomst van onze meervoudig gehandicapte dochter studeren de ministeriële kaasschavers al vele maanden is mijn bange vermoeden. Op haar passend onderwijs, op het weglaten van haar kortingen en toeslagen, op haar medicijnen, op haar persoonsgebonden budget (PGB), op haar hulpmiddelen en behoefte aan assistentie en vooral tijd om haar in deze wereld op weg te helpen. En op de extra tijd, die haar handicap de maatschappij kost, daarop wordt meestal bezuinigd. En toch blijven wij als ouders geduldig alles uitleggen, blijven we de school vragen toch wat meer geduld met haar te hebben en blijven wij hopen op betere tijden. Ondanks deze tegenslagen en de stapeling van kosten geloven wij, tegen beter weten in, dat het goed komt.

Mensen in het algemeen, is onderzocht, blijven geloven in het goede, en hebben van nature een aversie tegen verlies, ze stellen in hun hoofd het verliesdenken uit. Psychologen kennen al veel langer het bestaan van deze positivity bias. Mensen verwachten in overweldigende mate dat er goede dingen in hun leven plaats hebben in tegenstelling tot negatieve zaken. We houden onszelf dus voor de gek. Ook wat betreft het aankomend verlies van zorg dat er zeker en vast aan komt. Dat is omdat veel bezuinigingsmaatregelen van kabinet of gemeente tijdens de aankondiging nog niet voelbaar zijn. Ik bedoel, het douceurtje van 5 miljard is vorig jaar al weggegeven, en nu zitten we aan te hikken tegen een lagere groei vanwege de brexit, het aanschaffen van oorlogstuig, en … het lijstje met wensen vanuit de andere ministeries is lang.

Ik bedoel, het douceurtje van 5 miljard is vorig jaar al weggegeven, en nu zitten we aan te hikken tegen een lagere groei vanwege de brexit.

De realiteit is dat de regering nog steeds gelooft in haar adagium dat mensen met een achterstand, of het nu chronisch gehandicapten zijn, wajongers of dien meer, weer zelf aan de slag moeten gaan. Uit de cijfers blijkt nu dat die 100.000 banen bij lange na niet gehaald worden. Terwijl de sociale werkvoorziening al is afgebouwd.

Zelf aan de slag gaan. Dat noemt de politiek (en ambtenaren nemen dat dan snel over) ‘eigen verantwoordelijkheid’ of ‘uitgaan van je eigen kracht’, van die fijne ontwijkende termen. Kijk ik naar ons kind denk ik dat we juist door onze PGB en het passend onderwijs optimaal gebruik maken van de eigen kracht en verantwoordelijkheid. Zo zie ik dat ook bij de andere ouders en kinderen die we in onze zorgkring kennen.

Beste regering. Het is te makkelijk om de schuld van de zorgkosten bij de zorgvrager te leggen. De materie is complexer. Maar daar kun je moeilijk een soundbite van maken. Ik kan me nog de verkiezingsslogan van de VVD van ettelijke jaren geleden herinneren waarin stond ‘Liever de handen uit de mouwen dan je hand ophouden’. Er wordt hiermee een frame neergezet dat mensen met wat meer ‘haakjes en oogjes’ schuldig zijn aan hun eigen situatie. Er wordt bewust een negatief frame gebruikt.

De waarheid is dat er in 2012 en 2013 voor 11 miljoen bewezen is gefraudeerd, en het systeem om dat tegen te gaan meer dan 180 miljoen heeft gekost in 2015.

Een voorbeeld: Vergelijk het met het kopen van rundergehakt bij de slager. Een consument koopt liever rundergehakt dat voor 75 procent mager is dan gehakt dat 25 procent vet bevat. Het is een vorm van fout omdenken. Zo kun je spelen met boodschappen zonder de waarheid geweld aan te doen. De inhoud van de boodschap blijft dezelfde. Bij de bezuinigingen die plaatsvinden bij bijvoorbeeld het PGB wordt gesteld dat er veel gefraudeerd wordt. Men focust op het slechte. Maar als je het omdraait zou je ook kunnen zeggen dat 99 procent van de PGB-houders niet fraudeert en eerlijk omgaat met de geboden zorg. Dat klinkt anders. De waarheid is dat er in 2012 en 2013 voor 11 miljoen bewezen is gefraudeerd, en het systeem om dat tegen te gaan meer dan 180 miljoen heeft gekost in 2015. Bewust wordt dat niet gedaan om de grote massa te laten denken dat bezuiniging op zorg goed is en het enkel de boeven treft. En dat is niet netjes. Want je gebruikt communicatietechniek om je zin door te drijven.

De burger betaalt de rekening omdat de politiek faalt. Ik vermoed dat er binnenkort wederom een volgend negatief frame door de regering wordt bedacht richting zorgvragers. De eerste kwam vandaag binnen.

70.000 declaraties #PGB niet goedgekeurd. Toch is er niet altijd sprake van fraude, zegt de #NOS in zijn commentaar. Waarom wordt de fraudekaart weer getrokken? #framing suggestief.

