Mag er een beetje meer Aikido in de communicatie?


be694f2a0aeb9fd81cc9c492d0a91e0c

Hup, laat ze het zelf opknappen, die bovenbazen, al dat gedoe met al die schandalen. Leer ze als slimme communicado gewoon Aikido. En blijf zelf weg uit de verbetenheid in de (sub)top. Je hoeft je broodheer bij schandalen echt niet meer te beschermen tegen de boze buitenwereld. Trek op moment van crisis niet alles meer uit de kast om de reputatie van je organisatie te ‘redden’. En stop meteen met al die schuldbelijdenissen. Die ‘Mea culpa’s’, daar koopt niemand meer iets voor.

Ik zal niet uitputtend zijn, ik noem de actuele feiten. De NS met stiekeme aanbestedingsspionage, Volkswagen met stiekeme dieselchips en onze Groningse gasbel met geheime afspraken tussen politiek bestuurders en aandeelhouders. En het volk is niet gek. Een slimme onderneemster verkoopt in Groningen al broodjes ‘Gasbel’. En weet je, er zit stinkkaas op. Mijn advies, wordt als voorlichter geen oplichter. Verdedigen of vluchten is de basale reflex van de bovenbazen en hun lijfeigenen. Aanvallen trouwens ook. Kijk maar naar Geert Wilders die rechter of parlement aanvalt door er ‘nep’ voor te zetten. Er is een vierde weg.

Natuurlijk, het is begrijpelijk dat je liever niet praat over de incompetenties van je baas, of politieke leider. Het is leuker om te oreren over de ambities, groei en kansen van de club in diskrediet. Maar besef wel dat je daarmee het rookgordijn voor falend leiderschap in stand houdt. De rol van de communicatieman en -vrouw is vandaag de dag volledig gekanteld en het ambacht heeft niet méér kennis en vaardigheden nodig, ze heeft Aikido nodig.

‘Aikido is een verdedigingssport waarin de energie van de ander het uitgangspunt is. Door optimaal gebruik te maken van de energie van de ander wordt ruimte gecreëerd, de aanval afgewend en geneutraliseerd. Aikido maakt gebruik van natuurlijke bewegingen vanuit rust en balans. Je leert om met innerlijke rust en balans flexibel in te spelen op je omgeving.’

Omarm de schaduwkant van het vak

Als je graag de regelneef speelt, het stappenplan voor de gewenste identiteit van je bedrijf in een kekke Prezi zet, graag mega-klanten-events organiseert en precies weet hoe je een veranderproces moet orkestreren, met alle ins and outs, dan kun je beter stoppen dit verhaal te lezen. Dan snap je niet hoe het vak echt in elkaar zit. Communicatie-vakkundige zijn is behalve een ambacht uitoefenen, tegenwoordig vooral werken aan andere ‘mindsets’, met je bovenbazen, je tussenbazen en vooral met je onderbaasjes: alle medewerkers. Waar je de bovenbazen leert hun zekerheden los te laten, leer je tegelijkertijd de onderbazen onzekerheden te omarmen. En dat verlangt een andere rol én ander curriculum van de vakkundige communicatiespecialist.

Waarom leer je niets van schaduwkanten op de communicatieopleiding

Je schaduwkant kennen is de enige kant die echt van belang is, weten oude indianen. Het wijst je op je onvolledigheid. De omgang met falen maakt tot wie je bent. Dat omgaan met de schaduwkanten van bedrijf en leider, daar liggen de kwaliteiten waar de vakkundige adviseur aan kan werken. Je schaduwdeel is onderdeel van je totale werkelijkheid. Omhels die kant en je wordt een sterker adviseur. Laat je organisatie de eigen schaduw omhelzen en het wordt een eerlijker bedrijf.

‘Handelen in harmonie met je eigen karakter, je innerlijke kwaliteit inzetten. Ieder mens is uniek. Ieder mens heeft specifieke kwaliteiten. Aikido helpt om die eigenheid te ervaren en in te zetten. Je leert te bewegen vanuit eigen kracht, niet vanuit strijd met de ander.’

