Zeshonderd plantensoorten vernietigd


DSC08939.jpgBijna 600 plantensoorten zijn de afgelopen 250 jaar in het wild uitgestorven, blijkt uit een nieuw groot onderzoek. Wetenschappers maken zich zorgen en zeggen dat de gevolgen van het uitsterven van plantensoorten worden onderschat.

Ik las vanmorgen bovenstaand bericht op de site van de NOS dat de afgelopen twee eeuwen honderden, en misschien wel duizenden soorten zijn uitgestorven door menselijk toedoen. Uitgestorven is eigenlijk een veel te passief woord. Alsof het ons zomaar overkomt. Wat mij betreft mag het wat duidelijker. Het is in veel gevallen vernietigen of gewoon moord. Want hoelang weten we al dat de mens, jij en ik, verantwoordelijk zijn voor dit drama. En als voedselketens verdwijnen, wat we allang weten over bij de kapwoede in het oerwoud in Borneo, verdwijnen ook andere soorten en uiteindelijk wijzelf.

Wat doen we eraan?

Nog veel te weinig in mijn ogen, maar vooral in de ogen van wetenschappers. Ik denk dat de mens zijn gedrag pas verandert als de nood hoog is. Te hoog. En dan is de weg terug bijna ondoenlijk. Want uitgestorven blijft uitgestorven. Oplossingen? Het vertrouwen in politieke oplossingen ben ik al een tijdje kwijt. Nu komt het er echt op aan dat wij, de burgers en ondernemers, de handen uit de mouwen steken. De verandering komt van onszelf. Op alle terreinen. Minderen of stoppen met vlees als voedsel, echte groene energie afnemen, minder spullen kopen en langer van wat je hebt gebruiken en niet met elke meegaan. Tenzij dat een vega-trend is of een andere trend die dit allemaal weer gaat terugkantelen. Geniet van wat je hebt en niet wat je nog meer kan hebben, en vergeet niet te genieten van die prachtige natuur, goedkoper dan een dagje pretpark. Kom weer in connectie met je oorsprong en laat iedereen inzien dat jij maar ook alle anderen een wezenlijk radertje bent in een kwetsbare ecologie. En weest bewust dat enkel jij de oplossing bent voor jouw toekomst. Jij dus, jouw buurvrouw en de straat waar je woont.

Flevoland. Een oceaan van kansen.


Zuidelijk Flevoland, de blauwe oceaan van Nederland

De jongste polder Flevoland is letterlijk gemaakt en ontworpen om te produceren. Sinds de eerste akkerbouwers en tuinders zich in deze polder vestigden, ruim een halve eeuw geleden, hebben deze sectoren zich ruim ontwikkeld. Het nieuwe land onderscheidt zich duidelijk van het oude land.De overmaat aan ruimte, de bodemkwaliteit en de waterhuishouding is subliem ontworpen. Flevoland wordt in het buitenland de ‘green valley’ van Europa genoemd.Als polderverzamelaar toon ik graag, naast een bot van een dwergnijlpaard, een dier dat 10.000 jaar geleden tussen onze meanderende Eem leefde, een van mijn dierbaarste polderbezittingen; het boek ‘De economische beteekenis van de drooglegging der Zuiderzee’ uit 1901. Daarin staat: ‘De Twaalfde Provincie geeft het land kracht, het Volk brood, dat is de Vrucht van de Onderneming. De onderneming moet een zaak des Volks zijn, ze moet een ‘national cry’ worden, gerealiseerd door eene Krachtige Regering, gesteund door den wil eener wakkere, van eigen kracht bewuste Natie. Niet om te moraliseren maar om de urgentie van het droogleggen te beantwoorden.’De polderhoofdstad werd Lelystad. Een hommage aan ingenieur Cornelis Lely die de eeuwenoude droogleggingsideeën werkelijkheid maakte. Almere werd door zijn ligging en woonuitvalbasis tegen de wens van de bestuurders van weleer en tegen de verwachtingen in de grootste stad. Ze is nu al de zesde stad van Nederland met ongeveer 200.000 inwoners. Ongeveer de helft van het aantal inwoners van Flevoland.

