Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

De kracht van een ‘sustainable story’


Een houdbaar verhaal als antwoord op een nieuwe organisatie-identiteit

Bij het vertellen in een kleine kring van een boeiend of goed verhaal ontstaat een onderlinge verbondenheid tussen de luisteraars. Deze verbondenheid ontstaat vanzelf. Zeker als je een speld kunt horen vallen. Een verhaal biedt overzichtelijk in een complexe versnipperde samenleving.

Inhoudelijke dimensie

Een ‘sustainable story’ over hoe je als bedrijf in de wereld staat bijvoorbeeld. Dat kan een organisatie veel inzichtelijker maken dan je via een-dimensionele ‘reclame’ doet. Een goed verhaal gaat over waarom je de dingen doet zoals je ze doet’. Het geeft een inhoudelijk fundament aan de organisatie. Waar zij voor staat en gaat. Waar zij zich voor wil inspannen. En natuurlijk voor andere zaken dan alleen financiële winst of aandeelhouderswaarde. De wereld een beetje mooier te maken voor elkaar bijvoorbeeld. Met de sustainable Development goals. Daarmee geeft zij aan hoe ze de wereld ziet, hoe zij de wereld verrijkt, als antwoord op de onoverzichtelijkheid.

Relationele dimensie

Het verhaal verbindt verleden, heden en de toekomst van de organisatie met de dynamiek van de omgeving. De scheiding tussen koper en verkoper bestaat niet meer. Beide zijn als het ware geblend. Als een soort twee-eenheid. Je identificeert je met elkaar. Dat ziende, nodigt de organisatie mensen uit die zich verbonden/aangetrokken voelen, om te participeren, te adviseren over producten of diensten (of weg te blijven). Door het verhaal positioneert de organisatie zichzelf nadrukkelijk naar anderen.

Emotionele dimensie

Aan de eigen medewerkers biedt het herkenning, identificatie en betekenis. Vult het ook het emotionele inleven in organisaties en haar medewerkers. Als het goed is zijn de medewerkers ook onderdeel van het verhaal. En daarmee biedt het ankerpunten voor de eigen identiteit.

Basis voor communicatie en gedrag

Met een goed verhaal kunnen bruggen worden geslagen tussen de organisatie en de wereld. Door daarbij belangrijke organisatiewaarden en de waarden van je ‘doelgroep’ te matchen kun je gedrag en symboliek zo afstemmen dat er naast ‘likability’ ook ‘unity’ ontstaat tussen jouw organisatie en je klanten. In eendracht bouw je dan samen aan je product, schep je samen wellicht nieuwe producten, waardoor klanten nog meer betrokken zijn en daarmee meer dan enkel ambassadeur van het product worden. Een krachtige band.

U kunt me bellen om hier eens over te praten als u enthousiast bent over deze filosofie.

FullSizeRender.jpg

 

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Toegankelijk Nederland? Me hoela!


img_1198

Ik schrijf samen met mijn ernstig gehandicapte dochter Mayim Kolder aan een familieroman. We schrijven samen vanaf het moment dat Mayim 14 is. Mayim is nu 18 jaar en de IK-persoon. Het boek is pas af als Mayim dat ook vindt. Dit hoofdstuk gaat over een toegankelijk Nederland …

Op weg naar de manifestatie oefent Marcel, mijn papa, zijn speech voor straks. Mama rijdt onze gehandicaptenbus waarin ik in mijn elektrische rolstoel naast papa zit. Papa noemt zichzelf kanteldenker. Kantelen, nou dat kan hij wel, zegt mama altijd. Maar ik weet dat ze daar heel wat anders mee bedoelt.

“Wie komen daar eigenlijk?”, vraag ik aan papa. Papa: “Nou het is niet mis hoor wat daar komt, een gezelschap van wethouders, politici en politici in spe, mensen die graag raadslid of wethouder willen worden. Je moet immers wel gezien worden en dat kan op een manifestatie van mensen met een beperking. Dat zal dus wel weer een hoop ‘bobo’-taal worden.” “Bobo-taal, wat is dat nou weer?”, vraag ik. Papa: “Bobo-taal is praten door middel van abstracties waarin de complexiteit van de wereld nog complexer wordt gemaakt. Politici en ambtenaren zijn daar keigoed in.” “Ik snap het nog steeds niet.” Papa: “Ja schat, dat is ook precies de bedoeling. En dat moet veranderen.” “Jij praat zeker nooit zo, hè pap.”Mama begint te giechelen: “Nee hè, Marcel.” Papa: “Nou ja, jullie zeggen het. Mijn speech gaat erover dat mensen met een handicap in onze maatschappij nog steeds niet volledig mee kunnen doen; werk, wonen, uitgaan, leren, noem maar op. We willen de mogelijkheden voor mensen met een beperking verbeteren.”

“Wij zijn niet beperkt, de rest is het! We worden gewoon niet gezién”, zeg ik boos. “Weet je nog die keer dat we op zo’n drukke Pinkstermarkt waren en ik met mijn elektrische rolstoel over de tenen van een mevrouw reed die voor ons liep.” Mama: “Ik zie het nog helemaal voor me, dat was zo’n hoog geblondeerde dame uit de Jordaan,die in de jaren ‘80 in Almere is gaan wonen”. “Het was haar eigen schuld hoor, want opeens draaide ze zich om en ik reed dwars over haar voet.Ik hoorde haar tenen kraken en ze schreeuwde: ‘Kijk uit trut!, zo raak ik ook nog gehandicapt.” Papa: “Ja, die elektrische rolstoel van jou, die weegt wel 180 kilo.” “Toen heb je maar zo’n Amerikaanse politiesirene op mijn rolstoel gemonteerd. Zal ik hem nu even aanzetten?” “Nee, alsjeblieft niet”, roepen mijn ouders. “Niet nu!” “Wat lief hè mama, dat papa dat ding heeft gemonteerd. ”We parkeren onze auto vlakbij de start van de manifestatie. Er is een soort van fanfare-orkestje zonder dansmariekes. De staart van het orkest wordt gevormd door een trombonist, maar dat is weer geen echte gehandicapte, hij heeft alleen maar adem te kort. Het orkest speelt een protestlied met de titel ‘Terug naar de bossen’. Zo van, bezuinig maar lekker door op de gehandicapten,  zodat ze weer terug moeten naar instituten op de Veluwe. Het orkest draagt een spandoek mee met daarop: ‘De trotse beperkten”. “Zoals ik!” zeg ik.

Dan beent papa weg, omdat hij zijn praatje moet houden voor een paar bobo’s. Eigenlijk is hij zelf ook wel een soort bobo. Papa heeft de laatste woorden van zijn speech nog niet uitgesproken en ik begin al te applaudisseren. Dat doe ik door met de rug van mijn handen tegen elkaar te slaan. Mama doet het precies zo. We lijken net twee spastische zeehondjes. We wenken papa.“Pap, ga je mee wat drinken, daar op het terras?” Papa: “Ja, ik wil een lekker koud biertje, een vaasje.”

Er komt een mevrouw aanlopen met een apparaat in haar hand. Ze stevent op me af, steekt haar hand uit en zegt dat ze een interview met me wil doen voor een radioprogramma, tenslotte ging papa’s speech ook over mij. Ik ben beperkt en hij niet. Alhoewel… Mijn vader is meteen alert en vraagt zich af voor welk programma. “Voor de landelijke radio”, zegt ze. Als ze de microfoon op mijn rolstoelblad heeft geplaatst en op een terrasstoeltje tegenover me is gaan zitten, komt ze met haar vraag: “Droom je weleens over je toekomst?” Papa: “Oh, je bedoelt dat ze op eigen benen gaat staan.” “Hoezo, op mijn eigen benen staan”, zeg ik, een beweging naar hem makend alsof ik hem wil slaan en ik begin te lachen. Tenslotte lacht iedereen. “Bemoei je er nou verder niet mee”, zeg ik tegen hem. “Dit is het allereerste officiële interview in mijn leven en dat kan ik wel alleen af. Hé pap, je wilt toch zo graag dat wij de regie over ons eigen leven hebben en dat mensen niet over, maar met ons praten. Dat zei je toch in je speech?”

