Het is carnaval: De PVV omarmt de revolte


 

De peiling van Maurice de Hond duidelijk laten zien dat veel Nederlanders het xenofobe denken van de PVV ondersteunen. Want bang voor vreemdelingen, dat zijn ze al jaren. Vier jaar geleden werd een ‘klik’-site voor stoute Europeanen (Polen en Roemenen) opgericht, daarna was Geert een beetje boos op de Grieken en dit keer krijgen de oorlogsvluchtelingen er van langs. En hij verzon een nep pepperspray. Om je te beschermen tegen vluchtelingen. En dat is natuurlijk precies waar carnaval over gaat. Een nep-rol spelen met een nep-spray in een nep-wereld.

PVV’ers houden van de revolte
PVV’ers zijn voorspelbaar over hun rol. En de meedeiners zijn ook kinderlijk eenvoudig. Carnavaleske meezingers. Ik heb namelijk de ontdekking gedaan dat het in de aard van de PVV’er ligt om ons allemaal het hele jaar door te laten lachen. En dat ze steeds willen blijven scoren met dezelfde carnavalshit #kominopstand. Het is hun vergeven. Het is tenslotte weer carnaval in Nederland. Ik zie hun drijfveer. Op satirische wijze spotten met de maatschappij en de politiek. Kijken we naar de oorsprong van carnaval ziet we dat vanuit antropologisch perspectief het carnaval een omkeringsritueel is, waarin maatschappelijke rollen worden omgedraaid en met normen over gewenst gedrag worden opgeschort. Een soort nep-maatschappijtje bedrijven. De PVV is in mijn visie een carnavalspartij, maar wel een die denkt dat het hele jaar hun prins carnaval aan het woord mag zijn. En en zijn adjudanten? Die doen hard mee met het meezingen van de carnavalshit van de Überprins.

PVV’ers zijn tonpraoters
Belangrijke componenten van de carnavalsrituelen zijn de zogeheten betogen in lokaal dialect. Nieuwe woorden worden zo toegevoegd aan de al zeer polymorfe politieke taal. In hun geval van de PVV meestal samenstellingen met ‘tsunamie’ erin. Vaak gebruikt voor de vergrotende trap. Niet door een mug gestoken worden, maar door een muggen-tsunami. In Brabant worden deze carnavalvierders tonpraoters genoemd, en ze zitten daar ook daadwerkelijk in een ton, in Limburg buutreedner en in Zeeland een ouwoer genoemd. Allen houden een cabaretesk betoog in een politiek soort dialect, waarin allerlei actuele zaken de revue passeren. Vaak worden daarbij lokale situaties en bekendheden uit de landelijke, lokale en regionale politiek op de korrel genomen. Het grijpt terug op de traditie van de nar. Erg ondeugend allemaal. Als ik nu een doorkijkje maak zie ik dat PVV’ers, vanuit hun toestand waar ze zich in welbevinden, eigenlijk continu carnaval vieren. Het beperkt zich niet tot de korte periode voor aswoensdag maar gaat gewoon het hele jaar door. Zelfs boven de rivieren. Stouterds. Ze houden niet van ophouden en lachen zich een aap. Ze vergeten dat als je in de ton stond, je van alles gevrijwaard was. Nu ze uit de ton stappen, stappen ze uit de toon, en wordt het een nep-carnavalsvereniging.