Zogenaamde zwaarwegende redenen waarom ook de zorg weer getroffen gaat worden. Ik durf dit nog niet te vertellen aan mijn dochter. Zij droomt nog van een mooie toekomst in een wereld die haar met open armen ontvangt en haar blijvend ondersteunt in haar participatie op school, haar toekomstig werk en leefomgeving. Ik durf het niet te vertellen, omdat haar pril geluk me zo dierbaar is.

Toen ik hoorde van de moord op het Engelse parlementslid Jo Cox


imgres.jpg

Toen ik hoorde van de moord op het Engelse parlementslid Jo Cox en ik een dag later haar echtgenoot – zonder wrok -haar boodschap hoorde vertellen, over dat er een betere rijkere wereld kan ontstaan (als je met immigranten samenleeft), dacht ik aan de woorden van Nelson Mandela: ‘Wrok is als het drinken van gif en je kan lang blijven wachten tot het je vijand dood. Laat je vijanden gaan en toon jezelf (en de wereld) dat de obstakels die zij proberen te maken niet belangrijk genoeg waren om jou uit te schakelen.’

Het Armeense woord voor “vergeven” betekent letterlijk “losmaken.” En het is zo, weet ik uit eigen ervaring. De snelste manier om jezelf te bevrijden van een ‘lastpak’ en alle bijbehorende negativiteit is simpelweg ‘vergeven’. Los van de bindingen en van de lelijkheid van die persoon. Woede bind je namelijk vast aan die person. De persoon die verantwoordelijk is voor jouw pijn. Vergeving is voor jezelf en niet de andere partij. Je ‘stoorzender’ vergeven en vergeten is het beste wat je kunt doen voor je vrienden en familie.

Ergo: Wil je als mens een lang, gelukkig leven te leiden? Vergeef dan het onvergeeflijke. Het is echt het alleraardigste wat je kunt doen voor jezelf. Het kwaad kan het wellicht niet verdienen om vergeven te worden voor alle pijn en verdriet en lijden dat doelbewust toegebracht is aan je leven, maar jij verdient het om vrij te zijn van het kwaad.

Vergeving is geen aanvaarding van verkeerd gedrag. Het is niet altruïstisch. Het is de beste vorm van eigenbelang. Wordt liever een beter mens dan verteerd worden door woede en haat. In die toestand vergrendel je jezelf in een staat van slachtofferschap, waardoor je afhankelijk wordt van de dader. Als je kunt vergeven dan ben je niet langer geketend aan de dader, maar echt vrij. 

Ongelukkig in een instelling


Met veel plezier logeerde afgelopen week een spastisch vriendinnetje van onze dochter bij ons in huis. Ze woont in een instelling. Ze logeert vaak bij ons en dat komt door onze dochter, want die vergelijkt instellingen steevast met de kindertehuizen uit horrorboeken van Roald Dahl.

En je hoort al denken. Twee rolstoelers verzorgen, dat is dubbelmantelzorgen, dubbel tillen en dubbel hard werken. Dat klopt, dat hebben we er voor over. We duwen dan de rolstoelen door dierentuinen, dolfinaria en binnensteden. We smikkelen pannenkoeken, lachen om al die mensen die ons nastaren en vallen om twee uur ’s nachts na uren verzorgen, met zijn allen uitgeput in slaap.

Vriendin is niet erg gelukkig met de plek waar ze woont. Nu weet ik dat ze best goed verzorgd wordt door haar begeleiders, maar zonder familie en met een paar vrienden, is haar leven op een groep jongeren met een ernstige beperking niet het leven dat zij kiest.

Mijn vrouw ging eergisteren door haar rug en haar hernia speelt op. Balen. Ik heb nu een dag last van mijn versleten knieën. Maar we zijn geen zeurpieten. Over een maand nodigen we het ‘dinnetje’ weer uit. En blijven kantelen. Want als deze logeerpartijen stoppen, dan stopt ook de lol, de pret, en het leven.

dierentuinen

 

Hoe Humberto Tan Mayims verjaardagsfeestje kantelde


SONY DSC

Mainstreet trad privé op voor Mayim

Mijn vorige blog ging over de mislukte verjaardag van onze lieve dochter Mayim. De boodschap van mijn blog ging over eenzaamheid en hoe moeilijk het is om als persoon met een ernstige handicap een vriendenkring op te bouwen. Het werd een mediahype (waar we met volle teugen van genoten). Op Kanteldenker.nl werd het 22.994 keer gelezen in 24 uur (mooi hè, die statistieken).

Mijn vorige blog: https://kanteldenker.wordpress.com/2016/02/21/eenzaam-beperkt-en-toch-gelukkig/

Na plaatsing belde Eline van het katern Vrouw van de Telegraaf mij op of zij de blog mocht herplaatsen. Ik had er geen probleem mee. In een paar uur werd het een trending topic. Die middag werd ik door RTL nieuws verwittigd dat er vele tienduizenden hartverwarmende reacties waren binnengestroomd voor Mayim op allerlei mediakanalen. We wisten toen nog van niets.