Kritiek op Flevoland

Soms lijkt het of Nederland zich geen raad weet met de jongste provincie. Terwijl de maakbaarheid van het jonge land en de jongste steden van Europa zo fascinerend is. Na ruim een halve eeuw produceren voor Nederland, en niet alleen agrarisch, maar ook tienduizenden woningen voor een prettige prijs, hebben veel mensen kritiek op het jonge land en haar steden. Volgens hoogleraar dr. Gerard Marlet is Almere bijvoorbeeld een geografische Blunder. Almere ligt te ver weg van Amsterdam om te profiteren van haar aantrekkelijkheid en heeft zelf te weinig te bieden aan de creatieve klasse en aan de hogere klasse.

Wetenschappers als Marlet kijken vanuit het paradigma van het oude land, de oude stad. Wat niet voldoet, scoort laag op de ‘lijstjes’ van relatief succes. Marlet leeft met het idee dat je nieuw land en nieuwe steden ergens mee kan vergelijken. Hij ziet slechts het gebrek aan oude panden, oude structuren, gebrek aan gevestigde cultuur en oude bewezen structuren. Daarmee gaat hij voorbij aan de kwaliteiten van de onvergelijkbare ruimtelijke groene omgeving en de suburbane stad in Flevoland. Flevoland heeft in verhouding de meeste natuur en bossen. De Oostvaarderplassen op steenworpafstand van Almere en Lelystad zijn een aaneengeschakeld natuurlijkgebied van tientallen kilometers lang met een unieke populatie. Tijdens de vogeltrek bevolken de meest zeldzame dieren het gebied, de vogelaars daargelaten.

Landschapsarchitecten

Steden in Flevoland hebben een hoge kwaliteit van veel groen, water en veel woning voor minder geld. Het waren de Flevolandse landschapsarchitecten die ooit de steden ontwierpen. Dat is iets om trots op te zijn. Voor de recent overleden Teun Koolhaas was het ontwerpen van deze woonomgeving een verwezenlijking van een ideaal. Hij zei: ‘Vroeger trok de adel de stad uit, stichtte landgoederen. En nu krijgen wij (… als landschapsarchitecten) de kans om een landgoed voor een kwart miljoen mensen aan te leggen.’

Ik weet als bewoner van Almere dat deze stad de hoogste economische groei van Nederland kent. En welke andere stad heeft 42 kilometer kustzone en 32 stadsstrandjes. Het aantal hoger opgeleiden is Almere is sterker gegroeid dan in andere steden. Wat Almere kenmerkt is een ongekende ambitie om de stad van de zeebodem op te bouwen tot een volwassen, unieke en fijne stad. Almere en ook de andere steden in de polder volgen slechts een andere route dan hoogleraar Marlet voor hogen heeft.

De afgelopen decennia hebben groene kennisinstellingen zich gevestigd in de polder. Agrarische hogescholen en andere instituten. Met de groei van de wereldbevolking en stijgende voedselprijzen, kan Nederland zich prijzen zoveel agrarische ruimte te hebben. Maar ook ruimte voor migratie, en experimenten.

Flevoland krijgt de wereldtentoonstelling de Floriade. Met als titel ‘Growing Green Cities’. Ik geloof in dat project. Het idee van de compacte tuinstad zou inspiratie moeten zijn voor de rest van de wereld. In 1898 definieerde de beroemde socioloog Ebenezer Howard het ideaal van de Garden City. Een soort Yin Yang tussen stad en land: ‘Town and country must be married, and out of this joyous union will spring an new hope, a new life, a new civilization.’ Met dit verhaal ben ik het eens. Met nog wat meer functiemenging en stedelijke chaos in de trant van de filosofie van Jane Jacobs toevoegen – dan ben ik volmaakt gelukkig in Flevoland. Punt.

Marcel Kolder, Kanteldenker van beroep

Beste Jesse,


IMG_5162

Eh. Jesse.

