Versleten organisaties kantelen


upsidedown

In de zakeneconomie van het afgelopen decennium leek de onverzadigbare drang naar aandeelhouderswaarde, economische groei en harde resultaten belangrijker dan aandacht voor de individuele medewerker. In een welhaast bodemloze put van verlangen stonden meer efficiëntie, meer klanten, meer omzet op de voorgrond en dus op de agenda van menig manager. Het gaspedaal werd steeds verder ingedrukt.

Het resultaat van dit alles is dat veel medewerkers hun spreekwoordelijke kont tegen de krib gooiden. De boog kan immers niet altijd gespannen staan. Er ontstaat tegengas. Door elke keer weer dat schepje er bovenop zitten veel medewerkers tegen een mentale uitputting aan en haken talentvolle mensen af. Veel ingesleten en onbewuste belemmeringen verhinderen zodoende de daadwerkelijke benutting van inspiratie, kennis en kunde binnen organisaties. Verstandige medewerkers vertrekken en beginnen vol energie eigen bedrijfjes of stappen naar de ‘concurrent’.

Het individu binnen de context

Binnen vastgelopen organisaties zitten veel teams, managers en medewerkers in een mentale dip. Dit is meestal geen plichtsverzuim of de kantjes eraf lopen, maar het kan heel goed zijn dat na jarenlange ‘veranderslagen’ en gerichtheid op verbeteren van systemen en beheersing, de motivatie ontbreekt. Dat er bijvoorbeeld weinig gedeelde visie op het werk is, omdat de reflex van bezinning op ‘waarom’ je dit werk doet, verdwenen is. En de ‘Why’ is zo enorm belangrijk voor je intrinsieke motivatie. Daardoor zijn er onvoldoende “triggers’ om het werk, dat maar blijft liggen, af te krijgen. Klachtenafhandeling, herstellen van fouten en vergaderingen domineren vervolgens de dagelijkse praktijk.

Verstarrend patroon

Terwijl de druk vanuit organisaties om te blijven presteren steeds meer toeneemt, verandert langzaam de attitude van de medewerker. Het werk komt steeds minder op de eerste plaats. Het jarenlange vechten tegen stroperigheid en belemmeringen moedigt me first gedrag aan en zorgt ervoor dat medewerkers voor zichzelf kiezen in plaats voor de werkkring. Veel managers sluiten de ogen voor het probleem. Het blijft onbespreekbaar. Deels omdat het zo moeilijk te doorbreken is. Deels omdat ze het soms zien als hun eigen falen. Soms weten ze gewoon niet wat ze er mee aan moeten. Bovendien is het lastig te bepalen wat dan de aspecten zijn waarop gestuurd moet worden om het te veranderen! Bij medewerkers treedt steeds meer een gevoel van gelatenheid op. Van het enthousiasme waarmee ze de baan zijn gestart is weinig meer over. Niet zelden verdwijnt de energie van medewerkers buiten de organisatie. Naar de plaatselijke toneelvereniging of de voetbalclub. Zingeving wordt steeds meer buiten de werksfeer ingevuld.

De cijfers

Inmiddels zijn we er achter dat het probleem op grote schaal voorkomt. Een gemiddeld MKB-bedrijf met 100 medewerkers levert al snel veel miljoenen euro per jaar in. En dan hebben we het nog niet over het verlies van kwaliteit van je product of dienstverlening. Al met al een enorme potentie die niet uit de verf komt door een opeenstapeling van verstoringen. Hans Visser heeft daar onderzoek naar gedaan als organisatievitalisator. Hij noemt de faal- en consequentiekosten 3 tot 4 maar zo groot als ziekteverzuim. Mentaal verzuim zorgt voor zand in de bedrijfsmotor en duwt hele afdelingen in een negatieve spiraal. Doodzonde dus.

De vrijheid om te kantelen

Het kantelen van versleten organisaties is mogelijk. Kantelen start bij de top en daarna via de lemige laag van het middlemanagement. Daar zal de pure focus op doelmatigheid, efficiency, controle, regelzucht en kosten/baten moeten worden losgelaten.

De organisatie kan daarna groeien naar een mensgerichter model in plaats het oude systeemgerichte model. Creëer een cultuur waar vertrouwen in elkaar voorop staat in plaats van afgunst, geef elkaar ruimte om te ontwikkelen, heb keuzevrijheid bij de indeling van werk en taken en als belangrijkste, heb opnieuw  aandacht voor elkaars talent in plaats voor sec de winstcijfers en aandeelhouderswaarde.