De journaliste: “Zal ik dan maar mijn eerste vraag stellen: Droom je weleens over je toekomst?” “Ja mijn toekomstdroom, dromen eigenlijk. Ik wil wel tandarts worden, maar ik denk dat ik ook wel in de dierentuin in Amersfoort wil werken. We gaan er heel vaak naar toe en ik weet heel veel van de dieren, hun eten en hun gedrag. Soms is het net of ik een rondleiding doe, want ik vertel andere mensen er ook over. Dan neem ik ze mee.” “Maar”, zegt de journaliste. “Je zit in een rolstoel!”“Ja, maar daarom hoef ik toch niet verlegen te zijn, of zo. Dat ik niet zomaar met vreemde mensen durf te praten, ja dààg!” Mama: “Mayim is juist het tegenovergestelde van verlegen.”Ik maak een beweging van ‘ja mama ik kan het alleen wel af’ en ik vervolg mijn verhaal tegen de journaliste, dat ik weleens mensen in de dierentuin op sleeptouw neem vanwege hele bijzondere dingen van bepaalde dieren.“Dan zeg ik, kom eens mee naar de andere kant van de kooi, dan zie je het pas goed.” “Ik heb nog een andere vraag”, zegt de journaliste. “Waar woon je later?” “Ik woon in een huis met mijn vrienden en vriendinnen … èn mijn vriendje Jeffrey. In dat huis kan ik alles via mijn iPad bedienen, bijvoorbeeld deuren, licht en televisie. Mijn vader zegt dat dit ‘domotica’ heet. Trouwens, mijn vriendje kan dan helpen onze kinderen te verzorgen.”

De journaliste: “Nog even over zelfstandigheid voor mensen met een beperking. Hoe zit dat met jou?” Ik begin te lachen: “Wat dacht je van zelf pinnen in een winkel en niet je vader en moeder, of zo. Ik vind ook niet dat je vader en moeder, als je in een museum bent, de koptelefoon van de muur moeten halen en de knoppen voor de videofilms moeten bedienen omdat ze te hoog zitten. Dat was het geval in het PIT in Almere, een gloednieuw educatief museum over veiligheid. Dat is heel erg leuk voor kinderen en daar gaan heel veel schoolklassen naar toe. Maar ook voor vaders zijn er oude politieauto’s en brandweerauto’s. Het leukste is dat je met een simulator boeven kan vangen en branden kunt blussen. Als je tenminste de joystick te pakken krijgt, want die staat midden opeen tafel waar je met een rolstoel niet onder kan komen. Daar gaat mijn vader nog wel achteraan, die neemt zijn schroevendraaier mee en gaat alles lager zetten. Zo is hij.

We kunnen ook niet gewoon met de trein mee. Alles moet je van te voren regelen. Dan moet er zo’n op- en afrijplaat komen voor je rolstoel en er moet iemand zijn die zo’n ding neerzet voor het instappen. Als je bijvoorbeeld naar Maastricht gaat, moet daar weer een medewerker zijn die dat ding neerzet”. Mama: “Weet je nog? We zouden naar Breda gaan, naar het 50-jarig huwelijksfeest van oom André en tante Jeanette en toen we daar aankwamen was de medewerker er niet. We konden de trein niet uit met de rolstoel en werden gedwongen om te blijven zitten. Er was al een relletje geweest omdat vier medepassagiers de rolstoel uit de trein wilden tillen, maar 250 kilo til je niet zomaar. Dus de trein ging verder richting Roosendaal. Op dat relletje kwam natuurlijk de conducteur af en die had voor station Roosendaal de medewerker geregeld. Gelukkig, want anders hadden we door moeten rijden naar Antwerpen, een leuke stad, maar niet echt de bedoeling,want ons einddoel was nog steeds oom André en tante Jeanette. Wij gingen de trein uit over de plaat, maar toen moesten we nog naar Breda. Er reed gelukkig een bus met een lage instap. De rolstoel kon de bus in en twee uur later kwamen we aan op de bruiloft.” “Ja, mam, en toen waren alle bitterballen bijna op! Zet dat ook maar in uw verhaal, dat ik heel erg van bitterballen houd. En nou heb ik geen zin meer in het interview, wanneer komt het op de radio?”

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Jesse Nieuwe Rijkdom Toekomstkantelen veranderprocessen

Waarom je steeds weer in de verhalen van de politiek tuint


63e728454305e0bd296d183d3181f2ab

Politici hebben de neiging om negatieve boodschappen voor zich te houden. Niets menselijks is hen daarin vreemd.
De natuurlijke reactie is vaak dat aan alles een positieve draai wordt gegeven. Het verhaal van de hoop: ‘Het is verschrikkelijk wat is gebeurd, nogmaals sorry, we hebben onze les geleerd, en gaan ons gedrag verbeteren.’ Andersom kun je ook het verhaal van de angst prediken: ‘Sorry, maar we konden niets anders dan de grenzen sluiten voor de Islam, anders verliezen we onze identiteit’.

Verlies- of winstframing bij voorlichtingscampagnes

Wat is verlies- of winstframing? In voorlichtingscampagnes is verliesframing duidelijk te herkennen. Negatieve informatie bij persuasieve teksten helpt de vervelende boodschap te ‘verkopen’. Het Ministerie van VWS probeert de roker met negatieve boodschappen en met het schrikbeeld van ziekte en dood van zijn verslaving af te brengen. Foto’s van ‘zwartgeblakerde’ longen moet mensen bewust laten worden van de nadelige gevolgen.

Deze methode noemen we verliesframing, precies het tegenovergestelde van winstframing. Zou hier winstframing worden toegepast om de roker van zijn verslaving af te helpen dan zou dat neerkomen op het communiceren van fysieke en psychische voordelen van het niet-roken: ‘Veel meer lucht’, ‘het eten smaakt beter’ en ‘je bent anderen niet tot last’. Toch gebruikt VWS bewust geen positieve fraseringen, omdat dat minder aandacht trekt en dus minder effect heeft.

Verliesframing in het politieke speelveld

In het politieke speelveld zie je dat beide communicatietechnieken steeds vaker worden ingezet. Donald Trump, maar ook de Nederlandse politicus Geert Wilders en Marianne Thieme kiezen duidelijk voor verliesframing. Verlies weegt zwaarder. Bij de eerste twee gaat het over verlies van je ‘land’ aan boeven en criminelen uit Mexico of door een tsunami van vluchtelingen vanuit de Islamitische landen. Bij verliesframing wordt de hyperbool niet geschuwd.

Bij Thieme gaat het over het ‘redden’ van onze planeet. Ze schreef samen met Ewald Engelen het boek‘De kanarie in de kolenmijn’ een meeslepend verhaal met als voornaamste boodschap: ‘We moeten onze planeet op orde zien te krijgen voor het te laat is’. Een eco-centrische visie, noemt Thieme dat.

Winstframing is een andere keuze

Framing is de wijze waarop informatie in een tekst wordt geformuleerd. Bij winstframing worden de resultaten van het gewenste gedrag of de voordelen ervan benadrukt. ‘Als u uw lenzen dagelijks reinigt, gaan ze langer mee’. Verliesframing zou dezelfde boodschap anders formuleren: ‘Als u uw lenzen niet dagelijks reinigt, gaan ze minder lang mee en uw ogen kunnen gaan ontsteken’.

Koopmotieven of -gedrag worden beïnvloed door de manier waarop iets wordt neergezet. Men koopt liever een bieflapje waar op de verpakking staat dat het voor 75 procent uit mager vlees bestaat dan een lapje dat 25 procent vet bevat. Als bij een ramp wordt gesproken over het aantal overlevenden, dan wordt dat als minder verschrikkelijk gezien dan wanneer het aantal sterfgevallen van diezelfde ramp wordt vermeld. Hoewel de inhoud van de boodschap hetzelfde blijft, is de perceptie anders.

Ook de politiek gebruikt winstframing. Je ziet dat bij Obama en in Nederland bij Jesse Klaver. Beiden gaan het woord angst en verlies zoveel mogelijk uit de weg in hun politieke boodschappen en tonen liever hun dromen dan angstbeelden. Ook Martin Luther King deed dat op zijn manier. Niet dat Martin Luther King, Obama en Jesse Klaver geen realisten waren/zijn, maar omdat dit hun strategie is mensen te laten kiezen voor hun beelden. Een keuze voor ‘goed’ in plaats van ‘kwaad’.

Verliesframing is pijnlijk

Hoe komt het nu dat de boodschap ‘vanuit verlies inpakken’ beter schijnt te werken? Dat komt voornamelijk omdat de beleving anders is als je iets verliest.

In de krant van 7 september jongstleden staat dat Samson en Pechtold erover eens zijn dan Nederland bang is en in een identiteitscrisis zit. Duidelijk een frame vanuit angst. En zo een boodschap, of het nu waar is of niet, dat doet pijn.

