Er is geen links of rechts volgens mijn dochter


mayimkitten

Onze dochter Mayim heeft cerebrale parese, of eigenlijk iets wat er op lijkt, ze heeft namelijk corticale dysplasie – even uitleggen – niet alle hersencellen van haar cortex zitten op de juiste plek. De routebeschrijving bij haar reis van ei-cellige naar embryo ontbreekt. Die dingen schijnen standaard in je DNA te zitten zag ze laatst op Discovery. En ja, door die verdwaalde cellen heeft ze wat handicaps.

Dat betekent voor Mayim dat ze geen links of rechts kent. Gevaarlijk in het verkeer? Nee, dat niet, alles valt te automatiseren. Rechts heeft meestal voorrang, en soms links ook, op haar elektrische rolstoel zit een sticker met een rode en groene pijl. En links voorrang? Dat is in Engeland, Australië, Zuid-Afrika en Japan.

Voor mijn dochter bestaat er naar mijn weten ook geen links of rechts in de politiek. Mayim snapt sowieso niet waar de politiek echt over gaat als ze naar het journaal kijkt. Niet omdat het te moeilijk is, maar gewoon omdat ze niet snapt waar politici zich, naar elkaar toe, druk over maken. Oplossingen voor problemen zijn in haar ogen simpel.

Als iemand geen eten heeft of geen huis om in te wonen dan geef je diegene toch te eten en een bed om in te slapen. Als diegene dan graag voor je wil werken, dan vraag je toch aan hem om voor je te werken (ik ben ondernemer, dat snapt ze heel goed). Ze heeft ook vaak de prachtigste oplossingen voor uitdagingen waar volwassenen niet uitkomen. Als er een aardbeving ontstaat door het laten leeglopen van de gasbel, dan pomp je de bel toch gewoon weer op – ik vraag me af of dat zou kunnen.

Die blonde meneer die zo een raar mondje heeft.

Volgend jaar mag ze voor het eerst stemmen. Ze wordt in december 18 jaar, en ze weet heel goed waar ze niet op gaat stemmen. Op die enge blonde meneer, en dan bedoelt ze die schreeuwerd uit Amerika. Die zo een raar mondje heeft.

Ze wil vooral op mensen stemmen met leuke ideeën en niet op boze of chagrijnige mensen. En natuurlijk moet er in haar ogen gestemd worden voor alle dieren, en voor de bibliotheek. Voor een mooie wereld en waar je buiten fijn met elkaar kan spelen. Of stemmen voor een leukere leraar voor de klas, want deze is niet leuk. Voor een salaris waar je ook mee op vakantie kan, ook als je gehandicapt bent. En dat je met de rolstoel overal naar toe kan.

Als je stemt, dan stem je, als het aan haar ligt, voor geluk voor alle mensen in de wereld, en uiteraard voor gezondheid en niet voor handicaps … die handicaps zijn maar lastig.

Eh … ik durf het bijna niet te vragen. Zijn er politieke partijen die geloven in haar dromen en haar dromen kunnen waarmaken? Die een wereld kunnen creëren die haar hoop geeft en de wereld wat vrolijker wordt en niet zo chagrijnig. En kunnen die partijen dan ook samenwerken om dat voor elkaar te krijgen en niet zo schreeuwen tegen elkaar.

(Nabrander: Ze vindt ook dat als je niet gaat stemmen volgend jaar, dan mag je de eerstvolgende keer voor straf niet meer stemmen. En als je wel gaat stemmen, dan krijg je een beloning, dan mag je een keertje twee keer stemmen.)

Jesse Klaver is onze kans op een nieuwe politiek


Bij GroenLinks  omarmen we vaker dan andere partijen waarden die niet in geld uit te drukken zijn. De waarde van Europa, de waarde van het gezamenlijk oplossen van vluchtelingenstromen, de waarde van goed onderwijs, de waarde van kunst, cultuur, zorg en natuur. En allemaal vanuit het perspectief van hoop inplaats het negatief sentiment. En dat stel ik op prijs. 

Politiek leiderschap gaat over het in beweging zetten van mensen via een realistisch en optimistisch beeld. Jesse Klaver kan dat. In een combinatie van luisteren en spreken. Hij inspireerde me een drietal jaar geleden met zijn verhaal over zijn gehandicapte vriend. Het kwam diep bij mij binnen. Ik zag dat hij de problematiek rondom het leven een beperking ten diepste begreep: het verlangen van zijn vriend naar waardig meedoen in onze maatschappij.

