Blauw, groen en rood.


Ellsworth Kelly’s “Red Blue Green.” 1963, Oil on Canvas.
Ellsworth Kelly’s “Red Blue Green.” 1963, Oil on Canvas.

Bomen en groen in een wijk of buurt zorgen ervoor dat je minder gestresst wordt en gezonder, aldus bijzonder hoogleraar Agnes van den Berg. Planologen spreken vaak in de termen rood, groen en blauw. Daarmee bedoelen ze bebouwing, groen en water. Een stedebouwkundig principe is deze elementen in gelijke mate in steden te verdelen. Gelijkwaardig als het ware, met de nadruk op waardig. Dit schilderij van Ellsworth Kelly dat dit ook doet hangt in het stedelijk museum. Ik woonde in de wijk daarachter, en ging bijna elke week even kijken. Ik kwam tot rust. Hij is een van mijn favoriete schilders. Hij is een minimalist. Dit schilderij is meer dan mans hoog en de kleuren zijn overweldigend. Als ik er naar kijk word ik intens gelukkig. Niet toevallig lijkt dit op een stadsplattegrond. Schilderijen van Bart van der Leck op Mondriaan hebben dat ook.

Groen en blauw zijn zijn in veel dichtbebouwde oudere steden ver te zoeken. Terwijl wetenschappelijke studies laten zien dat wij inwoners fysiek en psychisch gezonder zijn als er natuur om je heen is. De beleving wordt versterkt door de herhalende natuurlijk vormentaal die zorgen voor een positieve brein reactie. Groen in een stad toevoegen is niet zo moeilijk. Je ziet tiny forests opduiken, keukentuinen verschijnen en vegetatie op daken.

“I have worked to free shape from its ground, and then to work the shape so that it has a definite relationship to the space around it,” legde Kelly eens uit bij dit schilderij. “So that it has a clarity and a measure within itself of its parts (angles, curves, edges and mass); and so that, with color and tonality, the shape finds its own space and always demands its freedom and separateness.”

Plekmaken als sociale innovatie


Het ontwikkelen van inclusieve, gezonde en veerkrachtige steden is misschien wel de grootste uitdaging voor de mensheid van vandaag. Een belangrijk deel van de oplossing voor een veerkrachtige stad ligt in het hart van stad: de openbare ruimtes. Gezonde openbare ruimten zijn de springplank voor revitaliserende gemeenschappen.

High-line-new-york-01.jpg
High lane New York

Ontmoetingsplekken scheppen waar mensen met plezier leven. Als je steden ontwikkelt voor auto’s en verkeer, dan krijg je ook veel auto’s en verkeer. Plan je steden voor mensen dan ontstaan er plekken voor spelende kinderen, wandelende voetgangers, rolstoelers en fietsers. Er ontstaan pleinen, speelse doorkijkjes en parken waar je met elkaar kunt verpozen. Maak tevens wat ruimte voor lokale helden met hun kleine winkeltjes, met hun verwenproducten, gezond eten, en let dan eens op wat er gebeurt. Misschien gaan bewoners zomaar op die leuke plek dingen organiseren. En is er geen ruimte in de straat verander je een andere plek in een groen feestje. Maak bijvoorbeeld bereikbare daktuinen of maak van je overbodige metrolijn in plaats van een ‘sidewalk’ een ‘green upwalk in the sky’.

z_artikel_en_18_5_DSC6035_1200x800.jpg

Stoep-maken, plein-maken en park-maken. Plekmaken doe je waar mensen wonen. Voor hun deur of op plekken waar zij samenkomen. Door een ‘overbodige’ straat af te sluiten kun je een nieuwe groene speelplek creëren. Een schommel of een kiosk met lekker eten maken van je omgetoverde straat snel een ontmoetingsplek. Ontmoetingsplekken ontstaan meestal waar bussen, trams en andere voertuigen samen komen of elkaar kruisen. Maar pleinen kunnen zoveel meer zijn. Het kunnen (mini)parken worden. We kunnen delen transformeren in pluktuinen met verse groente en fruit. Jawel, dat kan, zomaar midden in de stad. De omringende panden kun je open gevels geven met veel glas. Versieren met verticale of hangende tuinen. Verzin bijvoorbeeld een tijdelijk stoep- of fietscafé. Betrek mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Zo blur je het lommerrijke levendige plein de omringende huizen of winkels in.

