Als de leider vertrekt, gaat vaak het roer weer om


 

schaken

foto © Jeroen Dietz, 1988

 

Dit stuk gaat over duurzaam leiderschap. Want zoals de titel zegt, als de leider vertrekt, gaat vaak het roer weer om. Dat zie je regelmatig bij de zwabberende politiek en haar volgend ambtenarenapparaat. Dat zie je nog beter bij (beursgenoteerde) organisaties die sterk op de wensen van de markt moeten inspelen. Het schavot staat snel klaar als de aandeelhouderswaarde niet tot tevredenheid stelt. Soms worden er nog even wat bonussen geïnd nadat de cijfers door een slimme verkoop of afschrijving zijn opgepoetst, maar dit is vaak al een voorbode voor het vertrek van de top.

Leiderschap gaat over het in beweging zetten van mensen. Een goed leider draagt letterlijk zorg voor haar organisatie en zet het ego op een tweede plaats. De communicatie is eerlijk, authentiek, consistent en een combinatie van goed luisteren en dan pas vertellen, van analyseren en een gezamenlijke richting vinden. Tot slot inspireert leiderschap, het daagt medewerkers uit door visie te tonen, vaak over zaken die er nog niet zijn. En daar komt het component ‘duurzaam’ om de hoek kijken. Want hoe duurzaam is leiderschap en haar visie nog, als de baasjes om de vier jaar vertrekken. Reden om voor duurzaam circulair leiderschap te pleiten.

Is er eigenlijk nog wel een top nodig in je bedrijf?

Natuurlijk. Het hoogste échelon is bijna altijd initiator van de richting bij ingrijpende veranderings­processen. Niet omdat ze dat zelf vinden, maar omdat de ‘umwelt’ dat signaal geeft. Tenminste, als je het navelstaren zat bent en van buiten naar binnen denkt. Maar dan, waar liggen dan de echte verantwoordelijkheden om verder te inspireren en aan te jagen? In mijn ogen niet altijd meer bij de hoogste baas. Zeker niet in een kantelende westerse wereld. Sommigen CEO’s ontberen gewoon het talent om duidelijk te communiceren, anderen zitten niet lang genoeg op hun troon om continuïteit te garanderen, en een volgende ploeg is hun onderneming aan het ‘redden’. Dominante vormen van leiderschap en de zendingsdrang van deze heren om maar te scoren is niet meer van deze tijd.

Organisaties zijn continu in transitie en het is een komen en gaan van leidinggevenden en hun belangwekkende boodschappen. Dat brengt de communicatiespecialist in een lastig parket.

Mijn conclusie: Het starten en begeleiden van veranderingen, en haar communicatie kan en mag niet afhankelijk zijn van de leider. Dat lijkt een contradictie, maar is een voorwaarde voor duurzaam leiderschap en duurzaam opereren als organisatie. Een manier om niet alleen top-down, maar overal in de organisatie een vorm van leiderschaps- of verandercommunicatie neer te leggen zou een welkome aanvulling zijn op het palet van de communicatiespecialist.

Veranderende leiderschapsstijl

Een tweede observatie is dat de stijl van de leiderschapscommunicatie rond de jaren 2000 niet meer voldoet aan dat van nu. Toen bleef het hangen in zenderdominante strategieën en functionele communicatie. 20 jaar later gaan organisaties van reactief naar pro-actief, stellen innovatie-speelvelden, samenwerkplatforms voor projecten en de instrumentele aanpak verandert in een meer intuïtieve aanpak, een soort ‘visie zonder precisie’. Het no-nonsense denken verdwijnt en maakt plaats voor inspiratie en anticipatie. Confluent als het ware met organisatieontwikkeling als richting, kijkend naar ketens in het proces en continuïteit. Duurzaamheid als vorm van toekomstbestendigheid in plaats van korte termijn gegraai.

En dan ontdek je dat de communicatieafdeling, het human resourcemanagement en veranderteams tegen dezelfde grenzen lopen. Die van centraal aangestuurde communicatie. Behalve dat de aanzet tot kantelen vaak dogmatisch gebeurt vanuit de oekaze van de ivoren toren, is het ook vaak veel te abstract voor de operatie. De doelen van de leider en zijn veranderdoelen missen de realiteit van alledag en de betrokkenheid van medewerkers bij het proces is nihil. Leiderschap(scommunicatie) op een andere manier organiseren, niet alleen top-down, maar diep in de organisatie en dicht bij de medewerker, zal volgens mij meer rendement oogsten.