Ik begin wat te twijfelen aan de oprechtheid van jouw mailbericht over Zihni. Welke communicatieprofessional heeft je hierbij geholpen vraag ik me dan af?

Mijn twijfel? Ik weet niet waar dat precies aan ligt. Wellicht omdat er vooral wordt gewezen naar de ander en niet naar jezelf. En dat deze onmin juist na de verkiezingen boven water komt. Precies één dag na het uitreiken van de prachtige petitie over het leenstelsel voor studenten. Mijn zoon is Zihni ontzettend dankbaar.

Dwarsliggen voor een leenstelsel dat niet naar behoren werkt. Een goede actie, waar Zihni juist voor vocht en ik begrijp nu, ook tegen de partijdiscipline en waar hij nu blijkbaar op wordt afgerekend als dwarsdenker.

Jouw verklaring stemt me ontevreden en creëert nu meer wantrouwen dan vertrouwen. Dit gebeurde wel vaker in de politiek, echter viel dat bij GroenLinks in een aantal gevallen nog te begrijpen en uit te leggen.

De inzet van de petitie lijkt me nu een soort damagecontrol dan dat het gekomen is uit het hart van GroenLinks. Want al jaren is hier binnen de partij al discussie over.

Weet je Jesse. Op de man spelen is niet mijn ding. Maar omdat jij dit ’en public’ doet, doe ik dat nu ook. Hoop wel op een beter verhaal later deze week dan de ‘karaktermoord’ die nu is gepleegd op Zihni in het berichtje dat je alle GroenLinks-leden zojuist hebt gestuurd.

Een tip voor de volgende keer, de fundamenten van vertrouwen: wees in je boodschap eerlijk, feitelijk, verifieerbaar, transparant, tijdig en begrijpelijk.

By the way, ik heb op Zihni gestemd de laatste keer. Een creatieve dwarsdenker. Blijf ze omarmen. Hou ze vast. Je wordt er zelf namelijk beter van.

De poster kun je bij mijn communicatiebureau http://www.draoidh.nl ophalen. Ik leg er eentje voor je klaar.

Met vriendelijke groet

Marcel Kolder

P.S. Met pijn in mijn hart verleng ik mijn lidmaatschap van GroenLinks niet meer.*

* Dit blog schreef ik dinsdagavond vlak na de mail van Jesse aan mij. Heb hem dit ook geschreven. Die boodschap van Jesse over Zihni heeft mij een besluit doen nemen over mijn lidmaatschap van GroenLinks. Ik wens geen onderdeel te zijn van een partij waar op de man wordt gespeeld. Van die politiek keer ik mij af. Verder blijf ik DWARS, GroenLinkse Jongeren van harte financieel steunen en ontvang ik met plezier het wetenschappelijk blad van Bureau De Helling .

IMG_6122.jpg


Beste Marcel,

Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen: ik heb slecht nieuws. Zihni Özdil vertrekt uit de fractie. Vanavond is de gehele Tweede Kamerfractie tot de conclusie gekomen dat er sprake is van een niet meer te herstellen vertrouwensbreuk tussen Zihni en de fractie.

Er is iets grondig misgegaan en dat vinden we enorm spijtig. Zihni is een creatief denker, iemand met veel talent, maar als Kamerlid kwam hij in de knoop. We hebben ons uiterste best gedaan hem te ondersteunen en voor de fractie te behouden. Dat is niet gelukt en daar balen wij van.

Ik snap dat dit bericht jullie rauw op het dak valt. We hebben lang geprobeerd met Zihni afspraken te maken over verbetering van zijn functioneren. Vanavond hebben we als fractie de conclusie moeten trekken dat het zo gaat niet langer gaat.

Zihni neemt afscheid van de fractie en heeft aangegeven dat zijn zetel aan GroenLinks behoort.

