Terschelling. Zes jaar geleden.


De Zwarteweg op Terschelling, een lugubere naam voor een van de mooiste plekken van de Nederland. Het uitzicht langs de westrand van het waddeneiland is een meanderend gebied met een adembenemend uitzicht. Ik vraag me af wat het verhaal achter deze plek is. Zouden hier oude zeemansgraven liggen? Of werden hier doodskisten getimmerd van het wrakhout dat na een stormvloed aanspoelde? In het dorp weten ze het vast wel.

Het is koeler vandaag op het Eiland. Geen strandtocht deze keer. We hebben vanochtend een afspraak met de conservator van ‘Het Behouden Huis’ in West. Een klein museum met veel voorwerpen van Terschelling en spullen van schepen die zijn vergaan. De wadden kunnen flink spoken in de winter.

Vandaag tonen we aan het plaatselijk museum een zeldzame stenen Terschellinger stoeppaal. Het is een deel van een Gotische paal, met gebeeldhouwde versieringen. De enige andere Gotische stoeppaal die bekend is staat in een vitrine in het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek. Ik heb hiervan afbeeldingen gezien op internet. Onze paal kan zijn tweelingbroer zijn. Onze stoeppaal weegt bijna honderd kilo en we sjouwen er ons nu een breuk aan. Het voorwerp is een zitpaal uit de middeleeuwen. Elk statig huis op Terschelling heeft in oorsprong twee van die stoeppalen met een plank ertussen. De meesten zijn verdwenen of gestolen. Op de voorzijde staat meestal het familiewapen. Op deze staat in het schild een wenteltrap en een hamer en zaag.

Op West kwamen mooie statige stoeppalen veelvuldiger voor dan aan de oostelijke kant van het eiland. Bij het Westelijke havenstadje woonden de handelaren en notabelen. De vissers vonden hun plek buiten het stadje in Oosterend. Vlakbij het Amelander Gat. Mijn broer vond deze steen vijftien jaar geleden bij een opgraving in Amsterdam Zuid. Mijn jongere broer Antonius Kolder is een leuke man. Hij is een vriendelijke ‘einzelgänger’, een soort van kluizenaar. Hij noemt zichzelf gewichtig. Hij is er trots op dat hij 150 kilo weegt. Een familiekwaal. Zijn huis staat nokvol met de meest kleurrijke boeken over de geschiedenis van Nederland. Vaak hele oude boeken. De meesten beschrijven de historie van Amsterdam. Ik heb zijn boeken nooit geteld. Maar het zijn er zeker enkele duizenden. Als we op visite zijn kunnen we uren bij hem in zijn boeken snuffelen. Hij verzamelt ook allerhande oude voorwerpen. Niet alleen witte porseleinen pijpenkopjes of lakenloodjes. Nee, bij hem thuis liggen ook heel merkwaardige en schatten. Twee jaar geleden vond Antonius op IJburg een zeventiende-eeuwse ring. Een uniek exemplaar. Kunstig bewerkt met mooie edelstenen. Hij kwam er zelfs mee in het nieuws. De Britse variant van Kunst en Kitsch – de Antique Roadshow – kwam bij hem langs om de beroemde vondst te filmen. Na de uitzending op de Engelse zender stond de stadsarcheoloog van Amsterdam op zijn stoep. Het sieraad was eigendom van de stad vond hij. Of Antonius die maar wilde afgeven. Maar de gemeenteambtenaar kreeg nul op rekest. De tere gouden ring kreeg hij niet mee. Net als al die andere kleine schatten in zijn huis, uiteraard meer kitsch dan kunst, maar toch, een verhaal waard.

Zo stond er al jaren die Terschellinger stoeppaal in de tuin van mijn broertje. Naast een jonge appelboom. Half in de grond. Toen hij de steen vond zat er een bijna vergane landkaart bij met een vage Latijnse tekst. Zodoende wist hij waar de steen vandaan kwam. Van West-Terschelling. En nu is hij weer terug op zijn geboortegrond. We hebben hem geschonken de beroemdste bewoner van dit eiland. De stoeppaal van weleer.

