Een pint drinken en tegelijk je was doen. Het kan(telt) in Antwerpen.


460076_473209656063284_853176103_o-1500x430

Je bent student, studeert, zit op kamers en je wil niet elke week naar je moeder met een zak vuile was. Maar de meeste wasserettes, die zijn niet echt gezellig vanwege die felle TL-lampen boven de rij wasmachines.

Nou, daar komt verandering in. Je moet de Wasbar maar eens betreden in Antwerpen of Gent. Het merk is ‘brand of the year’ geworden. Je kunt je was in de rij machines duwen en meteen aanschuiven in de ‘lunchroom’ met gratis Wifi, bureaus om aan te werken of genieten van een lekkere maaltijd. Dus kom je wel eens in Vlaanderen? Dan moet je toch eens langs de Wasbar, en neem een proefwasje mee.

Functiemenging oplossing in Nederland

De ultieme mening van functies in een winkel. In Nederland zou dat ook een moeten, maar regelgeving en bestemmingsplannen houden dat tegen. Een chique kledingzaak in Amsterdam-Buitenveldert kreeg een boete omdat ze een glaasje champagne schonken voor hun rijke cliëntèle. Klacht van de plaatselijke slijterij. Functiemenging mag nu eenmaal niet in veel steden.

Kanteling in de Jan Eef

Gelukkig zie je wel een kanteling. In de Jan Evertsenstraat in Amsterdam zijn mooie pilots waar je mengvormen ziet van kledingzaken èn lunchrooms ineen. Dat zijn de eerste ‘free zones’ in Nederland. Experimenten van durfgemeenten. En dat zijn er al meer dan dertig. Zo maak je saaie leeggelopen straten en plekken weer gezellig, verrassend en een beleving.

Placemaking

Placemaking heet dat, met leuke tentjes, winkeltjes, kiosken en warenhuizen waar meer kan dan bestemt door de afdeling handhaving met hun regels uit de vorige eeuw. Zullen we de bestemmingsplannen van de Nederlandse binnensteden ook eens goed door deze moderne droogkuizerij halen? Daar worden inwoners, studenten en ik zeker en vast een stuk blijer van.

Corporaat opschudder dus


vullingen-van-hoofdkussens

‘Ik ken je vooral als hulptroeper en ideeënman’, zei een buurtgenoot gisteravond tegen me toen ik de hond uitliet. Fijn, zo een imago. De stortvloed aan ideeën die ik genereer voor mijn klanten, projecten van anderen, voor mijn gezin (pap, hou nou eens op met die ongein), op mijn werk (Marcel, kom op, daar hebben we geen genoeg tijd voor), in een stroom die ook nooit schijnt op te drogen, ja, dat ben ik dus. Eureka-ervaringen creëren en dwarrelende denkbeelden vangen.

Het is een heel prettig mankement aan mijn persoonlijkheid. Opschudden, kantelen, inspireren, aanpakken, samen hemelbestormen, en het stuk vervullen tussen droom en daad, dat ligt me wel. Maar zijn niet enkel mijn eigen ideeën. Vaak help ik juist de ideeën van anderen verrijken. Aard van het beestje. Een soort van instant incubator. Een snelkookpan, een corporaat opschudder. Hoe ik dat doe? Ligt het aan mijn voelsprieten, mijn brede lurven of is het simpelweg subliminaal gestuurd? Is het misschien een prettige ziekte? Heb ik mijn kind-zijn nooit verlaten of pak ik gewoon de vonken uit de wereld en verzamel leuke fijne nieuwsgierige mensen om me heen. Ik ben er nog niet achter.

Okay. Vaak schuren mijn aanvullingen of ideeën met de mainstream. Kun je de helft weer weggooien. Maar ja, zeg zelf, mainstream is zo ontzettend mainstream. En de wereld is zoveel mooier te maken. Ik creëer met zoveel liefde keerpunten voor bedrijven, organisaties, en voor mijn buurtgenoten. En het maakt niet uit vanuit welke rol, als de woorden ‘mens’, ‘duurzaam’, ‘groei’ en ‘samen’ maar in het script staan. Gebruik me als verteller, maker, verbinder of bedenker. One size fits all. De eeuwige rode draad in mijn leven. En ik besef me nu dat ik dat al 50 jaar doe. Vanaf de kleuterschool eigenlijk, maar dat is dat andere verhaal.

Maar natuurlijk gaat het niet enkel over mijn ideeën. Ik help juist de ideeën van anderen verrijken. Dan heb ik de rol van ‘Verzamelaar van wonderlijke ideeën’.

Circulair werkgeverschap in het nieuwe bedrijfsecosysteem


mierencollonne.jpg

Dit artikel geeft een visie op mijn zoektocht naar een nieuw soort leiderschap. Ik introduceer hiermee de term ‘Circulair Leiderschap’. Circulair leiderschap past in het circulair economisch denken. Hierbij kennen we geen waardeverlies.

Bij een circulair gemaakt product wordt bij het maakproces van te voren goed gekeken hoe het aan het einde van zijn leven opnieuw kan worden ingezet, als nieuw product, als grondstof of bloeistof voor de natuur. De kunst is dan het goed scheiden van onderdelen of materialen zodat deze weer hoogwaardig kunnen worden ingezet.

Ik pas dat zelf toe bij mijn maakbedrijf in kleine huisjes. En dat is nog best lastig, omdat je veel ouddenken bij leveranciers moet vervangen voor nieuwdenken. En veel oude kennis en aannames moet loslaten. Kantelen als het ware. Dat is ook zo bij circulair leiderschap.