Als je 100 euro verliest, weegt dat echt zwaarder dan dat je 100 euro wint in een loterij. Mensen nemen ook veel liever meteen hun winst dan uitstellen. De marketingtactiek ‘koop-nu-betaal-later’ is hier een sterk voorbeeld van. Het uitstellen van verlies verklaart ook waarom het zo moeilijk is om van een voedselverslaving af te komen. De negatieve effecten (verlies) – hart en vaatklachten of dikke darmkanker krijgen – komen pas op latere leeftijd.

Zo ook bij het opbouwen van een pensioen. Dat verklaart ook precies waarom jongeren de goedkoopste zorgverzekering kiezen en solidariteit wat minder van belang is.

Persuasieve communicatie

Kijken we naar reclameboodschappen dan zie we dat verzekeringsbedrijven ‘verlies’ (medisch, schade veroorzaken aan derden, et cetera) in hun boodschap al veel langer gebruiken. Misschien waarderen daarom zoveel mensen de commercials van Centraal Beheer. ‘Even Apeldoorn bellen’ staat garant voor verlies of angst, maar gelukkig overkomt het altijd iemand anders, zodat we er hartelijk om kunnen lachen.

Het komt wel goed

Vele onderzoeken hebben uitgewezen dan mensen geloven in het goede en van nature solidair zijn met de groep. Mensen geloven ook ‘dat alles goed komt’. Dat heet ‘positive bias’. Mensen verwachten in overweldigende mate dat er goede dingen in hun leven plaatsvinden, in sterke tegenstelling tot neutrale of negatieve zaken. Dat verklaart het succes van ‘feel good movies’.

Daarom krijgt negatieve informatie meer aandacht dan aan positieve informatie. Het gevolg is wel dat negatieve boodschappen meer gewicht krijgen in besluitvormingsprocessen dan positief geformuleerde boodschappen. Zo verschuift het mensbeeld onder invloed van de geframede angstbeelden langzaam naar het negatieve.

verliesframing

Het boek van Marianne Thieme en Ewald Engelen of de bekende film van Al Gore over het einde van de wereld is hier een goed voorbeeld van. Na het wereldwijd verschijnen ervan werd de film als kapstok gebruikt om milieumaatregelen te initiëren. 

Wanneer zet men verlies- of winstframing in?

Eerst moet je nadenken of het moreel is om framing als manipulatief communicatiemiddel in te zetten? Kijk vooral naar je persoonlijke waarden. En als je dan toch besluit dit wel te doen, om bijvoorbeeld een bepaald gedrag te veranderen in een eerste fase (detectie van de problematiek) dan heeft verliesframing meer effect dan winstframing. Dus aan het begin van een campagne of boodschap is de eerste klap is een daalder waard. Wil je daarentegen een preventieve functie toekennen aan bepaald gedrag, dan is winstframing meer overtuigend. Herstellend gedrag lijkt eenzelfde voordeel te hebben. Als de doelgroep zich dus al bewust is van het verlies, is het nodeloos en contraproductief om daarna nog over verlies te praten.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Circulair werkgeverschap in het nieuwe bedrijfsecosysteem


mierencollonne.jpg

Dit artikel geeft een visie op mijn zoektocht naar een nieuw soort leiderschap. Ik introduceer hiermee de term ‘Circulair Leiderschap’. Circulair leiderschap past in het circulair economisch denken. Hierbij kennen we geen waardeverlies.

Bij een circulair gemaakt product wordt bij het maakproces van te voren goed gekeken hoe het aan het einde van zijn leven opnieuw kan worden ingezet, als nieuw product, als grondstof of bloeistof voor de natuur. De kunst is dan het goed scheiden van onderdelen of materialen zodat deze weer hoogwaardig kunnen worden ingezet.

Ik pas dat zelf toe bij mijn maakbedrijf in kleine huisjes. En dat is nog best lastig, omdat je veel ouddenken bij leveranciers moet vervangen voor nieuwdenken. En veel oude kennis en aannames moet loslaten. Kantelen als het ware. Dat is ook zo bij circulair leiderschap.

Hebben we het over managers en oudere medewerkers die zijn uitgerangeerd, in de oude economie en hun ‘lifecycle’ is de oplossing ontslag of vervroegd pensioen. Een wegwerpmaatschappij. In de circulaire economie is dat onbestaanbaar. Een goed product gooi je niet weg. Het fenomeen om de wat oudere 55+ werknemer aan de kant te zetten zorgt voor een enorm verlies aan denk- en mankracht in organisaties en is een doodzonde in het circulaire gedachtengoed.

Okay, werknemers kun je niet in onderdelen uiteenrijten en opnieuw in elkaar zetten. Pas je een circulaire definitie toe op het werk van mensen, dan kun je kijken naar welke rollen ze spelen in je bedrijf en niet naar hun ‘functie’. Je kijkt niet naar het hele huis, maar naar de onderdelen die goed kunnen functioneren in een andere rol. Met dezelfde waarde als je het koppelt aan nieuwe rollen, nieuwe teams.

Circulair denken is eigenlijk een term die vroeger standaard in de ‘genen’ van mensen zat. Zij leefden niet zoals de afgelopen 50 jaar in tijden van overvloed en luxe. Ze konden zich geen wegwerpmaatschappij permitteren. Alle materiaal werd gebruikt, hergebruikt, of opnieuw ingezet. Daaraan gerelateerd kent iedereen wellicht nog het meester-gezelprincipe. Waar oudere werknemers de vraagbaak en opleider van jonge lerende mensen werden. Het meester-gezelprincipe, dat noem ik circulair leiderschap bij uitstek. De rol van manager of specialist verandert in de rol van (leer)meester. En waarom zou je leermeesters in je bedrijf op een zijspoor zetten? Ze horen op het hoofdspoor. Want maakt meesterschap jouw bedrijf niet een duurzaam en excellent bedrijf?

Circulair leiderschap gaat over het in beweging zetten van de juiste mensen die goed voor jouw organisatie zorgen, als ware een perpetuum mobilé. Bij een circulair geleid bedrijf geeft elke werknemer leiding aan zijn eigen proces, aan zijn team en zijn ‘eindbaas’. Gezond en goed gebalanceerd. Als het ecosysteem in de natuur. Waar ook de kleine bijdragen worden gewaardeerd. En geduld en groei inherent is aan schoonheid. Er wordt gebruik gemaakt van de kwaliteiten die op dat moment gevraagd worden, in wisselende teams en rollen. Circulair leiderschap komt zo op ieders bordje en biedt medewerkers de kans mede richting te geven aan de organisatiefocus, de duurzaamheid, de verandering, de wijze van kennisuitwisseling en de eigen carrièremogelijkheden. Een leider is dan niet iemands meerdere, omdat iedereen een leidinggevende rol heeft. Deze vorm ervoor zal zorgen dat de betrokkenheid van de medewerker zal enorm worden verhoogd. Medewerkers ontwikkelen meer contact met de kernprocessen. Er ontstaat gedeelde verantwoordelijk­heid en ruimte voor zelfsturende mechanismen. De scheiding tussen ivoren toren en ‘werkvolk’ verdwijnt en verandert in gelijkwaardigheid van partijen en tenslotte ontstaat er een duurzame verbintenis: van wieg tot wieg.

‘Leaders are responsible for achieving outcomes. Great leaders teach. Great leaders help to develop and grow their team. Observing nature can allow us to learn leadership lessons in a different way which can contribute to a healthy circular organization.’

Marcel Kolder is directeur van Draoidh, bureau voor organisatie-identiteit en communicatie en eigenaar van het maakbedrijf Minimono, waar kleine huisjes worden gefabriceerd.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Toekomstkantelen veranderprocessen

Mag er een vijfpuntsschaal bij het komende referendum?


kanteldenken

Denken en handelen vanuit burgerperspectief is voor de politiek nog steeds geen ingeslepen gewoonte. Volgens politici hebben de kiezers zo hun eigen ‘burgerlogica’: ze denken voornamelijk binnen de beperking van hun eigen ‘backyard’. Op hun beurt denken kiezers, ook degenen die best geïnteresseerd zijn in de samenleving en in de Haagse politiek, dat de politiek wel bereikbaar is, maar selectief luistert en vooral hun eigen belang beschermt.