Veel medewerkers zijn ‘klaar’ met de oude systemen en willen zaken anders organiseren, vaak kleiner en mensgerichter. Een steeds grotere groep doet dat ook. Ze omarmen daarmee de broodnodige kanteling naar anders, en wellicht naar beter.

Verwelkom rebellen in je organisatie

En gelukkig, een steeds groter percentage in het bedrijfsleven en overheid durft anders te denken, anders te doen. Dat zijn de koplopers en de winnaars van nu. Verwelkom als organisatie andersdenkenden in je organisatie, oproerlingen, dwarsdenkers. Cultiveer gezonder rebellie. Openstaan voor vernieuwing helpt de innerlijke groei van je organisatie.

De zorg kantelt, alleen de politiek nog niet


Onder het mom van ‘De kosten stijgen de pan uit’ snijdt het kabinet in alle zorg die zij overbodig acht, en vooral in arbeid. Daarbij misbruikt ze het ‘frame’ dat ze enkel de ‘uitwassen’ in de zorg op de schop neemt. Maar dat is voor de bühne.

De hoge salarissen in de door diverse kabinetten gecreëerde schijnmarktmechanismen in onze zorg verminderen amper. Het kabinet doet tevens te weinig aan de geldslurpende bureaucratie die in de zorg is ontstaan en ontkent haar onmacht rondom ICT, waar vooral de afgelopen tijd mislukking op mislukking wordt gestapeld (kijk eens naar het trekkingsrechtdebacle van de SVB). De mens wordt vergeten en het systeem lijkt de nieuwe afgod. Het kabinet introduceert liever quasi-oplossingen en zet in op een soort schijnmarktwerking in de zorg en zet dat diametraal tegenover het feodale systeem van de verzorgingsstaat. Alsof er niet iets anders mogelijk is. En dat is er uiteraard wel.

Het kan echt radicaal anders. Dit kabinet en de politiek dient te beseffen dat de sturing en bezuinigingen die ze nu inzetten uitgaat van een geconditioneerde reflex. Dat enkel maar leidt tot meer van hetzelfde nog meer bezuinigingen, nog meer ontslagen van zorgverleners, dit alles aangewakkerd door de controledrift van perverse boekhouders met hun kosten/baten fetisjisme, door wantrouwen. Terwijl de controlezucht van de politiek onder het mom van ‘rekenschap’ alle innovatie in de zorg, het onderwijs, et cetera, verstikt. Het vermolmt de veerkracht van elke beroepsgroep, de zorgprofessionals, onderwijzend personeel en semi-ambtenarij.

friedman_quoteDe kentering die nu ontstaat hangt samen met het feit dat de samenleving zich van de politiek afkeert. Terwijl de politiek probeert te begrijpen waarom de burger zich afkeert, steken coöperaties en andere vormen van zelforganisatie de kop op. Overal om ons heen. We zijn al aan het kantelen. Er zijn al Übervarianten in zorg, in het onderwijs en uiteraard ook als start-up in de wereld van de grote corporates, die het nog heel even voor het zeggen hebben. Terwijl de politiek probeert grip te krijgen op de oude wereld als rekenmeester, de technocraat, bevinden burgers en buitenlui zich allang ergens anders.

We gaan kantelen. Burgers gaan meervoudige verbindingen aan met publieke organisaties zonder daar het primaat van de politiek in te betrekken. Deze oude orde met lege handen achterlatend. De nieuwe orde gaat uit van empathie en sympathie, van meervoudige verbindingen en professionaliteit in gezamenlijkheid. Zich afkerend van het economisme dat door Jesse Klaver is gelanceerd. Het economisme: de wereld waar de rekenmeesters het voor het zeggen hadden.

Wat me interesseert wat het vergt om met zijn allen de kloof te overbruggen en die ‘kanteling’ te maken naar anders, naar nieuw, naar samen? Wat zijn de instrumenten die je in de zorg kunt gebruiken? Zijn er al ‘best practices’ naast het verhaal van Jos de Blok, met zijn buurtzorg? Want dat moeten we elkaar blijven vertellen. Die successen, de successen van de nieuwe wereld.