Hebben we het over managers en oudere medewerkers die zijn uitgerangeerd, in de oude economie en hun ‘lifecycle’ is de oplossing ontslag of vervroegd pensioen. Een wegwerpmaatschappij. In de circulaire economie is dat onbestaanbaar. Een goed product gooi je niet weg. Het fenomeen om de wat oudere 55+ werknemer aan de kant te zetten zorgt voor een enorm verlies aan denk- en mankracht in organisaties en is een doodzonde in het circulaire gedachtengoed.

Okay, werknemers kun je niet in onderdelen uiteenrijten en opnieuw in elkaar zetten. Pas je een circulaire definitie toe op het werk van mensen, dan kun je kijken naar welke rollen ze spelen in je bedrijf en niet naar hun ‘functie’. Je kijkt niet naar het hele huis, maar naar de onderdelen die goed kunnen functioneren in een andere rol. Met dezelfde waarde als je het koppelt aan nieuwe rollen, nieuwe teams.

Circulair denken is eigenlijk een term die vroeger standaard in de ‘genen’ van mensen zat. Zij leefden niet zoals de afgelopen 50 jaar in tijden van overvloed en luxe. Ze konden zich geen wegwerpmaatschappij permitteren. Alle materiaal werd gebruikt, hergebruikt, of opnieuw ingezet. Daaraan gerelateerd kent iedereen wellicht nog het meester-gezelprincipe. Waar oudere werknemers de vraagbaak en opleider van jonge lerende mensen werden. Het meester-gezelprincipe, dat noem ik circulair leiderschap bij uitstek. De rol van manager of specialist verandert in de rol van (leer)meester. En waarom zou je leermeesters in je bedrijf op een zijspoor zetten? Ze horen op het hoofdspoor. Want maakt meesterschap jouw bedrijf niet een duurzaam en excellent bedrijf?

Circulair leiderschap gaat over het in beweging zetten van de juiste mensen die goed voor jouw organisatie zorgen, als ware een perpetuum mobilé. Bij een circulair geleid bedrijf geeft elke werknemer leiding aan zijn eigen proces, aan zijn team en zijn ‘eindbaas’. Gezond en goed gebalanceerd. Als het ecosysteem in de natuur. Waar ook de kleine bijdragen worden gewaardeerd. En geduld en groei inherent is aan schoonheid. Er wordt gebruik gemaakt van de kwaliteiten die op dat moment gevraagd worden, in wisselende teams en rollen. Circulair leiderschap komt zo op ieders bordje en biedt medewerkers de kans mede richting te geven aan de organisatiefocus, de duurzaamheid, de verandering, de wijze van kennisuitwisseling en de eigen carrièremogelijkheden. Een leider is dan niet iemands meerdere, omdat iedereen een leidinggevende rol heeft. Deze vorm ervoor zal zorgen dat de betrokkenheid van de medewerker zal enorm worden verhoogd. Medewerkers ontwikkelen meer contact met de kernprocessen. Er ontstaat gedeelde verantwoordelijk­heid en ruimte voor zelfsturende mechanismen. De scheiding tussen ivoren toren en ‘werkvolk’ verdwijnt en verandert in gelijkwaardigheid van partijen en tenslotte ontstaat er een duurzame verbintenis: van wieg tot wieg.

‘Leaders are responsible for achieving outcomes. Great leaders teach. Great leaders help to develop and grow their team. Observing nature can allow us to learn leadership lessons in a different way which can contribute to a healthy circular organization.’

Marcel Kolder is directeur van Draoidh, bureau voor organisatie-identiteit en communicatie en eigenaar van het maakbedrijf Minimono, waar kleine huisjes worden gefabriceerd.

Als de leider vertrekt, gaat vaak het roer weer om


 

schaken

foto © Jeroen Dietz, 1988

 

Dit stuk gaat over duurzaam leiderschap. Want zoals de titel zegt, als de leider vertrekt, gaat vaak het roer weer om. Dat zie je regelmatig bij de zwabberende politiek en haar volgend ambtenarenapparaat. Dat zie je nog beter bij (beursgenoteerde) organisaties die sterk op de wensen van de markt moeten inspelen. Het schavot staat snel klaar als de aandeelhouderswaarde niet tot tevredenheid stelt. Soms worden er nog even wat bonussen geïnd nadat de cijfers door een slimme verkoop of afschrijving zijn opgepoetst, maar dit is vaak al een voorbode voor het vertrek van de top.

Leiderschap gaat over het in beweging zetten van mensen. Een goed leider draagt letterlijk zorg voor haar organisatie en zet het ego op een tweede plaats. De communicatie is eerlijk, authentiek, consistent en een combinatie van goed luisteren en dan pas vertellen, van analyseren en een gezamenlijke richting vinden. Tot slot inspireert leiderschap, het daagt medewerkers uit door visie te tonen, vaak over zaken die er nog niet zijn. En daar komt het component ‘duurzaam’ om de hoek kijken. Want hoe duurzaam is leiderschap en haar visie nog, als de baasjes om de vier jaar vertrekken. Reden om voor duurzaam circulair leiderschap te pleiten.

Is er eigenlijk nog wel een top nodig in je bedrijf?

