Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Als de leider vertrekt, gaat vaak het roer weer om


 

schaken
foto © Jeroen Dietz, 1988

 

Dit stuk gaat over duurzaam leiderschap. Want zoals de titel zegt, als de leider vertrekt, gaat vaak het roer weer om. Dat zie je regelmatig bij de zwabberende politiek en haar volgend ambtenarenapparaat. Dat zie je nog beter bij (beursgenoteerde) organisaties die sterk op de wensen van de markt moeten inspelen. Het schavot staat snel klaar als de aandeelhouderswaarde niet tot tevredenheid stelt. Soms worden er nog even wat bonussen geïnd nadat de cijfers door een slimme verkoop of afschrijving zijn opgepoetst, maar dit is vaak al een voorbode voor het vertrek van de top.

Leiderschap gaat over het in beweging zetten van mensen. Een goed leider draagt letterlijk zorg voor haar organisatie en zet het ego op een tweede plaats. De communicatie is eerlijk, authentiek, consistent en een combinatie van goed luisteren en dan pas vertellen, van analyseren en een gezamenlijke richting vinden. Tot slot inspireert leiderschap, het daagt medewerkers uit door visie te tonen, vaak over zaken die er nog niet zijn. En daar komt het component ‘duurzaam’ om de hoek kijken. Want hoe duurzaam is leiderschap en haar visie nog, als de baasjes om de vier jaar vertrekken. Reden om voor duurzaam circulair leiderschap te pleiten.

Is er eigenlijk nog wel een top nodig in je bedrijf?

Natuurlijk. Het hoogste échelon is bijna altijd initiator van de richting bij ingrijpende veranderings­processen. Niet omdat ze dat zelf vinden, maar omdat de ‘umwelt’ dat signaal geeft. Tenminste, als je het navelstaren zat bent en van buiten naar binnen denkt. Maar dan, waar liggen dan de echte verantwoordelijkheden om verder te inspireren en aan te jagen? In mijn ogen niet altijd meer bij de hoogste baas. Zeker niet in een kantelende westerse wereld. Sommigen CEO’s ontberen gewoon het talent om duidelijk te communiceren, anderen zitten niet lang genoeg op hun troon om continuïteit te garanderen, en een volgende ploeg is hun onderneming aan het ‘redden’. Dominante vormen van leiderschap en de zendingsdrang van deze heren om maar te scoren is niet meer van deze tijd.

Organisaties zijn continu in transitie en het is een komen en gaan van leidinggevenden en hun belangwekkende boodschappen. Dat brengt de communicatiespecialist in een lastig parket.

Mijn conclusie: Het starten en begeleiden van veranderingen, en haar communicatie kan en mag niet afhankelijk zijn van de leider. Dat lijkt een contradictie, maar is een voorwaarde voor duurzaam leiderschap en duurzaam opereren als organisatie. Een manier om niet alleen top-down, maar overal in de organisatie een vorm van leiderschaps- of verandercommunicatie neer te leggen zou een welkome aanvulling zijn op het palet van de communicatiespecialist.

Veranderende leiderschapsstijl

Een tweede observatie is dat de stijl van de leiderschapscommunicatie rond de jaren 2000 niet meer voldoet aan dat van nu. Toen bleef het hangen in zenderdominante strategieën en functionele communicatie. 20 jaar later gaan organisaties van reactief naar pro-actief, stellen innovatie-speelvelden, samenwerkplatforms voor projecten en de instrumentele aanpak verandert in een meer intuïtieve aanpak, een soort ‘visie zonder precisie’. Het no-nonsense denken verdwijnt en maakt plaats voor inspiratie en anticipatie. Confluent als het ware met organisatieontwikkeling als richting, kijkend naar ketens in het proces en continuïteit. Duurzaamheid als vorm van toekomstbestendigheid in plaats van korte termijn gegraai.

En dan ontdek je dat de communicatieafdeling, het human resourcemanagement en veranderteams tegen dezelfde grenzen lopen. Die van centraal aangestuurde communicatie. Behalve dat de aanzet tot kantelen vaak dogmatisch gebeurt vanuit de oekaze van de ivoren toren, is het ook vaak veel te abstract voor de operatie. De doelen van de leider en zijn veranderdoelen missen de realiteit van alledag en de betrokkenheid van medewerkers bij het proces is nihil. Leiderschap(scommunicatie) op een andere manier organiseren, niet alleen top-down, maar diep in de organisatie en dicht bij de medewerker, zal volgens mij meer rendement oogsten.

Circulair leiderschap is duurzaam leiderschap

Als vanouds ligt het zwaartepunt van het management op cognitie, op controle. Dat geeft de manager een gevoel van zekerheid, maar dempt meestal de creativiteit en energie in een organisatie. En in het verlengde de verantwoordelijkheid bij ‘doing the right job’ bij medewerkers. Bij de zoektocht naar duurzaam leiderschap is ook het vliegwiel aan de gang houden belangrijk. Zo zou elke werknemer leiding kunnen geven aan zijn eigen proces, zijn team en zijn ‘baas’. Zo krijg je een optimaal commitment en ander soort efficiëntie. Omdat de kennis van de operatie toch vaak in de basis ligt. Dit vergt een andere manier van denken en democratisering van bedrijfsprocessen. Ik noem dat circulair leiderschap. Leiderschap is niet meer van een ‘baas’ maar van meerdere mensen. Afhankelijk van de kwaliteiten die op dat moment gevraagd worden, in wisselende teams. Leiderschap komt zo op ieders bordje. Samen op weg betekent dat de top voorwaarden schept om de medewerkers de kans te geven mede richting te geven aan de organisatiefocus, de duurzaamheid, de verandering, de wijze van kennisuitwisseling en de eigen carrièremogelijkheden. De betrokkenheid van de medewerker zal zo sterk worden verhoogd. Medewerkers ontwikkelen meer contact met de kernprocessen. Er ontstaat gedeelde verantwoordelijk­heid en ruimte voor zelfsturende mechanismen. Medewerkers worden zo actoren in het veranderingsproces. Statisch wordt dynamisch, beleidsverklarend wordt beleidsbeïnvloedend. De scheiding tussen ivoren toren en ‘werkvolk’ verdwijnt en verandert in gelijkwaardigheid van partijen.

bijen

Leiderschap platforms

Als verandering een constante is, waarom vinden organisaties dan elke keer weer opnieuw het wiel uit door de introductie van het zoveelste unieke veranderprogramma? Waarom ligt er niet één continu programma en één ankerpunt waar leidinggevenden, specialisten en medewerkers elkaar treffen?

Als verandering een on-going business is, ontwikkel dan ook on-going leiderschapsplatforms, op het niveau van de eerste lijn. Bij de teamleiders of supervisors. Op dit platform weten veranderingen en veranderingsissues een plek te vinden en werken medewerkers en (top)management interactief samen aan vooruitgang en voortdurende vernieuwing. Gezamenlijk vormt men daar het ondernemingsdoel, de identiteit, het leiderschap, de persoonlijkheid, het karakter en het incasseringsvermogen van de organisatie. Die platforms kunnen bouwen op actuele inhoudelijke thema’s van de organisatie die opportuun zijn. Langs de lijn van de inhoud wordt op deze manier gewerkt aan bezieling, inspiratie en kwaliteit.

Creëer met elkaar op het laagste niveau leiderschapsplatforms

  • Creëer duurzame platforms voor leiderschapsontwikkeling bij alle medewerkers
  • Laat de inhoud van het veranderingsproces de communicatie leiden en niet de oekaze van de bazen
  • Maak de medewerkers en teamleider communicatiespil op dit platform
  • Kies voor een integrale aanpak door inzet van alle stafafdelingen op dit platform.
  • Faciliteer als deskundige de direct leidinggevenden door implementatie- en communicatietools, interactie- en opleidingsinstrumenten.
  • Stel voortdurend communicatie-innovaties beschikbaar.

De overtuiging dat leiderschap en haar communicatie niet uitsluitend voorbehouden is aan het topmanagement zal steeds sterker worden. Leiderschapscommunicatie zal breed gedragen moeten worden in de organisatie, zodat ze overal als zodanig beleefd wordt.

Een opmerking. Inspiratie, anticipatie en betrokkenheid zijn mooie woorden. Zo ook de visie uit mijn artikel, zij horen bij een organisatie waar het voor de wind gaat. Er ligt wel een gevaar op de loer: als het minder goed gaat, vervallen leiders snel weer in de traditionele zenderrol.’

Marcel Kolder is directeur van Draoidh, bureau voor organisatie-identiteit en communicatie.

 

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Toekomstkantelen veranderprocessen

Het klootjesvolk woont in Almere


COLLAGE_1

Volgens hoogleraar dr. Gerard Marlet is Almere een geografische Blunder. Almere ligt te ver weg van Amsterdam om te profiteren van haar aantrekkelijkheid en heeft zelf te weinig te bieden aan de creatieve klasse en aan de hogere klasse.

In de visie van Marlet blijft Almere een stad van klootjesvolk. Een restpost voor mensen die geen huis kunnen kopen in de nabijheid van aantrekkelijke oude steden. Het is het toekomstig afvalputje van Nederland. Ik vind eigenlijk het omgekeerde. Kantel die gedachte maar eens.

Wetenschappers als Marlet kijken vanuit het paradigma van de oude stad. Wat niet voldoet, scoort laag op de ‘lijstjes’ van relatief succes. Marlet leeft met het idee dat je een new town ergens mee kan vergelijken. Hij ziet slechts het gebrek aan oude panden, aan gevestigde cultuur en het aandeel creatieven. Daarmee gaat hij voorbij aan de kwaliteiten van de onvergelijkbare suburbane stad.

