Een kantelgedachte: ‘Mag er weer een kloof tussen burger en politiek?’


Set van 4 op 29-01-18 om 18.02 (compilatie)

Een beetje kloof tussen burger en politicus is helemaal niet erg. Een land besturen doe je nu eenmaal op hoofdlijnen.

Het scheelt een hoop stress voor de overwerkte politicus door niet meer te snel en overal op in te gaan. Op elk akkefietje, zijspoortje en elke boze burgervraag. Maar natuurlijk is oplettendheid geboden voor de gekozen dames en heren. Wantoestanden opmerken, de grote lijn zien, dat lijkt me een goede rol voor de spelers in Den Haag (maar uiteraard ook in het land). Maar let op, hou je dan wel aan een aantal simpele regels. Zeker als je met een oplossing komt voor, ik zal maar zeggen, de toestand in Groningen rond de aardbevingen of welk andere complexe transitie. Vertel de waarheid, tijdig en begrijpelijk. Moffel geen zaken weg die jouw integriteit in twijfel doet trekken, of waarvan jij denkt dat het onbelangrijk zal zijn. Tot zover mijn eenvoudige tip aan de Haagse bestuurders.

Afstand

Burgers willen maar al te graag afstand van politieke spelletjes. Maar ze voelen dat ze worden gemanipuleerd, beloftes niet worden nagekomen. Burgers willen van nature al eigenlijk helemaal geen politiek en al zeker geen gedoe. Ze willen oplossingen en, als politicus kun je het amper voorstellen, daarbij echt helpen. Gezamenlijk oplossingen zoeken … en ze doen het desnoods zonder politiek of overheid. Dan zien ze de overheid vooral als vertragende factor en bemoeial. En dat is natuurlijk zonde.

Oogkleppen

Natuurlijk. Het is de tijd dat burgers zelf maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Je ziet het overal. Van energiecoöperaties tot ouderinitiatieven rondom zorg. Kantelgedachte voor de overheid. Laat los. Ga eens op flinke afstand staan en kijk hoe prachtig slimme burgers mooie stadse projecten voor elkaar krijgen. Blijf maar eens een tijdje in je eigen achterkamertjes. Afstand creëren tussen politiek en burger. Lijkt me prachtig. Maar de oogkleppen zou ik eerder aan de burger schenken.

“Cities have the capability of providing something for everybody, only because, and only when, they are created by everybody.”

Jane Jacobs

Ik geloof in chaotische steden, net als Jane Jacobs


De starre regelgeving en de macht van projectontwikkelaars zorgde ervoor dat in de jaren na de oorlog de stadsontwikkelaars functiemenging verafschuwde. Daarmee bedoel ik het mengen van wonen, werken, winkelen en recreëren. Het moest allemaal strak, gescheiden en modernistisch. Met als voorbeeld de Franse voorsteden en de troosteloze Bijlmermeer. De banlieues van nu.

Levendige stadsbuurten worden nog steeds bedreigd door planners die geïnspireerd zijn door stedenbouwkundige Ebenezer Howard en Le Corbusier, die functies van wonen, werken en verkeer zoveel mogelijk wilden scheiden. De visieloze jaren ‘70/’80 en de crisis erna heeft tot schrik van veel inwoners meer koude monotone stadsplanning opgeleverd dan gewenst met enkel ruimte voor ‘goedkope’ woonblokken, recht-toe-recht-aan straten met monotoon voortuinterreur en trieste kantorenparken.

In mijn vindtocht naar ingrediënten voor ‘place making’ (het maken van fijne stadse plekken) en voor mijn project ‘De Gelukkige stad’ is functiemenging bijna een magisch woord. ‘Intricate mingling of different uses of places is not a form of chaos’, zegt Jane Jacobs (1961, grondlegster van dit denken en schrijfster van ‘The Death and Life of Great American Cities’), maar een hoog ontwikkelde vorm van ordening. ‘Mingling’ op het gebied van wonen, werken, winkelen en recreëren zorgt voor levendiger plekken in de stad, voor een veiliger omgeving, en meer sociaal toezicht en duurzamer ruimtegebruik.