Mag het een beetje meer Aikido in de opleiding tot adviseur is de titel. Akido leert je bewegen vanuit de eigen kracht. Als je als adviseur rondom de macht vertoeft, merk je dat er snel wordt gehecht aan abstracte concepten en cijfermatigheden. Je wordt erin meegesleept en vergeet de bron. Wat oude indianen goed begrepen, is dat de natuur geen ego kent. De wereld van het ego is tijdsgebonden en vluchtig. Kijk naar de natuur, die is zoveel efficiënter. Een zaadje levert amper inspanning om boom te worden. De natuur kent de wil om leiding te nemen. Herkent de wetmatigheid van moeiteloos leven. Egoloos, dus moeiteloos. In de moderne wereld is de neiging groot om veel tijd door te brengen met denken, overwegen, praten, beslissen, piekeren en brainstormen. Allemaal “hoofd” activiteiten. Aikido helpt om de balans tussen lichaam en geest te herstellen en alertheid te ontwikkelen. Het zijn niet-literaire middelen die als doel hebben iets teweeg te brengen in de bedrijfssociale context. Je bent eerder ontregelaar dan regelaar. Je kunst wordt bestaande interactiepatronen op losse schroeven te zetten. Je bent de contrastvloeistof binnenin.

Wordt eens een druïde, bard of nar

De Germaanse koningen hadden druïdes in dienst. Ook Ceasar had er behoefte aan, heb ik me laten vertellen. En dat was niet zomaar. De druïde leert de leider anticiperen op de vele rollen die hij moest (uit)oefenen. Door bijvoorbeeld niet weerbarstig te zijn, maar flexibel. Speel eens een bamboestengel na in de storm (eng hè) en voel de sensatie in je lichaam. Benut dat in een volgende crisis. Het is de flow van leiderschap. De Tai-Chi van je levensenergie – of wordt het nu erg Oosters. Maar als je tot hier in de tekst bent gekomen, heb je in ieder geval doorzettingsvermogen getoond. Door de theorie van Aikido leer jij, je baas en je organisatie in alle rust naar het veranderend landschap kijken. Van de zomer en herfst naar de kille winter. Standvastig in visie en waarden. Als een boom uitkijkend over de glooiingen van de verandering. Het stuur losjes in handen, prioriterend, actief en gemotiveerd. Meesturend met de onderstroom.

En neem als communicado de rol aan die je past op dat moment. Die van de wijze druïde, de spiegelende nar of de verhalende bard. Echte adviseurs worden gedreven door een innerlijke verplichting om zaken beter te doen, zinvoller, of wat je het ook wil noemen. En gebruik daarbij je zesde zintuig, die innerlijke drijfveer is je kompas. Vertrouw er maar op.

‘Door training ontstaat een innerlijke kracht, een stevigheid die onwankelbaar is. Tegelijkertijd biedt Aikido elk moment de keuze: wegstappen, meebewegen of doorzetten. Steeds is de weg waarlangs flexibel, de kern waaruit solide.’

Marcel Kolder is kanteldenker en eigenaar van Draoidh bv – een ander communicatiebureau

Almere wil zo graag een echte stad zijn


Almere worstelt sinds de ontstaansgeschiedenis in 1976 met de gevolgen van haar snelle groei en identiteit. Van pionieren en met de voeten letterlijk in de klei is deze stad gegroeid naar de 7e stad van Nederland. De newtown heeft zelfs de ambitie om 5e stad van ons land te worden. Deze snelle groei is miraculeus maar kent ook zijn groeipijnen. Vooral tijdens de huidige crisis en vooral op het sociaal-culturele vlak.