De vastgelopen plaat
Dat de PVV altijd maar in haar groef blijft hangen toont aan dat deze nep-carnavalsvereniging wel de ‘broken record’ van de Lage Landen is. Ik zie dat hij als prins carnaval zijn angsten toegankelijk maakt veel hossende soortgenoten. Carnaval is tenslotte een nationaal volksfeest. Het verhaal van de plaat die in zijn groef blijft hangen is van alle tijden. In elke periode in de geschiedenis heb je een partij waar het zittende regime en intelligentsia meewarig het hoofd over schudt. Gelukkig kunnen we nu hoogleraar Swaab de schuld geven van dit ‘enge denken’. Hij heeft tenslotte ontdekt dat mensen gewoon als VVD’ers, Groenlinksers, SP’ers of PVV’ers geboren worden. Dat we geen bewuste beslissingen in ons leven nemen, en dat alles simpel is voorgekookt in ons hersenen. Je bent wat je ‘gen’ in je hersenen heeft gebrand, gekokstooft. Hersenspecialist Piet Vroom had daar mooie verhalen over. Over onze basisemoties als lachen en angst. Zijn boek ‘Tranen van de krokodil’ vertelde dat we als het gaat om onze primaire emoties, en ik schaar er voor het gemak vreemdelingenhaat ook onder, nog steeds worden geleid door onze hersenstam en niet de cortex. De hersenstam als basaal overblijfsel van de evolutie met de emoties van een krokodil en verantwoordelijk voor het gedrag van al die Nederlanders die even de nuance tijdens carnaval kwijt zijn. Bij de PVV blijft dat paard steeds vaker in de gang staan. Of het nu een Islamitische, Grieks of Oost-Europees Paard is. Het dweilorkest van de PVV kan geen nieuwe liederen meer bedenken en komt steeds moeilijker uit haar steeds dieper lopende groef. Het is ons oerinstinct dat maar niet beschaafd wordt.

Kantelen voor dummies: het geheim ontrafeld


KANTELENVOORDUMMIES

Je voelt je vrijdenker en roeptoetert al jaren dat je het systeem wil veranderen, maar het zet nog geen zoden aan de dijk. Hoe word je nu omarmd door die nieuwe elite: de steeds groter wordende groep kantelaars in Nederland?

Na ruim tien jaar durf ik jullie het geheim van het ‘kantelen’ te vertellen en hoe je, zonder al te veel moeite, bij de groep van kantelaars kan aansluiten.

Even terug naar het begin

In 2004 startte ik met kanteldenksessies voor overheid en zorginstellingen. Ik gaf topambtenaren en bestuurders ideeën voor zorginnovaties. Na de eerste workshop ‘Kanteldenken’ in de Beurs van Berlage zette ik de deelnemers in een rolstoel en vroeg of ze naar de volgende ruimte voor de workshop ‘Kanteldoen’ wilden gaan. Die bevond zich op een andere verdieping. Hindernissen in de vorm van een trap en het gebrek aan een toegankelijke lift in het oude gebouw zorgden ervoor dat de workshop niet te bereiken was. Omdat – voorspelbaar – ze niet zouden arriveren liep ik alvast naar het café. Verontwaardigde ambtenaren legde ik daar uit dat ze dat ‘Kanteldoen’ beter in hun eigen gemeente konden doen, en niet hier. Ter plekke leerden ze van alles over ontoegankelijke gebouwen. Les geleerd.

Moeiteloos kantelaar worden? Kan dat?

Ik heb een vijfstappenplan gemaakt voor moeiteloos kantelen, voor dummies dus:

  1. Ga naar de website nederlandkantelt.nl en schrijf je in. En twitter of facebook dat luid onder je vriendenkring. Er zijn ook nog andere bewegingen die hetzelfde willen, maar een andere naam hebben. Nieuw Nederland of de Transitiepartij. Google maar eens rond.
  2. Stap daarna zo snel mogelijk over naar een andere bank, bijvoorbeeld de ASN Bank of Triodos .
  3. Laat via een duurzame drukker visitekaartjes drukken (op dat papier met bloemenzaad erin, dat je kunt weggooien in je tuin) met daarop als beroep ‘Kantelaar’, en deel dat uit op elke bitterballenborrel die je bezoekt.
  4. Roeptoeter tegen de systeembazen – van bankier tot politicus – dat ze moeten veranderen, dat het tijdperk van eigen kantelaar in eigen buik is aangebroken.Toon deze dia veelvuldig:

11535788_1123061811041577_6847453130218448527_n

En als 5de punt: Organiseer een kantelfestival, kantelcafé of kantelacademie. Schenk voldoende gezonde drankjes en bier.