Natuurlijk. Het hoogste échelon is bijna altijd initiator van de richting bij ingrijpende veranderings­processen. Niet omdat ze dat zelf vinden, maar omdat de ‘umwelt’ dat signaal geeft. Tenminste, als je het navelstaren zat bent en van buiten naar binnen denkt. Maar dan, waar liggen dan de echte verantwoordelijkheden om verder te inspireren en aan te jagen? In mijn ogen niet altijd meer bij de hoogste baas. Zeker niet in een kantelende westerse wereld. Sommigen CEO’s ontberen gewoon het talent om duidelijk te communiceren, anderen zitten niet lang genoeg op hun troon om continuïteit te garanderen, en een volgende ploeg is hun onderneming aan het ‘redden’. Dominante vormen van leiderschap en de zendingsdrang van deze heren om maar te scoren is niet meer van deze tijd.

Organisaties zijn continu in transitie en het is een komen en gaan van leidinggevenden en hun belangwekkende boodschappen. Dat brengt de communicatiespecialist in een lastig parket.

Mijn conclusie: Het starten en begeleiden van veranderingen, en haar communicatie kan en mag niet afhankelijk zijn van de leider. Dat lijkt een contradictie, maar is een voorwaarde voor duurzaam leiderschap en duurzaam opereren als organisatie. Een manier om niet alleen top-down, maar overal in de organisatie een vorm van leiderschaps- of verandercommunicatie neer te leggen zou een welkome aanvulling zijn op het palet van de communicatiespecialist.

Veranderende leiderschapsstijl

Een tweede observatie is dat de stijl van de leiderschapscommunicatie rond de jaren 2000 niet meer voldoet aan dat van nu. Toen bleef het hangen in zenderdominante strategieën en functionele communicatie. 20 jaar later gaan organisaties van reactief naar pro-actief, stellen innovatie-speelvelden, samenwerkplatforms voor projecten en de instrumentele aanpak verandert in een meer intuïtieve aanpak, een soort ‘visie zonder precisie’. Het no-nonsense denken verdwijnt en maakt plaats voor inspiratie en anticipatie. Confluent als het ware met organisatieontwikkeling als richting, kijkend naar ketens in het proces en continuïteit. Duurzaamheid als vorm van toekomstbestendigheid in plaats van korte termijn gegraai.

En dan ontdek je dat de communicatieafdeling, het human resourcemanagement en veranderteams tegen dezelfde grenzen lopen. Die van centraal aangestuurde communicatie. Behalve dat de aanzet tot kantelen vaak dogmatisch gebeurt vanuit de oekaze van de ivoren toren, is het ook vaak veel te abstract voor de operatie. De doelen van de leider en zijn veranderdoelen missen de realiteit van alledag en de betrokkenheid van medewerkers bij het proces is nihil. Leiderschap(scommunicatie) op een andere manier organiseren, niet alleen top-down, maar diep in de organisatie en dicht bij de medewerker, zal volgens mij meer rendement oogsten.

Circulair leiderschap is duurzaam leiderschap

Als vanouds ligt het zwaartepunt van het management op cognitie, op controle. Dat geeft de manager een gevoel van zekerheid, maar dempt meestal de creativiteit en energie in een organisatie. En in het verlengde de verantwoordelijkheid bij ‘doing the right job’ bij medewerkers. Bij de zoektocht naar duurzaam leiderschap is ook het vliegwiel aan de gang houden belangrijk. Zo zou elke werknemer leiding kunnen geven aan zijn eigen proces, zijn team en zijn ‘baas’. Zo krijg je een optimaal commitment en ander soort efficiëntie. Omdat de kennis van de operatie toch vaak in de basis ligt. Dit vergt een andere manier van denken en democratisering van bedrijfsprocessen. Ik noem dat circulair leiderschap. Leiderschap is niet meer van een ‘baas’ maar van meerdere mensen. Afhankelijk van de kwaliteiten die op dat moment gevraagd worden, in wisselende teams. Leiderschap komt zo op ieders bordje. Samen op weg betekent dat de top voorwaarden schept om de medewerkers de kans te geven mede richting te geven aan de organisatiefocus, de duurzaamheid, de verandering, de wijze van kennisuitwisseling en de eigen carrièremogelijkheden. De betrokkenheid van de medewerker zal zo sterk worden verhoogd. Medewerkers ontwikkelen meer contact met de kernprocessen. Er ontstaat gedeelde verantwoordelijk­heid en ruimte voor zelfsturende mechanismen. Medewerkers worden zo actoren in het veranderingsproces. Statisch wordt dynamisch, beleidsverklarend wordt beleidsbeïnvloedend. De scheiding tussen ivoren toren en ‘werkvolk’ verdwijnt en verandert in gelijkwaardigheid van partijen.

bijen

Leiderschap platforms

Als verandering een constante is, waarom vinden organisaties dan elke keer weer opnieuw het wiel uit door de introductie van het zoveelste unieke veranderprogramma? Waarom ligt er niet één continu programma en één ankerpunt waar leidinggevenden, specialisten en medewerkers elkaar treffen?

Als verandering een on-going business is, ontwikkel dan ook on-going leiderschapsplatforms, op het niveau van de eerste lijn. Bij de teamleiders of supervisors. Op dit platform weten veranderingen en veranderingsissues een plek te vinden en werken medewerkers en (top)management interactief samen aan vooruitgang en voortdurende vernieuwing. Gezamenlijk vormt men daar het ondernemingsdoel, de identiteit, het leiderschap, de persoonlijkheid, het karakter en het incasseringsvermogen van de organisatie. Die platforms kunnen bouwen op actuele inhoudelijke thema’s van de organisatie die opportuun zijn. Langs de lijn van de inhoud wordt op deze manier gewerkt aan bezieling, inspiratie en kwaliteit.