Een jonge stad met met meer toekomst dan verleden

Een stad met een hoge kwaliteit van groen, water, veel woning voor minder geld. Almere kent de hoogste economische groei van Nederland. En welke andere stad heeft 42 kilometer kustzone, 32 stadsstrandjes. Het aantal hoger opgeleiden is Almere is sterker gegroeid dan in andere steden. Wat Almere kenmerkt is een ongekende ambitie om de stad van de zeebodem op te bouwen tot een volwassen, unieke en fijne stad. Almere volgt slechts een andere route en is pas 30 jaar oud. Jonger dan de gemiddelde Nederlander.

Blauwe zee van kansen

Mag ik een vergelijking maken met de spraakmakende ‘blue ocean’ strategie van Renée Mauborgne. De kern van stedelijk succes ligt niet altijd in rode oceanen, waarin steden als concurrenten elkaar bevechten rondom issues als recreatie, arbeidsmarkt, woonmarkt en uitgaansmarkt. Gevechten van dat kaliber kennen slechts verliezers. Almere slaagt er juist in om het anders te doen. Vanuit een totaal ander paradigma een stad neer zetten die zich continu kan vernieuwen. Met in elke stadsdeel gezondheidscentra, uitgaanscentra, met gescheiden busbanen en een hart van architectonisch topniveau.

Almere is de derde architectuurstad van Nederland. Ze heeft met haar jonge culturele sector diverse prijzen gewonnen. De slogan van Apple ‘Think Different’ is eigenlijk ook een eerbetoon aan de lef van de Almeerse ontwerpers en de pioniersgeest van de huidige bevolking. In de blauwe oceaan van Almere is geen concurrentie met andere steden.

 Growing Green Cities

Almere is een mirakel volgens vele buitenstaanders. Inwoners van Almere stonden bijvoorbeeld achter de nominatie om culturele hoofdstad van Europa te willen worden en werkten in hun eigen tijd aan een Cultureel Bidbook voor de stad. Wederom een blauwe oceaangedachte. De Floriade wordt een totaal ander soort wereldtuinbouwtentoonstelling dan in het verleden. Er wordt een verbinding gelegd met ‘Growing green cities’. Met stadslandbouw, met groene energie, watermanagement en hoe groene innovaties de stedelijke conglomeraten kunnen helpen naar een next level. Een groen level.

Almere is het Cirque du Soleil van de randstad.

Nieuwstadse burgers zijn van een ander soort elite. Niet van de ‘gevestigde’ orde. Maar een nieuw ras. Tenslotte is er geen oud èn geen nieuw geld te vinden op de Zuiderzeebodem. Maar Almere heeft wel de afgelopen jaren gekeken naar het succes van Apple, van Cirque du soleil, van Viagra. Out of the box. Constant kantelend. Want de zee waarin de oude steden zich bevinden, daar past de Almeerse burger niet bij. Het succes ligt in Almere in het steeds weer vinden van blauwe oceanen.

Een tip naar het stadsbestuur: De kunst is om niet af te drijven naar de rode oceanen. Blijven ze in de blauwe oceaan, geloven ze in de meeslepende projecten van hun eigen bewoners, de actieve pioniers van de toekomst, dan voorspel ik Almere een prachttoekomst.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Vandaag wordt in NL de apartheid opgeheven.


bouwlift

Als je lichamelijk gehandicapt bent, dan is Nederland een van de meest ontoegankelijke landen van Europa. Terwijl je dat niet zou verwachten. In Leiden is bijvoorbeeld maar één café rolstoeltoegankelijk en op maar één van de vier stations kun je met een rolstoel in en uit een trein stappen.

In Almere en omgeving zijn voor kinderen met een lichamelijke beperking, die in een elektrische rolstoel zitten, weinig stageplekken. Het is meerledig. Of er is een gebrek aan een fatsoenlijk invalidentoilet of er is geen verschoningsruimte. Het is een feit dat bedrijfsgebouwen geen lift hebben. Dan heb ik het over gebouwen met één of twee verdiepingen. De stageplek van onze dochter is bijvoorbeeld zo een onbereikbare plek. Oplossing? Een bouwlift. Ja, zo een met een plank die omhoog wordt getild door een soort heftruckmechanisme. Zo kan ze van de begane vloer naar de eerste verdieping. Veilig? Niet echt. Daarom staan wij als ouders altijd met haar op de lift, zodat ze niet opeens haar rolstoel aanzet en een verdieping naar beneden dondert. Waarom ga je als ouder akkoord met zo een voorziening? Gewoon, omdat je je dochter een normale stage gunt. En niet, zoals voorgesteld door de school, de hele dag broodkruimelen voor geiten en schapen.

Gewoon, omdat je je dochter een normale stage gunt. En niet, zoals voorgesteld door de school, de hele dag broodkruimelen voor geiten en schapen.

Aanstaande donderdag is het debat over het VN-verdrag van rechten van mensen met een beperking en wordt in de maanden daarna het verdrag geratificeerd. Eens en voor al zullen bedrijven, organisaties en wij allen rekening horen te houden met mensen met een beperking. De volgende stap is dat veel wetten in Nederland moeten worden aangepast, zodat de maatschappij mensen met een beperking eindelijk met open armen ontvangt. En daarmee niet alleen de fysieke drempels laat verdwijnen, maar ook de mentale drempels. Behandel mensen met een beperking gewoon als mensen zonder beperking. Maak het voor hen mogelijk om volledig deel te kunnen nemen in onze maatschappij. Net zoals in de U.S.A. dat al jaren geleden is gedaan. Elke horecagelegenheid is daar rolstoeltoegankelijk. Hoe dat kan? Omdat daar het in de wet is vastgelegd.

Het is absoluut nog geen gewonnen race in Nederland.

Donderdag wordt ons land hopelijk echt toegankelijk voor mensen met een beperking. Tenzij de VVD, CDA en de PVV er een stokje voor steken. Want ze twijfelen. Waarom dat? Omdat het geld kost om rekening te houden met mensen met een beperking en omdat mensen met een handicap daarom erg lastig zijn voor ondernemers en het openbaar vervoer. Dus de kans blijft groot dat de apartheid blijft bestaan.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Bobo-taal en het belang van een Amerikaanse sirene


electronic-alarm-siren-9256-5224919

Op weg naar de VN-manifestatie over de rechten van mensen met een handicap oefent Marcel, mijn papa, zijn speech voor straks. Mama rijdt onze gehandicaptenbus waarin ik in mijn elektrische rolstoel naast papa zit. Papa noemt zichzelf kanteldenker … kantelen … nou dat kan hij wel, zegt mama altijd. Maar ik weet dat ze daar heel wat anders mee bedoelt.

‘Wie komen daar eigenlijk,’ vraag ik aan papa.

‘Nou het is niet mis hoor wat daar komt, een gezelschap van wethouders en politici, ik bedoel politici in spé, mensen die graag raadslid of wethouder willen worden, want je moet natuurlijk wel gezien worden, en dat kan op een manifestatie van mensen met een beperking. En dat zal wel weer een hoop ‘bobo’-taal worden.’

‘Bobo-taal, wat is dat nou weer?’ vraag ik.

‘Bobo-taal is praten door middel van abstracties waarin de complexiteit van de wereld nog complexer wordt,’ pest papa me. ‘Politici en ambtenaren zijn daar keigoed in.’

‘Ik snap het nog steeds niet.’

‘Ja schat, dat is ook precies de bedoeling. En dat moet veranderen.’

‘Jíj praat zeker nooit zo, hè pap.’

Mama begint te giechelen: ‘Nee hè, Marcel.”

‘Nou ja, jullie zeggen het … mijn speech gaat erover dat mensen met een handicap in onze maatschappij nog steeds niet volledig mee kunnen doen, werk, wonen, uitgaan, leren, noem maar op. We willen de rechten van mensen met een beperking bevorderen.’

‘Wij zijn niet beperkt, de rest is het … we worden gewoon niet gezién,’ zeg ik boos. ‘Weet je nog die keer dat we op zo’n drukke Pinkstermarkt waren en ik met mijn elektrische rolstoel over de tenen van een mevrouw reed die voor ons liep.’

‘Ik zie het nog helemaal voor me, dat was zo een hooggeblondeerde Jordaanse, zo een die in de jaren ‘80 in Almere is gaan wonen,’ zegt mama.

‘Het was haar eigen schuld hoor, want opeens draait ze zich om … een gehandicapte in een rolstoel, nee, die zie je niet … en ik reed dwars over haar voet, ik hoorde haar tenen kraken en ze schreeuwt, kijk uit trut, zo raak ik ook nog gehandicapt.’

‘Zo een domme opmerking.’ zegt papa. ‘Die elektrische rolstoel van jou, die weegt wel 200 kilo.’

‘Toen heb je zo’n Amerikaanse politiesirene op mijn rolstoel gemonteerd, hè pap. Zodat ze me wel zien … of eigenlijk horen … zal ik hem nu even aanzetten?’

‘Neeeee, alsjeblieft niet,’ roepen mijn ouders. ‘Niet nu,’

‘Wat lief hè mama, dat papa dat ding heeft gemonteerd toen.’

(dit fragment is uit het boek Water, wat in 2022 verschijnt over het leven van Mayim Kolder)

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Aan de Verenigde Naties in Almere


IMG_4224‘Ik wil vrij kunnen leven, net zoals de andere kinderen in Almere,’ start Mayim Kolder (16) haar antwoord op het, in haar ogen, officiële interview dat ik afneem rondom het verdrag over de rechten van mensen met een beperking van de Verenigde Naties dat deze zomer in Nederland in werking treedt.