Kantelmeester worden

Kantelmeester worden in de orde van de echte “Kantelaars”. Ja, dat is hard werken, dat is andere koek. Gedreven door zaken die fout zijn gegaan in onze maatschappij, willen we het anders of beter doen. Velen van ons zijn al bezig ruimte te creëren voor duurzame innovatie op de bekende thema’s en issues die vandaag spelen. Van economische tot morele crisis. Van politieke vernieuwing tot de grote immigratieproblematiek. Over hyperconsumptie en verspilling, werkeloosheid en ‘werkverdeling’, over zorg voor elkaar, voedsel in je eigen omgeving verbouwen en met elkaar groene energie opwekken. Onderwerpen volop. Maar ook de kleine kantelingen doe je beter samen, in je eigen stad, in je eigen wijk, in je eigen straat.

Kantelen … dat doe je met elkaar, waarbij verschillende soorten kennis en ervaringen worden ingebracht en ontwikkeld. Zo’n gemeenschappelijk creatieproces is als bewegen op een interactieve vrijdenkers-plaats; een vrije kamer, waarbinnen een verregaande vorm van kruisbestuiven ontstaat. Toevoegen van nieuwe dynamiek, waardengedreven denken en perspectiefverandering kunnen we onze gezamenlijke uitdagingen oplossen –> kantelen naar beter of anders. Deze manier van denken en van doen kent geen harde einddoelen, maar is open beweging naar beter. Van A naar B. Van Afbraak naar Beter als het ware. Het gaat over denkverschuiven en op andere manieren kijken naar vraagstukken. Deze vraagstukken slim verkennen, leren goed te reflecteren op te gemakkelijke aannames en het stimuleren van nieuwe inzichten of oplossingen. Dit vraagt uiteraard een inhoudelijk kennispeil. Kanteldenken is dus niet voor dummies. Je moet er echt je best voor doen. Zonder deze drie zaken kom je niet verder: Kanteldenken, kantelverbinden en kanteldoen. Over dat laatste binnenkort meer. Over kanteldenken helpt dit schema van hoogleraar Jeff Gasperz uit zijn boek Concurreren met creativiteit (Prentice Hall 2002).

kantelschema1. Verbreding van denken

In een brainstorm ga je op zoek naar meerdere aspecten van en invalshoeken op een probleem, voorstel of oplossingsrichting. Vragen die kunnen helpen bij denkverbreding zijn:

  • Waarom is dit een probleem c.q. uitdaging?
  • Waarom is een oplossing nodig?
  • Waarom moeten wij dit probleem aanpakken/oplossen?
  • Wie is de probleemeigenaar?
  • Wie gaat dit als probleem ervaren?
  • Wat voor subproblemen zijn er?
  • Hoe is het ontstaan?
  • Welke extra informatie missen we nog?
  • Zijn er aspecten aan dit probleem die we al kennen (ervaring)?
  • Waar vinden we informatie?
  • Waar zal het probleem zich voordoen?
  • Is of wordt het een urgent probleem?
  • Zijn er plekken/gebieden/gemeenten met dezelfde problemen?
  • Wat is de eerste stap tot een oplossing?
  • Is er hulp van buitenaf mogelijk, en wijs?
  • Wat gebeurt er als wij het probleem of de uitdaging niet aanpakken?
  • Wie heeft er belang bij het probleem?

2. Verdiepen van denken

Kanteldenken spoort van een probleem de dieperliggende concepten en assumpties (vooronderstellingen) op. Denken in paradoxen helpt hierbij. Door bijvoorbeeld het tegenovergestelde te beweren.

En over de assumpties: Denk maar aan een ijsberg. Het puntje is zichtbaar, maar hoe interessant is de rest van het verhaal. In ‘kantelontwartaal’ noemen we dat ‘de vraag achter de vraag’.