Ik wil benadrukken dat er niet een inhoudelijk meningsverschil speelde. We hebben lang geprobeerd met Zihni afspraken te maken over het verbeteren van zijn functioneren. Maar hij bleef afspraken keer op keer schenden, schond de onderlinge vertrouwelijkheid en vertoonde ontoelaatbaar gedrag waardoor collega’s zich niet meer veilig voelden. Deze week bleek dat Zihni heimelijk een intern gesprek met een collega heeft opgenomen.

Iedereen binnen GroenLinks staat het vrij een discussie te openen of een afwijkend standpunt in te nemen. Maar aan het eind van de dag werken we als fractie als een hecht team. Samen knokken we iedere dag opnieuw keihard voor onze idealen. Daarbij moeten we op elkaar kunnen steunen en elkaar kunnen vertrouwen.

Dit was een pijnlijke avond, maar wij blijven strijdbaar voor onze club en voor onze idealen.

Groet,

Jesse

———–

Reacties:

Blijkbaar mag de ene wel op de man spelen en de ander niet.

En de VAR werd helaas niet geraadpleegd.

Jammer, ik heb een vriend minder.

Ik weet niet wat ik van Zihni moet denken. Maar met de strekking van je brief aan Jesse ben ik het zeker eens; ik schrok van de toon van de brief die Jesse aansloeg. Maar voor het opzeggen van mijn lidmaatschap vind ik het nog te vroeg. Ik hoop namelijk dat jouw brief te denken geeft.

Jammer Marcel Kolder: één, weliswaar grote, fout en de partij deugt niet meer…. . Groenlinks is meer dan haar partijleider.

Zihni is nu juist een type dat politieke verschillen tussen mensen weet weg te nemen en kan verbinden. Het grootste talent van GroenLinks hebben ze keihard de deur gewezen door karaktermoord op hem te plegen.

Ik kan je reactie alleen respecteren, voor mijzelf voel ik meer voor een verantwoording bij het volgende congres.

De kanteling begint als we het huidige systeem negeren en parallel een werkend alternatief neerzetten.

De pot verwijt de ketel Marcel, erg ongenuanceerd.

Mijn idee, ik heb ook opgezegd. Dit gaat te ver.

Een kantelgedachte: ‘Mag er weer een kloof tussen burger en politiek?’


Set van 4 op 29-01-18 om 18.02 (compilatie)

Een beetje kloof tussen burger en politicus is helemaal niet erg. Een land besturen doe je nu eenmaal op hoofdlijnen.

Het scheelt een hoop stress voor de overwerkte politicus door niet meer te snel en overal op in te gaan. Op elk akkefietje, zijspoortje en elke boze burgervraag. Maar natuurlijk is oplettendheid geboden voor de gekozen politici. Het blijft goed als ze wantoestanden opmerken en de grote lijn zien vanuit hun torens. Maar let op, hou je dan wel aan een aantal simpele regels. Zeker als je met een oplossing komt voor, ik zal maar zeggen, de toestand in Groningen rond de aardbevingen of welk andere complexe transitie. Vertel de waarheid, tijdig en begrijpelijk. Moffel geen zaken weg die jouw integriteit in twijfel doet trekken, of waarvan jij denkt dat het onbelangrijk zal zijn. Tot zover mijn eenvoudige tip aan de Haagse bestuurders.

Geen politieke spelletjes

Burgers nemen nemen afstand omdat ze de politieke spelletjes en bedrog zat zijn. Ze voelen dat er wordt gemanipuleerd, en dat beloftes niet worden nagekomen. Burgers willen van nature al eigenlijk helemaal geen politiek en al zeker geen gedoe. Ze willen oplossingen en, als politicus kun je het amper voorstellen, daarbij willen burgers best helpen. Gezamenlijk oplossingen zoeken, maar lukt dat niet … dan doen ze het gewoonweg zonder politiek of overheid. Dat zie je bij het ontstaan van broodfondsen en coöperaties.

Oogkleppen

Natuurlijk. Het is in deze tijd dat burgers allang zelf maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Je ziet het overal. Van energiecoöperaties tot ouderinitiatieven rondom zorg.