Eva Jinek, Radio Een en Humberto Tan belden me op of ik diezelfde avond met Mayim naar de uitzending kon komen. Bij Jinek schudde ons gezin volmondig NEE. Tan verleidde ons met een optreden van B-Brave, een verwendag in het Dolfinarium en een nieuw verjaardagsfeest bij de Telegraaf in het Krantencafé. Ik kon dit niet weigeren, ook een paar interviews voor de radio niet. Mijn vrouw Michelle schudde bij het horen van de naam Humberto van ‘Ja-doen’, want ze vindt hem een schatje (sorry Michelle). Bij RTL late night schoof onze zoon ook aan tafel. Resultaat die avond: Honderden facebookvrienden voor onze dochter erbij (en een paar die de week daarna op visite kwamen).

De volgende ochtend arriveerde een postzak vol met verjaardagskaarten en lange brieven voor Mayim, en tot de dag van vandaag komen er nog van overal (Suriname, Dubai en Marokko) brieven en kaarten. En veel kleine en soms grote kadoos voor Mayim: Een nachtje bij de Nachtwacht in het Rijksmuseum, vier rolstoelplekken bij Ajax-Utrecht, een weekje naar Portugal in een rolstoelgeschikte vakantiewoning.

99 procent van de brieven waren hartverwarmend, een paar blijven hangen (de lelijke reacties van een paar idioten laat ik voor het gemak even weg). De reactie van de jongen die op zijn 18de jaar door een motorongeluk al zijn vrienden is kwijtgeraakt (hij is nu 24) bijvoorbeeld en dat meisje dat steeds minder vriendinnen overhoudt (vanwege haar spierziekte), omdat ze vaak moe is, en haar vriendinnen dat lastig vinden omdat dan niet met haar uit kunnen gaan. Of die van een meisje die in een instelling zit en nooit meer bezoek ontvangt en liever dood wilt (we hebben nu leuk contact met haar en het komt goed).

Dat soort dingen. Daarom schreef ik dat blog. Eentje met een onderliggende boodschap. Kijk eens wat vaker in je buurt of straat. Herken je eenzaamheid? Je kunt er echt wat aan doen. Lukt het niet, dan kun je altijd nog Humberto Tan bellen. Ik heb nu zijn nummer.

Link Uitzending RTL late night: Humberto Tan

http://www.rtlnieuws.nl/boulevard/entertainment/video-b-brave-geeft-gehandicapte-mayim-unieke-verjaardag

Link Feest Vrouw:

https://vrouw.nl/reportages/30150/vader_van_mayim_over_verjaardagsfeestje_van_haar_glimlach_word_ik_helemaal_blij

En dan komt er niemand op je verjaardag


Ik schrijf samen met mijn lieve dochter Mayim een boek. Ze is gehandicapt en heeft wellicht hierdoor weinig vrienden of vriendinnen. Op haar verjaardagsfeestje had ze dertig mensen persoonlijk uitgenodigd (waaronder vijftien kinderen). Met moeite heeft ze een halve dag besteed om een mooie uitnodiging in elkaar te plakken. Die heb ik voor haar gescand en in dertigvoud geprint.

Behalve een lief klasgenootje van haar vorige school, kwamen slechts een neef en nicht, een halve oom en tante. Daar zaten we dan met taart, cake, hartige hapjes (zelfgemaakt) en dertig vrijkaartjes voor een museum.

Dat is wrang om te zien als vader. Ik durfde er toen niet over te schrijven. Het lijkt zo zielig. Het nare gevoel blijft. Dat is ook de angst voor haar toekomst en de ‘kring’ van vrienden die ze zo hard nodig heeft en die kring is er niet, en zal waarschijnlijk nooit komen. Het neveneffect van een handicap en anders zijn is een zeer beperkt sociaal netwerk. Een rolstoel of anderzins is snel voor de ander de handicap om geen contact te zoeken. En niet alleen bij Mayim, het blijkt overal voor te komen.

Ik schreef zojuist met haar in haar roman. Het boek komt over twee jaar uit. Ze kijkt er gekanteld naar.

‘Ik hou van schrijven, niet alleen op de computer, maar echt schrijven met een pen, het is een lekker gevoel met een pen over het papier gaan, die beweging maken, naar boven en naar onderen. Mijn vader zegt dat ik voor een “spast” goede hoofd-hand-coördinatie heb, maar daar gaat het nu niet over, het gaan over dingen bedenken en opschrijven, creatief schrijven heet dat, bijvoorbeeld een gedichtje of heel kleine verhaaltjes die ik fantaseer. Eigenlijk fantaseer ik heel veel, papa zei dat een keer hardop, en toen zuchtte hij even, ja ik leef ook een beetje in een fantasiewereld. Kunstenaars vertellen wel eens in een interview dat ze al heel vroeg in hun leven een fantasiewereld maakten voor zichzelf, dus schrijvers ook, en misschien ben ik al een schrijver aan het worden. Misschien is het wel een soort mediteren ook, ik noem dat zelf “hummen”. Nou ja, het is gewoon een lekker gevoel waar ik blij van wordt.’

