Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Een pint drinken en tegelijk je was doen. Het kan(telt) in Antwerpen.


460076_473209656063284_853176103_o-1500x430

Je bent student, studeert, zit op kamers en je wil niet elke week naar je moeder met een zak vuile was. Maar de meeste wasserettes, die zijn niet echt gezellig vanwege die felle TL-lampen boven de rij wasmachines.

Nou, daar komt verandering in. Je moet de Wasbar maar eens betreden in Antwerpen of Gent. Het merk is ‘brand of the year’ geworden. Je kunt je was in de rij machines duwen en meteen aanschuiven in de ‘lunchroom’ met gratis Wifi, bureaus om aan te werken of genieten van een lekkere maaltijd. Dus kom je wel eens in Vlaanderen? Dan moet je toch eens langs de Wasbar, en neem een proefwasje mee.

Functiemenging oplossing in Nederland

De ultieme mening van functies in een winkel. In Nederland zou dat ook een moeten, maar regelgeving en bestemmingsplannen houden dat tegen. Een chique kledingzaak in Amsterdam-Buitenveldert kreeg een boete omdat ze een glaasje champagne schonken voor hun rijke cliëntèle. Klacht van de plaatselijke slijterij. Functiemenging mag nu eenmaal niet in veel steden.

Kanteling in de Jan Eef

Gelukkig zie je wel een kanteling. In de Jan Evertsenstraat in Amsterdam zijn mooie pilots waar je mengvormen ziet van kledingzaken èn lunchrooms ineen. Dat zijn de eerste ‘free zones’ in Nederland. Experimenten van durfgemeenten. En dat zijn er al meer dan dertig. Zo maak je saaie leeggelopen straten en plekken weer gezellig, verrassend en een beleving.

Placemaking

Placemaking heet dat, met leuke tentjes, winkeltjes, kiosken en warenhuizen waar meer kan dan bestemt door de afdeling handhaving met hun regels uit de vorige eeuw. Zullen we de bestemmingsplannen van de Nederlandse binnensteden ook eens goed door deze moderne droogkuizerij halen? Daar worden inwoners, studenten en ik zeker en vast een stuk blijer van.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen

Corporaat opschudder dus


vullingen-van-hoofdkussens

‘Ik ken je vooral als hulptroeper en ideeënman’, zei een buurtgenoot gisteravond tegen me toen ik de hond uitliet. Fijn, zo een imago. De stortvloed aan ideeën die ik genereer voor mijn klanten, projecten van anderen, voor mijn gezin (pap, hou nou eens op met die ongein), op mijn werk (Marcel, kom op, daar hebben we geen genoeg tijd voor), in een stroom die ook nooit schijnt op te drogen, ja, dat ben ik dus. Eureka-ervaringen creëren en dwarrelende denkbeelden vangen.

Het is een heel prettig mankement aan mijn persoonlijkheid. Opschudden, kantelen, inspireren, aanpakken, samen hemelbestormen, en het stuk vervullen tussen droom en daad, dat ligt me wel. Maar zijn niet enkel mijn eigen ideeën. Vaak help ik juist de ideeën van anderen verrijken. Aard van het beestje. Een soort van instant incubator. Een snelkookpan, een corporaat opschudder. Hoe ik dat doe? Ligt het aan mijn voelsprieten, mijn brede lurven of is het simpelweg subliminaal gestuurd? Is het misschien een prettige ziekte? Heb ik mijn kind-zijn nooit verlaten of pak ik gewoon de vonken uit de wereld en verzamel leuke fijne nieuwsgierige mensen om me heen. Ik ben er nog niet achter.

Okay. Vaak schuren mijn aanvullingen of ideeën met de mainstream. Kun je de helft weer weggooien. Maar ja, zeg zelf, mainstream is zo ontzettend mainstream. En de wereld is zoveel mooier te maken. Ik creëer met zoveel liefde keerpunten voor bedrijven, organisaties, en voor mijn buurtgenoten. En het maakt niet uit vanuit welke rol, als de woorden ‘mens’, ‘duurzaam’, ‘groei’ en ‘samen’ maar in het script staan. Gebruik me als verteller, maker, verbinder of bedenker. One size fits all. De eeuwige rode draad in mijn leven. En ik besef me nu dat ik dat al 50 jaar doe. Vanaf de kleuterschool eigenlijk, maar dat is dat andere verhaal.

Maar natuurlijk gaat het niet enkel over mijn ideeën. Ik help juist de ideeën van anderen verrijken. Dan heb ik de rol van ‘Verzamelaar van wonderlijke ideeën’.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Circulair werkgeverschap in het nieuwe bedrijfsecosysteem


mierencollonne.jpg

Dit artikel geeft een visie op mijn zoektocht naar een nieuw soort leiderschap. Ik introduceer hiermee de term ‘Circulair Leiderschap’. Circulair leiderschap past in het circulair economisch denken. Hierbij kennen we geen waardeverlies.

Bij een circulair gemaakt product wordt bij het maakproces van te voren goed gekeken hoe het aan het einde van zijn leven opnieuw kan worden ingezet, als nieuw product, als grondstof of bloeistof voor de natuur. De kunst is dan het goed scheiden van onderdelen of materialen zodat deze weer hoogwaardig kunnen worden ingezet.

Ik pas dat zelf toe bij mijn maakbedrijf in kleine huisjes. En dat is nog best lastig, omdat je veel ouddenken bij leveranciers moet vervangen voor nieuwdenken. En veel oude kennis en aannames moet loslaten. Kantelen als het ware. Dat is ook zo bij circulair leiderschap.

Hebben we het over managers en oudere medewerkers die zijn uitgerangeerd, in de oude economie en hun ‘lifecycle’ is de oplossing ontslag of vervroegd pensioen. Een wegwerpmaatschappij. In de circulaire economie is dat onbestaanbaar. Een goed product gooi je niet weg. Het fenomeen om de wat oudere 55+ werknemer aan de kant te zetten zorgt voor een enorm verlies aan denk- en mankracht in organisaties en is een doodzonde in het circulaire gedachtengoed.

Okay, werknemers kun je niet in onderdelen uiteenrijten en opnieuw in elkaar zetten. Pas je een circulaire definitie toe op het werk van mensen, dan kun je kijken naar welke rollen ze spelen in je bedrijf en niet naar hun ‘functie’. Je kijkt niet naar het hele huis, maar naar de onderdelen die goed kunnen functioneren in een andere rol. Met dezelfde waarde als je het koppelt aan nieuwe rollen, nieuwe teams.

Circulair denken is eigenlijk een term die vroeger standaard in de ‘genen’ van mensen zat. Zij leefden niet zoals de afgelopen 50 jaar in tijden van overvloed en luxe. Ze konden zich geen wegwerpmaatschappij permitteren. Alle materiaal werd gebruikt, hergebruikt, of opnieuw ingezet. Daaraan gerelateerd kent iedereen wellicht nog het meester-gezelprincipe. Waar oudere werknemers de vraagbaak en opleider van jonge lerende mensen werden. Het meester-gezelprincipe, dat noem ik circulair leiderschap bij uitstek. De rol van manager of specialist verandert in de rol van (leer)meester. En waarom zou je leermeesters in je bedrijf op een zijspoor zetten? Ze horen op het hoofdspoor. Want maakt meesterschap jouw bedrijf niet een duurzaam en excellent bedrijf?

Circulair leiderschap gaat over het in beweging zetten van de juiste mensen die goed voor jouw organisatie zorgen, als ware een perpetuum mobilé. Bij een circulair geleid bedrijf geeft elke werknemer leiding aan zijn eigen proces, aan zijn team en zijn ‘eindbaas’. Gezond en goed gebalanceerd. Als het ecosysteem in de natuur. Waar ook de kleine bijdragen worden gewaardeerd. En geduld en groei inherent is aan schoonheid. Er wordt gebruik gemaakt van de kwaliteiten die op dat moment gevraagd worden, in wisselende teams en rollen. Circulair leiderschap komt zo op ieders bordje en biedt medewerkers de kans mede richting te geven aan de organisatiefocus, de duurzaamheid, de verandering, de wijze van kennisuitwisseling en de eigen carrièremogelijkheden. Een leider is dan niet iemands meerdere, omdat iedereen een leidinggevende rol heeft. Deze vorm ervoor zal zorgen dat de betrokkenheid van de medewerker zal enorm worden verhoogd. Medewerkers ontwikkelen meer contact met de kernprocessen. Er ontstaat gedeelde verantwoordelijk­heid en ruimte voor zelfsturende mechanismen. De scheiding tussen ivoren toren en ‘werkvolk’ verdwijnt en verandert in gelijkwaardigheid van partijen en tenslotte ontstaat er een duurzame verbintenis: van wieg tot wieg.

‘Leaders are responsible for achieving outcomes. Great leaders teach. Great leaders help to develop and grow their team. Observing nature can allow us to learn leadership lessons in a different way which can contribute to a healthy circular organization.’

Marcel Kolder is directeur van Draoidh, bureau voor organisatie-identiteit en communicatie en eigenaar van het maakbedrijf Minimono, waar kleine huisjes worden gefabriceerd.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Als de leider vertrekt, gaat vaak het roer weer om


 

schaken
foto © Jeroen Dietz, 1988

 

Dit stuk gaat over duurzaam leiderschap. Want zoals de titel zegt, als de leider vertrekt, gaat vaak het roer weer om. Dat zie je regelmatig bij de zwabberende politiek en haar volgend ambtenarenapparaat. Dat zie je nog beter bij (beursgenoteerde) organisaties die sterk op de wensen van de markt moeten inspelen. Het schavot staat snel klaar als de aandeelhouderswaarde niet tot tevredenheid stelt. Soms worden er nog even wat bonussen geïnd nadat de cijfers door een slimme verkoop of afschrijving zijn opgepoetst, maar dit is vaak al een voorbode voor het vertrek van de top.

Leiderschap gaat over het in beweging zetten van mensen. Een goed leider draagt letterlijk zorg voor haar organisatie en zet het ego op een tweede plaats. De communicatie is eerlijk, authentiek, consistent en een combinatie van goed luisteren en dan pas vertellen, van analyseren en een gezamenlijke richting vinden. Tot slot inspireert leiderschap, het daagt medewerkers uit door visie te tonen, vaak over zaken die er nog niet zijn. En daar komt het component ‘duurzaam’ om de hoek kijken. Want hoe duurzaam is leiderschap en haar visie nog, als de baasjes om de vier jaar vertrekken. Reden om voor duurzaam circulair leiderschap te pleiten.

Is er eigenlijk nog wel een top nodig in je bedrijf?

Natuurlijk. Het hoogste échelon is bijna altijd initiator van de richting bij ingrijpende veranderings­processen. Niet omdat ze dat zelf vinden, maar omdat de ‘umwelt’ dat signaal geeft. Tenminste, als je het navelstaren zat bent en van buiten naar binnen denkt. Maar dan, waar liggen dan de echte verantwoordelijkheden om verder te inspireren en aan te jagen? In mijn ogen niet altijd meer bij de hoogste baas. Zeker niet in een kantelende westerse wereld. Sommigen CEO’s ontberen gewoon het talent om duidelijk te communiceren, anderen zitten niet lang genoeg op hun troon om continuïteit te garanderen, en een volgende ploeg is hun onderneming aan het ‘redden’. Dominante vormen van leiderschap en de zendingsdrang van deze heren om maar te scoren is niet meer van deze tijd.

