Hoe creëer je een werkklimaat waar dwarsdenken geoorloofd is?


 

Macro-Hommel-2-1600x1060.jpgAls kanteldenker en corporate pain in the ass voor veel instellingen en overheden waaronder mijn eigen gemeente denk ik regelmatig na over waarom het zo moeilijk is om te vernieuwen, te veranderen of je eigen burgers of cliënten te vertrouwen. Want om eerlijk te zijn, je doet jezelf als organisatie tekort als je geen dwarsdenkers omarmt.

De afgelopen 15 jaar probeer ik op een vileine wijze de processen rond ambtelijke weerstand, Kafka, kastjes en muren, te fileren en kwam tot de ontdekking dat het er vaak op neer komt dat er niet echt geluisterd wordt naar de echte oplossing voor het probleem, een uitdaging of groeiend conflict. Bemoeienis met zorgvuldig geconstrueerd beleid of goed doordachte procedures worden niet makkelijk op prijs gesteld door mensen die al jaren op hun plek zitten en evenzovele jaren bepaalde dingen gewend zijn te doen op die manier. Bemoeienis kost tijd, veroorzaakt gedoe, is lastig en haalt je uit je comfortzone.

image002.png

Onbevangen luisteren is het buzz word

Terwijl juist de onbevangen houding van een inwoner, bedrijf, klant of patiënt over de onderhavige problematiek juist zoveel rijkdom biedt. Onbevangen luisteren, echt luisteren, zonder je eigen gedachten te laten prevaleren, juist om nog beter beleid en procedures te maken. En het tweede toverwoord hierbij is ‘samen’. Samen maken, samen doen en samen de verantwoordelijkheid nemen. In co-creatie.

Ik kan me nog de Google topman herinneren die in 2006 zei: ‘We run this company by questions, not by answers.’ Rond die tijd begon ik ook te bloggen over misstanden en oplossingen op Kanteldenker.nl en vele andere platformen en main stream media. Vaak over zaken die ons zorggezin persoonlijk raakten. Of mijn bedrijf, of mijn wijk. Want als ik lokaal zaken positief kan veranderen, dan kan dat ook op grotere schaal. Naast dat bloggen ontstaan nu mooie projecten en vele kantelworkshops in den lande.

Hommeles in de tent

Ik ontmoette vorige week twee dwarse denkers op het MVO-Nederland congres in Utrecht. Kunstenaar/uitvinder Daan Roosegaarde en duurzaam topondernemer Ruud Koornstra. Beiden worden sterk gedreven door het adagio: Je bereikt alleen wat als je het ook echt gaat doen. Ruud kwam met een voorbeeld dat TNO ooit had berekend dat hommels niet konden vliegen omdat hun vleugeltjes te klein bleken voor hun gewicht – gelukkig weten hommels dat niet. En vliegen vrolijk rond.

Daan toonde zijn projecten in het vervuilde Beijing: Meters hoge knap gedesignde, slimme luchtverfrissers die parken smogvrij houden en een energiegenerator en lichtkunstwerk van allure met behulp van reuze vliegers. Deze koppelde hij aan onze nationale trots, de afsluitdijk, die net als de Chinese muur zichtbaar is vanuit de ruimte. het was een oorspronkelijk idee van astronaut Wubbo Ockels. Met de op en neer gaande beweging van de vliegers krijg voor eeuwig energie. Daan voegt met zijn uitvindingen letterlijk licht toe aan de duisternis. Door gebruik te maken van het perpetuum mobilé dat wind heet. En wat is de filosofie achter al deze successen? Eigenlijk door juist wel te geloven in schijnbaar onmogelijke ideeën en tegenstellingen en aan de slag te gaan. In het verlengde van wat hommels doen. Ongewoon vliegen.

