Oostkavels revisited


2731.jpg

De gemeente Almere moet deze maquette nog hebben. Een prachtig fjordengebied naast het stadshart. Jammer dat we het niet konden uitvoeren vanwege de crisis in 2008. En nu. Maakt het weer een kans Loes Ypma?
Samen met toparchitect en dondersteen Sjoerd Soeters sprak ik mijn stadscolumn uit voor een grote groep inwoners en specialisten over deze OostKavels. Voor de serieuzen onder ons: Het was grappig bedoeld. Sjoerd heeft ons huis ontworpen. Op 13 januari 2007. Dat is lang geleden. Zou de gemeente nog overwegen dit opnieuw aan te besteden?

‘Het heen en weer schieten van verlies naar verlangen, en van verlangen naar verlies, zijn de congestieve ingrediënten van Almere’s identiteit. Het is een rat race waarin Almeerders opgesloten lijken. Waarbij de melancholie van hun verleden, van het oude land, verknoopt raakt met postmoderniteiten en individualisme. Het collectief reïncarneert continu het stedelijk landschap van oud- naar nieuw land. Het zichtbaar gemis van een roemrijk verleden en civilisatie hebben Almere bijzonder vatbaar gemaakt voor de wijze waarop men zich in de stad nestelt. Haar identiteit vorm geeft. Middenstandsfamilies en haar vooroordelen staan centraal in de meningsvorming rondom de ontwikkeling van de stad en haar stadshart. De exclusieve locus van Filmwijk en Stadshart en de zichtbare verbintenis als design-twins creëert dromen, mogelijkheden en angsten. Een sterk besef van verandering toont dat de architectonische twee-eenheid in en vlak naast het stadshart via nieuw-creatie van het oostkavelgebied zich op de grens van een omvangrijke transformatie beweegt die haar in veel verschillende richtingen kan stuwen. Ik kijk naar de Oostkavels. En droom dat de kavels een mooi meanderend gebied zijn, met water, pleintjes, eilandjes in het weerwater, verbindingen, bruggen naar verwachtingen, met een variëteit aan kleurrijke en veelsoortige gebouwen. Almeerse fjorden. Stadsbestuur, laat u inspireren door de Almeerse mens en haar liefde voor de weidse natuur. Door Antoni Gaudi of door Le Corbusier en Frank Lloyd Wright. Maak betere pleinen en parken, integreer stadshart, stadspark en stadswijk met organische vormen. Vergeet de Berlijnse Muur en het staccato aan eenvormigheid. Kies voor Hundertwasser of Himmelblau. In een holistisch geheel. Kies nadrukkelijk niet voor de ego-trips van individuen. Kies uiteindelijk voor samen met de bewoners ontwerpen en bouwen. Het gaat immers niet enkel om meer, maar vooral om anders.’ Laatst zag ik de eerste ontwerpen. De gemeente Almere heeft geluisterd. Ik ben gerustgesteld. De dialoog is op gang. Chapeau.

Plekmaken als sociale innovatie


Het ontwikkelen van inclusieve, gezonde en veerkrachtige steden is misschien wel de grootste uitdaging voor de mensheid van vandaag. Een belangrijk deel van de oplossing voor een veerkrachtige stad ligt in het hart van stad: de openbare ruimtes. Gezonde openbare ruimten zijn de springplank voor revitaliserende gemeenschappen.

High-line-new-york-01.jpg

High lane New York

Ontmoetingsplekken scheppen waar mensen met plezier leven. Als je steden ontwikkelt voor auto’s en verkeer, dan krijg je ook veel auto’s en verkeer. Plan je steden voor mensen dan ontstaan er plekken voor spelende kinderen, wandelende voetgangers, rolstoelers en fietsers. Er ontstaan pleinen, speelse doorkijkjes en parken waar je met elkaar kunt verpozen. Maak tevens wat ruimte voor lokale helden met hun kleine winkeltjes, met hun verwenproducten, gezond eten, en let dan eens op wat er gebeurt. Misschien gaan bewoners zomaar op die leuke plek dingen organiseren. En is er geen ruimte in de straat verander je een andere plek in een groen feestje. Maak bijvoorbeeld bereikbare daktuinen of maak van je overbodige metrolijn in plaats van een ‘sidewalk’ een ‘green upwalk in the sky’.

z_artikel_en_18_5_DSC6035_1200x800.jpg

Stoep-maken, plein-maken en park-maken. Plekmaken doe je waar mensen wonen. Voor hun deur of op plekken waar zij samenkomen. Door een ‘overbodige’ straat af te sluiten kun je een nieuwe groene speelplek creëren. Een schommel of een kiosk met lekker eten maken van je omgetoverde straat snel een ontmoetingsplek. Ontmoetingsplekken ontstaan meestal waar bussen, trams en andere voertuigen samen komen of elkaar kruisen. Maar pleinen kunnen zoveel meer zijn. Het kunnen (mini)parken worden. We kunnen delen transformeren in pluktuinen met verse groente en fruit. Jawel, dat kan, zomaar midden in de stad. De omringende panden kun je open gevels geven met veel glas. Versieren met verticale of hangende tuinen. Verzin bijvoorbeeld een tijdelijk stoep- of fietscafé. Betrek mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Zo blur je het lommerrijke levendige plein de omringende huizen of winkels in.