Organisaties zijn continu in transitie en het is een komen en gaan van leidinggevenden en hun belangwekkende boodschappen. Dat brengt de communicatiespecialist in een lastig parket.

Mijn conclusie: Het starten en begeleiden van veranderingen, en haar communicatie kan en mag niet afhankelijk zijn van de leider. Dat lijkt een contradictie, maar is een voorwaarde voor duurzaam leiderschap en duurzaam opereren als organisatie. Een manier om niet alleen top-down, maar overal in de organisatie een vorm van leiderschaps- of verandercommunicatie neer te leggen zou een welkome aanvulling zijn op het palet van de communicatiespecialist.

Veranderende leiderschapsstijl

Een tweede observatie is dat de stijl van de leiderschapscommunicatie rond de jaren 2000 niet meer voldoet aan dat van nu. Toen bleef het hangen in zenderdominante strategieën en functionele communicatie. 20 jaar later gaan organisaties van reactief naar pro-actief, stellen innovatie-speelvelden, samenwerkplatforms voor projecten en de instrumentele aanpak verandert in een meer intuïtieve aanpak, een soort ‘visie zonder precisie’. Het no-nonsense denken verdwijnt en maakt plaats voor inspiratie en anticipatie. Confluent als het ware met organisatieontwikkeling als richting, kijkend naar ketens in het proces en continuïteit. Duurzaamheid als vorm van toekomstbestendigheid in plaats van korte termijn gegraai.

En dan ontdek je dat de communicatieafdeling, het human resourcemanagement en veranderteams tegen dezelfde grenzen lopen. Die van centraal aangestuurde communicatie. Behalve dat de aanzet tot kantelen vaak dogmatisch gebeurt vanuit de oekaze van de ivoren toren, is het ook vaak veel te abstract voor de operatie. De doelen van de leider en zijn veranderdoelen missen de realiteit van alledag en de betrokkenheid van medewerkers bij het proces is nihil. Leiderschap(scommunicatie) op een andere manier organiseren, niet alleen top-down, maar diep in de organisatie en dicht bij de medewerker, zal volgens mij meer rendement oogsten.

Circulair leiderschap is duurzaam leiderschap

Als vanouds ligt het zwaartepunt van het management op cognitie, op controle. Dat geeft de manager een gevoel van zekerheid, maar dempt meestal de creativiteit en energie in een organisatie. En in het verlengde de verantwoordelijkheid bij ‘doing the right job’ bij medewerkers. Bij de zoektocht naar duurzaam leiderschap is ook het vliegwiel aan de gang houden belangrijk. Zo zou elke werknemer leiding kunnen geven aan zijn eigen proces, zijn team en zijn ‘baas’. Zo krijg je een optimaal commitment en ander soort efficiëntie. Omdat de kennis van de operatie toch vaak in de basis ligt. Dit vergt een andere manier van denken en democratisering van bedrijfsprocessen. Ik noem dat circulair leiderschap. Leiderschap is niet meer van een ‘baas’ maar van meerdere mensen. Afhankelijk van de kwaliteiten die op dat moment gevraagd worden, in wisselende teams. Leiderschap komt zo op ieders bordje. Samen op weg betekent dat de top voorwaarden schept om de medewerkers de kans te geven mede richting te geven aan de organisatiefocus, de duurzaamheid, de verandering, de wijze van kennisuitwisseling en de eigen carrièremogelijkheden. De betrokkenheid van de medewerker zal zo sterk worden verhoogd. Medewerkers ontwikkelen meer contact met de kernprocessen. Er ontstaat gedeelde verantwoordelijk­heid en ruimte voor zelfsturende mechanismen. Medewerkers worden zo actoren in het veranderingsproces. Statisch wordt dynamisch, beleidsverklarend wordt beleidsbeïnvloedend. De scheiding tussen ivoren toren en ‘werkvolk’ verdwijnt en verandert in gelijkwaardigheid van partijen.

bijen

Leiderschap platforms

Als verandering een constante is, waarom vinden organisaties dan elke keer weer opnieuw het wiel uit door de introductie van het zoveelste unieke veranderprogramma? Waarom ligt er niet één continu programma en één ankerpunt waar leidinggevenden, specialisten en medewerkers elkaar treffen?

Als verandering een on-going business is, ontwikkel dan ook on-going leiderschapsplatforms, op het niveau van de eerste lijn. Bij de teamleiders of supervisors. Op dit platform weten veranderingen en veranderingsissues een plek te vinden en werken medewerkers en (top)management interactief samen aan vooruitgang en voortdurende vernieuwing. Gezamenlijk vormt men daar het ondernemingsdoel, de identiteit, het leiderschap, de persoonlijkheid, het karakter en het incasseringsvermogen van de organisatie. Die platforms kunnen bouwen op actuele inhoudelijke thema’s van de organisatie die opportuun zijn. Langs de lijn van de inhoud wordt op deze manier gewerkt aan bezieling, inspiratie en kwaliteit.

Creëer met elkaar op het laagste niveau leiderschapsplatforms

  • Creëer duurzame platforms voor leiderschapsontwikkeling bij alle medewerkers
  • Laat de inhoud van het veranderingsproces de communicatie leiden en niet de oekaze van de bazen
  • Maak de medewerkers en teamleider communicatiespil op dit platform
  • Kies voor een integrale aanpak door inzet van alle stafafdelingen op dit platform.
  • Faciliteer als deskundige de direct leidinggevenden door implementatie- en communicatietools, interactie- en opleidingsinstrumenten.
  • Stel voortdurend communicatie-innovaties beschikbaar.

De overtuiging dat leiderschap en haar communicatie niet uitsluitend voorbehouden is aan het topmanagement zal steeds sterker worden. Leiderschapscommunicatie zal breed gedragen moeten worden in de organisatie, zodat ze overal als zodanig beleefd wordt.

Een opmerking. Inspiratie, anticipatie en betrokkenheid zijn mooie woorden. Zo ook de visie uit mijn artikel, zij horen bij een organisatie waar het voor de wind gaat. Er ligt wel een gevaar op de loer: als het minder goed gaat, vervallen leiders snel weer in de traditionele zenderrol.’

Marcel Kolder is directeur van Draoidh, bureau voor organisatie-identiteit en communicatie.

 

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Ik geloof in kleine duurzame huisjes


minimono-køik-langevoorhout

 

Deze zomer stonden aan het Haagse Lange Voorhout weer opvallend mooie bamboe composieten stadskiosken tussen de prachtige beelden van Museum Beelden aan Zee.

Een van beide kiosken is ingericht als mini-museumshop en de ander is het bewakingshuisje voor de kostbare sculpturen. De kiosken, Minimono’s genaamd, zijn de prototypen van een nieuwe duurzame kioskenlijn van de Minimono Group, mijn Almeerse bedrijf.

Waarom een kiosk ontwikkelen?
‘De kiosk is in Nederland een tijd lang uit het straatbeeld verdwenen. Met onze Minimono komt deze weer terug en wel op een bijzonder mooie archetypische wijze. Stoer en aaibaar. De varianten hebben een herkenbare identiteit en zijn bedoeld als kleinste urbane objecten. De Minimono is een duurzaam ontworpen kiosk en maakt gebruik van herwinbare materialen als bamboe en composiet. Het zijn verkoop- of informatiepunten die het straatbeeld zullen verrijken in stadsharten, bij manifestaties, aan waterfronten of andere stedelijke knooppunten.

Groningen
De nieuwste versie bedoeld voor het stadhuisplein in Almere.

De Minimono vult het gat tussen marktkraam en winkelpand. Veel ondernemers willen graag een winkeltje starten, maar kunnen de huurprijs van een groter pand (nog) niet opbrengen. De kiosk is voor webshopeigenaren wellicht ook hun eerste winkeltje, hun eigen kijkshop naast de webshop. Grotere concerns kunnen de kiosk gebruiken als sample shop of – zoals het heet – Nomad Kiosk. Klein is het nieuwe groot lijkt het adagium: een duur winkelpand is niet meer nodig, een klein opvallend winkeltje op een goede locatie om klanten te ontmoeten volstaat tegenwoordig. Nou, Ikea, Hema of Praxis, kom maar op.

 

Wat maakt Minimono anders dan andere kiosken?

‘Een kiosk an sich is niet uniek. Uniek zijn wel de combinatie met webshop, de spraakmakende vormgeving, de keuze van duurzame materialen, de hoge aaibaarheid en het modulair concept. Door de modulaire opbouw en inrichting is de Minimono heel functioneel voor de kleine ondernemer. De kiosk bestaat uit verschillende slimme modules. Van kastenwand tot balie. Het is plug and play, want op het dak bevinden zich als het moet zonnepanelen. Tevens is de kiosk snel (ver)plaatsbaar.
De Minimono heeft reeds twee (innovatie)prijzen gewonnen voor concept en uitvoering. In 2014 behoorde het bedrijfje al tot de top 100 innovatiebedrijven van Nederland.

mkb-2014-small

http://www.minimono.nl

Categorieën
Almere2018 Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Toekomstkantelen

Almere kan aan zijn puberteit ontsnappen door los te laten


AAEAAQAAAAAAAASYAAAAJGMxZDEyMjI1LTc0ZWEtNDExZi1iOWYwLWFmNWNmNzkyNmJmMwAlmere worstelt sinds de ontstaansgeschiedenis in 1976 met de gevolgen van haar snelle groei en identiteit. Van pionieren en met de voeten letterlijk in de klei is deze stad gegroeid naar de 7e stad van Nederland. De newtown heeft zelfs de ambitie om 5e stad van ons land te worden. Deze snelle groei is miraculeus maar kent ook zijn groeipijnen. Vooral tijdens de huidige crisis en vooral op het sociaal-culturele vlak.

