Ik heb iets met lelijke eendjes


Ik heb iets met lelijke eendjes. Misschien is dat de reden dat ik in Almere ben gaan wonen. Als Vondelparkbuurtbewoner met een voorliefde voor het excentrieke bleek de über-architectonische Filmwijk waar we neerstreken het beste wat ons overkwam.

Ondanks het blijvende lekkende dak van onze experimentele woning (we hebben al 25 jaar op vaste plekken gekleurde emmertjes staan om de druppels op te vangen) genieten we van ons huis. Verder is het erg gezellig als het regent. Want onder een aluminium dak heb je het gevoel dat je altijd kampeervakantie hebt. Ons huis staat in allerlei architectuurgidsen. Besef, ook ikonen kunnen lekken.

FullSizeRender
Ons huis, Modern Acropolisme van Sjoerd Soeters.

Ik heb iets met lelijke eendjes. Misschien is dat de reden dat ik in allerhande initiatieven het beste wil voor mijn stad en Flevoland. Of het culturele initiatieven zijn, een duurzame energiecoöperatie of mijn ambassadeurschap voor mensen met een beperking, want serieus, ons platland is ideaal voor rolstoelers, geen bergen en dalen, enkel een koopheuvel in Almere (als gekanteld antwoord op de Rotterdamse koopgoot).

Ik heb iets met lelijke eendjes, want ik weet dat ze uiteindelijk veranderen in een mooie zwaan. Daarom woon en werk ik in deze provincie. En creëer ik met liefde een hart voor stad en land. Ons Flevoland.

Architect Sjoerd Soeters bouwde als student Modern Acropolisme in 1984. Tien jaar later kwam het tot onze droomvilla op een heuvel in Almere.

Bij toeval vond ik dit oude filmpje. Ingesproken, nog toevalliger door de vader van onze buurman Robert Bloemendal. Philip Bloemendal, de producent van het Polygoon Bioscoop Journaal.

Advertenties

De kracht van een ‘sustainable story’


Een houdbaar verhaal als antwoord op een nieuwe organisatie-identiteit

Bij het vertellen in een kleine kring van een boeiend of goed verhaal ontstaat een onderlinge verbondenheid tussen de luisteraars. Deze verbondenheid ontstaat vanzelf. Zeker als je een speld kunt horen vallen. Een verhaal biedt overzichtelijk in een complexe versnipperde samenleving.

Inhoudelijke dimensie

Een ‘sustainable story’ over hoe je als bedrijf in de wereld staat bijvoorbeeld. Dat kan een organisatie veel inzichtelijker maken dan je via een-dimensionele ‘reclame’ doet. Een goed verhaal gaat over waarom je de dingen doet zoals je ze doet’. Het geeft een inhoudelijk fundament aan de organisatie. Waar zij voor staat en gaat. Waar zij zich voor wil inspannen. En natuurlijk voor andere zaken dan alleen financiële winst of aandeelhouderswaarde. De wereld een beetje mooier te maken voor elkaar bijvoorbeeld. Met de sustainable Development goals. Daarmee geeft zij aan hoe ze de wereld ziet, hoe zij de wereld verrijkt, als antwoord op de onoverzichtelijkheid.

Relationele dimensie

Het verhaal verbindt verleden, heden en de toekomst van de organisatie met de dynamiek van de omgeving. De scheiding tussen koper en verkoper bestaat niet meer. Beide zijn als het ware geblend. Als een soort twee-eenheid. Je identificeert je met elkaar. Dat ziende, nodigt de organisatie mensen uit die zich verbonden/aangetrokken voelen, om te participeren, te adviseren over producten of diensten (of weg te blijven). Door het verhaal positioneert de organisatie zichzelf nadrukkelijk naar anderen.

Emotionele dimensie

Aan de eigen medewerkers biedt het herkenning, identificatie en betekenis. Vult het ook het emotionele inleven in organisaties en haar medewerkers. Als het goed is zijn de medewerkers ook onderdeel van het verhaal. En daarmee biedt het ankerpunten voor de eigen identiteit.

Basis voor communicatie en gedrag

Met een goed verhaal kunnen bruggen worden geslagen tussen de organisatie en de wereld. Door daarbij belangrijke organisatiewaarden en de waarden van je ‘doelgroep’ te matchen kun je gedrag en symboliek zo afstemmen dat er naast ‘likability’ ook ‘unity’ ontstaat tussen jouw organisatie en je klanten. In eendracht bouw je dan samen aan je product, schep je samen wellicht nieuwe producten, waardoor klanten nog meer betrokken zijn en daarmee meer dan enkel ambassadeur van het product worden. Een krachtige band.

U kunt me bellen om hier eens over te praten als u enthousiast bent over deze filosofie.

FullSizeRender.jpg

 

Almere wil zo graag een echte stad zijn


Almere worstelt sinds de ontstaansgeschiedenis in 1976 met de gevolgen van haar snelle groei en identiteit. Van pionieren en met de voeten letterlijk in de klei is deze stad gegroeid naar de 7e stad van Nederland. De newtown heeft zelfs de ambitie om 5e stad van ons land te worden. Deze snelle groei is miraculeus maar kent ook zijn groeipijnen. Vooral tijdens de huidige crisis en vooral op het sociaal-culturele vlak.