‘Dus je moet niet denken, omdat ik nou eenmaal niet veel vriendinnetjes heb, zielig hè, maar niet heus, dat ik vlucht in mijn “fantasiewereld”, dat zou ik ook doen al had ik wel tien vriendinnetjes. Dan zou ik ook fantaseren, en schrijven, en lekker “hummen”.’

Naschrift: Dit blog heeft veel veroorzaakt. Het is opnieuw op diverse site gepubliceerd en heeft geleid tot een televisieoptreden bij Humberto Tans Late Night. Hier een link naar een artikel bij de Telegraaf en het TV optreden:

Telegraaf Vrouw artikel

Optreden bij Umberto Tan in RTL late night van Mayim

SONY DSC

Verjaardag Mayim

 

 

Almere kan aan zijn puberteit ontsnappen door los te laten


AAEAAQAAAAAAAASYAAAAJGMxZDEyMjI1LTc0ZWEtNDExZi1iOWYwLWFmNWNmNzkyNmJmMwAlmere worstelt sinds de ontstaansgeschiedenis in 1976 met de gevolgen van haar snelle groei en identiteit. Van pionieren en met de voeten letterlijk in de klei is deze stad gegroeid naar de 7e stad van Nederland. De newtown heeft zelfs de ambitie om 5e stad van ons land te worden. Deze snelle groei is miraculeus maar kent ook zijn groeipijnen. Vooral tijdens de huidige crisis en vooral op het sociaal-culturele vlak.

Almere ontwikkelt snel en tijd voor reflectie lijkt er amper. Hierdoor zijn de kleren doorlopend te klein voor het lijf. Kijkend naar de behoefte van de stad loopt zij continu achter bij de parallelle ontwikkeling van sociaal-culturele voorzieningen. De Sociale Atlas Nederlandse Gemeenten 2012 vertelt dat Almere qua cultureel voorzieningsniveau op de 49ste plaats staat van de 50 grootste steden. Dit voorspelt niet veel goeds als er te weinig geld en aandacht gaat naar de natuurlijke bindmiddelen van een stad: de cultuur. De ‘cultureel verwende’ en voor de ontwikkeling van newtowns in Europa juist zo belangrijke middenstandselite verdwijnt momenteel naar oudsteden die wel deze bindingsfactoren te bieden hebben. Almere zou zo maar opeens het getto van de Randstad kunnen worden. Her en der zijn in Europa daar voorbeelden van te zien. De ontwikkeling in het oosten van Duitsland waar in de DDR-tijd enkel aandacht was voor goedkope eenvormige wijken met hoogbouw. Veel kansrijke en jonge ex-Oostduitsers keren deze steden de rug toe. Men kan gerust stellen dat bijna alle na-oorlogse wijken op de woonkwaliteitladders in Nederland vrij laag scoren. Met als exponenten Amsterdam Osdorp en Bijlmermeer. De banlieues rondom Parijs hebben vergelijkbare problematiek. Monotone woonsteden met dito woongebouwen zonder ‘hart’ worden wel gekscherend ‘bedroomtowns’ genoemd. Het is evident dat de in sneltreintempo door bestuurders en stedenbouwkundigen gemaakte nieuwe steden een achterstand oplopen op het culturele vlak. Een sociale structuur en een herkenbare stadsidentiteit ontwikkelt zich pas nadien. Meer nieuwe steden in Europa worstelen met dit fenomeen. In Nederland zoeken vinexlocaties Leidsche Rijn en IJburg houvast aan de stad waar ze bij horen en halen hun ‘sociale en culturele identiteit’ weg bij de oudstad in de buurt.

Almere wil een echte stad zijn
In het begin van deze eeuw vroeg het toenmalig stadsbestuur zich af of de stad na 27 jaar moest breken met het suburbane karakter van de stad. Dat werd bevestigd door een leefstijlenonderzoek van het bureau Motivaction, waaruit bleek dat Almeerders veel moderner en minder tradioneel waren dan verwacht. De diversiteit aan leefstijlen is opvallend aan Almere. De conclusie die werd getrokken was dat er meer stedelijkheid moest komen. Ook andere conclusies waren interessant. Meer studenten in de stad en meer diversiteit. Met de komst van de hogescholen de afgelopen jaren is er een goede stap gezet.

Vanaf dat bewuste moment vonden er een meerdere interventies plaats die vooral te maken hadden op de sociaal-culturele kant van stad. Er kwam een ontwikkeling op gang rond zingeving en een de zoektocht naar de (culturele) identiteit van modelstad Almere. De aanstelling in 2007 van de bijzonder hoogleraar sociologie Arnold Reijndorp die op de Han Lammersleerstoel mocht plaats nam, kan worden gezien als een serieuze poging van het stadsbestuur om aan de zachte kant van de stad te werken.