Zojuist ontdekte ik een blog op Frankwatching met een aantal disruptieve voorbeelden > Disruptieve successen.

Kantelen voor dummies: het geheim ontrafeld


KANTELENVOORDUMMIES

Je voelt je vrijdenker en roeptoetert al jaren dat je het systeem wil veranderen, maar het zet nog geen zoden aan de dijk. Hoe word je nu omarmd door die nieuwe elite: de steeds groter wordende groep kantelaars in Nederland?

Na ruim tien jaar durf ik jullie het geheim van het ‘kantelen’ te vertellen en hoe je, zonder al te veel moeite, bij de groep van kantelaars kan aansluiten.

Even terug naar het begin

In 2004 startte ik met kanteldenksessies voor overheid en zorginstellingen. Ik gaf topambtenaren en bestuurders ideeën voor zorginnovaties. Na de eerste workshop ‘Kanteldenken’ in de Beurs van Berlage zette ik de deelnemers in een rolstoel en vroeg of ze naar de volgende ruimte voor de workshop ‘Kanteldoen’ wilden gaan. Die bevond zich op een andere verdieping. Hindernissen in de vorm van een trap en het gebrek aan een toegankelijke lift in het oude gebouw zorgden ervoor dat de workshop niet te bereiken was. Omdat – voorspelbaar – ze niet zouden arriveren liep ik alvast naar het café. Verontwaardigde ambtenaren legde ik daar uit dat ze dat ‘Kanteldoen’ beter in hun eigen gemeente konden doen, en niet hier. Ter plekke leerden ze van alles over ontoegankelijke gebouwen. Les geleerd.

Moeiteloos kantelaar worden? Kan dat?

Ik heb een vijfstappenplan gemaakt voor moeiteloos kantelen, voor dummies dus:

  1. Ga naar de website nederlandkantelt.nl en schrijf je in. En twitter of facebook dat luid onder je vriendenkring. Er zijn ook nog andere bewegingen die hetzelfde willen, maar een andere naam hebben. Nieuw Nederland of de Transitiepartij. Google maar eens rond.
  2. Stap daarna zo snel mogelijk over naar een andere bank, bijvoorbeeld de ASN Bank of Triodos .
  3. Laat via een duurzame drukker visitekaartjes drukken (op dat papier met bloemenzaad erin, dat je kunt weggooien in je tuin) met daarop als beroep ‘Kantelaar’, en deel dat uit op elke bitterballenborrel die je bezoekt.
  4. Roeptoeter tegen de systeembazen – van bankier tot politicus – dat ze moeten veranderen, dat het tijdperk van eigen kantelaar in eigen buik is aangebroken.Toon deze dia veelvuldig:

11535788_1123061811041577_6847453130218448527_n

En als 5de punt: Organiseer een kantelfestival, kantelcafé of kantelacademie. Schenk voldoende gezonde drankjes en bier.

Kantelmeester worden

Kantelmeester worden in de orde van de echte “Kantelaars”. Ja, dat is hard werken, dat is andere koek. Gedreven door zaken die fout zijn gegaan in onze maatschappij, willen we het anders of beter doen. Velen van ons zijn al bezig ruimte te creëren voor duurzame innovatie op de bekende thema’s en issues die vandaag spelen. Van economische tot morele crisis. Van politieke vernieuwing tot de grote immigratieproblematiek. Over hyperconsumptie en verspilling, werkeloosheid en ‘werkverdeling’, over zorg voor elkaar, voedsel in je eigen omgeving verbouwen en met elkaar groene energie opwekken. Onderwerpen volop. Maar ook de kleine kantelingen doe je beter samen, in je eigen stad, in je eigen wijk, in je eigen straat.

Kantelen … dat doe je met elkaar, waarbij verschillende soorten kennis en ervaringen worden ingebracht en ontwikkeld. Zo’n gemeenschappelijk creatieproces is als bewegen op een interactieve vrijdenkers-plaats; een vrije kamer, waarbinnen een verregaande vorm van kruisbestuiven ontstaat. Toevoegen van nieuwe dynamiek, waardengedreven denken en perspectiefverandering kunnen we onze gezamenlijke uitdagingen oplossen –> kantelen naar beter of anders. Deze manier van denken en van doen kent geen harde einddoelen, maar is open beweging naar beter. Van A naar B. Van Afbraak naar Beter als het ware. Het gaat over denkverschuiven en op andere manieren kijken naar vraagstukken. Deze vraagstukken slim verkennen, leren goed te reflecteren op te gemakkelijke aannames en het stimuleren van nieuwe inzichten of oplossingen. Dit vraagt uiteraard een inhoudelijk kennispeil. Kanteldenken is dus niet voor dummies. Je moet er echt je best voor doen. Zonder deze drie zaken kom je niet verder: Kanteldenken, kantelverbinden en kanteldoen. Over dat laatste binnenkort meer. Over kanteldenken helpt dit schema van hoogleraar Jeff Gasperz uit zijn boek Concurreren met creativiteit (Prentice Hall 2002).