#wrkplzr Een verdomd luchtig boekje.


IMG_8626
Mijn bureau in de Kantelkelder in Almere

Als Kanteldenker (voor intimi: dwarsgeboren in een dubbele stuit) kantel ik als WRKSHP-lijder wat af in Nederland en België. Het eerste wat mensen graag willen weten wat dat nu precies is: Kantelen. Niet zo moeilijk. Johan Cruijf maakte er een lijfspreuk van: ‘Ieder nadeel heb ze voordeel’. Het zware leven van managers kantel ik graag naar luchtig en vrolijk. Dat voor een redelijke vergoeding natuurlijk. Want ik ben geen multinational met Haagse vrindjes.

Concurrentie

Echter … er is concurrentie. En dat voor nog geen twee tientjes. Rob Koops heeft een kadootje-voor-een-zeikerige-collega-weggeefboekje geschreven waarin hij hun zware werkzame leven, luchtig naar werkplezier kantelt. Lichtvoetig, humorvol en vol inspiratie. 101 zinnetjes (voor de niet-lezers onder ons een opluchting natuurlijk, eindelijk een boekje wat je in een uurtje uit hebt) met minifilosofietjes. Een aanrader. En sowieso omdat ik een van de tips mocht leveren (ik ben dus volledig onafhankelijk in mijn advies). Rob belde me op met de vraag toen ik net net aan de vlaflip zat (ja, ook met toetjes kantel ik graag) en kwam met de volgende tip:

Begin je werkdag goed. Begin met het toetje.

Tuurlijk staan er in het boekje een paar verhaaltjes, hoe inspirerend de schrijver is, dat zijn vriendin de illustraties heeft gemaakt. Maar juist die tips, die doen het werk. Ik noem er nog eentje, als voorgerecht dit keer want de eerste van alle 101 stuks: ‘Laat iemand met een frisse blik een dag met je meelopen.’ Een inkopper. Ik ga nu echt op zoek naar de friskijker in mijn leven. Ben jij dat? Meld je aan (just kidding).

Als je het boekje voor jezelf nodig hebt scheelt dat scheelt dat in ieder geval de gemeenschap de kosten voor een psychiater. En doe dan iets terug. Na de 101 tips, weest circulair, geef je boekje gewoon door weg aan die andere collega van je, ja die, die altijd in zijn werkhokje zit, die met dat vieze kopje koffie en thee, en die stressbal, die wat meer WERKPLEZIER nodig heeft.

Wil je meer weten klik hieronder op www.wrkplzr.nl

Hoe voorkom je de leiderschaps-bubble


A._percula.jpg

Er is een clan van machthebbers, ook in Nederland, die liever omgaat met de eigen soort, de invloedrijken en ‘succesvollen’ dan met de ‘anderen’. Dat heeft gevolgen voor het besturingssysteem van landen en organisaties. Je merkt om je heen dat het namelijk al een tijdje spaak loopt. Vaak heren die losgezongen zijn van de werkelijkheid. 

Deze clan van (politiek) bestuurders leeft als het ware in de eigen ‘filterbubble’ en doen daarmee zichzelf tekort en raken verdwaalt in een nep-wereld en hebben niet in de gaten wat er echt speelt. Ze leven voort op de door hen gecreëerde apenrots en vertonen bij conflicten hun fijn door ontwikkelde rattengedrag in een verder boosaardige wereld. Raar woord eigenlijk Boos-Aardig. Een soort contradictie. We kennen ze maar al te goed.

De toeschouwers van deze dierentuin keuren enerzijds het rattengedrag af, maar stiekem verlangen ze er ook naar om er onderdeel van uit te mogen maken. Het succesmodel van de apenrots werkt en pakt hen beet.