Almere ontwikkelt snel en tijd voor reflectie lijkt er amper. Hierdoor zijn de kleren doorlopend te klein voor het lijf. Kijkend naar de behoefte van de stad loopt zij continu achter bij de parallelle ontwikkeling van sociaal-culturele voorzieningen. De Sociale Atlas Nederlandse Gemeenten 2012 vertelt dat Almere qua cultureel voorzieningsniveau op de 49ste plaats staat van de 50 grootste steden. Dit voorspelt niet veel goeds als er te weinig geld en aandacht gaat naar de natuurlijke bindmiddelen van een stad: de cultuur. De ‘cultureel verwende’ en voor de ontwikkeling van newtowns in Europa juist zo belangrijke middenstandselite verdwijnt momenteel naar oudsteden die wel deze bindingsfactoren te bieden hebben. Almere zou zo maar opeens het getto van de Randstad kunnen worden. Her en der zijn in Europa daar voorbeelden van te zien. De ontwikkeling in het oosten van Duitsland waar in de DDR-tijd enkel aandacht was voor goedkope eenvormige wijken met hoogbouw. Veel kansrijke en jonge ex-Oostduitsers keren deze steden de rug toe. Men kan gerust stellen dat bijna alle na-oorlogse wijken op de woonkwaliteitladders in Nederland vrij laag scoren. Met als exponenten Amsterdam Osdorp en Bijlmermeer. De banlieues rondom Parijs hebben vergelijkbare problematiek. Monotone woonsteden met dito woongebouwen zonder ‘hart’ worden wel gekscherend ‘bedroomtowns’ genoemd. Het is evident dat de in sneltreintempo door bestuurders en stedenbouwkundigen gemaakte nieuwe steden een achterstand oplopen op het culturele vlak. Een sociale structuur en een herkenbare stadsidentiteit ontwikkelt zich pas nadien. Meer nieuwe steden in Europa worstelen met dit fenomeen. In Nederland zoeken vinexlocaties Leidsche Rijn en IJburg houvast aan de stad waar ze bij horen en halen hun ‘sociale en culturele identiteit’ weg bij de oudstad in de buurt.

Almere wil een echte stad zijn
In het begin van deze eeuw vroeg het toenmalig stadsbestuur zich af of de stad na 27 jaar moest breken met het suburbane karakter van de stad. Dat werd bevestigd door een leefstijlenonderzoek van het bureau Motivaction, waaruit bleek dat Almeerders veel moderner en minder tradioneel waren dan verwacht. De diversiteit aan leefstijlen is opvallend aan Almere. De conclusie die werd getrokken was dat er meer stedelijkheid moest komen. Ook andere conclusies waren interessant. Meer studenten in de stad en meer diversiteit. Met de komst van de hogescholen de afgelopen jaren is er een goede stap gezet.

Vanaf dat bewuste moment vonden er een meerdere interventies plaats die vooral te maken hadden op de sociaal-culturele kant van stad. Er kwam een ontwikkeling op gang rond zingeving en een de zoektocht naar de (culturele) identiteit van modelstad Almere. De aanstelling in 2007 van de bijzonder hoogleraar sociologie Arnold Reijndorp die op de Han Lammersleerstoel mocht plaats nam, kan worden gezien als een serieuze poging van het stadsbestuur om aan de zachte kant van de stad te werken.

Uiteraard heeft Almere nog geen kans gezien te groeien en ontwikkelen zoals veel oude steden in Europa. Ondanks de planmatige en zorgvuldige stedenbouwkundige ontwikkeling werd in het door ingenieurs bestierde Flevoland meer gefocust op de harde component: plannen, ontwerpen en bouwen als oplossing. De bouw van een kostbare popzaal in 2004 zorgde niet voor de broodnodige culturele injectie. De zaal ging binnen een jaar failliet en er zit nu een casino in. De keuze voor het neerzetten van een ‘gebouw’, als harde interventie, zorgde niet voor de gewenste aanwas van culturele activiteiten. Langs de lijn van de vorm blijven dit holle ruimten in een cultureel nog in te vullen stad. De interventie zou meer effect hebben als ze langs de lijn van de inhoud gericht is. Het inkopen van bijvoorbeeld een volwassen symphonieorkest is niet de oplossing. Het ligt meer in de lijn van nieuwe broedplaatsen voor jonge kunstenaars in de rafelranden rond de stad. Echter bij gebrek aan oude pakhuizen en loodsen zal een newtown hier creatiever mee moeten omspringen.

Een van de initiatieven die de zoektocht naar zingeving en identiteit ondersteunen is de oprichting van de stichting Historisch Almere. Deze stichting is opgericht om de belangstelling voor Almere te stimuleren. Elk jaar vindt er de Hazelnootlezing plaats. Hazelnoten hebben voor Almere een bijzondere historische betekenis. Enkele verkoolde hazelnootdoppen tonen aan dat Almere een zeer oude geschiedenis heeft. Archeologen hebben bij boringen in Almere Buiten, op grote diepte van circa 9 meter onder de oppervlakte, verkoolde hazelnootdoppen gevonden die met vuursteen zijn bewerkt. Deze kleine vondsten van 8.000 jaar voor Christus duiden op menselijk leven: de eerste Almeerders! Het geeft een historische dimensie aan de stadsidentiteit. Cultureel erfgoed van allure, dat is wat Almere naast een hoop lef op stedebouwkundig gebied, blijkbaar ook heeft. In de bodem van Almere zit een schatkist met sporen uit het eerste landschapsgebruik van jagers-verzamelaars in Europa. Het historisch erfgoed van Almere is in die zin startpunt van haar geschiedenis. En niet alleen pijlpunten en hazelnoten, ook de vele ongeschonden en rijk gevulde scheepswrakken uit de gouden eeuw en later voegen een nieuw perspectief toe aan de geschiedenis van de jonge stad.