kantelschema1. Verbreding van denken

In een brainstorm ga je op zoek naar meerdere aspecten van en invalshoeken op een probleem, voorstel of oplossingsrichting. Vragen die kunnen helpen bij denkverbreding zijn:

  • Waarom is dit een probleem c.q. uitdaging?
  • Waarom is een oplossing nodig?
  • Waarom moeten wij dit probleem aanpakken/oplossen?
  • Wie is de probleemeigenaar?
  • Wie gaat dit als probleem ervaren?
  • Wat voor subproblemen zijn er?
  • Hoe is het ontstaan?
  • Welke extra informatie missen we nog?
  • Zijn er aspecten aan dit probleem die we al kennen (ervaring)?
  • Waar vinden we informatie?
  • Waar zal het probleem zich voordoen?
  • Is of wordt het een urgent probleem?
  • Zijn er plekken/gebieden/gemeenten met dezelfde problemen?
  • Wat is de eerste stap tot een oplossing?
  • Is er hulp van buitenaf mogelijk, en wijs?
  • Wat gebeurt er als wij het probleem of de uitdaging niet aanpakken?
  • Wie heeft er belang bij het probleem?

2. Verdiepen van denken

Kanteldenken spoort van een probleem de dieperliggende concepten en assumpties (vooronderstellingen) op. Denken in paradoxen helpt hierbij. Door bijvoorbeeld het tegenovergestelde te beweren.

En over de assumpties: Denk maar aan een ijsberg. Het puntje is zichtbaar, maar hoe interessant is de rest van het verhaal. In ‘kantelontwartaal’ noemen we dat ‘de vraag achter de vraag’.

3. Verschuiven van het denken: het echte kantelen

Kanteldenken kijkt vanuit een geheel andere context dan waarin het probleem of de uitdaging is ontstaan. Dit denken gaat uit van divergerend denken (vanuit verschillende perspectieven) in plaats van convergerend (veel te snel willen oplossen). Divergerend denken doe je voornamelijk door te luisteren. Dit voorkomt dat er te energiek wordt omgegaan met het oplossen van het verkeerde probleem c.q. uitdaging.

Toen Albert Einstein werd gevraagd wat hem het meest heeft gebaat bij het ontwikkelen van de relativiteitstheorie kwam hij met het verrassende antwoord: Het bepalen hoe ik over het probleem moest denken.

Verschuiven van het probleem naar andere werelden, naar bijvoorbeeld sport, het bedrijfsleven, de natuur, de wetenschap, het theater helpt bestaande denkpatronen te doorbreken. Graham Bell bestudeerde het trommelvlies in het oor en kwam daarmee op de telefoon. Een fabrikant van zwemkledij keek naar de huid van de haai en ontwikkelde een stof dat sneller door het water gleed. De kunst is te denken in metaforen, en die dan sterk variëren.

Als je tot dit laatste zinnetje bent gekomen zonder te stoppen met lezen wens ik je veel succes. Met of zonder moeite, kantelen is een mooi vak. En voor degenen die niet zagen dat deze blog een  niet zo serieuze ondertoon heeft. Jammer dan. Maar weet, ook bij kantelen geldt maar in leidend principe: ‘Niet blijven lullen maar poetsen’. 

Bobo-taal en het belang van een Amerikaanse sirene


electronic-alarm-siren-9256-5224919

Op weg naar de VN-manifestatie over de rechten van mensen met een handicap oefent Marcel, mijn papa, zijn speech voor straks. Mama rijdt onze gehandicaptenbus waarin ik in mijn elektrische rolstoel naast papa zit. Papa noemt zichzelf kanteldenker … kantelen … nou dat kan hij wel, zegt mama altijd. Maar ik weet dat ze daar heel wat anders mee bedoelt.