Almere ontwikkelt snel en tijd voor reflectie lijkt er amper. Hierdoor zijn de kleren doorlopend te klein voor het lijf. Kijkend naar de behoefte van de stad loopt zij continu achter bij de parallelle ontwikkeling van sociaal-culturele voorzieningen. De Sociale Atlas Nederlandse Gemeenten 2012 vertelt dat Almere qua cultureel voorzieningsniveau op de 49ste plaats staat van de 50 grootste steden. Dit voorspelt niet veel goeds als er te weinig geld en aandacht gaat naar de natuurlijke bindmiddelen van een stad: de cultuur. De ‘cultureel verwende’ en voor de ontwikkeling van newtowns in Europa juist zo belangrijke middenstandselite verdwijnt momenteel naar oudsteden die wel deze bindingsfactoren te bieden hebben. Almere zou zo maar opeens het getto van de Randstad kunnen worden. Her en der zijn in Europa daar voorbeelden van te zien. De ontwikkeling in het oosten van Duitsland waar in de DDR-tijd enkel aandacht was voor goedkope eenvormige wijken met hoogbouw. Veel kansrijke en jonge ex-Oostduitsers keren deze steden de rug toe. Men kan gerust stellen dat bijna alle na-oorlogse wijken op de woonkwaliteitladders in Nederland vrij laag scoren. Met als exponenten Amsterdam Osdorp en Bijlmermeer. De banlieues rondom Parijs hebben vergelijkbare problematiek. Monotone woonsteden met dito woongebouwen zonder ‘hart’ worden wel gekscherend ‘bedroomtowns’ genoemd. Het is evident dat de in sneltreintempo door bestuurders en stedenbouwkundigen gemaakte nieuwe steden een achterstand oplopen op het culturele vlak. Een sociale structuur en een herkenbare stadsidentiteit ontwikkelt zich pas nadien. Meer nieuwe steden in Europa worstelen met dit fenomeen. In Nederland zoeken vinexlocaties Leidsche Rijn en IJburg houvast aan de stad waar ze bij horen en halen hun ‘sociale en culturele identiteit’ weg bij de oudstad in de buurt.

Almere wil een echte stad zijn
In het begin van deze eeuw vroeg het toenmalig stadsbestuur zich af of de stad na 27 jaar moest breken met het suburbane karakter van de stad. Dat werd bevestigd door een leefstijlenonderzoek van het bureau Motivaction, waaruit bleek dat Almeerders veel moderner en minder tradioneel waren dan verwacht. De diversiteit aan leefstijlen is opvallend aan Almere. De conclusie die werd getrokken was dat er meer stedelijkheid moest komen. Ook andere conclusies waren interessant. Meer studenten in de stad en meer diversiteit. Met de komst van de hogescholen de afgelopen jaren is er een goede stap gezet.

Vanaf dat bewuste moment vonden er een meerdere interventies plaats die vooral te maken hadden op de sociaal-culturele kant van stad. Er kwam een ontwikkeling op gang rond zingeving en een de zoektocht naar de (culturele) identiteit van modelstad Almere. De aanstelling in 2007 van de bijzonder hoogleraar sociologie Arnold Reijndorp die op de Han Lammersleerstoel mocht plaats nam, kan worden gezien als een serieuze poging van het stadsbestuur om aan de zachte kant van de stad te werken.

Uiteraard heeft Almere nog geen kans gezien te groeien en ontwikkelen zoals veel oude steden in Europa. Ondanks de planmatige en zorgvuldige stedenbouwkundige ontwikkeling werd in het door ingenieurs bestierde Flevoland meer gefocust op de harde component: plannen, ontwerpen en bouwen als oplossing. De bouw van een kostbare popzaal in 2004 zorgde niet voor de broodnodige culturele injectie. De zaal ging binnen een jaar failliet en er zit nu een casino in. De keuze voor het neerzetten van een ‘gebouw’, als harde interventie, zorgde niet voor de gewenste aanwas van culturele activiteiten. Langs de lijn van de vorm blijven dit holle ruimten in een cultureel nog in te vullen stad. De interventie zou meer effect hebben als ze langs de lijn van de inhoud gericht is. Het inkopen van bijvoorbeeld een volwassen symphonieorkest is niet de oplossing. Het ligt meer in de lijn van nieuwe broedplaatsen voor jonge kunstenaars in de rafelranden rond de stad. Echter bij gebrek aan oude pakhuizen en loodsen zal een newtown hier creatiever mee moeten omspringen.

Een van de initiatieven die de zoektocht naar zingeving en identiteit ondersteunen is de oprichting van de stichting Historisch Almere. Deze stichting is opgericht om de belangstelling voor Almere te stimuleren. Elk jaar vindt er de Hazelnootlezing plaats. Hazelnoten hebben voor Almere een bijzondere historische betekenis. Enkele verkoolde hazelnootdoppen tonen aan dat Almere een zeer oude geschiedenis heeft. Archeologen hebben bij boringen in Almere Buiten, op grote diepte van circa 9 meter onder de oppervlakte, verkoolde hazelnootdoppen gevonden die met vuursteen zijn bewerkt. Deze kleine vondsten van 8.000 jaar voor Christus duiden op menselijk leven: de eerste Almeerders! Het geeft een historische dimensie aan de stadsidentiteit. Cultureel erfgoed van allure, dat is wat Almere naast een hoop lef op stedebouwkundig gebied, blijkbaar ook heeft. In de bodem van Almere zit een schatkist met sporen uit het eerste landschapsgebruik van jagers-verzamelaars in Europa. Het historisch erfgoed van Almere is in die zin startpunt van haar geschiedenis. En niet alleen pijlpunten en hazelnoten, ook de vele ongeschonden en rijk gevulde scheepswrakken uit de gouden eeuw en later voegen een nieuw perspectief toe aan de geschiedenis van de jonge stad.

De stad Almere was het Nederlands antwoord op welvaartsgroei
Alle steden zijn een hybride van natuurlijke processen (in de zin dat ze zich grotendeels onttrekken aan menselijke beïnvloeding) en cultuuruitingen. In de zin dat zij een rechtstreeks gevolg zijn van welbewuste menselijke beslissingen en handelingen’.
Na-oorlogse nieuwe steden ondergaan met enige regelmaat veranderingen naar een volgend ‘format’: de groei van pioniersstad naar een adolescent en volwassen stad. Almere bijvoorbeeld heeft al veel interessante transformaties gekend. Daarbij is te denken aan milieutransformaties (van zee tot land), kolonisatieprocessen in het nieuwe land (van planten, dieren en mensen), ontwikkelingsstadia (van massaal en monofunctioneel tot kleinschalig en gedifferentieerd) en methoden (planmatig topdown en spontaan bottom up). Elke groeiende newtown zal na een tijd vanzelf transformeren tot een city. Wat betekent dat de oude bevolkingsgroep (de middenstandselite) wordt geconfronteerd met nieuwe groepen. In Almere is deze instroom de laatste 15 jaar flink toegenomen. De nieuwkomers zijn verschillend aan de pioniers die voornamelijk uit Amsterdam kwamen. Almere wil ook voor zijn nieuwe bewoners aantrekkelijk blijven. Aantrekkelijk voor jongeren, voor allochtonen (op dit moment is dat 28% van de Almeerse bevolking), maar ook voor mensen met een hoger inkomen en dito eisen aan een stad. Opvallend in Almere, maar ook andere nieuwe steden is de enorme stroom opwaarts in de (woon)carrièreladder van haar bewoners. De interne migratie in Almere was groot. Met een gemiddelde van eens in de vier jaar kiest een Almeerder voor verhuizing naar een nieuwe wijk, een groter huis, met achterlating van de oude buurt. Waar verpaupering op de loer licht.

Modelstad Almere als Madurodam van modern Nederland
Nieuwe steden zoals Almere zijn in de tweede helft van de vorige eeuw ontwikkeld om in de behoefte van goed en ruim wonen te voorzien. En dat volgens de toentertijd nieuwste stedenbouwkundige inzichten. Hierdoor zijn wijken en steden ontstaan die voornamelijk monofunctioneel waren: er wordt gegeten en geslapen. Werk en uitgaansleven vindt plaats in de ‘grote stad’ in de buurt. Veel nieuw ontwikkelde steden en wijken herkennen dit probleem en proberen zo goed en kwaad als het kan de stap naar een ‘diverse en volledige’ stad te maken.

De transformatie naar een volledige stad gaat verder. De komende tientallen jaren komen er in Almere minimaal 60.000 woningen bij. Crisis of niet. Vertaald in inwonersaantallen zijn dat 150.000 mensen die bij de nu al 200.000 bewoners kunnen worden gevoegd. Deze taakstelling zorgt er voor dat in Almere voldoende aandacht is voor het stenen stapelen en voor internationale prijsvragen op het gebied van architectuur en stedenbouw. In de afgelopen decennia is er weinig aandacht geweest voor het culturele element in de groeistad: het cement dat mensen bindt. Feit is dat Almeerders zich daarom blijven identificeren met de plaats waar ze vandaag komen, maar niet met Almere zelf. Trots zijn op Almere is nog geen gemeengoed onder de nieuwe bewoners.

Identiteitscrisis Almere?
Waarom is het vinden van een sterke identiteit voor een nieuwe stad zo complex? Ligt het aan het feit dat de openbare ruimte van jonge steden te ‘nieuw’ is en daarmee de ziel nog niet ontwikkeld is? Ligt het aan het feit dat mensen over het algemeen vasthouden aan hun vertrouwde paradigma’s over hoe mooie steden er uit moeten zien? Vooral oud, authentiek en avontuurlijk. Een nieuwe stad is nu eenmaal niet ‘gezellig’. Het oudste gebouw in Almere is 35 jaar. Op het netvlies blijven beroemde pleinen zoals die van Sienna of gezellige buurten als De Jordaan staan. Op organische wijze gegroeide oudsteden blijven langer in het geheugen van bezoekers hangen. Oude pleinen zijn makkelijker te duiden dan Almeerse waaiplantsoenen. De oude kern met in het midden de obligate tripartie, de kerk, het stadhuis en handels- of beursgebouw kenmerkt de oude stad en daarmee de ge(s)laagdheid van de oude stad. Deze gebouwen zijn exponenten van religie, bestuur en handel. Handel en religie waren in die tijd de drivers voor culturele ontwikkeling door de eeuwen heen. Een nieuwe stad mist deze uitbundige exponenten. Ook ontbeert de ‘tuinachtige’ urbane stad de compactheid van de avontuurlijke grootstad. Een stad met intieme ruimtes om te flaneren, uit te gaan eten, te struinen in winkelstraten of een bezoek aan museum of theater te brengen.

De volwassen geïntegreerde stad bruist op economisch vlak
Handels- of Hanzesteden zoals Amsterdam of Zwolle zijn ontstaan in een tijd van bloeiende economieën. Stedenbouw vond plaats langs natuurlijke weg- en waterwegen, en ontwikkelden tot broedplaatsen van kunst en cultuur. Rijke handelaren zoals de De Medici’s in Firenze en of de Kröller-Mullers in Rotterdam gaven met enige regelmaat financieel-culturele injecties. Tegenwoordig zie je welstandige bedrijven zich via sponsoring van evenementen, musea of concerten aan een stad binden. Een belangrijk feit. Cultuur kan nimmer zonder handel: de derde geldstroom. Almere heeft in die zin nog niet voldoende economische ‘cultuurdrivers’. De stad zou daar in moeten investeren. Een kleine 10 jaar geleden is in Almere het nieuwe stadshart geopend. Een interventie om Almere een modern eigen hart te geven. Een miljardenproject. Met als ‘bindmiddel’ een avontuurlijke koopheuvel: handel dus. Architect Rem Koolhaas heeft met zijn Office for Metropolitan Architecture het masterplan hiervoor ontwikkeld. Geen orthogonale lijnen maar spannende doorkijkjes, trappartijen, uitgaansgelegenheden en theaters op en in een heuvel in een voor de rest platte stad. Dit nieuwe centrum is met zijn internationale en spraakmakende architectuur wellicht de eerste stap naar een moderne vorm van het creëren van een authentieke stad. Het hart vulde zich de afgelopen jaren met een prachtig theater van een Japanse toparchitecte, hotels, popzalen en een architectuurinstituut. Suburbaniteit is verbonden met huiselijkheid,’ meent Hoogleraar Arnold Reijndorp in een interview,‘Stedelijkheid met erotiek.’ Een kanttekening. Het ‘hart’ mist nog wel de sfeer die zo tekenend is voor oudere steden. Daar moet nog een en andere aan gebeuren. Sfeer creëer je door intimiteit, kiosken, stadmeubilair, kleur en gezellige pleintjes om langsheen te flaneren.