Groenlinks is volgens mij met Jesse Klaver in staat politiek leiderschap op een andere manier te organiseren, niet alleen top-down, maar van buiten naar binnen, zonder navelstaren en burgers populistisch naar de mond te praten.

Groenlinks blijft aanjager van economische hervormingen
Progressieve partijen zijn steevast aanjager en inspirator voor ingrijpende veranderingsprocessen. Doorgaan op de zelfde weg is niet de oplossing voor ons land. We hebben in Nederland kabinettenlang gefaald door overal het begrip ‘geld’ aan te hangen. Ook aan waarden die niet in geld zijn uit te drukken: aan mantelzorgen, kunstgenieten, cultuuromarmen en natuurmaken. Terwijl we eigenlijk allen verlangen naar een solidair en sociaal land. Momenteel is bij velen een gevoel van: genoeg is genoeg. Er is een afkeur van het systeem dat enkel dacht in geld en in rendement, mede door de verspilling van alles van waarde. Er is een groeiend besef dat groei anders kan. Betere producten maken, duurzamer gebruik, niet elke keer weer een nieuwe auto kopen of nieuwe kleren als ze nog lang niet versleten zijn. Geen voedsel doordraaien. We stappen steeds sneller weg van de hyperconsumptie.

Opgeheven vingertje
Als vanouds lag het zwaartepunt van Groenlinks politiek op cognitie, op het beste jongetje of meisje van de klas willen zijn. De polen van de magneet draaien om. De vinger werd vorig jaar naar Jesse geheven door de toezichthouder van een door de staat geredde bank. En dat tekent de kanteling en toont dat het oude systeem aan het einde van zijn levenscyclus is. Bij de zoektocht naar een duurzame kanteling is het goed een grotere verantwoordelijkheid bij de burger te leggen. Bijvoorbeeld door de broodfondsen te omarmen, burgerinitiatieven te ondersteunen op het terrein van zorg. En het makkelijk maken voor energiecoöperaties via wetgeving. En zo samen de nieuwe economie te gaan bedenken en te doen. Dit vergt een verdere democratisering van ons politiek systeem. Samen op weg betekent dat de politiek voorwaarden schept burgers de kans te geven mede richting te geven aan de focus van de het land (en daarmee aan de politiek) en wetgeving. Er ontstaat dan eindelijk de gewenste gedeelde verantwoordelijkheid en ruimte voor zelfsturende mechanismen. Nederlanders worden zo actoren in het veranderingsproces. Statisch wordt zo dynamisch. De politiek wordt weer vloeibaar. De scheiding tussen ivoren toren en kiezer verdwijnt en verandert zodoende in gelijkwaardigheid van partijen.

Een idee: een Vrije Kamer, naast de Eerste en Tweede …
Als verandering een on-going business is, ontwikkel dan ook on-going politieke podia buiten en naast de partijen. Zodat alle Nederlanders samen aan de vooruitgang van Nederland kunnen werken. Samen werken aan het nieuwe hogere doel: met een zo breed mogelijk gedragen besluit en beleid. En niet een met meerderheidsstemmen en macht doorgedrukt besluit, zoals in het verouderde huidige systeem. Die podia bouwen dan voort op actuele inhoudelijke thema’s die in Nederland echt opportuun zijn. Langs de lijn van de inhoud wordt op deze manier gewerkt aan bezieling, inspiratie en kwaliteit. De overtuiging dat politiek leiderschap niet uitsluitend voorbehouden is aan de top wordt steeds sterker in Nederland. Samen op een sociocratischer manier het land leiden, dat is democratie in zijn mooiste vorm èn een duurzamer vorm van (gedeeld) leiderschap. Dus Jesse, doe je best, ik ondersteun je hierin. Op naar een Vrije Kamer, naast die van de Tweede en Eerste.

Wij staan op! Strijden voor een toegankelijk NL!


Wij staan op

Tim en Pauline overhandigen Otwin van Dijk, tweede kamerlid, de sponsorstoeptegel.

‘Wij staan op!’, is een groep van 10 jongvolwassenen met een beperking. Zij startte 16 mei een publiekscampagne voor het verbeteren van de positie van mensen met een beperking. ‘Wij staan op!’ roept de regering op meer haast te maken met de ratificatie van het VN-verdrag voor mensen met een beperking.