Op haar leeftijd heeft ze daar eigenlijk nooit over nagedacht. Mayim is spastisch, heeft een hartprobleem en is epileptisch. Ze zit in een elektrische rolstoel en moet bij alle dagelijkse handelingen fysiek worden geholpen. Ik heb haar moeten uitleggen dat het verdrag gaat over het bevorderen van de rechten van mensen met een beperking. Zodat de overheid zijn best blijft doen om haar leven te verbeteren, haar te beschermen en een fijn leven te waarborgen, omdat ze door haar handicap veel meer hindernissen zal tegenkomen dan haar stadsgenootjes. Stel dat je in een winkel wil afrekenen, vertelde ik Mayim, dan moeten ze dat niet aan jouw begeleider vragen, maar natuurlijk aan jou omdat je een eigen pinpas hebt.

Als je over tien jaar niet meer thuis woont, hoe zie je je leven?

‘Nou, dan heb ik leuk werk. Gastvrouw zijn in een dierentuin, zodat ik mensen kan rondleiden. Ik weet heel veel van dieren en verzorging. Dat doe ik dan. En een dierentuin is altijd heel toegankelijk voor rolstoelen, dus dat komt mooi uit. Maar wat ik ook belangrijk vind, is dat het normaal is voor mensen zoals ik, dat die ook gewoon naar werk kunnen zoeken en vinden. Ik vind dat ik, net zoals iedereen, gewoon een kans moet krijgen.

En waar woon je dan?

‘Ik woon in een huis met andere vrienden en vriendinnen, samen met mijn vriendje. En alles in dat huis kan ik met mijn iPad bedienen. Mijn deuren, mijn licht, mijn televisie en mijn vriendje (lacht ze). Mijn vriendje kan helpen onze kinderen te verzorgen. Maar ik weet niet of dat mijn huidige vriendje is. En ik kan het niet allemaal zelf, dus wil ik graag hulp erbij. Net als mijn PGB-hulp dat nu doet.’

Wat vind jij het belangrijkst?

‘Wat ik het aller, allerbelangrijkst vind,’ begint Mayim enthousiast op deze tweede Paasdag. ‘Dat is dat ik mijn hele leven lang kan blijven leren. Ik heb veel meer tijd nodig om te leren. Ik vind rekenen nog erg moeilijk. En ik wil dat wel goed leren. We hebben nu certificaten op school die ik ga halen, maar misschien kan ik later wel net als mijn broer de HAVO doen. Nu vind ik het te moeilijk. Ik wil ook noten leren spelen, maar dan met mijn knokkels, omdat mijn handen krom staan.’

 ‘Vrij kunnen leven, leren en werken. Mijn hele leven lang.’

Je hebt een moeilijk lichaam met veel problemen, hoe zie je dat?

‘Ik vind dat ik door al mijn lichamelijke problemen meer recht heb op hulp dan jongeren die gezond zijn. Dat ik sneller naar een ziekenhuis kan, en naar mijn eigen dokter, en dat mijn werk rekening houdt met dat ik snel moe ben en soms even moet liggen. Dat kan nu op school ook. Tussen de lessen is er een speciale kamer met een rustbed. En ik wil graag snel geholpen worden op therapie. Ik sta altijd maar te wachten.’

En je vrije tijd, hoe zie je dat?

‘Dan ga ik uit met mijn vriendje, met de taxibus. Ik kan nu niet elk restaurant in, en in sommige invalidentoiletten staan zelfs kratten en dozen. Ik was laatst in een museum en ik kon nergens bij de knoppen en koptelefoons. Dat was stom. Dat was in Almere. Ik wil ook leren paardrijden met een speciaal zadel, maar dat is te duur voor mij door die speciale dingen. Ik wil ook gewoon spontaan ergens naar toe kunnen gaan met de trein. Nu kan dit niet. Dat moet van te voren geregeld worden op de stations zodat ik in en uit kan stappen.

Laatste vraag, wat is je wens?

‘Ik hoop dat ik later veel vrienden krijg, want nu heb ik maar 2 vrienden, maar die zijn beide gehandicapt, en die kunnen me niet zo goed helpen.’

Categorieën
Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen Zorgkantelen

Onze gehandicaptenplaats is rolstoelontoegankelijk


fotoIk dacht eerst aan Banana Split. U ook, denk ik, als u deze foto ziet. Ik wilde mijn ernstig gehandicapte dochter zojuist naar les brengen … u weet, zij rijdt in een stoere elektrische rolstoel … en wat roept ze voordat ik het in de gaten heb: ‘Papa, ze hebben onze autoplek veranderd.’ 

Van het ene op het andere moment … vanochtend stond hij er echt nog niet … staat er een grote paal voor de ‘uitrit’ van onze gehandicaptenbus.

Dit bord (wat ook nog verkeerd om staat, want de oplettende kijker ziet aan de overkant blauwe strepen op de weg), is geplaatst precies op de enige plek waar ik de loopplank van onze bus kan uitklappen. In de rest van de straat (in het centrum van Almere) staan namelijk altijd auto’s van gemeenteambtenaren of ziekenhuispersoneel, dus is er sowieso weinig extra ruimte voor onze bus.

Nu konden we deze keer ons busje aan de andere kant van de straat plaatsen, want het was gelukkig al na vijven. En dan zijn de meeste ambtenaren weg.

Dat verplaatsen, dat heeft al geleid tot een fikse burenruzie: “Zet die klotebus op je eigen plaats.” En dat op zijn plat Amsterdams. Ja, zo gaat dat in Almere. Gelukkig kon ik het uitleggen.

Op een aantal plekken waar openbare gehandicaptenplaatsen in Almere zijn staan er paaltjes, bomen, vuilnisbakken of borden in de weg voor een bus met uitklapplank. De stadsplanners, vermoed ik, zien denk ik voor zich dat de meeste gehandicapten in zo een klein opdondertje van een auto rijden, zo een mini-panda of zo.

Daar kan ik me wel druk over maken, maar ik vermoed dat daar niets aan gebeurt, want het kost best veel geld om te veranderen.

Echter, dit verhaal (of eigenlijk deze paal) gaat over onze eigen parkeerplek. Een plaatsje in de straat op naam en nummerbord. En daar waren we na al die jaren geen parkeerplek voor je deur best blij mee.

By the way. Onze bus met gehandicaptenkaart, met zichtbare loopplank en gehandicaptenbord was gewoon de hele dag aanwezig toen de paal werd geplaatst.

Vannacht trekken zoon en ik de paal uit de grond. We gaan voor ‘eigen kracht’. Want voor paal staan heeft geen enkele zin. Dan valt er weinig te kantelen.

Oh, ja. En paal en bord is op te halen, beste gemeenteambtenaar, op nummer tweehonderdzoveel. Tja, we zijn Vannacht heel eventjes burgerlijk ongehoorzaam, zoals het hoort bij dit soort dingen.

Het parkeerbord staat ook nog verkeerd om ook. Ik bewijs Annemarie eigenlijk een dienst.

Nabrander:

Jaap Meindersma, directeur stadsbeheer, heeft de handschoen opgepakt (binnen een paar uur), en gaat met zijn team na of alle openbare gehandicaptenplaatsen in Almere wel toegankelijk genoeg zijn. In Almere kan het dus toch. Waar een blog bij kan helpen, niet waar?

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Kwaliteitszorg zonder wachtlijsten


Ik ben samen met dr. van de Kelft geïnterviewd voor een blad. Over het gebrek aan wachtlijsten in België. En de ‘levensreddende’ operatie op onze dochter Mayim. Hieronder integraal het artikel. 

Zorg in Nederland staat voor kwaliteit. Tegelijkertijd hebben we te maken met een ernstig probleem: ondanks de maatregelen die vanuit de overheid worden genomen, kennen verschillende vormen van zorg een lange wachtlijst. Soms te lang, vinden niet alleen patiënten, maar ook de Belgische neurochirurg Erik Van de Kelft. In zijn ziekenhuis AZ Nikolaas is hij in staat om mensen snel te helpen. Het verschil tussen Nederland en België heeft volgens hem enerzijds te maken met het systeem en anderzijds met de visie op zorg. Feit is dat Van de Kelft steeds meer Nederlanders op zijn afdeling ziet. Mensen die ook de Belgische zorg gewoon door hun verzekeraar vergoed krijgen.

Erik Van de Kelft is gespecialiseerd in aandoeningen aan de wervelkolom. Denk bijvoorbeeld aan een hernia of scoliose, een verkromming van de ruggengraat. Daarnaast helpt hij mensen met aangezichtspijn. Dit is een aandoening waarbij een zenuw zorgt voor kortdurende pijnflitsen in het aangezicht. Beide aandoeningen vallen onder het specialisme van de neurochirurgie. Van de Kelft voert operaties uit aan het zenuwstelsel en aan de wervelkolom. Ook richt hij zich op pijnbestrijding in diverse vormen. Voor alle aandoeningen die onder neurochirurgie vallen, is snelle zorg belangrijk. En toch zien we in Nederland juist hier lange wachttijden. ‘Deze ontwikkeling deed zich al voor bij herniapatiënten’, zegt Van de Kelft. ‘De laatste tijd komen ook steeds meer scoliosepatiënten vanuit Nederland naar ons. De wachttijden zijn in sommige gevallen langer dan een jaar. En dat terwijl een operatie zeker niet alleen esthetisch gezien noodzakelijk is. Mensen hebben pijn en worden beperkt in hun functioneren. Bovendien worden de klachten erger naarmate een ingreep langer op zich laat wachten.’

Fixeren

Scoliose is een versterkte verkromming van de wervelkolom naar links of naar rechts. Daarbij kan ook een draaiing van de wervelkolom om haar as optreden, met als mogelijk gevolg een bolling van de ribben. De oorzaak is vaak onbekend, maar de aandoening ontstaat soms door een beenlengteverschil, spierspasmen of ontstekingen in de buikholte. Als scoliose in een vroeg stadium wordt ontdekt, kan scheefgroei van de wervelkolom behandeld en geremd worden. Van de Kelft: ‘Bij scoliose is niet altijd een operatie nodig, maar vanaf een bepaalde kromming is fixatie noodzakelijk. Ook wanneer de scoliose gezondheidsrisico’s veroorzaakt, moet er iets gedaan worden. We richten ons er dan op om de wervelkolom te corrigeren, te stabiliseren en weer in balans te brengen. Dit is een grote operatie met veel impact voor de patiënt.’