Trump

Om dit keer even niet onze eigen politici en bestuurders het vuur aan de schenen te leggen, kijk ik naar de verafgoding van president Donald Trump. ‘You adore him or you hate him’. Fanatiekelingen verheerlijken zijn schelmenstreken en zien dat als belangrijke waarde, hij toont namelijk ‘guts’. En is daarmee de antiheld van de Amerikaanse middenklasse. Boos-Aardig dus. Maar kijk je goed waar hij die ‘ballen’ gewend was te tonen, dan is dat voornamelijk ontstaan in zijn gok- en vastgoedimperium. Waar ‘Monopoly’ en leven en dood belangrijker is dan ze netjes alle ‘Vier op een rij’ te hebben.

Egogedreven en narcistisch leiderschap ontstaat als je meent dat je het succes aan jezelf te danken hebt in plaats aan je schare fans, werknemers of burgers die in je geloven of geloofden. Je ziet dat overal, in het bedrijfsleven, binnen de overheid en de politiek.

Wat opvalt is dat de mens door deze leiders constant wordt gereduceerd tot cijfers en grafieken. Tot kwantitatieve termen. Groot, groter, grootst. Big, bigger, biggest. Van de ene tsunami naar de andere. Begrijpelijk, de burgers zijn in hun ogen slechts stemvee of werkslaaf. En we weten zo goed dat deze ‘leiders’ vooral hun eigenbelang najagen, dat ze voor korte duur presteren en na falen fijn job-hoppen naar de volgende functie in het centrum van de macht – die bekende apenrots. Vaak dat rotsblok dat ze voordien als politicus juist moesten controleren. Het is het soort leiders dat meent dat mensen, medewerkers of burgers, in het gareel moeten worden gehouden, dat ze onbetrouwbaar zijn en ongemotiveerd. Ze gijzelen hun schare fans en staan niet open voor informatie die ze niet willen horen, ze zien enkel hun eigen route, de rest is ‘fakenews’.

Laten we het duistere kantelen naar wat lichters

In dit duistere decennium waar de route naar verlichting een verlangen van velen is, zijn we op zoek naar een systeem waar we ons mee verbonden willen voelen, een die duurzaam is, respectvol en wederzijds winstgevend. En daar heb je deze apenrotsbewoners eigenlijk niet meer voor nodig. Overbodige dieren die hun nut in het oude systeem niet hebben bewezen breng je dan naar een sanctuarium, een beschermde plek voor ze, tot het overlijden.

Compassie is het toverwoord

We kunnen ook kiezen voor leiders met compassie. Dienstbare leiders die mensen binnen organisatie of omgeving zien als een waardevol onderdeel. Waar de egogedreven leider verdeelt, onderdrukt en overheerst, zal de compassievolle leider verbinden, ruimte en verantwoordelijkheid geven. Deze nieuwe leiders kijken meewarig naar de apenrots en kiezen voor maatschappijoriëntatie in plaats de carrière-oriëntatie, ze hebben inzicht in de dynamiek van de wereld, de duurzaamheidsprincipes en snappen als geen ander dat je met elkaar wint. Ze zijn als het ware het tegenovergestelde van autocratisch, ze zijn holacratisch, ze verdelen de ‘macht’ over de hele organisatie, het land, de stad, de wijk, de straat, de inwoners en in het bedrijfsleven bij teams. Bij de wortels van de samenleving. Waar iedereen eindbaas is over zijn eigen rol in het geheel. Zelfregulerend, zelfsturend en zelforganiserend.

Symbiose is wederzijds winstgevend 

Holacratie komt van het Griekse ‘Holon’, dat ‘geheel’ betekent. Een holacratische organisatie stelt het hogere doel centraal, dat start bij het ‘waarom’. De missie die iedereen voelt. Een holacratie gaat over zelfsturing en samensturing. Het uit zich in zelfsturende kleine units binnen het grotere geheel. En heeft zelfs van nature wisselende teamrollen. Je ziet het terugkomen bij kleine wijkinitiatieven, bewonersbedrijven, bij buurtzorg en vooral bij start-ups die in netwerkorganisaties samen werken aan nieuwe diensten en producten. Leider en medewerkers zijn hier een geheel. Symbiotisch noem ik dat. Wederzijds winstgevend. Samen de uitdaging van ‘overleven’ oppakken.