‘Wie komen daar eigenlijk,’ vraag ik aan papa.

‘Nou het is niet mis hoor wat daar komt, een gezelschap van wethouders en politici, ik bedoel politici in spé, mensen die graag raadslid of wethouder willen worden, want je moet natuurlijk wel gezien worden, en dat kan op een manifestatie van mensen met een beperking. En dat zal wel weer een hoop ‘bobo’-taal worden.’

‘Bobo-taal, wat is dat nou weer?’ vraag ik.

‘Bobo-taal is praten door middel van abstracties waarin de complexiteit van de wereld nog complexer wordt,’ pest papa me. ‘Politici en ambtenaren zijn daar keigoed in.’

‘Ik snap het nog steeds niet.’

‘Ja schat, dat is ook precies de bedoeling. En dat moet veranderen.’

‘Jíj praat zeker nooit zo, hè pap.’

Mama begint te giechelen: ‘Nee hè, Marcel.”

‘Nou ja, jullie zeggen het … mijn speech gaat erover dat mensen met een handicap in onze maatschappij nog steeds niet volledig mee kunnen doen, werk, wonen, uitgaan, leren, noem maar op. We willen de rechten van mensen met een beperking bevorderen.’

‘Wij zijn niet beperkt, de rest is het … we worden gewoon niet gezién,’ zeg ik boos. ‘Weet je nog die keer dat we op zo’n drukke Pinkstermarkt waren en ik met mijn elektrische rolstoel over de tenen van een mevrouw reed die voor ons liep.’

‘Ik zie het nog helemaal voor me, dat was zo een hooggeblondeerde Jordaanse, zo een die in de jaren ‘80 in Almere is gaan wonen,’ zegt mama.

‘Het was haar eigen schuld hoor, want opeens draait ze zich om … een gehandicapte in een rolstoel, nee, die zie je niet … en ik reed dwars over haar voet, ik hoorde haar tenen kraken en ze schreeuwt, kijk uit trut, zo raak ik ook nog gehandicapt.’

‘Zo een domme opmerking.’ zegt papa. ‘Die elektrische rolstoel van jou, die weegt wel 200 kilo.’

‘Toen heb je zo’n Amerikaanse politiesirene op mijn rolstoel gemonteerd, hè pap. Zodat ze me wel zien … of eigenlijk horen … zal ik hem nu even aanzetten?’

‘Neeeee, alsjeblieft niet,’ roepen mijn ouders. ‘Niet nu,’

‘Wat lief hè mama, dat papa dat ding heeft gemonteerd toen.’

(dit fragment is uit het boek Water, wat in 2018 verschijnt over het leven van Mayim Kolder)

Onze zorgen over onze zorg


Zorgen-makenGisteravond had ik een schrijversblok, normaal heb ik dat niet, maar het overkwam me zomaar. Ik vroeg via twitter of iemand een actueel zorg-onderwerp wist. Ik wist niet wat me overkwam. Binnen een paar minuten had ik wel voor 10 blogs materiaal. Ik wist wat me te doen stond: Een zorg top tien samenstellen, zonder commentaar. Want het zegt genoeg. Het is de week van de reflectie, dus politiek Den Haag, doe er je voordeel mee, want Nederland is bezorgd.

1. Ik maak me zorgen over het scheiden van wonen en zorg in de verzorgingshuizen. Door de verwijdering van de broodnodige zorgzwaartepakketten 1 t/m 4 uit de verzorgingshuizen zullen indicaties veranderen. Cliënten met beperking kunnen straks met lage indicatie niet meer wonen in instellingen.

2. Ik maak me zorgen over de transitie van AWBZ naar Wmo. Ik weet dat gemeenten er nog lang niet klaar voor zijn. Ouderen en mensen met een beperking zullen hier slachtoffer van worden.

3. Ik maak me zorgen over ‘De trechter van Dunning’. Over het uitselecteren van de zwakkeren in de samenleving. Dit gaat de patiëntenzorg erg overhoop gooien in Nederland.

4. Ik maak me zorgen over het CIZ; de frustraties van de aanvraag en herindicatieprocedures en de muur van formaliteit en afknijpzucht die je tegenkomt. En ook nog eens de miscommunicatie en bureaucratie bij deze instelling.