Circulair leiderschap is duurzaam leiderschap

Als vanouds ligt het zwaartepunt van het management op cognitie, op controle. Dat geeft de manager een gevoel van zekerheid, maar dempt meestal de creativiteit en energie in een organisatie. En in het verlengde de verantwoordelijkheid bij ‘doing the right job’ bij medewerkers. Bij de zoektocht naar duurzaam leiderschap is ook het vliegwiel aan de gang houden belangrijk. Zo zou elke werknemer leiding kunnen geven aan zijn eigen proces, zijn team en zijn ‘baas’. Zo krijg je een optimaal commitment en ander soort efficiëntie. Omdat de kennis van de operatie toch vaak in de basis ligt. Dit vergt een andere manier van denken en democratisering van bedrijfsprocessen. Ik noem dat circulair leiderschap. Leiderschap is niet meer van een ‘baas’ maar van meerdere mensen. Afhankelijk van de kwaliteiten die op dat moment gevraagd worden, in wisselende teams. Leiderschap komt zo op ieders bordje. Samen op weg betekent dat de top voorwaarden schept om de medewerkers de kans te geven mede richting te geven aan de organisatiefocus, de duurzaamheid, de verandering, de wijze van kennisuitwisseling en de eigen carrièremogelijkheden. De betrokkenheid van de medewerker zal zo sterk worden verhoogd. Medewerkers ontwikkelen meer contact met de kernprocessen. Er ontstaat gedeelde verantwoordelijk­heid en ruimte voor zelfsturende mechanismen. Medewerkers worden zo actoren in het veranderingsproces. Statisch wordt dynamisch, beleidsverklarend wordt beleidsbeïnvloedend. De scheiding tussen ivoren toren en ‘werkvolk’ verdwijnt en verandert in gelijkwaardigheid van partijen.

bijen

Leiderschap platforms

Als verandering een constante is, waarom vinden organisaties dan elke keer weer opnieuw het wiel uit door de introductie van het zoveelste unieke veranderprogramma? Waarom ligt er niet één continu programma en één ankerpunt waar leidinggevenden, specialisten en medewerkers elkaar treffen?

Als verandering een on-going business is, ontwikkel dan ook on-going leiderschapsplatforms, op het niveau van de eerste lijn. Bij de teamleiders of supervisors. Op dit platform weten veranderingen en veranderingsissues een plek te vinden en werken medewerkers en (top)management interactief samen aan vooruitgang en voortdurende vernieuwing. Gezamenlijk vormt men daar het ondernemingsdoel, de identiteit, het leiderschap, de persoonlijkheid, het karakter en het incasseringsvermogen van de organisatie. Die platforms kunnen bouwen op actuele inhoudelijke thema’s van de organisatie die opportuun zijn. Langs de lijn van de inhoud wordt op deze manier gewerkt aan bezieling, inspiratie en kwaliteit.

Creëer met elkaar op het laagste niveau leiderschapsplatforms

  • Creëer duurzame platforms voor leiderschapsontwikkeling bij alle medewerkers
  • Laat de inhoud van het veranderingsproces de communicatie leiden en niet de oekaze van de bazen
  • Maak de medewerkers en teamleider communicatiespil op dit platform
  • Kies voor een integrale aanpak door inzet van alle stafafdelingen op dit platform.
  • Faciliteer als deskundige de direct leidinggevenden door implementatie- en communicatietools, interactie- en opleidingsinstrumenten.
  • Stel voortdurend communicatie-innovaties beschikbaar.

De overtuiging dat leiderschap en haar communicatie niet uitsluitend voorbehouden is aan het topmanagement zal steeds sterker worden. Leiderschapscommunicatie zal breed gedragen moeten worden in de organisatie, zodat ze overal als zodanig beleefd wordt.

Een opmerking. Inspiratie, anticipatie en betrokkenheid zijn mooie woorden. Zo ook de visie uit mijn artikel, zij horen bij een organisatie waar het voor de wind gaat. Er ligt wel een gevaar op de loer: als het minder goed gaat, vervallen leiders snel weer in de traditionele zenderrol.’

Marcel Kolder is directeur van Draoidh, bureau voor organisatie-identiteit en communicatie.

 

Advertenties

Het klootjesvolk woont in Almere


COLLAGE_1

Volgens hoogleraar dr. Gerard Marlet is Almere een geografische Blunder. Almere ligt te ver weg van Amsterdam om te profiteren van haar aantrekkelijkheid en heeft zelf te weinig te bieden aan de creatieve klasse en aan de hogere klasse.