In oude centra van dorpen en steden is functiemenging simpelweg organisch gegroeid en veelal succesvol. Het zijn gebieden die niet planmatig tot stand zijn gekomen. Je ziet een liefdevolle aaneenschakeling van functies die kloppen. Een volwassen functiemenging dus. Het oer van de stad.

De monogame stad verpaupert snel

Ik woon in een new town aan het IJsselmeer waar bijna alle functies zijn gescheiden. Ebenezer Howard wordt tot de dag van vandaag geprezen door de stadsmakers. Deze stedenbouwers zijn nog steeds zeer modernistisch van opvatting over scheiding van wonen, werken en beleven. De nieuwstad heeft vijf woonkernen (ze noemen het polynucleair), zonder warme onderlinge verbinding en met een schaalgrootte die niet past bij een stadse belevenis of zelfs dorpse belevenis. Het voelt als een mislukte tuinstad. Een gedachte-oefening die niet heeft gewerkt. Er is een uiteraard een stadshart met voldoende monolieten van top-architecten die als stedebouwkundige erecties de aandacht vragen. En bekijk je ze als losstaand object best wel aardig. Dagelijks komen er nog Japanners fotograferen. Op dezelfde wijze als ze dezelfde hoogstandjes, vaak van dezelfde mensen in Düsseldorf op de digitale fotokaart vastleggen. Selfietowns noem ik ze. Met gemaakte ikonen, die eigenlijk geen ikonen meer zijn. Gekochte zelfbeelden van een gemaakte identiteit.

 Selfietowns noem ik ze. Die stadscentra zonder hart.

myth-1

In mijn woonstad is de functiescheiding tot in het extreme doorgevoerd. Er is een geavanceerd wegenstelsel bestaande uit gescheiden fietsroutes, gescheiden busroutes, gescheiden autowegen en zelfs voor het afval een ondergronds gescheiden routering. Als een soort superstofzuiger met kilometers lange buizen wordt het afval automatisch naar de ‘Stofzuigerzak’ gedirigeert. Een groot gebouw naast het stadscentrum, een nieuwstadse opgeruimde tuinstad-uitvinding.

Al deze functiescheidingen zorgen ervoor dat toevallig stadse (of dorpse) ontmoetingen veelal uitblijven. En in een forensenstad is dat dubbel de dood in de pot (dubbelsaai). En als je elkaar ontmoet vind je in de plinten van de polygone kernen geen of veel te weinig uitspanningen om een goed gesprek te voeren. Een monogame stad met een opeenstapeling van monoculturen met weinig cohesie. We hebben ook de meeste (echt)scheidingen in Nederland, begreep ik van een ambtenaar.

“…that the sight of people attracts still other people, is something that city planners and city architectural designers seem to find incomprehensible. They operate on the premise that city people seek the sight of emptiness, obvious order and quiet.”

Jane Jacobs

Ik verlang naar een polyamorfe stad in plaats iets polynucleairs 

Buurten worden achterstandswijken als mensen hun verbinding met de stad verliezen en zich geen onderdeel meer voelen van hun gemeenschap, hun dorp, hun stad. Ze zijn niet meer trots op hun wijk, hun park. Terwijl dat zo makkelijk te voorkomen is door wat banken neer te zetten, een kiosk waar mensen kunnen samenkomen of een stadsmoestuin. En die verbetering moet eigenlijk helemaal niet door de gemeente worden uitgevoerd. Maar door de bewoners zelf. Niet door geld in de wijk te pompen. Maar de inzet van de inwoners, door de wijkbewoners zelf.

We worden vaak verteld dat de ‘gewone man’ geen kracht heeft om de wijk naar een volgend niveau te brengen. Maar breng ze maar eens samen, laat ze maar eens praten over wat ze anders in de wijk willen. Dan worden het net Rotterdammers. Met opgestroopte mouwen wordt de klus geklaard. Onder eigen regie en autonomie.

“Cities have the capability of providing something for everybody, only because, and only when, they are created by everybody.”