Ik ken ze bijna allemaal persoonlijk. Mooie gedreven mensen. Met Pauline Gransier en Jiska Ogier in de frontlinie. Ze brengen onder andere een manifest uit waarin zij het VN-verdrag in concrete eisen hebben omgezet. Zij vragen alle Nederlanders om hun steun te betuigen aan het manifest via de website www.wijstaanop.nl. De campagne startte tijdens de uitzending van het VARA programma Kassa, zaterdag 16 mei om 19.05 uur op NPO1 waar ook Tweede Kamerlid Otwin van Dijk was uitgenodigd.

Mijn bedrijf ondersteunt ze op diverse manieren en ik maakte een stoeptegel met het logo. Deze sponsortegel kan worden aangeschaft door gemeenten en instellingen die willen streven naar toegankelijkheid. Het geld wat deze jongvolwassenen hiermee ophalen wordt besteed aan de campagne ‘vrijheid en gelijkwaardigheid.

Ze willen volledig en daadwerkelijk deelnemen aan de samenleving en daarin worden opgenomen, maar ervaren veel tegenwerking en onbegrip. Zij willen niet langer door politiek of samenleving gezien worden als speciale zorgvragers of hulpbehoevenden. Zij willen behandeld worden als gelijkwaardige mensen. Daarom beginnen zij een campagne voor meer vrijheid, gelijkwaardigheid en minder beperkingen en discriminatie vanuit de samenleving.Voor het fragment op Vara’s Kassa kunt u naar deze link klikken:

http://kassa.vara.nl/tv/afspeelpagina/fragment/jongeren-met-beperking-willen-toegankelijkere-samenleving/speel/1/

De hartstocht voor je stad begint bij naar je burgers te luisteren?


natuurbelevingcentrum_de_oostvaarders.ashx
Ik liep dit weekend langs de Nieuwe Wildernis en was wat aan het mijmeren over de Almeerse gemeente en politiek. Ik miste daar toch echt de ‘hartstocht’ voor onze stad. Niet bij elke ambtenaar of politicus hoor, ik ken een paar hele passievolle, maar bij het gros mis ik de liefde voor de stad, misschien komt het omdat meer dan de helft (nog) niet in Almere woont, of dat ze de liefde voor Almere nog niet ervaren hebben, of dat er nog niet genoeg geluisterd is. Mijn gevoel is sterk dat het stadhuis de afgelopen raadsperiode net op een hoofdkantoor van een multinational leek. De stad, haar bestuur en de uitvoerders zijn voor de leek vooral bezig met grote zaken, de schaalsprong, de Noord-oostvleugel, de Floriade, het Stadshart, over de hoofden, boven de hoofden van de inwoners, vanuit de ivoren toren … het verbeteren van ‘kleine’ idealen in onze stad lijken daardoor niet meer belangrijk. Fijn werken, wonen, uitgaan, goede zorg (voor elkaar), sporten, studeren, genieten van de natuur, samen met elkaar dingen doen.

Volgens mij zou de politiek en de gemeente er goed aan doen meer passie te tonen voor het kleine in de stad. Dat is misschien niet zo hemelbestormend op het eerste gezicht. Maar het zijn zaken die er voor de Almeerder echt toe doen. Ik noem maar wat: Tuinvergrotingen niet gedogen maar gewoon toestaan, of het niet volbouwen van elk stukje groen in de stad, of leegstaande gebouwen geschikt maken voor ZZP’ers, of burgerinitiatieven serieus nemen en echt ondersteunen en niet meteen ambtelijk met een heleboel ‘maren’ … komen. Het is in Almere een moeilijke stap: Loslaten. De stad kenmerkte zich door een strakke regie en planning, als een soort superbouwconcern, nodig om in die 30 jaar naar 200.000 inwoners te groeien. Maar nu is het echt tijd om los te laten. En inwoners zelf mede aan het roer te laten staan. Via hun gepassioneerde vertegenwoordigers natuurlijk. Zo zit democratie in elkaar. En zouden we daarbij ook ‘het gevoel van de stad’ weer kunnen terugbrengen in het DNA van de politiek en de politieke besluitvorming kunnen verbinden met wat de echte wereld ook graag wil?

Dat kan starten door de inwoners van Almere  meer te laten participeren bij besluitvorming van de ‪raad van Almere, zodat er weer ‎hartstocht,‬ ‪‎blijdschap‬ of (en daar is niets mis mee) echte ‎boosheid‬ doorklinkt. Want ik zie veel hartstochtelijke stadsbewoners die trots zijn op hun stad, hun wijk, hun park.