3. Verschuiven van het denken: het echte kantelen

Kanteldenken kijkt vanuit een geheel andere context dan waarin het probleem of de uitdaging is ontstaan. Dit denken gaat uit van divergerend denken (vanuit verschillende perspectieven) in plaats van convergerend (veel te snel willen oplossen). Divergerend denken doe je voornamelijk door te luisteren. Dit voorkomt dat er te energiek wordt omgegaan met het oplossen van het verkeerde probleem c.q. uitdaging.

Toen Albert Einstein werd gevraagd wat hem het meest heeft gebaat bij het ontwikkelen van de relativiteitstheorie kwam hij met het verrassende antwoord: Het bepalen hoe ik over het probleem moest denken.

Verschuiven van het probleem naar andere werelden, naar bijvoorbeeld sport, het bedrijfsleven, de natuur, de wetenschap, het theater helpt bestaande denkpatronen te doorbreken. Graham Bell bestudeerde het trommelvlies in het oor en kwam daarmee op de telefoon. Een fabrikant van zwemkledij keek naar de huid van de haai en ontwikkelde een stof dat sneller door het water gleed. De kunst is te denken in metaforen, en die dan sterk variëren.

Als je tot dit laatste zinnetje bent gekomen zonder te stoppen met lezen wens ik je veel succes. Met of zonder moeite, kantelen is een mooi vak. En voor degenen die niet zagen dat deze blog een  niet zo serieuze ondertoon heeft. Jammer dan. Maar weet, ook bij kantelen geldt maar in leidend principe: ‘Niet blijven lullen maar poetsen’. 

Bobo-taal en het belang van een Amerikaanse sirene


electronic-alarm-siren-9256-5224919

Op weg naar de VN-manifestatie over de rechten van mensen met een handicap oefent Marcel, mijn papa, zijn speech voor straks. Mama rijdt onze gehandicaptenbus waarin ik in mijn elektrische rolstoel naast papa zit. Papa noemt zichzelf kanteldenker … kantelen … nou dat kan hij wel, zegt mama altijd. Maar ik weet dat ze daar heel wat anders mee bedoelt.

‘Wie komen daar eigenlijk,’ vraag ik aan papa.

‘Nou het is niet mis hoor wat daar komt, een gezelschap van wethouders en politici, ik bedoel politici in spé, mensen die graag raadslid of wethouder willen worden, want je moet natuurlijk wel gezien worden, en dat kan op een manifestatie van mensen met een beperking. En dat zal wel weer een hoop ‘bobo’-taal worden.’

‘Bobo-taal, wat is dat nou weer?’ vraag ik.

‘Bobo-taal is praten door middel van abstracties waarin de complexiteit van de wereld nog complexer wordt,’ pest papa me. ‘Politici en ambtenaren zijn daar keigoed in.’

‘Ik snap het nog steeds niet.’

‘Ja schat, dat is ook precies de bedoeling. En dat moet veranderen.’

‘Jíj praat zeker nooit zo, hè pap.’

Mama begint te giechelen: ‘Nee hè, Marcel.”

‘Nou ja, jullie zeggen het … mijn speech gaat erover dat mensen met een handicap in onze maatschappij nog steeds niet volledig mee kunnen doen, werk, wonen, uitgaan, leren, noem maar op. We willen de rechten van mensen met een beperking bevorderen.’

‘Wij zijn niet beperkt, de rest is het … we worden gewoon niet gezién,’ zeg ik boos. ‘Weet je nog die keer dat we op zo’n drukke Pinkstermarkt waren en ik met mijn elektrische rolstoel over de tenen van een mevrouw reed die voor ons liep.’

‘Ik zie het nog helemaal voor me, dat was zo een hooggeblondeerde Jordaanse, zo een die in de jaren ‘80 in Almere is gaan wonen,’ zegt mama.

