De kracht van een ‘sustainable story’


Een houdbaar verhaal als antwoord op een nieuwe organisatie-identiteit

Bij het vertellen in een kleine kring van een boeiend of goed verhaal ontstaat een onderlinge verbondenheid tussen de luisteraars. Deze verbondenheid ontstaat vanzelf. Zeker als je een speld kunt horen vallen. Een verhaal biedt overzichtelijk in een complexe versnipperde samenleving.

Inhoudelijke dimensie

Een ‘sustainable story’ over hoe je als bedrijf in de wereld staat bijvoorbeeld. Dat kan een organisatie veel inzichtelijker maken dan je via een-dimensionele ‘reclame’ doet. Een goed verhaal gaat over waarom je de dingen doet zoals je ze doet’. Het geeft een inhoudelijk fundament aan de organisatie. Waar zij voor staat en gaat. Waar zij zich voor wil inspannen. En natuurlijk voor andere zaken dan alleen financiële winst of aandeelhouderswaarde. De wereld een beetje mooier te maken voor elkaar bijvoorbeeld. Met de sustainable Development goals. Daarmee geeft zij aan hoe ze de wereld ziet, hoe zij de wereld verrijkt, als antwoord op de onoverzichtelijkheid.

Relationele dimensie

Het verhaal verbindt verleden, heden en de toekomst van de organisatie met de dynamiek van de omgeving. De scheiding tussen koper en verkoper bestaat niet meer. Beide zijn als het ware geblend. Als een soort twee-eenheid. Je identificeert je met elkaar. Dat ziende, nodigt de organisatie mensen uit die zich verbonden/aangetrokken voelen, om te participeren, te adviseren over producten of diensten (of weg te blijven). Door het verhaal positioneert de organisatie zichzelf nadrukkelijk naar anderen.

Emotionele dimensie

Aan de eigen medewerkers biedt het herkenning, identificatie en betekenis. Vult het ook het emotionele inleven in organisaties en haar medewerkers. Als het goed is zijn de medewerkers ook onderdeel van het verhaal. En daarmee biedt het ankerpunten voor de eigen identiteit.

Basis voor communicatie en gedrag

Met een goed verhaal kunnen bruggen worden geslagen tussen de organisatie en de wereld. Door daarbij belangrijke organisatiewaarden en de waarden van je ‘doelgroep’ te matchen kun je gedrag en symboliek zo afstemmen dat er naast ‘likability’ ook ‘unity’ ontstaat tussen jouw organisatie en je klanten. In eendracht bouw je dan samen aan je product, schep je samen wellicht nieuwe producten, waardoor klanten nog meer betrokken zijn en daarmee meer dan enkel ambassadeur van het product worden. Een krachtige band.

U kunt me bellen om hier eens over te praten als u enthousiast bent over deze filosofie.

FullSizeRender.jpg

 

Kooplust in de koopgoot


Het gaat weer beter met de economie. Dus voor allen nu: Kooplustalarm, voor je het weet ben je arm.

Een bekende theorie is dat mensen in hun handelen niet alleen worden gedreven door wat ze zelf zijn, maar ook wat ze hebben. Je hebt je geest, je lichaam, je principes, je familie, je vrienden, je opleiding, je baan et cetera. Maar het gaat verder dan het immateriële: ik heb een huis, ik heb deze boeken, ik heb deze auto en deze merkkleding. Een andere theorie stelt een sterke zelfvervollediging voor. Die behelst dat individuen hun omgeving specifieke eigenschappen van zichzelf willen tonen en zich pas compleet voelen als die eigenschappen door de ander in de groep worden herkend en erkend. Daarvoor gebruiken ze symbolen en rituelen die aansluiten bij de strategie van de premium brands. Met branding kun je dus alle kanten op. En laat dat nu precies zijn waar premium brands op zinspelen. Rij Volkwagen Beetle en je bent flowerpower, ga naar de driving experience van Landrover en je bent een globetrotter.