City-Hall-Green-Roof-1024x678.jpg

Gebouwen die de plek als ontmoetingsplek markeren. Je kunt ook gebouwen of paviljoens ontwerpen die ontmoetingsplekken ondersteunen. Een groen paviljoen, een overdekte marktplaats. Zorg voor een plek waar je lekker overdag in het gras kan liggen, installeer mooi houten straatmeubilair. En laat die plek beheren door bloemrijke mensen uit de buurt: De ‘community’. Daar kunnen workshops plaatsvinden rondom de uitdagingen in de stad. Over voldoende gezond eten, onderwijs, sport of cultuur. En maak met elkaar de agenda voor die plek, het park of de hangende tuin. Organiseer festivals, een bloemenmarkt, kookwedstrijden, een kunstmarkt en maak een rolschaatsroute of fietsparcours. En overorganiseer het niet. Doe het quick and dirty. Dat gaat sneller. Start met een tafel en organiseer een schaakwedstrijd. Doen is namelijk al meer dan niets doen met elkaar. Met dat duidelijke doel voor ogen. Dat het beter zal gaan met de mensen en de buurt. Dat het een prettige plek wordt, een veilige plek, een ontmoetingsplek waar iedereen aan kan mee doen.

Kijk eens op de website van zo een plekmaker: http://www.yeswedo.nu

Of download dit rapport van de UN over placemaking and the future of cities:

https://www.pps.org/wp-content/uploads/2015/02/Placemaking-and-the-Future-of-Cities.pdf

city-6.jpg

Optimisme helpt wijkontwikkeling


placemaking

Ik geloof in een veerkrachtige samenleving en kansen die we zelf kunnen creëren. Onzin. Optimisme is een morele plicht, zei wetenschapsfilosoof Karl Popper. 

De gewone man

Als je sommige politici mag geloven heeft de ‘gewone man’ geen kracht meer om de samenleving, zijn woonwijk en leven naar een volgend niveau te brengen. Persoonlijk vind ik dat onzin. Sommige buurten werden juist achterstandswijken doordat mensen de regie en daarmee de verbinding met de stad werd afgepakt. Vaak door regelgevers, handhavers, beleidsmakers en andere beterweters van de gemeente. Ik zie in diverse steden en wijken veel projecten en initiatieven ontstaan waar ik erg blij van word. Maatschappelijke initiatieven groeien als kool. Echt, breng die zogenaamde ‘gewone man’ maar eens samen, laat ze maar eens praten over wat ze anders (in de wijk) willen. Dan worden het net ‘Rotterdammers’ (tenminste, dat is de mythe). Je weet wel, van die gasten die met opgestroopte mouwen de klus klaren.

Loslaten in vertrouwen

Ik zou zeggen. Gemeente blijf af van je wijken en de initiatieven die ontspruiten. Leer eens los te laten in vertrouwen. Bewoners en ondernemers kunnen het echt zelf. Er poppen steeds meer bewonersbedrijven op, opgezet door bewoners, lokale ondernemers en met inzet van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Soms gefaciliteerd door de gemeente. Daarmee bedoel ik behalve ‘geld’, juist ook regelarme wetgeving, gemakkelijker vergunningen, regelarme bijstand en kijken naar mogelijkheden van mensen in plaats naar onmogelijkheden.

Maatschappelijk eigenaarschap

Die initiatieven bevinden zich op veel domeinen. De meesten op sociale cohesie en beheer van de eigen omgeving. Maar ook op welzijn en zorg en lokale economie. Een project lukt als het zeggenschap over gemeentelijke middelen krijgt en eigenaarschap. Want natuurlijk hebben initiatieven als ze succesvol zijn recht op publieke middelen. Dus nogmaals, gemeente blijf van succesvolle projecten af en ondersteun voornamelijk faciliterend. Ook burgers kunnen maatschappelijk eigenaarschap hebben en kunnen partner in beleid worden.

De stad is eigendom van de inwoners

Ik besef me dat stad een ecosysteem is, met dynamische levende materie. Laten we die levende materie dan ook eigenaar van de stad maken. Als geen ander geloof ik dat een stad pas tot zijn recht komen als alles en iedereen gemixt is. Als het leven zelf. Organisch, spontaan en onopgeruimd. Untidy, op zijn keurig Engels. De ‘intermingling’ van alle stedelijke gebruikers zijn cruciaal voor economische en stadse ontwikkeling. En dan kies ik graag voor een model waar je kleine lokale bedrijven ondersteunt en creatieve impulsen van stedelijke entrepreneurs omarmt.

Er ontstaan bedrijfjes die de kleine economie omarmen

Waar de politiek nog kan spelen met onderbuik gevoelens, zie ik in de wijken andere verhalen. Ik zie dat inwoners uitdagingen aanpakken en met elkaar oplossingen bedenken. Want ondanks de grootstedelijke problemen, is in de stad ook plek voor oplossingen en experimenten. Waar landelijke regelgeving veel in de weg zit, wordt plaatselijk steeds meer gedoogd ten bate van het experiment. In Amsterdam is er een ‘Free Zone’ ontstaan waar ondernemers en burgers een, op sterven na, dode winkelstraat weer leven in hebben geblazen. De Jan van Galenstraat is nu een hippe trendy plek geworden, waar burgers zelfs winkeltjes bestieren. Het kan overal, ook in Tilburg, ook in Maastricht. Steden zitten vol dynamiek. Trends en vernieuwing ontstaat daar niet zomaar. Burgers tonen hun lef en richten burgerbedrijven op of energiecoöperaties. We zien leerwerkbedrijven en talentfabrieken ontstaan. De kleine economie wordt omarmd. Er komen nieuwe vormen van volkskeukens met buurtgenoten als ondernemers. Er ontstaan wijkmusea en verhalenhuizen. Omdenk- en Kantelcafé’s, leeszalen en buurtzorg. Want we kunnen anders, beter en leuker. Praat-clubs zijn uit en Doe-clubs zijn in. Omdenken is vooral omdoen. Waar inwoners oppakken en aanpakken. En ook dat is kanteldenken.