De stad Almere was het Nederlands antwoord op welvaartsgroei
Alle steden zijn een hybride van natuurlijke processen (in de zin dat ze zich grotendeels onttrekken aan menselijke beïnvloeding) en cultuuruitingen. In de zin dat zij een rechtstreeks gevolg zijn van welbewuste menselijke beslissingen en handelingen’.
Na-oorlogse nieuwe steden ondergaan met enige regelmaat veranderingen naar een volgend ‘format’: de groei van pioniersstad naar een adolescent en volwassen stad. Almere bijvoorbeeld heeft al veel interessante transformaties gekend. Daarbij is te denken aan milieutransformaties (van zee tot land), kolonisatieprocessen in het nieuwe land (van planten, dieren en mensen), ontwikkelingsstadia (van massaal en monofunctioneel tot kleinschalig en gedifferentieerd) en methoden (planmatig topdown en spontaan bottom up). Elke groeiende newtown zal na een tijd vanzelf transformeren tot een city. Wat betekent dat de oude bevolkingsgroep (de middenstandselite) wordt geconfronteerd met nieuwe groepen. In Almere is deze instroom de laatste 15 jaar flink toegenomen. De nieuwkomers zijn verschillend aan de pioniers die voornamelijk uit Amsterdam kwamen. Almere wil ook voor zijn nieuwe bewoners aantrekkelijk blijven. Aantrekkelijk voor jongeren, voor allochtonen (op dit moment is dat 28% van de Almeerse bevolking), maar ook voor mensen met een hoger inkomen en dito eisen aan een stad. Opvallend in Almere, maar ook andere nieuwe steden is de enorme stroom opwaarts in de (woon)carrièreladder van haar bewoners. De interne migratie in Almere was groot. Met een gemiddelde van eens in de vier jaar kiest een Almeerder voor verhuizing naar een nieuwe wijk, een groter huis, met achterlating van de oude buurt. Waar verpaupering op de loer licht.

Modelstad Almere als Madurodam van modern Nederland
Nieuwe steden zoals Almere zijn in de tweede helft van de vorige eeuw ontwikkeld om in de behoefte van goed en ruim wonen te voorzien. En dat volgens de toentertijd nieuwste stedenbouwkundige inzichten. Hierdoor zijn wijken en steden ontstaan die voornamelijk monofunctioneel waren: er wordt gegeten en geslapen. Werk en uitgaansleven vindt plaats in de ‘grote stad’ in de buurt. Veel nieuw ontwikkelde steden en wijken herkennen dit probleem en proberen zo goed en kwaad als het kan de stap naar een ‘diverse en volledige’ stad te maken.

De transformatie naar een volledige stad gaat verder. De komende jaren komen er in Almere 60.000 woningen bij. Crisis of niet. Vertaald in inwonersaantallen zijn dat 150.000 mensen die bij de nu al 200.000 bewoners kunnen worden gevoegd. Deze taakstelling zorgt er voor dat in Almere voldoende aandacht is voor het stenen stapelen en voor internationale prijsvragen op het gebied van architectuur en stedenbouw. In de afgelopen decennia is er weinig aandacht geweest voor het culturele element in de groeistad: het cement dat mensen bindt. Feit is dat Almeerders zich daarom blijven identificeren met de plaats waar ze vandaag komen, maar niet met Almere zelf. Trots zijn op Almere is nog geen gemeengoed onder de nieuwe bewoners.

Identiteitscrisis Almere?
Waarom is het vinden van een sterke identiteit voor een nieuwe stad zo complex? Ligt het aan het feit dat de openbare ruimte van jonge steden te ‘nieuw’ is en daarmee de ziel nog niet ontwikkeld is? Ligt het aan het feit dat mensen over het algemeen vasthouden aan hun vertrouwde paradigma’s over hoe mooie steden er uit moeten zien? Vooral oud, authentiek en avontuurlijk. Een nieuwe stad is nu eenmaal niet ‘gezellig’. Het oudste gebouw in Almere is 35 jaar. Op het netvlies blijven beroemde pleinen zoals die van Sienna of gezellige buurten als De Jordaan staan. Op organische wijze gegroeide oudsteden blijven langer in het geheugen van bezoekers hangen. Oude pleinen zijn makkelijker te duiden dan Almeerse waaiplantsoenen. De oude kern met in het midden de obligate tripartie, de kerk, het stadhuis en handels- of beursgebouw kenmerkt de oude stad en daarmee de ge(s)laagdheid van de oude stad. Deze gebouwen zijn exponenten van religie, bestuur en handel. Handel en religie waren in die tijd de drivers voor culturele ontwikkeling door de eeuwen heen. Een nieuwe stad mist deze uitbundige exponenten. Ook ontbeert de ‘tuinachtige’ urbane stad de compactheid van de avontuurlijke grootstad. Een stad met intieme ruimtes om te flaneren, uit te gaan eten, te struinen in winkelstraten of een bezoek aan museum of theater te brengen.

