Woelmuizen


De mensheid lijdt al duizenden jaren aan het rupsjenooitgenoeg-gen, ofwel het ‘Alfamannensyndroom’. Ondanks dit gedrag om steeds meer bezit te willen, steeds rijker te willen worden, steeds meer te eisen van ons ecosysteem, zie ik dat in het reeds ingestorte kapitalistisch systeem, nieuwe systemen ruimte bieden voor oplossingen en overlevingskansen voor onze blauwe planeet en vooral onze species en dat die kansen door een bewustzijnshift plots groter en kansrijker wordt. Er is een groeiende meerderheid jonge mensen die de retoriek van moloche klassieke partijen, die het liberaal gedachtegoed willens en wetens misgebruiken voor eigen gewin, verafschuwen en met eigen oplossingen komen.

In het overleven is de mensheid gelukkig niet de enige soort. Dus zullen nieuwe bewegingen de oude wereld kantelen naar een nieuwe toekomst. Een wereld waar circulaire economie en fossielvrije energie mainstream wordt. Hoe de oude wereld van graaiers ook terug probeert te slaan, er is een enorme kanteling gaande. Ik merk dat bij onze kinderen.

Ook van de woelmuizensoort, de lemmingen, is uiteindelijk bewezen dat ze zich niet massaal van een klif storten.

Voor het geluk. Een kerstverhaal.


DSC02280.jpg

MAYIM

Mayim betekent water in het Hebreeuws

‘Mayim,’ hoor ik nog half in slaap mijn broer roepen. ‘Wakker worden, de post bracht een brief uit Terschelling.’ Je moet weten dat ik spastisch ben en als ik ‘s nachts niet bewogen heb, ben ik helemaal stijf en reageer niet zo snel. Dat weet Machiel. Hij maakt me ’s morgens altijd aan het lachen door me in mijn zij te kietelen en dan schokken mijn stijve ledematen alle kanten op. Als ik eenmaal heb bewogen en in mijn rolstoel ben getild gaat het een stuk beter. Machiel is een fijne broer, hij helpt me met allerlei dingen, ook als ik bijvoorbeeld moet eten of drinken.

‘Okay, Machiel, lees voor.’ Ik kan die brief niet zelf openmaken, dus hij doet het voor me. Het is een brief geschreven in statige krulletters, dat zie je niet veel meer.

‘Lieve Mayim. Ik heb het afgelopen jaar jouw tweets gelezen en ik begrijp dat je liefste wens is om zeehondjes los te laten. Nu ken ik iedereen die met zeehonden te maken heeft en … ik heb een verrassing voor je, je mag ze komen loslaten in de meivakantie. Je mag dan samen met je vader, moeder en broer komen logeren in mijn huis op het duin. Lieve groet, Tina.’

‘Oh, Tina, dank je wel. Wat ben jij lief. Ik hou van je,’ roep ik naar de brief. Ik klap mijn handen van plezier. Mijn spastische handen staan altijd iets naar buiten gebogen. Het lijken wel de flappers van een zeehond, denk ik opeens.

De eerste zaterdag van mei reizen we met de hele familie naar Terschelling. Het voorjaarszonnetje schijnt, er waait een straffe wind. We zijn op pad naar de plek waar de zeehonden worden vrijgelaten. Papa duwt mijn rolstoel via een zanderig en kronkelig duinpad naar de zee. Ze noemen dit het Groene Strand, een kuststrook tegenover de zandplaat waar de meeste zeehonden op verblijven. Opeens houdt hij op met duwen.

‘Wat een rotklus,’ zegt hij. ’Ik doe het niet meer, het zand kan van mij een oplawaai krijgen.’

‘Nog een paar honderd meter, even doorzetten,’ moedig ik hem aan. Dat zeggen ze ook wel eens tegen mij, even doorzetten. Hijgend staat hij achter mijn rolstoel, hij heeft net vijfhonderd meter door het zand geploeterd, hij is twee keer gevallen. Zijn shirt is doorweekt met zweet en zit vol zand. We hebben nog een flink stuk te gaan.

‘Misschien ben je wel een beetje te dik pappa,’ zeg ik vals.

‘Hou je mond,’ zegt hij.