Verwelkom oproerkraaiers

Bedrijven, instellingen en overheden hebben enorme behoefte aan vernieuwers, omdenkers, kanteldenkers, dwarsdenkers en dies meer.Zeker als het gaat om ons bedrijfsleven duurzamer in te richten. In ons land richten we ons steeds meer op de kenniseconomie. We hebben echt een voorsprong als het gaat om technologische duurzaamheidsinnovatie. Vooral in de oude economie zullen we meer moeten leren loslaten en vertrouwen op de innovatiekracht van de inwoners en jonge talenten van ons land.

Het World Forum kwam met een tienpuntenlijstje wat de kenniseconomie nu nodig heeft aan skills de komende paar jaar. Vooral die eerste drie bewijzen het voorgaande verhaal.

  1. Complex Problem Solving
  2. Critical Thinking
  3. Creativity
  4. People management
  5. Co-ordinating with others
  6. Emotional Intelligence
  7. Decision Making
  8. Service Orientation
  9. Negotiation
  10. Cognitive Flexibility

Afleren is een grotere vaardigheid dan simpel kennis stapelen

Dat zijn dus de kwaliteiten van de kenniswerkers van deze toekomst. Mijn voorstel is dus: Verwijder de kastjes en muren. Omarm de dwarsdenkers en oproerlingen in je organisaties. Omarm diversiteit. Neem statushouders aan, mensen met een arbeidsbeperking. Stop met het werven van klonen van jezelf. Je doet jezelf en de organisatie daar tekort mee. Ga op zoek naar de Roosegaarden onder je eigen mensen en geef ze speelruimte. De kenniswerkers van deze tijd zijn niet de geletterden maar de mensen die willen afleren en willen leren.

 

 

 

Advertenties

Ik heb iets met lelijke eendjes


Ik heb iets met lelijke eendjes. Misschien is dat de reden dat ik in Almere ben gaan wonen. Als Vondelparkbuurtbewoner met een voorliefde voor het excentrieke bleek de über-architectonische Filmwijk waar we neerstreken het beste wat ons overkwam.

Ondanks het blijvende lekkende dak van onze experimentele woning (we hebben al 25 jaar op vaste plekken gekleurde emmertjes staan om de druppels op te vangen) genieten we van ons huis. Verder is het erg gezellig als het regent. Want onder een aluminium dak heb je het gevoel dat je altijd kampeervakantie hebt. Ons huis staat in allerlei architectuurgidsen. Besef, ook ikonen kunnen lekken.

FullSizeRender
Ons huis, Modern Acropolisme van Sjoerd Soeters.

Ik heb iets met lelijke eendjes. Misschien is dat de reden dat ik in allerhande initiatieven het beste wil voor mijn stad en Flevoland. Of het culturele initiatieven zijn, een duurzame energiecoöperatie of mijn ambassadeurschap voor mensen met een beperking, want serieus, ons platland is ideaal voor rolstoelers, geen bergen en dalen, enkel een koopheuvel in Almere (als gekanteld antwoord op de Rotterdamse koopgoot).

Ik heb iets met lelijke eendjes, want ik weet dat ze uiteindelijk veranderen in een mooie zwaan. Daarom woon en werk ik in deze provincie. En creëer ik met liefde een hart voor stad en land. Ons Flevoland.

Architect Sjoerd Soeters bouwde als student Modern Acropolisme in 1984. Tien jaar later kwam het tot onze droomvilla op een heuvel in Almere.

Bij toeval vond ik dit oude filmpje. Ingesproken, nog toevalliger door de vader van onze buurman Robert Bloemendal. Philip Bloemendal, de producent van het Polygoon Bioscoop Journaal.

Kooplust X


Het gaat weer beter met de economie. Dus voor allen nu: Kooplustalarm, voor je het weet ben je arm. Zeker als je van appels houdt. De appel met de X dan wel te verstaan.