Jane Jacobs

De gelukkige stad

Als liefhebber van de ideeën van Jane Jacobs (1961), een van de meest invloedrijke denkers over stedelijke ontwikkeling, snap ik niet dat we in Nederland ons hebben laten leiden door de monotonie van stedebouwkundige ontwikkeling. Vierkant denken inplaats van rond, zei ik weleens in een college op een cultureel café in Almere. Een vierkant plein doet andere dingen met bezoekers (we hebben zo een saai vierkant marktplein en stadhuisplein) dat een rond plein. Onze haven is rond. En de gezelligheid torent daar omhoog.

In cirkels denken inplaats van vierkante, zei ik weleens in een college op een cultureel café in Almere.

Jane Jacobs ziet de stad als ecosysteem, met dynamische levende materie.Als geen ander geloofde ze dat stedelijke elementen pas tot hun recht komen als ze gemixt zijn. Organisch, spontaan en onopgeruimd. Untidy, zoals ze zelf stelt. De ‘intermingling’ van stedelijke gebruikers zijn cruciaal voor economische en urbane ontwikkeling. Een hoge densiteit van functiemenging zoals je ziet in oude organisch gegroeide steden is haar ideaalbeeld. Anders dan de modernisten die denken in groot en efficiënt, kiest zij voor een model waar je lokaal kleine bedrijven ondersteunt en de creatieve impulsen van stedelijke entrepreneurs omarmt. Misschien wel een beetje polyamoreus.

Nothing could be less true. The presences of great numbers of people gathered together in cities should not only be frankly accepted as a physical fact – they should also be enjoyed as an asset and their presence celebrated.”

Jane Jacobs

Oude ideeën kunnen nieuwe gebouwen gebruiken, zegt Jane Jacobs in haar boek uit 1961. Laten we die dan samen met inwoners ontwerpen.

Old ideas can sometimes use new buildings.

Parkeren met een handicap: regels zijn in elke stad anders


Ik kreeg de mogelijkheid om een interview te geven aan het Parool. Journalist David Hielkema van het Parool tekende het op
<>
Gehandicapt en spontaan een dagje met de auto naar Amsterdam? Dat betekent veel administratieve rompslomp. ‘Het voelt als straf. Alsof we boeven zijn.’

Naar weinig dingen kijkt Mayim Kolder zo erg uit als naar haar rolstoelhockey. Elke zaterdag weer in Amsterdam-Noord. Vanuit Almere brengen haar ouders haar elke week, waarna ze daarna vaak nog de stad ingaan. “Museum, bioscoop of naar de familie,” zegt vader Marcel Kolder.

Door de meervoudige handicap van Mayim heeft ze een gehandicaptenparkeerkaart toegekend gekregen. Zij mag parkeren op plekken die dicht bij haar bestemming liggen. Vaak, zeker in drukke gebieden, zijn hier speciale gehandicaptenparkeerplaatsen voor gereserveerd.

Gemeenten in Nederland stellen hun eigen regels vast voor wat wel en niet mag met een gehandicaptenkaart. Soms is het parkeren gratis, soms geldt een tijdslimiet en soms mag op de stoep worden geparkeerd.

“Elke keer moeten we opnieuw kijken wat het parkeerbeleid van een gemeente is,” zegt Marcel. Eén regel is wel landelijk vastgelegd: iedereen met een gehandicaptenparkeerkaart mag gratis parkeren op een invalidenplek.

Alle ad­mi­ni­stra­tie­ve rompslomp voor mijn dochter? Zo’n 200 uur per jaar

Marcel Kolder, vader van Mayim (20)

In Amsterdam moet iemand zich daar wel eerst apart via een registratiesysteem voor aanmelden. Dit is in 2011 besloten, nadat de kaart veelvuldig uit auto’s werd gestolen en de fraude steeds groter werd. De kaart ligt nu niet meer onder de ruit, maar wordt digitaal via het kenteken gescand.

Nieuwe regels
Per 1 maart zijn daar nog eens nieuwe regels bijgekomen. Gehandicapte bezoekers krijgen een parkeervergunning met ‘vast kenteken’ of ‘wisselend kenteken’. Vast kenteken betekent dat de kaart op één auto geregistreerd staat. Dat kan alleen als de houder ook de bestuurder is. Maar voor Mayim, die zelf geen auto op haar naam heeft, geldt de wisselende variant. Bij elk bezoek aan Amsterdam moet zij zich apart telefonisch of online aanmelden.