We blijven kindkopers. Burgers die shoppen tot een culturele norm hebben verheven. Het feit dat volwassen mannen computerspelletjes spelen die eigenlijk bedoeld zijn voor pubers zegt volgens wetenschapper Benjamin Barber voldoende. In Engeland heten deze mensen kidults of twisters. In Duitsland nesthockers, in Italië mammoni’s en in India zippies. Waar in de koopgoot in het hart van de stad alleen nog aandacht is voor de ultieme bevrediging van de koopdrift, vergeten mensen dat er ook andere zaken in het leven zijn. Onze zapeconomie biedt weinig ruimte meer voor verdieping. Vroeger was winkelen slechts een van de activiteiten op de agora van ons drukke leven. Nu consumentisme ons leven conditioneert, worden we nog meer slachtoffer van de premium brands. Nou ja, slachtoffer? Als kuddedier vinden we dit misschien wel heel prettig. We halen onze identiteit blijkbaar uit wat we hebben in plaats van wat we zijn.

Ik heb mezelf beloofd niet meer in de verleiders van de premium brands te trappen. Ik heb tenslotte al een Landrover en PS4.

dsc01294

Waarom je steeds weer in de verhalen van de politiek tuint


63e728454305e0bd296d183d3181f2ab

Politici hebben de neiging om negatieve boodschappen voor zich te houden. Niets menselijks is hen daarin vreemd.
De natuurlijke reactie is vaak dat aan alles een positieve draai wordt gegeven. Het verhaal van de hoop: ‘Het is verschrikkelijk wat is gebeurd, nogmaals sorry, we hebben onze les geleerd, en gaan ons gedrag verbeteren.’ Andersom kun je ook het verhaal van de angst prediken: ‘Sorry, maar we konden niets anders dan de grenzen sluiten voor de Islam, anders verliezen we onze identiteit’.

Verlies- of winstframing bij voorlichtingscampagnes

Wat is verlies- of winstframing? In voorlichtingscampagnes is verliesframing duidelijk te herkennen. Negatieve informatie bij persuasieve teksten helpt de vervelende boodschap te ‘verkopen’. Het Ministerie van VWS probeert de roker met negatieve boodschappen en met het schrikbeeld van ziekte en dood van zijn verslaving af te brengen. Foto’s van ‘zwartgeblakerde’ longen moet mensen bewust laten worden van de nadelige gevolgen.

Deze methode noemen we verliesframing, precies het tegenovergestelde van winstframing. Zou hier winstframing worden toegepast om de roker van zijn verslaving af te helpen dan zou dat neerkomen op het communiceren van fysieke en psychische voordelen van het niet-roken: ‘Veel meer lucht’, ‘het eten smaakt beter’ en ‘je bent anderen niet tot last’. Toch gebruikt VWS bewust geen positieve fraseringen, omdat dat minder aandacht trekt en dus minder effect heeft.

Verliesframing in het politieke speelveld

In het politieke speelveld zie je dat beide communicatietechnieken steeds vaker worden ingezet. Donald Trump, maar ook de Nederlandse politicus Geert Wilders en Marianne Thieme kiezen duidelijk voor verliesframing. Verlies weegt zwaarder. Bij de eerste twee gaat het over verlies van je ‘land’ aan boeven en criminelen uit Mexico of door een tsunami van vluchtelingen vanuit de Islamitische landen. Bij verliesframing wordt de hyperbool niet geschuwd.

Bij Thieme gaat het over het ‘redden’ van onze planeet. Ze schreef samen met Ewald Engelen het boek‘De kanarie in de kolenmijn’ een meeslepend verhaal met als voornaamste boodschap: ‘We moeten onze planeet op orde zien te krijgen voor het te laat is’. Een eco-centrische visie, noemt Thieme dat.

Winstframing is een andere keuze

Framing is de wijze waarop informatie in een tekst wordt geformuleerd. Bij winstframing worden de resultaten van het gewenste gedrag of de voordelen ervan benadrukt. ‘Als u uw lenzen dagelijks reinigt, gaan ze langer mee’. Verliesframing zou dezelfde boodschap anders formuleren: ‘Als u uw lenzen niet dagelijks reinigt, gaan ze minder lang mee en uw ogen kunnen gaan ontsteken’.