Minnekozen en leiderschap

Symbiose is een leenbegrip uit de natuur. Het is de kunst van samenleven, niet in onmin maar juist in min met elkaar samenwerken. Minnekozend. Ook zo een mooi woord dat past bij symbiose. Of het nu de vliegenzwammen zijn onder een berk zijn of die kleine Nemo’tjes tussen het koraal. Symbiose zie je juist bij nieuwe manifestaties. Zij richt zich vooral op doorbraak denken, op het matchen op thema’s die elkaar nog niet ontmoet hebben. Soms is het intuïtie, soms ‘serendipity’, soms is het: samen kun je beter leven. Het is een organische manier van werken. Met gedeeld en eerlijk leiderschap.  In teams weet je tenslotte wat je aan elkaar hebt. Met het toverwoord ‘vertrouwen’ als uitroepteken. Die teams helpen organisaties te excelleren. Die dragen samen zorg voor een betere leef- en werkomgeving, de achterstelling van vrouwen, kinderen en gehandicapten verbeteren (ook in de westerse landen) … om maar een paar dwarsstraten te noemen. In een vind-tocht naar een socialer leven in een echt gedeelde democratie. Kennen jullie deze kantelende teams. Ik hoor het graag.

 

Dan belt de politie je. Dochter gevonden.


IMG_6682

Als in een horrorfilm in slow motion loop ik langs Michiel de Ruijter die op de hoek van het Rokin en de Dam als een groteske waker boven het volk torent om de toeristen naar het onderliggende Madame Tussauds te leiden. Mijn hart bonkt in mijn keel. Ik worstel me door de honderden toeristen die een stroperige blokkade vormen tussen mijn vrije uitzicht en mijn verdwenen dochter. Hou toch met die idiote selfie-sticks foto’s te maken … loop door … Mayim is verdwenen. Snap dat dan! Laat me erlangs!

Waarom lette ik zojuist niet op? Hoe is het mogelijk dat ik haar juist hier kwijt raak in de toeristische hel van Amsterdam. Ik weet het, een elektrische rolstoel kan best vaart maken. Maar meestal blijft ze als twee-eenheid aan haar vader geplakt … ja, meestal. En ze heeft geen telefoon bij zich. En geen telefoonnummer.

Maar zo ver kan ze toch niet zijn?

We waren na een sportwedstrijd elektrisch rolstoelhockey in Amsterdam-Noord verdwaald geraakt in de binnenstad van Amsterdam. De Zeeburgertunnel was afgesloten. Dwars door Amsterdam was de oplossing.

Toen we langs de Stopera reden vroeg Mayim om een ijsje. Ze zag veel toeristen een ijsje eten. Ik parkeerde op een aanpalende gracht, klapte de oprijplaat uit en haalde met haar een ijsje. Zo werd het een onverwacht papa-dochter-dag in Amsterdam. In Magna Plaza kreeg ze een mini-workshop make-up van een lieve winkelier en bij de paarden op de Dam werd ze door mij op de foto werd gezet.

De laatste foto van haar, dacht ik nu in een dramatische moment.

Drie weken geleden was ze ook weggerold. In Bataviastad, toen haar moeder en ik een espressowinkel binnenstapten. Maar Bataviastad is een veilige veste, ommuurd met slechts een uitgang. Ik barricadeerde toen de vestingpoort en mijn vrouw rende een paar rondjes. Ze vond haar snel.

De Dam is geen veilige veste. Mayim is me ontglipt. Ze zou zomaar voor een tram kunnen rijden. Ze kent de snelheid van dat openbaar vervoer nog niet goed. En zeker niet de drukte van een overvol plein waar van alles door elkaar rijdt … fietsers, taxi’s. Treinen kent ze wel, maar die rijden niet over de Dam.

Ik bel na een kwartier zoeken 112 en krijg een Amsterdamse agente aan de lijn. Ik geef het signalement door van Mayim … een prachtige jonge vrouw in een rood shirt van sportclub Only Friends, en … ik vergeet het echt … ze zit in een knalrode elektrische rolstoel … en om mijn bezorgdheid te uiten zeg ik, ik hoop niet dat ze de gracht in rijdt.