Een kantelgedachte voor de overheid. Laat los. Ga eens op flinke afstand staan en kijk hoe prachtig slimme burgers mooie stadse projecten voor elkaar krijgen. Blijf maar eens een tijdje in de eigen achterkamertjes. Afstand creëren tussen politiek en burger. Lijkt me prachtig. Maar de oogkleppen zou ik dan eerder aan de burger schenken.

“Cities have the capability of providing something for everybody, only because, and only when, they are created by everybody.”

Jane Jacobs

Ik geloof in chaotische steden, net als Jane Jacobs


De starre regelgeving en de macht van projectontwikkelaars zorgde ervoor dat in de jaren na de oorlog de stadsontwikkelaars functiemenging verafschuwde. Daarmee bedoel ik het mengen van wonen, werken, winkelen en recreëren. Het moest allemaal strak, gescheiden en modernistisch. Met als voorbeeld de Franse voorsteden en de troosteloze Bijlmermeer. De banlieues van nu.

Levendige stadsbuurten worden nog steeds bedreigd door planners die geïnspireerd zijn door stedenbouwkundige Ebenezer Howard en Le Corbusier, die functies van wonen, werken en verkeer zoveel mogelijk wilden scheiden. De visieloze jaren ‘70/’80 en de crisis erna heeft tot schrik van veel inwoners meer koude monotone stadsplanning opgeleverd dan gewenst met enkel ruimte voor ‘goedkope’ woonblokken, recht-toe-recht-aan straten met monotoon voortuinterreur en trieste kantorenparken.

In mijn vindtocht naar ingrediënten voor ‘place making’ (het maken van fijne stadse plekken) en voor mijn project ‘De Gelukkige stad’ is functiemenging bijna een magisch woord. ‘Intricate mingling of different uses of places is not a form of chaos’, zegt Jane Jacobs (1961, grondlegster van dit denken en schrijfster van ‘The Death and Life of Great American Cities’), maar een hoog ontwikkelde vorm van ordening. ‘Mingling’ op het gebied van wonen, werken, winkelen en recreëren zorgt voor levendiger plekken in de stad, voor een veiliger omgeving, en meer sociaal toezicht en duurzamer ruimtegebruik.

In oude centra van dorpen en steden is functiemenging simpelweg organisch gegroeid en veelal succesvol. Het zijn gebieden die niet planmatig tot stand zijn gekomen. Je ziet een liefdevolle aaneenschakeling van functies die kloppen. Een volwassen functiemenging dus. Het oer van de stad.

De monogame stad verpaupert snel

Ik woon in een new town aan het IJsselmeer waar bijna alle functies zijn gescheiden. Ebenezer Howard wordt tot de dag van vandaag geprezen door de stadsmakers. Deze stedenbouwers zijn nog steeds zeer modernistisch van opvatting over scheiding van wonen, werken en beleven. De nieuwstad heeft vijf woonkernen (ze noemen het polynucleair), zonder warme onderlinge verbinding en met een schaalgrootte die niet past bij een stadse belevenis of zelfs dorpse belevenis. Het voelt als een mislukte tuinstad. Een gedachte-oefening die niet heeft gewerkt. Er is een uiteraard een stadshart met voldoende monolieten van top-architecten die als stedebouwkundige erecties de aandacht vragen. En bekijk je ze als losstaand object best wel aardig. Dagelijks komen er nog Japanners fotograferen. Op dezelfde wijze als ze dezelfde hoogstandjes, vaak van dezelfde mensen in Düsseldorf op de digitale fotokaart vastleggen. Selfietowns noem ik ze. Met gemaakte ikonen, die eigenlijk geen ikonen meer zijn. Gekochte zelfbeelden van een gemaakte identiteit.

 Selfietowns noem ik ze. Die stadscentra zonder hart.

myth-1

In mijn woonstad is de functiescheiding tot in het extreme doorgevoerd. Er is een geavanceerd wegenstelsel bestaande uit gescheiden fietsroutes, gescheiden busroutes, gescheiden autowegen en zelfs voor het afval een ondergronds gescheiden routering. Als een soort superstofzuiger met kilometers lange buizen wordt het afval automatisch naar de ‘Stofzuigerzak’ gedirigeert. Een groot gebouw naast het stadscentrum, een nieuwstadse opgeruimde tuinstad-uitvinding.