Almere ontwikkelt snel en tijd voor reflectie lijkt er amper. Hierdoor zijn de kleren doorlopend te klein voor het lijf. Kijkend naar de behoefte van de stad loopt zij continu achter bij de parallelle ontwikkeling van sociaal-culturele voorzieningen. De Sociale Atlas Nederlandse Gemeenten 2012 vertelt dat Almere qua cultureel voorzieningsniveau op de 49ste plaats staat van de 50 grootste steden. Dit voorspelt niet veel goeds als er te weinig geld en aandacht gaat naar de natuurlijke bindmiddelen van een stad: de cultuur. De ‘cultureel verwende’ en voor de ontwikkeling van newtowns in Europa juist zo belangrijke middenstandselite verdwijnt momenteel naar oudsteden die wel deze bindingsfactoren te bieden hebben. Almere zou zo maar opeens het getto van de Randstad kunnen worden. Her en der zijn in Europa daar voorbeelden van te zien. De ontwikkeling in het oosten van Duitsland waar in de DDR-tijd enkel aandacht was voor goedkope eenvormige wijken met hoogbouw. Veel kansrijke en jonge ex-Oostduitsers keren deze steden de rug toe. Men kan gerust stellen dat bijna alle na-oorlogse wijken op de woonkwaliteitladders in Nederland vrij laag scoren. Met als exponenten Amsterdam Osdorp en Bijlmermeer. De banlieues rondom Parijs hebben vergelijkbare problematiek. Monotone woonsteden met dito woongebouwen zonder ‘hart’ worden wel gekscherend ‘bedroomtowns’ genoemd. Het is evident dat de in sneltreintempo door bestuurders en stedenbouwkundigen gemaakte nieuwe steden een achterstand oplopen op het culturele vlak. Een sociale structuur en een herkenbare stadsidentiteit ontwikkelt zich pas nadien. Meer nieuwe steden in Europa worstelen met dit fenomeen. In Nederland zoeken vinexlocaties Leidsche Rijn en IJburg houvast aan de stad waar ze bij horen en halen hun ‘sociale en culturele identiteit’ weg bij de oudstad in de buurt.

Almere wil een echte stad zijn
In het begin van deze eeuw vroeg het toenmalig stadsbestuur zich af of de stad na 27 jaar moest breken met het suburbane karakter van de stad. Dat werd bevestigd door een leefstijlenonderzoek van het bureau Motivaction, waaruit bleek dat Almeerders veel moderner en minder tradioneel waren dan verwacht. De diversiteit aan leefstijlen is opvallend aan Almere. De conclusie die werd getrokken was dat er meer stedelijkheid moest komen. Ook andere conclusies waren interessant. Meer studenten in de stad en meer diversiteit. Met de komst van de hogescholen de afgelopen jaren is er een goede stap gezet.

Vanaf dat bewuste moment vonden er een meerdere interventies plaats die vooral te maken hadden op de sociaal-culturele kant van stad. Er kwam een ontwikkeling op gang rond zingeving en een de zoektocht naar de (culturele) identiteit van modelstad Almere. De aanstelling in 2007 van de bijzonder hoogleraar sociologie Arnold Reijndorp die op de Han Lammersleerstoel mocht plaats nam, kan worden gezien als een serieuze poging van het stadsbestuur om aan de zachte kant van de stad te werken.

Uiteraard heeft Almere nog geen kans gezien te groeien en ontwikkelen zoals veel oude steden in Europa. Ondanks de planmatige en zorgvuldige stedenbouwkundige ontwikkeling werd in het door ingenieurs bestierde Flevoland meer gefocust op de harde component: plannen, ontwerpen en bouwen als oplossing. De bouw van een kostbare popzaal in 2004 zorgde niet voor de broodnodige culturele injectie. De zaal ging binnen een jaar failliet en er zit nu een casino in. De keuze voor het neerzetten van een ‘gebouw’, als harde interventie, zorgde niet voor de gewenste aanwas van culturele activiteiten. Langs de lijn van de vorm blijven dit holle ruimten in een cultureel nog in te vullen stad. De interventie zou meer effect hebben als ze langs de lijn van de inhoud gericht is. Het inkopen van bijvoorbeeld een volwassen symphonieorkest is niet de oplossing. Het ligt meer in de lijn van nieuwe broedplaatsen voor jonge kunstenaars in de rafelranden rond de stad. Echter bij gebrek aan oude pakhuizen en loodsen zal een newtown hier creatiever mee moeten omspringen.