Het morele debat in de politiek wordt nu vaak verzwakt omdat er meer dan gebruikelijk wetenschappelijk of cijfermatig naar problematiek wordt gekeken of omdat er deskundigen worden opgevoerd die dan zogenaamd de waarheid in pacht hebben, maar zijn ingehuurd (vaak ingevlogen uit andere steden) voor het preken voor eigen parochie. De onderbuik, of intuïtie wordt afgedaan als onbelangrijk. Volks als het ware.

Het wordt tijd voor gewone mensen in de politiek.
En dat bedoel ik absoluut niet verkeerd. Misschien niet allemaal zo geletterd, maar wel jong van geest. Ik weet zeker, de meeste mensen hebben goede principes en verlangens. Raad van Almere, trek vaker de kiezers bij het proces. Aan het begin hiervan, en niet als alles al in kannen en kruiken is, en er nog even een inspraaksausje overheen mag.
Voor zo een aanpak, daar sta ik voor. Want er moet ruimte komen voor hartstocht, de kleine en af en toe wat grotere idealen en niet in de laatste plaats, voor de mens i.p.v. de cijfers, in onze mooie groene, weidse stad.

I am what I am, thema van de paralympics


I am what I am van dame Shirley Bassey is het themalied van de Paralympics in London 2012. Het lied onthult op de openingsceremonie een reusachtig model van het controversieel mooie beeld van de zwangere misvormde Alison Lapper van de beeldhouwer Marc Quinn. Het tekent de start van grensverleggende paralympics die gaan komen: Alison als moderne versie van de armenloze Venus van Milo, de wereld toeschreeuwend ‘Ik ben wat ik ben!’.

Samen met mijn spastische dertienjarige dochtertje kijk ik elke dag naar de spelen. Op de ARD en op BBC, want in Nederland is er vanwege de aandacht voor de verkiezingen amper aandacht voor de spelen. Kijkend naar de spastische zeehondenhandjes en verkrampte beentjes van mijn dochter pink ik een traantje weg bij de speech van Stephen Hawking die na het openingslied volgt. Hawking, überspast en Nobelprijswinnaar zit in zijn rolstoel op het centrale plein. Hij bedient met zijn ogen zijn spreekcomputer. Zijn speech is voorbode dat er absoluut grenzen zullen worden verlegd in London.

Ik quote Hawking: ‘The Paralympic Games is about transforming our perception of the world. We are all different, there is no such thing as a standard or run-of-the-mill human being, but we share the same human spirit.’. En, ‘What is important is that we have the ability to create … however difficult life may seem, there is always something you can do and succeed at,’ voegt hij toe.

Nederland grossiert deze week in paralympische medailles. Mijn dochter en ik zijn plaatsvervangend trots. De Nederlandse televisie grossiert deze week echter in politieke debatten. Veel zorgdebatten valt me op. Deze gaan steevast over de te behalen bezuinigingen op de AWBZ, over de stijgende kosten door de vergrijzing, over kwaliteit van leven en over wel of niet doorbehandelen. Het gaat over de kosten van medicijnen en het gedeeltelijk afschaffen van het PGB.

Het gaat in die debatten niet over visie op levensbrede en levenslange zorg, over de mogelijkheden en kansen voor langdurig gehandicapten om te kunnen participeren in de maatschappij. Politici kunnen leren van de paralympische sporters. Ik zou graag willen dat ze hun ideeën kantelen en net als bij de paralympics het menselijk kapitaal zien, op dezelfde wijze als Hawkin dat zo mooi formuleert.

Door herinvoering van een bredere vorm van persoonsgebonden budget geef je mensen meer vrijheid om hun leven naar eigen inzicht in te richten en de maatschappij de rijkdom van juist die mensen die elke dag olympische prestaties tonen te laten zien. Precies zoals mijn dochtertje dat voor ogen heeft. Die ondanks haar zware handicap druk meedoet in de maatschappij. Die graag twittert en gewoon tandarts wil worden. En als het niet met haar eigen handjes lukt, dan maar met een robotarm, vindt ze.

Mensen met een handicap krijgen in de Nederlandse maatschappij, ondanks mooie experimenten, nog steeds niet voldoende kans om te laten zien wat ze waard zijn. De overheid moet geen stap terug doen, maar een stap verder. Door werkgevers te verplichten arbeidsgehandicapten in dienst te nemen. Dan kunnen ze ontdekken wat voor olympische prestaties deze mensen tonen.