De volwassen geïntegreerde stad bruist op economisch vlak
Handels- of Hanzesteden zoals Amsterdam of Zwolle zijn ontstaan in een tijd van bloeiende economieën. Stedenbouw vond plaats langs natuurlijke weg- en waterwegen, en ontwikkelden tot broedplaatsen van kunst en cultuur. Rijke handelaren zoals de De Medici’s in Firenze en of de Kröller-Mullers in Rotterdam gaven met enige regelmaat financieel-culturele injecties. Tegenwoordig zie je welstandige bedrijven zich via sponsoring van evenementen, musea of concerten aan een stad binden. Een belangrijk feit. Cultuur kan nimmer zonder handel: de derde geldstroom. Almere heeft in die zin nog niet voldoende economische ‘cultuurdrivers’. De stad zou daar in moeten investeren. Ruim 5 jaar geleden is in Almere het nieuwe stadshart geopend. Een interventie om Almere een modern eigen hart te geven. Een miljardenproject. Met als ‘bindmiddel’ een avontuurlijke koopheuvel: handel dus. Architect Rem Koolhaas heeft met zijn Office for Metropolitan Architecture het masterplan hiervoor ontwikkeld. Geen orthogonale lijnen maar spannende doorkijkjes, trappartijen, uitgaansgelegenheden en theaters op en in een heuvel in een voor de rest platte stad. Dit nieuwe centrum is met zijn internationale en spraakmakende architectuur wellicht de eerste stap naar een moderne vorm van het creëren van een authentieke stad. Het hart vulde zich de afgelopen jaren met een prachtig theater van een Japanse toparchitecte, hotels, popzalen en een architectuurinstituut. Suburbaniteit is verbonden met huiselijkheid,’ meent Hoogleraar Arnold Reijndorp in een interview,‘Stedelijkheid met erotiek.’ Een kanttekening. Het ‘hart’ mist nog wel de sfeer die zo tekenend is voor oudere steden. Daar moet nog een en andere aan gebeuren. Sfeer creëer je door intimiteit, kiosken, stadmeubilair, kleur en gezellige pleintjes om langsheen te flaneren.

Almere loopt tegen nieuwe grenzen aan
Almere als de pioniersstad loopt tegen haar grenzen aan. De schaalgrootte nekt haar. De te ruime opzet van het stadshart. De kernen ver van elkaar afgekeerd. Als eilanden in de stedelijke woestijn. In Almere kenmerkt de crisis zich in een afnemende woning-productie, slagvaardigheid en communicatiestoornissen op het stadhuis. De stad zou met een volgende transformatie van een monofunctionele naar een gedifferentieerde stad moeten willen groeien. Een stad in al zijn facetten. Een stad waar meer gebeurt dan slechts prettig en goed wonen. Met veel meer aandacht voor de diversiteit in de stad.

Het hoger doel als leidraad voor de komende jaren
Intelligent besturen met een gezamenlijk hoger doel is bepalend voor toekomst van de nieuwe stad. Veranderen en vernieuwen naar Almere 3.0 kan enkel en alleen in het sociale systeem plaatsvinden, via een gezamenlijke hoger doel. Het stadsbestuur dient andere keuzes te maken. Om bepaalde zaken af te remmen en andere te bevorderen in het systeem van de stadsontwikkeling. Waar het op aan komt is ook vooral loslaten.
Moet je plat door blijven bouwen terwijl er een sociale en culturele achterstand is? Of is werkelijke reflectie of interventie mogelijk? Het cement in de integratiefase wordt gevormd door gemeenschappelijke zingeving. De Almeerse burger is niet meer volgend, zij is assertief en vol wilskracht, de nieuwstadse elite, de ondernemer, de ZP’er kunnen uitermate zelfstandig, zinvol, op het geheel gericht, handelen. Zij snappen allang wat de stad nodig heeft. Naast de technische en economische subsystemen die Almere in het verleden dreven wordt tijdens de reis naar volwassenwording van de nieuwe stad nu het sociale systeem ontwikkeld. Juist in tijden van crisis. Met een voor iedereen zichtbaar en beleefbaar hoger doel, waarin duidelijk kan worden gemaakt wat de bijdrage van de burger daarin kan zijn. Want mensen maken de stad. Een goede vraag is of het mogelijk is een ‘zoekende’ nieuwe stad via een hoger doel vorm te geven. De Almere principles geven richting, een visie en missie. Ze zijn echter nog de taal van de architect. Abstract en planmatig. Het rapport Social Cohesion in New Towns meldt: ‘No culture, no society. Culture is the spice of life. Culture as a tool for getting to know each other.’ De uitdaging in dit rapport is: ‘Getting newtown people acquainted with culture (both passively and actively) at the earliest possible age, working on a diversified small-scale cultural offering to get through to all sections of the population.’ Een doel kan bevoorbeeld zijn om Almere als creatieve stad te positioneren, daarmee nieuwe economie aan te trekken, haar hoger opgeleiden en haar middenklasse te behouden en haar culturele identiteit te vinden. Er hiervoor heb ik drie zaken geformuleerd:

1. Almere als duurzaam gebouwde jonge stad met aandacht voor blauw en groen (water en stadsparken)
2. Kleurrijk. Een stadsbazar: Intercultureel, divers en creatief
3. Komt dat zien, het wonder van de maakbare stad naar de stad die organisch verder zal moeten groeien