 Wel eens op een hoorzitting geweest? Of een inspraakavond? Bij heikele projecten ziet de toeschouwer meestal een soort boksring. Burgers en gemeente of dies meer zetten meteen de hakken in het zand. Achter de tafel van de ‘overheid’ zitten vaak meer juridische adviseurs dan andere ambtenaren. Alles wijst er op: men is klaar voor het gevecht. Er wordt met woorden gemept. Met argumenten geslagen, met drogredenen en non-argumenten gebokst. Dit is exemplarisch voor veel debatten en ook het laatste referendum over Oekraïne.

De nuance raakt dan zoek De nuance raakt snel zoek en men is wars van zelfspot. Relativeren en humor was bij het laatste referendum ver te zoeken in Nederland. Ik merkte dat toen ik tweette: Wil het Nee-kamp mij ontvolgen op twitter: Het hek was van de dam. Alsof ik de koningin beledigd had. Ik was een landverrader. Ik breng graag de nuance aan in het verkiezingsland met een idee.

Een vijfpuntsschaal tussen’ ja graag’, ‘ja, met de volgende aanpassingen’, ‘maakt me niet uit’, ‘nee, tenzij er deze zaken veranderen’ en ‘nee, liever niet’ zou echt beter zijn op het digitale referendumformulier.

Een vijfpuntschaal op het formulier is radicaal anders en biedt wél nieuwe mogelijkheden. De nuance komt weer terug. En daarmee kun je een vindtocht starten naar de ‘nieuwe dialoog tussen burger en politicus. Dat start bij het serieus nemen van de burger. De burger niet meer marginaliseren maar verantwoordelijk maken voor zaken die dicht bij de burger liggen. De burger als regisseur van zijn eigen leven, zijn eigen stad, zijn eigen land en zijn eigen Europa. Gelukkige burgers maken gelukkige politici, is mijn stellige overtuiging.

Burgers zijn oprecht geïnteresseerd Door te blijven denken dat burgers ongeïnteresseerd zijn en slechts uit zijn op hun eigen belang, versterken politici (en ambtenaren) de afstand tot de burger. Terwijl dit op onjuistheid berust. Veel burgers zijn juist zeer geïnteresseerd in de samenleving. Er zijn enorm veel vrijwilligers, mantelzorgers en cultureel en politiek geïnteresseerde burgers.

Ruimte voor innovatiespeelplaatsen. Innovatie zoals de invoering van een Likertschaal en wat meer verbeeldingskracht zorgen voor een sterke versnelling voor het proces van oprechte burgerverantwoordelijkheid. Politici kunnen wat vaker los proberen te laten en ruimte geven voor initiatief, waardering van ideeën en tolerantie voor mislukking. Moet je zien hoe de wereld dan weer kantelt. Het wordt dan weer leuk in Den Haag en in menige raadszaal.

 

 

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Zorgkantelen

En dan komt er niemand op je verjaardag


Ik schrijf samen met mijn lieve dochter Mayim een boek. Ze is gehandicapt en heeft wellicht hierdoor weinig vrienden of vriendinnen. Op haar verjaardagsfeestje had ze dertig mensen persoonlijk uitgenodigd (waaronder vijftien kinderen). Met moeite heeft ze een halve dag besteed om een mooie uitnodiging in elkaar te plakken. Die heb ik voor haar gescand en in dertigvoud geprint.

Behalve een lief klasgenootje van haar vorige school, kwamen slechts een neef en nicht, een halve oom en tante. Daar zaten we dan met taart, cake, hartige hapjes (zelfgemaakt) en dertig vrijkaartjes voor een museum.

Dat is wrang om te zien als vader. Ik durfde er toen niet over te schrijven. Het lijkt zo zielig. Het nare gevoel blijft. Dat is ook de angst voor haar toekomst en de ‘kring’ van vrienden die ze zo hard nodig heeft en die kring is er niet, en zal waarschijnlijk nooit komen. Het neveneffect van een handicap en anders zijn is een zeer beperkt sociaal netwerk. Een rolstoel of anderzins is snel voor de ander de handicap om geen contact te zoeken. En niet alleen bij Mayim, het blijkt overal voor te komen.

Ik schreef zojuist met haar in haar roman. Het boek komt over twee jaar uit. Ze kijkt er gekanteld naar.

‘Ik hou van schrijven, niet alleen op de computer, maar echt schrijven met een pen, het is een lekker gevoel met een pen over het papier gaan, die beweging maken, naar boven en naar onderen. Mijn vader zegt dat ik voor een “spast” goede hoofd-hand-coördinatie heb, maar daar gaat het nu niet over, het gaan over dingen bedenken en opschrijven, creatief schrijven heet dat, bijvoorbeeld een gedichtje of heel kleine verhaaltjes die ik fantaseer. Eigenlijk fantaseer ik heel veel, papa zei dat een keer hardop, en toen zuchtte hij even, ja ik leef ook een beetje in een fantasiewereld. Kunstenaars vertellen wel eens in een interview dat ze al heel vroeg in hun leven een fantasiewereld maakten voor zichzelf, dus schrijvers ook, en misschien ben ik al een schrijver aan het worden. Misschien is het wel een soort mediteren ook, ik noem dat zelf “hummen”. Nou ja, het is gewoon een lekker gevoel waar ik blij van wordt.’

‘Dus je moet niet denken, omdat ik nou eenmaal niet veel vriendinnetjes heb, zielig hè, maar niet heus, dat ik vlucht in mijn “fantasiewereld”, dat zou ik ook doen al had ik wel tien vriendinnetjes. Dan zou ik ook fantaseren, en schrijven, en lekker “hummen”.’

Naschrift: Dit blog heeft veel veroorzaakt. Het is opnieuw op diverse site gepubliceerd en heeft geleid tot een televisieoptreden bij Humberto Tans Late Night. Hier een link naar een artikel bij de Telegraaf en het TV optreden:

Telegraaf Vrouw artikel

Optreden bij Umberto Tan in RTL late night van Mayim

SONY DSC
Verjaardag Mayim

 

 

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Vandaag wordt in NL de apartheid opgeheven.


bouwlift

Als je lichamelijk gehandicapt bent, dan is Nederland een van de meest ontoegankelijke landen van Europa. Terwijl je dat niet zou verwachten. In Leiden is bijvoorbeeld maar één café rolstoeltoegankelijk en op maar één van de vier stations kun je met een rolstoel in en uit een trein stappen.

In Almere en omgeving zijn voor kinderen met een lichamelijke beperking, die in een elektrische rolstoel zitten, weinig stageplekken. Het is meerledig. Of er is een gebrek aan een fatsoenlijk invalidentoilet of er is geen verschoningsruimte. Het is een feit dat bedrijfsgebouwen geen lift hebben. Dan heb ik het over gebouwen met één of twee verdiepingen. De stageplek van onze dochter is bijvoorbeeld zo een onbereikbare plek. Oplossing? Een bouwlift. Ja, zo een met een plank die omhoog wordt getild door een soort heftruckmechanisme. Zo kan ze van de begane vloer naar de eerste verdieping. Veilig? Niet echt. Daarom staan wij als ouders altijd met haar op de lift, zodat ze niet opeens haar rolstoel aanzet en een verdieping naar beneden dondert. Waarom ga je als ouder akkoord met zo een voorziening? Gewoon, omdat je je dochter een normale stage gunt. En niet, zoals voorgesteld door de school, de hele dag broodkruimelen voor geiten en schapen.

Gewoon, omdat je je dochter een normale stage gunt. En niet, zoals voorgesteld door de school, de hele dag broodkruimelen voor geiten en schapen.

Aanstaande donderdag is het debat over het VN-verdrag van rechten van mensen met een beperking en wordt in de maanden daarna het verdrag geratificeerd. Eens en voor al zullen bedrijven, organisaties en wij allen rekening horen te houden met mensen met een beperking. De volgende stap is dat veel wetten in Nederland moeten worden aangepast, zodat de maatschappij mensen met een beperking eindelijk met open armen ontvangt. En daarmee niet alleen de fysieke drempels laat verdwijnen, maar ook de mentale drempels. Behandel mensen met een beperking gewoon als mensen zonder beperking. Maak het voor hen mogelijk om volledig deel te kunnen nemen in onze maatschappij. Net zoals in de U.S.A. dat al jaren geleden is gedaan. Elke horecagelegenheid is daar rolstoeltoegankelijk. Hoe dat kan? Omdat daar het in de wet is vastgelegd.

Het is absoluut nog geen gewonnen race in Nederland.

