Uit balans


vifort-foto-kwaliteitsregister.jpg

Mijn les. Als de dijk doorbreekt, doe er dan snel wat aan, en ga niet zitten wachten tot het land onderloopt.

Degenen die af en toe mijn blog lezen kennen de wondere wereld van de zorg rondom onze meervoudig ernstig gehandicapte dochter. Een zware, tijdrovende bezigheid. Maar we maken er het beste van.

Bij de mantelzorg voor onze dochter is nu de zorg gekomen voor mijn vrouw die kanker heeft. De vele tientallen behandelingen lijken na vele maanden nu aan te slaan.

Ik heb er heel lang over nagedacht of ik dit wel zou schrijven. Want het toont mijn kwetsbaarheid en in de zakelijke wereld waar ik toef geldt slechts succes.Ik ben chronisch moe en dat komt niet zomaar. Niet door mijn versleten knieën of de zeurende polyneuropathie. Daar valt mee te leven. Het is de niet alleen de zware mantelzorg die me opbreekt, het is ook het gevoel dat je niet alles meer voor je dierbaren kan doen. Superpapa is gestrand. Twintig jaar slaaptekort en dubbele zorg is naast je werk een bijna bovenmenselijke opgave. Er is nu eenmaal geen vangnet voor ZZP’ers. Want ik ben zelf niet ziek, maar mijn dierbaren zijn dat. Daarbij kwam dat onze fijne vaste PGB-hulp lichamelijk niet meer in staat was ons te kunnen helpen.

In oktober sloeg er dus een gat in mijn stevige opgeworpen dijk. Ik gaf toe dat het niet meer lukte, ook op sociale media en naar diverse besturen waar ik onbezoldigd werkte. Teveel borden in de lucht. Terwijl er al zoveel op dat hele grote bord lag in ons gezin. Een slikmomentje, want hulp vragen is niet ons ding. Niet van mij, en niet van mijn vrouw.

En dan zie je plotsklaps de kracht van de wondere wereld als je om hulp vraagt. Binnen een week was er een nachthulp beschikbaar. De afgelopen twee nachten heb ik echt diep geslapen, heel diep. Vanmiddag komen er twee PGB-hulpen solliciteren. Het WMO-wijkteam heeft de huishoudelijk hulp zojuist goedgekeurd. Het zijn maar een paar uurtjes, maar zo ontzettend fijn. Dit geeft mij tijd om weer te werken en te acquireren, en niet alleen huis te houden en zorg te geven. De kers op de taart, als je dat zo mag noemen in dit geval, is dat we ontdekken dat we best veel (onbekende) vrienden hebben. De afgelopen weken is ervoor ons gekookt, komt regelmatig iemand met lekkere soep. Is mijn fiets voor ons gerepareerd. En opeens staan er zomaar bloemen op tafel. En lieve kaartjes met meelevend medeleven.

Het water verdwijnt weer langzaam terug achter de dijken waar het hoort. Blij om. Hopelijk over een paar maanden wat minder moe en is alles weer teruggekanteld naar ooit.

Hoe creëer je een werkklimaat waar dwarsdenken geoorloofd is?


 

Macro-Hommel-2-1600x1060.jpgAls kanteldenker en corporate pain in the ass voor veel instellingen en overheden waaronder mijn eigen gemeente denk ik regelmatig na over waarom het zo moeilijk is om te vernieuwen, te veranderen of je eigen burgers of cliënten te vertrouwen. Want om eerlijk te zijn, je doet jezelf als organisatie tekort als je geen dwarsdenkers omarmt.

De afgelopen 15 jaar probeer ik op een vileine wijze de processen rond ambtelijke weerstand, Kafka, kastjes en muren, te fileren en kwam tot de ontdekking dat het er vaak op neer komt dat er niet echt geluisterd wordt naar de echte oplossing voor het probleem, een uitdaging of groeiend conflict. Bemoeienis met zorgvuldig geconstrueerd beleid of goed doordachte procedures worden niet makkelijk op prijs gesteld door mensen die al jaren op hun plek zitten en evenzovele jaren bepaalde dingen gewend zijn te doen op die manier. Bemoeienis kost tijd, veroorzaakt gedoe, is lastig en haalt je uit je comfortzone.

image002.png

Onbevangen luisteren is het buzz word

Terwijl juist de onbevangen houding van een inwoner, bedrijf, klant of patiënt over de onderhavige problematiek juist zoveel rijkdom biedt. Onbevangen luisteren, echt luisteren, zonder je eigen gedachten te laten prevaleren, juist om nog beter beleid en procedures te maken. En het tweede toverwoord hierbij is ‘samen’. Samen maken, samen doen en samen de verantwoordelijkheid nemen. In co-creatie.