‘Het was haar eigen schuld hoor, want opeens draait ze zich om … een gehandicapte in een rolstoel, nee, die zie je niet … en ik reed dwars over haar voet, ik hoorde haar tenen kraken en ze schreeuwt, kijk uit trut, zo raak ik ook nog gehandicapt.’

‘Zo een domme opmerking.’ zegt papa. ‘Die elektrische rolstoel van jou, die weegt wel 200 kilo.’

‘Toen heb je zo’n Amerikaanse politiesirene op mijn rolstoel gemonteerd, hè pap. Zodat ze me wel zien … of eigenlijk horen … zal ik hem nu even aanzetten?’

‘Neeeee, alsjeblieft niet,’ roepen mijn ouders. ‘Niet nu,’

‘Wat lief hè mama, dat papa dat ding heeft gemonteerd toen.’

(dit fragment is uit het boek Water, wat in 2018 verschijnt over het leven van Mayim Kolder)

De wereld vergaat, behalve Almere. Logisch toch?


Afgelopen week werd met veel bombarie het nieuwste boek ‘Weerwater’ van Renate Dorrestein in onze Stadsschouwburg gepresenteerd. Het boek is nu al een bestseller. Almere blijkt in het verhaal als enige stad in de wereld over te blijven na het vergaan van de wereld. Een tipje van de sluier, de overlevenden zijn voornamelijk Almeerse vrouwen en een paar mannelijke gevangenen uit de penitentiaire inrichting ‘Almere Binnen’. Hoe bizar kan een verhaal beginnen. Ik ga niet verklappen hoe het verhaal loopt. Dan koop je maar het boek bij Stumpel of Bruna. In ieder geval is dit boek een aangename aanvulling op ‘De Weerwatermannen’ van Suske en Wiske.

Weerwater-omslag-jpg-202x300Renate was twee jaar lang onze ‘writer in residence’ en mocht bij diverse mensen thuis wonen om een goede indruk van de stad te krijgen. Haar vooringenomen mening over Almere is flink gekanteld na diverse ontmoetingen met bewoners. Onze stad is dan ook een heel andere genre. Buitenstaanders kijken voornamelijk naar de gebreken van onze stad. Het gebrek aan oude (grachten)panden, gevestigde cultuur en het aandeel creatieven. Daarmee gaat hij voorbij aan de kwaliteiten van onze onvergelijkbare stad. Een stad met een hoge kwaliteit van groen, water, veel woning voor minder geld.

Net als in het verhaal van Renate slaagt Almere er juist al jaren in om het anders te doen. Vanuit een totaal ander idee is een stad neergezet die zich continu zal vernieuwen omdat hier de ruimte voor is. Op basis van een spraakmakend polycentraal ontwerp. Met in elke stadsdeel gezondheidcentra’s, uitgaanscentra. Een stad met gescheiden busbanen en een hart van architectonisch topniveau. Nieuwe stadsmonumenten. De slogan van Apple ‘Think Different’ is eigenlijk ook een eerbetoon aan de lef van de Almeerse ontwerpers en de pioniersgeest van de huidige bevolking. In de blauwe oceaan van Almere is geen concurrentie met andere steden. Want Almere kent geen concurrenten. Almere is een onontgonnen gebied, op veel terreinen, waar alles nog mogelijk is.

Onafhankelijkheid, is dat niet wat iedereen tegenwoordig wil. Almere blijkt al lang een vrijstaat in Nederland. Gemeente, bewoners en instellingen hebben de stad in zeer korte tijd gebouwd. Een mirakel volgens vele buitenlanders. En het verhaal gaat verder met de Floriade straks, in 2022. Almere heeft gekeken naar het succes van Apple, van Cirque du soleil, van Viagra. Out of the box. Want de bokaal waarin de oude steden zich bevinden, daar past de Almeerse burger niet in.