Tijd

Een goede diagnose kost tijd. Nadat de huisarts een patiënt heeft doorverwezen, wordt in het ziekenhuis volledig lichamelijk onderzoek uitgevoerd. De plaats en de flexibiliteit van de kromming in de wervelkolom worden grondig onderzocht, bijvoorbeeld met behulp van een röntgenfoto. Daarna volgen nog verschillende onderzoeken. En dat is tijdrovend. Zeker in Nederland, waar tussen de afspraken soms maanden verstrijken. ‘Er is onvoldoende capaciteit’, zegt Van de Kelft. ‘Dat frustreert niet alleen de patiënt, maar ook de artsen. Individueel willen zij graag meer doen voor patiënten, maar het systeem maakt het onmogelijk. Alle betrokken partijen vinden dat onaanvaardbaar.’

Mayim

De opvatting van Van de Kelft wordt onderschreven door Marcel Kolder. Hij is vader van Mayim, een vijftienjarig meisje dat spastisch is en sinds een aantal jaren lijdt aan ernstige scoliose. ‘Vorig jaar begon Mayims rug ernstig krom te groeien en te draaien’, vertelt hij. ‘Zo sterk, dat haar navel 15 centimeter verder naar links kwam te staan. Dat betekende een gevaar voor haar gezondheid, omdat haar organen in de knel kwamen. Daarnaast had het een grote invloed op haar leven. Mayim kreeg veel pijn in haar rug, benen en heupen. Slapen, naar de wc gaan: het ging niet meer. Je wil dan natuurlijk dat er zo snel mogelijk iets gedaan wordt. Des te meer omdat je weet dat botten snel vergroeien en er dus kans is dat de rug niet meer kan worden hersteld. Ondanks deze urgentie bleek dat we in Nederland een jaar moesten wachten op een operatie. Een verbijsterend lange tijd voor ons als ouders en voor onze dochter zelf.’

Onvoldoende capaciteit

Kolder besloot het er niet bij te laten en stelde het probleem aan de kaak. Hij zocht de publiciteit, sprak met chirurgen en stuurde een open brief naar Wouter Bos, voorzitter van de Raad van Bestuur van het VUmc. Kolder: ‘Hij beaamde dat een wachtlijst van een jaar mensonwaardig is en dat er een oplossing moet komen. Hij gaf ook aan dat de verzekeraars in dit opzicht een belangrijke rol spelen en dat hij met hen in gesprek wil.’ Naast de reactie van Bos ontving Kolder een reactie van de Raad van Bestuur van Achmea, die hij eveneens een brief stuurde. ‘Ook zij zien het probleem’, vertelt Kolder. ‘Achmea vindt dat de zorg beter georganiseerd moet worden. De algemene conclusie van alle partijen is dat er een tekort is aan capaciteit. Als het gaat om faciliteiten en als het gaat om mensen.’

Iron lady

Het onderwerp aan de kaak stellen was niet het enige waar Kolder en zijn gezin zich mee bezig hielden. Voor de specifieke situatie van Mayim moest een oplossing komen. ‘We konden niet anders dan een stap over de grens zetten’, zegt Kolder. ‘We kwamen terecht bij Erik Van de Kelft en kregen direct een goed gevoel. Uiteindelijk werd besloten tot een ingrijpende operatie waarbij de rug van Mayim is rechtgezet met schroeven en pinnen van titanium. Na de eerste afspraak is direct een datum gepland voor de operatie. Na de ervaringen in Nederland was dit een verademing. Inmiddels zijn we de trotse ouders en broer van onze eigen ‘iron lady’. Mayim heeft een nieuwe rug gekregen, zoals ze het zelf zegt. Een rug met een grote hoeveelheid titanium die haar weer laat genieten van het leven. De operatie en de nazorg zijn ontzettend goed verlopen. En toch; het zou niet nodig moeten zijn. Wij moeten ruim twee uur rijden naar het ziekenhuis, bezoek kon na de operatie niet langskomen en als ouders waren we genoodzaakt om in een hotel te verblijven. Dat maakt het niet gemakkelijker, zeker niet voor een kind. Alleen al om die reden blijven wij ons inzetten voor kortere wachtlijsten in Nederland.

Medical Pathfinder

Waarom Nederland wel wachtlijsten kent en België niet, heeft grotendeels te maken met het zorgsysteem. Nederlandse artsen zijn beperkt in het aantal operaties dat ze mogen uitvoeren. In België is dat niet het geval. Het team van Van de Kelft heeft passie voor het vak en de patiënt en haalt het maximale uit de capaciteit. Dit gaat niet ten koste van de kwaliteit. In tegendeel, het team staat nationaal en internationaal zeer hoog aangeschreven. Innovatie speelt een belangrijke rol. Zo maakt Van de Kelft tijdens de operaties gebruik van een O-ARM® scanner voor neurochirurgie. Met dit toestel kunnen tijdens rugoperaties en sommige hersenoperaties in real time (13 seconden) beelden worden gemaakt die de ingreep – zonder enige hinder voor de chirurg of de patiënt – preciezer, veiliger, doeltreffender en patiëntvriendelijker maakt. Een andere innovatie is de Medical Pathfinder, een website waarop mensen terechtkunnen voordat ze een afspraak maken. Ze voeren hun gegevens in en op basis daarvan kan een eerste basisdiagnose worden gesteld. ‘Deze technologie helpt ons om nog efficiënter te werken’, zegt Van de Kelft. ‘We halen dan het maximale uit een consult. Soms wordt duidelijk dat mensen niet bij ons terechtkunnen, maar wel bij een ander specialisme. Het is prettig om dit al in zo’n vroeg stadium te ontdekken.’

 

Categorieën
Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Een triest kafkaïesk verhaal van een zorggezin in problemen


Ik krijg regelmatig, omdat ik over de zorg rondom mijn gehandicapte dochter schrijf, veel reacties en verhalen van andere lotgenoten.

Mijn hart stond stil toen ik deze trieste brief vanmiddag kreeg van Anne Vernooijs uit Amersfoort.

Beste Marcel,

Ik lees regelmatig je blogs. Dit is mijn verhaal.

Mijn dochter, een jonge vrouw van 19 heeft een erfelijke bindweefselaandoening HMS/EDS.
Vorig jaar juni werd zij naar de neuroloog verwezen, omdat vanaf begin 2013 het lopen steeds moeizamer ging. In juli 2013 lukte het lopen zonder hulpmiddelen helemaal niet meer en hebben we krukken aangeschaft bij de thuiszorgwinkel. Enkele weken later lukte het lopen met krukken ook niet meer en hebben we via, via een rolstoel te leen gekregen.

Begin September heeft mijn dochter contact opgenomen met de WMO, omdat haar woonsituatie met een rolstoel en diverse beperkingen erg lastig werd. Zij woonde in een zogeheten ‘Spacebox” voor wie dit fenomeen niet kent: dit zijn op elkaar gestapelde containers die omgebouwd zijn tot zelfstandige woonunits voor studenten. Gelukkig woonde zij in één van de onderste spaceboxen, waardoor ze slechts één metalen trap te overbruggen had. Maar de spacebox bestaat uit een ruimte van 16 m² waarin zowel een badkamer/toilet als een keuken en woon/slaapkamer gesitueerd zijn. Hierin kun je je dus niet voortbewegen in een rolstoel, dat moest ze kruipend doen, daarbij kon ze ook niet meer zonder vallen de douche in en uit en niet meer zelf koken.

In het gesprek met de WMO werd vastgesteld dat er ernstige beperkingen in de mobiliteit zijn en dat de huidige woonsituatie niet adequaat is. We schrijven dan dus september 2013! Van September tot december 2013 heeft mijn dochter zich zo goed en kwaad als het ging proberen te redden in deze situatie, waarbij ze haar rolstoel de trap af moest gooien als er geen hulp was van medestudenten, zich op haar billen zelf de trap op en af moest zien te krijgen, en kruipen haar woning doorging, voor haar eten, vuilnis en was afhankelijk was van de hulp van andere studenten (er was één algemene wasruimte helemaal aan de andere kant van het spacebox complex). Ook vervuilde haar woning, doordat ze zelf niet meer in staat was het schoon te maken.

In de tussentijd zocht zij op advies van de WMO contact met een fysiotherapeut en een ergotherapeut, die volgens de WMO bij zouden kunnen dragen aan een aanvraag voor een andere woning en een rolstoel.  De fysiotherapeut  en ergotherapeut constateerden beiden dat de leenrolstoel niet geschikt was voor het lijf en de beperkingen die mijn dochter heeft en zelfs mogelijk voor meer klachten kon gaan zorgen. Daarbij werd door de ergotherapeut ook vastgesteld dat de woonsituatie niet houdbaar meer was en werd een rapport opgesteld met een pakket van eisen naar de WMO. De fysiotherapeut stelde ernstige hypermobiliteit vast in meerdere gewrichten en dat leidde tot een verwijzing naar een in EDS gespecialiseerde reumatoloog die in januari de diagnose HMS/EDS-hypermobiliteitstype vaststelde.