Ik kan me nog de Google topman herinneren die in 2006 zei: ‘We run this company by questions, not by answers.’ Rond die tijd begon ik ook te bloggen over misstanden en oplossingen op Kanteldenker.nl en vele andere platformen en main stream media. Vaak over zaken die ons zorggezin persoonlijk raakten. Of mijn bedrijf, of mijn wijk. Want als ik lokaal zaken positief kan veranderen, dan kan dat ook op grotere schaal. Naast dat bloggen ontstaan nu mooie projecten en vele kantelworkshops in den lande.

Hommeles in de tent

Ik ontmoette vorige week twee dwarse denkers op het MVO-Nederland congres in Utrecht. Kunstenaar/uitvinder Daan Roosegaarde en duurzaam topondernemer Ruud Koornstra. Beiden worden sterk gedreven door het adagio: Je bereikt alleen wat als je het ook echt gaat doen. Ruud kwam met een voorbeeld dat TNO ooit had berekend dat hommels niet konden vliegen omdat hun vleugeltjes te klein bleken voor hun gewicht – gelukkig weten hommels dat niet. En vliegen vrolijk rond.

Daan toonde zijn projecten in het vervuilde Beijing: Meters hoge knap gedesignde, slimme luchtverfrissers die parken smogvrij houden en een energiegenerator en lichtkunstwerk van allure met behulp van reuze vliegers. Deze koppelde hij aan onze nationale trots, de afsluitdijk, die net als de Chinese muur zichtbaar is vanuit de ruimte. het was een oorspronkelijk idee van astronaut Wubbo Ockels. Met de op en neer gaande beweging van de vliegers krijg voor eeuwig energie. Daan voegt met zijn uitvindingen letterlijk licht toe aan de duisternis. Door gebruik te maken van het perpetuum mobilé dat wind heet. En wat is de filosofie achter al deze successen? Eigenlijk door juist wel te geloven in schijnbaar onmogelijke ideeën en tegenstellingen en aan de slag te gaan. In het verlengde van wat hommels doen. Ongewoon vliegen.

Verwelkom oproerkraaiers

Bedrijven, instellingen en overheden hebben enorme behoefte aan vernieuwers, omdenkers, kanteldenkers, dwarsdenkers en dies meer.Zeker als het gaat om ons bedrijfsleven duurzamer in te richten. In ons land richten we ons steeds meer op de kenniseconomie. We hebben echt een voorsprong als het gaat om technologische duurzaamheidsinnovatie. Vooral in de oude economie zullen we meer moeten leren loslaten en vertrouwen op de innovatiekracht van de inwoners en jonge talenten van ons land.

Het World Forum kwam met een tienpuntenlijstje wat de kenniseconomie nu nodig heeft aan skills de komende paar jaar. Vooral die eerste drie bewijzen het voorgaande verhaal.

  1. Complex Problem Solving
  2. Critical Thinking
  3. Creativity
  4. People management
  5. Co-ordinating with others
  6. Emotional Intelligence
  7. Decision Making
  8. Service Orientation
  9. Negotiation
  10. Cognitive Flexibility

Afleren is een grotere vaardigheid dan simpel kennis stapelen

Dat zijn dus de kwaliteiten van de kenniswerkers van deze toekomst. Mijn voorstel is dus: Verwijder de kastjes en muren. Omarm de dwarsdenkers en oproerlingen in je organisaties. Omarm diversiteit. Neem statushouders aan, mensen met een arbeidsbeperking. Stop met het werven van klonen van jezelf. Je doet jezelf en de organisatie daar tekort mee. Ga op zoek naar de Roosegaarden onder je eigen mensen en geef ze speelruimte. De kenniswerkers van deze tijd zijn niet de geletterden maar de mensen die willen afleren en willen leren.

 

 

 

Wat vindt ons krokodillenbrein van fastfood?