Koopmotieven of -gedrag worden beïnvloed door de manier waarop iets wordt neergezet. Men koopt liever een bieflapje waar op de verpakking staat dat het voor 75 procent uit mager vlees bestaat dan een lapje dat 25 procent vet bevat. Als bij een ramp wordt gesproken over het aantal overlevenden, dan wordt dat als minder verschrikkelijk gezien dan wanneer het aantal sterfgevallen van diezelfde ramp wordt vermeld. Hoewel de inhoud van de boodschap hetzelfde blijft, is de perceptie anders.

Ook de politiek gebruikt winstframing. Je ziet dat bij Obama en in Nederland bij Jesse Klaver. Beiden gaan het woord angst en verlies zoveel mogelijk uit de weg in hun politieke boodschappen en tonen liever hun dromen dan angstbeelden. Ook Martin Luther King deed dat op zijn manier. Niet dat Martin Luther King, Obama en Jesse Klaver geen realisten waren/zijn, maar omdat dit hun strategie is mensen te laten kiezen voor hun beelden. Een keuze voor ‘goed’ in plaats van ‘kwaad’.

Verliesframing is pijnlijk

Hoe komt het nu dat de boodschap ‘vanuit verlies inpakken’ beter schijnt te werken? Dat komt voornamelijk omdat de beleving anders is als je iets verliest.

In de krant van 7 september jongstleden staat dat Samson en Pechtold erover eens zijn dan Nederland bang is en in een identiteitscrisis zit. Duidelijk een frame vanuit angst. En zo een boodschap, of het nu waar is of niet, dat doet pijn.

Als je 100 euro verliest, weegt dat echt zwaarder dan dat je 100 euro wint in een loterij. Mensen nemen ook veel liever meteen hun winst dan uitstellen. De marketingtactiek ‘koop-nu-betaal-later’ is hier een sterk voorbeeld van. Het uitstellen van verlies verklaart ook waarom het zo moeilijk is om van een voedselverslaving af te komen. De negatieve effecten (verlies) – hart en vaatklachten of dikke darmkanker krijgen – komen pas op latere leeftijd.

Zo ook bij het opbouwen van een pensioen. Dat verklaart ook precies waarom jongeren de goedkoopste zorgverzekering kiezen en solidariteit wat minder van belang is.

Persuasieve communicatie

Kijken we naar reclameboodschappen dan zie we dat verzekeringsbedrijven ‘verlies’ (medisch, schade veroorzaken aan derden, et cetera) in hun boodschap al veel langer gebruiken. Misschien waarderen daarom zoveel mensen de commercials van Centraal Beheer. ‘Even Apeldoorn bellen’ staat garant voor verlies of angst, maar gelukkig overkomt het altijd iemand anders, zodat we er hartelijk om kunnen lachen.

Het komt wel goed

Vele onderzoeken hebben uitgewezen dan mensen geloven in het goede en van nature solidair zijn met de groep. Mensen geloven ook ‘dat alles goed komt’. Dat heet ‘positive bias’. Mensen verwachten in overweldigende mate dat er goede dingen in hun leven plaatsvinden, in sterke tegenstelling tot neutrale of negatieve zaken. Dat verklaart het succes van ‘feel good movies’.

Daarom krijgt negatieve informatie meer aandacht dan aan positieve informatie. Het gevolg is wel dat negatieve boodschappen meer gewicht krijgen in besluitvormingsprocessen dan positief geformuleerde boodschappen. Zo verschuift het mensbeeld onder invloed van de geframede angstbeelden langzaam naar het negatieve.

verliesframing

Het boek van Marianne Thieme en Ewald Engelen of de bekende film van Al Gore over het einde van de wereld is hier een goed voorbeeld van. Na het wereldwijd verschijnen ervan werd de film als kapstok gebruikt om milieumaatregelen te initiëren. 

Wanneer zet men verlies- of winstframing in?

Eerst moet je nadenken of het moreel is om framing als manipulatief communicatiemiddel in te zetten? Kijk vooral naar je persoonlijke waarden. En als je dan toch besluit dit wel te doen, om bijvoorbeeld een bepaald gedrag te veranderen in een eerste fase (detectie van de problematiek) dan heeft verliesframing meer effect dan winstframing. Dus aan het begin van een campagne of boodschap is de eerste klap is een daalder waard. Wil je daarentegen een preventieve functie toekennen aan bepaald gedrag, dan is winstframing meer overtuigend. Herstellend gedrag lijkt eenzelfde voordeel te hebben. Als de doelgroep zich dus al bewust is van het verlies, is het nodeloos en contraproductief om daarna nog over verlies te praten.