In december lukte het mijn dochter niet meer om haar huis in te komen, er te functioneren of de rolstoel iedere keer die trap op en af te krijgen. Ze miste door de pijn en uitputting die dit opleverde ook steeds vaker colleges en lessen op haar opleiding en moest noodgedwongen stoppen met haar stage. Uit nood is zij toen met haar 4 cavia’s bij mij komen logeren. En dan bedoel ik ook letterlijk logeren, want er is hier geen kamer voor haar in huis, dus slaapt ze op een stretcher in de woonkamer. Dit levert ook voor mij (zelf rolstoel gebonden) veel problemen op, omdat ik mij niet meer met mijn elektrische rolstoel door het huis kan bewegen doordat het helemaal vol staat.

In januari was het rapport van de ergotherapeut en fysiotherapeut af en werd er een officiële aanvraag bij de WMO gedaan. Een aanvraag voor een eigen rolstoel en een andere aangepaste woning. Ook heeft mijn dochter daar nog zelf een brief aan toegevoegd om duidelijk te maken dat ze dusdanig was achteruit gegaan dat ze niet meer in staat was om haar studentenwoning in te komen of daar te functioneren en dat ze nu tijdelijk bij mij op een stretcher in de woonkamer moest verblijven.

Op 6 maart werd er door de WMO een urgentie afgegeven voor een aangepaste of aan te passen woning.  Op dat moment lag mijn dochter volledig plat op bed met een hernia, zeer waarschijnlijk ontstaan door de slechte houding in de leenrolstoel en de overbelasting die daaraan vooraf was gegaan.

Op 20 maart stond mijn dochter met haar urgentie nummer 1 voor een woning die mogelijk geschikt was en al een aangepaste keuken had. Toen we er gingen kijken bleek er een trap in de gang te zitten, waardoor de woning moeilijk toegankelijk was per rolstoel. Mijn dochter kon er nog net naar binnen, maar ik met mijn elektrische rolstoel niet. Op deze grond werd de woning door WMO consulent M.K. afgewezen met het oog op de toekomst, want misschien zou mijn dochter ooit ook in een elektrische rolstoel belanden.

Op 3 april stond mijn dochter met haar urgentie weer nummer 1 voor een woning die mogelijk geschikt te maken was. Wij zijn daar gaan kijken en waren meteen enthousiast, want de woning was volledig rolstoel toe- en doorgankelijk en er zat een vrij grote badkamer in. Deze woning werd door WMO consulent M.K. geschikt verklaard. Wel merkte zij op dat er een aparte toiletruimte in zat en dat met het oog op de toekomst dat mogelijk een probleem zou gaan vormen, omdat mijn dochter daar dan niet met overrijdbare toiletstoel op zou kunnen komen. Hierdoor kregen wij de indruk dat ze de aandoening van mijn dochter ernstiger inschatte dan wij zelf deden en ook dat ze de prognose nogal somber inzag.

Wat schetst onze verbazing: op 16 april, net nadat mijn dochter het huis definitief geaccepteerd had en een afspraak zou maken om het huurcontract te tekenen, belt WMO consulent M.K.  met de mededeling dat alle aangevraagde voorzieningen afgewezen zouden worden. Dit omdat de reumatoloog die de diagnose had gesteld, aan haar had verklaard dat bij mensen met EDS in het algemeen hulpmiddelen alleen worden geïndiceerd wanneer deze bijdragen aan de mobiliteit in plaats van deze te beperken.
Hierdoor heeft zij de conclusie getrokken dat mijn dochter geen hulpmiddelen zou moeten krijgen.  Dit is dus gebaseerd op een algemene uitspraak m.b.t.  EDS en niet specifiek toegespitst op de lichamelijke klachten en situatie van mijn dochter, die juist zonder rolstoel beperkt wordt in haar mobiliteit!
Haar advies was om maar te gaan trainen bij een revalidatiearts. Mijn dochter traint echter al sinds oktober 2013 onder begeleiding van een fysiotherapeut die heeft geconstateerd (en ook in haar rapport beschreven) dat er geen sprake is van vooruitgang, maar eerder achteruitgang door de training (overbelasting). En bekend is dat bij EDS overbelasting óók zorgt voor fysieke achteruitgang.

Vervolgens heeft WMO consulent M.K  daarna zonder overleg, eigenhandig de woningstichting gebeld en het huis alsnog afgezegd, mijn dochter was hiervan NIET op de hoogte en werd hier vandaag 17 april ineens mee geconfronteerd. WMO consulent M.K.  heeft gelijk ook maar de urgentie voor een andere woning ingetrokken!

Mijn dochter leeft dus nu op een stretcher in mijn huis, kan haar studentenwoning niet meer bewonen of betreden en had deze per 12 mei al opgezegd, omdat de andere woning haar al was toegezegd.  Kortom binnenkort is ze officieel dakloos!

Ze leent een rolstoel die absoluut niet geschikt is voor haar lijf, waardoor ze er nog meer fysieke klachten bij krijgt, maar zonder rolstoel is geen optie, omdat ze per dag max. 50 meter kan lopen  als ze verder niets anders doet dat inspanning kost en vaak alleen in meerdere etappes.

Het curieuze is verder dat het UWV op basis van precies dezelfde medische gegevens heeft bepaald dat mijn dochter ernstig beperkt is in haar mobiliteit en daardoor recht heeft op een Wajong-uitkering. Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat twee verschillende instanties met precies dezelfde gegevens zo anders beschikken?

We hebben hier nu dus een uitzichtloze situatie: geen zicht op een andere woning, niet naar studie en stage kunnen, geen mogelijkheden om haar leven te leiden zoals andere 19-jarige studenten.

Heet dit nou participatiemaatschappij?????

Een advocaat is al ingeschakeld, bezwaar gaat al ingediend worden, maar dat kan ontzettend lang duren en die tijd en energie om de situatie vol te houden zoals hij u is, hebben wij niet. Ik ben zelf ook chronisch ziek (er is naast dat ook nog een schildklieraandoening geconstateerd onlangs waarvoor ik behandeld of geopereerd moet worden) en ik heb nog twee zonen thuis waarvan er één autistisch is en deze onduidelijke, onoverzichtelijke situatie niet aankan, met alle (gedrags-) gevolgen van dien!

Met vriendelijke groet,

Anne Vernooijs

10264067_610338012392698_436081955623919849_o

Categorieën
Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Slechtnieuwsbericht voor mijn gehandicapte dochter


IMG_9520Mayim zit op het voortgezet speciaal onderwijs in Almere. Sinds twee weken gaat ze op donderdag naar haar stageplek. Met begeleiding, want ze kan niet zo veel met haar spastische lichaam, net hersteld van een zware levensreddende operatie.

De stadsboerderij in Almere is ideaal voor kinderen als Mayim om te wennen aan arbeidstoeleiding. Ze kan daar de dieren verzorgen en leren dat er na haar school een gedeeltelijk productief leven mogelijk is. Ook voor haar. Boordevol verhalen kwam ze donderdagmiddag weer thuis. Dat ze het varken mocht voeren en het hooi uit de stal mocht opruimen. Ondanks de pijn in haar rug, en de moeizame revalidatie, zien we haar opveren. School is opeens weer leuk. Voor kinderen met een beperking is stage de betere aanvulling op het ‘saaie’ klassikale onderwijs.

Bezuiniging op stageplaatsen

Dezelfde dag hoorde ik van haar leerkracht dat het bestuur van het speciaal onderwijs in Almere in al hun wijsheid besloten heeft hierop te bezuinigen. Na de krokusvakantie worden de stages voor kinderen uit de groep van Mayim gestopt. De 18 dagen dat er tot aan de zomer begeleiding nodig is voor deze speciale kinderen kunnen niet meer worden gefinancierd. School op zijn kop, ouders boos, en kinderen sprakeloos achterlatend. Als ouder denk ik dan. 18 dagen. Wat kost dat nu. Een half maandsalaris? 1000 euro? Of misschien 2000 euro. Als dat er in het speciaal onderwijs er al niet meer af kan, waarom heet het dan speciaal onderwijs.

Oplossen?

Ik ga op zoek naar een oplossing. Misschien dat we structureel bedrijven in onze stad kunnen vragen om voor deze kinderen geld in te zamelen. Of dat er nog ergens in de burelen van de gemeente Almere nog een potje is. Want het is zo enorm belangrijk dat kinderen zoals Mayim en haar klasgenoten de wereld buiten de ‘gesloten’ gehandicaptenwereld ontdekken om mee kunnen participeren in de maatschappij.

Als er iemand is die een idee heeft, of het bestuur in Almere kan bewegen dit terug te draaien. Mail me op info@marcelkolder.nl.

Categorieën
Cultuurkantelen De Nieuwe Samenleving Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

De burger is nu aan zet. Want de gemeente gaat straks over de zorg.


wmoDe kanteling die de afgelopen jaren in het gemeentelijke sociale domein is aangezet wordt nu integraal ingezet om de transitie van de AWBZ naar WMO te begeleiden. Daar was het niet voor bedoeld. Daar wordt dan meteen ook jeugdzorg en de wet Werken naar eigen Vermogen aan gekoppeld. Allemaal terreinen die enkel maar bezuinigingsvraagstukken met zich meebrengen. Vraagstukken die door het rijk op het bordje van de onervaren gemeenten wordt geschoven.

‘De kanteling’ is eigenlijk ‘De besparing’
Waar de kanteling tot twee jaar geleden nog uitging van het mooie principe van de eigen regie door de zorg- of hulpvrager, merk ik dat het woord ‘eigen regie’ lijkt geschrapt uit het gemeentelijk beleidsjargon en meer en meer vervangen wordt door ‘eigen kracht’. Dat komt mooi uit, want eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid is gelijk aan de eigen bekostiging door de burger, het gezin en de directe omgeving. De vrijwilligers en mantelzorgers. Zelf laten oplossen dus. Handen er van af, lijkt het adagio. Ik vraag me echt af waarom we ‘de kanteling’ niet gewoon ‘de besparing’ kunnen noemen. Kanteling 2.0. Twee keer zoveel besparen dan men van plan was. 2.0 X dus. Want dat laatste is meer de realiteit dan de ambtelijke mooipraat om de burger de natte droom voor te houden dat hij zijn eigen verantwoordelijkheid terug krijgt. Participatiedenker Jos van der Lans geeft toe (in een interview in Vrij Nederland van afgelopen november) dat zijn ideaal door het kabinet kan worden misbruikt voor bezuinigingsdoelen. Zoals in Engeland bleek toen premier Cameron de Big Society introduceerde en er geen penny voor over had. Van der Lans: ‘In Engeland zeggen ze nu: Big society, small pockets.’