Donderdag wordt ons land hopelijk echt toegankelijk voor mensen met een beperking. Tenzij de VVD, CDA en de PVV er een stokje voor steken. Want ze twijfelen. Waarom dat? Omdat het geld kost om rekening te houden met mensen met een beperking en omdat mensen met een handicap daarom erg lastig zijn voor ondernemers en het openbaar vervoer. Dus de kans blijft groot dat de apartheid blijft bestaan.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Versleten organisaties kantelen


upsidedown

In de zakeneconomie van het afgelopen decennium leek de onverzadigbare drang naar aandeelhouderswaarde, economische groei en harde resultaten belangrijker dan aandacht voor de individuele medewerker. In een welhaast bodemloze put van verlangen stonden meer efficiëntie, meer klanten, meer omzet op de voorgrond en dus op de agenda van menig manager. Het gaspedaal werd steeds verder ingedrukt.

Het resultaat van dit alles is dat veel medewerkers hun spreekwoordelijke kont tegen de krib gooiden. De boog kan immers niet altijd gespannen staan. Er ontstaat tegengas. Door elke keer weer dat schepje er bovenop zitten veel medewerkers tegen een mentale uitputting aan en haken talentvolle mensen af. Veel ingesleten en onbewuste belemmeringen verhinderen zodoende de daadwerkelijke benutting van inspiratie, kennis en kunde binnen organisaties. Verstandige medewerkers vertrekken en beginnen vol energie eigen bedrijfjes of stappen naar de ‘concurrent’.

Het individu binnen de context

Binnen vastgelopen organisaties zitten veel teams, managers en medewerkers in een mentale dip. Dit is meestal geen plichtsverzuim of de kantjes eraf lopen, maar het kan heel goed zijn dat na jarenlange ‘veranderslagen’ en gerichtheid op verbeteren van systemen en beheersing, de motivatie ontbreekt. Dat er bijvoorbeeld weinig gedeelde visie op het werk is, omdat de reflex van bezinning op ‘waarom’ je dit werk doet, verdwenen is. En de ‘Why’ is zo enorm belangrijk voor je intrinsieke motivatie. Daardoor zijn er onvoldoende “triggers’ om het werk, dat maar blijft liggen, af te krijgen. Klachtenafhandeling, herstellen van fouten en vergaderingen domineren vervolgens de dagelijkse praktijk.

Verstarrend patroon

Terwijl de druk vanuit organisaties om te blijven presteren steeds meer toeneemt, verandert langzaam de attitude van de medewerker. Het werk komt steeds minder op de eerste plaats. Het jarenlange vechten tegen stroperigheid en belemmeringen moedigt me first gedrag aan en zorgt ervoor dat medewerkers voor zichzelf kiezen in plaats voor de werkkring. Veel managers sluiten de ogen voor het probleem. Het blijft onbespreekbaar. Deels omdat het zo moeilijk te doorbreken is. Deels omdat ze het soms zien als hun eigen falen. Soms weten ze gewoon niet wat ze er mee aan moeten. Bovendien is het lastig te bepalen wat dan de aspecten zijn waarop gestuurd moet worden om het te veranderen! Bij medewerkers treedt steeds meer een gevoel van gelatenheid op. Van het enthousiasme waarmee ze de baan zijn gestart is weinig meer over. Niet zelden verdwijnt de energie van medewerkers buiten de organisatie. Naar de plaatselijke toneelvereniging of de voetbalclub. Zingeving wordt steeds meer buiten de werksfeer ingevuld.

De cijfers

Inmiddels zijn we er achter dat het probleem op grote schaal voorkomt. Een gemiddeld MKB-bedrijf met 100 medewerkers levert al snel veel miljoenen euro per jaar in. En dan hebben we het nog niet over het verlies van kwaliteit van je product of dienstverlening. Al met al een enorme potentie die niet uit de verf komt door een opeenstapeling van verstoringen. Hans Visser heeft daar onderzoek naar gedaan als organisatievitalisator. Hij noemt de faal- en consequentiekosten 3 tot 4 maar zo groot als ziekteverzuim. Mentaal verzuim zorgt voor zand in de bedrijfsmotor en duwt hele afdelingen in een negatieve spiraal. Doodzonde dus.

De vrijheid om te kantelen

Het kantelen van versleten organisaties is mogelijk. Kantelen start bij de top en daarna via de lemige laag van het middlemanagement. Daar zal de pure focus op doelmatigheid, efficiency, controle, regelzucht en kosten/baten moeten worden losgelaten.

De organisatie kan daarna groeien naar een mensgerichter model in plaats het oude systeemgerichte model. Creëer een cultuur waar vertrouwen in elkaar voorop staat in plaats van afgunst, geef elkaar ruimte om te ontwikkelen, heb keuzevrijheid bij de indeling van werk en taken en als belangrijkste, heb opnieuw  aandacht voor elkaars talent in plaats voor sec de winstcijfers en aandeelhouderswaarde.

Veel medewerkers zijn ‘klaar’ met de oude systemen en willen zaken anders organiseren, vaak kleiner en mensgerichter. Een steeds grotere groep doet dat ook. Ze omarmen daarmee de broodnodige kanteling naar anders, en wellicht naar beter.

Verwelkom rebellen in je organisatie

En gelukkig, een steeds groter percentage in het bedrijfsleven en overheid durft anders te denken, anders te doen. Dat zijn de koplopers en de winnaars van nu. Verwelkom als organisatie andersdenkenden in je organisatie, oproerlingen, dwarsdenkers. Cultiveer gezonder rebellie. Openstaan voor vernieuwing helpt de innerlijke groei van je organisatie.

Categorieën
Cultuurkantelen Jesse Klaver Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

De zorg kantelt, alleen de politiek nog niet


Onder het mom van ‘De kosten stijgen de pan uit’ snijdt het kabinet in alle zorg die zij overbodig acht, en vooral in arbeid. Daarbij misbruikt ze het ‘frame’ dat ze enkel de ‘uitwassen’ in de zorg op de schop neemt. Maar dat is voor de bühne.

De hoge salarissen in de door diverse kabinetten gecreëerde schijnmarktmechanismen in onze zorg verminderen amper. Het kabinet doet tevens te weinig aan de geldslurpende bureaucratie die in de zorg is ontstaan en ontkent haar onmacht rondom ICT, waar vooral de afgelopen tijd mislukking op mislukking wordt gestapeld (kijk eens naar het trekkingsrechtdebacle van de SVB). De mens wordt vergeten en het systeem lijkt de nieuwe afgod. Het kabinet introduceert liever quasi-oplossingen en zet in op een soort schijnmarktwerking in de zorg en zet dat diametraal tegenover het feodale systeem van de verzorgingsstaat. Alsof er niet iets anders mogelijk is. En dat is er uiteraard wel.

Het kan echt radicaal anders. Dit kabinet en de politiek dient te beseffen dat de sturing en bezuinigingen die ze nu inzetten uitgaat van een geconditioneerde reflex. Dat enkel maar leidt tot meer van hetzelfde nog meer bezuinigingen, nog meer ontslagen van zorgverleners, dit alles aangewakkerd door de controledrift van perverse boekhouders met hun kosten/baten fetisjisme, door wantrouwen. Terwijl de controlezucht van de politiek onder het mom van ‘rekenschap’ alle innovatie in de zorg, het onderwijs, et cetera, verstikt. Het vermolmt de veerkracht van elke beroepsgroep, de zorgprofessionals, onderwijzend personeel en semi-ambtenarij.

friedman_quoteDe kentering die nu ontstaat hangt samen met het feit dat de samenleving zich van de politiek afkeert. Terwijl de politiek probeert te begrijpen waarom de burger zich afkeert, steken coöperaties en andere vormen van zelforganisatie de kop op. Overal om ons heen. We zijn al aan het kantelen. Er zijn al Übervarianten in zorg, in het onderwijs en uiteraard ook als start-up in de wereld van de grote corporates, die het nog heel even voor het zeggen hebben. Terwijl de politiek probeert grip te krijgen op de oude wereld als rekenmeester, de technocraat, bevinden burgers en buitenlui zich allang ergens anders.

We gaan kantelen. Burgers gaan meervoudige verbindingen aan met publieke organisaties zonder daar het primaat van de politiek in te betrekken. Deze oude orde met lege handen achterlatend. De nieuwe orde gaat uit van empathie en sympathie, van meervoudige verbindingen en professionaliteit in gezamenlijkheid. Zich afkerend van het economisme dat door Jesse Klaver is gelanceerd. Het economisme: de wereld waar de rekenmeesters het voor het zeggen hadden.

