Reconnect communicatievak met nut en noodzaak


5thloslogo

Ten eerste: De vakbeoefenaar lijkt steeds meer losgezongen van een goede basis. Van stevige vakkennis en goed onderzoek naar de nieuwe werkelijkheid van het vak (de wereld gaat sneller dan de ontwikkelingen in het vakgebied). En hiermee het gemis aan het allerbelangrijkst voor een opleiding: Een‘body of knowledge’.

 

Ten tweede: Communicatie is losgezongen van de realiteit, van de vraag in de markt naar vakmensen op het brede terrein van communicatie. Of eigenlijk het gemis aan die vraag. Is de discipline wellicht zo breed geworden dat we het zicht op het vak en de markt kwijt zijn geraakt? We zijn ons bewust van de duizenden werkeloze communicatiespecialisten, ZZP’ers en anderszins en beseffen dat er jaarlijks honderden nieuwe communicatiestudenten in een markt stromen die er niet meer op wacht.

1. Onderbenutting van de communicatiediscipline

Fysici zoeken nooit naar het compromis, maar naar foute veronderstellingen, naar verkeerde overtuigingen en naar averechts werkende maatregelen. Naar de knelpunten en kantelpunten van een systeem.

Je kunt constant proberen de ‘waste’ van het vakgebied te reduceren, maar je kunt ook proberen de ‘flow’ te organiseren. En dat is een andere manier van denken.

Ik kan wat dat betreft best ‘rücksichtslos’ een analyse loslaten op ons vak. We onderbenutten het huidig systeem en de eindproducten (de studenten) hebben geen ‘fit’ met de markt. Het is dus van belang de schakels in het systeem te kennen. Want alleen dan kun je de performance en output van het onderwijs verhogen. Het is jammer dat de HBO’s en WO-opleidingen de kwaliteit missen om onderwijs en markt als geheel te zien. Als een samenspel van verschillende processen en ketens. En daarbij ook de samenhang tussen de diverse disciplines die het ‘vak’ behelzen: Marketingcommunicatie, communicatie, journalistiek, organisatie-communicatie, en alles wat je hierbij nog kan bedenken. Soms ben je journalist, dan ben organisatieadviseur, soms strateeg, dan weer social media-expert, soms onderzoeker, dan webbouwer, soms … dan … soms.

Stinkende wonden wegsnijden

Gemakkelijke oplossingen zijn er niet voor de overdosis aan kenniswerkers in Nederland. Een ‘cold turkey’ kan helpen. We kunnen de helft van de opleidingen sluiten, we kunnen een numerus fixus instellen, we kunnen de lat flink hoger leggen en de toelatingseisen verzwaren, en daarmee de kwaliteit van het communicatie-onderwijs, de docenten en daarmee het niveau van de studenten naar een excellent niveau brengen. We kunnen het vak internationaler of breder insteken (met verplichte vakken als Engels en business administration). We kunnen alle communicatie-achtige opleidingen laten integreren. Zat opties. Maar de belangrijkste vraag blijft. Een vak zal moeten aansluiten bij de huidige en toekomstige vraag. Van buiten naar binnen denken heet dat. Wat wil de (toekomstige) markt van het vak? Stop dus snel met de navelstaarderij. Met het creëren van communicatieclubjes en ouwe jongens krentenbroodje die elkaar de leukste (lees financieel de meest lucratieve) communicatieklussen toeschuiven.

Hoe het vak opnieuw te koppelen met de realiteit en de arbeidsmarkt van de toekomst?

Het opnieuw koppelen van de communicatie-arbeider met de vraag uit de markt heeft de hoogste prioriteit. Hiervoor kan een gekantelde beroepsorganisatie een hulpsysteem zijn bij vernieuwing. Als een omgekeerde piramide. Georganiseerd door een collectief van beroepsbeoefenaren, bottom-up i.p.v. top-down. Een beroepsorganisatie die verder gaat dan enkel een lobby- en kennisclub, zoals de huidige beroepsvereniging, pleegt te zijn. Daarbij gaat het niet over een beetje vitaliseren en optimaliseren, maar over heroriënteren en transformeren. Naar een nieuw model.