Eigen regie is de tegenhanger van de betutteling waar het nu in politieke debatten telkens over gaat. Een paar politieke partijen hebben het begrepen. Ik lees ‘eigen regie’ in de programma’s van de PvdA, GroenLinks en D’66. Keuzevrijheid en eigen regie als visie op participatie. De andere partijen zijn daar wat kariger in of spreken daar helemaal niet over. Maar wat niet is kan nog komen. De droom van deze paralympics: ‘There is always something you can do and succeed at’, … dat is de spiegel die ik de politiek en de kiezer nu graag voorhoud.

Ontboezeming: Ik ben een postmaterialist


Ik heb zojuist deelgenomen aan de Mentality-waardentest van Motivaction. Aan de hand van mijn antwoorden is bepaald welk waardenprofiel het best bij mij aansluit. En misschien ook wel welke politieke partij bij mij hoort.

Mijn profiel vertoont de meeste overeenkomsten met dat van de postmaterialist. De maatschappijkritische idealist die zichzelf wil ontplooien, zich verzet tegen sociaal onrecht en opkomt voor het milieu. Ik volg liever geen getreden paden zegt deze test, maar ga graag op zoek naar unieke oplossingen. Ik ben al jaren ‘groene’ ondernemer. Aangesloten bij MVO-Nederland. De drie P’s van People, Planet en Profit zitten al 25 jaar in mijn ondernemersgenen.

Solidariteit
Solidariteit en harmonie kenmerken mijn persoon, volgens Motivaction moet ik erbij zeggen. Ik schijn nogal kritisch te zijn ten opzichte van de hedendaagse maatschappij. Het streven naar een onderlinge verbondenheid, het nemen van verantwoordelijkheden en het werken aan sociaal-maatschappelijke verbeteringen, spelen een prominente rol in mijn leven en werk. Postmaterialisten als ik hechten er veel belang aan te kunnen leven volgens hun eigen principes en zijn sterk sociaal bewogen.

Duurzaam
Verantwoord leven is belangrijk: zonder verspilling, winstbejag en zonder aantasting van het milieu. Bij voorkeur werk ik met of bij instellingen of organisaties die een bijdrage leveren aan de maatschappelijk-economische vooruitgang of welzijn. Bij organisaties ben ik vooral bezig met de volgende stap in ontwikkelen.

Cultuur
Meer dan andere mensen toon ik interesse in kunst en cultuur (film, musea, toneel, architectuur, klassieke concerten), als in een meer ‘huiselijke’ vorm van vrijetijdsbesteding. Ik hou veel van lezen, muziek beoefenen en schrijven.

Sterk gezinsleven
Het gezinsleven is hecht (sterke onderlinge betrokkenheid), maar absoluut niet ingericht volgens traditionele patronen. Een open modern gezin met een positieve instelling en daadkracht.

En nu?
Ik heb deze test laten lezen door wat vrienden in mijn nabije kring. Ze vertelden me dat deze analyse tot op het ‘enge af’ waarheidsgetrouw is. Ik ben blijkbaar een open boek voor Motivaction in mijn directe omgeving. Ik leg me er bij neer. Ik ben een Post-Materialist …

Wikipedia zegt binnen het spectrum politieke stromingen en ideologiën het volgende over materialisten en post-materialisten:

In het dagelijks spraakgebruik heeft het begrip ‘materialisme’ een negatieve betekenis. Volgens Van Dale’s woordenboek is een materialist iemand ‘die alleen zijn geluk zoekt in laag genot’ of ‘die vooral gehecht is aan stoffelijke zaken’. In de politicologie kent het begrip ‘materialisme’ grofweg twee betekenissen. Ten eerste verwijst materialisme in de politieke theorie naar de leer dat het bewustzijn van mensen bepaald wordt door hun materiële omstandigheden (zie het ideologiebegrip van Marx, paragraaf 1). Ten tweede wordt materialisme als neutraal begrip gereserveerd voor die waarden, waarin een relatief groot gewicht wordt toegekend aan waarden als veiligheid en welvaart. Deze laatste betekenis staat centraal in de tegenstelling materialisme-postmaterialisme. Postmaterialisme verwijst dan naar waarden als zelfontplooiing, democratisering of milieubewustzijn. Postmaterialistische waarden worden nogal eens in verband gebracht met het begrip ‘links’, materialistische waarden met het begrip ‘rechts’. Toch dient een dergelijke vergelijking genuanceerd te worden. De traditionele ideologieën, zoals het conservatisme, het liberalisme, het socialisme, het calvinisme en het katholicisme, legden aanvankelijk allemáál sterk de nadruk op materiële waarden. De tegenwoordige liberale, socialistische en confessionele stromingen besteden allen aandacht aan postmaterialistische waarden. Het eerste moment waarop, de manier waarop en de mate waarin aandacht wordt besteed aan postmaterialistische waarden, verschilt echter per politieke stroming. Links besteedde eerder (vanaf halverwege de jaren zestig), met vaker niet-religieuze argumenten en in sterkere mate dan rechts aandacht aan postmaterialistische waarden. Naast de ‘verrechtsing’ van Nederland op economisch gebied, lijkt de al dan niet vermeende ‘verlinksing’ of het afnemende traditionalisme van Nederland op niet-economisch gebied in overeenstemming met onderzoek naar veranderingen in (post)materialistische waarden bij individuen. In de jaren tachtig stijgt het aantal materialisten binnen elke generatie. Maar in de jaren negentig blijkt het aantal materialisten te dalen en stijgt het aantal postmaterialisten.