Wat me interesseert wat het vergt om met zijn allen de kloof te overbruggen en die ‘kanteling’ te maken naar anders, naar nieuw, naar samen? Wat zijn de instrumenten die je in de zorg kunt gebruiken? Zijn er al ‘best practices’ naast het verhaal van Jos de Blok, met zijn buurtzorg? Want dat moeten we elkaar blijven vertellen. Die successen, de successen van de nieuwe wereld.

Zojuist ontdekte ik een blog op Frankwatching met een aantal disruptieve voorbeelden > Disruptieve successen.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Kantelen voor dummies: het geheim ontrafeld


KANTELENVOORDUMMIES

Je voelt je vrijdenker en roeptoetert al jaren dat je het systeem wil veranderen, maar het zet nog geen zoden aan de dijk. Hoe word je nu omarmd door die nieuwe elite: de steeds groter wordende groep kantelaars in Nederland?

Na ruim tien jaar durf ik jullie het geheim van het ‘kantelen’ te vertellen en hoe je, zonder al te veel moeite, bij de groep van kantelaars kan aansluiten.

Even terug naar het begin

In 2004 startte ik met kanteldenksessies voor overheid en zorginstellingen. Ik gaf topambtenaren en bestuurders ideeën voor zorginnovaties. Na de eerste workshop ‘Kanteldenken’ in de Beurs van Berlage zette ik de deelnemers in een rolstoel en vroeg of ze naar de volgende ruimte voor de workshop ‘Kanteldoen’ wilden gaan. Die bevond zich op een andere verdieping. Hindernissen in de vorm van een trap en het gebrek aan een toegankelijke lift in het oude gebouw zorgden ervoor dat de workshop niet te bereiken was. Omdat – voorspelbaar – ze niet zouden arriveren liep ik alvast naar het café. Verontwaardigde ambtenaren legde ik daar uit dat ze dat ‘Kanteldoen’ beter in hun eigen gemeente konden doen, en niet hier. Ter plekke leerden ze van alles over ontoegankelijke gebouwen. Les geleerd.

Moeiteloos kantelaar worden? Kan dat?

Ik heb een vijfstappenplan gemaakt voor moeiteloos kantelen, voor dummies dus:

  1. Ga naar de website nederlandkantelt.nl en schrijf je in. En twitter of facebook dat luid onder je vriendenkring. Er zijn ook nog andere bewegingen die hetzelfde willen, maar een andere naam hebben. Nieuw Nederland of de Transitiepartij. Google maar eens rond.
  2. Stap daarna zo snel mogelijk over naar een andere bank, bijvoorbeeld de ASN Bank of Triodos .
  3. Laat via een duurzame drukker visitekaartjes drukken (op dat papier met bloemenzaad erin, dat je kunt weggooien in je tuin) met daarop als beroep ‘Kantelaar’, en deel dat uit op elke bitterballenborrel die je bezoekt.
  4. Roeptoeter tegen de systeembazen – van bankier tot politicus – dat ze moeten veranderen, dat het tijdperk van eigen kantelaar in eigen buik is aangebroken.Toon deze dia veelvuldig:

11535788_1123061811041577_6847453130218448527_n

En als 5de punt: Organiseer een kantelfestival, kantelcafé of kantelacademie. Schenk voldoende gezonde drankjes en bier.

Kantelmeester worden

Kantelmeester worden in de orde van de echte “Kantelaars”. Ja, dat is hard werken, dat is andere koek. Gedreven door zaken die fout zijn gegaan in onze maatschappij, willen we het anders of beter doen. Velen van ons zijn al bezig ruimte te creëren voor duurzame innovatie op de bekende thema’s en issues die vandaag spelen. Van economische tot morele crisis. Van politieke vernieuwing tot de grote immigratieproblematiek. Over hyperconsumptie en verspilling, werkeloosheid en ‘werkverdeling’, over zorg voor elkaar, voedsel in je eigen omgeving verbouwen en met elkaar groene energie opwekken. Onderwerpen volop. Maar ook de kleine kantelingen doe je beter samen, in je eigen stad, in je eigen wijk, in je eigen straat.

Kantelen … dat doe je met elkaar, waarbij verschillende soorten kennis en ervaringen worden ingebracht en ontwikkeld. Zo’n gemeenschappelijk creatieproces is als bewegen op een interactieve vrijdenkers-plaats; een vrije kamer, waarbinnen een verregaande vorm van kruisbestuiven ontstaat. Toevoegen van nieuwe dynamiek, waardengedreven denken en perspectiefverandering kunnen we onze gezamenlijke uitdagingen oplossen –> kantelen naar beter of anders. Deze manier van denken en van doen kent geen harde einddoelen, maar is open beweging naar beter. Van A naar B. Van Afbraak naar Beter als het ware. Het gaat over denkverschuiven en op andere manieren kijken naar vraagstukken. Deze vraagstukken slim verkennen, leren goed te reflecteren op te gemakkelijke aannames en het stimuleren van nieuwe inzichten of oplossingen. Dit vraagt uiteraard een inhoudelijk kennispeil. Kanteldenken is dus niet voor dummies. Je moet er echt je best voor doen. Zonder deze drie zaken kom je niet verder: Kanteldenken, kantelverbinden en kanteldoen. Over dat laatste binnenkort meer. Over kanteldenken helpt dit schema van hoogleraar Jeff Gasperz uit zijn boek Concurreren met creativiteit (Prentice Hall 2002).

kantelschema1. Verbreding van denken

In een brainstorm ga je op zoek naar meerdere aspecten van en invalshoeken op een probleem, voorstel of oplossingsrichting. Vragen die kunnen helpen bij denkverbreding zijn:

  • Waarom is dit een probleem c.q. uitdaging?
  • Waarom is een oplossing nodig?
  • Waarom moeten wij dit probleem aanpakken/oplossen?
  • Wie is de probleemeigenaar?
  • Wie gaat dit als probleem ervaren?
  • Wat voor subproblemen zijn er?
  • Hoe is het ontstaan?
  • Welke extra informatie missen we nog?
  • Zijn er aspecten aan dit probleem die we al kennen (ervaring)?
  • Waar vinden we informatie?
  • Waar zal het probleem zich voordoen?
  • Is of wordt het een urgent probleem?
  • Zijn er plekken/gebieden/gemeenten met dezelfde problemen?
  • Wat is de eerste stap tot een oplossing?
  • Is er hulp van buitenaf mogelijk, en wijs?
  • Wat gebeurt er als wij het probleem of de uitdaging niet aanpakken?
  • Wie heeft er belang bij het probleem?

2. Verdiepen van denken

Kanteldenken spoort van een probleem de dieperliggende concepten en assumpties (vooronderstellingen) op. Denken in paradoxen helpt hierbij. Door bijvoorbeeld het tegenovergestelde te beweren.

En over de assumpties: Denk maar aan een ijsberg. Het puntje is zichtbaar, maar hoe interessant is de rest van het verhaal. In ‘kantelontwartaal’ noemen we dat ‘de vraag achter de vraag’.

3. Verschuiven van het denken: het echte kantelen

Kanteldenken kijkt vanuit een geheel andere context dan waarin het probleem of de uitdaging is ontstaan. Dit denken gaat uit van divergerend denken (vanuit verschillende perspectieven) in plaats van convergerend (veel te snel willen oplossen). Divergerend denken doe je voornamelijk door te luisteren. Dit voorkomt dat er te energiek wordt omgegaan met het oplossen van het verkeerde probleem c.q. uitdaging.

Toen Albert Einstein werd gevraagd wat hem het meest heeft gebaat bij het ontwikkelen van de relativiteitstheorie kwam hij met het verrassende antwoord: Het bepalen hoe ik over het probleem moest denken.

Verschuiven van het probleem naar andere werelden, naar bijvoorbeeld sport, het bedrijfsleven, de natuur, de wetenschap, het theater helpt bestaande denkpatronen te doorbreken. Graham Bell bestudeerde het trommelvlies in het oor en kwam daarmee op de telefoon. Een fabrikant van zwemkledij keek naar de huid van de haai en ontwikkelde een stof dat sneller door het water gleed. De kunst is te denken in metaforen, en die dan sterk variëren.

Als je tot dit laatste zinnetje bent gekomen zonder te stoppen met lezen wens ik je veel succes. Met of zonder moeite, kantelen is een mooi vak. En voor degenen die niet zagen dat deze blog een  niet zo serieuze ondertoon heeft. Jammer dan. Maar weet, ook bij kantelen geldt maar in leidend principe: ‘Niet blijven lullen maar poetsen’. 