De Amerikaanse Hoogleraar Richard Florida heeft onderzocht wat een stad nodig heeft om te groeien naar een volwassen stad. Hij stelt dat een stad de 3 T’s moet bezitten. Deze T’s staan voor talent, tolerantie en technologie.
Het idee achter de 3 T’s is dat de één niet zonder de ander kan. Een stad zonder talent zal nooit een creatieve stad zijn en kan geen tolerantie bewaren. Een andere indicator voor een creatieve stad kan zijn de economische groei, het aantal creatieve bedrijven die in de stad gevestigd zijn. Florida’s onderzoek bracht naar voren dat bedrijven zich tegenwoordig daar vestigen waar het talent zit en niet meer andersom. En het talent had Pittsburgh – waar hij onderzoek deed – massaal de rug toegekeerd, omdat de stad verzuimd had een stedelijk klimaat te creëren dat aantrekkelijk was voor de creatieve klasse. “It’s not companies, but places that provide a pool of talent”, aldus Florida. De kern van stedelijke concurrentie ligt in een attractiestrategie van de juiste talenten. Met andere woorden: wie honing van topkwaliteit wil produceren, creëert eerst een veld waar duizend bloemen bloeien. Dan komen de bijen.

De creatieve stad beschikt over:

• een goed en breed aanbod van kunst en cultuur
• goed onderwijs en talent
• Cradle to Cradle-technologie, circulaire economie en de mogelijkheden om de stad verder te ontwikkelen naar een groene stad
• culturele ondernemers in een stad
• een goed vestigingsklimaat voor creatieven, middelgrote technische of anderzins maakbedrijven
• tenslotte een creatieve of innovatieve klasse op allerlei vlak; deze groep trekt grotere bedrijven aan

Tenslotte zijn kansen voor de komende jaren de broedplaatsen die her en der ontstaan, de Floriade 2022 en het International new town festival in 2018, om te vieren dat we een trotse stad zijn.

Ontboezeming: Ik ben een postmaterialist


Ik heb zojuist deelgenomen aan de Mentality-waardentest van Motivaction. Aan de hand van mijn antwoorden is bepaald welk waardenprofiel het best bij mij aansluit. En misschien ook wel welke politieke partij bij mij hoort.

Mijn profiel vertoont de meeste overeenkomsten met dat van de postmaterialist. De maatschappijkritische idealist die zichzelf wil ontplooien, zich verzet tegen sociaal onrecht en opkomt voor het milieu. Ik volg liever geen getreden paden zegt deze test, maar ga graag op zoek naar unieke oplossingen. Ik ben al jaren ‘groene’ ondernemer. Aangesloten bij MVO-Nederland. De drie P’s van People, Planet en Profit zitten al 25 jaar in mijn ondernemersgenen.

Solidariteit
Solidariteit en harmonie kenmerken mijn persoon, volgens Motivaction moet ik erbij zeggen. Ik schijn nogal kritisch te zijn ten opzichte van de hedendaagse maatschappij. Het streven naar een onderlinge verbondenheid, het nemen van verantwoordelijkheden en het werken aan sociaal-maatschappelijke verbeteringen, spelen een prominente rol in mijn leven en werk. Postmaterialisten als ik hechten er veel belang aan te kunnen leven volgens hun eigen principes en zijn sterk sociaal bewogen.

Duurzaam
Verantwoord leven is belangrijk: zonder verspilling, winstbejag en zonder aantasting van het milieu. Bij voorkeur werk ik met of bij instellingen of organisaties die een bijdrage leveren aan de maatschappelijk-economische vooruitgang of welzijn. Bij organisaties ben ik vooral bezig met de volgende stap in ontwikkelen.

Cultuur
Meer dan andere mensen toon ik interesse in kunst en cultuur (film, musea, toneel, architectuur, klassieke concerten), als in een meer ‘huiselijke’ vorm van vrijetijdsbesteding. Ik hou veel van lezen, muziek beoefenen en schrijven.

Sterk gezinsleven
Het gezinsleven is hecht (sterke onderlinge betrokkenheid), maar absoluut niet ingericht volgens traditionele patronen. Een open modern gezin met een positieve instelling en daadkracht.

En nu?
Ik heb deze test laten lezen door wat vrienden in mijn nabije kring. Ze vertelden me dat deze analyse tot op het ‘enge af’ waarheidsgetrouw is. Ik ben blijkbaar een open boek voor Motivaction in mijn directe omgeving. Ik leg me er bij neer. Ik ben een Post-Materialist …

Wikipedia zegt binnen het spectrum politieke stromingen en ideologiën het volgende over materialisten en post-materialisten:

In het dagelijks spraakgebruik heeft het begrip ‘materialisme’ een negatieve betekenis. Volgens Van Dale’s woordenboek is een materialist iemand ‘die alleen zijn geluk zoekt in laag genot’ of ‘die vooral gehecht is aan stoffelijke zaken’. In de politicologie kent het begrip ‘materialisme’ grofweg twee betekenissen. Ten eerste verwijst materialisme in de politieke theorie naar de leer dat het bewustzijn van mensen bepaald wordt door hun materiële omstandigheden (zie het ideologiebegrip van Marx, paragraaf 1). Ten tweede wordt materialisme als neutraal begrip gereserveerd voor die waarden, waarin een relatief groot gewicht wordt toegekend aan waarden als veiligheid en welvaart. Deze laatste betekenis staat centraal in de tegenstelling materialisme-postmaterialisme. Postmaterialisme verwijst dan naar waarden als zelfontplooiing, democratisering of milieubewustzijn. Postmaterialistische waarden worden nogal eens in verband gebracht met het begrip ‘links’, materialistische waarden met het begrip ‘rechts’. Toch dient een dergelijke vergelijking genuanceerd te worden. De traditionele ideologieën, zoals het conservatisme, het liberalisme, het socialisme, het calvinisme en het katholicisme, legden aanvankelijk allemáál sterk de nadruk op materiële waarden. De tegenwoordige liberale, socialistische en confessionele stromingen besteden allen aandacht aan postmaterialistische waarden. Het eerste moment waarop, de manier waarop en de mate waarin aandacht wordt besteed aan postmaterialistische waarden, verschilt echter per politieke stroming. Links besteedde eerder (vanaf halverwege de jaren zestig), met vaker niet-religieuze argumenten en in sterkere mate dan rechts aandacht aan postmaterialistische waarden. Naast de ‘verrechtsing’ van Nederland op economisch gebied, lijkt de al dan niet vermeende ‘verlinksing’ of het afnemende traditionalisme van Nederland op niet-economisch gebied in overeenstemming met onderzoek naar veranderingen in (post)materialistische waarden bij individuen. In de jaren tachtig stijgt het aantal materialisten binnen elke generatie. Maar in de jaren negentig blijkt het aantal materialisten te dalen en stijgt het aantal postmaterialisten.

Materialisten (nogmaals: in de neutrale, politicologische betekenis) stemmen relatief vaak op de VVD en de kleine rechtse partijen. Postmaterialisten geven hun stem vooral aan PvdA, D66 en GroenLinks. Niettemin blijken PvdA en D66 een aanzienlijk deel van de materialisten aan zich te binden. Het CDA is populairder onder materialisten dan onder gematigd materialisten. De partijkeus varieert dus nogal onder materialisten. Hetzelfde geldt voor postmaterialisten. Het onderscheid tussen materialisten en postmaterialisten betreft een nieuwe dimensie in de politiek die (nog) niet tot uitdrukking komt in de tegenstellingen tussen links en rechts of confessioneel en niet-confessioneel.

Cultuurbroedplaats zonder subsidie?


Ik ben trots op de stichting Cultuurspoor Nieuwland. Deze jonge stichting heeft het kunstlokaal, een ongebruikte wachtruimte onder het kale station Almere Muziekwijk, de afgelopen jaren omgetoverd tot een plek waar kinderen en volwassenen elkaar ontmoeten. Waar van alles gebeurt. Het is opgezet zonder subsidie van de gemeente. Door vrijwilligers uit de stad, de NS en Prorail. Hoe krijg je dat nu voor elkaar?

Aan de hand van de Almere principes destilleer ik het volgende.

De 7 stadscultuur principes van Almere

Principe 1 is dat je de culturele diversiteit in je stad moet koesteren. Er zijn zoveel vormen dat je het niet moet laten bij een vorm alleen. In het lokaal waren exposities met kunst van mensen met een beperking, maar ook kunst van studenten van fotoschool Statief en de Leerlingen van het Meesterwerk. Cultuur is overal te vinden. In alle lagen van de bevolking.

Principe 2 gaat over een krachtige identiteit. Een sterke identiteit of thema houdt de stad bij elkaar. Het thema van een tentoonstelling in deze veel bezochte ruimte was ‘Almere de mooiste stad van Nederland’ en een fototentoonstelling van 40 inwoners uit Almere uit 40 landen. Van Duitsland tot Ghana, van Estland tot China, van Egypte tot Argentinië.

Principe 3 is dat je in de gebouwde stad cultuur integreert. Om de verbondenheid met je omgeving te tonen. Het kunstlokaal is een fantastische uiting om aan te tonen dat cultuur en culturele ontmoetingen zomaar ergens kunnen ontstaan. Dat hoeft niet in een megalomaan nieuw gebouw. Laat cultuur als onkruid doorlopen naar verrassende plekken, onderin de benedenwereld van het stadshart. Of hier dus. Onderin een stationsgebouw. Een voorheen functieloze plek na opheffing van de NS-loketfunctie.

Principe 4 is dat het flexibel kan. Zonder vrijwilligers en de inzet van de vele vrijwilligers lukte het niet. En zonder bereidwillige sponsors als de NS en Prorail kom je er ook niet. Flexibiliteit en creativiteit ontstaan in de broedplaatsen van de stad. En dit kunstlokaal is er een van. Voor de NS ook een winpunt. Er is absoluut minder vandalisme en reizigers geven een flinke voldoende voor de verbeteringen. Buurtbewoners zijn trots op hun gezamenlijke prestatie.

Principe 5. Blijf innoveren. Je ziet dat verrassende inititatieve als dit kunstlokaal meer functionaliteit toe te voegen aan de stad en de wijk. Cultuur is niet slechts een balletvoorstelling met een strik eromheen. Cultuur zit in alle voegen en gaten van de stad.

Principe 6. Geloof in de duurzaamheid van de stedelijke cultuur die nu aan het ontstaan is. Van wieg tot wieg. Cradle to Cradle. Het hergebruik van het NS-Loket en het upgraden, up-cyclen tot expositieruimte is een van de mooiste voorbeelden van dit principe.