Een bekende theorie is dat mensen in hun handelen niet alleen worden gedreven door wat ze zelf zijn, maar ook wat ze hebben. Je hebt je geest, je lichaam, je principes, je familie, je vrienden, je opleiding, je baan, et cetera. Maar het gaat verder dan het immateriële: ik heb een huis, ik heb deze boeken, ik heb deze auto en deze merkkleding. Een andere theorie stelt een sterke zelfvervollediging voor. Die behelst dat individuen hun omgeving specifieke eigenschappen van zichzelf willen tonen en zich pas compleet voelen als die eigenschappen door de ander in de groep worden herkend en erkend. Daarvoor gebruiken ze symbolen en rituelen die aansluiten bij de strategie van de premium brands. Met branding kun je dus alle kanten op. En laat dat nu precies zijn waar premium brands op zinspelen. Rij Volkwagen Beetle en je bent flowerpower, ga naar de driving experience van Landrover en je bent een globetrotter.

We blijven kindkopers. Burgers die shoppen tot een culturele norm hebben verheven. Het feit dat volwassen mannen computerspelletjes spelen die eigenlijk bedoeld zijn voor pubers zegt volgens wetenschapper Benjamin Barber voldoende. In Engeland heten deze mensen kidults of twisters. In Duitsland nesthockers, in Italië mammoni’s en in India zippies. Waar in de koopgoot in het hart van de stad alleen nog aandacht is voor de ultieme bevrediging van de koopdrift, vergeten mensen dat er ook andere zaken in het leven zijn. Onze zapeconomie biedt weinig ruimte meer voor verdieping. Vroeger was winkelen slechts een van de activiteiten op de agora van ons drukke leven. Nu consumentisme ons leven conditioneert, worden we nog meer slachtoffer van de premium brands. Nou ja, slachtoffer? Als kuddedier vinden we dit misschien wel heel prettig. We halen onze identiteit blijkbaar uit wat we hebben in plaats van wat we zijn.

Ik heb mezelf beloofd niet meer in de verleiders van de premium brands te trappen. Ik heb tenslotte al een onverslijtbare Landrover en iPhone 4s (for Steve). Die iPhone X die laat ik aan me voorbij gaan. De laatste tijd veel spullen weggedaan. Ook dat is een trend. Ontspullen. Want niet alles past in een tiny house. Hoe zullen we die groep noemen? De Less is More Generation?

Screen-Shot-2017-09-12-at-21.07.03.png

De kracht van een ‘sustainable story’


Een houdbaar verhaal als antwoord op een nieuwe organisatie-identiteit

Bij het vertellen in een kleine kring van een boeiend of goed verhaal ontstaat een onderlinge verbondenheid tussen de luisteraars. Deze verbondenheid ontstaat vanzelf. Zeker als je een speld kunt horen vallen. Een verhaal biedt overzichtelijk in een complexe versnipperde samenleving.

Inhoudelijke dimensie

Een ‘sustainable story’ over hoe je als bedrijf in de wereld staat bijvoorbeeld. Dat kan een organisatie veel inzichtelijker maken dan je via een-dimensionele ‘reclame’ doet. Een goed verhaal gaat over waarom je de dingen doet zoals je ze doet’. Het geeft een inhoudelijk fundament aan de organisatie. Waar zij voor staat en gaat. Waar zij zich voor wil inspannen. En natuurlijk voor andere zaken dan alleen financiële winst of aandeelhouderswaarde. De wereld een beetje mooier te maken voor elkaar bijvoorbeeld. Met de sustainable Development goals. Daarmee geeft zij aan hoe ze de wereld ziet, hoe zij de wereld verrijkt, als antwoord op de onoverzichtelijkheid.

Relationele dimensie

Het verhaal verbindt verleden, heden en de toekomst van de organisatie met de dynamiek van de omgeving. De scheiding tussen koper en verkoper bestaat niet meer. Beide zijn als het ware geblend. Als een soort twee-eenheid. Je identificeert je met elkaar. Dat ziende, nodigt de organisatie mensen uit die zich verbonden/aangetrokken voelen, om te participeren, te adviseren over producten of diensten (of weg te blijven). Door het verhaal positioneert de organisatie zichzelf nadrukkelijk naar anderen.