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Bobo-taal en het belang van een Amerikaanse sirene


electronic-alarm-siren-9256-5224919

Op weg naar de VN-manifestatie over de rechten van mensen met een handicap oefent Marcel, mijn papa, zijn speech voor straks. Mama rijdt onze gehandicaptenbus waarin ik in mijn elektrische rolstoel naast papa zit. Papa noemt zichzelf kanteldenker … kantelen … nou dat kan hij wel, zegt mama altijd. Maar ik weet dat ze daar heel wat anders mee bedoelt.

‘Wie komen daar eigenlijk,’ vraag ik aan papa.

‘Nou het is niet mis hoor wat daar komt, een gezelschap van wethouders en politici, ik bedoel politici in spé, mensen die graag raadslid of wethouder willen worden, want je moet natuurlijk wel gezien worden, en dat kan op een manifestatie van mensen met een beperking. En dat zal wel weer een hoop ‘bobo’-taal worden.’

‘Bobo-taal, wat is dat nou weer?’ vraag ik.

‘Bobo-taal is praten door middel van abstracties waarin de complexiteit van de wereld nog complexer wordt,’ pest papa me. ‘Politici en ambtenaren zijn daar keigoed in.’

‘Ik snap het nog steeds niet.’

‘Ja schat, dat is ook precies de bedoeling. En dat moet veranderen.’

‘Jíj praat zeker nooit zo, hè pap.’

Mama begint te giechelen: ‘Nee hè, Marcel.”

‘Nou ja, jullie zeggen het … mijn speech gaat erover dat mensen met een handicap in onze maatschappij nog steeds niet volledig mee kunnen doen, werk, wonen, uitgaan, leren, noem maar op. We willen de rechten van mensen met een beperking bevorderen.’

‘Wij zijn niet beperkt, de rest is het … we worden gewoon niet gezién,’ zeg ik boos. ‘Weet je nog die keer dat we op zo’n drukke Pinkstermarkt waren en ik met mijn elektrische rolstoel over de tenen van een mevrouw reed die voor ons liep.’

‘Ik zie het nog helemaal voor me, dat was zo een hooggeblondeerde Jordaanse, zo een die in de jaren ‘80 in Almere is gaan wonen,’ zegt mama.

‘Het was haar eigen schuld hoor, want opeens draait ze zich om … een gehandicapte in een rolstoel, nee, die zie je niet … en ik reed dwars over haar voet, ik hoorde haar tenen kraken en ze schreeuwt, kijk uit trut, zo raak ik ook nog gehandicapt.’

‘Zo een domme opmerking.’ zegt papa. ‘Die elektrische rolstoel van jou, die weegt wel 200 kilo.’

‘Toen heb je zo’n Amerikaanse politiesirene op mijn rolstoel gemonteerd, hè pap. Zodat ze me wel zien … of eigenlijk horen … zal ik hem nu even aanzetten?’

‘Neeeee, alsjeblieft niet,’ roepen mijn ouders. ‘Niet nu,’

‘Wat lief hè mama, dat papa dat ding heeft gemonteerd toen.’

(dit fragment is uit het boek Water, wat in 2022 verschijnt over het leven van Mayim Kolder)

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Onze zorgen over onze zorg


Zorgen-makenGisteravond had ik een schrijversblok, normaal heb ik dat niet, maar het overkwam me zomaar. Ik vroeg via twitter of iemand een actueel zorg-onderwerp wist. Ik wist niet wat me overkwam. Binnen een paar minuten had ik wel voor 10 blogs materiaal. Ik wist wat me te doen stond: Een zorg top tien samenstellen, zonder commentaar. Want het zegt genoeg. Het is de week van de reflectie, dus politiek Den Haag, doe er je voordeel mee, want Nederland is bezorgd.

1. Ik maak me zorgen over het scheiden van wonen en zorg in de verzorgingshuizen. Door de verwijdering van de broodnodige zorgzwaartepakketten 1 t/m 4 uit de verzorgingshuizen zullen indicaties veranderen. Cliënten met beperking kunnen straks met lage indicatie niet meer wonen in instellingen.

2. Ik maak me zorgen over de transitie van AWBZ naar Wmo. Ik weet dat gemeenten er nog lang niet klaar voor zijn. Ouderen en mensen met een beperking zullen hier slachtoffer van worden.

3. Ik maak me zorgen over ‘De trechter van Dunning’. Over het uitselecteren van de zwakkeren in de samenleving. Dit gaat de patiëntenzorg erg overhoop gooien in Nederland.

4. Ik maak me zorgen over het CIZ; de frustraties van de aanvraag en herindicatieprocedures en de muur van formaliteit en afknijpzucht die je tegenkomt. En ook nog eens de miscommunicatie en bureaucratie bij deze instelling.

5. Ik maak me ernstige zorgen over het verdwijnen van het gros van de zorgboerderijen door de indicatieveranderingen. Deze zeer gewaardeerde dagbesteding dreigt tussen wal en schip te vallen.

6. Ik maak me ernstige zorgen over de transitie van jeugdzorg naar gemeenten waar diverse gemeenten nog geen raad mee weten.

7. Het gaat in Nederland een drama worden, ook voor vervoersindicaties en sociale werkvoorzieningen.

8. Ik moet nadenken over de keuze of bijverzekeren voor een gezond iemand nog wel nodig is met zo een hoog eigen risico.

9. Ik maak me zorgen over de inzet op zorg op afstand! Mensen in hun eigen omgeving laten blijven door zorg op afstand te bieden met behulp van technologie.

10. Ik maak me zorgen over het niet inzetten van eerstelijns therapeuten bij indiceren of inschakelen als het zelfstandigheid vergroten kan

Belangrijke noot: Dit is een niet representatieve steekproef. Een beetje ‘sloppy science’ zogezegd, want het zijn slechts de reacties van een select gezelschap volgers van mijn twitteraccounts. Dus excuus. Het doet wel recht aan mijn zorgen over de zorg in Nederland. In mijn volgende blogs ga ik in op de diverse onderwerpen.

Marcel Kolder, alias kanteldenker, is strategisch boardroom adviseur op het terrein van identiteit en communicatie. Verder schrijver, ontwerper, lobbyist, spraakmaker, cultuurmaker en blikverruimer. Hij is het energievretend onderdeel van het leukste gezin van Nederland (vindt hij). Zijn dochter is zwaar gehandicapt, en mede door zijn toedoen rolmodel in het nieuws. Marcel Kolder is 25 jaar ondernemer en eigenaar van bureau Draoidh. Hij zit zich in in allerlei constellaties voor behoud van eigen regie bij mensen met een levensbrede en levenslange zorgvraag.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Floriade 2022 is een exponent van de blauwe oceaangedachte


Image

De jongste polder Flevoland is letterlijk gemaakt en ontworpen om te produceren. Sinds de eerste akkerbouwers en tuinders zich in deze polder vestigden, ruim een halve eeuw geleden, hebben deze sectoren zich ruim ontwikkeld. Het nieuwe land onderscheidt zich duidelijk van het oude land. De overmaat aan ruimte, de bodemkwaliteit en de waterhuishouding is subliem ontworpen. Flevoland wordt in het buitenland de ‘green valley’ van Europa genoemd.

Als polderverzamelaar toon ik graag een van mijn dierbaarste polderbezittingen; het boek ‘De economische beteekenis van de drooglegging der Zuiderzee’ uit 1901. Daarin staat: ‘De Twaalfde Provincie geeft het land kracht, het Volk brood, dat is de Vrucht van de Onderneming. De onderneming moet een zaak des Volks zijn, ze moet een ‘national cry’ worden, gerealiseerd door eene Krachtige Regering, gesteund door den wil eener wakkere, van eigen kracht bewuste Natie. Niet om te moraliseren maar om de urgentie van het droogleggen te beantwoorden.’

De polderhoofdstad werd Lelystad. Een hommage aan ingenieur Cornelis Lely die de eeuwenoude droogleggingsideeën werkelijkheid maakte. Almere werd door zijn ligging en woonuitvalbasis tegen de wens van de bestuurders van weleer en tegen de verwachtingen in de grootste stad. Ze is nu al de zesde stad van Nederland met ongeveer 200.000 inwoners. Ongeveer de helft van het aantal inwoners van Flevoland.