Almere loopt tegen nieuwe grenzen aan
Almere als de pioniersstad loopt tegen haar grenzen aan. De schaalgrootte nekt haar. De te ruime opzet van het stadshart. De kernen ver van elkaar afgekeerd. Als eilanden in de stedelijke woestijn. In Almere kenmerkt de crisis zich in een afnemende woning-productie, slagvaardigheid en communicatiestoornissen op het stadhuis. De stad zou met een volgende transformatie van een monofunctionele naar een gedifferentieerde stad moeten willen groeien. Een stad in al zijn facetten. Een stad waar meer gebeurt dan slechts prettig en goed wonen. Met veel meer aandacht voor de diversiteit in de stad.

Het hoger doel als leidraad voor de komende jaren
Intelligent besturen met een gezamenlijk hoger doel is bepalend voor toekomst van de nieuwe stad. Veranderen en vernieuwen naar Almere 3.0 kan enkel en alleen in het sociale systeem plaatsvinden, via een gezamenlijke hoger doel. Het stadsbestuur dient andere keuzes te maken. Om bepaalde zaken af te remmen en andere te bevorderen in het systeem van de stadsontwikkeling. Waar het op aan komt is ook vooral loslaten en niet meer alles zelf willen doen.
Moet je plat door blijven bouwen terwijl er een sociale en culturele achterstand is? Of is werkelijke reflectie of interventie mogelijk? Het cement in de integratiefase wordt gevormd door gemeenschappelijke zingeving. De Almeerse burger is niet meer volgend, zij is assertief en vol wilskracht, de nieuwstadse elite, de ondernemer, de ZP’er kunnen uitermate zelfstandig, zinvol, op het geheel gericht, handelen. Zij snappen allang wat de stad nodig heeft. Naast de technische en economische subsystemen die Almere in het verleden dreven wordt tijdens de reis naar volwassenwording van de nieuwe stad nu het sociale systeem ontwikkeld. Juist in tijden van crisis. Met een voor iedereen zichtbaar en beleefbaar hoger doel, waarin duidelijk kan worden gemaakt wat de bijdrage van de burger daarin kan zijn. Want mensen maken de stad. Een goede vraag is of het mogelijk is een ‘zoekende’ nieuwe stad via een hoger doel vorm te geven. De Almere principles geven richting, een visie en missie. Ze zijn echter nog de taal van de architect. Abstract en planmatig. Het rapport Social Cohesion in New Towns meldt: ‘No culture, no society. Culture is the spice of life. Culture as a tool for getting to know each other.’ De uitdaging in dit rapport is: ‘Getting newtown people acquainted with culture (both passively and actively) at the earliest possible age, working on a diversified small-scale cultural offering to get through to all sections of the population.’ Een doel kan bevoorbeeld zijn om Almere als creatieve stad te positioneren, daarmee nieuwe economie aan te trekken, haar hoger opgeleiden en haar middenklasse te behouden en haar culturele identiteit te vinden. Er hiervoor heb ik drie zaken geformuleerd:

1. Almere als duurzaam gebouwde jonge stad met aandacht voor blauw en groen (water, stadsparken en stadslandbouw).
2. Kleurrijk. Een stadsbazar: Intercultureel, divers en creatief.
3. Komt dat zien, het wonder van de maakbare stad met andere ikonen, kom naar de stad die besloten heeft organisch verder te groeien samen met haar inwoners.

De Amerikaanse Hoogleraar Richard Florida heeft onderzocht wat een stad nodig heeft om te groeien naar een volwassen stad. Hij stelt dat een stad de 3 T’s moet bezitten. Deze T’s staan voor talent, tolerantie en technologie.
Het idee achter de 3 T’s is dat de één niet zonder de ander kan. Een stad zonder talent zal nooit een creatieve stad zijn en kan geen tolerantie bewaren. Een andere indicator voor een creatieve stad kan zijn de economische groei, het aantal creatieve bedrijven die in de stad gevestigd zijn. Florida’s onderzoek bracht naar voren dat bedrijven zich tegenwoordig daar vestigen waar het talent zit en niet meer andersom. En het talent had Pittsburgh – waar hij onderzoek deed – massaal de rug toegekeerd, omdat de stad verzuimd had een stedelijk klimaat te creëren dat aantrekkelijk was voor de creatieve klasse. “It’s not companies, but places that provide a pool of talent”, aldus Florida. De kern van stedelijke concurrentie ligt in een attractiestrategie van de juiste talenten. Met andere woorden: wie honing van topkwaliteit wil produceren, creëert eerst een veld waar duizend bloemen bloeien. Dan komen de bijen.

De volwassen stad beschikt over:

• een goed en breed aanbod van kunst en cultuur
• goed onderwijs op meerdere levels en talenten
• een circulaire economie en de mogelijkheden om de stad verder te ontwikkelen naar een groene en bewuste stad
• culturele ondernemers in een stad
• een goed vestigingsklimaat voor creatieven, middelgrote technische of anderzins maakbedrijven
• een creatieve of innovatieve klasse op allerlei vlak; deze groep trekt grotere bedrijven aan

Tenslotte: vertrouw op particulier initiatief. Ondernemende initiatiefrijke mensen geven kleur aan de stad. Voorkom dus lastige regelgeving die hun ambities in de weg staan. Burgers en overheid komen te vaak tegenover elkaar te staan. Laat los, laat gaan. De burgers kunnen het wel. En wellicht beter. Laat de ruimtelijke ontwikkeling los, help veelbelovende initiatieven in het zadel. Ontzorg je inwoners. De kansen voor de komende jaren zijn de broedplaatsen die her en der ontstaan, de Floriade 2022 en bijvoorbeeld de start van een nieuw project rondom bewustwording en reflectie in 2018: CitySenses. CitySenses!

Zie ook.

https://degelukkigestad.wordpress.com/2015/10/23/de-gelukkige-stad/

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Toekomstkantelen veranderprocessen

Het klootjesvolk woont in Almere


COLLAGE_1

Volgens hoogleraar dr. Gerard Marlet is Almere een geografische Blunder. Almere ligt te ver weg van Amsterdam om te profiteren van haar aantrekkelijkheid en heeft zelf te weinig te bieden aan de creatieve klasse en aan de hogere klasse.

In de visie van Marlet blijft Almere een stad van klootjesvolk. Een restpost voor mensen die geen huis kunnen kopen in de nabijheid van aantrekkelijke oude steden. Het is het toekomstig afvalputje van Nederland. Ik vind eigenlijk het omgekeerde. Kantel die gedachte maar eens.

Wetenschappers als Marlet kijken vanuit het paradigma van de oude stad. Wat niet voldoet, scoort laag op de ‘lijstjes’ van relatief succes. Marlet leeft met het idee dat je een new town ergens mee kan vergelijken. Hij ziet slechts het gebrek aan oude panden, aan gevestigde cultuur en het aandeel creatieven. Daarmee gaat hij voorbij aan de kwaliteiten van de onvergelijkbare suburbane stad.

Een jonge stad met met meer toekomst dan verleden

Een stad met een hoge kwaliteit van groen, water, veel woning voor minder geld. Almere kent de hoogste economische groei van Nederland. En welke andere stad heeft 42 kilometer kustzone, 32 stadsstrandjes. Het aantal hoger opgeleiden is Almere is sterker gegroeid dan in andere steden. Wat Almere kenmerkt is een ongekende ambitie om de stad van de zeebodem op te bouwen tot een volwassen, unieke en fijne stad. Almere volgt slechts een andere route en is pas 30 jaar oud. Jonger dan de gemiddelde Nederlander.

Blauwe zee van kansen

Mag ik een vergelijking maken met de spraakmakende ‘blue ocean’ strategie van Renée Mauborgne. De kern van stedelijk succes ligt niet altijd in rode oceanen, waarin steden als concurrenten elkaar bevechten rondom issues als recreatie, arbeidsmarkt, woonmarkt en uitgaansmarkt. Gevechten van dat kaliber kennen slechts verliezers. Almere slaagt er juist in om het anders te doen. Vanuit een totaal ander paradigma een stad neer zetten die zich continu kan vernieuwen. Met in elke stadsdeel gezondheidscentra, uitgaanscentra, met gescheiden busbanen en een hart van architectonisch topniveau.

Almere is de derde architectuurstad van Nederland. Ze heeft met haar jonge culturele sector diverse prijzen gewonnen. De slogan van Apple ‘Think Different’ is eigenlijk ook een eerbetoon aan de lef van de Almeerse ontwerpers en de pioniersgeest van de huidige bevolking. In de blauwe oceaan van Almere is geen concurrentie met andere steden.

 Growing Green Cities

Almere is een mirakel volgens vele buitenstaanders. Inwoners van Almere stonden bijvoorbeeld achter de nominatie om culturele hoofdstad van Europa te willen worden en werkten in hun eigen tijd aan een Cultureel Bidbook voor de stad. Wederom een blauwe oceaangedachte. De Floriade wordt een totaal ander soort wereldtuinbouwtentoonstelling dan in het verleden. Er wordt een verbinding gelegd met ‘Growing green cities’. Met stadslandbouw, met groene energie, watermanagement en hoe groene innovaties de stedelijke conglomeraten kunnen helpen naar een next level. Een groen level.

Almere is het Cirque du Soleil van de randstad.

Nieuwstadse burgers zijn van een ander soort elite. Niet van de ‘gevestigde’ orde. Maar een nieuw ras. Tenslotte is er geen oud èn geen nieuw geld te vinden op de Zuiderzeebodem. Maar Almere heeft wel de afgelopen jaren gekeken naar het succes van Apple, van Cirque du soleil, van Viagra. Out of the box. Constant kantelend. Want de zee waarin de oude steden zich bevinden, daar past de Almeerse burger niet bij. Het succes ligt in Almere in het steeds weer vinden van blauwe oceanen.

Een tip naar het stadsbestuur: De kunst is om niet af te drijven naar de rode oceanen. Blijven ze in de blauwe oceaan, geloven ze in de meeslepende projecten van hun eigen bewoners, de actieve pioniers van de toekomst, dan voorspel ik Almere een prachttoekomst.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Kantelen voor dummies: het geheim ontrafeld


KANTELENVOORDUMMIES

Je voelt je vrijdenker en roeptoetert al jaren dat je het systeem wil veranderen, maar het zet nog geen zoden aan de dijk. Hoe word je nu omarmd door die nieuwe elite: de steeds groter wordende groep kantelaars in Nederland?

