We gaan geen aapjes kijken in Apenheul


Een tip. Ga niet op een zonnige zondag in het najaar met twee kinderen in elektrische rolstoel naar Apenheul. Je komt namelijk niet bij de apen, en de apen niet bij jou, tweette ik afgelopen zondag, samen met een foto van twee meiden achter een dikke rij mannen met hun eigen vooruitgeschoven kinderen die hun plek verdedigden.

Ik weet niet wat er precies gebeurt in de hersencellen van bezoekers als zij een kaartje betalen om apen te zien en zich daarna door de mensenmassa een weg banen richting hun geliefde diertjes. Het gros wordt bij grote drukte een soort van roofdieren die nietsontziend voor rolstoelen dringen, andere kinderen en ouderen. En als je er wat van zegt je toeschreeuwen: “Moet je maar niet op een zondag naar een dierentuin gaan, je kunt ook door-de-weeks met je handicap”.

Er is wat aan de hand in de samenleving. Ik merk al een paar jaar dat er een onderlaag is die hand-in-hand lijkt te gaan met de dikke-ikke mentaliteit van sommige graaiers aan de top. Ouders die ‘eigen kinderen eerst’ als motto lijken te hebben. Het manifesteert zich niet alleen langs de lijnen van het sportveld.

Ik wist even niet wat ik daar terplekke aan kon doen als begeleider van twee ernstig gehandicapte jongeren in een rolstoel die zich met moeite een weg konden banen door de hysterische massa.

Na een klein half uur wachten kwam een ouder echtpaar naar ons toe en vertelde dat een vriend van hen een plaatsje aan de zijkant van het Oran Oetang-gebouw voor ons hadden vrijgehouden. Let wel, een ouder echtpaar van rond de tachtig.

De tweet veroorzaakte een stortvloed aan reacties. Fijne reacties. De meest fijne was van Apenheul zelf. We mochten nog een keer op hun kosten komen. Op een rustige dag. In het gesprek met een medewerker opperde ik of wellicht een bord met daarop een aapje in een rolstoel (en een grappig op de grond geschilderd rolstoelvak) zou helpen. Het voorstel ligt nu bij de directie. Ik ben benieuwd of dat gaat lukken. Ik voel wel voor zo een kanteling naar een nog toegankelijker toegankelijk Apenheul.

IMG_0383

Advertenties

Losgezongen leiderschap of minnekozend leiderschap


A._percula.jpg

Er is een clan van machthebbers, ook in Nederland, die liever omgaat met de eigen soort, de invloedrijken en ‘succesvollen’ dan met de ‘anderen’. Dat heeft gevolgen voor het besturingssysteem van landen en organisaties. Je merkt om je heen dat het namelijk al een tijdje spaak loopt. Vaak heren die losgezongen zijn van de werkelijkheid. 

Deze clan van (politiek) bestuurders leeft als het ware in de eigen ‘filterbubble’ en doen daarmee zichzelf tekort en raken verdwaalt in een nep-wereld en hebben niet in de gaten wat er echt speelt. Ze leven voort op de door hen gecreëerde apenrots en vertonen bij conflicten hun fijn door ontwikkelde rattengedrag in een verder boosaardige wereld. Raar woord eigenlijk Boos-Aardig. Een soort contradictie. We kennen ze maar al te goed.

De toeschouwers van deze dierentuin keuren enerzijds het rattengedrag af, maar stiekem verlangen ze er ook naar om er onderdeel van uit te mogen maken. Het succesmodel van de apenrots werkt en pakt hen beet.

Trump

Om dit keer even niet onze eigen politici en bestuurders het vuur aan de schenen te leggen, kijk ik naar de verafgoding van president Donald Trump. ‘You adore him or you hate him’. Fanatiekelingen verheerlijken zijn schelmenstreken en zien dat als belangrijke waarde, hij toont namelijk ‘guts’. En is daarmee de antiheld van de Amerikaanse middenklasse. Boos-Aardig dus. Maar kijk je goed waar hij die ‘ballen’ gewend was te tonen, dan is dat voornamelijk ontstaan in zijn gok- en vastgoedimperium. Waar ‘Monopoly’ en leven en dood belangrijker is dan ze netjes alle ‘Vier op een rij’ te hebben.

Egogedreven en narcistisch leiderschap ontstaat als je meent dat je het succes aan jezelf te danken hebt in plaats aan je schare fans, werknemers of burgers die in je geloven of geloofden. Je ziet dat overal, in het bedrijfsleven, binnen de overheid en de politiek.