“Het voelt als straf. Alsof we boeven zijn die zich elke keer moeten melden,” zegt Marcel. “De ambtenaar die dit bedacht heeft is niet kwaadwillend, maar het zijn nog meer regels.” Hij doelt op de ‘200 uur per jaar’ die hij al kwijt is aan ‘administratieve rompslomp’ rondom zijn dochter. “Uren die ik ook kan besteden aan de zorg of ons sociale leven. We moeten af en toe naar het ziekenhuis, de VU of het AMC. Als we daar blijven slapen, moeten we ons de volgende dag weer registreren. Elke 24 uur,” gaat Marcel verder. De ‘spontaniteit’ gaat ervan af en het voelt het alsof de gemeente meekijkt.

Kiezen tussen twee kwaden
Het tegengaan van fraude is de voornaamste reden, bevestigt de woordvoerder van wethouder Sharon Dijksma (PvdA, Verkeer en Vervoer). De gemeente laat ook weten dat het opslaan van de gegevens niet in strijd is met de privacywet, omdat het in lijn is met de Gemeentewet en het gemeentelijk parkeerbeleid.

“Het is kiezen tussen twee kwaden,” zegt beleidsmedewerker Cliëntenbelang Amsterdam Bart Weggeman (49). “Het voorkomt wat fraude. Maar voor veel mensen levert het gedoe op. Het zou goed zijn als het wisselende kenteken alsnog gekoppeld kan worden aan een auto waardoor ze zich niet elke keer moeten aanmelden.”

Volgens Weggeman ligt het probleem buiten Amsterdam. “Eigenlijk zou elke Europese gehandicaptenparkeerkaart gedigitaliseerd moeten worden, waardoor het in heel Nederland gelijk wordt. Dan verdwijnen ook alle illegale kaarten en kan er kritisch gekeken worden naar elke kaarthouder.”

Voor Marcel zit er weinig op: elke keer als ze naar Amsterdam komen, zullen ze zich moeten aanmelden. “Mayim gaat met zoveel plezier naar hockey. Zelfs als we ons honderd keer per jaar moeten aanmelden, doen we dat natuurlijk. Het is alleen weer extra gedoe.”

Engelen komen via social media


IMG_4205We hebben met onze dochter de polikliniek vaak bezocht deze maanden. Mayim, onze dochter, die al zoveel struikelblokken en hinderpalen in haar leven heeft, stoeit met veel epileptische aanvallen en een opvallend gebrek aan rode bloedplaatjes. We hebben met zijn allen vertrouwen in een goede behandeling, maar toch, die vermoeidheid sluipt dan ook ons mantelzorgleven binnen. We worden als gezin wat stiller op social media. Een van de redenen dat ik wat minder blog.

Aan de andere kant vindt Mayim het nog steeds prachtig om elk weekend met haar vader naar e-hockey te gaan in Amsterdam-Noord. Ze gaat met plezier naar haar ‘werk’ in het dierentuintje in ons Almere en houdt van musea en exposities. Laatst reed ik samen met Mayim met onze aangepaste bus naar een wel heel wonderlijke expositie over ‘dis-ability’. De organisatie had haar best gedaan om de doorgaans ontoegankelijke broedplaats Lely in Amsterdam-West zo toegankelijk mogelijk te maken. Hele rolstoelstellages waren er aangelegd. Er was geen personenlift. Gelukkig paste ze op de millimeter in de kleine goederenlift (verboden voor personen). Het was een high-tech expositie over uitvindingen om struikelblokken en hinderpalen bij beperkingen weg te nemen. Als een moderne Da Vinci rolden we langs de attributen. Een bril voor blinden. Een waarmee je kon voelen of iemand boos keek of glimlachte. Een apparaat waarmee je braille kon lezen zonder te voelen. Een plek waar je muziek kon luisteren door op een futuristisch ogende watersofa te gaan liggen dat meetrilde.

Op de terugweg van het uitje – in onze ‘low-tech’ aangepaste bus – kwamen we hard in aanvaring met een andere auto. Veel blik- en verdere schade, wij gelukkig heel. De reparatie zal vier weken in beslag nemen. Wat een gemis. E-hockey is uiteraard bereikbaar met openbaar vervoer, maar kost meer dan drie uur reizen. Mayim’s werk kost meer dan twee uur reizen, terwijl het hemelsbreed nog geen tien kilometer is. Gelukkig is de polikliniek op loopafstand.