Na ruim tien jaar durf ik jullie het geheim van het ‘kantelen’ te vertellen en hoe je, zonder al te veel moeite, bij de groep van kantelaars kan aansluiten.

Even terug naar het begin

In 2004 startte ik met kanteldenksessies voor overheid en zorginstellingen. Ik gaf topambtenaren en bestuurders ideeën voor zorginnovaties. Na de eerste workshop ‘Kanteldenken’ in de Beurs van Berlage zette ik de deelnemers in een rolstoel en vroeg of ze naar de volgende ruimte voor de workshop ‘Kanteldoen’ wilden gaan. Die bevond zich op een andere verdieping. Hindernissen in de vorm van een trap en het gebrek aan een toegankelijke lift in het oude gebouw zorgden ervoor dat de workshop niet te bereiken was. Omdat – voorspelbaar – ze niet zouden arriveren liep ik alvast naar het café. Verontwaardigde ambtenaren legde ik daar uit dat ze dat ‘Kanteldoen’ beter in hun eigen gemeente konden doen, en niet hier. Ter plekke leerden ze van alles over ontoegankelijke gebouwen. Les geleerd.

Moeiteloos kantelaar worden? Kan dat?

Ik heb een vijfstappenplan gemaakt voor moeiteloos kantelen, voor dummies dus:

  1. Ga naar de website nederlandkantelt.nl en schrijf je in. En twitter of facebook dat luid onder je vriendenkring. Er zijn ook nog andere bewegingen die hetzelfde willen, maar een andere naam hebben. Nieuw Nederland of de Transitiepartij. Google maar eens rond.
  2. Stap daarna zo snel mogelijk over naar een andere bank, bijvoorbeeld de ASN Bank of Triodos .
  3. Laat via een duurzame drukker visitekaartjes drukken (op dat papier met bloemenzaad erin, dat je kunt weggooien in je tuin) met daarop als beroep ‘Kantelaar’, en deel dat uit op elke bitterballenborrel die je bezoekt.
  4. Roeptoeter tegen de systeembazen – van bankier tot politicus – dat ze moeten veranderen, dat het tijdperk van eigen kantelaar in eigen buik is aangebroken.Toon deze dia veelvuldig:

11535788_1123061811041577_6847453130218448527_n

En als 5de punt: Organiseer een kantelfestival, kantelcafé of kantelacademie. Schenk voldoende gezonde drankjes en bier.

Kantelmeester worden

Kantelmeester worden in de orde van de echte “Kantelaars”. Ja, dat is hard werken, dat is andere koek. Gedreven door zaken die fout zijn gegaan in onze maatschappij, willen we het anders of beter doen. Velen van ons zijn al bezig ruimte te creëren voor duurzame innovatie op de bekende thema’s en issues die vandaag spelen. Van economische tot morele crisis. Van politieke vernieuwing tot de grote immigratieproblematiek. Over hyperconsumptie en verspilling, werkeloosheid en ‘werkverdeling’, over zorg voor elkaar, voedsel in je eigen omgeving verbouwen en met elkaar groene energie opwekken. Onderwerpen volop. Maar ook de kleine kantelingen doe je beter samen, in je eigen stad, in je eigen wijk, in je eigen straat.

Kantelen … dat doe je met elkaar, waarbij verschillende soorten kennis en ervaringen worden ingebracht en ontwikkeld. Zo’n gemeenschappelijk creatieproces is als bewegen op een interactieve vrijdenkers-plaats; een vrije kamer, waarbinnen een verregaande vorm van kruisbestuiven ontstaat. Toevoegen van nieuwe dynamiek, waardengedreven denken en perspectiefverandering kunnen we onze gezamenlijke uitdagingen oplossen –> kantelen naar beter of anders. Deze manier van denken en van doen kent geen harde einddoelen, maar is open beweging naar beter. Van A naar B. Van Afbraak naar Beter als het ware. Het gaat over denkverschuiven en op andere manieren kijken naar vraagstukken. Deze vraagstukken slim verkennen, leren goed te reflecteren op te gemakkelijke aannames en het stimuleren van nieuwe inzichten of oplossingen. Dit vraagt uiteraard een inhoudelijk kennispeil. Kanteldenken is dus niet voor dummies. Je moet er echt je best voor doen. Zonder deze drie zaken kom je niet verder: Kanteldenken, kantelverbinden en kanteldoen. Over dat laatste binnenkort meer. Over kanteldenken helpt dit schema van hoogleraar Jeff Gasperz uit zijn boek Concurreren met creativiteit (Prentice Hall 2002).

kantelschema1. Verbreding van denken

In een brainstorm ga je op zoek naar meerdere aspecten van en invalshoeken op een probleem, voorstel of oplossingsrichting. Vragen die kunnen helpen bij denkverbreding zijn:

  • Waarom is dit een probleem c.q. uitdaging?
  • Waarom is een oplossing nodig?
  • Waarom moeten wij dit probleem aanpakken/oplossen?
  • Wie is de probleemeigenaar?
  • Wie gaat dit als probleem ervaren?
  • Wat voor subproblemen zijn er?
  • Hoe is het ontstaan?
  • Welke extra informatie missen we nog?
  • Zijn er aspecten aan dit probleem die we al kennen (ervaring)?
  • Waar vinden we informatie?
  • Waar zal het probleem zich voordoen?
  • Is of wordt het een urgent probleem?
  • Zijn er plekken/gebieden/gemeenten met dezelfde problemen?
  • Wat is de eerste stap tot een oplossing?
  • Is er hulp van buitenaf mogelijk, en wijs?
  • Wat gebeurt er als wij het probleem of de uitdaging niet aanpakken?
  • Wie heeft er belang bij het probleem?

2. Verdiepen van denken

Kanteldenken spoort van een probleem de dieperliggende concepten en assumpties (vooronderstellingen) op. Denken in paradoxen helpt hierbij. Door bijvoorbeeld het tegenovergestelde te beweren.

En over de assumpties: Denk maar aan een ijsberg. Het puntje is zichtbaar, maar hoe interessant is de rest van het verhaal. In ‘kantelontwartaal’ noemen we dat ‘de vraag achter de vraag’.

3. Verschuiven van het denken: het echte kantelen

Kanteldenken kijkt vanuit een geheel andere context dan waarin het probleem of de uitdaging is ontstaan. Dit denken gaat uit van divergerend denken (vanuit verschillende perspectieven) in plaats van convergerend (veel te snel willen oplossen). Divergerend denken doe je voornamelijk door te luisteren. Dit voorkomt dat er te energiek wordt omgegaan met het oplossen van het verkeerde probleem c.q. uitdaging.

Toen Albert Einstein werd gevraagd wat hem het meest heeft gebaat bij het ontwikkelen van de relativiteitstheorie kwam hij met het verrassende antwoord: Het bepalen hoe ik over het probleem moest denken.

Verschuiven van het probleem naar andere werelden, naar bijvoorbeeld sport, het bedrijfsleven, de natuur, de wetenschap, het theater helpt bestaande denkpatronen te doorbreken. Graham Bell bestudeerde het trommelvlies in het oor en kwam daarmee op de telefoon. Een fabrikant van zwemkledij keek naar de huid van de haai en ontwikkelde een stof dat sneller door het water gleed. De kunst is te denken in metaforen, en die dan sterk variëren.

Als je tot dit laatste zinnetje bent gekomen zonder te stoppen met lezen wens ik je veel succes. Met of zonder moeite, kantelen is een mooi vak. En voor degenen die niet zagen dat deze blog een  niet zo serieuze ondertoon heeft. Jammer dan. Maar weet, ook bij kantelen geldt maar in leidend principe: ‘Niet blijven lullen maar poetsen’. 

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Aan de Verenigde Naties in Almere


IMG_4224‘Ik wil vrij kunnen leven, net zoals de andere kinderen in Almere,’ start Mayim Kolder (16) haar antwoord op het, in haar ogen, officiële interview dat ik afneem rondom het verdrag over de rechten van mensen met een beperking van de Verenigde Naties dat deze zomer in Nederland in werking treedt.

Op haar leeftijd heeft ze daar eigenlijk nooit over nagedacht. Mayim is spastisch, heeft een hartprobleem en is epileptisch. Ze zit in een elektrische rolstoel en moet bij alle dagelijkse handelingen fysiek worden geholpen. Ik heb haar moeten uitleggen dat het verdrag gaat over het bevorderen van de rechten van mensen met een beperking. Zodat de overheid zijn best blijft doen om haar leven te verbeteren, haar te beschermen en een fijn leven te waarborgen, omdat ze door haar handicap veel meer hindernissen zal tegenkomen dan haar stadsgenootjes. Stel dat je in een winkel wil afrekenen, vertelde ik Mayim, dan moeten ze dat niet aan jouw begeleider vragen, maar natuurlijk aan jou omdat je een eigen pinpas hebt.

Als je over tien jaar niet meer thuis woont, hoe zie je je leven?

‘Nou, dan heb ik leuk werk. Gastvrouw zijn in een dierentuin, zodat ik mensen kan rondleiden. Ik weet heel veel van dieren en verzorging. Dat doe ik dan. En een dierentuin is altijd heel toegankelijk voor rolstoelen, dus dat komt mooi uit. Maar wat ik ook belangrijk vind, is dat het normaal is voor mensen zoals ik, dat die ook gewoon naar werk kunnen zoeken en vinden. Ik vind dat ik, net zoals iedereen, gewoon een kans moet krijgen.

En waar woon je dan?

‘Ik woon in een huis met andere vrienden en vriendinnen, samen met mijn vriendje. En alles in dat huis kan ik met mijn iPad bedienen. Mijn deuren, mijn licht, mijn televisie en mijn vriendje (lacht ze). Mijn vriendje kan helpen onze kinderen te verzorgen. Maar ik weet niet of dat mijn huidige vriendje is. En ik kan het niet allemaal zelf, dus wil ik graag hulp erbij. Net als mijn PGB-hulp dat nu doet.’

Wat vind jij het belangrijkst?

‘Wat ik het aller, allerbelangrijkst vind,’ begint Mayim enthousiast op deze tweede Paasdag. ‘Dat is dat ik mijn hele leven lang kan blijven leren. Ik heb veel meer tijd nodig om te leren. Ik vind rekenen nog erg moeilijk. En ik wil dat wel goed leren. We hebben nu certificaten op school die ik ga halen, maar misschien kan ik later wel net als mijn broer de HAVO doen. Nu vind ik het te moeilijk. Ik wil ook noten leren spelen, maar dan met mijn knokkels, omdat mijn handen krom staan.’

 ‘Vrij kunnen leven, leren en werken. Mijn hele leven lang.’

Je hebt een moeilijk lichaam met veel problemen, hoe zie je dat?