Vooral in binnensteden zie je de enorme snackwinkelinvasie. En niet alleen de bekende ketens. Amsterdam is niet de enige plek waar we overdonderd worden door deze hype. Bij mij om de hoek in Almere verschenen in een korte tijd wat ijssalons. De hippe foodtrucks op allerhande festivals doen daar vrolijk aan mee. Fastfood is ook makkelijk eten, simpel te bewaren. Gefrituurd en ultra bewerkt voedsel gaat nu eenmaal lang mee. Maar niet zo gezond. De negatieve kanten van de te zoute, te vette ongezonde hap vergeten we vaak, omdat de verleiding erg slim gaat.

Krokodillenbrein houdt van vies

Natuurlijk, fastfood adverteert ook met frisse salades naast je ‘Tasty Burger’. Maar groenten is toch iets minder ‘Tasty’ volgens ons krokodillenbrein. Ons brein vindt zout, zoet en vet megalekker. Een dan ook vooral de geuren van dat, meestal gebakken, voedsel. Die geuren gaan rechtstreeks onze hersenstam binnen, en enkel door onze neus dicht te knijpen kunnen we de verleiding weerstand bieden. Kunnen ruiken is ook het enige zintuig wat we niet kunnen ‘afsluiten’ van de wereld om ons heen. We kunnen kijken, en niet zien, we kunnen horen, en niet luisteren, we kunnen likken, en niet proeven. Geur dringt door, duikt als enige meteen je krokodillenbrein in, gaat naar je hersenstam. Altijd. En dat weten de marketeers, de fastfoodketens, en de bakker op de hoek als geen ander.

Gezond eten moet weer leuk

Bijna iedereen probeert gezond te eten, maar op de een of andere manier lukt het de fastfoodketens ook om in ziekenhuizen en scholen hun winkeltjes te openen. Juist op plekken waar gezond eten essentieel is. Daarom is het goed dat ik samenwerk met het bedrijf Yes We Do! Een bedrijf dat een alternatief wil bieden. Een gezonde snack. Een lekkere snack. Vers uit de regio. Een bezorgdienst en pick-up point. Lekkere biologische koffie voor weinig. Hiervoor willen ze de duurzame kiosken die ik produceer inzetten. En het liefst in wijken waar gezond biologische eten belangrijk is. Als een heerlijk alternatief. Voor normale prijzen.

60 procent van de Nederlander heeft in 2040 een chronische ziekte

Ik vond onderstaand bericht in een van mijn krantenknipsels. Ons grootste probleem is niet hoeveelheid voedsel, maar de kwaliteit van ons voedsel. Zeker nu ik ook lees (RIVM 2017) dat in 2040 meer dan zestig procent van de Nederland een chronische kwaal heeft (vooral obesitas en suikerziekte). En ik vind daar wat van.

The European Environment Agency over de kwaliteit van leven in steden (2012): 

Over the past decade, urban quality of life has substantially improved, but, yet, in society at large, ground is being lost, serious health problems are arising from air pollution, the number of obese people is increasing and major economics, environmental and social impact are foreseen as a consequence of climate change. The problems are serious, and we are on the brink of a potentially irreversible change. While our current way of life provides us with quality, at at the same time it is putting our future at risk. A change to sustainable life styles, which nonetheless provide all necessary happiness, is required.’

De kracht van een ‘sustainable story’


Een houdbaar verhaal als antwoord op een nieuwe organisatie-identiteit

Bij het vertellen in een kleine kring van een boeiend of goed verhaal ontstaat een onderlinge verbondenheid tussen de luisteraars. Deze verbondenheid ontstaat vanzelf. Zeker als je een speld kunt horen vallen. Een verhaal biedt overzichtelijk in een complexe versnipperde samenleving.

Inhoudelijke dimensie

Een ‘sustainable story’ over hoe je als bedrijf in de wereld staat bijvoorbeeld. Dat kan een organisatie veel inzichtelijker maken dan je via een-dimensionele ‘reclame’ doet. Een goed verhaal gaat over waarom je de dingen doet zoals je ze doet’. Het geeft een inhoudelijk fundament aan de organisatie. Waar zij voor staat en gaat. Waar zij zich voor wil inspannen. En natuurlijk voor andere zaken dan alleen financiële winst of aandeelhouderswaarde. De wereld een beetje mooier te maken voor elkaar bijvoorbeeld. Met de sustainable Development goals. Daarmee geeft zij aan hoe ze de wereld ziet, hoe zij de wereld verrijkt, als antwoord op de onoverzichtelijkheid.