5. Ik maak me ernstige zorgen over het verdwijnen van het gros van de zorgboerderijen door de indicatieveranderingen. Deze zeer gewaardeerde dagbesteding dreigt tussen wal en schip te vallen.

6. Ik maak me ernstige zorgen over de transitie van jeugdzorg naar gemeenten waar diverse gemeenten nog geen raad mee weten.

7. Het gaat in Nederland een drama worden, ook voor vervoersindicaties en sociale werkvoorzieningen.

8. Ik moet nadenken over de keuze of bijverzekeren voor een gezond iemand nog wel nodig is met zo een hoog eigen risico.

9. Ik maak me zorgen over de inzet op zorg op afstand! Mensen in hun eigen omgeving laten blijven door zorg op afstand te bieden met behulp van technologie.

10. Ik maak me zorgen over het niet inzetten van eerstelijns therapeuten bij indiceren of inschakelen als het zelfstandigheid vergroten kan

Belangrijke noot: Dit is een niet representatieve steekproef. Een beetje ‘sloppy science’ zogezegd, want het zijn slechts de reacties van een select gezelschap volgers van mijn twitteraccounts. Dus excuus. Het doet wel recht aan mijn zorgen over de zorg in Nederland. In mijn volgende blogs ga ik in op de diverse onderwerpen.

Marcel Kolder, alias kanteldenker, is strategisch boardroom adviseur op het terrein van identiteit en communicatie. Verder schrijver, ontwerper, lobbyist, spraakmaker, cultuurmaker en blikverruimer. Hij is het energievretend onderdeel van het leukste gezin van Nederland (vindt hij). Zijn dochter is zwaar gehandicapt, en mede door zijn toedoen rolmodel in het nieuws. Marcel Kolder is 25 jaar ondernemer en eigenaar van bureau Draoidh. Hij zit zich in in allerlei constellaties voor behoud van eigen regie bij mensen met een levensbrede en levenslange zorgvraag.

Floriade 2022 is een exponent van de blauwe oceaangedachte


Image

De jongste polder Flevoland is letterlijk gemaakt en ontworpen om te produceren. Sinds de eerste akkerbouwers en tuinders zich in deze polder vestigden, ruim een halve eeuw geleden, hebben deze sectoren zich ruim ontwikkeld. Het nieuwe land onderscheidt zich duidelijk van het oude land. De overmaat aan ruimte, de bodemkwaliteit en de waterhuishouding is subliem ontworpen. Flevoland wordt in het buitenland de ‘green valley’ van Europa genoemd.

Als polderverzamelaar toon ik graag een van mijn dierbaarste polderbezittingen; het boek ‘De economische beteekenis van de drooglegging der Zuiderzee’ uit 1901. Daarin staat: ‘De Twaalfde Provincie geeft het land kracht, het Volk brood, dat is de Vrucht van de Onderneming. De onderneming moet een zaak des Volks zijn, ze moet een ‘national cry’ worden, gerealiseerd door eene Krachtige Regering, gesteund door den wil eener wakkere, van eigen kracht bewuste Natie. Niet om te moraliseren maar om de urgentie van het droogleggen te beantwoorden.’

De polderhoofdstad werd Lelystad. Een hommage aan ingenieur Cornelis Lely die de eeuwenoude droogleggingsideeën werkelijkheid maakte. Almere werd door zijn ligging en woonuitvalbasis tegen de wens van de bestuurders van weleer en tegen de verwachtingen in de grootste stad. Ze is nu al de zesde stad van Nederland met ongeveer 200.000 inwoners. Ongeveer de helft van het aantal inwoners van Flevoland.

Kritiek op Flevoland

Soms lijkt het of Nederland zich geen raad weet met de jongste provincie. Terwijl de maakbaarheid van het jonge land en de jongste steden van Europa zo fascinerend is. Na ruim een halve eeuw produceren voor Nederland, en niet alleen agrarisch, maar ook tienduizenden woningen voor een prettige prijs, hebben veel mensen kritiek op het jonge land en haar steden. Volgens hoogleraar dr. Gerard Marlet is Almere bijvoorbeeld een geografische Blunder. Almere ligt te ver weg van Amsterdam om te profiteren van haar aantrekkelijkheid en heeft zelf te weinig te bieden aan de creatieve klasse en aan de hogere klasse.