Emotionele dimensie

Aan de eigen medewerkers biedt het herkenning, identificatie en betekenis. Vult het ook het emotionele inleven in organisaties en haar medewerkers. Als het goed is zijn de medewerkers ook onderdeel van het verhaal. En daarmee biedt het ankerpunten voor de eigen identiteit.

Basis voor communicatie en gedrag

Met een goed verhaal kunnen bruggen worden geslagen tussen de organisatie en de wereld. Door daarbij belangrijke organisatiewaarden en de waarden van je ‘doelgroep’ te matchen kun je gedrag en symboliek zo afstemmen dat er naast ‘likability’ ook ‘unity’ ontstaat tussen jouw organisatie en je klanten. In eendracht bouw je dan samen aan je product, schep je samen wellicht nieuwe producten, waardoor klanten nog meer betrokken zijn en daarmee meer dan enkel ambassadeur van het product worden. Een krachtige band.

U kunt me bellen om hier eens over te praten als u enthousiast bent over deze filosofie.

FullSizeRender.jpg

 

Waarom je steeds weer in de verhalen van de politiek tuint


63e728454305e0bd296d183d3181f2ab

Politici hebben de neiging om negatieve boodschappen voor zich te houden. Niets menselijks is hen daarin vreemd.
De natuurlijke reactie is vaak dat aan alles een positieve draai wordt gegeven. Het verhaal van de hoop: ‘Het is verschrikkelijk wat is gebeurd, nogmaals sorry, we hebben onze les geleerd, en gaan ons gedrag verbeteren.’ Andersom kun je ook het verhaal van de angst prediken: ‘Sorry, maar we konden niets anders dan de grenzen sluiten voor de Islam, anders verliezen we onze identiteit’.

Verlies- of winstframing bij voorlichtingscampagnes

Wat is verlies- of winstframing? In voorlichtingscampagnes is verliesframing duidelijk te herkennen. Negatieve informatie bij persuasieve teksten helpt de vervelende boodschap te ‘verkopen’. Het Ministerie van VWS probeert de roker met negatieve boodschappen en met het schrikbeeld van ziekte en dood van zijn verslaving af te brengen. Foto’s van ‘zwartgeblakerde’ longen moet mensen bewust laten worden van de nadelige gevolgen.

Deze methode noemen we verliesframing, precies het tegenovergestelde van winstframing. Zou hier winstframing worden toegepast om de roker van zijn verslaving af te helpen dan zou dat neerkomen op het communiceren van fysieke en psychische voordelen van het niet-roken: ‘Veel meer lucht’, ‘het eten smaakt beter’ en ‘je bent anderen niet tot last’. Toch gebruikt VWS bewust geen positieve fraseringen, omdat dat minder aandacht trekt en dus minder effect heeft.

Verliesframing in het politieke speelveld

In het politieke speelveld zie je dat beide communicatietechnieken steeds vaker worden ingezet. Donald Trump, maar ook de Nederlandse politicus Geert Wilders en Marianne Thieme kiezen duidelijk voor verliesframing. Verlies weegt zwaarder. Bij de eerste twee gaat het over verlies van je ‘land’ aan boeven en criminelen uit Mexico of door een tsunami van vluchtelingen vanuit de Islamitische landen. Bij verliesframing wordt de hyperbool niet geschuwd.

Bij Thieme gaat het over het ‘redden’ van onze planeet. Ze schreef samen met Ewald Engelen het boek‘De kanarie in de kolenmijn’ een meeslepend verhaal met als voornaamste boodschap: ‘We moeten onze planeet op orde zien te krijgen voor het te laat is’. Een eco-centrische visie, noemt Thieme dat.

Winstframing is een andere keuze

Framing is de wijze waarop informatie in een tekst wordt geformuleerd. Bij winstframing worden de resultaten van het gewenste gedrag of de voordelen ervan benadrukt. ‘Als u uw lenzen dagelijks reinigt, gaan ze langer mee’. Verliesframing zou dezelfde boodschap anders formuleren: ‘Als u uw lenzen niet dagelijks reinigt, gaan ze minder lang mee en uw ogen kunnen gaan ontsteken’.