Circulair werkgeverschap in het nieuwe bedrijfsecosysteem


mierencollonne.jpg

Dit artikel geeft een visie op mijn zoektocht naar een nieuw soort leiderschap. Ik introduceer hiermee de term ‘Circulair Leiderschap’. Circulair leiderschap past in het circulair economisch denken. Hierbij kennen we geen waardeverlies.

Bij een circulair gemaakt product wordt bij het maakproces van te voren goed gekeken hoe het aan het einde van zijn leven opnieuw kan worden ingezet, als nieuw product, als grondstof of bloeistof voor de natuur. De kunst is dan het goed scheiden van onderdelen of materialen zodat deze weer hoogwaardig kunnen worden ingezet.

Ik pas dat zelf toe bij mijn maakbedrijf in kleine huisjes. En dat is nog best lastig, omdat je veel ouddenken bij leveranciers moet vervangen voor nieuwdenken. En veel oude kennis en aannames moet loslaten. Kantelen als het ware. Dat is ook zo bij circulair leiderschap.

Hebben we het over managers en oudere medewerkers die zijn uitgerangeerd, in de oude economie en hun ‘lifecycle’ is de oplossing ontslag of vervroegd pensioen. Een wegwerpmaatschappij. In de circulaire economie is dat onbestaanbaar. Een goed product gooi je niet weg. Het fenomeen om de wat oudere 55+ werknemer aan de kant te zetten zorgt voor een enorm verlies aan denk- en mankracht in organisaties en is een doodzonde in het circulaire gedachtengoed.

Okay, werknemers kun je niet in onderdelen uiteenrijten en opnieuw in elkaar zetten. Pas je een circulaire definitie toe op het werk van mensen, dan kun je kijken naar welke rollen ze spelen in je bedrijf en niet naar hun ‘functie’. Je kijkt niet naar het hele huis, maar naar de onderdelen die goed kunnen functioneren in een andere rol. Met dezelfde waarde als je het koppelt aan nieuwe rollen, nieuwe teams.

Circulair denken is eigenlijk een term die vroeger standaard in de ‘genen’ van mensen zat. Zij leefden niet zoals de afgelopen 50 jaar in tijden van overvloed en luxe. Ze konden zich geen wegwerpmaatschappij permitteren. Alle materiaal werd gebruikt, hergebruikt, of opnieuw ingezet. Daaraan gerelateerd kent iedereen wellicht nog het meester-gezelprincipe. Waar oudere werknemers de vraagbaak en opleider van jonge lerende mensen werden. Het meester-gezelprincipe, dat noem ik circulair leiderschap bij uitstek. De rol van manager of specialist verandert in de rol van (leer)meester. En waarom zou je leermeesters in je bedrijf op een zijspoor zetten? Ze horen op het hoofdspoor. Want maakt meesterschap jouw bedrijf niet een duurzaam en excellent bedrijf?

Circulair leiderschap gaat over het in beweging zetten van de juiste mensen die goed voor jouw organisatie zorgen, als ware een perpetuum mobilé. Bij een circulair geleid bedrijf geeft elke werknemer leiding aan zijn eigen proces, aan zijn team en zijn ‘eindbaas’. Gezond en goed gebalanceerd. Als het ecosysteem in de natuur. Waar ook de kleine bijdragen worden gewaardeerd. En geduld en groei inherent is aan schoonheid. Er wordt gebruik gemaakt van de kwaliteiten die op dat moment gevraagd worden, in wisselende teams en rollen. Circulair leiderschap komt zo op ieders bordje en biedt medewerkers de kans mede richting te geven aan de organisatiefocus, de duurzaamheid, de verandering, de wijze van kennisuitwisseling en de eigen carrièremogelijkheden. Een leider is dan niet iemands meerdere, omdat iedereen een leidinggevende rol heeft. Deze vorm ervoor zal zorgen dat de betrokkenheid van de medewerker zal enorm worden verhoogd. Medewerkers ontwikkelen meer contact met de kernprocessen. Er ontstaat gedeelde verantwoordelijk­heid en ruimte voor zelfsturende mechanismen. De scheiding tussen ivoren toren en ‘werkvolk’ verdwijnt en verandert in gelijkwaardigheid van partijen en tenslotte ontstaat er een duurzame verbintenis: van wieg tot wieg.