Relationele dimensie

Het verhaal verbindt verleden, heden en de toekomst van de organisatie met de dynamiek van de omgeving. De scheiding tussen koper en verkoper bestaat niet meer. Beide zijn als het ware geblend. Als een soort twee-eenheid. Je identificeert je met elkaar. Dat ziende, nodigt de organisatie mensen uit die zich verbonden/aangetrokken voelen, om te participeren, te adviseren over producten of diensten (of weg te blijven). Door het verhaal positioneert de organisatie zichzelf nadrukkelijk naar anderen.

Emotionele dimensie

Aan de eigen medewerkers biedt het herkenning, identificatie en betekenis. Vult het ook het emotionele inleven in organisaties en haar medewerkers. Als het goed is zijn de medewerkers ook onderdeel van het verhaal. En daarmee biedt het ankerpunten voor de eigen identiteit.

Basis voor communicatie en gedrag

Met een goed verhaal kunnen bruggen worden geslagen tussen de organisatie en de wereld. Door daarbij belangrijke organisatiewaarden en de waarden van je ‘doelgroep’ te matchen kun je gedrag en symboliek zo afstemmen dat er naast ‘likability’ ook ‘unity’ ontstaat tussen jouw organisatie en je klanten. In eendracht bouw je dan samen aan je product, schep je samen wellicht nieuwe producten, waardoor klanten nog meer betrokken zijn en daarmee meer dan enkel ambassadeur van het product worden. Een krachtige band.

U kunt me bellen om hier eens over te praten als u enthousiast bent over deze filosofie.

FullSizeRender.jpg

 

Een pint drinken en tegelijk je was doen. Het kan(telt) in Antwerpen.


460076_473209656063284_853176103_o-1500x430

Je bent student, studeert, zit op kamers en je wil niet elke week naar je moeder met een zak vuile was. Maar de meeste wasserettes, die zijn niet echt gezellig vanwege die felle TL-lampen boven de rij wasmachines.

Nou, daar komt verandering in. Je moet de Wasbar maar eens betreden in Antwerpen of Gent. Het merk is ‘brand of the year’ geworden. Je kunt je was in de rij machines duwen en meteen aanschuiven in de ‘lunchroom’ met gratis Wifi, bureaus om aan te werken of genieten van een lekkere maaltijd. Dus kom je wel eens in Vlaanderen? Dan moet je toch eens langs de Wasbar, en neem een proefwasje mee.

Functiemenging oplossing in Nederland

De ultieme mening van functies in een winkel. In Nederland zou dat ook een moeten, maar regelgeving en bestemmingsplannen houden dat tegen. Een chique kledingzaak in Amsterdam-Buitenveldert kreeg een boete omdat ze een glaasje champagne schonken voor hun rijke cliëntèle. Klacht van de plaatselijke slijterij. Functiemenging mag nu eenmaal niet in veel steden.

Kanteling in de Jan Eef

Gelukkig zie je wel een kanteling. In de Jan Evertsenstraat in Amsterdam zijn mooie pilots waar je mengvormen ziet van kledingzaken èn lunchrooms ineen. Dat zijn de eerste ‘free zones’ in Nederland. Experimenten van durfgemeenten. En dat zijn er al meer dan dertig. Zo maak je saaie leeggelopen straten en plekken weer gezellig, verrassend en een beleving.

Placemaking

Placemaking heet dat, met leuke tentjes, winkeltjes, kiosken en warenhuizen waar meer kan dan bestemt door de afdeling handhaving met hun regels uit de vorige eeuw. Zullen we de bestemmingsplannen van de Nederlandse binnensteden ook eens goed door deze moderne droogkuizerij halen? Daar worden inwoners, studenten en ik zeker en vast een stuk blijer van.

Corporaat opschudder dus


vullingen-van-hoofdkussens

‘Ik ken je vooral als hulptroeper en ideeënman’, zei een buurtgenoot gisteravond tegen me toen ik de hond uitliet. Fijn, zo een imago. De stortvloed aan ideeën die ik genereer voor mijn klanten, projecten van anderen, voor mijn gezin (pap, hou nou eens op met die ongein), op mijn werk (Marcel, kom op, daar hebben we geen genoeg tijd voor), in een stroom die ook nooit schijnt op te drogen, ja, dat ben ik dus. Eureka-ervaringen creëren en dwarrelende denkbeelden vangen.