‘Luister, ik heb een idee, als je nu eens mijn rolstoel trekt, achterstevoren, met de grote wielen voorop.’ En zo gebeurt het. Daar gaan we weer, op weg om jonge zeehondjes vrij te laten. Ik bedenk, die waggelen en hobbelen straks op dezelfde wijze op hun pootjes, als ik nu in mijn rolstoel. Machiel en mama zijn allang op de plaats van bestemming, ze weten niets van die hele gedoe af met de rolstoel. Lopen is een stuk makkelijker.

‘Die zeehondjes zijn toch weesjes?’ vraag ik pap.

‘Ja, ze worden ook wel huilers genoemd.’

‘Zouden ze zich de zee nog kunnen herinneren?’

‘Ja, klein ding … ‘

‘Ik ben geen klein ding meer.’

‘Okay.’

Iedereen droomt weleens weg, maar bij mij gebeurt dat vaker. Ik kijk naar de vogels in de lucht, naar de zeemeeuwen. Wat een enorme vogels zijn dat en wat een verschil met die kleine steltlopers langs de waterlijn. Ze pikken de hele tijd in het natte zand op zoek naar garnalen of schelpdieren. Papa tikt me aan.

‘He, dromer, we zijn er bijna.’ Hij noemt me vaak zijn kleine dromer, want soms raak ik even een paar minuten verdwaalt in mijn gedachten, dan weet ik niet eens meer waar ik ben, dat hoort bij mijn epilepsie.

Achter de volgende zandduin ligt ons reisdoel, het brede strand waar de zeehonden worden vrijgelaten. De vrachtwagen van de zeehondencrèche komt al aanrijden en nadert de zee tot op vijf meter. De wagen rijdt tot vlak voor ons. Op de aanhanger staan zeven grote kratten, met de namen van de zeehondjes erop. Twee mannen springen uit de auto en tillen de kratten van de aanhanger. We zijn nu zo dichtbij, dat ik tussen de spijlen door de zeehondjes kan zien, ze bewegen heen en weer. Ik zie hun neuzen snuffelen tussen de houten planken, ze ruiken het water, en ik zie hun grote verwonderde ogen. Een van de mannen staat te gebaren naar ons. ‘Kom, kom.’ Op de zijkant van elke kist is met tape een velletje papier met de naam van de dieren geplakt. In de eerste kist zit de dikste zeehond met de naam Strong. Daarna komen de anderen, en tenslotte de laatste zeehond waar het zeehondje Mayim in zit. Ja, die is naar mij vernoemd, dit is gaaf. De kisten worden langs de kustlijn opgesteld. Samen met pappa tilt een van de mannen me uit de rolstoel en zet me bovenop de kist waar het zeehondje Mayim in zit. Ik mag zelf de houten schuif aan de voorkant omhoog doen.

‘Een, twee, drie, hup Mayim, naar de zee.’ En ja hoor, na wat gehobbel door het zand plonst zij het water in, tegelijkertijd doen de mannen samen met Machiel en mama de andere kisten open, daar gaan ze, waggelend naar de branding, kopje onder, en met ze allen zwemmen ze naar de eerste zandplaat voor de kust, hun zeehondeneiland.’

‘Zeehonden zijn veel sneller in het water dan op het strand, zegt papa. ‘De lijfjes van zeehonden zijn gemaakt voor het water.’

‘En mijn lijfje, waar is dat dan voor gemaakt?’ zeg ik.

Het lijkt wel of hij geen antwoord heeft, het blijft stil.

‘Daar moet ik over nadenken,’ zegt hij tenslotte. Mama en Machiel zijn er bij komen staan.

En dan zegt Machiel out of the blue: ‘Voor het geluk.’

…………..

Naschrift voor de lezer: Ik schrijf deze verhalen samen met mijn dochter Mayim. Ze is ernstig meervoudig beperkt en zit in een rolstoel. Het zijn haar ervaringen en belevenissen. Ze vertelt me dit tijdens een soort van interview om de zoveel weken. Dit gaan langzaam en moeizaam vanwege haar handicap. Ik teken dit dan op vanuit haar perspectief. Mayim is de ik-figuur. Over een paar jaar komen deze verhalen in een roman. Voor nu schrijven we in alle rust verder. Elke maand een kort hoofdstuk.

Lotje, een kerstverhaal over bezinning


Speciaal vandaag. Voor een dag van bezinning voor velen, schreef een van de initiatiefnemers van het museaal belevingspark in oprichting, Marcel Kolder, een kort verhaal met een boodschap. Over Lotje die project [LotS] ontdekt deze zomer. Hij maakte er ook een tekening bij. Lots of leesplezier.