Wat opvalt is dat de mens door deze leiders constant wordt gereduceerd tot cijfers en grafieken. Tot kwantitatieve termen. Groot, groter, grootst. Big, bigger, biggest. Van de ene tsunami naar de andere. Begrijpelijk, de burgers zijn in hun ogen slechts stemvee of werkslaaf. En we weten zo goed dat deze ‘leiders’ vooral hun eigenbelang najagen, dat ze voor korte duur presteren en na falen fijn job-hoppen naar de volgende functie in het centrum van de macht – die bekende apenrots. Vaak dat rotsblok dat ze voordien als politicus juist moesten controleren. Het is het soort leiders dat meent dat mensen, medewerkers of burgers, in het gareel moeten worden gehouden, dat ze onbetrouwbaar zijn en ongemotiveerd. Ze gijzelen hun schare fans en staan niet open voor informatie die ze niet willen horen, ze zien enkel hun eigen route, de rest is ‘fakenews’.

Laten we het duistere kantelen naar wat lichters

In dit duistere decennium waar de route naar verlichting een verlangen van velen is, zijn we op zoek naar een systeem waar we ons mee verbonden willen voelen, een die duurzaam is, respectvol en wederzijds winstgevend. En daar heb je deze apenrotsbewoners eigenlijk niet meer voor nodig. Overbodige dieren die hun nut in het oude systeem niet hebben bewezen breng je dan naar een sanctuarium, een beschermde plek voor ze, tot het overlijden.

Compassie is het toverwoord

We kunnen ook kiezen voor leiders met compassie. Dienstbare leiders die mensen binnen organisatie of omgeving zien als een waardevol onderdeel. Waar de egogedreven leider verdeelt, onderdrukt en overheerst, zal de compassievolle leider verbinden, ruimte en verantwoordelijkheid geven. Deze nieuwe leiders kijken meewarig naar de apenrots en kiezen voor maatschappijoriëntatie in plaats de carrière-oriëntatie, ze hebben inzicht in de dynamiek van de wereld, de duurzaamheidsprincipes en snappen als geen ander dat je met elkaar wint. Ze zijn als het ware het tegenovergestelde van autocratisch, ze zijn holacratisch, ze verdelen de ‘macht’ over de hele organisatie, het land, de stad, de wijk, de straat, de inwoners en in het bedrijfsleven bij teams. Bij de wortels van de samenleving. Waar iedereen eindbaas is over zijn eigen rol in het geheel. Zelfregulerend, zelfsturend en zelforganiserend.

Symbiose is wederzijds winstgevend 

Holacratie komt van het Griekse ‘Holon’, dat ‘geheel’ betekent. Een holacratische organisatie stelt het hogere doel centraal, dat start bij het ‘waarom’. De missie die iedereen voelt. Een holacratie gaat over zelfsturing en samensturing. Het uit zich in zelfsturende kleine units binnen het grotere geheel. En heeft zelfs van nature wisselende teamrollen. Je ziet het terugkomen bij kleine wijkinitiatieven, bewonersbedrijven, bij buurtzorg en vooral bij start-ups die in netwerkorganisaties samen werken aan nieuwe diensten en producten. Leider en medewerkers zijn hier een geheel. Symbiotisch noem ik dat. Wederzijds winstgevend. Samen de uitdaging van ‘overleven’ oppakken.

Minnekozen en leiderschap

Symbiose is een leenbegrip uit de natuur. Het is de kunst van samenleven, niet in onmin maar juist in min met elkaar samenwerken. Minnekozend. Ook zo een mooi woord dat past bij symbiose. Of het nu de vliegenzwammen zijn onder een berk zijn of die kleine Nemo’tjes tussen het koraal. Symbiose zie je juist bij nieuwe manifestaties. Zij richt zich vooral op doorbraak denken, op het matchen op thema’s die elkaar nog niet ontmoet hebben. Soms is het intuïtie, soms ‘serendipity’, soms is het: samen kun je beter leven. Het is een organische manier van werken. Met gedeeld en eerlijk leiderschap.  In teams weet je tenslotte wat je aan elkaar hebt. Met het toverwoord ‘vertrouwen’ als uitroepteken. Die teams helpen organisaties te excelleren. Die dragen samen zorg voor een betere leef- en werkomgeving, de achterstelling van vrouwen, kinderen en gehandicapten verbeteren (ook in de westerse landen) … om maar een paar dwarsstraten te noemen. In een vind-tocht naar een socialer leven in een echt gedeelde democratie. Kennen jullie deze kantelende teams. Ik hoor het graag.