Een van de initiatieven die de zoektocht naar zingeving en identiteit ondersteunen is de oprichting van de stichting Historisch Almere. Deze stichting is opgericht om de belangstelling voor Almere te stimuleren. Elk jaar vindt er de Hazelnootlezing plaats. Hazelnoten hebben voor Almere een bijzondere historische betekenis. Enkele verkoolde hazelnootdoppen tonen aan dat Almere een zeer oude geschiedenis heeft. Archeologen hebben bij boringen in Almere Buiten, op grote diepte van circa 9 meter onder de oppervlakte, verkoolde hazelnootdoppen gevonden die met vuursteen zijn bewerkt. Deze kleine vondsten van 8.000 jaar voor Christus duiden op menselijk leven: de eerste Almeerders! Het geeft een historische dimensie aan de stadsidentiteit. Cultureel erfgoed van allure, dat is wat Almere naast een hoop lef op stedebouwkundig gebied, blijkbaar ook heeft. In de bodem van Almere zit een schatkist met sporen uit het eerste landschapsgebruik van jagers-verzamelaars in Europa. Het historisch erfgoed van Almere is in die zin startpunt van haar geschiedenis. En niet alleen pijlpunten en hazelnoten, ook de vele ongeschonden en rijk gevulde scheepswrakken uit de gouden eeuw en later voegen een nieuw perspectief toe aan de geschiedenis van de jonge stad.

De stad Almere was het Nederlands antwoord op welvaartsgroei
Alle steden zijn een hybride van natuurlijke processen (in de zin dat ze zich grotendeels onttrekken aan menselijke beïnvloeding) en cultuuruitingen. In de zin dat zij een rechtstreeks gevolg zijn van welbewuste menselijke beslissingen en handelingen’.
Na-oorlogse nieuwe steden ondergaan met enige regelmaat veranderingen naar een volgend ‘format’: de groei van pioniersstad naar een adolescent en volwassen stad. Almere bijvoorbeeld heeft al veel interessante transformaties gekend. Daarbij is te denken aan milieutransformaties (van zee tot land), kolonisatieprocessen in het nieuwe land (van planten, dieren en mensen), ontwikkelingsstadia (van massaal en monofunctioneel tot kleinschalig en gedifferentieerd) en methoden (planmatig topdown en spontaan bottom up). Elke groeiende newtown zal na een tijd vanzelf transformeren tot een city. Wat betekent dat de oude bevolkingsgroep (de middenstandselite) wordt geconfronteerd met nieuwe groepen. In Almere is deze instroom de laatste 15 jaar flink toegenomen. De nieuwkomers zijn verschillend aan de pioniers die voornamelijk uit Amsterdam kwamen. Almere wil ook voor zijn nieuwe bewoners aantrekkelijk blijven. Aantrekkelijk voor jongeren, voor allochtonen (op dit moment is dat 28% van de Almeerse bevolking), maar ook voor mensen met een hoger inkomen en dito eisen aan een stad. Opvallend in Almere, maar ook andere nieuwe steden is de enorme stroom opwaarts in de (woon)carrièreladder van haar bewoners. De interne migratie in Almere was groot. Met een gemiddelde van eens in de vier jaar kiest een Almeerder voor verhuizing naar een nieuwe wijk, een groter huis, met achterlating van de oude buurt. Waar verpaupering op de loer licht.

Modelstad Almere als Madurodam van modern Nederland
Nieuwe steden zoals Almere zijn in de tweede helft van de vorige eeuw ontwikkeld om in de behoefte van goed en ruim wonen te voorzien. En dat volgens de toentertijd nieuwste stedenbouwkundige inzichten. Hierdoor zijn wijken en steden ontstaan die voornamelijk monofunctioneel waren: er wordt gegeten en geslapen. Werk en uitgaansleven vindt plaats in de ‘grote stad’ in de buurt. Veel nieuw ontwikkelde steden en wijken herkennen dit probleem en proberen zo goed en kwaad als het kan de stap naar een ‘diverse en volledige’ stad te maken.