‘Leaders are responsible for achieving outcomes. Great leaders teach. Great leaders help to develop and grow their team. Observing nature can allow us to learn leadership lessons in a different way which can contribute to a healthy circular organization.’

Marcel Kolder is directeur van Draoidh, bureau voor organisatie-identiteit en communicatie en eigenaar van het maakbedrijf Minimono, waar kleine huisjes worden gefabriceerd.

Zomerdipje


We hebben niet gekozen voor een ernstig gehandicapte dochter. We hadden natuurlijk zoveel liever dat ze niet chronisch ziek was. Voor haar, voor haar toekomst.

Ik ben heel open over mijn zorggezin. Over de hobbels die we tegenkomen en ook over het klein geluk dat we samen hebben met onze ernstig gehandicapte rolstoelende dochter. En de hele wereld mag weten dat we voor operaties naar België gaan, dat we een ruime PGB hebben gekregen en dat we strijden voor een toegankelijk Nederland. Die verhalen hebben een reden voor ons.

Die openheid kreeg deze week een fikse knauw. ‘Aus blau hinein’ kwam er een tweetal twitterberichten van een – meende ik – respectabele meneer met een adviesbureau rondom bedrijfsovernames. Vooral het tweede bericht, dat zorgt dat ik in een zomerdipje ben beland.

Het eerste bericht, ach, dat viel nog wel mee, dat ben ik wel gewend op twitter, niet iedereen kan mijn directheid en openheid waarderen. Ik ben wars van bobo-taal en draaikonten.

 @marcelkolder U bent een vooringenomen non-valeur.

En meteen daarna:

 @marcelkolder Wat moeten we denken over de verslagen over je dochter, hoeveel jullie gezin de belastingbetaler al gekost heeft?

Ik stond perplex. Ook mijn vrouw en zoon (laatste studeert psychologie) keken met verbazing naar de tekst. Wat behelst een bekende organisatieadviseur om mij zo een tweet te sturen vroeg ik me af. Die vraag stelde ik hem, maar kreeg geen antwoord. Op advies van zoonlief heb ik de man geblocked. Dat kan gelukkig op twitter.

Maar toch, die impertinente tweet. Die doet zo enorm veel pijn. We hebben niet gekozen voor een ernstig gehandicapte dochter. Voor al die zorgen en kosten die het met zich meebrengt. We hebben niet gekozen voor die 24 uur per dag zware zorg. Voor de stress bij elke operatie, voor haar zware hartprobleem, haar scoliose. We hadden natuurlijk zoveel liever dat ze niet chronisch ziek was. Voor haar, voor haar toekomst. En dan zo een tweet. Ik ben er nog niet overheen.

Gelukkig kijkt onze dochter mij aan, terwijl ik dit schrijf. Zie haar lach en levenslust en denk ik: Potvolblommen, al zou haar zorg meer kosten dan een JSF-vliegtuig, ze is het dubbel en dwars waard.

tweetzomerdip

Quatorze Juillet: Open brief aan alle Nederlanders


WijStaanOp-lol

Veertien juli, treedt het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap in werking in Nederland. Dat verdrag verplicht de overheid en de samenleving om de rechten van alle mensen die moeten leven met een handicap, te waarborgen. Zodat zij gelijk als ieder ander kunnen reizen, wonen, werken, uitgaan en een zelfstandig bestaan opbouwen. Net zoals ieder ander mens.