Principe 7 is het mooiste principe. Dat zijn de mensen zelf. Alle vrijwilligers van het KunstLokaal, de partners van de vereniging Almere2018, NS en Prorail faciliteren. Mensen maken de culturele identiteit van de stad. Juist in een nieuwe stad als Almere. Ik ben trots op iedereen die dit voor elkaar heeft gekregen.

Dank je wel

Marcel Kolder (programmaraad Cultuurspoor Nieuwland).

Voor meer informatie http://www.cultuurspoornieuwland.nl

We ontdekten een quote van wethouder Duijvestijn in het gastenboek: ‘Fantastisch hoe je met creatief ondernemerschap, vrijwilligers in de wijk dit soort initiatieven starten, chapeau’.

Mark Rutte, toonbeeld van politiek leiderschap van de vorige eeuw


Mark Rutte is vandaag voor de tweede keer politicus van het jaar geworden. Ik maak me met recht zorgen over het in de hemel prijzen van een politicus die handelt vanuit een ouderwets rechts politiek paradigma dat wellicht in de tijd van mechanisatie en industrialisatie werkte, maar voor de komende eeuw de oplossingen niet heeft.

In het Engels taalgebied struikel je bijna over de hoeveelheid boeken over political leadership. In Nederland duikt het begrip minder vaak op. Wat is het in mijn ogen? Politiek Leiderschap gaat over het in beweging zetten van mensen. Het draagt welgemeende zorg uit voor de problemen en uitdagingen in Nederland en Europa. Dit vanuit een sterk (maatschappij)kritisch zelfbeeld. Het handelen is authentiek, consistent en vooral luisteren. Tot slot inspireert politiek leiderschap, het daagt burgers, partijen uit door visie te tonen over zaken die er nog niet zijn. Het politiek leiderschap in mijn visie is niet het reactieve beleid dat onze huidige premier en het kabinet momenteel toont. Rutte is momenteel te bang om over de crisis heen te stappen en een holistische en innovatieve visie neer te leggen. Zijn kabinet breekt, ingegeven door de bezuinigingsangst, goed en efficiënt geregelde zaken af en beschermt de krachtige posities die in de vorige eeuw zijn ingenomen door jaknikkers, waaronder ook de de bankwereld valt.

Waar is de inspirator?
Politiek leiders zijn steevast aanjager en inspirator van ingrijpende veranderingsprocessen. De zin- en betekenisgeving van de verandering dient tenslotte vanuit de regering te worden gecommuniceerd is de heersende opinie. Een kanttekening. Is de hoogste baas van Nederland wel het meest geschikt voor deze leiderschapsfunctie? Mark Rutte ontbeert wellicht niet het talent om helder en vlot te communiceren. Problemen wegwuivend en weglachend. Maar bij een land in transitie is meer nodig dan, schijnbaar losjes uit de pols, op continue basis slecht nieuws te brengen. Dat brengt de man tevens in een lastig parket, omdat geregeld de belangrijkste boodschappen ook bezijden de waarheid blijken. Kijk naar de PGB-discussie van afgelopen jaar en de fouten die worden gemaakt over de Europese begroting. Nederland maakt zich grote zorgen en de leider fluit zich er keurig langsheen. Zonder ook maar een centje pijn. Politiek leiderschap is meer dan de rol die de gedoogpoliticus nu speelt. Politiek leiderschap kan en mag niet afhankelijk zijn van het spelen van een rol, is mijn stelling.

De leugen regeert
Een tweede observatie is dat de stijl van leiderschap die Rutte toont uit de jaren negentig stamt en niet meer voldoet aan de eisen van dit moment. In de vorige eeuw bleef de communicatie hangen in zenderdominante strategieën en framing. Ik zie hetzelfde gebeuren. Maar ook de grenzen van deze centraal gemanipuleerde vorm van communicatie. Het werkt niet meer. Het is onecht en ook te abstract voor de burgers. De leugen regeert. Politieke douceurtjes als de 130 km per uur regel verbloemen bewust de onverschrokken onkunde van dit kabinet. Het gunt het volk zijn brood en spelen. De veranderdoelen van dit kabinet missen de realiteit van alledag en de betrokkenheid van burgers en oppositie bij het veranderproces is nihil. Politiek leiderschap betekent ook op een andere manier de veranderingen in het land organiseren, niet alleen top-down, maar diep in de realiteit van het dagelijks leven en dicht bij de burgers die het treft.

Samen op weg
Als vanouds ligt het zwaartepunt van de oude politiek op cognitie, op handhaven en op controle. Dat geeft de politiek leider die denkt volgens het oude paradigma blijkbaar een gevoel van zekerheid, maar het dempt meestal de creativiteit en energie in een land. Bij de zoektocht naar een duurzame oplossing voor de uitdaging waar Europa en Nederland voor staan zou het kabinet van Rutten moeten kiezen voor een grotere verantwoordelijkheid van de oppositie en burgers in het veranderproces in crisistijd. Om in gezamenlijkheid tot een betere samenleving en beter gedragen oplossingen te komen. Dan houdt de politiek en de burger het vliegwiel aan de gang door gezamenlijke inspanningen. Dit vergt een andere manier van denken en een verder gevorderde democratisering van de transitieprocessen dan nu plaatsvinden. Minder elitair, meer optrekkend. Samen op weg betekent dat Rutte en zijn ministers en staatssecretarissen voorwaarden scheppen om burgers, bedrijven en instellingen mede de kans te geven richting te geven aan de focus op de toekomst van ons land in een duurzaam Europa. De betrokkenheid van de assertievere burger zal zo sterk worden verhoogd. Burgers ontwikkelen meer contact met de kernprocessen die spelen in dit land. Kijk maar eens naar de omvorming van de zorg door de PGB (het persoonsgebonden budget) en buurtzorg, de innovatie op het terrein van duurzame energie, de vele burgerinitiatieven die boven de eigen wijk en buurt uitstijgen. Burgers hebben al de mooiste oplossingen bedacht, vaak wordt dat vergeten of van bovenaf verandert door politieke mechanismen die niet zijn gehecht in de samenleving. Door zaken samen te doen ontstaat werkelijk weer gedeelde verantwoordelijkheid en ruimte voor zelfsturende mechanismen. Burgers, bedrijven en instellingen worden zo actoren in de transitie naar een beter Nederland in een fijn Europa. Statisch wordt dynamisch, beleid verklarend wordt beleid beïnvloedend. De scheiding tussen de Haagse ivoren toren en burger verdwijnt en verandert in gelijkwaardigheid van partijen.