In de visie van Marlet blijft Almere een stad van klootjesvolk. Een restpost voor mensen die geen huis kunnen kopen in de nabijheid van aantrekkelijke oude steden. Het is het toekomstig afvalputje van Nederland. Ik vind eigenlijk het omgekeerde. Kantel die gedachte maar eens.

Wetenschappers als Marlet kijken vanuit het paradigma van de oude stad. Wat niet voldoet, scoort laag op de ‘lijstjes’ van relatief succes. Marlet leeft met het idee dat je een new town ergens mee kan vergelijken. Hij ziet slechts het gebrek aan oude panden, aan gevestigde cultuur en het aandeel creatieven. Daarmee gaat hij voorbij aan de kwaliteiten van de onvergelijkbare suburbane stad.

Een jonge stad met met meer toekomst dan verleden

Een stad met een hoge kwaliteit van groen, water, veel woning voor minder geld. Almere kent de hoogste economische groei van Nederland. En welke andere stad heeft 42 kilometer kustzone, 32 stadsstrandjes. Het aantal hoger opgeleiden is Almere is sterker gegroeid dan in andere steden. Wat Almere kenmerkt is een ongekende ambitie om de stad van de zeebodem op te bouwen tot een volwassen, unieke en fijne stad. Almere volgt slechts een andere route en is pas 30 jaar oud. Jonger dan de gemiddelde Nederlander.

Blauwe zee van kansen

Mag ik een vergelijking maken met de spraakmakende ‘blue ocean’ strategie van Renée Mauborgne. De kern van stedelijk succes ligt niet altijd in rode oceanen, waarin steden als concurrenten elkaar bevechten rondom issues als recreatie, arbeidsmarkt, woonmarkt en uitgaansmarkt. Gevechten van dat kaliber kennen slechts verliezers. Almere slaagt er juist in om het anders te doen. Vanuit een totaal ander paradigma een stad neer zetten die zich continu kan vernieuwen. Met in elke stadsdeel gezondheidscentra, uitgaanscentra, met gescheiden busbanen en een hart van architectonisch topniveau.

Almere is de derde architectuurstad van Nederland. Ze heeft met haar jonge culturele sector diverse prijzen gewonnen. De slogan van Apple ‘Think Different’ is eigenlijk ook een eerbetoon aan de lef van de Almeerse ontwerpers en de pioniersgeest van de huidige bevolking. In de blauwe oceaan van Almere is geen concurrentie met andere steden.

 Growing Green Cities

Almere is een mirakel volgens vele buitenstaanders. Inwoners van Almere stonden bijvoorbeeld achter de nominatie om culturele hoofdstad van Europa te willen worden en werkten in hun eigen tijd aan een Cultureel Bidbook voor de stad. Wederom een blauwe oceaangedachte. De Floriade wordt een totaal ander soort wereldtuinbouwtentoonstelling dan in het verleden. Er wordt een verbinding gelegd met ‘Growing green cities’. Met stadslandbouw, met groene energie, watermanagement en hoe groene innovaties de stedelijke conglomeraten kunnen helpen naar een next level. Een groen level.

Almere is het Cirque du Soleil van de randstad.

Nieuwstadse burgers zijn van een ander soort elite. Niet van de ‘gevestigde’ orde. Maar een nieuw ras. Tenslotte is er geen oud èn geen nieuw geld te vinden op de Zuiderzeebodem. Maar Almere heeft wel de afgelopen jaren gekeken naar het succes van Apple, van Cirque du soleil, van Viagra. Out of the box. Constant kantelend. Want de zee waarin de oude steden zich bevinden, daar past de Almeerse burger niet bij. Het succes ligt in Almere in het steeds weer vinden van blauwe oceanen.

Een tip naar het stadsbestuur: De kunst is om niet af te drijven naar de rode oceanen. Blijven ze in de blauwe oceaan, geloven ze in de meeslepende projecten van hun eigen bewoners, de actieve pioniers van de toekomst, dan voorspel ik Almere een prachttoekomst.

Vandaag wordt in NL de apartheid opgeheven.


bouwlift

Als je lichamelijk gehandicapt bent, dan is Nederland een van de meest ontoegankelijke landen van Europa. Terwijl je dat niet zou verwachten. In Leiden is bijvoorbeeld maar één café rolstoeltoegankelijk en op maar één van de vier stations kun je met een rolstoel in en uit een trein stappen.