Veel mensen zijn zich er niet van bewust hoe noodzakelijk dit verdrag is voor de ontwikkeling van meer dan een miljoen mensen met een beperking in ons land. Het gaat om bijvoorbeeld de volgende zaken die de overheid, bedrijven en instellingen mogelijk moeten maken:

  • Ongehinderd toegang tot openbaar vervoer, alle stations, alle treinen en alle bussen. Nu is dat nog niet mogelijk
  • Ongehinderd toegang tot begrijpelijke en goed voorleesbare websites, voor bijvoorbeeld mensen met een visuele of verstandelijke beperking
  • Ongehinderd kunnen kiezen uit het woningenaanbod op alle kostprijsniveaus en huurniveaus, omdat ze allemaal toegankelijk zijn of snel gemaakt kunnen worden. Slechts een miniem aantal woningen van nu zijn toegankelijk voor mensen met een beperking
  • Ongehinderd kunnen deelnemen aan onderwijs, ook groepsonderwijs. Bijna geen onderwijsinstelling is volledig toegankelijk: lokalen, pauzeruimten, practica of toiletten, het is bijna overal niet 100% toegankelijk
  • Ongehinderd kunnen stemmen, de meeste stemhokjes zijn te hoog en het stembiljet is onhandig of slecht leesbaar voor mensen met een beperking
  • Ongehinderd kunnen werken in een werkomgeving die flexibel en aanpasbaar is voor alle soorten van werkenden, enorm veel mensen met een beperking lopen aan tegen werkgevers die hun werkomgeving niet willen aanpassen omdat dat te duur is.
  • Ongehinderd toegang tot restaurants, cafés en hotels, daar zelfstandig kunnen blijven zonder mensonterende til- en sleeptaferelen, bij 80% van de horecaondernemingen is de toegankelijkheid slecht tot zeer slecht

Onze landgenoten met een lichamelijke of andere handicap kunnen daardoor niet voldoende meedoen in Nederland, terwijl het VN-verdrag bepaalt dat dat een recht is. Onze overheid en onze samenleving moeten samen met hen oplossingen vinden en bestaande oplossingen meer consequent gaan inzetten.

Wij roepen u op om mee te helpen om het VN-verdrag daadwerkelijk na te komen. Door van uw gemeente te eisen gebouwen en openbare ruimten toegankelijk te maken, door goed gehandicaptenvervoer te regelen. Door van uw regering te eisen dat zij de wetgeving voor de bouw, onderwijs, zorg, sociale zaken en economische zaken zodanig aanpast, dat ontoegankelijkheid bij de wet verboden wordt. Door uw werkgever te wijzen op de plicht toegankelijke werkplekken aan te bieden, door de school van uw kinderen te wijzen op ontoegankelijke lokalen, toiletten en andere ruimten.

Op veertien juli 227 jaar geleden beleefde Frankrijk een revolutie door alle burgers gelijke rechten te geven. Laten we die revolutie vanaf vandaag completeren door nu ook mensen met een beperking diezelfde rechten te geven als ieder ander. En laat ons dat vanaf vandaag elk jaar op 14 juli vieren als Nationale Inclusiedag. Elk jaar, als start- en meetpunt voor het bouwen van een Nederland waarin onze 1,2 miljoen Nederlanders met een handicap een gelijkwaardig onderdeel zijn van de samenleving.

Margit van Hoeve en Marcel Kolder, beiden ouders van kinderen met een beperking.

 De groep Wij Staan Op! nam al een voorschot op Nationale Inclusiedag met hun Manifest: Vrijheid Gelijkheid en Menselijkheid, teken het (bit.ly/wso-teken) en volg hun strijd via www.wijstaanop.nl

 

De zoektocht van de gelovige naar eeuwige schoonheid in architectuur


Top-10-Iconic-Pieces-of-Architecture-in-LA3

Guggenheim Museum in Bilbao, Spanje

Sommige gebouwen bezitten een allure die zo schoon is, dat je er vol verbijstering en ongeloof naar blijft kijken. Objecten waar je absoluut mee op de foto wil, of die je in ieder geval als miniatuur mee naar huis wil nemen om met je partner liefkozend naar te kijken, pronkend in je trofeeënkast, naast al die andere wonderlijke herinneringen.