De transformatie naar een volledige stad gaat verder. De komende jaren komen er in Almere 60.000 woningen bij. Crisis of niet. Vertaald in inwonersaantallen zijn dat 150.000 mensen die bij de nu al 200.000 bewoners kunnen worden gevoegd. Deze taakstelling zorgt er voor dat in Almere voldoende aandacht is voor het stenen stapelen en voor internationale prijsvragen op het gebied van architectuur en stedenbouw. In de afgelopen decennia is er weinig aandacht geweest voor het culturele element in de groeistad: het cement dat mensen bindt. Feit is dat Almeerders zich daarom blijven identificeren met de plaats waar ze vandaag komen, maar niet met Almere zelf. Trots zijn op Almere is nog geen gemeengoed onder de nieuwe bewoners.

Identiteitscrisis Almere?
Waarom is het vinden van een sterke identiteit voor een nieuwe stad zo complex? Ligt het aan het feit dat de openbare ruimte van jonge steden te ‘nieuw’ is en daarmee de ziel nog niet ontwikkeld is? Ligt het aan het feit dat mensen over het algemeen vasthouden aan hun vertrouwde paradigma’s over hoe mooie steden er uit moeten zien? Vooral oud, authentiek en avontuurlijk. Een nieuwe stad is nu eenmaal niet ‘gezellig’. Het oudste gebouw in Almere is 35 jaar. Op het netvlies blijven beroemde pleinen zoals die van Sienna of gezellige buurten als De Jordaan staan. Op organische wijze gegroeide oudsteden blijven langer in het geheugen van bezoekers hangen. Oude pleinen zijn makkelijker te duiden dan Almeerse waaiplantsoenen. De oude kern met in het midden de obligate tripartie, de kerk, het stadhuis en handels- of beursgebouw kenmerkt de oude stad en daarmee de ge(s)laagdheid van de oude stad. Deze gebouwen zijn exponenten van religie, bestuur en handel. Handel en religie waren in die tijd de drivers voor culturele ontwikkeling door de eeuwen heen. Een nieuwe stad mist deze uitbundige exponenten. Ook ontbeert de ‘tuinachtige’ urbane stad de compactheid van de avontuurlijke grootstad. Een stad met intieme ruimtes om te flaneren, uit te gaan eten, te struinen in winkelstraten of een bezoek aan museum of theater te brengen.

De volwassen geïntegreerde stad bruist op economisch vlak
Handels- of Hanzesteden zoals Amsterdam of Zwolle zijn ontstaan in een tijd van bloeiende economieën. Stedenbouw vond plaats langs natuurlijke weg- en waterwegen, en ontwikkelden tot broedplaatsen van kunst en cultuur. Rijke handelaren zoals de De Medici’s in Firenze en of de Kröller-Mullers in Rotterdam gaven met enige regelmaat financieel-culturele injecties. Tegenwoordig zie je welstandige bedrijven zich via sponsoring van evenementen, musea of concerten aan een stad binden. Een belangrijk feit. Cultuur kan nimmer zonder handel: de derde geldstroom. Almere heeft in die zin nog niet voldoende economische ‘cultuurdrivers’. De stad zou daar in moeten investeren. Ruim 5 jaar geleden is in Almere het nieuwe stadshart geopend. Een interventie om Almere een modern eigen hart te geven. Een miljardenproject. Met als ‘bindmiddel’ een avontuurlijke koopheuvel: handel dus. Architect Rem Koolhaas heeft met zijn Office for Metropolitan Architecture het masterplan hiervoor ontwikkeld. Geen orthogonale lijnen maar spannende doorkijkjes, trappartijen, uitgaansgelegenheden en theaters op en in een heuvel in een voor de rest platte stad. Dit nieuwe centrum is met zijn internationale en spraakmakende architectuur wellicht de eerste stap naar een moderne vorm van het creëren van een authentieke stad. Het hart vulde zich de afgelopen jaren met een prachtig theater van een Japanse toparchitecte, hotels, popzalen en een architectuurinstituut. Suburbaniteit is verbonden met huiselijkheid,’ meent Hoogleraar Arnold Reijndorp in een interview,‘Stedelijkheid met erotiek.’ Een kanttekening. Het ‘hart’ mist nog wel de sfeer die zo tekenend is voor oudere steden. Daar moet nog een en andere aan gebeuren. Sfeer creëer je door intimiteit, kiosken, stadmeubilair, kleur en gezellige pleintjes om langsheen te flaneren.