In Almere en omgeving zijn voor kinderen met een lichamelijke beperking, die in een elektrische rolstoel zitten, weinig stageplekken. Het is meerledig. Of er is een gebrek aan een fatsoenlijk invalidentoilet of er is geen verschoningsruimte. Het is een feit dat bedrijfsgebouwen geen lift hebben. Dan heb ik het over gebouwen met één of twee verdiepingen. De stageplek van onze dochter is bijvoorbeeld zo een onbereikbare plek. Oplossing? Een bouwlift. Ja, zo een met een plank die omhoog wordt getild door een soort heftruckmechanisme. Zo kan ze van de begane vloer naar de eerste verdieping. Veilig? Niet echt. Daarom staan wij als ouders altijd met haar op de lift, zodat ze niet opeens haar rolstoel aanzet en een verdieping naar beneden dondert. Waarom ga je als ouder akkoord met zo een voorziening? Gewoon, omdat je je dochter een normale stage gunt. En niet, zoals voorgesteld door de school, de hele dag broodkruimelen voor geiten en schapen.

Gewoon, omdat je je dochter een normale stage gunt. En niet, zoals voorgesteld door de school, de hele dag broodkruimelen voor geiten en schapen.

Aanstaande donderdag is het debat over het VN-verdrag van rechten van mensen met een beperking en wordt in de maanden daarna het verdrag geratificeerd. Eens en voor al zullen bedrijven, organisaties en wij allen rekening horen te houden met mensen met een beperking. De volgende stap is dat veel wetten in Nederland moeten worden aangepast, zodat de maatschappij mensen met een beperking eindelijk met open armen ontvangt. En daarmee niet alleen de fysieke drempels laat verdwijnen, maar ook de mentale drempels. Behandel mensen met een beperking gewoon als mensen zonder beperking. Maak het voor hen mogelijk om volledig deel te kunnen nemen in onze maatschappij. Net zoals in de U.S.A. dat al jaren geleden is gedaan. Elke horecagelegenheid is daar rolstoeltoegankelijk. Hoe dat kan? Omdat daar het in de wet is vastgelegd.

Het is absoluut nog geen gewonnen race in Nederland.

Donderdag wordt ons land hopelijk echt toegankelijk voor mensen met een beperking. Tenzij de VVD, CDA en de PVV er een stokje voor steken. Want ze twijfelen. Waarom dat? Omdat het geld kost om rekening te houden met mensen met een beperking en omdat mensen met een handicap daarom erg lastig zijn voor ondernemers en het openbaar vervoer. Dus de kans blijft groot dat de apartheid blijft bestaan.

Bobo-taal en het belang van een Amerikaanse sirene


electronic-alarm-siren-9256-5224919

Op weg naar de VN-manifestatie over de rechten van mensen met een handicap oefent Marcel, mijn papa, zijn speech voor straks. Mama rijdt onze gehandicaptenbus waarin ik in mijn elektrische rolstoel naast papa zit. Papa noemt zichzelf kanteldenker … kantelen … nou dat kan hij wel, zegt mama altijd. Maar ik weet dat ze daar heel wat anders mee bedoelt.

‘Wie komen daar eigenlijk,’ vraag ik aan papa.

‘Nou het is niet mis hoor wat daar komt, een gezelschap van wethouders en politici, ik bedoel politici in spé, mensen die graag raadslid of wethouder willen worden, want je moet natuurlijk wel gezien worden, en dat kan op een manifestatie van mensen met een beperking. En dat zal wel weer een hoop ‘bobo’-taal worden.’

‘Bobo-taal, wat is dat nou weer?’ vraag ik.

‘Bobo-taal is praten door middel van abstracties waarin de complexiteit van de wereld nog complexer wordt,’ pest papa me. ‘Politici en ambtenaren zijn daar keigoed in.’

‘Ik snap het nog steeds niet.’

‘Ja schat, dat is ook precies de bedoeling. En dat moet veranderen.’

‘Jíj praat zeker nooit zo, hè pap.’

Mama begint te giechelen: ‘Nee hè, Marcel.”

‘Nou ja, jullie zeggen het … mijn speech gaat erover dat mensen met een handicap in onze maatschappij nog steeds niet volledig mee kunnen doen, werk, wonen, uitgaan, leren, noem maar op. We willen de rechten van mensen met een beperking bevorderen.’

‘Wij zijn niet beperkt, de rest is het … we worden gewoon niet gezién,’ zeg ik boos. ‘Weet je nog die keer dat we op zo’n drukke Pinkstermarkt waren en ik met mijn elektrische rolstoel over de tenen van een mevrouw reed die voor ons liep.’