Raamwerk voor de transitie naar een nieuwe organisatievorm

Laten we starten met de zoektocht naar een raamwerk voor het beter organiseren van onze beroepsgroep. Daarbij zouden als eerste de waardesystemen gekanteld moeten worden, de systemen die door de huidige beroepsvereniging en overheid in stand worden gehouden. Kenmerkend is dat dit systeem uitgaat van beheersing, controle, stabiliteit, macht en belangen bij elkaar brengen. Het is een ondoordringbaar machtscomplex, een soort clan, waar behalve weinig aandacht is voor de ander, vooral de status van de beroepsbeoefenaar geldt (uiteraard is dit ietwat zwart/wit gesteld). De prikkels zijn niet intern gedreven maar liggen meer in het verlengde van egoïsme en zelfzuchtigheid. Dit deel van de beroepsgroep is opgericht om zichzelf te beschermen (en vooral het ‘werk’ en ‘klanten’) en is het zicht op de wereld kwijt.

We kunnen dit huidige ‘stabiele’ systeem kantelen door er gewoon een betere, organisatie naast te zetten. Eentje die past bij de flow van de moderne tijd. Daardoor wordt de veerkracht van het vastgeroeste systeem steeds minder en dat systeem daardoor steeds fragieler. Het oude systeem zal dan niet meer weten welke kant het uit moet. Uiteindelijk is een kleine verstoring voldoende om de omslag naar een nieuwe ‘toestand’ te bewerkstelligen. De fatale verstoring. Je ziet dat overal al gebeuren.

2. We gaan naar een fluïde en symbiotisch systeem (als je al van systeem kan spreken)

Wat zou die andere wereld van ons vak kunnen worden? De communicatiespecialist is zich allang bewust van nieuwe invalshoeken en de eigen tekortkomingen en bestaansonzekerheden. Op diverse plekken zie je dat er, mede door de mogelijkheid om virtueel samen te werken (part-ups), gezamenlijke leersituaties ontstaan. Er ontstaan zelforganisaties die regionaal of per vakdiscipline zijn geclusterd. Soms spontaan vanuit de chaos van de huidige diffuse wereld, maar meestal vanuit eigen energie en de natuurlijke weg. Deze zelforganisaties kunnen met elkaar blokkades wegnemen, de huidige dynamiek zien en uitgaan van de wil en wens van betekenis geven aan je vak, je baan en je leven. De nieuwe beroepsvereniging zou een fluïde organisatie kunnen worden die overal in Nederland groepen ondersteunt met collectieve ambities.

Netwerkorganisaties in stilte verbonden met het geheel. Strevend naar maatschappelijke waarde. Zelforganisaties die met elkaar coöperaties vormen rondom thema’s en beroepszekerheden. Vanuit een meesturend midden. Dat midden voornamelijk faciliterend. Het zijn deels pragmatische organisaties die constant afstemming vinden tussen persoonlijke en collectieve ambitie van de vakmens. Waar de binnenwereld met de buitenwereld in evenwicht zijn.

Kunnen we wel naar een symbiotisch systeem?

Kenmerken zijn afhankelijkheid, delen functioneren alsof ze één zijn. Het biedt wederzijdse voordelen. Zoals de vliegenzwam onder de berk, de heremietkreeft in de schelp, software testers met hun ontwikkelaars. Grote ondernemingen die gaan samenwerken met game-changers.

In dat laatste zie je vormen van co-creatie, ook wat betreft de zekerheden die fluïde netwerksystemen ook nodig hebben, gericht op diverse vormen van innovaties (ook sociale), en de opkomst van zelforganisatie bouwen rondom issues in plaats van disciplines, gericht op doorbraken en behoefte naar professionele ontwikkeling.

Wat we met elkaar kunnen creëren zijn leefvormen die overeenstemmen met de basisprincipes van de groep, waar ratio even belangrijk is als intuïtie. Het hogere doel omarmd wordt. Dat vergt een ander denken over de toekomst van de wereld en de rol van het vak communicatie.

Ik heb onderstaand symbool bedacht. Ik ben een beelddenker. Het gaat uit van de vier elementen. Ergens wil je het proces van de kanteling, en wat blijft vastleggen in een beeld. Zie het als een constante beweging. Een beweging met als basis van het symbiotisch principe, en wat is er niet mooier dan deze elementen die al eeuwen door kunstenaars is verbeeld: vuur, wind, water, aarde.

commbatprocessen.jpg

Die kanteling die ik voorzie heeft dus vier processen waaruit vier elementen (subsystemen ontstaan).