Kritiek op Flevoland

Soms lijkt het of Nederland zich geen raad weet met de jongste provincie. Terwijl de maakbaarheid van het jonge land en de jongste steden van Europa zo fascinerend is. Na ruim een halve eeuw produceren voor Nederland, en niet alleen agrarisch, maar ook tienduizenden woningen voor een prettige prijs, hebben veel mensen kritiek op het jonge land en haar steden. Volgens hoogleraar dr. Gerard Marlet is Almere bijvoorbeeld een geografische Blunder. Almere ligt te ver weg van Amsterdam om te profiteren van haar aantrekkelijkheid en heeft zelf te weinig te bieden aan de creatieve klasse en aan de hogere klasse.

Wetenschappers als Marlet kijken vanuit het paradigma van het oude land, de oude stad. Wat niet voldoet, scoort laag op de ‘lijstjes’ van relatief succes. Marlet leeft met het idee dat je nieuw land en nieuwe steden ergens mee kan vergelijken. Hij ziet slechts het gebrek aan oude panden, oude structuren, gebrek aan gevestigde cultuur en oude bewezen structuren. Daarmee gaat hij voorbij aan de kwaliteiten van de onvergelijkbare ruimtelijke groene omgeving en de suburbane stad in Flevoland. Flevoland heeft in verhouding de meeste natuur en bossen. De Oostvaarderplassen op steenworpafstand van Almere en Lelystad zijn een aaneengeschakeld natuurlijkgebied van tientallen kilometers lang met een unieke populatie. Tijdens de vogeltrek bevolken de meest zeldzame dieren het gebied, de vogelaars daargelaten.

Landschapsarchitecten

Steden in Flevoland hebben een hoge kwaliteit van veel groen, water en veel woning voor minder geld. Het waren de Flevolandse landschapsarchitecten die ooit de steden ontwierpen. Dat is iets om trots op te zijn. Voor de recent overleden Teun Koolhaas was het ontwerpen van deze woonomgeving een verwezenlijking van een ideaal. Hij zei: ‘Vroeger trok de adel de stad uit, stichtte landgoederen. En nu krijgen wij (… als landschapsarchitecten) de kans om een landgoed voor een kwart miljoen mensen aan te leggen.’

Ik weet als bewoner van Almere dat deze stad de hoogste economische groei van Nederland kent. En welke andere stad heeft 42 kilometer kustzone en 32 stadsstrandjes. Het aantal hoger opgeleiden is Almere is sterker gegroeid dan in andere steden. Wat Almere kenmerkt is een ongekende ambitie om de stad van de zeebodem op te bouwen tot een volwassen, unieke en fijne stad. Almere en ook de andere steden in de polder volgen slechts een andere route dan hoogleraar Marlet voor hogen heeft.

Blue ocean

De kern van het Flevolands succes ligt niet altijd in rode oceanen, waarin regio’s en steden als concurrenten elkaar bevechten rondom issues als economie, recreatie, arbeid, wonen en uitgaan. Gevechten van dat kaliber kennen slechts verliezers. Flevoland, en haar jonge steden, slaagt er juist in om het anders te doen. Vanuit een totaal ander paradigma een woon- en werkomgeving neer zetten die zich continu kan vernieuwen. Almere is de derde architectuurstad van Nederland. Ze heeft met haar jonge culturele sector diverse prijzen gewonnen. De slogan van Apple ‘Think Different’ is eigenlijk ook een eerbetoon aan de lef van de Flevolandse ontwerpers en de pioniersgeest van de huidige bevolking. In de blauwe oceaan van Flevoland en haar jonge steden is geen concurrentie met andere oudere regio’s. Flevoland is een mirakel volgens vele buitenstaanders. Nieuwlandse burgers zijn van een ander soort elite. Niet van de ‘gevestigde’ orde. Maar een nieuw ras. Flevoland heeft gekeken naar het succes van Apple, van Cirque du soleil, van Viagra. Out of the box. Want de zee waarin de oude steden zich bevinden, daar past de nieuwlandse burger niet bij. Het succes van Flevoland ligt in het steeds weer vinden van blauwe oceanen. Almere is het Cirque du Soleil van de randstad.

Floriade 2022

De afgelopen decennia hebben groene kennisinstellingen zich gevestigd in de polder. Agrarische hogescholen en andere instituten. Met de groei van de wereldbevolking en stijgende voedselprijzen, kan Nederland zich prijzen zoveel agrarische ruimte te hebben. Almere, met ondersteuning van alle partijen en steden in Flevoland, deed mee aan het bid om in 2022 de wereldtentoonstelling Floriade binnen te halen. Met succes. Het succes van de Blauwe Oceaan. De Floriade, met als titel ‘Growing Green Cities’. Ik geloof in dat project. Het idee van de ‘Garden City’ zou inspiratie moeten zijn voor de rest van de wereld. In 1898 definieerde de beroemde socioloog Ebenezer Howard het ideaal van de Garden City. Een soort Yin Yang tussen stad en land: ‘Town and country must be married, and out of this joyous union will spring an new hope, a new life, a new civilization.’ Hij heeft gelijk. Ik ben gelukkig in Flevoland. Punt.

 

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen Zorgkantelen

Sta op slaapkop: Ons modern Kerstverhaal


“Sta op, slaapkop!” Mayim doet langzaam haar ogen open om haar broer te zien brullen. Zij sluit haar ogen weer. Zo doet hij nu altijd als ze lekker ligt te dromen. Haar spieren zijn deze ochtend erg stijf. Het bloed stroomt nog niet goed door haar lichaam. Spasticiteit is niet prettig. Maar dat wordt vanzelf beter als ze eenmaal in haar rolstoel zit en wat beter kan bewegen.

Het afgelopen jaar had ze veel problemen met haar gezondheid. Haar broer ook. Hij had voor het eerst zeer ernstige migraineaanvallen. Beide hebben ze veel artsen en ziekenhuizen gezien. Nu in de kerstvakantie wil ze uitslapen. Daar was het tenslotte vakantie voor. “Wakker worden, wakker worden, wakker worden! We hebben samen toch een twitterbericht geschreven naar de Kerstman. Wordt wakker Mayim! Ik heb hier een verrassing.”

Wat een grap! Mayim kan zich niet herinneren hoe lang het geleden was dat ze nog geloofde in de Kerstman. Machiel is een schitterende broer voor haar, maar dat verhaal over de Kerstman? Dat gaat haar echt te ver. “Okay Machiel, vertel me wat je wilt zeggen. Als het maar niet weer zo een stomme grap is.”

Machiel glimlachte. “We hebben de Kerstman toch gevraagd om een speciale vakantie. Een vakantie naar de Waddeneilanden. Weet je nog. Een paar weken geleden. Om zeehondjes vrij te laten en met de auto van pappie over het strand te rijden. En kijk wat hier op je iPad staat.”
Mayim kijkt naar het kleine beeldschermpje. “Dat meen je niet! Mogen we met zijn allen op vakantie naar Terschelling?” Ze kan haar ogen niet geloven. Iemand die haar kende via haar twitteraccount heeft haar verzoek over de zeehondjes gelezen. “Mogen we daar echt logeren?” Haar broer las het bericht verder voor.

“Lieve Mayim. Ik heb het afgelopen jaar al jullie tweets gelezen en ik weet hoe moeilijk jullie het hebben gehad. Ik werk bij een gezellig pension op Terschelling en ik heb een verrassing voor jullie. Met de baas van het pension, de baas van de veerboot en de baas van het eiland heb ik geregeld dat jullie jullie een paar dagen op onze kosten kunnen genieten van jullie voorjaarsvakantie. We maken een speciaal programma voor jullie. En natuurlijk kan je dan ook zeehondjes zien en over het strand rijden. Dat komt voor elkaar. Lieve groet van Tina van Slot.”

Tranen van geluk stromen bij Mayim uit haar ogen. Ze kan het niet geloven. Ze is dol op zeehondjes. Dit had ze nooit verwacht. De Kerstman bestaat dus echt. De Kerstman is eigenlijk een Kerstvrouw. Snel twittert ze terug. “Lieve Tina, dank je wel. Wat ben jij lief. Ik hou van je.” Ze schreeuwt richting huiskamer waar het kerstontbijt al klaar staat. “Pappie, mammie, de Kerstvrouw is geweest. We gaan op vakantie. Naar de zeehonden! Kijk op mijn iPad!” En met haar spastische handen klapt ze van plezier. Haar broer doet mee. Haar ouders staan in verwondering. Wat een fijne kerst. Wat een mooie wereld.

Dit kerstverhaal is gebaseerd op een waar (nog te gebeuren) verhaal.