‘Ik zie het nog helemaal voor me, dat was zo een hooggeblondeerde Jordaanse, zo een die in de jaren ‘80 in Almere is gaan wonen,’ zegt mama.

‘Het was haar eigen schuld hoor, want opeens draait ze zich om … een gehandicapte in een rolstoel, nee, die zie je niet … en ik reed dwars over haar voet, ik hoorde haar tenen kraken en ze schreeuwt, kijk uit trut, zo raak ik ook nog gehandicapt.’

‘Zo een domme opmerking.’ zegt papa. ‘Die elektrische rolstoel van jou, die weegt wel 200 kilo.’

‘Toen heb je zo’n Amerikaanse politiesirene op mijn rolstoel gemonteerd, hè pap. Zodat ze me wel zien … of eigenlijk horen … zal ik hem nu even aanzetten?’

‘Neeeee, alsjeblieft niet,’ roepen mijn ouders. ‘Niet nu,’

‘Wat lief hè mama, dat papa dat ding heeft gemonteerd toen.’

(dit fragment is uit het boek Water, wat in 2018 verschijnt over het leven van Mayim Kolder)

Aan de Verenigde Naties in Almere


IMG_4224‘Ik wil vrij kunnen leven, net zoals de andere kinderen in Almere,’ start Mayim Kolder (16) haar antwoord op het, in haar ogen, officiële interview dat ik afneem rondom het verdrag over de rechten van mensen met een beperking van de Verenigde Naties dat deze zomer in Nederland in werking treedt.

Op haar leeftijd heeft ze daar eigenlijk nooit over nagedacht. Mayim is spastisch, heeft een hartprobleem en is epileptisch. Ze zit in een elektrische rolstoel en moet bij alle dagelijkse handelingen fysiek worden geholpen. Ik heb haar moeten uitleggen dat het verdrag gaat over het bevorderen van de rechten van mensen met een beperking. Zodat de overheid zijn best blijft doen om haar leven te verbeteren, haar te beschermen en een fijn leven te waarborgen, omdat ze door haar handicap veel meer hindernissen zal tegenkomen dan haar stadsgenootjes. Stel dat je in een winkel wil afrekenen, vertelde ik Mayim, dan moeten ze dat niet aan jouw begeleider vragen, maar natuurlijk aan jou omdat je een eigen pinpas hebt.

Als je over tien jaar niet meer thuis woont, hoe zie je je leven?

‘Nou, dan heb ik leuk werk. Gastvrouw zijn in een dierentuin, zodat ik mensen kan rondleiden. Ik weet heel veel van dieren en verzorging. Dat doe ik dan. En een dierentuin is altijd heel toegankelijk voor rolstoelen, dus dat komt mooi uit. Maar wat ik ook belangrijk vind, is dat het normaal is voor mensen zoals ik, dat die ook gewoon naar werk kunnen zoeken en vinden. Ik vind dat ik, net zoals iedereen, gewoon een kans moet krijgen.

En waar woon je dan?

‘Ik woon in een huis met andere vrienden en vriendinnen, samen met mijn vriendje. En alles in dat huis kan ik met mijn iPad bedienen. Mijn deuren, mijn licht, mijn televisie en mijn vriendje (lacht ze). Mijn vriendje kan helpen onze kinderen te verzorgen. Maar ik weet niet of dat mijn huidige vriendje is. En ik kan het niet allemaal zelf, dus wil ik graag hulp erbij. Net als mijn PGB-hulp dat nu doet.’

Wat vind jij het belangrijkst?

‘Wat ik het aller, allerbelangrijkst vind,’ begint Mayim enthousiast op deze tweede Paasdag. ‘Dat is dat ik mijn hele leven lang kan blijven leren. Ik heb veel meer tijd nodig om te leren. Ik vind rekenen nog erg moeilijk. En ik wil dat wel goed leren. We hebben nu certificaten op school die ik ga halen, maar misschien kan ik later wel net als mijn broer de HAVO doen. Nu vind ik het te moeilijk. Ik wil ook noten leren spelen, maar dan met mijn knokkels, omdat mijn handen krom staan.’

 ‘Vrij kunnen leven, leren en werken. Mijn hele leven lang.’

Je hebt een moeilijk lichaam met veel problemen, hoe zie je dat?