Uiteraard heeft Almere nog geen kans gezien te groeien en ontwikkelen zoals veel oude steden in Europa. Ondanks de planmatige en zorgvuldige stedenbouwkundige ontwikkeling werd in het door ingenieurs bestierde Flevoland meer gefocust op de harde component: plannen, ontwerpen en bouwen als oplossing. De bouw van een kostbare popzaal in 2004 zorgde niet voor de broodnodige culturele injectie. De zaal ging binnen een jaar failliet en er zit nu een casino in. De keuze voor het neerzetten van een ‘gebouw’, als harde interventie, zorgde niet voor de gewenste aanwas van culturele activiteiten. Langs de lijn van de vorm blijven dit holle ruimten in een cultureel nog in te vullen stad. De interventie zou meer effect hebben als ze langs de lijn van de inhoud gericht is. Het inkopen van bijvoorbeeld een volwassen symphonieorkest is niet de oplossing. Het ligt meer in de lijn van nieuwe broedplaatsen voor jonge kunstenaars in de rafelranden rond de stad. Echter bij gebrek aan oude pakhuizen en loodsen zal een newtown hier creatiever mee moeten omspringen.

Een van de initiatieven die de zoektocht naar zingeving en identiteit ondersteunen is de oprichting van de stichting Historisch Almere. Deze stichting is opgericht om de belangstelling voor Almere te stimuleren. Elk jaar vindt er de Hazelnootlezing plaats. Hazelnoten hebben voor Almere een bijzondere historische betekenis. Enkele verkoolde hazelnootdoppen tonen aan dat Almere een zeer oude geschiedenis heeft. Archeologen hebben bij boringen in Almere Buiten, op grote diepte van circa 9 meter onder de oppervlakte, verkoolde hazelnootdoppen gevonden die met vuursteen zijn bewerkt. Deze kleine vondsten van 8.000 jaar voor Christus duiden op menselijk leven: de eerste Almeerders! Het geeft een historische dimensie aan de stadsidentiteit. Cultureel erfgoed van allure, dat is wat Almere naast een hoop lef op stedebouwkundig gebied, blijkbaar ook heeft. In de bodem van Almere zit een schatkist met sporen uit het eerste landschapsgebruik van jagers-verzamelaars in Europa. Het historisch erfgoed van Almere is in die zin startpunt van haar geschiedenis. En niet alleen pijlpunten en hazelnoten, ook de vele ongeschonden en rijk gevulde scheepswrakken uit de gouden eeuw en later voegen een nieuw perspectief toe aan de geschiedenis van de jonge stad.

De stad Almere was het Nederlands antwoord op welvaartsgroei
Alle steden zijn een hybride van natuurlijke processen (in de zin dat ze zich grotendeels onttrekken aan menselijke beïnvloeding) en cultuuruitingen. In de zin dat zij een rechtstreeks gevolg zijn van welbewuste menselijke beslissingen en handelingen’.
Na-oorlogse nieuwe steden ondergaan met enige regelmaat veranderingen naar een volgend ‘format’: de groei van pioniersstad naar een adolescent en volwassen stad. Almere bijvoorbeeld heeft al veel interessante transformaties gekend. Daarbij is te denken aan milieutransformaties (van zee tot land), kolonisatieprocessen in het nieuwe land (van planten, dieren en mensen), ontwikkelingsstadia (van massaal en monofunctioneel tot kleinschalig en gedifferentieerd) en methoden (planmatig topdown en spontaan bottom up). Elke groeiende newtown zal na een tijd vanzelf transformeren tot een city. Wat betekent dat de oude bevolkingsgroep (de middenstandselite) wordt geconfronteerd met nieuwe groepen. In Almere is deze instroom de laatste 15 jaar flink toegenomen. De nieuwkomers zijn verschillend aan de pioniers die voornamelijk uit Amsterdam kwamen. Almere wil ook voor zijn nieuwe bewoners aantrekkelijk blijven. Aantrekkelijk voor jongeren, voor allochtonen (op dit moment is dat 28% van de Almeerse bevolking), maar ook voor mensen met een hoger inkomen en dito eisen aan een stad. Opvallend in Almere, maar ook andere nieuwe steden is de enorme stroom opwaarts in de (woon)carrièreladder van haar bewoners. De interne migratie in Almere was groot. Met een gemiddelde van eens in de vier jaar kiest een Almeerder voor verhuizing naar een nieuwe wijk, een groter huis, met achterlating van de oude buurt. Waar verpaupering op de loer licht.

Modelstad Almere als Madurodam van modern Nederland
Nieuwe steden zoals Almere zijn in de tweede helft van de vorige eeuw ontwikkeld om in de behoefte van goed en ruim wonen te voorzien. En dat volgens de toentertijd nieuwste stedenbouwkundige inzichten. Hierdoor zijn wijken en steden ontstaan die voornamelijk monofunctioneel waren: er wordt gegeten en geslapen. Werk en uitgaansleven vindt plaats in de ‘grote stad’ in de buurt. Veel nieuw ontwikkelde steden en wijken herkennen dit probleem en proberen zo goed en kwaad als het kan de stap naar een ‘diverse en volledige’ stad te maken.