‘Mam?’

‘Ja Lotje, wat is er nu weer.’

‘Daar in het park, daar … achter de flat, tussen de bomen, wat is dat? Zullen we er even naar toe lopen?’

‘Ik weet het niet Lotje, een andere keer, kom mee, ik heb haast, we moeten nog boodschappen doen en langs de Bruna voor een pakketje.’

‘Ach toe, laten we kijken, gisteren stond het er niet. Het is echt een raar ding.’

‘Nee Lotje, en ik heb vanavond na tennisles ook nog ouderraad.’

‘Mag ik dan zelf gaan kijken, mam?’

‘Pas je wel op dan?”

‘Ik ben geen klein kind meer. Ik ben elf.’

‘Oké, maar neem wel je mobiel mee, voor als je iets overkomt.’

Lotje rent via de lange haag naar het park. Nu ze dichterbij komt lijkt het voorwerp te leven, het is ook groter dan Lotje eerst dacht. Het heeft de vorm van een schelp, een soort nautilus. Langs randen van het spiraal lichten kleuren verleidelijk op, precies op het ritme van het geluid dat van-binnen-uit komt, alsof het met diepe teugen ademhaalt.

Nieuwsgierig kijkt Lotje door de ronde opening naar binnen. In de ruimte ziet ze een doolhof van kleine kleurige kamers. Ze stapt naar binnen en loopt over een tapijt met voor haar onbegrijpelijk spreuken. Uit de eerste kamer komt het ritmische geluid, maar er is meer, er liggen op de grond cocons van wol, die zachtjes heen en weer bewegen … daar zou ze best in weg willen kruipen, denkt Lotje … weg van al dat gedoe de hele dag. Uit de tweede kamer ontsnapt licht, het lijkt haar te wenken: Kom hier, kom hier, hier is het fijn. Lotje opent de deur en stapt de kamer in. Een dranger sluit de deur achter haar dicht … ze heeft het niet in de gaten. Het is pikkedonker en stil. Doodstil.

‘Psssst,’ hoort Lotje. Plots ruikt ze een zoetige kaneelachtige geur, waar kent ze dat van? Het doet haar denken aan oma’s appeltaart.

‘Psssst.’ Nog een geur. Bah, dat ruikt vies, denkt Lotje, het ruikt naar de grote stad. Verward stapt ze uit de kamer: ‘Wat is hier aan de hand?’

Op de deur van de derde kamer staat met grote neonletters Next Senses. Dat maakt haar nieuwsgierig, daar gaat ze als laatste naar toe, beslist ze, ze kan nog wel een extra zintuig gebruiken. Vooral een die voorkomt dat ze weer in de verkeerde kassa-rij van de supermarkt staat.

In de naastliggende kamer staat een grote aardenwerken kruik omringd door apothekersflesjes in alle formaten. Daarop teksten als geelwortel, ginseng, oerwater en vitamijn. Aan de amfoor zit een goudgekleurd kraantje met daaronder een kristallen glas waarin het elixer druppelt. ‘Drink me’, leest Lotje. ‘Drink me en verbaas je’.

Lotje pakt het glas, zet het aan haar lippen en … ze is zo benieuwd …

Haar mobiel gaat af.

‘Ja, mam. wat is er nu weer.’

Lotje-breed

Als je nog iets kunt missen tijdens deze dagen van bezinning en lijkt je een bezoek aan Lotjes vondst leuk komende zomer? Maak het mee en kijk op:

https://www.voordekunst.nl/projecten/8126-een-schil-voor-labyrinth-of-the-senses-1

 

De grote chaos show


0_d40d2032-668c-44f8-8beb-551113cf22d9_1024x1024Hoe vis je de juiste communicatieprofessional uit een vijver vol vreemde eenden?

Beste communicatiemanager, HR-manager en crisisbaas. U weet, er vindt een grote deceptie plaats. De oude economie met hun vastgeroeste top-down structuren en communicatiemodellen zit in de winter van haar bestaan. Waar het laatste dozijn woudreuzen (lees communicatiebureaus en overheden) nog inzet op de overleden reputatie-, participatiemodellen en beroepsprofielen van rond het tweede millennium, zie je een nieuwe ploeg professionals een hernieuwde moraal creëren. Die zien in dat de participatieladder sec inzetten als instrument om de plannen van de eigen wethouder in te dekken niet meer werkt. Of weerstand hebben tegen het inzetten van op propaganda lijkende methodieken die ethisch gezien niet meer door de beugel kunnen.