‘Ik vind dat ik door al mijn lichamelijke problemen meer recht heb op hulp dan jongeren die gezond zijn. Dat ik sneller naar een ziekenhuis kan, en naar mijn eigen dokter, en dat mijn werk rekening houdt met dat ik snel moe ben en soms even moet liggen. Dat kan nu op school ook. Tussen de lessen is er een speciale kamer met een rustbed. En ik wil graag snel geholpen worden op therapie. Ik sta altijd maar te wachten.’

En je vrije tijd, hoe zie je dat?

‘Dan ga ik uit met mijn vriendje, met de taxibus. Ik kan nu niet elk restaurant in, en in sommige invalidentoiletten staan zelfs kratten en dozen. Ik was laatst in een museum en ik kon nergens bij de knoppen en koptelefoons. Dat was stom. Dat was in Almere. Ik wil ook leren paardrijden met een speciaal zadel, maar dat is te duur voor mij door die speciale dingen. Ik wil ook gewoon spontaan ergens naar toe kunnen gaan met de trein. Nu kan dit niet. Dat moet van te voren geregeld worden op de stations zodat ik in en uit kan stappen.

Laatste vraag, wat is je wens?

‘Ik hoop dat ik later veel vrienden krijg, want nu heb ik maar 2 vrienden, maar die zijn beide gehandicapt, en die kunnen me niet zo goed helpen.’

Onze gehandicaptenplaats is rolstoelontoegankelijk


fotoIk dacht eerst aan Banana Split. U ook, denk ik, als u deze foto ziet. Ik wilde mijn ernstig gehandicapte dochter zojuist naar les brengen … u weet, zij rijdt in een stoere elektrische rolstoel … en wat roept ze voordat ik het in de gaten heb: ‘Papa, ze hebben onze autoplek veranderd.’ 

Van het ene op het andere moment … vanochtend stond hij er echt nog niet … staat er een grote paal voor de ‘uitrit’ van onze gehandicaptenbus.

Dit bord (wat ook nog verkeerd om staat, want de oplettende kijker ziet aan de overkant blauwe strepen op de weg), is geplaatst precies op de enige plek waar ik de loopplank van onze bus kan uitklappen. In de rest van de straat (in het centrum van Almere) staan namelijk altijd auto’s van gemeenteambtenaren of ziekenhuispersoneel, dus is er sowieso weinig extra ruimte voor onze bus.

Nu konden we deze keer ons busje aan de andere kant van de straat plaatsen, want het was gelukkig al na vijven. En dan zijn de meeste ambtenaren weg.

Dat verplaatsen, dat heeft al geleid tot een fikse burenruzie: “Zet die klotebus op je eigen plaats.” En dat op zijn plat Amsterdams. Ja, zo gaat dat in Almere. Gelukkig kon ik het uitleggen.

Op een aantal plekken waar openbare gehandicaptenplaatsen in Almere zijn staan er paaltjes, bomen, vuilnisbakken of borden in de weg voor een bus met uitklapplank. De stadsplanners, vermoed ik, zien denk ik voor zich dat de meeste gehandicapten in zo een klein opdondertje van een auto rijden, zo een mini-panda of zo.

Daar kan ik me wel druk over maken, maar ik vermoed dat daar niets aan gebeurt, want het kost best veel geld om te veranderen.

Echter, dit verhaal (of eigenlijk deze paal) gaat over onze eigen parkeerplek. Een plaatsje in de straat op naam en nummerbord. En daar waren we na al die jaren geen parkeerplek voor je deur best blij mee.

By the way. Onze bus met gehandicaptenkaart, met zichtbare loopplank en gehandicaptenbord was gewoon de hele dag aanwezig toen de paal werd geplaatst.

Vannacht trekken zoon en ik de paal uit de grond. We gaan voor ‘eigen kracht’. Want voor paal staan heeft geen enkele zin. Dan valt er weinig te kantelen.

Oh, ja. En paal en bord is op te halen, beste gemeenteambtenaar, op nummer tweehonderdzoveel. Tja, we zijn Vannacht heel eventjes burgerlijk ongehoorzaam, zoals het hoort bij dit soort dingen.

Het parkeerbord staat ook nog verkeerd om ook. Ik bewijs Annemarie eigenlijk een dienst.

Nabrander:

Jaap Meindersma, directeur stadsbeheer, heeft de handschoen opgepakt (binnen een paar uur), en gaat met zijn team na of alle openbare gehandicaptenplaatsen in Almere wel toegankelijk genoeg zijn. In Almere kan het dus toch. Waar een blog bij kan helpen, niet waar?