De transformatie naar een volledige stad gaat verder. De komende tientallen jaren komen er in Almere minimaal 60.000 woningen bij. Crisis of niet. Vertaald in inwonersaantallen zijn dat 150.000 mensen die bij de nu al 200.000 bewoners kunnen worden gevoegd. Deze taakstelling zorgt er voor dat in Almere voldoende aandacht is voor het stenen stapelen en voor internationale prijsvragen op het gebied van architectuur en stedenbouw. In de afgelopen decennia is er weinig aandacht geweest voor het culturele element in de groeistad: het cement dat mensen bindt. Feit is dat Almeerders zich daarom blijven identificeren met de plaats waar ze vandaag komen, maar niet met Almere zelf. Trots zijn op Almere is nog geen gemeengoed onder de nieuwe bewoners.

Identiteitscrisis Almere?
Waarom is het vinden van een sterke identiteit voor een nieuwe stad zo complex? Ligt het aan het feit dat de openbare ruimte van jonge steden te ‘nieuw’ is en daarmee de ziel nog niet ontwikkeld is? Ligt het aan het feit dat mensen over het algemeen vasthouden aan hun vertrouwde paradigma’s over hoe mooie steden er uit moeten zien? Vooral oud, authentiek en avontuurlijk. Een nieuwe stad is nu eenmaal niet ‘gezellig’. Het oudste gebouw in Almere is 35 jaar. Op het netvlies blijven beroemde pleinen zoals die van Sienna of gezellige buurten als De Jordaan staan. Op organische wijze gegroeide oudsteden blijven langer in het geheugen van bezoekers hangen. Oude pleinen zijn makkelijker te duiden dan Almeerse waaiplantsoenen. De oude kern met in het midden de obligate tripartie, de kerk, het stadhuis en handels- of beursgebouw kenmerkt de oude stad en daarmee de ge(s)laagdheid van de oude stad. Deze gebouwen zijn exponenten van religie, bestuur en handel. Handel en religie waren in die tijd de drivers voor culturele ontwikkeling door de eeuwen heen. Een nieuwe stad mist deze uitbundige exponenten. Ook ontbeert de ‘tuinachtige’ urbane stad de compactheid van de avontuurlijke grootstad. Een stad met intieme ruimtes om te flaneren, uit te gaan eten, te struinen in winkelstraten of een bezoek aan museum of theater te brengen.

De volwassen geïntegreerde stad bruist op economisch vlak
Handels- of Hanzesteden zoals Amsterdam of Zwolle zijn ontstaan in een tijd van bloeiende economieën. Stedenbouw vond plaats langs natuurlijke weg- en waterwegen, en ontwikkelden tot broedplaatsen van kunst en cultuur. Rijke handelaren zoals de De Medici’s in Firenze en of de Kröller-Mullers in Rotterdam gaven met enige regelmaat financieel-culturele injecties. Tegenwoordig zie je welstandige bedrijven zich via sponsoring van evenementen, musea of concerten aan een stad binden. Een belangrijk feit. Cultuur kan nimmer zonder handel: de derde geldstroom. Almere heeft in die zin nog niet voldoende economische ‘cultuurdrivers’. De stad zou daar in moeten investeren. Een kleine 10 jaar geleden is in Almere het nieuwe stadshart geopend. Een interventie om Almere een modern eigen hart te geven. Een miljardenproject. Met als ‘bindmiddel’ een avontuurlijke koopheuvel: handel dus. Architect Rem Koolhaas heeft met zijn Office for Metropolitan Architecture het masterplan hiervoor ontwikkeld. Geen orthogonale lijnen maar spannende doorkijkjes, trappartijen, uitgaansgelegenheden en theaters op en in een heuvel in een voor de rest platte stad. Dit nieuwe centrum is met zijn internationale en spraakmakende architectuur wellicht de eerste stap naar een moderne vorm van het creëren van een authentieke stad. Het hart vulde zich de afgelopen jaren met een prachtig theater van een Japanse toparchitecte, hotels, popzalen en een architectuurinstituut. Suburbaniteit is verbonden met huiselijkheid,’ meent Hoogleraar Arnold Reijndorp in een interview,‘Stedelijkheid met erotiek.’ Een kanttekening. Het ‘hart’ mist nog wel de sfeer die zo tekenend is voor oudere steden. Daar moet nog een en andere aan gebeuren. Sfeer creëer je door intimiteit, kiosken, stadmeubilair, kleur en gezellige pleintjes om langsheen te flaneren.