Ik corrigeer mezelf direct. ‘Dat doet ze natuurlijk niet. Dat doet ze ook niet in Almere.’

Ik sta midden op de dam in een groot wit overhemd. Ben nogal fors, zeg ik om mijn uiterlijk te duiden.

‘We sturen ook een auto naar u,’ zegt de centrale. ‘Blijft u waar u bent. We zien u op camera. En we noemen uw formaat corpulent, en niet fors.’

Burgeralert wordt geactiveerd en er wordt meteen gezocht met de camera’s op en rond de Dam. ‘Want’, zegt de agente. ‘Alle hoeken en gaten van dit centrumgebied zijn in beeld.’

Mijn hartslag gaat snel naar beneden. En ga midden op het plein zitten naast een demonstratie van Tibetaanse monniken.

Na 10 minuten gaat de telefoon. De politie.

‘We hebben haar gevonden. We zien haar staan bij Guus, die heeft ons net gebeld, omdat hij een meisje in een rolstoel aantrof die om haar vader vroeg. Ze staan net achter de witte leeuw tegenover de Bijenkorf. Vanaf uw kant ziet u het niet, maar als u doorloopt.’

Mijn geluk kan niet op en ik ren naar Guus en Mayim en omarm Mayim en geef de vreemdeling die Guus heet bijna een kus op de wang.

‘Maar waarom ben je weggereden,’ vraag ik Mayim.

‘Ik vond de witte leeuw zo mooi, en jij bleef maar bij de paarden staan.’

‘Maar hoe ben je dan de drukke straat overgestoken? Dat is gevaarlijk!’

‘Helemaal niet pap. Iemand hielp me oversteken naar de Leeuw, en toen was jij kwijt en heb ik Guus de politie laten bellen. Goed hè.’

Stap uit de ratrace


Ik ken een flink aantal mensen die doodongelukkig zijn omdat ze vanuit een heel goed inkomen nu met veel minder moeten doen. Maar met minder wil niet zeggen minder gelukkig.

Het verlangen naar vroeger, de status die je daar mee kocht, dat maakt je juist ongelukkig. Het verlangen naar meer. Het verlangen naar het bezit van vroeger. En dat is jammer. En in veel gevallen niet meer bereikbaar.

Besef dat er andere waarden zijn in het leven dan dat vermaledijde geld waar je je status bij je vrienden mee koopt. De BMW, je Armani of gloednieuwe IPhone X.

Ga weg uit de ratrace van de city. Dat is een fake-leven.

Is het niet beter leven bij de dag, genieten van wat je hebt, al is het weinig, maar dan wel genieten in vrijheid, van de liefde in je gezin bijvoorbeeld. Zonder de molensteen om je nek van telkens maar moeten.

Na verlies is de verleiding groot om weer te verlangen naar weelde, maar zit weelde niet in andere dingen. In tijd voor je kind, in tijd voor de ander.

Kantel eens. Je wordt daar veel gelukkiger van.

Zorgdinges ombrillen


Best zorgkantoor, schreef ik een tijdje geleden.

U kunt van ons natuurlijk vragen waarom en waarvoor we een PGB nodig hebben voor Mayim, en u kunt vragen of wij dat specifiek per handeling willen omschrijven en hoeveel tijd dat kost.

Mijn vraag. Kunnen we het ook andersom doen? Kantelen, of omdenken?

We bieden onze dochter 24 uur zorg en ondersteuning aan met onze zorgverleners en gezin. Mayim is zwaar (lichamelijk) beperkt. In principe wordt ze bij alles geholpen of verzorgd. Er zijn wel 500 handelingen op een dag die we met haar en voor haar in gezamenlijkheid doen. En we houden ook een oogje op haar. Vanwege haar hartconditie en insults. En ook omdat ze haar handelen niet helemaal overziet, en we onze aansprakelijkheidsverzekering liever niet elke dag willen aanschrijven. Oh, stom. Een paar dingen kan ze wel zelf: TV kijken, een beetje piano spelen met twee vingers en op de iPad zaken opzoeken, wat twitteren, een miniblogje schrijven … maar dan moeten we wel alle apparaten of spullen bij haar zetten, op de juiste hoogte, met een kussentje onder haar arm.