Moraliteit staan nu bovenaan in ons vak

Het moreel leiderschap wordt gelukkig meer en meer omarmd. Niet in het minst aangezwengeld door een variëteit aan ‘querulanten’, klokkenluiders en onderzoeksjournalisten als Eric Smit van Follow the Money en Rob Wijnberg van de Correspondent. Eind jaren zeventig nam Europa de code van Athene aan, een morele code op het terrein van intellectuele, sociale en morele behoeften van de Europees burger en daarbij de inzet van de overheid om transparant, eerlijk, betrouwbaar, tijdig en volledigheid te zijn in de relatie met de burger. Met uiteraard de daarbij horende competenties. Ik merk een revival van deze grondwaarden in het vak en de wil van velen het moreel beter te doen dan de afgelopen 25 jaar.

Leven lang leren zorgt voor professionals die bij de tijdgeest horen

In dit decennium van transitie wordt ons ‘vak’ eindelijk goed opgeschud. Veel burgers zijn misschien niet herkenbaar als gilets jeune, maar ook zij laten zich niet meer afschepen met ‘nep’-verhalen van overheid of bedrijf. Er is ‘disruptief burgerschap’ ontstaan zegt bestuursadviseur Steven de Waal. Een zelfsturende burger die met gemak het kaf van het koren kan scheiden. Hoe? Omdat hij zijn eigen experts en expertise meeneemt (zie noot 1). Communicatieprofessionals hebben tegenwoordig andere verantwoordelijkheden en rollen in vergelijking met een paar jaar geleden. Niet enkel generalistischer, maar ook specifieker. Zoals de opmerkelijke functie van een participatiemanager die ik laatst op een vacature bij een gemeente zag langskomen. Vooral het hebben van unieke vaardigheden, expertise, organisatie-sensitiviteit wordt geprezen. Niet rechtlijnig opereren volgens het boekje, maar de situatie laten bepalen. Het huidig kabinet ziet dat ook en zet qua beleid stevig in op het programma ‘Een leven lang leren’.

Waarderen van de communicatieprofessional

Nu diverse aanpalende branches zich al en masse laten certificeren, zal ook de communicatiesector er niet aan ontkomen zich terdege te vergewissen van welke scholingsinstrumenten bij-de-tijd zijn en welke niet meer. De wildgroei in allerhande bekostigde en onbekostigde opleidingen is langzaam tot staan gebracht. Het is goed om verder te kijken en te zien wat de juiste kerncompetenties zijn in de moderne tijd. Je kunt deze sowieso al toetsen aan recent ontwikkelde branchestandaards in een nieuw communicatieregister (zie https://www.commtop.nl/certificering-communicatiebranche). Welke ZZP’er zal zich niet willen laten bijspijkeren aan de hand van gedegen kwaliteitsmaatstaven om daarna weer aan te sluiten bij de marktvraag. Een leven lang leren is een prachtig systeem waarbij je eigen regie op je carrière kan voeren.

Hoe vind je nu de juiste professional in de vijver met vreemde soorten?

De vijver van communicatiespecialisten bestaat uit honderdduizenden specialisten, die zich verstoppen bij bureaus, eenmansbedrijven, de overheid en het bedrijfsleven. De juiste experts vinden voor een tijdelijke klus of als toekomstige werknemer is nog tijdrovend. Hoe meet je de kwaliteit van deze vaklui? Wie is de beunhaas en wie die ene juiste gekwalificeerde vakvrouw?

De oplossing ligt bij de markt wordt door iedereen geroepen. Dat klopt. Het gaat absoluut over de aansluiting tussen onderwijs, vak en markt. Maar de markt zou zich wel moeten vergewissen wat kwaliteit is van deze vele vreemde eenden in een overvolle vijver. Gelukkig kan de communicatie-, HR-manager en crisisbaas nu in de vacature de branchestandaard vermelden van het register van Stichting Commtop beschikbaar is gemaakt. Zet dit en het niveau dat je wenst onderop in je vacaturetekst, als een soort Intel Inside en verder is het appeltje-eitje. Tenminste, als iedereen het dan maar doet. Toch?