Nieuw politiek zelfleiderschap
Als de transitie van een land als Nederland een constante is, waarom vindt de oude politiek dan elke keer weer opnieuw het wiel uit door de introductie van het zoveelste unieke veranderbeleid/programma? Er komen meer beleid en regels bij dan ooit. Het wordt voor de burger ingewikkelder dan ooit. Waarom ligt er niet één continu programma en één ankerpunt waar politici inspirerend aanjager van zijn? Als de transitie in Nederland, Europa en de wereld een on-going business is, ontwikkel dan ook on-going zelfleiderschap. Veranderings-issues weten dan makkelijker een plek te vinden en burgers en politiek leiders werken dan samen aan vooruitgang en voortdurende vernieuwing. Als een perpetuum mobilé. Gezamenlijkheid is de constante en daarmee vormt men de identiteit, het politiek leiderschap, de persoonlijkheid, het karakter en het incasseringsvermogen van dit kleine land in een groter geheel. Die gezamenlijkheid bouwt op actuele inhoudelijke thema’s van het land die opportuun zijn. Langs de lijn van de inhoud wordt op deze manier gewerkt aan bezieling, inspiratie en kwaliteit. De overtuiging dat politiek leiderschap niet uitsluitend voorbehouden is aan het de premier en zijn discipelen wordt steeds sterker. Politiek leiderschap is van iedereen. Van alle politici samen, regering en oppositie, bedrijven, instellingen én van alle burgers. Dit zal de komende jaren breed gedragen moeten worden in dit land, anders voorzie ik een dramatische afloop. Een land dat drijft richting een visieloos bestaan. Dat niet veel beter is dan de dictaturen waar we onze soldaten naar toe sturen.

Het doek is gevallen voor Almere 2018


Het doek is gevallen voor Almere 2018, het burgerinitiatief dat er naar streefde Almere de Culturele Hoofdstad van Europa in 2018 te maken.

De EU-commissie heeft het verzoek om een burgerinitiatief de aanmelding voor Culturele Hoofdstad te doen, afgewezen. Ook heeft de gemeente Almere zich enkele weken geleden geschaard achter het plan om Utrecht Europese Culturele Hoofdstad in 2018 te maken.
Bijna tegelijkertijd werd bekend dat Almere zich sterk wil maken om de Floriade in 2022 naar Almere te halen. Amsterdam, Utrecht en de provincie Flevoland steunt de kandidatuur van Almere voor de Floriade.

Het burgerinitiatief Almere 2018 kreeg later ook een negatief antwoord op de vraag of een burgerinitiatief de aanmelding voor Europese Culturele Hoofdstad zou mogen behandelen. De gemeente Almere moet zelf aanmelden, maar heeft een vorig jaar al besloten zich niet aan te melden. En met dit antwoord en deze omstandigheden is het burgerinitiatief Almere 2018 nu definitief verleden tijd.

Almere 2018 zal nog beslissen of de Vereniging Almere 2018 zal worden opgeheven of doorgaan met andere doelstellingen.

Zelf zal ik samen met vrienden, zakenpartners en Europese culturele verbindingen verder gaan met de ontwikkeling van de culturele economie van de stad Almere. Een aantal goede ontwikkelingen hebben plaatsgevonden. Het besef bij de Almeerse politiek en burgers dat Almere toe is aan een volgende stap is helder. In het Rijksoverleg Rraam, het vehikel dat de schaalsprong van Almere bestudeert, is sinds kort de cultuursprong ofwel Cultuur 2.0 opgenomen in de middelkorte termijndoelstellingen. Programmadirecteur Michiel Ruis neemt het gedachtegoed van Almere 2018 mee in de planvorming van de nieuwe stad. Tevens wordt door een team van enthousiaste organisaties het International New Town Festival Almere georganiseerd. De eerste editie is geplanned voor 2013. Met dit International New Town hebben we welhaast dezelfde doelstellingen. Een verrijking van de culturele economie en aantrekkelijkheid van de stad Almere. Het festival biedt een internationaal platform voor New Towns in Europa. Deze steden hebben dezelfde uitdaging als Almere. Het festivalteam heeft afgelopen vrijdag de handen ineen geslagen met verschillende steden uit Nederland. Momenteel is er overleg met het International New Town Institute om een onderzoek te doen naar culturele aanjagers – wat wel en niet werkt op dit terrein in New Towns – in de wereld.