Almere loopt tegen nieuwe grenzen aan
Almere als de pioniersstad loopt tegen haar grenzen aan. De schaalgrootte nekt haar. De te ruime opzet van het stadshart. De kernen ver van elkaar afgekeerd. Als eilanden in de stedelijke woestijn. In Almere kenmerkt de crisis zich in een afnemende woning-productie, slagvaardigheid en communicatiestoornissen op het stadhuis. De stad zou met een volgende transformatie van een monofunctionele naar een gedifferentieerde stad moeten willen groeien. Een stad in al zijn facetten. Een stad waar meer gebeurt dan slechts prettig en goed wonen. Met veel meer aandacht voor de diversiteit in de stad.

Het hoger doel als leidraad voor de komende jaren
Intelligent besturen met een gezamenlijk hoger doel is bepalend voor toekomst van de nieuwe stad. Veranderen en vernieuwen naar Almere 3.0 kan enkel en alleen in het sociale systeem plaatsvinden, via een gezamenlijke hoger doel. Het stadsbestuur dient andere keuzes te maken. Om bepaalde zaken af te remmen en andere te bevorderen in het systeem van de stadsontwikkeling. Waar het op aan komt is ook vooral loslaten en niet meer alles zelf willen doen.
Moet je plat door blijven bouwen terwijl er een sociale en culturele achterstand is? Of is werkelijke reflectie of interventie mogelijk? Het cement in de integratiefase wordt gevormd door gemeenschappelijke zingeving. De Almeerse burger is niet meer volgend, zij is assertief en vol wilskracht, de nieuwstadse elite, de ondernemer, de ZP’er kunnen uitermate zelfstandig, zinvol, op het geheel gericht, handelen. Zij snappen allang wat de stad nodig heeft. Naast de technische en economische subsystemen die Almere in het verleden dreven wordt tijdens de reis naar volwassenwording van de nieuwe stad nu het sociale systeem ontwikkeld. Juist in tijden van crisis. Met een voor iedereen zichtbaar en beleefbaar hoger doel, waarin duidelijk kan worden gemaakt wat de bijdrage van de burger daarin kan zijn. Want mensen maken de stad. Een goede vraag is of het mogelijk is een ‘zoekende’ nieuwe stad via een hoger doel vorm te geven. De Almere principles geven richting, een visie en missie. Ze zijn echter nog de taal van de architect. Abstract en planmatig. Het rapport Social Cohesion in New Towns meldt: ‘No culture, no society. Culture is the spice of life. Culture as a tool for getting to know each other.’ De uitdaging in dit rapport is: ‘Getting newtown people acquainted with culture (both passively and actively) at the earliest possible age, working on a diversified small-scale cultural offering to get through to all sections of the population.’ Een doel kan bevoorbeeld zijn om Almere als creatieve stad te positioneren, daarmee nieuwe economie aan te trekken, haar hoger opgeleiden en haar middenklasse te behouden en haar culturele identiteit te vinden. Er hiervoor heb ik drie zaken geformuleerd:

1. Almere als duurzaam gebouwde jonge stad met aandacht voor blauw en groen (water, stadsparken en stadslandbouw).
2. Kleurrijk. Een stadsbazar: Intercultureel, divers en creatief.
3. Komt dat zien, het wonder van de maakbare stad met andere ikonen, kom naar de stad die besloten heeft organisch verder te groeien samen met haar inwoners.

De Amerikaanse Hoogleraar Richard Florida heeft onderzocht wat een stad nodig heeft om te groeien naar een volwassen stad. Hij stelt dat een stad de 3 T’s moet bezitten. Deze T’s staan voor talent, tolerantie en technologie.
Het idee achter de 3 T’s is dat de één niet zonder de ander kan. Een stad zonder talent zal nooit een creatieve stad zijn en kan geen tolerantie bewaren. Een andere indicator voor een creatieve stad kan zijn de economische groei, het aantal creatieve bedrijven die in de stad gevestigd zijn. Florida’s onderzoek bracht naar voren dat bedrijven zich tegenwoordig daar vestigen waar het talent zit en niet meer andersom. En het talent had Pittsburgh – waar hij onderzoek deed – massaal de rug toegekeerd, omdat de stad verzuimd had een stedelijk klimaat te creëren dat aantrekkelijk was voor de creatieve klasse. “It’s not companies, but places that provide a pool of talent”, aldus Florida. De kern van stedelijke concurrentie ligt in een attractiestrategie van de juiste talenten. Met andere woorden: wie honing van topkwaliteit wil produceren, creëert eerst een veld waar duizend bloemen bloeien. Dan komen de bijen.

De volwassen stad beschikt over:

• een goed en breed aanbod van kunst en cultuur
• goed onderwijs op meerdere levels en talenten
• een circulaire economie en de mogelijkheden om de stad verder te ontwikkelen naar een groene en bewuste stad
• culturele ondernemers in een stad
• een goed vestigingsklimaat voor creatieven, middelgrote technische of anderzins maakbedrijven
• een creatieve of innovatieve klasse op allerlei vlak; deze groep trekt grotere bedrijven aan

Tenslotte: vertrouw op particulier initiatief. Ondernemende initiatiefrijke mensen geven kleur aan de stad. Voorkom dus lastige regelgeving die hun ambities in de weg staan. Burgers en overheid komen te vaak tegenover elkaar te staan. Laat los, laat gaan. De burgers kunnen het wel. En wellicht beter. Laat de ruimtelijke ontwikkeling los, help veelbelovende initiatieven in het zadel. Ontzorg je inwoners. De kansen voor de komende jaren zijn de broedplaatsen die her en der ontstaan, de Floriade 2022 en bijvoorbeeld de start van een nieuw project rondom bewustwording en reflectie in 2018: CitySenses. CitySenses!