Dus … Zullen we het omkeren. Dan hoeven we enkel deze drie zaken op te schrijven. Wat ze wel kan dus. Oh ja, kauwen van voorgesneden hapjes en via een rietje drinken lukt ook. En als ze erg haar best doet, dan moet je de kwast wel in haar handen doen, kan ze prachtig schilderen en met een potlood schrijven. Best leesbaar. Mooie teksten en gedichten. Ongeveer vijf minuten per woord, maar toch …

Marcel Kolder, ouder van Mayim. PGB-budgethouder.

Minder waard dan het minimumloon?


DSC08166.JPG

‘Papa,’ vraagt Mayim via haar spraakversterker aan mij. ‘Waarom krijg ik, als ik groot ben, geen minimumsalaris en mijn broer wel?’

‘Omdat jij gehandicapt ben lieve schat, tenminste … ,’ zeg ik schoorvoetend. ‘Dat vinden sommige politici, maar wij niet hoor.’

Haar moeder en ik schudden heftig NEE met ons hoofd.

‘Waarom ben ik dan gehandicapt?’

‘Dat weet ik niet Mayim. Toen mama drie maanden zwanger was, gebeurde er iets met jouw hersenen. Onder invloed van een vreemd gesternte werd er een soort van doolhof aangelegd. Een constellatie waar jouw artsen zich later over verbaasden, ze noemen het corticale dysplasie. Dat wil zeggen: jouw hersenen hebben hun plaatsje onder het schedeldak niet goed gevonden. En daarom ben jij spastisch. Toen ik de MRI-scans van jouw hersenen zag, dacht ik. Het lijkt wel het doolhof van een verlichte geest.’

‘Nou, doe dan maar een goed salaris als ik ga werken wanneer ik klaar ben met school.’

‘Ik doe mijn best,’ zeg ik. ‘Verlichte geesten zijn zeldzaam, ook in de politiek.’

Als het aan staatssecretaris Tamara van Ark (VVD, Sociale Zaken en Werkgelegenheid) ligt, mogen werkgevers die werknemers met een handicap in dienst nemen hen straks minder dan het minimumloon gaan betalen. En bouwen ze helemaal geen pensioen meer op. Deze bezuiniging op arbeidsgehandicapten is om financiële ruimte te scheppen om anderen aan het werk te helpen.

De beweging ‘Wij Staan Op!’ is twee weken geleden gestart met een petitie om staatssecretaris Tamara van Ark te bewegen de huidige initiatiefwet te schrappen en met een beter voorstel te komen. Op het moment dat ik dit schrijf zijn er al een kleine 75.000 ondertekeningen en zijn de ‘Wij Staan Oppers’ al meerdere malen op radio en tv geweest. Prime Time. Bij Pauw, Wakker Nederland, Hart van Nederland, Nieuwsuur en meer. Er ging een orkaan van oprechte verontwaardiging richting kabinet.

Het initiatief doet geen recht doet aan het Mensenrechtenverdrag en VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking. Deze week gaat staatssecretaris Tamara van Ark in gesprek met drie ‘Wij Staan Oppers’.

Mayim duimt op haar manier, want met haar spastische handen lukt dat natuurlijk niet echt.

‘Pap, ik mag toch wel werken straks. Ik wil zo graag in een crèche werken.’

Om de petitie kracht bij te zetten voordat het gesprek met de staatssecretaris plaatsvindt kunt u nog steeds tekenen.

https://petities.nl/petitions/wij-staan-op-gelijke-kansen-op-de-arbeidsmarkt

logoroodcopy

Marcel Kolder is vanaf de oprichting bestuurslid van stichting Wij Staan Op!