Creëer met elkaar op het laagste niveau leiderschapsplatforms

  • Creëer duurzame platforms voor leiderschapsontwikkeling bij alle medewerkers
  • Laat de inhoud van het veranderingsproces de communicatie leiden en niet de oekaze van de bazen
  • Maak de medewerkers en teamleider communicatiespil op dit platform
  • Kies voor een integrale aanpak door inzet van alle stafafdelingen op dit platform.
  • Faciliteer als deskundige de direct leidinggevenden door implementatie- en communicatietools, interactie- en opleidingsinstrumenten.
  • Stel voortdurend communicatie-innovaties beschikbaar.

De overtuiging dat leiderschap en haar communicatie niet uitsluitend voorbehouden is aan het topmanagement zal steeds sterker worden. Leiderschapscommunicatie zal breed gedragen moeten worden in de organisatie, zodat ze overal als zodanig beleefd wordt.

Een opmerking. Inspiratie, anticipatie en betrokkenheid zijn mooie woorden. Zo ook de visie uit mijn artikel, zij horen bij een organisatie waar het voor de wind gaat. Er ligt wel een gevaar op de loer: als het minder goed gaat, vervallen leiders snel weer in de traditionele zenderrol.’

Marcel Kolder is directeur van Draoidh, bureau voor organisatie-identiteit en communicatie.

 

Ik geloof in kleine duurzame huisjes


minimono-køik-langevoorhout

 

Deze zomer stonden aan het Haagse Lange Voorhout weer opvallend mooie bamboe composieten stadskiosken tussen de prachtige beelden van Museum Beelden aan Zee.

Een van beide kiosken is ingericht als mini-museumshop en de ander is het bewakingshuisje voor de kostbare sculpturen. De kiosken, Minimono’s genaamd, zijn de prototypen van een nieuwe duurzame kioskenlijn van de Minimono Group, mijn Almeerse bedrijf.

Waarom een kiosk ontwikkelen?
‘De kiosk is in Nederland een tijd lang uit het straatbeeld verdwenen. Met onze Minimono komt deze weer terug en wel op een bijzonder mooie archetypische wijze. Stoer en aaibaar. De varianten hebben een herkenbare identiteit en zijn bedoeld als kleinste urbane objecten. De Minimono is een duurzaam ontworpen kiosk en maakt gebruik van herwinbare materialen als bamboe en composiet. Het zijn verkoop- of informatiepunten die het straatbeeld zullen verrijken in stadsharten, bij manifestaties, aan waterfronten of andere stedelijke knooppunten.

Groningen

De nieuwste versie bedoeld voor het stadhuisplein in Almere.

De Minimono vult het gat tussen marktkraam en winkelpand. Veel ondernemers willen graag een winkeltje starten, maar kunnen de huurprijs van een groter pand (nog) niet opbrengen. De kiosk is voor webshopeigenaren wellicht ook hun eerste winkeltje, hun eigen kijkshop naast de webshop. Grotere concerns kunnen de kiosk gebruiken als sample shop of – zoals het heet – Nomad Kiosk. Klein is het nieuwe groot lijkt het adagium: een duur winkelpand is niet meer nodig, een klein opvallend winkeltje op een goede locatie om klanten te ontmoeten volstaat tegenwoordig. Nou, Ikea, Hema of Praxis, kom maar op.

 

Wat maakt Minimono anders dan andere kiosken?

‘Een kiosk an sich is niet uniek. Uniek zijn wel de combinatie met webshop, de spraakmakende vormgeving, de keuze van duurzame materialen, de hoge aaibaarheid en het modulair concept. Door de modulaire opbouw en inrichting is de Minimono heel functioneel voor de kleine ondernemer. De kiosk bestaat uit verschillende slimme modules. Van kastenwand tot balie. Het is plug and play, want op het dak bevinden zich als het moet zonnepanelen. Tevens is de kiosk snel (ver)plaatsbaar.
De Minimono heeft reeds twee (innovatie)prijzen gewonnen voor concept en uitvoering. In 2014 behoorde het bedrijfje al tot de top 100 innovatiebedrijven van Nederland.

mkb-2014-small

http://www.minimono.nl

Almere kan aan zijn puberteit ontsnappen door los te laten


AAEAAQAAAAAAAASYAAAAJGMxZDEyMjI1LTc0ZWEtNDExZi1iOWYwLWFmNWNmNzkyNmJmMwAlmere worstelt sinds de ontstaansgeschiedenis in 1976 met de gevolgen van haar snelle groei en identiteit. Van pionieren en met de voeten letterlijk in de klei is deze stad gegroeid naar de 7e stad van Nederland. De newtown heeft zelfs de ambitie om 5e stad van ons land te worden. Deze snelle groei is miraculeus maar kent ook zijn groeipijnen. Vooral tijdens de huidige crisis en vooral op het sociaal-culturele vlak.