Gefrustreerd twitterde ik over de botsing. Over het gemis aan vrijheid als je niet meer onbezorgd in je eigen bus kunt stappen. Tegelijkertijd begreep ik meer dan anders de frustratie van velen zonder eigen vervoer en de beperkingen van onze maatschappij.

Binnen een half uur na mijn tweet reageerde Jeroen uit Breda: ‘Volgende week dinsdag kom ik je wel onze aangepaste bus brengen, dan ben ik in de buurt, en kan Mayim weer meedoen met van alles.’

Engelen bestaan dus, ook op social media. Het zijn mensen die andere mensen met een hulpvraag zomaar helpen. Zonder iets terug te verlangen. Vandaag reed ik in de leenbus met Mayim naar rolstoelhockey. Ze had het gelukkig maar een keertje hoeven overslaan. En keepte weer even fanatiek als vanouds. Komende week gaan we samen naar haar dierentuintje. Haar leven met de vrijheid van een aangepaste bus is bijna volmaakt.

Koopkracht


Met het woord koopkracht is iets geks aan de hand. Er is met dat begrip een foute connotatie ontstaan in in relatie met ons financiële systeem. Alsof verbetering van inkomen direct gerelateerd zou zijn aan meer kunnen of zelfs moeten consumeren.

Die relatie met consumeren worden door het CBS en het kabinet in stand gehouden. Door die ‘meetlat’ aan consumeren te koppelen ontstaan in mijn opinie sneller ontevreden burgers als het om weinig koopkracht gaat. Want 1,3 procent meer koopkracht is natuurlijk voor velen peanuts (een paar tientjes). Schijngroei dus. Zeker als het bij alle andere welzijnsindicatoren minder gaat.

Ik zou liever onderwerpen als verbeteringen in onze maatschappij benoemen. 10 procent meer huizen gerepareerd in Groningen dan vorig jaar bijvoorbeeld. Of meer tijd voor de kinderen in de klas. Geen files en goede treinverbindingen. Dat is echte groei.

Het woord koopkracht is een woord uit oud economisch rupsje-nooit-genoeg denken. Zullen we een ander woord invoeren? Wat dacht je van een maatschappelijke veerkracht index.

De MVi. Perfect passend bij het streven naar een fijne wereld voor iedereen. Ik leef zoveel liever in een veerkrachtige maatschappij, met springplanken en vangnetten. Met meer kansen en meer liefde.

Saai Zuid


Ik vond een tekstje uit mijn tienertijd. Naast een stapel gedichten en schrijfsel die ik in de schoolkrant schreef van het Lyceum. Ik denk dat ik een jaar of 14 was. Het was, denk ik, een schrijfopdracht voor het vak Nederlands. Uit 1972. Ik typte het zojuist over van een handgeschreven velletje papier.

IMG_2890

Amsterdam Zuid

De deur achter je dicht. Een tape van de Beatles op. En dan je huiswerk voorbereiden. Daar zit je dan, op je zolderkamer van drie bij drie. Vorige jaar mocht ik naar boven, naar dat bergkamertje, want onze verdieping werd te klein.

Mijn ouders en broertjes wonen op twee hoog. De natte sneeuw klettert tegen mijn raampje dat uitkijkt op de lange brede straat. Het deert me niet, omdat het elektrische kacheltje vlak naast me staat, gericht op mijn voeten.

Ik besef me dat ik een van de weinigen scholieren ben die kunnen werken aan school zonder lawaai en gedoe om zich heen, serieus, als ik al mijn vrienden hoor.

Je zult maar op een bijzettafeltje in de huiskamer moeten werken. Met naast je een uit het Parool hardop lezende vader, op shopafstand in dezelfde kamer je jongste zusje die Toppop aan heeft staan. Met van die schreeuwerige filmpjes van popgroepen die niet werkelijk zongen maar nazongen wat ze op de studio tape hoorde. Ondertussen de rest van de familie aan de eettafel naast de keuken, en die elkaar in de haren vliegen als ware het een spelletje mens-erger-je-niet.