Onze gehandicaptenplaats is rolstoelontoegankelijk


fotoIk dacht eerst aan Banana Split. U ook, denk ik, als u deze foto ziet. Ik wilde mijn ernstig gehandicapte dochter zojuist naar les brengen … u weet, zij rijdt in een stoere elektrische rolstoel … en wat roept ze voordat ik het in de gaten heb: ‘Papa, ze hebben onze autoplek veranderd.’ 

Van het ene op het andere moment … vanochtend stond hij er echt nog niet … staat er een grote paal voor de ‘uitrit’ van onze gehandicaptenbus.

Dit bord (wat ook nog verkeerd om staat, want de oplettende kijker ziet aan de overkant blauwe strepen op de weg), is geplaatst precies op de enige plek waar ik de loopplank van onze bus kan uitklappen. In de rest van de straat (in het centrum van Almere) staan namelijk altijd auto’s van gemeenteambtenaren of ziekenhuispersoneel, dus is er sowieso weinig extra ruimte voor onze bus.

Nu konden we deze keer ons busje aan de andere kant van de straat plaatsen, want het was gelukkig al na vijven. En dan zijn de meeste ambtenaren weg.

Dat verplaatsen, dat heeft al geleid tot een fikse burenruzie: “Zet die klotebus op je eigen plaats.” En dat op zijn plat Amsterdams. Ja, zo gaat dat in Almere. Gelukkig kon ik het uitleggen.

Op een aantal plekken waar openbare gehandicaptenplaatsen in Almere zijn staan er paaltjes, bomen, vuilnisbakken of borden in de weg voor een bus met uitklapplank. De stadsplanners, vermoed ik, zien denk ik voor zich dat de meeste gehandicapten in zo een klein opdondertje van een auto rijden, zo een mini-panda of zo.

Daar kan ik me wel druk over maken, maar ik vermoed dat daar niets aan gebeurt, want het kost best veel geld om te veranderen.

Echter, dit verhaal (of eigenlijk deze paal) gaat over onze eigen parkeerplek. Een plaatsje in de straat op naam en nummerbord. En daar waren we na al die jaren geen parkeerplek voor je deur best blij mee.

By the way. Onze bus met gehandicaptenkaart, met zichtbare loopplank en gehandicaptenbord was gewoon de hele dag aanwezig toen de paal werd geplaatst.

Vannacht trekken zoon en ik de paal uit de grond. We gaan voor ‘eigen kracht’. Want voor paal staan heeft geen enkele zin. Dan valt er weinig te kantelen.

Oh, ja. En paal en bord is op te halen, beste gemeenteambtenaar, op nummer tweehonderdzoveel. Tja, we zijn Vannacht heel eventjes burgerlijk ongehoorzaam, zoals het hoort bij dit soort dingen.

Het parkeerbord staat ook nog verkeerd om ook. Ik bewijs Annemarie eigenlijk een dienst.

Nabrander:

Jaap Meindersma, directeur stadsbeheer, heeft de handschoen opgepakt (binnen een paar uur), en gaat met zijn team na of alle openbare gehandicaptenplaatsen in Almere wel toegankelijk genoeg zijn. In Almere kan het dus toch. Waar een blog bij kan helpen, niet waar?

Ik ben niet gehandicapt


‘Pappie, waarom noemt iedereen me gehandicapt? Ik ben niet gehandicapt. Prins Friso is gehandicapt, want die kan niets meer,’ vertelde ze me vanmorgen. ‘Ik kan toch alles met jullie en met Petra en Priscella? Ik kan naar de markt, ik kan naar het zwembad, ik kan naar school en ik kan op de iPad. Ik wil niet dat ze allemaal zeggen dat ik gehandicapt ben. Stomme mensen.’

Het is duidelijk, mijn dochter vindt zichzelf niet gehandicapt. Gisteren was ik Mayim kwijt. We liepen door de Zadelmakersteeg in Almere. Met haar rolstoel was ze een dierenwinkel ingereden. Ik had het niet in de gaten. Ik keek naar een ruziënd stel. Ze ruzieden over hun kind dat aan het dreinen was. Het lag blèrend op de grond. Ik weet niet waar het over ging. Kijkend naar haar nog harder schreeuwende ouders zag ik plots de genetische overeenkomst. Een Almeerse breedbekkikkerfamilie.