City-Hall-Green-Roof-1024x678.jpg

Gebouwen die de plek als ontmoetingsplek markeren. Je kunt ook gebouwen of paviljoens ontwerpen die ontmoetingsplekken ondersteunen. Een groen paviljoen, een overdekte marktplaats. Zorg voor een plek waar je lekker overdag in het gras kan liggen, installeer mooi houten straatmeubilair. En laat die plek beheren door bloemrijke mensen uit de buurt: De ‘community’. Daar kunnen workshops plaatsvinden rondom de uitdagingen in de stad. Over voldoende gezond eten, onderwijs, sport of cultuur. En maak met elkaar de agenda voor die plek, het park of de hangende tuin. Organiseer festivals, een bloemenmarkt, kookwedstrijden, een kunstmarkt en maak een rolschaatsroute of fietsparcours. En overorganiseer het niet. Doe het quick and dirty. Dat gaat sneller. Start met een tafel en organiseer een schaakwedstrijd. Doen is namelijk al meer dan niets doen met elkaar. Met dat duidelijke doel voor ogen. Dat het beter zal gaan met de mensen en de buurt. Dat het een prettige plek wordt, een veilige plek, een ontmoetingsplek waar iedereen aan kan mee doen.

Kijk eens op de website van zo een plekmaker: http://www.yeswedo.nu

Of download dit rapport van de UN over placemaking and the future of cities:

https://www.pps.org/wp-content/uploads/2015/02/Placemaking-and-the-Future-of-Cities.pdf

city-6.jpg

Een gelukkige stad heeft minder kans op een burn-out


degelukkigestad
foto: Marcel Kolder

Kan een stad gelukkig zijn? Of enigszins gelukkig worden? En als je een stad gelukkig kan maken, wat maakt een stad dan gelukkig? En bestaat er een uitgebluste stad? En hoe wakker je het vuur weer aan?

Wat ik laatst in een managementblad las is dat mensen die positieve gedachten hebben, creatiever zijn en beter presteren. Een gedachtesprong: Zou een positief ingestelde gemeenteraad of ambtenarenapparaat, ontdaan van bijvoorbeeld handhavings- en planningsangst, van invloed zijn op het welbevinden van de stad? Zou de stad beter presteren en creatiever worden? En zou je dat dan kunnen sturen?

Eigen regie

Aan de basis van menselijk geluk staat autonomie. Zelf kunnen bepalen hoe je je eigen leven inricht. En als je die regie over je eigen leven doortrekt naar de stad: Is de mate van hoe je mede je eigen stad inricht, ontwerpt, op alle niveaus bepalend voor het stedelijk geluk. En daarmee bedoel ik ècht de regie over je eigen stad krijgen, ver voorbij je eigen voortuin mogen inrichten of de jaarlijkse straatbarbecue organiseren. Samen bankjes ontwerpen, kiosken plaatsen, beplanting en je bomen uitkiezen, pleinen inrichten, parken aanleggen en zelfs hele wijken ontwerpen.

De burger als virtueel stadsmaker

Dat kan steeds slimmer, en steeds makkelijk. Via social media en internet kunnen we samen beslissen in welk gebouw de burgemeester straks zetelt. Wordt het een vrolijk gebouw, of een marmeren mausoleum? Juist dan worden inwoners stadsmaker en landmaker. En verklein je de kloof tussen overheid en burger.

Positive Design

In Delft heeft de faculteit Industrial Design het Delft Institute of Positive Design opgericht. En biedt daarmee kansen voor architecten en ontwerpers om dingen te ontwikkelen die inspireren en rijke ervaringen bieden, en zo betekenis geven aan de diverse functies van je stad. Hopelijk betrekken ze tegelijkertijd de passie en denkkracht van inwoners in die stadsmakerij. Burgers weten het vaak beter dan de gemiddelde ambtenaar. Toch?

Recept?

Is dit een recept voor een gelukkige stad? Ik zou het niet weten. Maar het voelt wel ‘gelukkiger’ als je mee kon denken over ruimte voor groen, voor cultuur, voor werkgelegenheid, voor je gezin, voor je woning, midden in de stad als je jong bent, naar de buitenranden als je kinderen hebt, alles passend bij je levensfase en jouw idee van jouw stad.

Ik denk dat ontwerpers, architecten, planners, makers, zich wel degelijk zich iets kunnen aantrekken van wat mensen beweegt en wat zij vinden van hun eigen stad.

En serieus, ik weet heel zeker, terugkomend op de titel, een gelukkige stad heeft veel minder kans op een burn-out.

foto: Marcel Kolder