Kwaliteitszorg zonder wachtlijsten


Ik ben samen met dr. van de Kelft geïnterviewd voor een blad. Over het gebrek aan wachtlijsten in België. En de ‘levensreddende’ operatie op onze dochter Mayim. Hieronder integraal het artikel. 

Zorg in Nederland staat voor kwaliteit. Tegelijkertijd hebben we te maken met een ernstig probleem: ondanks de maatregelen die vanuit de overheid worden genomen, kennen verschillende vormen van zorg een lange wachtlijst. Soms te lang, vinden niet alleen patiënten, maar ook de Belgische neurochirurg Erik Van de Kelft. In zijn ziekenhuis AZ Nikolaas is hij in staat om mensen snel te helpen. Het verschil tussen Nederland en België heeft volgens hem enerzijds te maken met het systeem en anderzijds met de visie op zorg. Feit is dat Van de Kelft steeds meer Nederlanders op zijn afdeling ziet. Mensen die ook de Belgische zorg gewoon door hun verzekeraar vergoed krijgen.

Erik Van de Kelft is gespecialiseerd in aandoeningen aan de wervelkolom. Denk bijvoorbeeld aan een hernia of scoliose, een verkromming van de ruggengraat. Daarnaast helpt hij mensen met aangezichtspijn. Dit is een aandoening waarbij een zenuw zorgt voor kortdurende pijnflitsen in het aangezicht. Beide aandoeningen vallen onder het specialisme van de neurochirurgie. Van de Kelft voert operaties uit aan het zenuwstelsel en aan de wervelkolom. Ook richt hij zich op pijnbestrijding in diverse vormen. Voor alle aandoeningen die onder neurochirurgie vallen, is snelle zorg belangrijk. En toch zien we in Nederland juist hier lange wachttijden. ‘Deze ontwikkeling deed zich al voor bij herniapatiënten’, zegt Van de Kelft. ‘De laatste tijd komen ook steeds meer scoliosepatiënten vanuit Nederland naar ons. De wachttijden zijn in sommige gevallen langer dan een jaar. En dat terwijl een operatie zeker niet alleen esthetisch gezien noodzakelijk is. Mensen hebben pijn en worden beperkt in hun functioneren. Bovendien worden de klachten erger naarmate een ingreep langer op zich laat wachten.’

Fixeren

Scoliose is een versterkte verkromming van de wervelkolom naar links of naar rechts. Daarbij kan ook een draaiing van de wervelkolom om haar as optreden, met als mogelijk gevolg een bolling van de ribben. De oorzaak is vaak onbekend, maar de aandoening ontstaat soms door een beenlengteverschil, spierspasmen of ontstekingen in de buikholte. Als scoliose in een vroeg stadium wordt ontdekt, kan scheefgroei van de wervelkolom behandeld en geremd worden. Van de Kelft: ‘Bij scoliose is niet altijd een operatie nodig, maar vanaf een bepaalde kromming is fixatie noodzakelijk. Ook wanneer de scoliose gezondheidsrisico’s veroorzaakt, moet er iets gedaan worden. We richten ons er dan op om de wervelkolom te corrigeren, te stabiliseren en weer in balans te brengen. Dit is een grote operatie met veel impact voor de patiënt.’

Tijd

Een goede diagnose kost tijd. Nadat de huisarts een patiënt heeft doorverwezen, wordt in het ziekenhuis volledig lichamelijk onderzoek uitgevoerd. De plaats en de flexibiliteit van de kromming in de wervelkolom worden grondig onderzocht, bijvoorbeeld met behulp van een röntgenfoto. Daarna volgen nog verschillende onderzoeken. En dat is tijdrovend. Zeker in Nederland, waar tussen de afspraken soms maanden verstrijken. ‘Er is onvoldoende capaciteit’, zegt Van de Kelft. ‘Dat frustreert niet alleen de patiënt, maar ook de artsen. Individueel willen zij graag meer doen voor patiënten, maar het systeem maakt het onmogelijk. Alle betrokken partijen vinden dat onaanvaardbaar.’