Na 10 minuten zoeken zag ik Mayim triomfantelijk aan het eind van de steeg de dierenwinkel uitrijden. Met een zakje met spulletjes erin. Twee botten voor onze hond en een speeltje voor de katten. ‘Gekocht,’ riep ze me toe. ‘Maar waar heb je dan mee betaald?’ vroeg ik. ‘Ik heb niet betaald,’ zei ze. ‘Het bonnetje ligt nog te wachten bij de kassa. Mag ik vijf euro, Pap? Want dat is mijn zakgeld.

Mayim is een schat van een kind. Open en onbevangen. Natuurlijk pubert ze, net als elke dertienjarige. Ze dreint weleens. Vaak met een goede reden. Want ze moet bijna altijd op ons wachten als ze wat wil drinken of eten. We zijn niet altijd in de gelegenheid haar meteen te helpen. Ze moet wachten als ze hulp nodig heeft bij haar jas aantrekken of in de rolstoel gezet moet worden. Dat duurt haar soms te lang. Dat op anderen wachten. Dat frustreert haar weleens.

Ze rijdt weleens een meubel in ons huis stuk of ontwricht een van de schuifdeuren in haar kamer als ze kwaad is. Dan rijdt ze hard tegen deze dingen aan. Een mooie glas in lood deur heeft vorig jaar het loodje gelegd. Haar elektrische rolstoel geeft haar macht. Dat weet ze. Haar lichaam kan niet zoveel. Eigenlijk heel weinig. Ze heeft geen kracht in haar lijf om de dingen op te pakken, laat staan vernielen. Een klap van Mayim voelt als een aai. Een stomp in mijn buik als kietelen. Maar wat ze nooit doet is tegen mensen aanrijden. Of tegen dieren. Ze is gek op iedereen. De wereld is voor haar een groot pretpark. Ze kijkt onbevangen naar de wereld om zich heen. Ze is nieuwsgierig. Ze leert elke dag wat nieuws. Hoe zaken in elkaar zitten. Wat dingen kosten. Hoe je veilig een weg over kan steken met haar rolstoel. Zo ook toen ik haar kwijt was. Blijkbaar wist ze allang wat ze wilde doen. Ze gaat haar eigen weg.

Zelfstandig dingen doen, zonder pappie en mammie in de buurt, dat is wat Mayim nu wil. Haar handicap zit haar niet in de weg. Dat is nu wel duidelijk. Ze wil het niet wegcijferen denk ik, maar wil eenvoudig niet meer dat anderen er over praten. Haar handicap is voor haar geen last. Zo is ze nu eenmaal geboren vindt ze. Begrippen als autonomie en zelfstandigheid is dit jaar belangrijk aan het worden voor mijn kleine meid. Zelf kunnen kiezen wat ze doet, wie ze wil zien, waar ze naar toe gaat. En het liefst in haar eigen ritme, met haar eigen rolstoel, met de mensen die ze het liefst ziet. Ze is gek op school, gek op de vriendjes van haar broer. Ze verleidt ze op zo een manier dat die vriendjes uren met haar spelen en haar broer zich afvraagt wiens vriendjes het nou eigenlijk zijn.

Mayim is mijn heldin. Mijn zoon is mijn held en mijn vrouw een soort Megamindy. Het is heerlijk om zo een gezin te hebben, ondanks de zorgintensieve taken. Wel 24 uur per dag. Ik zou niet anders meer willen. Het leven is verrijkt. Mayim heeft geen handicap. Ze heeft gelijk. De mensen om haar heen hebben een handicap. Zij zien het wonder niet wat dit kind is. Een wonder omdat zij in ons land met alle hulp die ze krijgt nog gewoon kind mag zijn. Een vrolijk kind. Met een toekomst. Want door het PGB, alle gemeentelijke hulpmiddelen en de verzorgers Petra en Priscella om haar heen heeft ze geen handicap meer. Zo is het! Zo vindt ze dat.