Materialisten (nogmaals: in de neutrale, politicologische betekenis) stemmen relatief vaak op de VVD en de kleine rechtse partijen. Postmaterialisten geven hun stem vooral aan PvdA, D66 en GroenLinks. Niettemin blijken PvdA en D66 een aanzienlijk deel van de materialisten aan zich te binden. Het CDA is populairder onder materialisten dan onder gematigd materialisten. De partijkeus varieert dus nogal onder materialisten. Hetzelfde geldt voor postmaterialisten. Het onderscheid tussen materialisten en postmaterialisten betreft een nieuwe dimensie in de politiek die (nog) niet tot uitdrukking komt in de tegenstellingen tussen links en rechts of confessioneel en niet-confessioneel.

Samen met Freek en vele anderen op de bühne by #heteherfst


Vandaag mocht ik voor een grote toehoorders speechen. Op de Dam. Met verontruste ouders, met muziek, met kunstenaars en Freek. Een fijne man die weet wat vechten voor de goede zaak is. Het was de Dag van de Verontwaardiging. De NOS was erbij. De sfeer was positief. Want we staan op een kantelpunt in onze maatschappij. Samen met de Occupybeweging Amsterdam en vele anderen hebben we weer een stap gemaakt in mensen bewust te maken dat het menens is.

Hieronder mijn korte speech van twee-en-halve minuut.

Ik had een droom.

Over de toekomst van onze dochter. In een Nederland dat ik respecteerde.

Onze 12-jarige dochter zei voordat ik wegging tegen me: ‘Waarom Pappie, waarom ben ik gehandicapt en al die anderen niet? Pappie, waarom houdt dit kabinet niet van mij. Pappie, waarom moet je altijd weer voor mij vechten? Pappie, dat is toch oneerlijk?

Mijn dochter is ernstig gehandicapt, spastisch, epileptisch en hartpatiënt.

Nederland vindt momenteel het woord Apartheid opnieuw uit. Apartheid is het Afrikaner woord voor “isolement”. Apartheid is uitgevonden in de dertiger jaren. De crisisjaren. Ik zie een parallel.

Deze nieuwe scheiding komt keihard aan bij mensen die geslachtofferd worden door het huidig kabinet. Door de stapeling van bezuinigingen ontstaat een scheiding van werkvoorzieningen, een scheiding van zorg en een scheiding van onderwijs.

De stapeling veroorzaakt dat gehandicapten langzaam uit het zicht van de maatschappij verdwijnen, hun kansen op de arbeidsmarkt zien verminderen en onrendabel worden.

Ik had een droom.

Ik was trots op hoe dit land werd vormgegeven door de solidariteit van haar bevolking. De hele wereld kwam kijken hoe die ‘Hollanders’ hun zorgstelsel geregeld hadden. Obama niet in de laatste plaats.

Ik hoop dat in het Nederland van nu het moreel besef groeit. En dat hiermee deze onzin ophoudt. Ik hoop dat Nederland gidsland kan blijven als het gaat over vrijheid. Over de eigen regie over leven, onderwijs en zorg.

Ik kijk af en toe naar de dingen vanuit de ogen van mijn kind.

Ze stelt zich ontvankelijk op voor alles wat op haar afkomt. Ze is spontaan en durft nog. Haar geluk is verbonden met zelfvertrouwen, zelfwaardegevoel en weerbaarheid. Ik stel voor dat het kabinet Rutte met diezelfde blik naar de toekomst kijkt. Het zou ons land helpen.

Ik had een droom. Mijn dochter heeft nog haar droom. U kunt wel voorstellen welke.