Wetenschappers als Marlet kijken vanuit het paradigma van het oude land, de oude stad. Wat niet voldoet, scoort laag op de ‘lijstjes’ van relatief succes. Marlet leeft met het idee dat je nieuw land en nieuwe steden ergens mee kan vergelijken. Hij ziet slechts het gebrek aan oude panden, oude structuren, gebrek aan gevestigde cultuur en oude bewezen structuren. Daarmee gaat hij voorbij aan de kwaliteiten van de onvergelijkbare ruimtelijke groene omgeving en de suburbane stad in Flevoland. Flevoland heeft in verhouding de meeste natuur en bossen. De Oostvaarderplassen op steenworpafstand van Almere en Lelystad zijn een aaneengeschakeld natuurlijkgebied van tientallen kilometers lang met een unieke populatie. Tijdens de vogeltrek bevolken de meest zeldzame dieren het gebied, de vogelaars daargelaten.

Landschapsarchitecten

Steden in Flevoland hebben een hoge kwaliteit van veel groen, water en veel woning voor minder geld. Het waren de Flevolandse landschapsarchitecten die ooit de steden ontwierpen. Dat is iets om trots op te zijn. Voor de recent overleden Teun Koolhaas was het ontwerpen van deze woonomgeving een verwezenlijking van een ideaal. Hij zei: ‘Vroeger trok de adel de stad uit, stichtte landgoederen. En nu krijgen wij (… als landschapsarchitecten) de kans om een landgoed voor een kwart miljoen mensen aan te leggen.’

Ik weet als bewoner van Almere dat deze stad de hoogste economische groei van Nederland kent. En welke andere stad heeft 42 kilometer kustzone en 32 stadsstrandjes. Het aantal hoger opgeleiden is Almere is sterker gegroeid dan in andere steden. Wat Almere kenmerkt is een ongekende ambitie om de stad van de zeebodem op te bouwen tot een volwassen, unieke en fijne stad. Almere en ook de andere steden in de polder volgen slechts een andere route dan hoogleraar Marlet voor hogen heeft.

Blue ocean

De kern van het Flevolands succes ligt niet altijd in rode oceanen, waarin regio’s en steden als concurrenten elkaar bevechten rondom issues als economie, recreatie, arbeid, wonen en uitgaan. Gevechten van dat kaliber kennen slechts verliezers. Flevoland, en haar jonge steden, slaagt er juist in om het anders te doen. Vanuit een totaal ander paradigma een woon- en werkomgeving neer zetten die zich continu kan vernieuwen. Almere is de derde architectuurstad van Nederland. Ze heeft met haar jonge culturele sector diverse prijzen gewonnen. De slogan van Apple ‘Think Different’ is eigenlijk ook een eerbetoon aan de lef van de Flevolandse ontwerpers en de pioniersgeest van de huidige bevolking. In de blauwe oceaan van Flevoland en haar jonge steden is geen concurrentie met andere oudere regio’s. Flevoland is een mirakel volgens vele buitenstaanders. Nieuwlandse burgers zijn van een ander soort elite. Niet van de ‘gevestigde’ orde. Maar een nieuw ras. Flevoland heeft gekeken naar het succes van Apple, van Cirque du soleil, van Viagra. Out of the box. Want de zee waarin de oude steden zich bevinden, daar past de nieuwlandse burger niet bij. Het succes van Flevoland ligt in het steeds weer vinden van blauwe oceanen. Almere is het Cirque du Soleil van de randstad.

Floriade 2022

De afgelopen decennia hebben groene kennisinstellingen zich gevestigd in de polder. Agrarische hogescholen en andere instituten. Met de groei van de wereldbevolking en stijgende voedselprijzen, kan Nederland zich prijzen zoveel agrarische ruimte te hebben. Almere, met ondersteuning van alle partijen en steden in Flevoland, deed mee aan het bid om in 2022 de wereldtentoonstelling Floriade binnen te halen. Met succes. Het succes van de Blauwe Oceaan. De Floriade, met als titel ‘Growing Green Cities’. Ik geloof in dat project. Het idee van de ‘Garden City’ zou inspiratie moeten zijn voor de rest van de wereld. In 1898 definieerde de beroemde socioloog Ebenezer Howard het ideaal van de Garden City. Een soort Yin Yang tussen stad en land: ‘Town and country must be married, and out of this joyous union will spring an new hope, a new life, a new civilization.’ Hij heeft gelijk. Ik ben gelukkig in Flevoland. Punt.