‘Ik vind dat ik door al mijn lichamelijke problemen meer recht heb op hulp dan jongeren die gezond zijn. Dat ik sneller naar een ziekenhuis kan, en naar mijn eigen dokter, en dat mijn werk rekening houdt met dat ik snel moe ben en soms even moet liggen. Dat kan nu op school ook. Tussen de lessen is er een speciale kamer met een rustbed. En ik wil graag snel geholpen worden op therapie. Ik sta altijd maar te wachten.’

En je vrije tijd, hoe zie je dat?

‘Dan ga ik uit met mijn vriendje, met de taxibus. Ik kan nu niet elk restaurant in, en in sommige invalidentoiletten staan zelfs kratten en dozen. Ik was laatst in een museum en ik kon nergens bij de knoppen en koptelefoons. Dat was stom. Dat was in Almere. Ik wil ook leren paardrijden met een speciaal zadel, maar dat is te duur voor mij door die speciale dingen. Ik wil ook gewoon spontaan ergens naar toe kunnen gaan met de trein. Nu kan dit niet. Dat moet van te voren geregeld worden op de stations zodat ik in en uit kan stappen.

Laatste vraag, wat is je wens?

‘Ik hoop dat ik later veel vrienden krijg, want nu heb ik maar 2 vrienden, maar die zijn beide gehandicapt, en die kunnen me niet zo goed helpen.’

Categorieën
Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen Zorgkantelen

Onze gehandicaptenplaats is rolstoelontoegankelijk


fotoIk dacht eerst aan Banana Split. U ook, denk ik, als u deze foto ziet. Ik wilde mijn ernstig gehandicapte dochter zojuist naar les brengen … u weet, zij rijdt in een stoere elektrische rolstoel … en wat roept ze voordat ik het in de gaten heb: ‘Papa, ze hebben onze autoplek veranderd.’ 

Van het ene op het andere moment … vanochtend stond hij er echt nog niet … staat er een grote paal voor de ‘uitrit’ van onze gehandicaptenbus.

Dit bord (wat ook nog verkeerd om staat, want de oplettende kijker ziet aan de overkant blauwe strepen op de weg), is geplaatst precies op de enige plek waar ik de loopplank van onze bus kan uitklappen. In de rest van de straat (in het centrum van Almere) staan namelijk altijd auto’s van gemeenteambtenaren of ziekenhuispersoneel, dus is er sowieso weinig extra ruimte voor onze bus.

Nu konden we deze keer ons busje aan de andere kant van de straat plaatsen, want het was gelukkig al na vijven. En dan zijn de meeste ambtenaren weg.

Dat verplaatsen, dat heeft al geleid tot een fikse burenruzie: “Zet die klotebus op je eigen plaats.” En dat op zijn plat Amsterdams. Ja, zo gaat dat in Almere. Gelukkig kon ik het uitleggen.

Op een aantal plekken waar openbare gehandicaptenplaatsen in Almere zijn staan er paaltjes, bomen, vuilnisbakken of borden in de weg voor een bus met uitklapplank. De stadsplanners, vermoed ik, zien denk ik voor zich dat de meeste gehandicapten in zo een klein opdondertje van een auto rijden, zo een mini-panda of zo.

Daar kan ik me wel druk over maken, maar ik vermoed dat daar niets aan gebeurt, want het kost best veel geld om te veranderen.

Echter, dit verhaal (of eigenlijk deze paal) gaat over onze eigen parkeerplek. Een plaatsje in de straat op naam en nummerbord. En daar waren we na al die jaren geen parkeerplek voor je deur best blij mee.

By the way. Onze bus met gehandicaptenkaart, met zichtbare loopplank en gehandicaptenbord was gewoon de hele dag aanwezig toen de paal werd geplaatst.

Vannacht trekken zoon en ik de paal uit de grond. We gaan voor ‘eigen kracht’. Want voor paal staan heeft geen enkele zin. Dan valt er weinig te kantelen.

Oh, ja. En paal en bord is op te halen, beste gemeenteambtenaar, op nummer tweehonderdzoveel. Tja, we zijn Vannacht heel eventjes burgerlijk ongehoorzaam, zoals het hoort bij dit soort dingen.

Het parkeerbord staat ook nog verkeerd om ook. Ik bewijs Annemarie eigenlijk een dienst.

Nabrander:

Jaap Meindersma, directeur stadsbeheer, heeft de handschoen opgepakt (binnen een paar uur), en gaat met zijn team na of alle openbare gehandicaptenplaatsen in Almere wel toegankelijk genoeg zijn. In Almere kan het dus toch. Waar een blog bij kan helpen, niet waar?

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Kwaliteitszorg zonder wachtlijsten


Ik ben samen met dr. van de Kelft geïnterviewd voor een blad. Over het gebrek aan wachtlijsten in België. En de ‘levensreddende’ operatie op onze dochter Mayim. Hieronder integraal het artikel. 

Zorg in Nederland staat voor kwaliteit. Tegelijkertijd hebben we te maken met een ernstig probleem: ondanks de maatregelen die vanuit de overheid worden genomen, kennen verschillende vormen van zorg een lange wachtlijst. Soms te lang, vinden niet alleen patiënten, maar ook de Belgische neurochirurg Erik Van de Kelft. In zijn ziekenhuis AZ Nikolaas is hij in staat om mensen snel te helpen. Het verschil tussen Nederland en België heeft volgens hem enerzijds te maken met het systeem en anderzijds met de visie op zorg. Feit is dat Van de Kelft steeds meer Nederlanders op zijn afdeling ziet. Mensen die ook de Belgische zorg gewoon door hun verzekeraar vergoed krijgen.

Erik Van de Kelft is gespecialiseerd in aandoeningen aan de wervelkolom. Denk bijvoorbeeld aan een hernia of scoliose, een verkromming van de ruggengraat. Daarnaast helpt hij mensen met aangezichtspijn. Dit is een aandoening waarbij een zenuw zorgt voor kortdurende pijnflitsen in het aangezicht. Beide aandoeningen vallen onder het specialisme van de neurochirurgie. Van de Kelft voert operaties uit aan het zenuwstelsel en aan de wervelkolom. Ook richt hij zich op pijnbestrijding in diverse vormen. Voor alle aandoeningen die onder neurochirurgie vallen, is snelle zorg belangrijk. En toch zien we in Nederland juist hier lange wachttijden. ‘Deze ontwikkeling deed zich al voor bij herniapatiënten’, zegt Van de Kelft. ‘De laatste tijd komen ook steeds meer scoliosepatiënten vanuit Nederland naar ons. De wachttijden zijn in sommige gevallen langer dan een jaar. En dat terwijl een operatie zeker niet alleen esthetisch gezien noodzakelijk is. Mensen hebben pijn en worden beperkt in hun functioneren. Bovendien worden de klachten erger naarmate een ingreep langer op zich laat wachten.’

Fixeren

Scoliose is een versterkte verkromming van de wervelkolom naar links of naar rechts. Daarbij kan ook een draaiing van de wervelkolom om haar as optreden, met als mogelijk gevolg een bolling van de ribben. De oorzaak is vaak onbekend, maar de aandoening ontstaat soms door een beenlengteverschil, spierspasmen of ontstekingen in de buikholte. Als scoliose in een vroeg stadium wordt ontdekt, kan scheefgroei van de wervelkolom behandeld en geremd worden. Van de Kelft: ‘Bij scoliose is niet altijd een operatie nodig, maar vanaf een bepaalde kromming is fixatie noodzakelijk. Ook wanneer de scoliose gezondheidsrisico’s veroorzaakt, moet er iets gedaan worden. We richten ons er dan op om de wervelkolom te corrigeren, te stabiliseren en weer in balans te brengen. Dit is een grote operatie met veel impact voor de patiënt.’

Tijd

Een goede diagnose kost tijd. Nadat de huisarts een patiënt heeft doorverwezen, wordt in het ziekenhuis volledig lichamelijk onderzoek uitgevoerd. De plaats en de flexibiliteit van de kromming in de wervelkolom worden grondig onderzocht, bijvoorbeeld met behulp van een röntgenfoto. Daarna volgen nog verschillende onderzoeken. En dat is tijdrovend. Zeker in Nederland, waar tussen de afspraken soms maanden verstrijken. ‘Er is onvoldoende capaciteit’, zegt Van de Kelft. ‘Dat frustreert niet alleen de patiënt, maar ook de artsen. Individueel willen zij graag meer doen voor patiënten, maar het systeem maakt het onmogelijk. Alle betrokken partijen vinden dat onaanvaardbaar.’

Mayim

De opvatting van Van de Kelft wordt onderschreven door Marcel Kolder. Hij is vader van Mayim, een vijftienjarig meisje dat spastisch is en sinds een aantal jaren lijdt aan ernstige scoliose. ‘Vorig jaar begon Mayims rug ernstig krom te groeien en te draaien’, vertelt hij. ‘Zo sterk, dat haar navel 15 centimeter verder naar links kwam te staan. Dat betekende een gevaar voor haar gezondheid, omdat haar organen in de knel kwamen. Daarnaast had het een grote invloed op haar leven. Mayim kreeg veel pijn in haar rug, benen en heupen. Slapen, naar de wc gaan: het ging niet meer. Je wil dan natuurlijk dat er zo snel mogelijk iets gedaan wordt. Des te meer omdat je weet dat botten snel vergroeien en er dus kans is dat de rug niet meer kan worden hersteld. Ondanks deze urgentie bleek dat we in Nederland een jaar moesten wachten op een operatie. Een verbijsterend lange tijd voor ons als ouders en voor onze dochter zelf.’

Onvoldoende capaciteit

Kolder besloot het er niet bij te laten en stelde het probleem aan de kaak. Hij zocht de publiciteit, sprak met chirurgen en stuurde een open brief naar Wouter Bos, voorzitter van de Raad van Bestuur van het VUmc. Kolder: ‘Hij beaamde dat een wachtlijst van een jaar mensonwaardig is en dat er een oplossing moet komen. Hij gaf ook aan dat de verzekeraars in dit opzicht een belangrijke rol spelen en dat hij met hen in gesprek wil.’ Naast de reactie van Bos ontving Kolder een reactie van de Raad van Bestuur van Achmea, die hij eveneens een brief stuurde. ‘Ook zij zien het probleem’, vertelt Kolder. ‘Achmea vindt dat de zorg beter georganiseerd moet worden. De algemene conclusie van alle partijen is dat er een tekort is aan capaciteit. Als het gaat om faciliteiten en als het gaat om mensen.’

Iron lady

Het onderwerp aan de kaak stellen was niet het enige waar Kolder en zijn gezin zich mee bezig hielden. Voor de specifieke situatie van Mayim moest een oplossing komen. ‘We konden niet anders dan een stap over de grens zetten’, zegt Kolder. ‘We kwamen terecht bij Erik Van de Kelft en kregen direct een goed gevoel. Uiteindelijk werd besloten tot een ingrijpende operatie waarbij de rug van Mayim is rechtgezet met schroeven en pinnen van titanium. Na de eerste afspraak is direct een datum gepland voor de operatie. Na de ervaringen in Nederland was dit een verademing. Inmiddels zijn we de trotse ouders en broer van onze eigen ‘iron lady’. Mayim heeft een nieuwe rug gekregen, zoals ze het zelf zegt. Een rug met een grote hoeveelheid titanium die haar weer laat genieten van het leven. De operatie en de nazorg zijn ontzettend goed verlopen. En toch; het zou niet nodig moeten zijn. Wij moeten ruim twee uur rijden naar het ziekenhuis, bezoek kon na de operatie niet langskomen en als ouders waren we genoodzaakt om in een hotel te verblijven. Dat maakt het niet gemakkelijker, zeker niet voor een kind. Alleen al om die reden blijven wij ons inzetten voor kortere wachtlijsten in Nederland.