Al deze functiescheidingen zorgen ervoor dat toevallig stadse (of dorpse) ontmoetingen veelal uitblijven. En in een forensenstad is dat dubbel de dood in de pot (dubbelsaai). En als je elkaar ontmoet vind je in de plinten van de polygone kernen geen of veel te weinig uitspanningen om een goed gesprek te voeren. Een monogame stad met een opeenstapeling van monoculturen met weinig cohesie. We hebben ook de meeste (echt)scheidingen in Nederland, begreep ik van een ambtenaar.

“…that the sight of people attracts still other people, is something that city planners and city architectural designers seem to find incomprehensible. They operate on the premise that city people seek the sight of emptiness, obvious order and quiet.”

Jane Jacobs

Ik verlang naar een polyamorfe stad in plaats iets polynucleairs 

Buurten worden achterstandswijken als mensen hun verbinding met de stad verliezen en zich geen onderdeel meer voelen van hun gemeenschap, hun dorp, hun stad. Ze zijn niet meer trots op hun wijk, hun park. Terwijl dat zo makkelijk te voorkomen is door wat banken neer te zetten, een kiosk waar mensen kunnen samenkomen of een stadsmoestuin. En die verbetering moet eigenlijk helemaal niet door de gemeente worden uitgevoerd. Maar door de bewoners zelf. Niet door geld in de wijk te pompen. Maar de inzet van de inwoners, door de wijkbewoners zelf.

We worden vaak verteld dat de ‘gewone man’ geen kracht heeft om de wijk naar een volgend niveau te brengen. Maar breng ze maar eens samen, laat ze maar eens praten over wat ze anders in de wijk willen. Dan worden het net Rotterdammers. Met opgestroopte mouwen wordt de klus geklaard. Onder eigen regie en autonomie.

“Cities have the capability of providing something for everybody, only because, and only when, they are created by everybody.”

Jane Jacobs

De gelukkige stad

Als liefhebber van de ideeën van Jane Jacobs (1961), een van de meest invloedrijke denkers over stedelijke ontwikkeling, snap ik niet dat we in Nederland ons hebben laten leiden door de monotonie van stedebouwkundige ontwikkeling. Vierkant denken inplaats van rond, zei ik weleens in een college op een cultureel café in Almere. Een vierkant plein doet andere dingen met bezoekers (we hebben zo een saai vierkant marktplein en stadhuisplein) dat een rond plein. Onze haven is rond. En de gezelligheid torent daar omhoog.

In cirkels denken inplaats van vierkante, zei ik weleens in een college op een cultureel café in Almere.

Jane Jacobs ziet de stad als ecosysteem, met dynamische levende materie.Als geen ander geloofde ze dat stedelijke elementen pas tot hun recht komen als ze gemixt zijn. Organisch, spontaan en onopgeruimd. Untidy, zoals ze zelf stelt. De ‘intermingling’ van stedelijke gebruikers zijn cruciaal voor economische en urbane ontwikkeling. Een hoge densiteit van functiemenging zoals je ziet in oude organisch gegroeide steden is haar ideaalbeeld. Anders dan de modernisten die denken in groot en efficiënt, kiest zij voor een model waar je lokaal kleine bedrijven ondersteunt en de creatieve impulsen van stedelijke entrepreneurs omarmt. Misschien wel een beetje polyamoreus.

Nothing could be less true. The presences of great numbers of people gathered together in cities should not only be frankly accepted as a physical fact – they should also be enjoyed as an asset and their presence celebrated.”

Jane Jacobs

Oude ideeën kunnen nieuwe gebouwen gebruiken, zegt Jane Jacobs in haar boek uit 1961. Laten we die dan samen met inwoners ontwerpen.

Old ideas can sometimes use new buildings.