Almere ontwikkelt snel en tijd voor reflectie lijkt er amper. Hierdoor zijn de kleren doorlopend te klein voor het lijf. Kijkend naar de behoefte van de stad loopt zij continu achter bij de parallelle ontwikkeling van sociaal-culturele voorzieningen. De Sociale Atlas Nederlandse Gemeenten 2012 vertelt dat Almere qua cultureel voorzieningsniveau op de 49ste plaats staat van de 50 grootste steden. Dit voorspelt niet veel goeds als er te weinig geld en aandacht gaat naar de natuurlijke bindmiddelen van een stad: de cultuur. De ‘cultureel verwende’ en voor de ontwikkeling van newtowns in Europa juist zo belangrijke middenstandselite verdwijnt momenteel naar oudsteden die wel deze bindingsfactoren te bieden hebben. Almere zou zo maar opeens het getto van de Randstad kunnen worden. Her en der zijn in Europa daar voorbeelden van te zien. De ontwikkeling in het oosten van Duitsland waar in de DDR-tijd enkel aandacht was voor goedkope eenvormige wijken met hoogbouw. Veel kansrijke en jonge ex-Oostduitsers keren deze steden de rug toe. Men kan gerust stellen dat bijna alle na-oorlogse wijken op de woonkwaliteitladders in Nederland vrij laag scoren. Met als exponenten Amsterdam Osdorp en Bijlmermeer. De banlieues rondom Parijs hebben vergelijkbare problematiek. Monotone woonsteden met dito woongebouwen zonder ‘hart’ worden wel gekscherend ‘bedroomtowns’ genoemd. Het is evident dat de in sneltreintempo door bestuurders en stedenbouwkundigen gemaakte nieuwe steden een achterstand oplopen op het culturele vlak. Een sociale structuur en een herkenbare stadsidentiteit ontwikkelt zich pas nadien. Meer nieuwe steden in Europa worstelen met dit fenomeen. In Nederland zoeken vinexlocaties Leidsche Rijn en IJburg houvast aan de stad waar ze bij horen en halen hun ‘sociale en culturele identiteit’ weg bij de oudstad in de buurt.

Almere wil een echte stad zijn
In het begin van deze eeuw vroeg het toenmalig stadsbestuur zich af of de stad na 27 jaar moest breken met het suburbane karakter van de stad. Dat werd bevestigd door een leefstijlenonderzoek van het bureau Motivaction, waaruit bleek dat Almeerders veel moderner en minder tradioneel waren dan verwacht. De diversiteit aan leefstijlen is opvallend aan Almere. De conclusie die werd getrokken was dat er meer stedelijkheid moest komen. Ook andere conclusies waren interessant. Meer studenten in de stad en meer diversiteit. Met de komst van de hogescholen de afgelopen jaren is er een goede stap gezet.

Vanaf dat bewuste moment vonden er een meerdere interventies plaats die vooral te maken hadden op de sociaal-culturele kant van stad. Er kwam een ontwikkeling op gang rond zingeving en een de zoektocht naar de (culturele) identiteit van modelstad Almere. De aanstelling in 2007 van de bijzonder hoogleraar sociologie Arnold Reijndorp die op de Han Lammersleerstoel mocht plaats nam, kan worden gezien als een serieuze poging van het stadsbestuur om aan de zachte kant van de stad te werken.

Uiteraard heeft Almere nog geen kans gezien te groeien en ontwikkelen zoals veel oude steden in Europa. Ondanks de planmatige en zorgvuldige stedenbouwkundige ontwikkeling werd in het door ingenieurs bestierde Flevoland meer gefocust op de harde component: plannen, ontwerpen en bouwen als oplossing. De bouw van een kostbare popzaal in 2004 zorgde niet voor de broodnodige culturele injectie. De zaal ging binnen een jaar failliet en er zit nu een casino in. De keuze voor het neerzetten van een ‘gebouw’, als harde interventie, zorgde niet voor de gewenste aanwas van culturele activiteiten. Langs de lijn van de vorm blijven dit holle ruimten in een cultureel nog in te vullen stad. De interventie zou meer effect hebben als ze langs de lijn van de inhoud gericht is. Het inkopen van bijvoorbeeld een volwassen symphonieorkest is niet de oplossing. Het ligt meer in de lijn van nieuwe broedplaatsen voor jonge kunstenaars in de rafelranden rond de stad. Echter bij gebrek aan oude pakhuizen en loodsen zal een newtown hier creatiever mee moeten omspringen.

Een van de initiatieven die de zoektocht naar zingeving en identiteit ondersteunen is de oprichting van de stichting Historisch Almere. Deze stichting is opgericht om de belangstelling voor Almere te stimuleren. Elk jaar vindt er de Hazelnootlezing plaats. Hazelnoten hebben voor Almere een bijzondere historische betekenis. Enkele verkoolde hazelnootdoppen tonen aan dat Almere een zeer oude geschiedenis heeft. Archeologen hebben bij boringen in Almere Buiten, op grote diepte van circa 9 meter onder de oppervlakte, verkoolde hazelnootdoppen gevonden die met vuursteen zijn bewerkt. Deze kleine vondsten van 8.000 jaar voor Christus duiden op menselijk leven: de eerste Almeerders! Het geeft een historische dimensie aan de stadsidentiteit. Cultureel erfgoed van allure, dat is wat Almere naast een hoop lef op stedebouwkundig gebied, blijkbaar ook heeft. In de bodem van Almere zit een schatkist met sporen uit het eerste landschapsgebruik van jagers-verzamelaars in Europa. Het historisch erfgoed van Almere is in die zin startpunt van haar geschiedenis. En niet alleen pijlpunten en hazelnoten, ook de vele ongeschonden en rijk gevulde scheepswrakken uit de gouden eeuw en later voegen een nieuw perspectief toe aan de geschiedenis van de jonge stad.