Teruggeven wat is afgepakt en toch niet
De burgers is de laatste tijd de verantwoordelijkheid afgepakt als het gaat om het organiseren en regelen van eigen hulp. Dat is geen geheim. Zorgstaat Nederland is ook een controleerstaat. Een verantwoordingsstaat. Een tabellen- en regelstaat. Er waren wel wat lichtpuntjes de afgelopen jaren. De kanteling 1.0 bijvoorbeeld, de oorspronkelijk vorm. Een goed idee werd gekaapt en verminkt. En de mogelijkheid die zorgvragers hadden rond de eigen regie over je eigen zorg en je eigen leven door een innovatie als het Persoonsgebonden Budget (bedoeld om zelf je eigen zorg in te kopen, flexibel en efficiënt). Deze echte kantel-innovatie is met het verdwijnen van de keuzevrijheid tussen PGB of zorg in natura (zorg die voor je geregeld wordt) van de baan. Tenzij je kan bewijzen dat Zorg in Natura absoluut niet bij je past. Een soort omgekeerde bewijslast. Een eigen zorgbudget zou toch voorop moeten staan. En de vrijheid van keuze over je eigen leven en zorginkoop. De overheid en de gemeente neemt steeds meer regietaken over, of laten helemaal los. Actieve burgers was het signaal, maar kille sanering is de praktijk. Burgerinitiatieven worden niet meer echt gehonoreerd en de ondersteuningsstructuur steeds meer aanbodgericht. Nieuwe initiatieven worden de hemel in geprezen, maar niet gefaciliteerd door de gemeente. Niet met mensen, niet met echte visie en niet met lef. Zo lees ik de stukken die gemeentewege worden gepubliceerd. Zo ook de kanteling van dit moment. Het lijkt een schijnkanteling te worden. Een kanteling naar het verleden en niet naar de toekomst. En dat willen we toch niet? De gemeente zou actieve burgers juist moeten ondersteunen, burgers die gezamenlijk stichtingen opzetten die jonge daklozen weer op de rit krijgen (zoals mijn vrouw samen deed met Zakia Attaea een Marokkaanse partner), burgers die innovaties willen doorvoeren die ouders van kinderen met een handicap weer helpen de regie over de hulpverleners terug te krijgen (zoals Sanne-Lot van Ulzen deed met http://www.blogboek.com), burgers die een klein beetje ondersteuning vragen, maar waar gemeenteambtenaren geen weg mee weten omdat zij nog ouddenken en niet kanteldenken.

In voorbeeld 1 bij het burgerinitiatief voor dakloze (jongeren en wat oudere jongeren) wordt HKZ, die papieren kwaliteitstijger door de gemeente verplicht gesteld, samenwerking met de andere instellingen in de stad verlangd en samenwerking met de nieuwe gemeentelijke praktijkwerkplaats. Betreffende stichting draait op kleine donaties, heeft een eigen, goed werkend kwaliteitstsysteem waar cliënten het eigen beheer van hun gedeelde eensgezinswoning in handen hebben. Dat werkt goed.

Maar nu komt het Kafkaiaanse. De stedelijke zorginstellingen als De Schoor, Kwintes en Vitree weigeren samen te werken als er niet voor betaald wordt c.q. als er geen indicatie is waar zij mede gebruik van kunnen maken (de meeste cliënten van betreffende stichting zijn dakloos of zitten in de schuldsanering, (ze hebben geen geld). De praktijkwerkplaatsen van de gemeente waar de stichting mee moet werken zijn alleen toegankelijk voor aanbieders die samenwerken en HKZ hebben. Hier zie je duidelijk de macht die zorginstellingen  hebben en zo kleinschalige burgerinitiatieven buiten de deur houden. En de gemeente is geenszins van plan dit te veranderen. Kafka in het groot. En dan heb ik het over nog veel meer drempels in het oude systeem. Een wereld die je wil veranderen moet innovaties toestaan, ook gaan ze niet langs de geëigende paden van de oude systemen.

In voorbeeld 2 – blogboek – zien actieve ouders van kinderen met complexere zorgvragen heel veel mogelijkheden voor eigen regie rondom de zorgcoördinatie, maar gemeente en professionals werken amper mee. Allerlei non-argumenten worden uit de hoge hoed getoverd om cliënten maar niet actief zaken zelf te laten regelen.

Een andere innovatie is Mextra (http://www.symax.nl). Een slim cliëntvolgsysteem voor klanten, ouders, professionals en wijkteams. Het hele dossier op de iPad. Onbegrijpelijk dat dit niet door iedereen omarmd wordt.

Dilemma: They don’t walk the talk
En daar zit nu het dilemma waar gemeenten en burgers voor staan. Aan de ene kant worden er momenteel programma’s gestart waar burgerinitiatieven rondom buurtzorg, mantelzorg, creëren van zorgnetwerken, et cetera worden aangejaagd en aan de andere kant verdwijnen de mogelijkheden van de gemeente om deze initiatieven financieel te ondersteunen. Ambtenaren juichen zorginnovatie toe, zijn druk aan het kantelen, spreken over een integrale aanpak (ik hoor zelfs de woorden holistisch), maar vergeten dat de echte innovatie in de inkoop zit die zorgvragers/burgers doen met eigen zorgbudgetten. Vanuit hun eigen regie. En dat heeft niets met eigen kracht te maken. Er is meer te winnen dan te verliezen momenteel. Participatie lijkt een middeltje voor alle kwalen (lees ik in een oude Vrij Nederland). De participatiesamenleving gaat er op deze manier echt niet van komen.

Stigmatisering door niet naar jezelf te wijzen
Hoe is het mogelijk dat je het hebt over burgerkracht in een gemeentelijk visiedocument als de burger en als aanbieder daarin niet serieus wordt genomen. Ik lees net de openingszin van paragraaf 1 van een intern gemeentelijk document: ‘Het een feit dat burgers steeds meer zijn gaan ‘claimen’ en steeds minder hun eigen kracht benutten? Of de tweede zin: ‘Aanbieders zijn vooral bezig met overleggen en niet met zorg.’ Vervolgens presenteert de gemeente zich in het stuk als de redder in de nood, en verlangt dat een ieder door “eigen kracht” aan te boren alles kan oplossen. Geen realistisch verhaal. Mijn zorg is dan ook groot. Ik zie een tweede dilemma. Ik mis in de visiestukken de aandacht voor vrijwilligers en mantelzorgers die nu al een grote bijdrage leveren en waar in de toekomst alleen maar meer van wordt verlangd. Hoe gaat dit uitpakken?

Wat is mijn conclusie
Het lijkt erop dat gemeenten de burger, de zorg- of hulpvrager op zijn verantwoordelijkheid gaat wijzen en tegelijkertijd de handen van de samenleving aftrekt. En dat als zure slagroom op de nog zuurdere pudding dit ook niet meer gaat bekostigen. In de transitie van de AWBZ naar de WMO nemen de gemeenten de hulpvragende burger niet serieus als partner en plaats waar de vernieuwing, de ideeën vandaan komen. En dat moeten ze nu juist wel gaan doen. De kennis en kunde van de moderne assertieve betrokken burger is juist de oplossing van de kanteling en het bezuiningsvraagstuk. In dialoog met de burger. Samen dus. Ondergetekende is al een tijdje aan de slag met zijn eigen gemeente. Ik merk dat mijn eigen gemeente wil  luisteren. Na een motie van GroenLinks en  is men het erover eens geworden, burgers worden (is de belofte) nu steevast uitgenodigd bij het ontwerpproces rond de kanteling. Want ik mag persoonlijk wel menen dat de burger aan zet is. Maar de gemeentes moeten ook ontdekken dat je in co-creatie de mooiste oplossingen kunt bedenken. Ik daag de gemeenten dus uit die stap te zetten. Want die burger is allang gekanteld naar 3.0. Nu de politiek nog.

Categorieën
Positief Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

1 jaar wachttijd voor scolioseoperatie in ons land: we gaan naar België


IMG_8565

Kijkend naar de kromme ruggengraat van Mayim, concludeert de chirurgisch orthopeed van het VUmc in Amsterdam dat een flinke operatie nodig is. Mayim wist het eigenlijk al. Afgelopen maanden heeft ze You-Tube afgestruind en weet precies wat de operatie voor haar inhoudt. Haar ruggenwervels worden met stalen schroeven een stangen weer in vorm gezet. ‘Net als de Meccanodoos van Machiel,’ roept ze.