Almere loopt tegen nieuwe grenzen aan
Almere als de pioniersstad loopt tegen haar grenzen aan. De schaalgrootte nekt haar. De te ruime opzet van het stadshart. De kernen ver van elkaar afgekeerd. Als eilanden in de stedelijke woestijn. In Almere kenmerkt de crisis zich in een afnemende woning-productie, slagvaardigheid en communicatiestoornissen op het stadhuis. De stad zou met een volgende transformatie van een monofunctionele naar een gedifferentieerde stad moeten willen groeien. Een stad in al zijn facetten. Een stad waar meer gebeurt dan slechts prettig en goed wonen. Met veel meer aandacht voor de diversiteit in de stad.

Het hoger doel als leidraad voor de komende jaren
Intelligent besturen met een gezamenlijk hoger doel is bepalend voor toekomst van de nieuwe stad. Veranderen en vernieuwen naar Almere 3.0 kan enkel en alleen in het sociale systeem plaatsvinden, via een gezamenlijke hoger doel. Het stadsbestuur dient andere keuzes te maken. Om bepaalde zaken af te remmen en andere te bevorderen in het systeem van de stadsontwikkeling. Waar het op aan komt is ook vooral loslaten.
Moet je plat door blijven bouwen terwijl er een sociale en culturele achterstand is? Of is werkelijke reflectie of interventie mogelijk? Het cement in de integratiefase wordt gevormd door gemeenschappelijke zingeving. De Almeerse burger is niet meer volgend, zij is assertief en vol wilskracht, de nieuwstadse elite, de ondernemer, de ZP’er kunnen uitermate zelfstandig, zinvol, op het geheel gericht, handelen. Zij snappen allang wat de stad nodig heeft. Naast de technische en economische subsystemen die Almere in het verleden dreven wordt tijdens de reis naar volwassenwording van de nieuwe stad nu het sociale systeem ontwikkeld. Juist in tijden van crisis. Met een voor iedereen zichtbaar en beleefbaar hoger doel, waarin duidelijk kan worden gemaakt wat de bijdrage van de burger daarin kan zijn. Want mensen maken de stad. Een goede vraag is of het mogelijk is een ‘zoekende’ nieuwe stad via een hoger doel vorm te geven. De Almere principles geven richting, een visie en missie. Ze zijn echter nog de taal van de architect. Abstract en planmatig. Het rapport Social Cohesion in New Towns meldt: ‘No culture, no society. Culture is the spice of life. Culture as a tool for getting to know each other.’ De uitdaging in dit rapport is: ‘Getting newtown people acquainted with culture (both passively and actively) at the earliest possible age, working on a diversified small-scale cultural offering to get through to all sections of the population.’ Een doel kan bevoorbeeld zijn om Almere als creatieve stad te positioneren, daarmee nieuwe economie aan te trekken, haar hoger opgeleiden en haar middenklasse te behouden en haar culturele identiteit te vinden. Er hiervoor heb ik drie zaken geformuleerd:

1. Almere als duurzaam gebouwde jonge stad met aandacht voor blauw en groen (water en stadsparken)
2. Kleurrijk. Een stadsbazar: Intercultureel, divers en creatief
3. Komt dat zien, het wonder van de maakbare stad naar de stad die organisch verder zal moeten groeien