Historisch belang van het icoon

Het zijn vaak fameuze historische objecten met een verhaal, die grootstedelijke iconen. Iedereen kent ze: De scheve toren van Pisa en het prachtige Colosseum. Maar er zijn ook iconen van de moderne tijd. De ultramoderne golvende metalen structuren van het Guggenheim in Bilbao en de ronde kurkentrekker van Guggenheim in New York. Ook in deze moderne tijd worden constant ‘wannabee’ ‘iconen’ toegevoegd in grote en kleinere steden. Of ze nu slagen als ‘icoon’ of niet. Waar komt toch die wens vandaan om deze megalieten te scheppen?

Ik doe een poging te ontdekken wanneer een gebouw onderdeel is van de ‘schone kunsten’ en wordt omarmd door het volk als ‘Ikonisch’. Over het historische aspect is de lezer het wel met me eens, maar er is meer. Schoonheid bij architectuur is ook te vinden in de harmonie van het gebouw. De proportie, de geometrie, het materiaal, de context waar het gebouw is ingebed èn het streven naar volmaaktheid. Dit alles moet kloppen. Dat is precies waarom de grootsheid van sommige gebouwen niet van de grond komt. Gebouwen bedacht door stadsbesturen die enkel tot doel hebben wolkenkrabber of ‘skyscrapers’ te zijn in de ‘ratrace’ van groot, groter, grootst. Maar nooit groots zijn.

Door het icoon te ontmoeten ontstaat wederkerigheid

Er is nog iets wat iconisch maakt. En dat is de in de tijd ontstane levendigheid in en rondom deze monumenten. Omgekeerd zou je kunnen stellen dat de juiste iconische architectuur levendigheid en reuring toevoegt aan een stad. Het is blijkbaar wederkerig. Misschien is dat een van de redenen waarom steden toparchitecten vragen om een stadse icoon van allure. Want het klopt, als bezoeker wil je graag bij het icoon zijn, misschien wel horen (gezien de vele selfies die worden geschoten). Horen bij de Eifeltoren, de Sagrada Familia of de Tai Mahal. Je wil het icoon aanraken, in bezit nemen of ondergaan. Soms is dat het object zelf soms vanwege het magnifieke uitzicht op de top, de Eifeltoren, het Platonium in Brussel of de Euromast in Rotterdam. Je voelt je dan even God, bovenop de wereld.

Het is de ‘content’ die het hem doet

Voor een kathedraal, museum of beursgebouw is de inhoud de magneet voor de bezoeker. De kathedraal toont mystiek en mysterie, het museum de unieke collectie, en het beursgebouw, de handel. Het is de drie-eenheid die in geen stad zal ontbreken. In de lijn van de inhoud kan de iconie zijn best doen. Vorm volgt functie. Zoals nu de nijvere handel in de Markthal te Rotterdam, duidelijk ontworpen als ‘commerciële’ triomfboog, en het Rotterdamse Centraal station, met een overweldigende en uitnodigende toegangspoort die verleidt naar de krochten van het stedelijke vervoersmausoleum.

Mystiek toevoegen aan de stad

kunstlinie2

De Almeerse Stadsschouwburg

Een architectonisch Icoon kan zeker de juiste mystiek toevoegen aan een stad. Als ik kijk naarAlmere, de stad waar ik nu woon, is die mystiek te vinden in de sereniteit van de binnenkant van het stadstheater, gebouwd door een jonge Japanse architecte van het bureau Sanaa. Als ik in dat theater ben, denk ik vaak aan de kwaliteiten van de kerk die door Corbusier in Ronchamps in Frankrijk is gebouwd. Een gebouw waar de ingetogenheid van de buitenkant, de binnenkant juist zo mooi maakt. Als een plek waar visioenen kunnen ontstaan, of tenminste een visionair idee.

142-RONCHAMP-the-architecture-of-wonder-and-listening-to-infinity

De kerk van Corbusier in Ronchamps

De kosmos naar de aarde halen

Mag ik stellen dat het ware iconische gebouw het universum aanraakt. Dat kan letterlijk zo zijn bij kathedralen, maar ik voel dat ook bij andere iconen. Het lijkt wel zo dat je via het gebouw, de kosmos ervaart. Het gebouw is dan de handtekening van het goddelijke, door de mens gecreëerd. En het citeert daarmee de mythen en legendes die we al sinds mensenheugenis meedragen. Tenslotte kan het ook een eeuwig leven voor de ontwerper creëren? En wie wil geen fan zijn van het eeuwige leven?