Met 35 en 72 graden draai en kromming komen de ingewanden van Mayim in de knel. Ook de pijn aan haar rug verergert met de dag.
‘Pappa,’ zegt ze bij de chirurg. ‘Ik wil een operatie. Ik wil weer recht zitten, ze noemen me op school “handi” en “skinny” omdat ik zo raar zit.’
Mijn dochter bekijkt de wereld vanuit een hoek die 45 graden kantelt. De horizon loopt naar rechtsboven. Een wonderlijke wereld waar ze natuurlijk vanaf wil. Ze wel ook af van de pijn bij het zitten, het ongemak bij het naar het toilet gaan en het de moeite om in slaap te vallen.
De operatie kent ook risico’s, er kan infectie optreden en er is een kleine kans op een dwarslaesie. Ze snapt de risico’s, maar wil het toch doorzetten.
‘Goed,’ zegt de orthopedisch chirurg. ‘Je komt op onze wachtlijst.’ Ze vervolgt: ‘Eerst doen we een MRI van je hele lijf, want met al dat staal in je rug kan dat straks niet meer. De magneten van de scanner reageren daar heel vreemd op. Dan kijken we ook meteen naar je hersenen, ruggenmerg en hart. (Mayim heeft epilepsie en een ernstig hartprobleem). En dan zullen we de operatieprocedure in gang zetten, maar … er is wel een wachtlijst van minstens één jaar.’
Mayim kijkt me verbaasd aan. ‘Eén jaar?’
Wij ouders herhalen dat: ‘Eén jaar?’
Een korte uitleg dat alle gespecialiseerde Academische Ziekenhuizen in Nederland dezelfde wachttijden hebben, slaan een gat in de bodem van onze hoop dat Mayim snel van haar pijn afkomt.
‘We mogen van de verzekering maar 50 operaties per jaar uitvoeren’ verdedigt de chirurg. ‘We willen wel meer, maar mogen dat niet. En het is niet veel anders bij de andere ziekenhuizen in Nederland.’
Mayim begrijpt hier helemaal niets van. Een schoolgenootje is zonder wachtlijst aan zijn flaporen geholpen, en haar oppas kon binnen een week een operatie krijgen aan haar knie.
We laten ons op de lijst plaatsen en rijden naar huis.
Na een boze tweet van Pappa en ettelijke tips van volgers, zoeken we op internet naar mogelijkheden voor behandeling in ziekenhuizen in Duitsland en België. Daar zijn ze ook gespecialiseerd. België lijkt ons wel wat. Twee uur rijden hebben we er voor over. Ook als de revalidatie langer duurt. Als Mayim maar geholpen wordt.

We nemen de regie in eigen handen.
Een telefoontje van onze verzekeraar Achmea geeft ons hoop. Ze hebben een contract met twee Belgische Centra die scoliose operaties doen. Het wordt volledig vergoed. En er zijn geen wachtlijsten. En ze zijn gerenommeerd. Binnen 6 weken kunnen we een afspraak krijgen.
Mijn vrouw en ik kijken elkaar aan. Hier snappen we nu niets van. Ziekenhuizen mogen in Nederland maar 50 operaties doen van de verzekeringen, maar patiënten mogen wel, met een reisduur per dag van vier uur naar het buitenland. Eens kijken of het volledig wordt vergoed. Want we zien op de site van Achmea heel wat procedures.
Wordt dus vervolgd.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving

Boos op de Vereniging Gehandicaptenbelang Nederland


markant-editie-1-februari-2013Vorige maand schreef mevrouw Dupuis, de voorzitter van de Vereniging Gehandicaptenzorg in haar verenigingsblad Markant dat de discussie over inclusie klaar is (een inclusieve maatschappij is een wereld waarin mensen met een beperking welhaast volledig kunnen participeren in wonen, werk, leren en recreëren).

Ik citeer de voorzitter: ‘De discussie over inclusie is klaar. Bij sommigen gaat het geweldig in de wijk en bij sommigen niet, zo simpel is het. Dat blijkt ook uit rapporten van de inspectie. Er zijn nog een paar mensen die anderen verketteren omdat ze er anders over denken, maar dat slijt wel.’

Bovendien zegt Dupuis over het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking: ‘In mijn ogen legt dat verdrag vast wat we al doen. Het is vooral van belang voor de landen waar nog geen fatsoenlijke gehandicaptenzorg is. Wij zijn relatief gezien een vooruitgeschoven post.’

Ik vraag me af in welke wereld mevrouw Dupuis leeft. En ik ben niet de enige. Deze stellingname heeft allengs voor een relletje gezorgd bij mantelzorgers en gehandicapten en ik zie op blogs en bijeenkomsten al vele boze reacties op dit verhaal. Nederland is absoluut nog geen inclusief land en de vraag is of dat het ooit vanzelf wordt. Kinderen worden vanwege hun beperking nog niet overal toegelaten op scholen, door werkgevers niet in dienst genomen en het openbaar vervoer en openbare gebouwen zijn op lange na nog niet voor mensen met een beperking toegankelijk.

Er is nog een wereld te winnen bij het inclusief maken van sportfaciliteiten, restaurants, cafés en woningbeleid. Voor mijn dochter is de wereld niet inclusief genoeg. Op haar school, op straat en bij de sportclubs ervaart ze beperkingen. Ik kan me haar quote nog herinneren: ‘Papa, ik ben niet gehandicapt, maar de wereld is dat.’

Mijn levenspartner runt al tien jaar passievol een professioneel bureau dat mensen met een beperking naar een reguliere baan leidt. Elke week hoor ik van haar trieste verhalen over hoe moeilijk het is deze mensen naar het reguliere arbeidsproces te leiden. Veel werkgevers zijn er nog niet klaar voor. Ze zegt wel eens: ‘Met de smoesjes van werkgevers om mensen niet aan te nemen, daar kun je een bibliotheek mee vol krijgen.’

Nederland is een van de weinige West-Europese landen die het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap nog niet heeft ondertekend. Het Nederlands College voor de Rechten van de Mens streeft een zo spoedig mogelijke ratificatie na van het verdrag. Dat stelde ze een paar maanden geleden. Daarmee heeft de wetgever een instrument in handen om de positie van mensen met een handicap in alle lagen van de maatschappij te verbeteren.

Op dit moment is een open brief met dezelfde argumenten door de vereniging Inclusie Nederland naar de voorzitter gestuurd. Ik ben benieuwd of ze terug komt op haar onwerkelijke bevindingen en eens echt in gesprek gaat met haar doelgroep.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Nieuwe Rijkdom Positief Toekomstkantelen veranderprocessen

Mark Rutte, toonbeeld van politiek leiderschap van de vorige eeuw


Mark Rutte is vandaag voor de tweede keer politicus van het jaar geworden. Ik maak me met recht zorgen over het in de hemel prijzen van een politicus die handelt vanuit een ouderwets rechts politiek paradigma dat wellicht in de tijd van mechanisatie en industrialisatie werkte, maar voor de komende eeuw de oplossingen niet heeft.

In het Engels taalgebied struikel je bijna over de hoeveelheid boeken over political leadership. In Nederland duikt het begrip minder vaak op. Wat is het in mijn ogen? Politiek Leiderschap gaat over het in beweging zetten van mensen. Het draagt welgemeende zorg uit voor de problemen en uitdagingen in Nederland en Europa. Dit vanuit een sterk (maatschappij)kritisch zelfbeeld. Het handelen is authentiek, consistent en vooral luisteren. Tot slot inspireert politiek leiderschap, het daagt burgers, partijen uit door visie te tonen over zaken die er nog niet zijn. Het politiek leiderschap in mijn visie is niet het reactieve beleid dat onze huidige premier en het kabinet momenteel toont. Rutte is momenteel te bang om over de crisis heen te stappen en een holistische en innovatieve visie neer te leggen. Zijn kabinet breekt, ingegeven door de bezuinigingsangst, goed en efficiënt geregelde zaken af en beschermt de krachtige posities die in de vorige eeuw zijn ingenomen door jaknikkers, waaronder ook de de bankwereld valt.

Waar is de inspirator?
Politiek leiders zijn steevast aanjager en inspirator van ingrijpende veranderingsprocessen. De zin- en betekenisgeving van de verandering dient tenslotte vanuit de regering te worden gecommuniceerd is de heersende opinie. Een kanttekening. Is de hoogste baas van Nederland wel het meest geschikt voor deze leiderschapsfunctie? Mark Rutte ontbeert wellicht niet het talent om helder en vlot te communiceren. Problemen wegwuivend en weglachend. Maar bij een land in transitie is meer nodig dan, schijnbaar losjes uit de pols, op continue basis slecht nieuws te brengen. Dat brengt de man tevens in een lastig parket, omdat geregeld de belangrijkste boodschappen ook bezijden de waarheid blijken. Kijk naar de PGB-discussie van afgelopen jaar en de fouten die worden gemaakt over de Europese begroting. Nederland maakt zich grote zorgen en de leider fluit zich er keurig langsheen. Zonder ook maar een centje pijn. Politiek leiderschap is meer dan de rol die de gedoogpoliticus nu speelt. Politiek leiderschap kan en mag niet afhankelijk zijn van het spelen van een rol, is mijn stelling.

De leugen regeert
Een tweede observatie is dat de stijl van leiderschap die Rutte toont uit de jaren negentig stamt en niet meer voldoet aan de eisen van dit moment. In de vorige eeuw bleef de communicatie hangen in zenderdominante strategieën en framing. Ik zie hetzelfde gebeuren. Maar ook de grenzen van deze centraal gemanipuleerde vorm van communicatie. Het werkt niet meer. Het is onecht en ook te abstract voor de burgers. De leugen regeert. Politieke douceurtjes als de 130 km per uur regel verbloemen bewust de onverschrokken onkunde van dit kabinet. Het gunt het volk zijn brood en spelen. De veranderdoelen van dit kabinet missen de realiteit van alledag en de betrokkenheid van burgers en oppositie bij het veranderproces is nihil. Politiek leiderschap betekent ook op een andere manier de veranderingen in het land organiseren, niet alleen top-down, maar diep in de realiteit van het dagelijks leven en dicht bij de burgers die het treft.