Mayim heeft spastische tetraparese (ze kan niet veel met haar lichaam), een ernstige hartkwaal (haar energielevel is erg laag) en epileptisch (ze raakt regelmatig even weg: absence). Mayim heeft een lager IQ. Ze is moeilijk lerend. Aan de andere kant is Mayim vol positiviteit en vrolijkheid. Ik leer elke dag van haar. Ze is ontzettend sociaal en een fijn mens. Ze kan dat met hulp van haar kring mensen om haar heen en haar hulpmiddelen (als haar rolstoel en iPad). Ze gaat het wel redden in haar leven. Zolang Nederland solidair blijft met mensen die wat meer steun nodig hebben. Zolang we een PGB hebben. Zolang het kabinet blijft inzien dat mensen als Mayim het leven mooier maken. Ze gaat het wel redden. Het kan niet anders.

De hand van God


Al dertig jaar balanceer ik tussen ja en nee. Tussen positieve en negatieve stress. Het is net ‘het leven’. Ondernemer en initiator van vernieuwing. Het vak is breed, leuk, inspirerend. Maar alsmaar doorgaan eist zijn tol. Reizen over de wereld, files. Files op de weg, files op je bureautafel.

Een 8-tal jaar geleden besloot ik te stoppen met mijn bureau ORCA. Een internationaal, spraakmakend en vernieuwend bureau. Het gekke was. Ik was hardstikke blij toen ik moest stoppen. Mijn besluit werd ingegeven door de plotselinge roep van mijn gezin. Ik werd mantelzorger. Voor onze gehandicapte dochter en tijdelijk voor mijn vrouw. Gelukkig genas ze van borstkanker. En ook mijn trotse zoon had aandacht nodig. Ik moest mezelf heruitvinden. Vanuit het perspectief van de vragen van mijn gezin. Anderhalf jaar later startte ik mijn nieuwe bedrijf. Met meer structuur passend bij een mantelzorggezin. Met dank ook aan de mogelijkheid voor zelf zorginkopen via de PGB. Een budget voor gehandicapten. Met een nieuw gebouwd kantoor naast huis, in een fantastische nieuwe stad. Met nieuwe mensen, mensen die allemaal breken met het oude. Want in Almere wonen betekent ook lak hebben aan mensen die niets moeten hebben van dit soort steden. Ik startte met een paar erg fijne oude en nieuwe klanten. En met het starten van een paar sociale initiatieven die dicht bij mijn hart liggen. Mijn werk werd weer hobby. Ik zag mijn vrienden weer. Ik deed dingen terug voor de maatschappij, en niet alleen als mantelzorger. Ik werk 4 dagen voor mijn bedrijf en 3 dagen voor de wereld/voor de stad Almere, voor mijn gezin en mijn idealen. Dat geeft juiste energie en de vrijheid die ik en mijn gezin tegenwoordig op prijs stellen. En wat me opvalt. Ik maak ook onderdeel van de maatschappelijke omzet. Maatschappelijk innoveren helpt. Jezelf opnieuw uitvinden ook. En een ‘hand of God’ ook. Ondanks het feit dat ik agnost ben.

Verder nog een tip: lach je gezonder
Neem een dieet van één humoristische film per dag en flink erom lachen, want dit heeft hetzelfde effect als 1 uur fitnessen. Een serieus onderzoek uit Engeland heeft uitgewezen dat lachen het bloed sneller laat doorspoelen. Uitkomst: goed voor je hart, betere verbranding, vermindering van cholestorol en afvallen. Dus een dieet van Charley Chaplin, Rowin Atkinson en ‘the funniest home videos’ zou aftrekbaar moeten zijn van de belasting.