Zie ook.

https://degelukkigestad.wordpress.com/2015/10/23/de-gelukkige-stad/

Het klootjesvolk woont in Almere


COLLAGE_1

Volgens hoogleraar dr. Gerard Marlet is Almere een geografische Blunder. Almere ligt te ver weg van Amsterdam om te profiteren van haar aantrekkelijkheid en heeft zelf te weinig te bieden aan de creatieve klasse en aan de hogere klasse.

In de visie van Marlet blijft Almere een stad van klootjesvolk. Een restpost voor mensen die geen huis kunnen kopen in de nabijheid van aantrekkelijke oude steden. Het is het toekomstig afvalputje van Nederland. Ik vind eigenlijk het omgekeerde. Kantel die gedachte maar eens.

Wetenschappers als Marlet kijken vanuit het paradigma van de oude stad. Wat niet voldoet, scoort laag op de ‘lijstjes’ van relatief succes. Marlet leeft met het idee dat je een new town ergens mee kan vergelijken. Hij ziet slechts het gebrek aan oude panden, aan gevestigde cultuur en het aandeel creatieven. Daarmee gaat hij voorbij aan de kwaliteiten van de onvergelijkbare suburbane stad.

Een jonge stad met met meer toekomst dan verleden

Een stad met een hoge kwaliteit van groen, water, veel woning voor minder geld. Almere kent de hoogste economische groei van Nederland. En welke andere stad heeft 42 kilometer kustzone, 32 stadsstrandjes. Het aantal hoger opgeleiden is Almere is sterker gegroeid dan in andere steden. Wat Almere kenmerkt is een ongekende ambitie om de stad van de zeebodem op te bouwen tot een volwassen, unieke en fijne stad. Almere volgt slechts een andere route en is pas 30 jaar oud. Jonger dan de gemiddelde Nederlander.

Blauwe zee van kansen

Mag ik een vergelijking maken met de spraakmakende ‘blue ocean’ strategie van Renée Mauborgne. De kern van stedelijk succes ligt niet altijd in rode oceanen, waarin steden als concurrenten elkaar bevechten rondom issues als recreatie, arbeidsmarkt, woonmarkt en uitgaansmarkt. Gevechten van dat kaliber kennen slechts verliezers. Almere slaagt er juist in om het anders te doen. Vanuit een totaal ander paradigma een stad neer zetten die zich continu kan vernieuwen. Met in elke stadsdeel gezondheidscentra, uitgaanscentra, met gescheiden busbanen en een hart van architectonisch topniveau.

Almere is de derde architectuurstad van Nederland. Ze heeft met haar jonge culturele sector diverse prijzen gewonnen. De slogan van Apple ‘Think Different’ is eigenlijk ook een eerbetoon aan de lef van de Almeerse ontwerpers en de pioniersgeest van de huidige bevolking. In de blauwe oceaan van Almere is geen concurrentie met andere steden.

 Growing Green Cities

Almere is een mirakel volgens vele buitenstaanders. Inwoners van Almere stonden bijvoorbeeld achter de nominatie om culturele hoofdstad van Europa te willen worden en werkten in hun eigen tijd aan een Cultureel Bidbook voor de stad. Wederom een blauwe oceaangedachte. De Floriade wordt een totaal ander soort wereldtuinbouwtentoonstelling dan in het verleden. Er wordt een verbinding gelegd met ‘Growing green cities’. Met stadslandbouw, met groene energie, watermanagement en hoe groene innovaties de stedelijke conglomeraten kunnen helpen naar een next level. Een groen level.

Almere is het Cirque du Soleil van de randstad.

Nieuwstadse burgers zijn van een ander soort elite. Niet van de ‘gevestigde’ orde. Maar een nieuw ras. Tenslotte is er geen oud èn geen nieuw geld te vinden op de Zuiderzeebodem. Maar Almere heeft wel de afgelopen jaren gekeken naar het succes van Apple, van Cirque du soleil, van Viagra. Out of the box. Constant kantelend. Want de zee waarin de oude steden zich bevinden, daar past de Almeerse burger niet bij. Het succes ligt in Almere in het steeds weer vinden van blauwe oceanen.

Een tip naar het stadsbestuur: De kunst is om niet af te drijven naar de rode oceanen. Blijven ze in de blauwe oceaan, geloven ze in de meeslepende projecten van hun eigen bewoners, de actieve pioniers van de toekomst, dan voorspel ik Almere een prachttoekomst.