Samen op weg
Als vanouds ligt het zwaartepunt van de oude politiek op cognitie, op handhaven en op controle. Dat geeft de politiek leider die denkt volgens het oude paradigma blijkbaar een gevoel van zekerheid, maar het dempt meestal de creativiteit en energie in een land. Bij de zoektocht naar een duurzame oplossing voor de uitdaging waar Europa en Nederland voor staan zou het kabinet van Rutten moeten kiezen voor een grotere verantwoordelijkheid van de oppositie en burgers in het veranderproces in crisistijd. Om in gezamenlijkheid tot een betere samenleving en beter gedragen oplossingen te komen. Dan houdt de politiek en de burger het vliegwiel aan de gang door gezamenlijke inspanningen. Dit vergt een andere manier van denken en een verder gevorderde democratisering van de transitieprocessen dan nu plaatsvinden. Minder elitair, meer optrekkend. Samen op weg betekent dat Rutte en zijn ministers en staatssecretarissen voorwaarden scheppen om burgers, bedrijven en instellingen mede de kans te geven richting te geven aan de focus op de toekomst van ons land in een duurzaam Europa. De betrokkenheid van de assertievere burger zal zo sterk worden verhoogd. Burgers ontwikkelen meer contact met de kernprocessen die spelen in dit land. Kijk maar eens naar de omvorming van de zorg door de PGB (het persoonsgebonden budget) en buurtzorg, de innovatie op het terrein van duurzame energie, de vele burgerinitiatieven die boven de eigen wijk en buurt uitstijgen. Burgers hebben al de mooiste oplossingen bedacht, vaak wordt dat vergeten of van bovenaf verandert door politieke mechanismen die niet zijn gehecht in de samenleving. Door zaken samen te doen ontstaat werkelijk weer gedeelde verantwoordelijkheid en ruimte voor zelfsturende mechanismen. Burgers, bedrijven en instellingen worden zo actoren in de transitie naar een beter Nederland in een fijn Europa. Statisch wordt dynamisch, beleid verklarend wordt beleid beïnvloedend. De scheiding tussen de Haagse ivoren toren en burger verdwijnt en verandert in gelijkwaardigheid van partijen.

Nieuw politiek zelfleiderschap
Als de transitie van een land als Nederland een constante is, waarom vindt de oude politiek dan elke keer weer opnieuw het wiel uit door de introductie van het zoveelste unieke veranderbeleid/programma? Er komen meer beleid en regels bij dan ooit. Het wordt voor de burger ingewikkelder dan ooit. Waarom ligt er niet één continu programma en één ankerpunt waar politici inspirerend aanjager van zijn? Als de transitie in Nederland, Europa en de wereld een on-going business is, ontwikkel dan ook on-going zelfleiderschap. Veranderings-issues weten dan makkelijker een plek te vinden en burgers en politiek leiders werken dan samen aan vooruitgang en voortdurende vernieuwing. Als een perpetuum mobilé. Gezamenlijkheid is de constante en daarmee vormt men de identiteit, het politiek leiderschap, de persoonlijkheid, het karakter en het incasseringsvermogen van dit kleine land in een groter geheel. Die gezamenlijkheid bouwt op actuele inhoudelijke thema’s van het land die opportuun zijn. Langs de lijn van de inhoud wordt op deze manier gewerkt aan bezieling, inspiratie en kwaliteit. De overtuiging dat politiek leiderschap niet uitsluitend voorbehouden is aan het de premier en zijn discipelen wordt steeds sterker. Politiek leiderschap is van iedereen. Van alle politici samen, regering en oppositie, bedrijven, instellingen én van alle burgers. Dit zal de komende jaren breed gedragen moeten worden in dit land, anders voorzie ik een dramatische afloop. Een land dat drijft richting een visieloos bestaan. Dat niet veel beter is dan de dictaturen waar we onze soldaten naar toe sturen.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Positief Uncategorized

Ik geloof in mij.


Vraag jij je wel eens af wie je bent en wat je nou eigenlijk wil? Waarom jij niet op boardroom-niveau opereert en je collega wel vaak een goed gesprek heeft met de CEO? Is succes een kwestie van toeval of kun je het zelf creëren?

Wordt lang!
‘Al vanaf hun derde jaar presteren langere kinderen beter bij cognitieve tests,’ schrijven Anne Case en Christina Paxson van Princeton University in een artikel voor het National Bureau of Economic Research. Lange mensen zijn vaak succesvoller dan korte mensen bij het vinden van een leidinggevende baan. Omdat niet iedereen van nature lang is zijn er nog meer kansen. Een opsomming.

Waarom hebben sommige mensen alle geluk in de wereld?
Is het een kwestie van juiste plaats, juiste tijd of zijn ze met een gouden lepel in hun mond geboren? De Amerikaanse auteur Napoleon Hill ontdekte in de vorige eeuw dat succesvolle mensen gemeenschappelijke kenmerken bezitten. Zo hangen ze niet achterover in een stoel, maar zijn ze constant bezig om hun doel te bereiken. Uit Amerikaans onderzoek onder een groot aantal studenten blijkt dat maar weinige van hen een duidelijk levensdoel voor ogen hebben. Wie dat wel hadden, bleken twintig jaar later buitengewoon succesvol.

Een zevental kantelpunten om te onthouden:

Positieve instelling
Het is bewezen dat we datgene aantrekken waar we het meeste over nadenken. Mensen die uiteindelijk doorbraken, geloofden in zichzelf en in hun persoonlijke capaciteiten.

Wat heb je te bieden?
Het ‘bezit’ van karakter. We bewonderen mensen om hun karakter en worden bewonderd om ons karakter. Belangrijke ‘rolmodellen’ zijn bijvoorbeeld Mandela en de Dalai Lama. Maar naast dat karakter geldt tegenwoordig vooral ‘inhoud’. Wat heb je te bieden. Wat geef je weg aan anderen. Tips, advies, vriendschap.

Brandend verlangen
Behalve een positieve instelling hebben geslaagde mensen een brandend verlangen om hun doelen te bereiken. Ze hebben altijd oog voor nieuwe kansen, waar ze zich vervolgens hartstochtelijk op storten.

Leergierig en hard werken
Succesvolle mensen zijn leergierig en werken hard.

Duidelijkheid is gezag
Succesvolle mensen weten precies wat ze willen bereiken en hoe ze dat doen.

Doorzetten
Veel mensen zijn op zoek naar instant-succes, maar zo makkelijk is het helaas niet. Succes is niet weggelegd voor opgevers, wel voor doorzetters.

Offers brengen
Het geluk komt ook succesvolle mensen niet aanwaaien. Ze moeten er vaak veel voor opofferen. Topsporters kunnen nooit eens stevig doorzakken.

Categorieën
De Nieuwe Samenleving Toekomstkantelen veranderprocessen Zorgkantelen

Geeft ons land zijn burgers een gevoel van geborgenheid?


Nederland kent een waarden top tien. Een aantal jaar geleden (2006) gehouden onder een representatief deel van onze bevolking. Deze waarden geven aan wat de Nederlander als goed beschouwt. De mores van het land als het ware. Misschien ook wel een belangrijk onderdeel van de Nederlandse identiteit.

Een waarde is een diepgeworteld vertrouwen die aangeeft hoe je wil dat men zich in ons land naar elkaar gedraagt. Deze waarden horen ook herkenbaar te zijn in de leiderschapsstijl van politici en topondernemers. De boegbeelden van ons land. De waarden staat voor de ethische beginselen en mores van ons land. Een opsomming.

De waarden top 10 van de Nederlandse burger

1. Veiligheid, gevoel van geborgenheid.
2. Fatsoen, netjes met elkaar omgaan.
3. Gelijkwaardigheid, gelijke behandeling in diversiteit.
4. Vrije meningsuiting, geen ‘censuur’.
5. Tolerantie, ruimte geven aan de ander.
6. Solidariteit, actief bijdragen aan elkaars welbevinden.
7. Zelfbeschikking, werk en leven zonder inmenging.
8. Respect voor ‘people and planet’, maatschappelijk ondernemen.
9. Vrijheid van religie.
10.Vaderlandsliefde, trots op de prestaties van Nederland.

Wat opvalt is dat we vooral zachte waarden hebben in ons polderland. Die zachte waarden hebben we in de vorige eeuw opgebouwd. Daar mogen we trots op zijn. Nederland is een ‘praatland’ en sluit beter aan bij Scandinavië en Duitsland dan bij de Angelsaksische landen als Groot- Brittannië en de Verenigde Staten. Dat zijn duidelijk meer ‘vechtlanden’. Dat merk je ook aan het leger. Ons leger nam in Afghanistan een totaal andere rol (opbouwen) dan de Engelsen en Amerikanen. De cultuur in Nederland is gebaseerd op feminiene waarden en normen. Dat zie je aan de top 10.

Feminien land?
De vraag ligt nu. Blijft dit zo. Blijft Nederland dat feminiene fijne land waar we alles in dialoog met elkaar blijven oplossen. Een fatsoenlijk land. Een land waar iedereen gelijkwaardig is. Zelfbeschikkingsrecht en eigen regie heeft over onderwijs, zorg en leven. Waar mensen nog solidair zijn en respect hebben voor elkaar. Actief bijdragen aan elkaars welbevinden. Een sociaal en liberaal land zijn. Waar we geen jonge Angolezen uitzetten die volledig geïntegreerd zijn. Een land op trots op te zijn.

Wordt Nederland vechtland?
Ik vraag me dat af? Is dat nog wel zo. Kijk ik door een verkeerde bril? De theorie over identiteiten, waarden en normen vertelt ons dat deze niet snel veranderen. De praktijk toont anders. Ik zie Nederland in rap tempo veranderen in een masculien land. En dat stemt me niet blij. Wat overblijft is wat ik boven schets. Een vechtland met dito leiders in het bedrijfsleven en de politiek. Ik wil dat niet en wens ik ons land ook niet toe. Of zie ik dit verkeerd? Uw reactie kunt u hier kwijt.