Koopmotieven of -gedrag worden beïnvloed door de manier waarop iets wordt neergezet. Men koopt liever een bieflapje waar op de verpakking staat dat het voor 75 procent uit mager vlees bestaat dan een lapje dat 25 procent vet bevat. Als bij een ramp wordt gesproken over het aantal overlevenden, dan wordt dat als minder verschrikkelijk gezien dan wanneer het aantal sterfgevallen van diezelfde ramp wordt vermeld. Hoewel de inhoud van de boodschap hetzelfde blijft, is de perceptie anders.

Ook de politiek gebruikt winstframing. Je ziet dat bij Obama en in Nederland bij Jesse Klaver. Beiden gaan het woord angst en verlies zoveel mogelijk uit de weg in hun politieke boodschappen en tonen liever hun dromen dan angstbeelden. Ook Martin Luther King deed dat op zijn manier. Niet dat Martin Luther King, Obama en Jesse Klaver geen realisten waren/zijn, maar omdat dit hun strategie is mensen te laten kiezen voor hun beelden. Een keuze voor ‘goed’ in plaats van ‘kwaad’.

Verliesframing is pijnlijk

Hoe komt het nu dat de boodschap ‘vanuit verlies inpakken’ beter schijnt te werken? Dat komt voornamelijk omdat de beleving anders is als je iets verliest.

In de krant van 7 september jongstleden staat dat Samson en Pechtold erover eens zijn dan Nederland bang is en in een identiteitscrisis zit. Duidelijk een frame vanuit angst. En zo een boodschap, of het nu waar is of niet, dat doet pijn.

Als je 100 euro verliest, weegt dat echt zwaarder dan dat je 100 euro wint in een loterij. Mensen nemen ook veel liever meteen hun winst dan uitstellen. De marketingtactiek ‘koop-nu-betaal-later’ is hier een sterk voorbeeld van. Het uitstellen van verlies verklaart ook waarom het zo moeilijk is om van een voedselverslaving af te komen. De negatieve effecten (verlies) – hart en vaatklachten of dikke darmkanker krijgen – komen pas op latere leeftijd.

Zo ook bij het opbouwen van een pensioen. Dat verklaart ook precies waarom jongeren de goedkoopste zorgverzekering kiezen en solidariteit wat minder van belang is.

Persuasieve communicatie

Kijken we naar reclameboodschappen dan zie we dat verzekeringsbedrijven ‘verlies’ (medisch, schade veroorzaken aan derden, et cetera) in hun boodschap al veel langer gebruiken. Misschien waarderen daarom zoveel mensen de commercials van Centraal Beheer. ‘Even Apeldoorn bellen’ staat garant voor verlies of angst, maar gelukkig overkomt het altijd iemand anders, zodat we er hartelijk om kunnen lachen.

Het komt wel goed

Vele onderzoeken hebben uitgewezen dan mensen geloven in het goede en van nature solidair zijn met de groep. Mensen geloven ook ‘dat alles goed komt’. Dat heet ‘positive bias’. Mensen verwachten in overweldigende mate dat er goede dingen in hun leven plaatsvinden, in sterke tegenstelling tot neutrale of negatieve zaken. Dat verklaart het succes van ‘feel good movies’.

Daarom krijgt negatieve informatie meer aandacht dan aan positieve informatie. Het gevolg is wel dat negatieve boodschappen meer gewicht krijgen in besluitvormingsprocessen dan positief geformuleerde boodschappen. Zo verschuift het mensbeeld onder invloed van de geframede angstbeelden langzaam naar het negatieve.

verliesframing

Het boek van Marianne Thieme en Ewald Engelen of de bekende film van Al Gore over het einde van de wereld is hier een goed voorbeeld van. Na het wereldwijd verschijnen ervan werd de film als kapstok gebruikt om milieumaatregelen te initiëren. 

Wanneer zet men verlies- of winstframing in?