Ik heb zojuist dus vastgesteld hoe gelukkig ik ben met deze situatie, in mijn doodstille zolderkamertje in Amsterdam Zuid. Wat kan ik over de buurt zeggen? Er zijn weinig buurthuizen, het is een stoffige en duffe, saaie buurt. Er wonen bijna geen kinderen, alleen bergen oude van dagen.

Elk gebouw stamt hier uit de tijd van de glorie van voor de tweede wereldoorlog. Ook mijn buren stammen uit die tijd. Zij wonen in hun gigantische huizen aan de Goudkust en het Minervaplein. Zij vergaan langzaam in hun eigen kolossaliteit. Ik zie een kind uit mijn raam op straat spelen. En ik weet dat hij hier niet woont. Hij is op visite bij zijn oma. Hij zal wel naar buiten zijn gestuurd door zijn ouders, van … ga maar buiten spelen in de sneeuw, oma wordt onrustig van je. Hij zal wel denken, bah natte sneeuw.

In de verte zie ik de bekende oude mannetjes lopen, voorzichtig stap voor stap over de gladheid van sneeuw en stoep. Ze hebben lange baarden en vlechten in hun haar. Verderop zie ik een student met zijn vriendin naar zijn eigen zolderkamertje klimmen via het portiek en stenen trappen achter de openingen in de muur van het gebouw. Soms zwaaien we naar elkaar. Ik heb nog geen vriendin. Verder zie ik in de sneeuw gele vlekken en kleine hondendrolletjes naast de reusachtige platanen in mijn straat. Ja … de sfeer is vergeeld in deze buurt. Alsof een schilder een soort oker heeft laten sneeuwen over de stoepen van de stad. In mijn kamertje van drie bij drie meter gooi ik me maar op mijn huiswerk, met het geluid van Yellow Submarine door de boxen van mijn Grundig recorder.

 

 

 

Klimaatspijbelaars bestaan niet


IMG_3097

Klimaatspijbelaars bestaan niet. Mag ik dat uitleggen? Klimaatspijbelen is het politieke frame om jongeren in een negatief daglicht te zetten. Spijbelen kent in de systeemwereld enkel negatieve connotaties. Gelukkig kantelt de term klimaatspijbelaar nu naar klimaatjongere (youth4climate). Klimaatspijbelaar wordt in mijn ogen een geuzennaam en staat garant voor de disruptieve burger van de toekomst.

Deze inleiding brengt me naar de bijeenkomst ‘Burgermacht en Burgerkracht’ afgelopen week in het Veiligheidsmuseum PIT in Almere. Ik zocht hiervoor een aantal prominente sprekers bij elkaar, waaronder dr. Steven de Waal. Zijn taak was de veranderende wereld van de communicatie tegen het licht te houden van burgermacht en politieke onmacht om met disruptieve bewegingen om te gaan. De zaal zat vol communicatiespecialisten en voorlichters in dit speelveld van verwarring. Want niets lijkt tegenwoordig nog tastbaar, voorspelbaar, controleerbaar of maakbaar. De politiek blijft polderen, hevig op zoek naar andere how-to’s, en de wijze adviseurs naar nieuwe overlevingstechnieken.

Mark Rutte tweette op 8 februari naar de klimaatspijbelaars: ‘Ik sta, als jullie dat willen, met Eric Wiebes, altijd open voor een gesprek. Wel buiten schooltijd ;-). Klimaatverandering raakt ons allemaal, maar de jongere generaties krijgen te maken met de gevolgen. Uitnodiging volgt’.

IMG_3149

Wat is er aan de hand? Vier aspecten vertelt Steven de Waal.

  • er is een fundamenteel nieuw medialandschap (namelijk dat van de burger als geloofwaardige amateurjournalist). Hij noemt dat de derde civiele revolutie dankzij de digitale technologie en dat disrupteert de huidige zekerheden enorm
  • er is opeens een permanente publieke tribune (die de maatschappij en politiek in de gaten houdt)
  • er is echte burgermacht (polderpaternalisme en burgerparticipatie zijn achterhaald)
  • het bestuur moet naar een nieuw publiek leiderschap toe (en dat kunnen ze niet)
  • zelforganisatie van onderop is makkelijker, sneller en omvattender.