Parkeren met een handicap: regels zijn in elke stad anders


Ik kreeg de mogelijkheid om een interview te geven aan het Parool. Journalist David Hielkema van het Parool tekende het op
<>
Gehandicapt en spontaan een dagje met de auto naar Amsterdam? Dat betekent veel administratieve rompslomp. ‘Het voelt als straf. Alsof we boeven zijn.’

Naar weinig dingen kijkt Mayim Kolder zo erg uit als naar haar rolstoelhockey. Elke zaterdag weer in Amsterdam-Noord. Vanuit Almere brengen haar ouders haar elke week, waarna ze daarna vaak nog de stad ingaan. “Museum, bioscoop of naar de familie,” zegt vader Marcel Kolder.

Door de meervoudige handicap van Mayim heeft ze een gehandicaptenparkeerkaart toegekend gekregen. Zij mag parkeren op plekken die dicht bij haar bestemming liggen. Vaak, zeker in drukke gebieden, zijn hier speciale gehandicaptenparkeerplaatsen voor gereserveerd.

Gemeenten in Nederland stellen hun eigen regels vast voor wat wel en niet mag met een gehandicaptenkaart. Soms is het parkeren gratis, soms geldt een tijdslimiet en soms mag op de stoep worden geparkeerd.

“Elke keer moeten we opnieuw kijken wat het parkeerbeleid van een gemeente is,” zegt Marcel. Eén regel is wel landelijk vastgelegd: iedereen met een gehandicaptenparkeerkaart mag gratis parkeren op een invalidenplek.

Alle ad­mi­ni­stra­tie­ve rompslomp voor mijn dochter? Zo’n 200 uur per jaar

Marcel Kolder, vader van Mayim (20)

In Amsterdam moet iemand zich daar wel eerst apart via een registratiesysteem voor aanmelden. Dit is in 2011 besloten, nadat de kaart veelvuldig uit auto’s werd gestolen en de fraude steeds groter werd. De kaart ligt nu niet meer onder de ruit, maar wordt digitaal via het kenteken gescand.

Nieuwe regels
Per 1 maart zijn daar nog eens nieuwe regels bijgekomen. Gehandicapte bezoekers krijgen een parkeervergunning met ‘vast kenteken’ of ‘wisselend kenteken’. Vast kenteken betekent dat de kaart op één auto geregistreerd staat. Dat kan alleen als de houder ook de bestuurder is. Maar voor Mayim, die zelf geen auto op haar naam heeft, geldt de wisselende variant. Bij elk bezoek aan Amsterdam moet zij zich apart telefonisch of online aanmelden.

“Het voelt als straf. Alsof we boeven zijn die zich elke keer moeten melden,” zegt Marcel. “De ambtenaar die dit bedacht heeft is niet kwaadwillend, maar het zijn nog meer regels.” Hij doelt op de ‘200 uur per jaar’ die hij al kwijt is aan ‘administratieve rompslomp’ rondom zijn dochter. “Uren die ik ook kan besteden aan de zorg of ons sociale leven. We moeten af en toe naar het ziekenhuis, de VU of het AMC. Als we daar blijven slapen, moeten we ons de volgende dag weer registreren. Elke 24 uur,” gaat Marcel verder. De ‘spontaniteit’ gaat ervan af en het voelt het alsof de gemeente meekijkt.

Kiezen tussen twee kwaden
Het tegengaan van fraude is de voornaamste reden, bevestigt de woordvoerder van wethouder Sharon Dijksma (PvdA, Verkeer en Vervoer). De gemeente laat ook weten dat het opslaan van de gegevens niet in strijd is met de privacywet, omdat het in lijn is met de Gemeentewet en het gemeentelijk parkeerbeleid.

“Het is kiezen tussen twee kwaden,” zegt beleidsmedewerker Cliëntenbelang Amsterdam Bart Weggeman (49). “Het voorkomt wat fraude. Maar voor veel mensen levert het gedoe op. Het zou goed zijn als het wisselende kenteken alsnog gekoppeld kan worden aan een auto waardoor ze zich niet elke keer moeten aanmelden.”