Eerst moet je nadenken of het moreel is om framing als manipulatief communicatiemiddel in te zetten? Kijk vooral naar je persoonlijke waarden. En als je dan toch besluit dit wel te doen, om bijvoorbeeld een bepaald gedrag te veranderen in een eerste fase (detectie van de problematiek) dan heeft verliesframing meer effect dan winstframing. Dus aan het begin van een campagne of boodschap is de eerste klap is een daalder waard. Wil je daarentegen een preventieve functie toekennen aan bepaald gedrag, dan is winstframing meer overtuigend. Herstellend gedrag lijkt eenzelfde voordeel te hebben. Als de doelgroep zich dus al bewust is van het verlies, is het nodeloos en contraproductief om daarna nog over verlies te praten.

Circulair werkgeverschap in het nieuwe bedrijfsecosysteem


mierencollonne.jpg

Dit artikel geeft een visie op mijn zoektocht naar een nieuw soort leiderschap. Ik introduceer hiermee de term ‘Circulair Leiderschap’. Circulair leiderschap past in het circulair economisch denken. Hierbij kennen we geen waardeverlies.

Bij een circulair gemaakt product wordt bij het maakproces van te voren goed gekeken hoe het aan het einde van zijn leven opnieuw kan worden ingezet, als nieuw product, als grondstof of bloeistof voor de natuur. De kunst is dan het goed scheiden van onderdelen of materialen zodat deze weer hoogwaardig kunnen worden ingezet.

Ik pas dat zelf toe bij mijn maakbedrijf in kleine huisjes. En dat is nog best lastig, omdat je veel ouddenken bij leveranciers moet vervangen voor nieuwdenken. En veel oude kennis en aannames moet loslaten. Kantelen als het ware. Dat is ook zo bij circulair leiderschap.

Hebben we het over managers en oudere medewerkers die zijn uitgerangeerd, in de oude economie en hun ‘lifecycle’ is de oplossing ontslag of vervroegd pensioen. Een wegwerpmaatschappij. In de circulaire economie is dat onbestaanbaar. Een goed product gooi je niet weg. Het fenomeen om de wat oudere 55+ werknemer aan de kant te zetten zorgt voor een enorm verlies aan denk- en mankracht in organisaties en is een doodzonde in het circulaire gedachtengoed.

Okay, werknemers kun je niet in onderdelen uiteenrijten en opnieuw in elkaar zetten. Pas je een circulaire definitie toe op het werk van mensen, dan kun je kijken naar welke rollen ze spelen in je bedrijf en niet naar hun ‘functie’. Je kijkt niet naar het hele huis, maar naar de onderdelen die goed kunnen functioneren in een andere rol. Met dezelfde waarde als je het koppelt aan nieuwe rollen, nieuwe teams.

Circulair denken is eigenlijk een term die vroeger standaard in de ‘genen’ van mensen zat. Zij leefden niet zoals de afgelopen 50 jaar in tijden van overvloed en luxe. Ze konden zich geen wegwerpmaatschappij permitteren. Alle materiaal werd gebruikt, hergebruikt, of opnieuw ingezet. Daaraan gerelateerd kent iedereen wellicht nog het meester-gezelprincipe. Waar oudere werknemers de vraagbaak en opleider van jonge lerende mensen werden. Het meester-gezelprincipe, dat noem ik circulair leiderschap bij uitstek. De rol van manager of specialist verandert in de rol van (leer)meester. En waarom zou je leermeesters in je bedrijf op een zijspoor zetten? Ze horen op het hoofdspoor. Want maakt meesterschap jouw bedrijf niet een duurzaam en excellent bedrijf?