Het is een heel prettig mankement aan mijn persoonlijkheid. Opschudden, kantelen, inspireren, aanpakken, samen hemelbestormen, en het stuk vervullen tussen droom en daad, dat ligt me wel. Maar zijn niet enkel mijn eigen ideeën. Vaak help ik juist de ideeën van anderen verrijken. Aard van het beestje. Een soort van instant incubator. Een snelkookpan, een corporaat opschudder. Hoe ik dat doe? Ligt het aan mijn voelsprieten, mijn brede lurven of is het simpelweg subliminaal gestuurd? Is het misschien een prettige ziekte? Heb ik mijn kind-zijn nooit verlaten of pak ik gewoon de vonken uit de wereld en verzamel leuke fijne nieuwsgierige mensen om me heen. Ik ben er nog niet achter.

Okay. Vaak schuren mijn aanvullingen of ideeën met de mainstream. Kun je de helft weer weggooien. Maar ja, zeg zelf, mainstream is zo ontzettend mainstream. En de wereld is zoveel mooier te maken. Ik creëer met zoveel liefde keerpunten voor bedrijven, organisaties, en voor mijn buurtgenoten. En het maakt niet uit vanuit welke rol, als de woorden ‘mens’, ‘duurzaam’, ‘groei’ en ‘samen’ maar in het script staan. Gebruik me als verteller, maker, verbinder of bedenker. One size fits all. De eeuwige rode draad in mijn leven. En ik besef me nu dat ik dat al 50 jaar doe. Vanaf de kleuterschool eigenlijk, maar dat is dat andere verhaal.

Maar natuurlijk gaat het niet enkel over mijn ideeën. Ik help juist de ideeën van anderen verrijken. Dan heb ik de rol van ‘Verzamelaar van wonderlijke ideeën’.

We gaan naar zelforganisaties in de zorg


Onder het mom van ‘De kosten rijzen de pan uit’ snijdt het kabinet met 8 miljard euro in zorg die zij overbodig acht, en vooral in arbeid. Daarbij misbruikt ze het ‘frame’ dat ze enkel de ‘uitwassen’ in de zorg op de schop neemt. En dat is niet zo. 

Daarbij komt dat het huidig kabinet vastgeketend zit aan zelfopgelegd wantrouwen naar cliënt en instellingen waardoor de bureaucratie met een veelvoud vermenigvuldigd. Hierdoor ontstaan IT- en verantwoordings ‘gedrochten’ die ontaarden in geld slurpende mastodonten, waar niemand meer van weet waarvoor het systeem ooit bedacht is. Met het PGB-debacle bij de WMO-transitie als apotheose. 

Het kan echt radicaal anders. Dit kabinet en de politiek dienen te beseffen dat de sturing en bezuinigingen die ze inzetten uitgaan van een reflex omdat ze niet anders kunnen. De controlezucht verstikt innovatie in de zorg, het onderwijs, et cetera. Het vermolmt de veerkracht van bijvoorbeeld de zorgprofessionals en het onderwijzend personeel.

Terwijl de politiek probeert grip te krijgen op de oude wereld als rekenmeester, bevinden nieuwe zorg-initiatieven zich allang in de nieuwe wereld en steken coöperaties en andere vormen van zelforganisatie de kop op. 

We gaan kantelen. We gaan met elkaar verbindingen aan met publieke organisaties zonder daar de politiek meer in te betrekken. Deze orde met lege handen achterlatend. De nieuwe orde gaat uit van empathie en sympathie, van meervoudige verbindingen en professionaliteit in gezamenlijkheid. Zich afkerend van het economisme, het kapitalistisch gestuurde marktsysteem, dat door Jesse Klaver van GroenLinks is gelanceerd. Het economisme: de wereld waar de rekenmeesters het voor het zeggen hebben, maar als volledig mislukt wordt gezien in de zorg. Met als laatste stuiptrekking het voorstel van verzekeraars om winstuitkeringen te doen … hoezo winsten uitkeren? Investeren in betere zorg lijkt me. Of nog meer in de medische dossiers van patiënten willen gluren om eventuele fraude van instellingen of artsen tegen te gaan. Absurd. 

Wat me interesseert is wat het vergt om met zijn allen de kloof te overbruggen en die ‘kanteling’ te maken naar anders, naar nieuw, naar samen? Wat zijn de instrumenten die je in de zorg kunt gebruiken? Zijn er al ‘best practices’ naast het verhaal van Jos de Blok, met zijn buurtzorg. Want dat moeten we elkaar blijven vertellen. Die successen, de successen van de nieuwe wereld.