Volgens Weggeman ligt het probleem buiten Amsterdam. “Eigenlijk zou elke Europese gehandicaptenparkeerkaart gedigitaliseerd moeten worden, waardoor het in heel Nederland gelijk wordt. Dan verdwijnen ook alle illegale kaarten en kan er kritisch gekeken worden naar elke kaarthouder.”

Voor Marcel zit er weinig op: elke keer als ze naar Amsterdam komen, zullen ze zich moeten aanmelden. “Mayim gaat met zoveel plezier naar hockey. Zelfs als we ons honderd keer per jaar moeten aanmelden, doen we dat natuurlijk. Het is alleen weer extra gedoe.”

Engelen komen via social media


IMG_4205We hebben met onze dochter de polikliniek vaak bezocht deze maanden. Mayim, onze dochter, die al zoveel struikelblokken en hinderpalen in haar leven heeft, stoeit met veel epileptische aanvallen en een opvallend gebrek aan rode bloedplaatjes. We hebben met zijn allen vertrouwen in een goede behandeling, maar toch, die vermoeidheid sluipt dan ook ons mantelzorgleven binnen. We worden als gezin wat stiller op social media. Een van de redenen dat ik wat minder blog.

Aan de andere kant vindt Mayim het nog steeds prachtig om elk weekend met haar vader naar e-hockey te gaan in Amsterdam-Noord. Ze gaat met plezier naar haar ‘werk’ in het dierentuintje in ons Almere en houdt van musea en exposities. Laatst reed ik samen met Mayim met onze aangepaste bus naar een wel heel wonderlijke expositie over ‘dis-ability’. De organisatie had haar best gedaan om de doorgaans ontoegankelijke broedplaats Lely in Amsterdam-West zo toegankelijk mogelijk te maken. Hele rolstoelstellages waren er aangelegd. Er was geen personenlift. Gelukkig paste ze op de millimeter in de kleine goederenlift (verboden voor personen). Het was een high-tech expositie over uitvindingen om struikelblokken en hinderpalen bij beperkingen weg te nemen. Als een moderne Da Vinci rolden we langs de attributen. Een bril voor blinden. Een waarmee je kon voelen of iemand boos keek of glimlachte. Een apparaat waarmee je braille kon lezen zonder te voelen. Een plek waar je muziek kon luisteren door op een futuristisch ogende watersofa te gaan liggen dat meetrilde.

Op de terugweg van het uitje – in onze ‘low-tech’ aangepaste bus – kwamen we hard in aanvaring met een andere auto. Veel blik- en verdere schade, wij gelukkig heel. De reparatie zal vier weken in beslag nemen. Wat een gemis. E-hockey is uiteraard bereikbaar met openbaar vervoer, maar kost meer dan drie uur reizen. Mayim’s werk kost meer dan twee uur reizen, terwijl het hemelsbreed nog geen tien kilometer is. Gelukkig is de polikliniek op loopafstand.

Gefrustreerd twitterde ik over de botsing. Over het gemis aan vrijheid als je niet meer onbezorgd in je eigen bus kunt stappen. Tegelijkertijd begreep ik meer dan anders de frustratie van velen zonder eigen vervoer en de beperkingen van onze maatschappij.

Binnen een half uur na mijn tweet reageerde Jeroen uit Breda: ‘Volgende week dinsdag kom ik je wel onze aangepaste bus brengen, dan ben ik in de buurt, en kan Mayim weer meedoen met van alles.’

Engelen bestaan dus, ook op social media. Het zijn mensen die andere mensen met een hulpvraag zomaar helpen. Zonder iets terug te verlangen. Vandaag reed ik in de leenbus met Mayim naar rolstoelhockey. Ze had het gelukkig maar een keertje hoeven overslaan. En keepte weer even fanatiek als vanouds. Komende week gaan we samen naar haar dierentuintje. Haar leven met de vrijheid van een aangepaste bus is bijna volmaakt.