Circulair leiderschap gaat over het in beweging zetten van de juiste mensen die goed voor jouw organisatie zorgen, als ware een perpetuum mobilé. Bij een circulair geleid bedrijf geeft elke werknemer leiding aan zijn eigen proces, aan zijn team en zijn ‘eindbaas’. Gezond en goed gebalanceerd. Als het ecosysteem in de natuur. Waar ook de kleine bijdragen worden gewaardeerd. En geduld en groei inherent is aan schoonheid. Er wordt gebruik gemaakt van de kwaliteiten die op dat moment gevraagd worden, in wisselende teams en rollen. Circulair leiderschap komt zo op ieders bordje en biedt medewerkers de kans mede richting te geven aan de organisatiefocus, de duurzaamheid, de verandering, de wijze van kennisuitwisseling en de eigen carrièremogelijkheden. Een leider is dan niet iemands meerdere, omdat iedereen een leidinggevende rol heeft. Deze vorm ervoor zal zorgen dat de betrokkenheid van de medewerker zal enorm worden verhoogd. Medewerkers ontwikkelen meer contact met de kernprocessen. Er ontstaat gedeelde verantwoordelijk­heid en ruimte voor zelfsturende mechanismen. De scheiding tussen ivoren toren en ‘werkvolk’ verdwijnt en verandert in gelijkwaardigheid van partijen en tenslotte ontstaat er een duurzame verbintenis: van wieg tot wieg.

‘Leaders are responsible for achieving outcomes. Great leaders teach. Great leaders help to develop and grow their team. Observing nature can allow us to learn leadership lessons in a different way which can contribute to a healthy circular organization.’

Marcel Kolder is directeur van Draoidh, bureau voor organisatie-identiteit en communicatie en eigenaar van het maakbedrijf Minimono, waar kleine huisjes worden gefabriceerd.

Zomerdipje


We hebben niet gekozen voor een ernstig gehandicapte dochter. We hadden natuurlijk zoveel liever dat ze niet chronisch ziek was. Voor haar, voor haar toekomst.

Ik ben heel open over mijn zorggezin. Over de hobbels die we tegenkomen en ook over het klein geluk dat we samen hebben met onze ernstig gehandicapte rolstoelende dochter. En de hele wereld mag weten dat we voor operaties naar België gaan, dat we een ruime PGB hebben gekregen en dat we strijden voor een toegankelijk Nederland. Die verhalen hebben een reden voor ons.

Die openheid kreeg deze week een fikse knauw. ‘Aus blau hinein’ kwam er een tweetal twitterberichten van een – meende ik – respectabele meneer met een adviesbureau rondom bedrijfsovernames. Vooral het tweede bericht, dat zorgt dat ik in een zomerdipje ben beland.

Het eerste bericht, ach, dat viel nog wel mee, dat ben ik wel gewend op twitter, niet iedereen kan mijn directheid en openheid waarderen. Ik ben wars van bobo-taal en draaikonten.

 @marcelkolder U bent een vooringenomen non-valeur.

En meteen daarna:

 @marcelkolder Wat moeten we denken over de verslagen over je dochter, hoeveel jullie gezin de belastingbetaler al gekost heeft?

Ik stond perplex. Ook mijn vrouw en zoon (laatste studeert psychologie) keken met verbazing naar de tekst. Wat behelst een bekende organisatieadviseur om mij zo een tweet te sturen vroeg ik me af. Die vraag stelde ik hem, maar kreeg geen antwoord. Op advies van zoonlief heb ik de man geblocked. Dat kan gelukkig op twitter.

Maar toch, die impertinente tweet. Die doet zo enorm veel pijn. We hebben niet gekozen voor een ernstig gehandicapte dochter. Voor al die zorgen en kosten die het met zich meebrengt. We hebben niet gekozen voor die 24 uur per dag zware zorg. Voor de stress bij elke operatie, voor haar zware hartprobleem, haar scoliose. We hadden natuurlijk zoveel liever dat ze niet chronisch ziek was. Voor haar, voor haar toekomst. En dan zo een tweet. Ik ben er nog niet overheen.

Gelukkig kijkt onze dochter mij aan, terwijl ik dit schrijf. Zie haar lach en levenslust en denk ik: Potvolblommen, al zou haar zorg meer kosten dan een JSF-vliegtuig, ze is het dubbel en dwars waard.

tweetzomerdip