Het vuur, de vonk > inspireren

Ten eerste zal de nieuwe orde (zo noem ik het voor het gemak) zich moeten richten op het aanwakkeren van het vuur en zorgen dat een aantal experts/specialisten/studenten/et cetera het (symbiotisch) idee – het hogere gezamenlijke doel – omarmen: de vonk laten ontbranden, of in het Engels ‘sparkle’. Ontsteken van de vlam als het ware. Zonder die vlam, begin je niets. Die vlam is bijvoorbeeld de stichting CommBat, die constant aanjager is van symbiotische vernieuwing in het vak.

Lucht, de wind > samenwerken

Daarna is het belangrijk om te kijken of dat symbiotisch denken (deel van het geheel willen zijn) past bij de groepen die we voor ogen hebben. We zien natuurlijk die sociale verandering in het maatschappelijk veld, maar willen, of kunnen die partijen de meerwaarde zien van coöperatief werken. En dit naast proces ook de plek waar de coöperatie zijn plek heeft. Hiervoor heb ik het symbool lucht, of eigenlijk ‘de wind’ bedacht, circulair zoals je ziet. In een kring bewegen. Wellicht de kringloop van de circulaire economie.

Water, de stroming > Leren.

Een nieuwe orde is niets zonder dat de wereld die ook ziet, ook buiten de disciplines, de politiek, de bedrijven, de diverse groepen in de wereld. Die bandbreedte die je wil, zal bereikt worden als ook de Umwelt begrijpt, als je begrijpt waar je staat en wat je wilt, en vice versa. Anders sta je als ‘beroepsgroep’ in de kou. Je bent onderdeel van de hele ‘wereldorde’. Ik noem dat water, of stroming (Flow). Hier ontstaat de echte vernieuwing, het leren. De leerinstituten vinden hier hun plek.

Aarde, het ploegen: body of knowledge

Er moet hard worden gewerkt aan een goed fundament. Dat doe je met instituten en beroepsbeoefenaars. De basis als de aarde, waar alles groeit.

Tenslotte. Dit model is als een soort perpetuum mobile. Elk element heeft weer dezelfde vier elementen in zich. Elk proces kent zijn subsysteem. Voor mij is het een hulpvorm waar ik elke keer weer op teruggrijp. De vonk, de coöperatie, het leren en het doen. Uit het doen ontstaat een nieuwe vonk, and so on.

We leiden jongeren op voor vakken uit de vorige eeuw, en dat is verschrikkelijk


picasso-guernica

‘Pap,’ zei mijn studerende zoon vorige week zaterdag tegen me. ‘Was het in jouw tijd ook zo dat er geen werk voor je was toen je je bul ontving?’

Hij studeert psychologie, hij is slim en heeft geen moeite mooie cijfers neer te zetten, maar is de laatste tijd onrustig in zijn hoofd. Net als zijn medestudenten, nu ze in het tweede jaar zitten. Hoe dat komt? Ze kunnen geen stageplekken vinden. Worden afgescheept. Er zijn geen banen. Ze merken dat ze door hun school zijn verleid tot het volgen van een mooie studie, maar ervaren nu een toekomst die wellicht vastloopt in de tragedie van werkeloosheid.

De vakken van de toekomst zijn niet die nu worden gegeven

Ieder onderwijsinstituut weet – en elke politicus weet dat ook – dat er in Nederland meer dan voldoende psychologen rondlopen. Toch nemen ze studenten aan en vullen ze hun opleidingen (en hun inkomen) met enthousiaste jongeren. Terwijl ze beter zouden moeten weten. Zo is dat ook met andere vakken als sociologie en communicatie (ik weet uit mijn kringen dat er vele duizenden werkeloze commmunicatiekundige mensen rondlopen). Ik maak me zorgen, samen met mijn zoon en vele anderen, over waar we onze jeugd voor aan het opleiden zijn.

Nog een paar quotes van zoonlief om erin te komen, want de discussie ging over meer zaken: “Wat ik nu moet leren is soms zo onzinnig pap. Het is net of psychologie jaren heeft stilgestaan. En op tentamens worden we enkel afgerekend op kennis oplepelen, kennis die we straks waarschijnlijk helemaal niet nodig hebben’ en ‘… het is net alsof docenten enkel maar uit boekjes van de uitgever voordragen, en geen eigen ideeën hebben …’ en ‘ …we zitten in een harnas waar we niet meer zelf mogen denken, fouten maken, op je bek gaan en daarvan leren. Hoorcolleges kun je net zo goed thuis volgen, in de zaal zitten voegt niks extra’s toe …’

De docent van nu staat aan de lopende band

Niet toevallig was ik vijf dagen daarna op een debatavond over ‘Bildung’ in De Nieuwe Bibliotheek van Almere. Er was een hoogleraar Talentontwikkeling uit Twente bij, iemand van de Bildungsakademie en een dame van Windesheim Flevoland. De avond startte met een aantal stevige statements.