Medical Pathfinder

Waarom Nederland wel wachtlijsten kent en België niet, heeft grotendeels te maken met het zorgsysteem. Nederlandse artsen zijn beperkt in het aantal operaties dat ze mogen uitvoeren. In België is dat niet het geval. Het team van Van de Kelft heeft passie voor het vak en de patiënt en haalt het maximale uit de capaciteit. Dit gaat niet ten koste van de kwaliteit. In tegendeel, het team staat nationaal en internationaal zeer hoog aangeschreven. Innovatie speelt een belangrijke rol. Zo maakt Van de Kelft tijdens de operaties gebruik van een O-ARM® scanner voor neurochirurgie. Met dit toestel kunnen tijdens rugoperaties en sommige hersenoperaties in real time (13 seconden) beelden worden gemaakt die de ingreep – zonder enige hinder voor de chirurg of de patiënt – preciezer, veiliger, doeltreffender en patiëntvriendelijker maakt. Een andere innovatie is de Medical Pathfinder, een website waarop mensen terechtkunnen voordat ze een afspraak maken. Ze voeren hun gegevens in en op basis daarvan kan een eerste basisdiagnose worden gesteld. ‘Deze technologie helpt ons om nog efficiënter te werken’, zegt Van de Kelft. ‘We halen dan het maximale uit een consult. Soms wordt duidelijk dat mensen niet bij ons terechtkunnen, maar wel bij een ander specialisme. Het is prettig om dit al in zo’n vroeg stadium te ontdekken.’

 

Categorieën
Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

1 jaar wachttijd voor scolioseoperatie in ons land: we gaan naar België


IMG_8565

Kijkend naar de kromme ruggengraat van Mayim, concludeert de chirurgisch orthopeed van het VUmc in Amsterdam dat een flinke operatie nodig is. Mayim wist het eigenlijk al. Afgelopen maanden heeft ze You-Tube afgestruind en weet precies wat de operatie voor haar inhoudt. Haar ruggenwervels worden met stalen schroeven een stangen weer in vorm gezet. ‘Net als de Meccanodoos van Machiel,’ roept ze.

Met 35 en 72 graden draai en kromming komen de ingewanden van Mayim in de knel. Ook de pijn aan haar rug verergert met de dag.
‘Pappa,’ zegt ze bij de chirurg. ‘Ik wil een operatie. Ik wil weer recht zitten, ze noemen me op school “handi” en “skinny” omdat ik zo raar zit.’
Mijn dochter bekijkt de wereld vanuit een hoek die 45 graden kantelt. De horizon loopt naar rechtsboven. Een wonderlijke wereld waar ze natuurlijk vanaf wil. Ze wel ook af van de pijn bij het zitten, het ongemak bij het naar het toilet gaan en het de moeite om in slaap te vallen.
De operatie kent ook risico’s, er kan infectie optreden en er is een kleine kans op een dwarslaesie. Ze snapt de risico’s, maar wil het toch doorzetten.
‘Goed,’ zegt de orthopedisch chirurg. ‘Je komt op onze wachtlijst.’ Ze vervolgt: ‘Eerst doen we een MRI van je hele lijf, want met al dat staal in je rug kan dat straks niet meer. De magneten van de scanner reageren daar heel vreemd op. Dan kijken we ook meteen naar je hersenen, ruggenmerg en hart. (Mayim heeft epilepsie en een ernstig hartprobleem). En dan zullen we de operatieprocedure in gang zetten, maar … er is wel een wachtlijst van minstens één jaar.’
Mayim kijkt me verbaasd aan. ‘Eén jaar?’
Wij ouders herhalen dat: ‘Eén jaar?’
Een korte uitleg dat alle gespecialiseerde Academische Ziekenhuizen in Nederland dezelfde wachttijden hebben, slaan een gat in de bodem van onze hoop dat Mayim snel van haar pijn afkomt.
‘We mogen van de verzekering maar 50 operaties per jaar uitvoeren’ verdedigt de chirurg. ‘We willen wel meer, maar mogen dat niet. En het is niet veel anders bij de andere ziekenhuizen in Nederland.’
Mayim begrijpt hier helemaal niets van. Een schoolgenootje is zonder wachtlijst aan zijn flaporen geholpen, en haar oppas kon binnen een week een operatie krijgen aan haar knie.
We laten ons op de lijst plaatsen en rijden naar huis.
Na een boze tweet van Pappa en ettelijke tips van volgers, zoeken we op internet naar mogelijkheden voor behandeling in ziekenhuizen in Duitsland en België. Daar zijn ze ook gespecialiseerd. België lijkt ons wel wat. Twee uur rijden hebben we er voor over. Ook als de revalidatie langer duurt. Als Mayim maar geholpen wordt.

We nemen de regie in eigen handen.
Een telefoontje van onze verzekeraar Achmea geeft ons hoop. Ze hebben een contract met twee Belgische Centra die scoliose operaties doen. Het wordt volledig vergoed. En er zijn geen wachtlijsten. En ze zijn gerenommeerd. Binnen 6 weken kunnen we een afspraak krijgen.
Mijn vrouw en ik kijken elkaar aan. Hier snappen we nu niets van. Ziekenhuizen mogen in Nederland maar 50 operaties doen van de verzekeringen, maar patiënten mogen wel, met een reisduur per dag van vier uur naar het buitenland. Eens kijken of het volledig wordt vergoed. Want we zien op de site van Achmea heel wat procedures.
Wordt dus vervolgd.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen Zorgkantelen

Eindelijk weer de regie over onze hulpverleners


blogboek
Afstemming tussen leerkracht, therapeut en ouders komt vaak in de knel als je kind extra ondersteuning nodig heeft of een complexe zorgvraag heeft. Ik heb de afgelopen jaren een hoop frustratie in blogs van me afgeschreven als er weer eens wat fout ging tussen het team hulpverleners, de school en onze wensen. We hadden werkelijk het gevoel dat we de regie kwijt waren over de zorg rondom ons kind.

Tel maar eens na. Onze meervoudig gehandicapte dochter heeft vier therapeuten, twee leerkrachten, een serie vakleerkrachten een onderwijsassistent, een revalidatiearts, een maatschappelijk werker, vier PGB-hulpen en een hulpvaardige broer in haar leven. En daarmee evenzoveel afspraken, doelen, hulp, spelprogramma, zorg en begeleiding nodig. En overal liggen briefjes, schoolschriftjes, e-mails, halve en hele afspraken met al die best belangrijke mensen in het leven van ons kind met bijbehorende behandelplannen en doelen die behaald moeten/kunnen worden. Ja, dan raak je weleens de weg kwijt, als ouder of hulpverlener, en verdwijnt het overzicht. Totdat …

De oplossing kwam als geroepen
Soms kom je als ouder van een zorgkind iets tegen waar je ontzettend warm voor loopt. Ik ben fan, supporter en gebruiker geworden van Blogboek. Blogboek is het best vergelijkbaar met facebook en Linkedin. Maar dan als besloten community: de kring hulpverleners rond je dochter. Maar met een belangrijke propositie: Je bent zelf namelijk de baas van het Blogboek, je bent in de regie.
Blogboek stroomlijnt de communicatie, de doelen die je wil halen en de overdracht van allerhande zaken rond je kind. Omdat meerdere professionals toegang hebben tot dezelfde basisinformatie kan er kennis worden gedeeld, op elkaar afgestemd en opgepakt. Samenwerken gaat beter, voortgang wordt beter bewaakt en documenten raken niet ondergesneeuwd of kwijt.

Als je kunt internetbankieren kun je blogboeken
Blogboek werkt even makkelijk als internetbankieren of facebook en wisselt veilig via je browser of iPad informatie over je kind. En Blogboek is elke uur van de dag beschikbaar met de laatste informatie. Met nieuwsberichten, het ontwikkelingsprofiel, de doelen en de metingen. Op een manier zo simpel en overzichtelijk dat bijna elke ouder dit kan oppakken. Blogboek wordt door de ouder beheerd en je nodigt professionals uit voor de delen van je Blogboek waarvoor je ze toegang geeft.
Wij hebben het gevoel dat we weer regie over de hulpverlening krijgen. En dat is erg lang geleden dat we dit gevoel hadden.

Alle ouders kunnen een account aanvragen. Blogboek is gratis voor ouders en twee hulpverleners. In ons geval betalen we 50 euro per jaar. Maar dat hebben we over voor dit mooie instrument. Een online heen-en-weer-schrift. Surf naar http://www.blogboek.com en kijk eens wat dit voor jezelf of een van je relaties kan betekenen.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen

Ontboezeming: Ik ben een postmaterialist


Ik heb zojuist deelgenomen aan de Mentality-waardentest van Motivaction. Aan de hand van mijn antwoorden is bepaald welk waardenprofiel het best bij mij aansluit. En misschien ook wel welke politieke partij bij mij hoort.

Mijn profiel vertoont de meeste overeenkomsten met dat van de postmaterialist. De maatschappijkritische idealist die zichzelf wil ontplooien, zich verzet tegen sociaal onrecht en opkomt voor het milieu. Ik volg liever geen getreden paden zegt deze test, maar ga graag op zoek naar unieke oplossingen. Ik ben al jaren ‘groene’ ondernemer. Aangesloten bij MVO-Nederland. De drie P’s van People, Planet en Profit zitten al 25 jaar in mijn ondernemersgenen.

Solidariteit
Solidariteit en harmonie kenmerken mijn persoon, volgens Motivaction moet ik erbij zeggen. Ik schijn nogal kritisch te zijn ten opzichte van de hedendaagse maatschappij. Het streven naar een onderlinge verbondenheid, het nemen van verantwoordelijkheden en het werken aan sociaal-maatschappelijke verbeteringen, spelen een prominente rol in mijn leven en werk. Postmaterialisten als ik hechten er veel belang aan te kunnen leven volgens hun eigen principes en zijn sterk sociaal bewogen.

Duurzaam
Verantwoord leven is belangrijk: zonder verspilling, winstbejag en zonder aantasting van het milieu. Bij voorkeur werk ik met of bij instellingen of organisaties die een bijdrage leveren aan de maatschappelijk-economische vooruitgang of welzijn. Bij organisaties ben ik vooral bezig met de volgende stap in ontwikkelen.

Cultuur
Meer dan andere mensen toon ik interesse in kunst en cultuur (film, musea, toneel, architectuur, klassieke concerten), als in een meer ‘huiselijke’ vorm van vrijetijdsbesteding. Ik hou veel van lezen, muziek beoefenen en schrijven.