Mayim

De opvatting van Van de Kelft wordt onderschreven door Marcel Kolder. Hij is vader van Mayim, een vijftienjarig meisje dat spastisch is en sinds een aantal jaren lijdt aan ernstige scoliose. ‘Vorig jaar begon Mayims rug ernstig krom te groeien en te draaien’, vertelt hij. ‘Zo sterk, dat haar navel 15 centimeter verder naar links kwam te staan. Dat betekende een gevaar voor haar gezondheid, omdat haar organen in de knel kwamen. Daarnaast had het een grote invloed op haar leven. Mayim kreeg veel pijn in haar rug, benen en heupen. Slapen, naar de wc gaan: het ging niet meer. Je wil dan natuurlijk dat er zo snel mogelijk iets gedaan wordt. Des te meer omdat je weet dat botten snel vergroeien en er dus kans is dat de rug niet meer kan worden hersteld. Ondanks deze urgentie bleek dat we in Nederland een jaar moesten wachten op een operatie. Een verbijsterend lange tijd voor ons als ouders en voor onze dochter zelf.’

Onvoldoende capaciteit

Kolder besloot het er niet bij te laten en stelde het probleem aan de kaak. Hij zocht de publiciteit, sprak met chirurgen en stuurde een open brief naar Wouter Bos, voorzitter van de Raad van Bestuur van het VUmc. Kolder: ‘Hij beaamde dat een wachtlijst van een jaar mensonwaardig is en dat er een oplossing moet komen. Hij gaf ook aan dat de verzekeraars in dit opzicht een belangrijke rol spelen en dat hij met hen in gesprek wil.’ Naast de reactie van Bos ontving Kolder een reactie van de Raad van Bestuur van Achmea, die hij eveneens een brief stuurde. ‘Ook zij zien het probleem’, vertelt Kolder. ‘Achmea vindt dat de zorg beter georganiseerd moet worden. De algemene conclusie van alle partijen is dat er een tekort is aan capaciteit. Als het gaat om faciliteiten en als het gaat om mensen.’

Iron lady

Het onderwerp aan de kaak stellen was niet het enige waar Kolder en zijn gezin zich mee bezig hielden. Voor de specifieke situatie van Mayim moest een oplossing komen. ‘We konden niet anders dan een stap over de grens zetten’, zegt Kolder. ‘We kwamen terecht bij Erik Van de Kelft en kregen direct een goed gevoel. Uiteindelijk werd besloten tot een ingrijpende operatie waarbij de rug van Mayim is rechtgezet met schroeven en pinnen van titanium. Na de eerste afspraak is direct een datum gepland voor de operatie. Na de ervaringen in Nederland was dit een verademing. Inmiddels zijn we de trotse ouders en broer van onze eigen ‘iron lady’. Mayim heeft een nieuwe rug gekregen, zoals ze het zelf zegt. Een rug met een grote hoeveelheid titanium die haar weer laat genieten van het leven. De operatie en de nazorg zijn ontzettend goed verlopen. En toch; het zou niet nodig moeten zijn. Wij moeten ruim twee uur rijden naar het ziekenhuis, bezoek kon na de operatie niet langskomen en als ouders waren we genoodzaakt om in een hotel te verblijven. Dat maakt het niet gemakkelijker, zeker niet voor een kind. Alleen al om die reden blijven wij ons inzetten voor kortere wachtlijsten in Nederland.

Medical Pathfinder

Waarom Nederland wel wachtlijsten kent en België niet, heeft grotendeels te maken met het zorgsysteem. Nederlandse artsen zijn beperkt in het aantal operaties dat ze mogen uitvoeren. In België is dat niet het geval. Het team van Van de Kelft heeft passie voor het vak en de patiënt en haalt het maximale uit de capaciteit. Dit gaat niet ten koste van de kwaliteit. In tegendeel, het team staat nationaal en internationaal zeer hoog aangeschreven. Innovatie speelt een belangrijke rol. Zo maakt Van de Kelft tijdens de operaties gebruik van een O-ARM® scanner voor neurochirurgie. Met dit toestel kunnen tijdens rugoperaties en sommige hersenoperaties in real time (13 seconden) beelden worden gemaakt die de ingreep – zonder enige hinder voor de chirurg of de patiënt – preciezer, veiliger, doeltreffender en patiëntvriendelijker maakt. Een andere innovatie is de Medical Pathfinder, een website waarop mensen terechtkunnen voordat ze een afspraak maken. Ze voeren hun gegevens in en op basis daarvan kan een eerste basisdiagnose worden gesteld. ‘Deze technologie helpt ons om nog efficiënter te werken’, zegt Van de Kelft. ‘We halen dan het maximale uit een consult. Soms wordt duidelijk dat mensen niet bij ons terechtkunnen, maar wel bij een ander specialisme. Het is prettig om dit al in zo’n vroeg stadium te ontdekken.’