  • Door de door het rijk vastgestelde einddoelen en de hierdoor ontstane curriculumdwang is het onderwijs zo vastgelopen en geïnstitutionaliseerd dat er voornamelijk maatschappij-ongevoelige kennisrobots van de opleiding komen.
  • De docent heeft het gevoel een productiemedewerker aan de lopende band te zijn om de perfecte student af te leveren, wat dat ook moge zijn.
  • Onze kinderen worden opgeleid voor de vakken van 20 jaar geleden.
  • Door de systeemdwang, de strenge financiering kan of wil niemand meer ingrijpen.

Je begrijpt uit deze stellingen dat vrije intellectuele burgers niet meer op de hogescholen en universiteiten worden gecreëerd, omdat het een soort kennisgevangenissen zijn geworden.

Onderwijs moet gekanteld: spieken mag weer

Er ontspon zich een spontane dialoog tussen het publiek en de welgeleerde koppen aan de forumtafel. ‘Laten we stoppen met toetsen,’ werd er geopperd en meteen omarmd door het publiek. Want waarom enkel cijfers geven voor reproductie, terwijl analyse, verbinden, samenwerken veel belangrijkere talenten zijn om te laten groeien. Verdere kantelingen kwamen snel: Laten we dan meteen ook studenten samenwerken bij hun examens, dan hoeven ze ook niet te spieken, want in het bedrijfsleven werk je ook samen met je collegae om de beste oplossing te bedenken. Laten we de examens gewoon met open boeken doen, en met gebruikmaking van internet, want dat doen we in ons werkzaam leven toch ook. Kennis is overal haalbaar en vindbaar. Onzin om enkel op te sommen wat je hebt geleerd. Zorg voor basiskennis en vaardigheden en ga bezig met ‘Bildung’!

We moeten weer veel tijd inrichten voor zelfontwikkeling

Wat mist in het huidig onderwijs, althans volgens de forumleden, is ‘Bildung’. Er is geen goed Nederlands woord voor. Zelfontwikkeling of zelfontplooiing wellicht. Het is in ieder geval verdraaid existentialistisch, denken en vragen stellen vanuit het vrije mens-zijn. Het ontwikkelen van het vermogen om zelfstandig en kritisch te denken. Verbanden kunnen leggen, bewust zijn van maatschappelijke discussies, ontwikkelen van sensitiviteit, van de verwondering, creativiteit. Hou je bezig met ontwerpen, talentontwikkeling. Ga op zoek naar wetenschappelijk geletterdheid, naar kunstzinnig geletterdheid en maatschappelijk verantwoordingsbesef. Ga verbindingen buiten de grenzen van het vakmatige leggen om in de 21ste eeuw je weg te kunnen vinden in een wereld die steeds meer informatie en kennis beschikbaar heeft. Daar moet tijd voor worden ingeruimd.

Brede basis en meer generalistische opleidingen nodig

En daarvoor hebben we andere opleidingen nodig. Want er gebeuren zoveel zaken op de snijvlakken van alle vakken. Waarom sec les geven in scheikunde, biologie, of natuurkunde als alles met alles te maken heeft? Verbindt de grote vakken met ‘Bildung’ en kantel naar beter, want nu we niet meer weten waarvoor we opleiden, moeten we die curricula ook loslaten. Breder opleiden, bredere docenten aantrekken, en de passie weer laten terugkomen in het onderwijs. Waar leerlingen en docenten zich vrij voelen om andere zaken in te brengen dan waar de boekjes en syllabi over schrijven. Zodat er weer echt gezocht wordt naar vernieuwing, naar anders, naar weten, naar zingeving. In een context waar studenten en leerlingen zich weer vrij voelen, zodat ze kunnen excelleren, experimenteren en reflecteren, als een totaal mens. Je kunnen bewegen als Alice in Wonderland. Je verwonderen over muziek of kunst. En de context van schilderijen van Picasso’s Guernica of Goja’s El tres de mayo de 1808 te leren begrijpen door te kijken, en continu vragen te stellen. En niet als product van de lopende band de perfecte kennisrobot te willen zijn.