Marcel Kolder is kanteldenker en eigenaar van Draoidh bv – een ander communicatiebureau

Voor meer info: Burgerkracht met Burgermacht.

(https://www.boombestuurskunde.nl/bestuurskunde/catalogus/burgerkracht-met-burgermacht-1)

Bekende Nederlanders zijn belangrijk bij de transitie naar een inclusieve wereld


Positieve percepties over mensen met een handicap van BN’ers (politici, opinieleiders, artiesten, cabaretiers, wetenschappers, sporters, topmanagers) zorgen voor versnelling in de verandering naar een maatschappij waar mensen met een beperking kunnen meedoen.

VVD.jpgIk geef twee voorbeelden van negatieve percepties. Met als voorbeeld de campagne van de VVD. De VVD is supporter van de werkende Nederlander en verspreidt dit met de ‘Handen uit de mouwen in plaats van hand ophouden’-campagne. Veel arbeidsgehandicapten die niet kunnen werken voelen zich hierdoor tweederangs burgers. Ze zijn afhankelijk van een financiële bijdrage.

Niet alleen politici, ook cabaretiers gaan weleens de fout in. Klik op de link hieronder, en lees hoe het niet moet … .

Zaal loopt leeg bij cabaretier na grap over handicap

Enorme invloed

BN’ers hebben onbewust veel invloed op hoe de gemiddelde Nederlander denkt over iemand met een beperking. Als BN’ers op een waarderende wijze praten over en omgaan met mensen met een beperking versnelt dit de adaptatie van inclusie bij anderen. Om dit te borgen is inclusief leiderschap nodig. In woord en gedrag.

En empathie is meer dan sec geld inzamelen voor ‘invalide’ kinderen, want niet elke persoon met beperking is hulpbehoevend.

Zorg bijvoorbeeld dat kinderen met een beperking kunnen gaan sporten in dezelfde sportclub als waar anderen sporten. Zorg dat het mogelijk is dat mensen in een rolstoel wel goede plaatsen krijgen bij een concert of voorstelling in plaats van in het verdomhoekje worden geduwd. Zorg dat je eens een leuke actieve foto plaats van iemand in een rolstoel in je krant, en niet altijd het geijkte plaatje van een oudere man in een rolstoel uit de jaren vijftig. Dat soort dingen. Dat moet toch niet moeilijk zijn Mark, Twan, Glennis, Micha, Nazneen, Max en Marjan?

Blauw, groen en rood.


Ellsworth Kelly’s “Red Blue Green.” 1963, Oil on Canvas.
Ellsworth Kelly’s “Red Blue Green.” 1963, Oil on Canvas.

Bomen en groen in een wijk of buurt zorgen ervoor dat je minder gestresst wordt en gezonder, aldus bijzonder hoogleraar Agnes van den Berg. Planologen spreken vaak in de termen rood, groen en blauw. Daarmee bedoelen ze bebouwing, groen en water. Een stedebouwkundig principe is deze elementen in gelijke mate in steden te verdelen. Gelijkwaardig als het ware, met de nadruk op waardig. Dit schilderij van Ellsworth Kelly dat dit ook doet hangt in het stedelijk museum. Ik woonde in de wijk daarachter, en ging bijna elke week even kijken. Ik kwam tot rust. Hij is een van mijn favoriete schilders. Hij is een minimalist. Dit schilderij is meer dan mans hoog en de kleuren zijn overweldigend. Als ik er naar kijk word ik intens gelukkig. Niet toevallig lijkt dit op een stadsplattegrond. Schilderijen van Bart van der Leck op Mondriaan hebben dat ook.

Groen en blauw zijn zijn in veel dichtbebouwde oudere steden ver te zoeken. Terwijl wetenschappelijke studies laten zien dat wij inwoners fysiek en psychisch gezonder zijn als er natuur om je heen is. De beleving wordt versterkt door de herhalende natuurlijk vormentaal die zorgen voor een positieve brein reactie. Groen in een stad toevoegen is niet zo moeilijk. Je ziet tiny forests opduiken, keukentuinen verschijnen en vegetatie op daken.

“I have worked to free shape from its ground, and then to work the shape so that it has a definite relationship to the space around it,” legde Kelly eens uit bij dit schilderij. “So that it has a clarity and a measure within itself of its parts (angles, curves, edges and mass); and so that, with color and tonality, the shape finds its own space and always demands its freedom and separateness.”