Als er iets goddelijks bestaat dan bestaat er ook een contrair beeld: De lelijkheid. Ook gebouwen kunnen leven op de rand van goed en kwaad. Er is ook veel wrede schoonheid te vinden in de architectuur, gebouwen in disharmonie met de omgeving. Gebouwen die angst aanjagen. Soms om een statement te maken, vaak om denkbeelden te kantelen en te willen vernieuwen. Outsider Architecture, als het ware. Verstoten door de elite.

De rol van lelijkheid in iconische architectuur

Er is immer het gevaar van echte lelijkheid bij nieuw te ontworpen ‘iconen’. Decadentisme en wellustigheid zijn voor architecten als de duivel voor de deuren van het paradijs. Je hoort de slang sissen: Steeds maar hoger, steeds maar ‘gladder’, steeds maar bevalliger (lees commerciëler). En dan ontstaat een gebouw dat de gewone mens zoveel angst inboezemt dat zij aanstoot neemt aan het ‘gedrocht’. Sommige moderne iconen lopen langs de rand van de hel en vallen in ongenade en krijgen met een moderne beeldenstorm te maken. Extravagantisme blijft in onze nuchtere Hollandse cultuur een gevaarlijk spel, terwijl Oezbeken of Turken die grandeur graag omarmen. Ook kan hetzelfde icoon afstoten of aantrekken. Centre Pompidou is zo een voorbeeld, bij sommige Parijzenaren zie je de afschuw op hun gezicht bij het moderne gedrocht, anderen vinden het juist het toppunt van architectonische moed.

Daarnaast blijft altijd de vraag of alle iconische gebouwen voor altijd icoon blijven. Zijn zij voor eeuwig louterend of over honderd jaar gewoon kitsch? Geven ze over 250 jaar nog de juiste prikkels of juist raakt men overprikkeld? Gaan we blijvend van deze gebouwen houden, of blijven ze voor altijd een doorn in het oog totdat sloop volgt? Wordt het simpel andermans lelijkheid en andermans belediging.

De natuur kent geen lelijkheid

Waarom creëren wij als mens soms heel lelijke gebouwen? De natuur kent namelijk geen lelijkheid. Is dat dan juist het unieke van de mens, dat wij en de hemel en de hel kunnen creëren? Misschien hebben lelijke dingen ook een functie? Het lelijke draagt dan bij tot de ordening van wat wij mensen vinden. Tot het besef wat mooi en lelijk is.

Als ik opnieuw een uitstapje maak naar de omgeving van het stadshart van Almere zijn de huizenblokken van een angstaanjagende jaren ’80 allure: Saai en burgerlijk. Naast het architectonisch nieuw en wellicht iconische stadshart ontworpen door het bureau van Rem Koolhaas steekt het jaren ’80 deel af als de martelaar en boeteling van de stad. Het nieuwe stadshart lijkt daarmee onze burgerlijke inborst te willen bevrijden, een hemel op aarde te bieden. Het is niet zomaar op een gecreëerde heuvel of terp gebouwd.

Toch vraag ik me af. Als we dat megalomane en wellicht wel iconische Almeerse stadshart midden in Parijs zetten, doet het dan nog wel zijn iconische ding, zoals dat het doet in mijn slaapstad Almere? Is de context belangrijker dan het gebouw? Is de plek en het gevecht met de omgeving belangrijker dan de wens de hemel aan te raken? En wil de Almeerder zich wel optrekken aan de gruwelen van de moderniteit en het surrealisme dat het stadshart is. Kunnen we als stadsbewoner de positieve kitsch en gecreëerde magie van dit centrum waarderen of blijven het lege skeletten zonder inhoud. Zonder mystiek en magie. Zinderingwekkend. En als we dan toch enige verhevenheid ervaren in de constellatie van gebouwen in het moderne stadshart. Durven we dan als plattelanders de reis te starten van trash via camp, naar wellicht de schone kunsten.

Dat zeker te weten, dat merken we wel we over 125 jaar.

Marcel Kolder, Almeerder en metaforist