De stad Almere was het Nederlands antwoord op welvaartsgroei
Alle steden zijn een hybride van natuurlijke processen (in de zin dat ze zich grotendeels onttrekken aan menselijke beïnvloeding) en cultuuruitingen. In de zin dat zij een rechtstreeks gevolg zijn van welbewuste menselijke beslissingen en handelingen’.
Na-oorlogse nieuwe steden ondergaan met enige regelmaat veranderingen naar een volgend ‘format’: de groei van pioniersstad naar een adolescent en volwassen stad. Almere bijvoorbeeld heeft al veel interessante transformaties gekend. Daarbij is te denken aan milieutransformaties (van zee tot land), kolonisatieprocessen in het nieuwe land (van planten, dieren en mensen), ontwikkelingsstadia (van massaal en monofunctioneel tot kleinschalig en gedifferentieerd) en methoden (planmatig topdown en spontaan bottom up). Elke groeiende newtown zal na een tijd vanzelf transformeren tot een city. Wat betekent dat de oude bevolkingsgroep (de middenstandselite) wordt geconfronteerd met nieuwe groepen. In Almere is deze instroom de laatste 15 jaar flink toegenomen. De nieuwkomers zijn verschillend aan de pioniers die voornamelijk uit Amsterdam kwamen. Almere wil ook voor zijn nieuwe bewoners aantrekkelijk blijven. Aantrekkelijk voor jongeren, voor allochtonen (op dit moment is dat 28% van de Almeerse bevolking), maar ook voor mensen met een hoger inkomen en dito eisen aan een stad. Opvallend in Almere, maar ook andere nieuwe steden is de enorme stroom opwaarts in de (woon)carrièreladder van haar bewoners. De interne migratie in Almere was groot. Met een gemiddelde van eens in de vier jaar kiest een Almeerder voor verhuizing naar een nieuwe wijk, een groter huis, met achterlating van de oude buurt. Waar verpaupering op de loer licht.

Modelstad Almere als Madurodam van modern Nederland
Nieuwe steden zoals Almere zijn in de tweede helft van de vorige eeuw ontwikkeld om in de behoefte van goed en ruim wonen te voorzien. En dat volgens de toentertijd nieuwste stedenbouwkundige inzichten. Hierdoor zijn wijken en steden ontstaan die voornamelijk monofunctioneel waren: er wordt gegeten en geslapen. Werk en uitgaansleven vindt plaats in de ‘grote stad’ in de buurt. Veel nieuw ontwikkelde steden en wijken herkennen dit probleem en proberen zo goed en kwaad als het kan de stap naar een ‘diverse en volledige’ stad te maken.

De transformatie naar een volledige stad gaat verder. De komende tientallen jaren komen er in Almere minimaal 60.000 woningen bij. Crisis of niet. Vertaald in inwonersaantallen zijn dat 150.000 mensen die bij de nu al 200.000 bewoners kunnen worden gevoegd. Deze taakstelling zorgt er voor dat in Almere voldoende aandacht is voor het stenen stapelen en voor internationale prijsvragen op het gebied van architectuur en stedenbouw. In de afgelopen decennia is er weinig aandacht geweest voor het culturele element in de groeistad: het cement dat mensen bindt. Feit is dat Almeerders zich daarom blijven identificeren met de plaats waar ze vandaag komen, maar niet met Almere zelf. Trots zijn op Almere is nog geen gemeengoed onder de nieuwe bewoners.

Identiteitscrisis Almere?
Waarom is het vinden van een sterke identiteit voor een nieuwe stad zo complex? Ligt het aan het feit dat de openbare ruimte van jonge steden te ‘nieuw’ is en daarmee de ziel nog niet ontwikkeld is? Ligt het aan het feit dat mensen over het algemeen vasthouden aan hun vertrouwde paradigma’s over hoe mooie steden er uit moeten zien? Vooral oud, authentiek en avontuurlijk. Een nieuwe stad is nu eenmaal niet ‘gezellig’. Het oudste gebouw in Almere is 35 jaar. Op het netvlies blijven beroemde pleinen zoals die van Sienna of gezellige buurten als De Jordaan staan. Op organische wijze gegroeide oudsteden blijven langer in het geheugen van bezoekers hangen. Oude pleinen zijn makkelijker te duiden dan Almeerse waaiplantsoenen. De oude kern met in het midden de obligate tripartie, de kerk, het stadhuis en handels- of beursgebouw kenmerkt de oude stad en daarmee de ge(s)laagdheid van de oude stad. Deze gebouwen zijn exponenten van religie, bestuur en handel. Handel en religie waren in die tijd de drivers voor culturele ontwikkeling door de eeuwen heen. Een nieuwe stad mist deze uitbundige exponenten. Ook ontbeert de ‘tuinachtige’ urbane stad de compactheid van de avontuurlijke grootstad. Een stad met intieme ruimtes om te flaneren, uit te gaan eten, te struinen in winkelstraten of een bezoek aan museum of theater te brengen.

De volwassen geïntegreerde stad bruist op economisch vlak
Handels- of Hanzesteden zoals Amsterdam of Zwolle zijn ontstaan in een tijd van bloeiende economieën. Stedenbouw vond plaats langs natuurlijke weg- en waterwegen, en ontwikkelden tot broedplaatsen van kunst en cultuur. Rijke handelaren zoals de De Medici’s in Firenze en of de Kröller-Mullers in Rotterdam gaven met enige regelmaat financieel-culturele injecties. Tegenwoordig zie je welstandige bedrijven zich via sponsoring van evenementen, musea of concerten aan een stad binden. Een belangrijk feit. Cultuur kan nimmer zonder handel: de derde geldstroom. Almere heeft in die zin nog niet voldoende economische ‘cultuurdrivers’. De stad zou daar in moeten investeren. Een kleine 10 jaar geleden is in Almere het nieuwe stadshart geopend. Een interventie om Almere een modern eigen hart te geven. Een miljardenproject. Met als ‘bindmiddel’ een avontuurlijke koopheuvel: handel dus. Architect Rem Koolhaas heeft met zijn Office for Metropolitan Architecture het masterplan hiervoor ontwikkeld. Geen orthogonale lijnen maar spannende doorkijkjes, trappartijen, uitgaansgelegenheden en theaters op en in een heuvel in een voor de rest platte stad. Dit nieuwe centrum is met zijn internationale en spraakmakende architectuur wellicht de eerste stap naar een moderne vorm van het creëren van een authentieke stad. Het hart vulde zich de afgelopen jaren met een prachtig theater van een Japanse toparchitecte, hotels, popzalen en een architectuurinstituut. Suburbaniteit is verbonden met huiselijkheid,’ meent Hoogleraar Arnold Reijndorp in een interview,‘Stedelijkheid met erotiek.’ Een kanttekening. Het ‘hart’ mist nog wel de sfeer die zo tekenend is voor oudere steden. Daar moet nog een en andere aan gebeuren. Sfeer creëer je door intimiteit, kiosken, stadmeubilair, kleur en gezellige pleintjes om langsheen te flaneren.