Net als Macron dit met de Gele Hesjes wil, wil Mark Rutte graag met de leiders van de klimaatjongeren praten. Echter Gele Hesjes en klimaatjongeren opereren als een zwerm en zijn niet te vangen. Zwermen zijn niet hetzelfde georganiseerd als de oude systeemwereld (zoals de werkgevers- en werknemersorganisaties). Zwermen hoeven geen leiders. Vogels die naar het warme zuiden vliegen, wisselen vrij onwillekeurig met elkaar de koppositie en zwermen ontspannen in gezamenlijkheid in co-creatie, op een wijze dat hen op dat moment uitkomt, steevast richting hun doel. Als het ware met hun zesde zintuig. Ze sturen op connectie en richting. Zo ook de jongeren. En daarbij komt ook dat zwermende jongeren eigenlijk niet zo van formeel gezag houden. Dat oude-mannen-grapje van Rutte in zijn tweet (Wel buiten schooltijd ;-)), daar hebben ze een broertje dood aan. Ergo:

  • ze hebben een hekel aan paternalisme (Ik zal het jou, onvolwassen kind, nog eens uitleggen waarom je niet mag spijbelen)
  • ze hebben een hekel aan formeel gezag
  • gaan uit van hun eigen waarden en houden niet van deals, uitruil en polderen.

Twee weken later is Greta Thunberg bij Juncker op bezoek. EC-voorzitter Jean-Claude Juncker hoeft maar één ding te doen: vriendelijk naast Greta Thunberg plaatsnemen. Maar in plaats daarvan sneert Juncker : „Ik heb als zestienjarige óók betoogd, maar ik deed dat op zaterdagen en nooit op schooldagen.”

Ergo. De politieke polderaars weten absoluut niet hoe ze moeten omgaan met moderne bewegingen in een wereld die meer digitaal en verbindend is dan de fysieke ooit was. Een wereld met meer waarheden en daardoor meer verwarring voor de oude garde die zich niet meer kan richten op een enkele waarheid, een enkel kanaal, of een enkel systeem.

Een ander voorbeeld van De Waal. Hij kent bijna geen jongvolwassene die kijkt naar de saaie uitzendingen van het NPO uit de Haagse studio alwaar journalisten ondoelmatig urenlang op het Binnenhof hengelen naar kabinetsnieuws en voornamelijk ‘geen commentaar’ te horen krijgen. Tijd en geldverspilling vinden ze. Jongeren wachten wel tot er echt nieuws is via hun eigen kanalen. Eigen kanalen die hun eigen agenda zet, verhulde zaken signaleren, hun mening vormt en direct in hun eigen kring peilt.

In de woorden van De Waal: ‘De burger had al een mening, maar nu praat hij meteen en voor iedereen hoorbaar terug, kan die mening afstemmen met zwermgedrag, kan direct peilen wie en hoeveel men het met die mening eens is en kan meer argumenten krijgen, die ook nog eens sterker zijn.’

Hoe moet dat dan? Een paar tips aan de deelnemers van deze masterclass: ‘Maak je verhaal persoonlijk, want persoonlijkheid telt zwaar bij overtuigingen. Wees consistent in je persoonlijkheid, en de reden waarom je doet wat je doet. Ga van tekst naar theater. De retoriek en ethiek wint het. Ben ik deugdzaam en te vertrouwen. Kan ik goed uitleggen. Van systeemwereld en technisch management naar leiderschap met passie en lef.’

De Waal sluit af met zijn waardering voor de stijl van Trump en de stijl van Jesse Klaver. Want, zegt hij: ‘Die twee politici hebben het begrepen, het volk wil emotie en geen nuchtere feiten, ze willen verontwaardiging, het delen van zorg. Geef het ze.’

Aan de communicatieadviseurs in de zaal de taak hun bovenbazen op deze taken te wijzen.

Een kort filmpje over deze bijeenkomst die ook ging over Veiligheid en Verwarde personen en de Floriade en Burgerparticipatie:

Burgerkracht en burgermacht