Sterk gezinsleven
Het gezinsleven is hecht (sterke onderlinge betrokkenheid), maar absoluut niet ingericht volgens traditionele patronen. Een open modern gezin met een positieve instelling en daadkracht.

En nu?
Ik heb deze test laten lezen door wat vrienden in mijn nabije kring. Ze vertelden me dat deze analyse tot op het ‘enge af’ waarheidsgetrouw is. Ik ben blijkbaar een open boek voor Motivaction in mijn directe omgeving. Ik leg me er bij neer. Ik ben een Post-Materialist …

Wikipedia zegt binnen het spectrum politieke stromingen en ideologiën het volgende over materialisten en post-materialisten:

In het dagelijks spraakgebruik heeft het begrip ‘materialisme’ een negatieve betekenis. Volgens Van Dale’s woordenboek is een materialist iemand ‘die alleen zijn geluk zoekt in laag genot’ of ‘die vooral gehecht is aan stoffelijke zaken’. In de politicologie kent het begrip ‘materialisme’ grofweg twee betekenissen. Ten eerste verwijst materialisme in de politieke theorie naar de leer dat het bewustzijn van mensen bepaald wordt door hun materiële omstandigheden (zie het ideologiebegrip van Marx, paragraaf 1). Ten tweede wordt materialisme als neutraal begrip gereserveerd voor die waarden, waarin een relatief groot gewicht wordt toegekend aan waarden als veiligheid en welvaart. Deze laatste betekenis staat centraal in de tegenstelling materialisme-postmaterialisme. Postmaterialisme verwijst dan naar waarden als zelfontplooiing, democratisering of milieubewustzijn. Postmaterialistische waarden worden nogal eens in verband gebracht met het begrip ‘links’, materialistische waarden met het begrip ‘rechts’. Toch dient een dergelijke vergelijking genuanceerd te worden. De traditionele ideologieën, zoals het conservatisme, het liberalisme, het socialisme, het calvinisme en het katholicisme, legden aanvankelijk allemáál sterk de nadruk op materiële waarden. De tegenwoordige liberale, socialistische en confessionele stromingen besteden allen aandacht aan postmaterialistische waarden. Het eerste moment waarop, de manier waarop en de mate waarin aandacht wordt besteed aan postmaterialistische waarden, verschilt echter per politieke stroming. Links besteedde eerder (vanaf halverwege de jaren zestig), met vaker niet-religieuze argumenten en in sterkere mate dan rechts aandacht aan postmaterialistische waarden. Naast de ‘verrechtsing’ van Nederland op economisch gebied, lijkt de al dan niet vermeende ‘verlinksing’ of het afnemende traditionalisme van Nederland op niet-economisch gebied in overeenstemming met onderzoek naar veranderingen in (post)materialistische waarden bij individuen. In de jaren tachtig stijgt het aantal materialisten binnen elke generatie. Maar in de jaren negentig blijkt het aantal materialisten te dalen en stijgt het aantal postmaterialisten.

Materialisten (nogmaals: in de neutrale, politicologische betekenis) stemmen relatief vaak op de VVD en de kleine rechtse partijen. Postmaterialisten geven hun stem vooral aan PvdA, D66 en GroenLinks. Niettemin blijken PvdA en D66 een aanzienlijk deel van de materialisten aan zich te binden. Het CDA is populairder onder materialisten dan onder gematigd materialisten. De partijkeus varieert dus nogal onder materialisten. Hetzelfde geldt voor postmaterialisten. Het onderscheid tussen materialisten en postmaterialisten betreft een nieuwe dimensie in de politiek die (nog) niet tot uitdrukking komt in de tegenstellingen tussen links en rechts of confessioneel en niet-confessioneel.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Mark Rutte, toonbeeld van politiek leiderschap van de vorige eeuw


Mark Rutte is vandaag voor de tweede keer politicus van het jaar geworden. Ik maak me met recht zorgen over het in de hemel prijzen van een politicus die handelt vanuit een ouderwets rechts politiek paradigma dat wellicht in de tijd van mechanisatie en industrialisatie werkte, maar voor de komende eeuw de oplossingen niet heeft.

In het Engels taalgebied struikel je bijna over de hoeveelheid boeken over political leadership. In Nederland duikt het begrip minder vaak op. Wat is het in mijn ogen? Politiek Leiderschap gaat over het in beweging zetten van mensen. Het draagt welgemeende zorg uit voor de problemen en uitdagingen in Nederland en Europa. Dit vanuit een sterk (maatschappij)kritisch zelfbeeld. Het handelen is authentiek, consistent en vooral luisteren. Tot slot inspireert politiek leiderschap, het daagt burgers, partijen uit door visie te tonen over zaken die er nog niet zijn. Het politiek leiderschap in mijn visie is niet het reactieve beleid dat onze huidige premier en het kabinet momenteel toont. Rutte is momenteel te bang om over de crisis heen te stappen en een holistische en innovatieve visie neer te leggen. Zijn kabinet breekt, ingegeven door de bezuinigingsangst, goed en efficiënt geregelde zaken af en beschermt de krachtige posities die in de vorige eeuw zijn ingenomen door jaknikkers, waaronder ook de de bankwereld valt.

Waar is de inspirator?
Politiek leiders zijn steevast aanjager en inspirator van ingrijpende veranderingsprocessen. De zin- en betekenisgeving van de verandering dient tenslotte vanuit de regering te worden gecommuniceerd is de heersende opinie. Een kanttekening. Is de hoogste baas van Nederland wel het meest geschikt voor deze leiderschapsfunctie? Mark Rutte ontbeert wellicht niet het talent om helder en vlot te communiceren. Problemen wegwuivend en weglachend. Maar bij een land in transitie is meer nodig dan, schijnbaar losjes uit de pols, op continue basis slecht nieuws te brengen. Dat brengt de man tevens in een lastig parket, omdat geregeld de belangrijkste boodschappen ook bezijden de waarheid blijken. Kijk naar de PGB-discussie van afgelopen jaar en de fouten die worden gemaakt over de Europese begroting. Nederland maakt zich grote zorgen en de leider fluit zich er keurig langsheen. Zonder ook maar een centje pijn. Politiek leiderschap is meer dan de rol die de gedoogpoliticus nu speelt. Politiek leiderschap kan en mag niet afhankelijk zijn van het spelen van een rol, is mijn stelling.

De leugen regeert
Een tweede observatie is dat de stijl van leiderschap die Rutte toont uit de jaren negentig stamt en niet meer voldoet aan de eisen van dit moment. In de vorige eeuw bleef de communicatie hangen in zenderdominante strategieën en framing. Ik zie hetzelfde gebeuren. Maar ook de grenzen van deze centraal gemanipuleerde vorm van communicatie. Het werkt niet meer. Het is onecht en ook te abstract voor de burgers. De leugen regeert. Politieke douceurtjes als de 130 km per uur regel verbloemen bewust de onverschrokken onkunde van dit kabinet. Het gunt het volk zijn brood en spelen. De veranderdoelen van dit kabinet missen de realiteit van alledag en de betrokkenheid van burgers en oppositie bij het veranderproces is nihil. Politiek leiderschap betekent ook op een andere manier de veranderingen in het land organiseren, niet alleen top-down, maar diep in de realiteit van het dagelijks leven en dicht bij de burgers die het treft.

Samen op weg
Als vanouds ligt het zwaartepunt van de oude politiek op cognitie, op handhaven en op controle. Dat geeft de politiek leider die denkt volgens het oude paradigma blijkbaar een gevoel van zekerheid, maar het dempt meestal de creativiteit en energie in een land. Bij de zoektocht naar een duurzame oplossing voor de uitdaging waar Europa en Nederland voor staan zou het kabinet van Rutten moeten kiezen voor een grotere verantwoordelijkheid van de oppositie en burgers in het veranderproces in crisistijd. Om in gezamenlijkheid tot een betere samenleving en beter gedragen oplossingen te komen. Dan houdt de politiek en de burger het vliegwiel aan de gang door gezamenlijke inspanningen. Dit vergt een andere manier van denken en een verder gevorderde democratisering van de transitieprocessen dan nu plaatsvinden. Minder elitair, meer optrekkend. Samen op weg betekent dat Rutte en zijn ministers en staatssecretarissen voorwaarden scheppen om burgers, bedrijven en instellingen mede de kans te geven richting te geven aan de focus op de toekomst van ons land in een duurzaam Europa. De betrokkenheid van de assertievere burger zal zo sterk worden verhoogd. Burgers ontwikkelen meer contact met de kernprocessen die spelen in dit land. Kijk maar eens naar de omvorming van de zorg door de PGB (het persoonsgebonden budget) en buurtzorg, de innovatie op het terrein van duurzame energie, de vele burgerinitiatieven die boven de eigen wijk en buurt uitstijgen. Burgers hebben al de mooiste oplossingen bedacht, vaak wordt dat vergeten of van bovenaf verandert door politieke mechanismen die niet zijn gehecht in de samenleving. Door zaken samen te doen ontstaat werkelijk weer gedeelde verantwoordelijkheid en ruimte voor zelfsturende mechanismen. Burgers, bedrijven en instellingen worden zo actoren in de transitie naar een beter Nederland in een fijn Europa. Statisch wordt dynamisch, beleid verklarend wordt beleid beïnvloedend. De scheiding tussen de Haagse ivoren toren en burger verdwijnt en verandert in gelijkwaardigheid van partijen.

Nieuw politiek zelfleiderschap
Als de transitie van een land als Nederland een constante is, waarom vindt de oude politiek dan elke keer weer opnieuw het wiel uit door de introductie van het zoveelste unieke veranderbeleid/programma? Er komen meer beleid en regels bij dan ooit. Het wordt voor de burger ingewikkelder dan ooit. Waarom ligt er niet één continu programma en één ankerpunt waar politici inspirerend aanjager van zijn? Als de transitie in Nederland, Europa en de wereld een on-going business is, ontwikkel dan ook on-going zelfleiderschap. Veranderings-issues weten dan makkelijker een plek te vinden en burgers en politiek leiders werken dan samen aan vooruitgang en voortdurende vernieuwing. Als een perpetuum mobilé. Gezamenlijkheid is de constante en daarmee vormt men de identiteit, het politiek leiderschap, de persoonlijkheid, het karakter en het incasseringsvermogen van dit kleine land in een groter geheel. Die gezamenlijkheid bouwt op actuele inhoudelijke thema’s van het land die opportuun zijn. Langs de lijn van de inhoud wordt op deze manier gewerkt aan bezieling, inspiratie en kwaliteit. De overtuiging dat politiek leiderschap niet uitsluitend voorbehouden is aan het de premier en zijn discipelen wordt steeds sterker. Politiek leiderschap is van iedereen. Van alle politici samen, regering en oppositie, bedrijven, instellingen én van alle burgers. Dit zal de komende jaren breed gedragen moeten worden in dit land, anders voorzie ik een dramatische afloop. Een land dat drijft richting een visieloos bestaan. Dat niet veel beter is dan de dictaturen waar we onze soldaten naar toe sturen.