Almere loopt tegen nieuwe grenzen aan
Almere als de pioniersstad loopt tegen haar grenzen aan. De schaalgrootte nekt haar. De te ruime opzet van het stadshart. De kernen ver van elkaar afgekeerd. Als eilanden in de stedelijke woestijn. In Almere kenmerkt de crisis zich in een afnemende woning-productie, slagvaardigheid en communicatiestoornissen op het stadhuis. De stad zou met een volgende transformatie van een monofunctionele naar een gedifferentieerde stad moeten willen groeien. Een stad in al zijn facetten. Een stad waar meer gebeurt dan slechts prettig en goed wonen. Met veel meer aandacht voor de diversiteit in de stad.

Het hoger doel als leidraad voor de komende jaren
Intelligent besturen met een gezamenlijk hoger doel is bepalend voor toekomst van de nieuwe stad. Veranderen en vernieuwen naar Almere 3.0 kan enkel en alleen in het sociale systeem plaatsvinden, via een gezamenlijke hoger doel. Het stadsbestuur dient andere keuzes te maken. Om bepaalde zaken af te remmen en andere te bevorderen in het systeem van de stadsontwikkeling. Waar het op aan komt is ook vooral loslaten en niet meer alles zelf willen doen.
Moet je plat door blijven bouwen terwijl er een sociale en culturele achterstand is? Of is werkelijke reflectie of interventie mogelijk? Het cement in de integratiefase wordt gevormd door gemeenschappelijke zingeving. De Almeerse burger is niet meer volgend, zij is assertief en vol wilskracht, de nieuwstadse elite, de ondernemer, de ZP’er kunnen uitermate zelfstandig, zinvol, op het geheel gericht, handelen. Zij snappen allang wat de stad nodig heeft. Naast de technische en economische subsystemen die Almere in het verleden dreven wordt tijdens de reis naar volwassenwording van de nieuwe stad nu het sociale systeem ontwikkeld. Juist in tijden van crisis. Met een voor iedereen zichtbaar en beleefbaar hoger doel, waarin duidelijk kan worden gemaakt wat de bijdrage van de burger daarin kan zijn. Want mensen maken de stad. Een goede vraag is of het mogelijk is een ‘zoekende’ nieuwe stad via een hoger doel vorm te geven. De Almere principles geven richting, een visie en missie. Ze zijn echter nog de taal van de architect. Abstract en planmatig. Het rapport Social Cohesion in New Towns meldt: ‘No culture, no society. Culture is the spice of life. Culture as a tool for getting to know each other.’ De uitdaging in dit rapport is: ‘Getting newtown people acquainted with culture (both passively and actively) at the earliest possible age, working on a diversified small-scale cultural offering to get through to all sections of the population.’ Een doel kan bevoorbeeld zijn om Almere als creatieve stad te positioneren, daarmee nieuwe economie aan te trekken, haar hoger opgeleiden en haar middenklasse te behouden en haar culturele identiteit te vinden. Er hiervoor heb ik drie zaken geformuleerd:

1. Almere als duurzaam gebouwde jonge stad met aandacht voor blauw en groen (water, stadsparken en stadslandbouw).
2. Kleurrijk. Een stadsbazar: Intercultureel, divers en creatief.
3. Komt dat zien, het wonder van de maakbare stad met andere ikonen, kom naar de stad die besloten heeft organisch verder te groeien samen met haar inwoners.

De Amerikaanse Hoogleraar Richard Florida heeft onderzocht wat een stad nodig heeft om te groeien naar een volwassen stad. Hij stelt dat een stad de 3 T’s moet bezitten. Deze T’s staan voor talent, tolerantie en technologie.
Het idee achter de 3 T’s is dat de één niet zonder de ander kan. Een stad zonder talent zal nooit een creatieve stad zijn en kan geen tolerantie bewaren. Een andere indicator voor een creatieve stad kan zijn de economische groei, het aantal creatieve bedrijven die in de stad gevestigd zijn. Florida’s onderzoek bracht naar voren dat bedrijven zich tegenwoordig daar vestigen waar het talent zit en niet meer andersom. En het talent had Pittsburgh – waar hij onderzoek deed – massaal de rug toegekeerd, omdat de stad verzuimd had een stedelijk klimaat te creëren dat aantrekkelijk was voor de creatieve klasse. “It’s not companies, but places that provide a pool of talent”, aldus Florida. De kern van stedelijke concurrentie ligt in een attractiestrategie van de juiste talenten. Met andere woorden: wie honing van topkwaliteit wil produceren, creëert eerst een veld waar duizend bloemen bloeien. Dan komen de bijen.