De Amerikaanse Hoogleraar Richard Florida heeft onderzocht wat een stad nodig heeft om te groeien naar een volwassen stad. Hij stelt dat een stad de 3 T’s moet bezitten. Deze T’s staan voor talent, tolerantie en technologie.
Het idee achter de 3 T’s is dat de één niet zonder de ander kan. Een stad zonder talent zal nooit een creatieve stad zijn en kan geen tolerantie bewaren. Een andere indicator voor een creatieve stad kan zijn de economische groei, het aantal creatieve bedrijven die in de stad gevestigd zijn. Florida’s onderzoek bracht naar voren dat bedrijven zich tegenwoordig daar vestigen waar het talent zit en niet meer andersom. En het talent had Pittsburgh – waar hij onderzoek deed – massaal de rug toegekeerd, omdat de stad verzuimd had een stedelijk klimaat te creëren dat aantrekkelijk was voor de creatieve klasse. “It’s not companies, but places that provide a pool of talent”, aldus Florida. De kern van stedelijke concurrentie ligt in een attractiestrategie van de juiste talenten. Met andere woorden: wie honing van topkwaliteit wil produceren, creëert eerst een veld waar duizend bloemen bloeien. Dan komen de bijen.

De creatieve stad beschikt over:

• een goed en breed aanbod van kunst en cultuur
• goed onderwijs en talent
• Cradle to Cradle-technologie, circulaire economie en de mogelijkheden om de stad verder te ontwikkelen naar een groene stad
• culturele ondernemers in een stad
• een goed vestigingsklimaat voor creatieven, middelgrote technische of anderzins maakbedrijven
• tenslotte een creatieve of innovatieve klasse op allerlei vlak; deze groep trekt grotere bedrijven aan

Tenslotte zijn kansen voor de komende jaren de broedplaatsen die her en der ontstaan, de Floriade 2022 en het International new town festival in 2018, om te vieren dat we een trotse stad zijn.

Kunst in Almere


Trots als we waren op ons nieuwe huis in de Filmwijk organiseerden mijn vrouw en ik in de lauwe nazomer van 1992 een groot feest. Een parade van creatieve én podiumkunsten. Passend bij al die unieke, fleurige en originele huizen van de BouwRai in dat jaar. Alle bewoners van ons huizenblok en vrienden en familie uit heel Nederland werden uitgenodigd. Het werd een feest dat tot in de nachtelijke uurtjes duurde.

We startten de middag met een trotse architectuurwandeling door onze wijk. In onze uitnodiging stond dat we door de mooiste wijk van Europa zouden ‘kijkwandelen’. Uit het enthousiasme van toen bleek dat ook nog te kloppen. Sommige vrienden overwogen om in onze wijk te komen wonen. Ze kregen het gevoel in het buitenland te lopen. In Florida of in Frankrijk. En het gekke is dat ik, elke keer als ik door de wijk fiets, na 18 jaar nog steeds datzelfde gevoel heb.

Tijdens de lunch en een fenomenaal klassiek (t)huisconcert met Vivaldi in de hoofdrol werd een grote auto voor onze deur getakeld. In de traditie van Keith Haring en Karel Appel zijn we met zijn allen de auto met de kwast te lijf gegaan. Het resultaat was fenomenaal. Daar konden Keith en Karel niet aan tippen.

Een uur later stonden 50 gezinnen in het Lumièrepark met zelfbeschilderde vliegers te vliegeren. Op de ‘heuvel’ was een sneldichter erg snel aan het dichten met de wat minder sportieven onder het volk. Een verhalenverteller kreeg volle aandacht tijdens de straatbarbeque. Steeds meer Filmwijkers kwamen gevraagd en ongevraagd op de activiteiten af. De enige snackbar in de buurt deed goede zaken, want de drank raakte snel op. Een hard rock band sloot de zonnige dag af. Kunst en vliegwerk was een klein succes in een jonge wijk. De wijkagent vond het wat minder. Misschien kwam dat omdat hij geen uitnodiging had gehad.

De sloperij uit Almere-Buiten heeft de beschilderde auto teruggenomen en nog jaren als reclameobject voor zijn bedrijf geplaatst. Dat kon toen in Almere.