De volwassen stad beschikt over:

• een goed en breed aanbod van kunst en cultuur
• goed onderwijs op meerdere levels en talenten
• een circulaire economie en de mogelijkheden om de stad verder te ontwikkelen naar een groene en bewuste stad
• culturele ondernemers in een stad
• een goed vestigingsklimaat voor creatieven, middelgrote technische of anderzins maakbedrijven
• een creatieve of innovatieve klasse op allerlei vlak; deze groep trekt grotere bedrijven aan

Tenslotte: vertrouw op particulier initiatief. Ondernemende initiatiefrijke mensen geven kleur aan de stad. Voorkom dus lastige regelgeving die hun ambities in de weg staan. Burgers en overheid komen te vaak tegenover elkaar te staan. Laat los, laat gaan. De burgers kunnen het wel. En wellicht beter. Laat de ruimtelijke ontwikkeling los, help veelbelovende initiatieven in het zadel. Ontzorg je inwoners. De kansen voor de komende jaren zijn de broedplaatsen die her en der ontstaan, de Floriade 2022 en bijvoorbeeld de start van een nieuw project rondom bewustwording en reflectie in 2018: CitySenses. CitySenses!

Zie ook.

https://degelukkigestad.wordpress.com/2015/10/23/de-gelukkige-stad/

Het klootjesvolk woont in Almere


COLLAGE_1

Volgens hoogleraar dr. Gerard Marlet is Almere een geografische Blunder. Almere ligt te ver weg van Amsterdam om te profiteren van haar aantrekkelijkheid en heeft zelf te weinig te bieden aan de creatieve klasse en aan de hogere klasse.

In de visie van Marlet blijft Almere een stad van klootjesvolk. Een restpost voor mensen die geen huis kunnen kopen in de nabijheid van aantrekkelijke oude steden. Het is het toekomstig afvalputje van Nederland. Ik vind eigenlijk het omgekeerde. Kantel die gedachte maar eens.

Wetenschappers als Marlet kijken vanuit het paradigma van de oude stad. Wat niet voldoet, scoort laag op de ‘lijstjes’ van relatief succes. Marlet leeft met het idee dat je een new town ergens mee kan vergelijken. Hij ziet slechts het gebrek aan oude panden, aan gevestigde cultuur en het aandeel creatieven. Daarmee gaat hij voorbij aan de kwaliteiten van de onvergelijkbare suburbane stad.

Een jonge stad met met meer toekomst dan verleden

Een stad met een hoge kwaliteit van groen, water, veel woning voor minder geld. Almere kent de hoogste economische groei van Nederland. En welke andere stad heeft 42 kilometer kustzone, 32 stadsstrandjes. Het aantal hoger opgeleiden is Almere is sterker gegroeid dan in andere steden. Wat Almere kenmerkt is een ongekende ambitie om de stad van de zeebodem op te bouwen tot een volwassen, unieke en fijne stad. Almere volgt slechts een andere route en is pas 30 jaar oud. Jonger dan de gemiddelde Nederlander.

Blauwe zee van kansen

Mag ik een vergelijking maken met de spraakmakende ‘blue ocean’ strategie van Renée Mauborgne. De kern van stedelijk succes ligt niet altijd in rode oceanen, waarin steden als concurrenten elkaar bevechten rondom issues als recreatie, arbeidsmarkt, woonmarkt en uitgaansmarkt. Gevechten van dat kaliber kennen slechts verliezers. Almere slaagt er juist in om het anders te doen. Vanuit een totaal ander paradigma een stad neer zetten die zich continu kan vernieuwen. Met in elke stadsdeel gezondheidscentra, uitgaanscentra, met gescheiden busbanen en een hart van architectonisch topniveau.

Almere is de derde architectuurstad van Nederland. Ze heeft met haar jonge culturele sector diverse prijzen gewonnen. De slogan van Apple ‘Think Different’ is eigenlijk ook een eerbetoon aan de lef van de Almeerse ontwerpers en de pioniersgeest van de huidige bevolking. In de blauwe oceaan van Almere is geen concurrentie met andere steden.

 Growing Green Cities

Almere is een mirakel volgens vele buitenstaanders. Inwoners van Almere stonden bijvoorbeeld achter de nominatie om culturele hoofdstad van Europa te willen worden en werkten in hun eigen tijd aan een Cultureel Bidbook voor de stad. Wederom een blauwe oceaangedachte. De Floriade wordt een totaal ander soort wereldtuinbouwtentoonstelling dan in het verleden. Er wordt een verbinding gelegd met ‘Growing green cities’. Met stadslandbouw, met groene energie, watermanagement en hoe groene innovaties de stedelijke conglomeraten kunnen helpen naar een next level. Een groen level.

Almere is het Cirque du Soleil van de randstad.

Nieuwstadse burgers zijn van een ander soort elite. Niet van de ‘gevestigde’ orde. Maar een nieuw ras. Tenslotte is er geen oud èn geen nieuw geld te vinden op de Zuiderzeebodem. Maar Almere heeft wel de afgelopen jaren gekeken naar het succes van Apple, van Cirque du soleil, van Viagra. Out of the box. Constant kantelend. Want de zee waarin de oude steden zich bevinden, daar past de Almeerse burger niet bij. Het succes ligt in Almere in het steeds weer vinden van blauwe oceanen.

Een tip naar het stadsbestuur: De kunst is om niet af te drijven naar de rode oceanen. Blijven ze in de blauwe oceaan, geloven ze in de meeslepende projecten van hun eigen bewoners, de actieve pioniers van de toekomst, dan voorspel ik Almere een prachttoekomst.